Kaarsen
Kleine vliegjes dansen
in de avondlucht
lichte getinte wolken
kleuren grijs en grauw
na opnieuw een
warme lentedag
Wind wakkert aan
inktzwarte nacht
onderbroken door
bliksemschichten
en een luide klap
Zacht gestommel
klinkt op zolder
tijdens zoektocht
naar wat kaarsen
17 april 2009
16 april 2009
14 april 2009
12 april 2009
Een eitje
Als kind genoot ik er enorm van om met Pasen naar mijn grootouders in Doorn te gaan. Dan mochten wij eieren zoeken en rapen. Dat is ook niet zo vreemd eigenlijk dat rapen, want mijn opa en oma van Maanen hadden zelf kippen. Daarnaast hadden ze overigens ook varkens en ome Wous, altijd ongetrouwd gebleven, hield zich bezig met het kweken van pietjes, ja kanariepietjes, van die gele vogeltjes.
Soms zaten er trouwens witte of oranje exemplaren tussen, dan had hij gerommeld met het voer.
Dat houden van die beesten kon allemaal heel goed, want ze woonden helemaal vrij, in het bos aan de Fleslaan.
Helaas, het huis is afgebroken dus kan ik mijn kinderen dat huis niet laten zien en de Fleslaan? Die bestaat alleen nog op oude ansichtkaarten.
Terug naar de eieren. Dat rapen deden we in de ren en uit de speciale legkistjes. Het zoeken in de uitgebreide moestuin, want eind jaren vijftig – van de vorige eeuw – werden er voor ons met Pasen witte en bruine eieren in de tuin verstopt.
Zo’n dertig jaar later, liet ik het zoeken van eieren aan onze kinderen over. Die mochten de eieren zoeken in onze tuin en in het hofje waarin we toen aan de Middenhof in Almere woonden.
Het waren meestal geschilderde eieren, een creatie van mijn drie meiden. Dat eizoeken is bij ons vervolgens in de vergetelheid geraakt.
Tot afgelopen week. Toen kreeg ik – opa IJsbeer - onverwacht een krabbel op mijn hyvespagina van Gianny, mijn kleinzoon. ‘Hoi opa !! Gaan we zondag samen paaseitjes zoeken?? Kussies van mij.’
Ja, dan moet je natuurlijk wel. Of is het zoeken toch vooral bestemd voor...
Maar goed eerst even terug naar Pasen, dan herdenken de Christenen dat Jezus voor hen is gestorven aan het kruis en vervolgens na drie dagen is herrezen. Voor die tijd, voor dat de christelijke gebruiken hier doordrongen, was er ook al een soort Pasen, een feest van opstanding. Alleen heette het toen nog gewoon Lentefeest, vooral ter ere van de zon. Misschien moeten we die naam er maar weer aan geven, dan zijn we meteen ook van een hoop geruzie af. In de lente ontkiemt het leven, verschijnt er bloesem aan de bomen. De natuur komt tot leven. Een van de symbolen van de vruchtbaarheid is het ei. Volgens verhalen werden ruim voor de geboorte van Christus door de boeren eieren begraven om de akkers vruchtbaar te maken. Dat gebeurt weliswaar niet meer, maar verstopt worden de eieren nog steeds wel.
De paasrituelen kunnen per streek of land verschillen, maar bijna overal is er wel een vorm te vinden van paaseieren, die verstopt, uitgedeeld of verzameld worden.
Op eerste Paasdag ga ik samen met Tineke dus naar Gianny. Martin en Naomi hebben een brunch verzorgd, met zoete en hartige broodjes, croissantjes en paasbrood of is het een kerstbrood of toch pinksterbrood. Nou laat maar. Verder zijn er miniragoutbakjes, diverse soorten kazen, paasworst, kruidenboter, thee koffie, sapjes en melk.
