13 juni 2009

Tomaten

Vrijdag 15 mei 2009
Al om half zeven ben ik wakker. Desondanks ga ik laat naar de bakker, voor twee kleine witte broodjes. Een voor het ontbijt en een om mee te nemen. Als ik de tafel dek doe ik dat aan de zeezijde.Aan de andere kant, waar de zon opkomt, hangt een dik wolkendek. En natuurlijk zit de zon deze maan dwars, want als ik bijna klaar ben met de voorbereidingen komt de gele brander tevoorschijn. Nee, ik ga niet alles snel overhevelen naar de andere kant van ons appartement.
Na het eten duurt het nog geruime tijd voor we op weg gaan. Er wordt door Tineke eerst nog uitgebreid een handwasje gedaan en pas daarna pakken we onze spullen en rijden weg. Voor een auto-, wandel- en misschien ook nog zwemtocht. We doen enigszins de woensdag over. Natuurlijk rijden we niet door de boomgaarden. Maar ons doel is onder andere wel het bezoeken van twee dorpen waar we al doorheen zijn gelopen.
We rijden naar het zuiden in de richting van Stoúpa en slaan af naar Prasteío.Het is de bedoeling dat we daar straks terugkeren. Maar eerst naar Exochóri. Volgens onze aanwijzingen wordt na dit plaatsje de weg onverhard. Het eerste deel is goed te doen met de auto, daarna wordt het minder. Vanaf dat punt willen we naar een klooster wandelen.
We laten Lákos netjes links liggen. Er staan nog meer plaatsnamen op de kaart, zoals Káto Chóra en Níkovo. Bordjes staan er echter niet, zodat ik geen idee heb waar we nu echt zitten. Samen met Kolibetséika en Prípitsa hoort het allemaal bij Exochóri, dus zo gek is dat niet. Op een zeker moment moeten we echter toch ook Exohóri zelf voorbij zijn gekomen. Die conclusie trek ik naar aanleiding van het aantal afgelegde kilometers. Maar dit is Griekenland en daar is niets zeker. De weg blijft verhard. En is schitterend. De omgeving ook. De aangegeven woontoren vinden we. Of is het toch een ander. Er zijn er zoveel hier. Bij een uitkijkpunt waar een brandweerman de wacht houdt, stoppen wij. Vragen of er iets verderop een klooster ligt. Misschien daar bovenop, bij die weg waar een betonmolenauto achterwaarts omhoog kruipt. ‘Nee, daar is geen klooster.’
Oef, wat nu? Ach eigenlijk is het ook niet zo erg, want ik was niet zo slim vanmorgen en heb mijn sandalen nog aan en heb de wandelschoenen bij Várdia op het balkon laten staan. Omdat er toch geen klooster is rijden we maar terug. Niets is Tineke teveel.
We genieten van de brem langs de kant van de weg. Ook staan er talloze wilde bloemen. We komen door Saïdóna, daar zou de groepswandeling van Tineke door de Viróskloof beginnen. Tussen dit dorp en Pírgos hebben we twee ervaringen, die mij meteen aan Samos en Parga doen terugdenken. Onze vorige twee vakantiebestemmingen. Allereerst steekt er een landschildpad de weg over, is de weg eigenlijk al over. Nee, op de foto staat hij niet. En? Een slang. Ditmaal doe ik geen enkele moeite om uit te stappen met mijn camera in de hand. Ik weet dat mij zoiets niet in dank wordt afgenomen. Bewijzen heb ik dus niet voor deze twee ontmoeten. De lezer moet mij daarom maar op mijn blauwe ogen geloven.
We rijden verder naar beneden en bereiken al snel de hoofdweg en rijden terug naar Várdia. Daar is ons appartement al volledig opgeruimd door Tatyana. Ik pak mijn schoenen en we gaan meteen weer op pad.