Oh, ik zal ongetwijfeld iets vergeten, want er stond zoveel op tafel. Echt te veel om op te noemen. Ik zal er nog een ding uithalen: chocolaatjes. Daarnaast staan er op een kast talloze paasversieringen. Ze hebben er echt werk van gemaakt.
Gianny heeft dan allang een rondje door de tuin gemaakt en heeft dus een flinke voorsprong genomen op opa ijsbeer, die absoluut geen idee heeft waar hij al die verstopte eitjes moet zoeken. En als opa er dan al een heeft gevonden, dan is hij zo dom, zo dom zodat hij zijn kleinzoon de kans geeft om er weer een te scoren.
Gianny is vervolgens het braafste jongetje van de klas en begint niet meteen overal van te snoepen, nee hij levert ze braaf in bij mamoe. Al snel ontstaat er een bergje paaseieren..
Echt overal haalt hij ze vandaan. Tussen de planten, in het raamkozijn en in zijn speelhuis.
Nee, in het vogelhuisje zit niets. Maar wel op een lamp. En weer rent Gianny met zijn buit naar mamoe toe.
Een beetje jaloers word ik daar wel van en bedenk ineens: misschien zitten er ook wel eitjes in de helmkoffer van mijn scooter. Daar past vast een heel groot ei in. Maar nee hoor, geen ei in mijn koffer. Gianny wil dat voor alle zekerheid ook nog even onderzoeken en snuffelt door de koffer.
En dan ineens, ineens zie ik hem. Dat maakt mijn dag helemaal goed. Wie ik zie? Nou de paashaas, die al die eitjes heeft gebracht.
Ik schrik er eerst wel een beetje van, maar begin dan te glunderen. Dat geeft Gianny de gelegenheid om zich over de paashaas te ontfermen en de laatste eitjes van de dag in te pikken. Trots bezorgt hij ze bij zijn oma, die als beloning met hem op de wip gaat.
En hoe ik me voel? Nou als het eitje van de dag.
Als kind genoot ik er enorm van om met Pasen naar mijn grootouders in Doorn te gaan. Dan mochten wij eieren zoeken en rapen. Dat is ook niet zo vreemd eigenlijk dat rapen, want mijn opa en oma van Maanen hadden zelf kippen. Daarnaast hadden ze overigens ook varkens en ome Wous, altijd ongetrouwd gebleven, hield zich bezig met het kweken van pietjes, ja kanariepietjes, van die gele vogeltjes.
Soms zaten er trouwens witte of oranje exemplaren tussen, dan had hij gerommeld met het voer.Dat houden van die beesten kon allemaal heel goed, want ze woonden helemaal vrij, in het bos aan de Fleslaan.
Helaas, het huis is afgebroken dus kan ik mijn kinderen dat huis niet laten zien en de Fleslaan? Die bestaat alleen nog op oude ansichtkaarten.Terug naar de eieren. Dat rapen deden we in de ren en uit de speciale legkistjes. Het zoeken in de uitgebreide moestuin, want eind jaren vijftig – van de vorige eeuw – werden er voor ons met Pasen witte en bruine eieren in de tuin verstopt.
Zo’n dertig jaar later, liet ik het zoeken van eieren aan onze kinderen over. Die mochten de eieren zoeken in onze tuin en in het hofje waarin we toen aan de Middenhof in Almere woonden.
Het waren meestal geschilderde eieren, een creatie van mijn drie meiden. Dat eizoeken is bij ons vervolgens in de vergetelheid geraakt.Tot afgelopen week. Toen kreeg ik – opa IJsbeer - onverwacht een krabbel op mijn hyvespagina van Gianny, mijn kleinzoon. ‘Hoi opa !! Gaan we zondag samen paaseitjes zoeken?? Kussies van mij.’