Nu naar Petrovoúni. We stoppen en nemen genoeg tijd om dit plaatsje beter te bekijken. Het is een armzalige bedoening.Dat hier nog mensen wonen is een klein wonder. Er is hier niets, geen café, geen taveerne. Ja, een kerk. Een Byzantijnse kerk de Panagia Zoodigos Pigi. Een oude kerk met een oude klokkentoren. En het klooster Koimesis Theotokou staat niet ver van de weg af. Van de onbewoonde huizen is er een versierd met de dubbele adelaar, een leeuw, een halve zon en nog wat hiëroglyfen.De achterzijde van het gebouw is overigens nog wel bewoond.
Na Petrovoúni komen we in Prasteío, volgen de weg naar een kerk. Er staat wel een aanwijzing, maar de kerk zelf staat niet in de nabijheid van de bebouwing. Prasteío is ooit een van de belangrijkste dorpen in het noordwesten van Máni geweest. In 1618 wonen hier honderd gezinnen. Dus stel je er ook niet al te veel van voor.Tijdens de zeventiende eeuw lijdt het dorp onder de Turkse invallen. De Mánioten hebben tijdens de Turks-Venetiaanse oorlog openlijk de zijde van de Venetianen gekozen. Omdat Prasteío een van de belangrtijkste uitvalsbasis is wordt het dorp door de Turken gestraft en in 1670 platgebrand.
In 1743 zetelt er een bisschop in dit dorp. Wij besluiten bij de centrale kerk ons brood op te eten. Maar o wee, waar heb ik de tomaten gelaten. Nergens te vinden.Aan de doorgaande weg heb ik een mini-market gezien, dus daar koop ik maar een paar rode veldvruchten. Van de jongedame in de winkel begrijp ik dat het kafeinion aan de overzijde van de straat dicht is vanwege gezondheidsproblemen van de eigenaar. En algemeen wordt aangenomen dat de zaak ook dichtblijft. Verderop in het dorp is er nog een en daar is ook een winkeltje aan verbonden. Leuk voor de weet, maar daar doe ik verder niets mee.
Tijd om weg te vliegen en eens een strand op te zoeken. Leuke baaien heb ik nog niet kunnen ontdekken. Ja, er is wel iets waar je kunt zwemmen. Tussen Kalamítsibeach en Stoúpa. Op dat punt start ook een van de vele wandelroutes. Daar kun je de auto bovenaan de weg zetten en naar beneden lopen. Misschien iets voor later. Kardamíli heeft haar eigen strand. Stoúpa uiteraard en zo’n twee kilometer voorbij Agios Nikolaos is een strand, Pantazi, nog voor Agios Dimitrios.
Voor dit strand moeten we eerst door het vissersdorpje. De kust net voorbij Agios Nikolaos stelt niet veel voor, smerig en het heeft veel weg van een zoutpan. Hier gaat niemand het water in. Voor de rust van Agios Nikolaos ook maar goed, want anders had het hier vol gestaan met grote appartementencomplexen en was er van het lieflijke vissersdorp weinig meer over geweest. En of de bevolking daar nu echt blij mee zou zijn geweest? Ik denk het niet. Een deel zal zijn geld in het toerisme verdienen, maar voor het merendeel van de bevolking zal het sappelen blijven.
Aan het eind van het Pantazistrand vertrekken net twee mensen, van een plekje tegen de rotsen aan. Ideaal voor ons. Veel privacy. Het water is fris. Niet superkoud. Je kunt er prima zwemmen. We nemen tweemaal een bad. Tusssendoor even zonnen en de onontbeerlijke strandfoto’s nemen.
Op de terugweg pin ik in Stoúpa. Met mijn pas lukt dat wel, met die van Tineke niet. Bij een grote supermarkt aan de hoofdweg slaan we water, fris en andere zaken, zoals enkele buitenlandse biertjes. Zelfs Buckler wordt hier nog verkocht. De naam is in Nederland besmet, maar nog niet helemaal weg. Bij Várdia wordt de weg geblokkeerd door een grote bus, die voorzichtig achteruit steekt. De chauffeur geeft ons de ruimte. Nou ja, Tineke kan haar Kamikaze naast de bus zetten, maar ze kan hem er niet voorbij steken. De kans van kantelen wordt wel heel groot. De busdrijver zet zijn gevaarte daarom iets naar voren en dan kan Tineke optrekken naar ons optrekje. Uit de bus komt een lading Amerikanen. Verblijven hier twee dagen en gaan daarna weer door.
In de auto is het mobieltje van Tineke afgegaan. Een sms-je van Eddy. Ik heb haar gsm uit haar broek gepakt en geantwoord. En weet nu niet meer waar ik het heb gelaten. Niet slim. Het wordt steeds erger, gekker met me. Zo veel tijd zit er niet tussen het beantwoorden en het uitstappen. In de auto vind ik het apparaat niet. Vliegen kan-ie niet, hij moet dus ergens zijn. Bellen met mijn eigen mobiel. Hij blijkt in een tas te zitten. Daar komt het geluid vandaan. Maar welke tas? Nog eens bellen. Ik hoor het verschil niet. Tineke wel. Mijn tas. En ja, tussen de wegenkaart en nog wat papieren die ik uit het zijvakje, van mijn deur, heb gehaald. Opluchting. Niet weg.
Tineke heeft geen zin om van haar berg af te komen. ‘Ga jij maar alleen, ik ben moe.’Ik besluit om even bij het internetcafé binnen te wippen. Ze hebben daar wel Wifi, maar geen computers waarmee ik kan mailen. Iets verderop in het dorp bij een hotel moet dat wel kunnen, voor de gasten. Dat ben ik niet. Toch krijg ik een kwartiertje de tijd voor de somma van nul euro. Dat is gastvrijheid. Ik neem de tikfouten op de koop toe en mail onze volgers hoe het ons vergaat. Kort, de rest komt later wel.
In de supermarkt aan het begin van het dorp koop ik wat worstjes, soep en cup-a-soup. De eigenaresse is ook de eigenaresse van Várdia. Dat hebben ze laten bouwen voor de kinderen. Voor Fotini die het beheert. Fotini heeft zelf twee kinderen ‘Very activ, spoiled.’ Dat verwend neemt mevrouw Dimitréas meteen terug. Maar die jongens mogen best met hardere hand worden aangepakt. De oudste kwam pas voor lucifers in de winkel. Waren voor een vriendje die al eens betrapt is bij het vuurtje stoken. Of wij nu nog rustig slapen? Ze zitten wel in ons gebouw? Die jongetjes, beneden ons.
Ik laat me niet gek maken en loop met de boodschappen terug de trap op. De worstjes vormen met wat overgebleven brood de avondmaaltijd.De tijd vliegt, toch lig ik voor elven al weer plat.

12 juni 2009

Kamikaze

Donderdag 14 mei 2009
Weer rond zeven uur wakker. Tegen achten naar de bakker voor een klein wit en een rond bruin. Het is de dagelijkse gang over de weg, langs het gemeentehuis waar de mensen al weer vroeg naar binnen schieten en dan door de hoofdstraat. Na de bakker loop ik naar het plaatselijk herdenkingsmonument en via een smal straatje richting het oude Kardamíli.Naar de trappen en omhoog naar Várdia. Eenmaal boven, ga ik het ontbijt maken en Tineke wekken. Ze is op dat moment meestal al wel wakker en houdt zich slapende. Een enkele keer verras ik haar echter.
Na het ontbijt ga ik naar onze hostess voor het bespreken van de excursies. We moeten op die dagen vroeg op en dus wat regelen voor het ontbijt. Tineke besluit behalve de al door ons aangegeven excursies ook nog mee te willen doen aan een groepswandeling, zaterdag door de Viróskloof. Eind van de middag lezen we dat die tocht, bij gebrek aan belangstelling, niet doorgaat. Het geld dat ze heeft betaald, komt wel een keer terug. Tenzij ze nog aan een andere verzorgde wandeling meedoet. Natuurlijk.