Maar goed eerst even terug naar Pasen, dan herdenken de Christenen dat Jezus voor hen is gestorven aan het kruis en vervolgens na drie dagen is herrezen. Voor die tijd, voor dat de christelijke gebruiken hier doordrongen, was er ook al een soort Pasen, een feest van opstanding. Alleen heette het toen nog gewoon Lentefeest, vooral ter ere van de zon. Misschien moeten we die naam er maar weer aan geven, dan zijn we meteen ook van een hoop geruzie af. In de lente ontkiemt het leven, verschijnt er bloesem aan de bomen. De natuur komt tot leven. Een van de symbolen van de vruchtbaarheid is het ei. Volgens verhalen werden ruim voor de geboorte van Christus door de boeren eieren begraven om de akkers vruchtbaar te maken. Dat gebeurt weliswaar niet meer, maar verstopt worden de eieren nog steeds wel.
De paasrituelen kunnen per streek of land verschillen, maar bijna overal is er wel een vorm te vinden van paaseieren, die verstopt, uitgedeeld of verzameld worden.
Echt overal haalt hij ze vandaan. Tussen de planten, in het raamkozijn en in zijn speelhuis.
En dan ineens, ineens zie ik hem. Dat maakt mijn dag helemaal goed. Wie ik zie? Nou de paashaas, die al die eitjes heeft gebracht.
11 april 2009
Pineut
Loom genietend
in het voorjaar
op een bankje van
de late middagzon
Onzichtbare ogen
verborgen achter
zonnebrilglazen
weerstaan de
waterschittering
Achter haar rug
stapelende
donkere wolken
voorspellen
niet veel goeds
Mijn camera klikt
bliksem in de
verte rollende
donder echoot
over het water
De overhaastige
automobilist
rijdt huiswaarts
zwaar de pineut want
driemaal geflitst
Loom genietend
in het voorjaar
op een bankje van
de late middagzon
Onzichtbare ogen
verborgen achter
zonnebrilglazen
weerstaan de
waterschittering
Achter haar rug
stapelende
donkere wolken
voorspellen
niet veel goeds
Mijn camera klikt
bliksem in de
verte rollende
donder echoot
over het water
De overhaastige
automobilist
rijdt huiswaarts
zwaar de pineut want
driemaal geflitst
10 april 2009
8 april 2009
6 april 2009
Aaibaar
Tussen de redelijk deftige Landgoederenbuurt en de veel gewonere Bouwmeesterbuurt ligt het groene Poldervlak. Voorlopig weer even gered. De intentie om door dit groene gebied een tweede ontsluitingsweg – van Stad naar Buiten - aan te leggen is van de baan. Voorlopig van de baan, want wat de toekomst ons nog brengt weten we niet.
Tussen de redelijk deftige Landgoederenbuurt en de veel gewonere Bouwmeesterbuurt ligt het groene Poldervlak. Voorlopig weer even gered. De intentie om door dit groene gebied een tweede ontsluitingsweg – van Stad naar Buiten - aan te leggen is van de baan. Voorlopig van de baan, want wat de toekomst ons nog brengt weten we niet.
Nee het is geen verwijzingsbord naar de vlindertuin, waar ook straks talloze libelles worden herboren. Het is een aardewerkbord. Kennelijk heeft hier iemand een deel van zijn servies gedeponeerd. ‘Oh, dit is de derde al’, zegt de dankbare Landgoederenbuurtman.
Zijn aandacht gaat daarna uit naar de wipkip. Die bestaat nog steeds; en in tegenstelling tot op het geveerde diertje mag Gianny hier wel op zitten.
Onze ontdekkingstocht gaat langs de sierkippen en hanen, naar de pony, waar hij van Tineke uit de buurt moet blijven. Daar moet opa IJsbeer maar verder opletten, want mamoe pakt haar training weer op en verdwijnt al snel uit zicht.
3 april 2009
Weer
Nee, ik ben geen weerdeskundige, werk niet bij het KNMI, ben dus geen weerman, laat staan een weervrouw en wie mij voor een weerwolf houdt, heeft mij nog nooit goed bekeken.