Na het bezoek aan Marjolein ga ik de vaat doen. De autoverhuurder belt ondertussen en vraagt waar wij blijven. Haast, haast, haast. Dat ben ik niet gewend ik Griekenland. Meestal is het siegá, siegá. Ja toegegeven, Grieken achter het stuur hebben altijd haast.
Zelf vergeet ik mijn zwemschoentjes te pakken. De strandmatjes heb ik evenmin bij me en aan water pakken kom ik niet toe. In de haast. En dan de trap af. De ruim honderdvijftig treden, die ik al een keer omhoog ben gelopen.
Bij het verhuurbedrijf My Car stelt Tineke voor om de hele periode van tien dagen voor ons de Astra te reserveren. Dat is prima, kost wel vijftig euro meer. De auto heeft al wel enkele kleine deukjes, maar die worden keurig op een formulier vermeld en zullen ons bij inleveren niet worden aangerekend.De grijsmetalic auto is vol getankt en wij moeten hem dus straks ook weer vol afleveren. De wagen rijdt prima. Nee, er is echt niets mis met Kamikaze driemaal Raema (KMK 5427).
De eerste dag staat in het teken van uitproberen. Naar Stoúpa, een kleine rit. Langs de boulevard waar vrachtwagens de boel hebben vastgezet. Achter ons ontstaat een kleine file. Maar niemand heeft haast. Geen ongeduldig getoeter.We parkeren zelf net voorbij de boulevard en lopen terug naar een pinautomaat. En ook hier gaat niet alles naar wens. Het volledige bedrag wil de automaat niet uitkeren. ‘Is er soms iets misgegaan met de interne overboeking?’
We maken ons niet echt druk en wandelen over een fietspad naar het zuiden langs de baai van Selínitas naar Agios Nikolaos. Als je dit pad eenmaal hebt gevonden, dan kan er echt niets mis meer gaan. Dan kom je vanzelf op je eindbestemming.O ja, niet schrikken van de verkeersborden. Aan beide zijden van het pad staan wilde bloemen. Een hagedis blijft loom zitten.Een fietser heeft pech. Op tweederde van de afstand is Maniatiko een rustpunt. Bijzonder handig voor onervaren mensen die geen water hebben meegenomen. Want de zon kan aardig branden en dan is een slokje water onontbeerlijk. Wij nemen daar voor het eerst een glas frappé. Het wordt ook tijd. Pas op de vierde vakantiedag een glas ijskoffie, dat is not done. Het is een schande.
Als we bij Maniatiko onder de luifel zitten duikt er ineens een straaljager op. Niets bijzonders eigenlijk, want die dingen vliegen hier af en aan. In formaties van twee of drie. De jager scheert over het water. Hoe hoog/laag zit-ie? Twintig, dertig meter? Hij is nog niet weg of nummer twee laat zich zien en horen. Een ietsepietsie hoger. Je hebt nu eenmaal baas boven baas. In dit geval baas onder baas.
Het keerpunt van onze wandeltocht is een schattig vissersdorpje. Uiteraard heeft ieder dorpje aan de kust wel een vissersbootje liggen, maar hier wordt (’s morgens) ook in vis gehandeld. Rond het haventje wemelt het van taveernes. De weg langs de haven is ’s zomers voor autoverkeer gesloten. Maar nu kan en mag iedereen er vrolijk rijden.De naam Agios Nikolaos bestaat nog niet zo gek lang. Heel lang heette het hier Selínitsa, een Slavische naam.
Voor de terugweg kopen we water, twee appels en nog wat frisdrank. Mijn lemonFanta klok ik in een keer weg. Tineke neemt op de terugweg alle tijd voor het maken van foto’s. De zon staat gunstig. ‘Dat heb ik op de heenweg al gezien.’ Ik kuier rustig door. Niet erg. Zij loopt toch sneller en haalt me wel weer in. In Stoúpa vind ik de auto bijna blindelings terug.
In Kardamíli doen we grote inkopen en trekken ons daarna terug in Room 23.