Nee niet weer een uitgebreid verhaal. Gewoon zomaar weer een tussendoortje in een klein kwartiertje weggetikt. Over het weer, dat toch echt geen weer is. Alweer niet.
Maar goed niet afdwalen; het weer is alweer geen weer. Nee, ik zeur niet over het weer en het is ook geen geklaag, ik som slechts feiten op.
De temperaturen liggen weer ver boven het gemiddelde van deze tijd van het jaar. Op het strand van Blaricum lagen de eerste mensen alweer te bakken. Wel weer een beetje vroeg. Of ze het water ook weer in zijn geweest? Misschien weer met hun grote teen. Maar ik ben doorgesjeed en heb het ze weer niet gevraagd. Stom natuurlijk want dan had ik hier weer iets te vertellen.
Nu beperk ik me maar weer tot de tuin, het terrein van Tineke. Na een dag werken is die wel weer even aan wat rust toe en zij heeft zich daarom weer achter in de tuin genesteld. Terwijl ik weer eens een eenpansgerecht in elkaar frutsel geniet zij van de laatste stralen zon.
Waarna we weer heerlijk ontspannen van onze eerste buitenmaaltijd van dit jaar genieten.
Na het ondergaan van de zon, gaat devuurkorf weer aan en die geeft zoveel warmte af, dat zij het nog wel weer een uurtje vol weet te houden. Terwijl dit weerverhaal op het net verschijnt, zit zij nog buiten en geniet weer van de merels, die weer volop hun riedel laten horen.
31 maart 2009
Gianny-eren
Ruziezoeker. In mijn verouderde woordenboek is dat de vertaling voor kemphaan. Toch is dat niet de kemphaan die de naamgevers van het Almeerse stadslandgoed voor ogen hadden. Nee, het terrein langs de Waterlandseweg is vernoemd naar Philomachus Pugnax.
De kenners weten al genoeg, de onwetenden vragen zich af: wie is Philomachus Pugnax?
Het lijkt in de verste verte niet op het woord kemphaan.
Nou die vraag is dus ook verkeerd gesteld. Het moet zijn: wat is Philomachus Pugnax?
En het antwoord is dan eensluidend: kemphaan. Een vogel die tot de familie van de strandlopers behoort en op vochtige graslanden en moerassen broedt. En vochtig was het in den beginne in Flevoland. Maar of die kemphaan er ook daadwerkelijk rond heeft gelopen? Ik heb zo mijn twijfels en bij het Almeerse educatieve centrum blijft men het antwoord ook schuldig. ,,Geen idee mijnheer.’’
Fazant is in dat kader misschien ook een betere naam voor het landgoed dan van die ruziezoeker, met zijn hanige baltsgedrag. De fazant, een echte scharrelaar, heeft trouwens heel wat schade veroorzaakt aan de akkers, die de eerste jaren van de polder eigendom waren van het rijk. Kan dat de reden zijn dat niet voor zijn naam is gekozen? De fazant is weliswaar net zo kleurrijk als de kemphaan, maar toch beduidend minder stoer.
En stoer is het landgoed zeer zeker.
Je kunt er heerlijk over dwalen, het gebruiken als startpunt voor een wandeling van Staatsbosbeheer, de stadsboer is op het terrein gevestigd, er is een winkel (niet altijd open) en een restaurant, en het educatieve centrum Eksternest (stond ooit bij Almere Haven in het Beginbos) is er gevestigd. En vanwege die combinatie kom je regelmatig schoolkinderen tegen, die een praktijklesje in de open lucht krijgen.
En natuurlijk mag ik de apen niet vergeten, waar we ons met zijn allen heerlijk aan kunnen vergapen.
Er zijn niet zoveel soorten als op de Apenheul. Daar staat tegenover dat de toegang op de Kemphaan gratis is. Het apenterrein waar men vrijelijk mag komen is echter klein. Het is ook niet bedoeld als dierentuin, maar als opvang voor apen, voor en door stichting AAP. Veel van die dieren worden in quarantaine gehouden en vervolgens weer ergens uitgezet.