Lezen, schrijven. Het zijn vaste waarden tijdens vakantie.En ’s avonds weer naar Kíki voor een maaltijd. Tineke kiest voor de spaghetti bolognese. Ik neem de lamb in olijfolie en met oregano en groene bonen. Als toetje bestellen we sameli, een stuk cake op een dun laagje honing en afgedekt met een wit bolletje ijs. Van de dochter van de eigenaar, die als serveerster optreedt, horen dat er op de bergspits die Tineke heeft gefotografeerd inderdaad sneeuw en ijs ligt. Het is de één-na-hoogste berg van Griekenland. Ruim 2400 meter, in het Taýgetosgebergte, de Prof. Ilias.Sneeuw in Griekenland. Het komt voor. Terwijl de middagtemperaturen aan de kust tot boven de dertig graden stijgen, is het in de bergen nog flink koud. Toch zal het niet zo heel lang meer duren, voor de sneeuw helemaal weg is.

11 juni 2009

Kalderimi

Woensdag 13 mei 2009
Tegen achten ga ik naar de bakker en koop twee pies voor onderweg en een klein wit als ontbijt. Op de terugweg word ik bijna omvergereden door een VW-busje met Duits kenteken. Het busje wordt haastig langs de weg geparkeerd. Ik klim de ruim honderd treden omhoog en maak het ontbijt. Na het eten gaat Tineke hardlopen naar het strandhotel, verder aan de kust. Ik vang een glimp van haar op, tussen de bomen.Haar training voor de Dam-tot-Damloop en de halve marathon van Amsterdam, beide lopen worden later dit jaar gehouden. Ik doe in de tussentijd de vaat, lees en schrijf.
Na het uitspoelen van de hardloopspullen gaan we op pad. Ik heb dan de details over Aghios Sófia en Petrovoúni gelezen. Daar gaan we heen. Naar dat laatstgenoemde dorpje. Niet naar het eerste. Daar zijn we al geweest. We wandelen eerst via de weg naar beneden en slaan vervolgens linksaf. De weg naar Petrovoúni. Het wandelpad naar dit dorp begint iets verderop. Is met ronde stenen geplaveid, een kalderimi.Het uitzicht naar achteren is wonderschoon. Uitzicht over Kardamíli met zijn toren. We slingeren rustig omhoog. Deze route moet je niet nemen met regen, want dan ga je echt onderuit. Dat besef ik meteen.
Bij de ingang van Petrovoúni kan ik het niet laten. Duw een van de deuren van het eerste huisje open. Huisnummer 1. Niet bewoond. Op dit moment. Een groezelige deken ligt op bed. Lagen stof.Een aantal vaten voor wijn, een andere drank of misschien wel voor olijfolie. Maar dat laatste geloof ik niet. Ik laat mijn camera klikken. Ik kan het gewoon niet laten. We doen het dorpje hierna in sneltreinvaart. Geen tijd voor kerkjes, die gesloten zijn. Geen tijd voor het kerkje dat hoort bij het klooster van Koimesis Theotokou.
In het dorp vinden we overigens wel de aansluiting van de wandelroute van Aghios Sófia.Waar we gisteren naar op zoek zijn geweest. Maar die route nemen we niet. Tineke loopt de weg in naar Prasteío. Een route die deels door de velden, maar ook dwars door een olijfboomgaard loopt.Luid gelach klinkt achter ons. Twee Noorse meiden naderen in sneltreinvaart, passeren ons en verdwijnen in het niet. Terwijl ik het eerste (kleine) opslagkaartje voor mijn fototoestel wissel. Ik verbaas me over het tempo waarmee deze jonge vrouwen lopen. Zo vlak is de bodem toch ook weer niet. Ik moet echt opletten waar ik mijn voeten neerzet. Daar hebben zij kennelijk geen last van. Of is het gewoon overmoed en gaat het bij toeval allemaal goed?
De route staat redelijk aangegeven. Eén dwaalpunt is er. En uiteraard lopen we daar verkeerd. Verkeerd? Het pad dat wij nemen komt ook in Prasteío. En geloof het of niet, we zijn er eerder dan de Noorsen, die ons zijn gepasseerd.
Tineke loopt in het dorp bijna blindelings naar het centrale kerkplein waar we onze spinaziekaaspie weghappen. In dit dorp staan maar liefst veertig gebouwen met een religieuze achtergrond. Alleen bij de centrale kerk de Ieros Naos esodia Thetseototokou staan al vier kapelletjes. Dus dat schiet lekker snel op. De Byzantijnse kerk Agia Nikolaos heeft prachtige inscripties in de muur en daarvoor loop ik graag nog even terug.
De Myceense tombe en een aantal andere bezienswaardigheden laten we voor wat ze zijn. De kafeinions in het dorp zijn gesloten. Nog steeds geen frappé dus. Een bronblok nodigt ook niet echt uit tot drinken, dan wel het vullen van de flessen. Het Griekse woordje den (niet) in combinatie met to nero en een vervoeging van het woordje drinken, voorspelt weinig goeds. De drinktroggen voor de dieren staan bovendien al een tijdje leeg.Een Engelse vertaling voor toeristen zoals wij zou hier misschien op zijn plaats zijn.
Iets verderop gaat de wandelroute naar beneden, richting Kalamítsa. Tineke durft dat niet aan en besluit de langere route over de geasfalteerde weg te nemen. Ze is al vertrokken voor ik er erg in heb. Ik keer terug op mijn schreden en kan haar nergens meer vinden. Ze is en blijft steeds minimaal een bocht voor mij. Geen wonder. Zet haar wandelsnelheid maar tegen die van mij af. En het antwoord van waarom ligt voor het oprapen. De afstand tussen ons wordt groter en groter. Ik vind haar telefoonnummer en bel. Ze komt mij tegemoet en samen dalen we. De zon brandt. Het water gaat finaal op.Ik ben moe en ben blij als we eindelijk in Kardamíli arriveren. In het dorp kopen we water en nog wat andere spulletjes.
Via het reisbureau Doufexís Travel in Stoúpa kom ik in contact met Marjolein, onze hostess. Die vertelt dat de Athenereis voor deze week is geschrapt. Zelfs met ons zijn er onvoldoende deelnemers. Niet omboeken dus. Jammer, maar we weten nu wel wanneer we de auto kunnen gaan huren. En voor welke dagen we andere excursies kunnen boeken.
De autoverhuurder in het dorp is gesloten. Van zes tot acht open. Straks nog maar eens langs. Voor we gaan eten. Tineke spoelt weer kleding uit en gaat daarna slapen. Ik schrijf en blijf wakker. Wek Tineke om kwart voor zeven en na een verfrissing gaan we het dorp in. Nee, de jeeps zijn verhuurd. De laatste zondag is hij er nog. Twee dagen kunnen we over een Jimmy beschikken. Dat doen we niet. Dan maar een andere auto. Een Opel Corsa. In twee blokken. Eerst voor zes dagen, daarna drie dagen rust en nog een blokje van vier. Oeps, morgen is de Corsa niet beschikbaar. We krijgen daarvoor de iets duurdere Astra. Morgenochtend kan Tineke de auto ophalen en ’s avonds weer omruilen. Voor driehonderd euro. Een goede deal. Geld pinnen in Kardamíli lukt daarna niet. De automaat is leeg. Dat is al voorspeld. Daarvoor moet je meestal in Stoúpa zijn. Daar zijn op meerdere plekken pinautomaten. We hebben nog geld genoeg dus het is niet echt een probleem.
We wandelen door naar de taveerne Kastro, driehonderd meter verderop. Maar wat we zien, geen taveerne net buiten het dorp langs de hoofdweg richting Kambos. Toch is het bord langs de weg echt. Dat zit niet in mijn hoofd.