Deze uitleg is aan Gianny nog niet besteed. Dat komt wel als hij wat ouder is.
Het Gianny-woord is er weer uit. We gaan weer Gianny-eren. Een fietstochtje op een zonnige, frisse maandagmiddag. Vanuit de Faunabuurt, langs de grote woonschepen in De Hoge Vaart naar de Kemphaan. En daar is het dus onder andere AAPies kijken. Ik ontdek een viertal soorten: allereerst is er de vlooiende mantelbaviaan.
Verder loopt de verlegen groene baviaan rond. Als je bij hem in de buurt komt, verstopt hij zich tussen de bosjes.
En tenslotte noem ik de berberapen. Waar die op lijken?
Er gelden diverse regels, zoals ‘niet voeren’, dat is heel normaal in een dierentuin. Maar dit is geen dierentuin en hier wordt verzocht om in de buurt van de apen ook niet te rennen, geen gekke bekken te trekken, niet hard in de handen te klappen en geen apenstreken uithalen. Alles wat de apen in de stress kan laten schieten moet worden voorkomen. Want veel van de beestjes bij stichting AAP komen juist uit een stresssituatie.
Gianny vermaakt zich hier prima, er zijn voldoende kinderen om mee te spelen op een van de speelveldjes. Daarnaast kan hij klimmen over bruggetjes.
En pikt hij wat tussendoortjes mee, je weet wel van die smalle gangetjes bestaand uit ondoordringbare heggen. Nu nog bruin en dor, maar straks weer groen en levend.
Dat brengt hem bij de geiten en de schapen. De eerste lammetjes staan al buiten, de pas geboren diertjes moeten nog even binnen blijven.
En ook hier geldt: rustig aan doen, niet schreeuwen, verstoor de rust niet.
Overigens is Gianny niet alleen naar de Kemphaan geweest. Ik was er ook.
Nee, dit ben ik niet. Dit is het varken dat zijn eten maalt. Als we die hebben gezien wordt het weer tijd om naar huis te gaan, naar mamou.
‘Ho, stop. Nog niet stoppen. Je hebt het over vier soorten apen gehad en je hebt er maar drie genoemd. Is die vierde aan je aandacht ontsnapt?’
Nee hoor, jullie hebben hem al gezien. Maar goed hier is-ie dan nogmaals.
Een slapende snotaap.
Ruziezoeker. In mijn verouderde woordenboek is dat de vertaling voor kemphaan. Toch is dat niet de kemphaan die de naamgevers van het Almeerse stadslandgoed voor ogen hadden. Nee, het terrein langs de Waterlandseweg is vernoemd naar Philomachus Pugnax.
De kenners weten al genoeg, de onwetenden vragen zich af: wie is Philomachus Pugnax?
Het lijkt in de verste verte niet op het woord kemphaan.
Nou die vraag is dus ook verkeerd gesteld. Het moet zijn: wat is Philomachus Pugnax?
En het antwoord is dan eensluidend: kemphaan. Een vogel die tot de familie van de strandlopers behoort en op vochtige graslanden en moerassen broedt. En vochtig was het in den beginne in Flevoland. Maar of die kemphaan er ook daadwerkelijk rond heeft gelopen? Ik heb zo mijn twijfels en bij het Almeerse educatieve centrum blijft men het antwoord ook schuldig. ,,Geen idee mijnheer.’’
En stoer is het landgoed zeer zeker.
Je kunt er heerlijk over dwalen, het gebruiken als startpunt voor een wandeling van Staatsbosbeheer, de stadsboer is op het terrein gevestigd, er is een winkel (niet altijd open) en een restaurant, en het educatieve centrum Eksternest (stond ooit bij Almere Haven in het Beginbos) is er gevestigd. En vanwege die combinatie kom je regelmatig schoolkinderen tegen, die een praktijklesje in de open lucht krijgen.
En natuurlijk mag ik de apen niet vergeten, waar we ons met zijn allen heerlijk aan kunnen vergapen.
Deze uitleg is aan Gianny nog niet besteed. Dat komt wel als hij wat ouder is.
Het Gianny-woord is er weer uit. We gaan weer Gianny-eren. Een fietstochtje op een zonnige, frisse maandagmiddag. Vanuit de Faunabuurt, langs de grote woonschepen in De Hoge Vaart naar de Kemphaan. En daar is het dus onder andere AAPies kijken. Ik ontdek een viertal soorten: allereerst is er de vlooiende mantelbaviaan.
Dat brengt hem bij de geiten en de schapen. De eerste lammetjes staan al buiten, de pas geboren diertjes moeten nog even binnen blijven.
Overigens is Gianny niet alleen naar de Kemphaan geweest. Ik was er ook.
‘Ho, stop. Nog niet stoppen. Je hebt het over vier soorten apen gehad en je hebt er maar drie genoemd. Is die vierde aan je aandacht ontsnapt?’
Nee hoor, jullie hebben hem al gezien. Maar goed hier is-ie dan nogmaals.
29 maart 2009
28 maart 2009
24 maart 2009
22 maart 2009
Granny’s little helper
Een lang gekoesterde wens van Tineke is een hulp in de huishouding. De eerste paar keer dat dit onderwerp ter sprake komt, ga ik er pal tegenin. ‘Dat is toch nergens voor nodig.’ De meiden wonen bovendien nog thuis en kunnen ook een handje helpen. En ik ben er ook nog. Nee, strijken doe ik niet. Nou ja, een enkele keer een broek of een overhemd voor mezelf, maar die draag ik zelden, dat overhemd dan.
En nog wat, een echt fantastische schoonmaker ben ik ook niet. Maar de was, de vaat, stofzuigen, boodschappen doen, koken, zijn allemaal onderdelen van de huishouding waar ik me zo nu en dan mee bezig houd.
Die vier kleine woordjes zo nu en dan, die doen het hem waarschijnlijk. Daarom komt het onderwerp toch regelmatig voorbij. En niet te vergeten onze kleine meiden zijn groter gegroeid, volwassen geworden en bestieren zo goed en zo kwaad als het kan hun eigen huishouding.
Nu de dochters er niet meer zijn moeten wij het met zijn tweetjes zien te rooien en dus komt de vraag steeds vaker terug: ‘Zullen we een hulp in de huishouding nemen.’ Ik doe of ik niets hoor. Daar ben ik goed in geworden. Eh, meestal hoor ik ook niets, omdat ik mijn oren niet te luisteren leg. Een antwoord krijgt Tineke in ieder geval niet.
Maar ineens is-ie er; de hulp in de huishouding. Ik zal hem hier even voorstellen. Vrij vertaald naar de titel van een oude song van The Rolling Stones: Granny’s little helper. Nee het is geen afwasborstel, zoals iemand uit het hofje waar we woonden ooit aan zijn vrouw gaf nadat ze voor de duizendste keer om een vaatwasmachine vroeg. Oze hulp is een mens van vlees en bloed.
Het is ontegenzeggelijk een hij. Niet geschikt voor het zware werk, maar dat kun je een hulp in de huishouding ook niet laten doen, zwaar werk. Het is zoals het woord al zegt een hulp.
Altijd behulpzaam. Bij het stofzuigen, afwassen, stof afnemen, deuren lappen, honden uitlaten, perssinaasappelen voor de volgende dag klaar leggen.
Allemaal van die kleine klusjes, die je zelf ook wel kunt doen, maar met een beetje hulp gaat het toch sneller. Waar twee doeken poetsen gaat het toch dubbel zo snel. Bovendien heeft hij er zelf heel veel plezier in, dus waarom zou je die hulp afwijzen.
En duur is hij ook niet. Een kopje thee, een glaasje limonade, een hapje eten. Daar is onze hulp al mee tevreden.
Onze hulp is er overigens niet op vaste tijden. Nee, hij heeft namelijk geen eigen vervoer en mag ook nog niet alleen reizen met het openbaar vervoer, veel te gevaarlijk. Daarom is onze hulp afhankelijk van de wegbrengservice. Soms komt hij al op zondagmiddag of op zondagavond en blijt slapen. Een andere keer verschijnt hij op de maandagmiddag. Maar altijd blijven er wel een paar klusjes voor hem liggen.
Voor Granny’s little helper.
Een lang gekoesterde wens van Tineke is een hulp in de huishouding. De eerste paar keer dat dit onderwerp ter sprake komt, ga ik er pal tegenin. ‘Dat is toch nergens voor nodig.’ De meiden wonen bovendien nog thuis en kunnen ook een handje helpen. En ik ben er ook nog. Nee, strijken doe ik niet. Nou ja, een enkele keer een broek of een overhemd voor mezelf, maar die draag ik zelden, dat overhemd dan.
En nog wat, een echt fantastische schoonmaker ben ik ook niet. Maar de was, de vaat, stofzuigen, boodschappen doen, koken, zijn allemaal onderdelen van de huishouding waar ik me zo nu en dan mee bezig houd.
Die vier kleine woordjes zo nu en dan, die doen het hem waarschijnlijk. Daarom komt het onderwerp toch regelmatig voorbij. En niet te vergeten onze kleine meiden zijn groter gegroeid, volwassen geworden en bestieren zo goed en zo kwaad als het kan hun eigen huishouding.
Nu de dochters er niet meer zijn moeten wij het met zijn tweetjes zien te rooien en dus komt de vraag steeds vaker terug: ‘Zullen we een hulp in de huishouding nemen.’ Ik doe of ik niets hoor. Daar ben ik goed in geworden. Eh, meestal hoor ik ook niets, omdat ik mijn oren niet te luisteren leg. Een antwoord krijgt Tineke in ieder geval niet.
Maar ineens is-ie er; de hulp in de huishouding. Ik zal hem hier even voorstellen. Vrij vertaald naar de titel van een oude song van The Rolling Stones: Granny’s little helper. Nee het is geen afwasborstel, zoals iemand uit het hofje waar we woonden ooit aan zijn vrouw gaf nadat ze voor de duizendste keer om een vaatwasmachine vroeg. Oze hulp is een mens van vlees en bloed.
Het is ontegenzeggelijk een hij. Niet geschikt voor het zware werk, maar dat kun je een hulp in de huishouding ook niet laten doen, zwaar werk. Het is zoals het woord al zegt een hulp.
Altijd behulpzaam. Bij het stofzuigen, afwassen, stof afnemen, deuren lappen, honden uitlaten, perssinaasappelen voor de volgende dag klaar leggen.
Allemaal van die kleine klusjes, die je zelf ook wel kunt doen, maar met een beetje hulp gaat het toch sneller. Waar twee doeken poetsen gaat het toch dubbel zo snel. Bovendien heeft hij er zelf heel veel plezier in, dus waarom zou je die hulp afwijzen.
En duur is hij ook niet. Een kopje thee, een glaasje limonade, een hapje eten. Daar is onze hulp al mee tevreden.Onze hulp is er overigens niet op vaste tijden. Nee, hij heeft namelijk geen eigen vervoer en mag ook nog niet alleen reizen met het openbaar vervoer, veel te gevaarlijk. Daarom is onze hulp afhankelijk van de wegbrengservice. Soms komt hij al op zondagmiddag of op zondagavond en blijt slapen. Een andere keer verschijnt hij op de maandagmiddag. Maar altijd blijven er wel een paar klusjes voor hem liggen.
Voor Granny’s little helper.
21 maart 2009
20 maart 2009
13 maart 2009
Abonneren op:
Posts (Atom)