In het dorp kunnen we langs de hoofdweg wel eten. De taveerne ziet er leeg uit. Langs de weg staan een paar tafels. Maar achter het pand verstopt, ligt een tuin. Een bord aan het pand zegt het al: The secret garden.Onder de bomen is het prima toeven en het eten vissoep en mosselen voor Tineke en Melitsanessaganaki (gebakken aubergine met kaas) en een porksouvlaki voor mij smaken ook goed. Appel met honing van het huis toe. En veertig euro lichter verlaten we Evtychia. Voor de derde keer vandaag klim ik omhoog, 126 treden en om bij ons appartement te komen is er nog een toetje. 153 Treden totaal. ‘Benny zal trots op je zijn’, zegt Tineke. Met die woorden in mijn oren val ik in slaap.

10 juni 2009

Kloof

Dinsdag 12 mei 2009
Vlak voor zevenen word ik wakker. Heb uitstekend geslapen. Na wat schrijfwerk wandel ik via de weg naar het dorp en naar de bakker. Neem vervolgens de trap omhoog terug. De zon komt op, net achter ons complex. De foto’s komen vermoedelijk niet echt uit de verf. Zelf heb ik het idee dat ik al iets minder hijg als ik boven arriveer. Maar dat zal wel hoop zijn.
Bij de bakker heb ik even moeten wachten voor ik twee croissantjes en een klein wit meekrijg. Het ontbijt wordt in alle rust genoten. Aan de achterkant op ons balkon.
We zijn ruim op tijd voor het welkomgesprek van onze hostess. Een bezoekje voor verkooppraatjes en andere zaken. Tineke heeft Kalamáta bekeken bij het doorrijden vanaf het vliegveld en heeft geen zin om met een auto door deze stad (ongeveer 55.000 inwoners) te crossen. Daarom wil ze het liefst een aantal excursies doen. Excursies naar plaatsen waarbij je bijna verplicht bent om door Kalamáta te rijden. Excursies naar in ieder geval Olympia, dat al op ons verlanglijstje staat vanaf het moment dat we deze reis hebben geboekt. Voor mij een wensdroom die straks uitkomt. Verder excursies naar Monemvásia en Mýstras/Spárta. Wel houden we nog even een slag om de arm. Vanwege de al in Nederland geboekte tweedaagse excursie naar Athene. In onze slotweek. Er zijn nog onvoldoende mensen voor die trip. Daarom probeer ik die naar deze week te halen. Marjolein zal kijken of die excursie om is te boeken naar deze week. Wij nemen dat als maat voor het huren van een auto.
De omgeving leent zich voor het maken van wandelingen. We hebben al een wandelkaart en koop nog een Engels- en een Duitstalig boekje. Dat moet voldoende zijn. En dan gaan we op pad. Met voldoende drinken. Eerst langs het oude Kardamíli en vervolgens langs de Viróskloof omhoog. Over een pad dat ook voor mij redelijk begaanbaar is. Het hijgen neemt toe. Een ding is snel duidelijk. Geen groepswandeling voor mij. Geen wandelexcursie dus. Dit is genoeg. Wandelen in eigen tempo. Niemand ophouden. Ja, Tineke.Die mijn fratsen dapper verdraagt. Zo nu en dan even stoppen. Voor een slokje water en een fotoshoot, zoals van de kloof die links met ons meeloopt. Landinwaarts. Onderweg springen de hagedissen voor onze voeten weg. Het pad slingert omhoog. We overbruggen een hoogteverschil van ongeveer tweehonderd meter. Niet zo gek veel misschien? Maar met slechte achillespezen en een knikkende knie vind ik het een hele prestatie.
Geelzwarte blokken leiden ons naar Aghia Sófia. De Byzantijnse kerk met die naam prikt ineens voor ons uit, boven het pad.Voor een bezoek aan de kerk moeten we bij de priester in Kardamíli zijn. In dit gehucht is er geen sleutelhouder meer. Jammer, want de muren van dit kerkje moeten heel indrukwekkend zijn. Met fraaie fresco’s.
Wie denkt dat er in Aghia Sófia een taveerne of een kafeinion is komt toch echt bedrogen uit. Dit dorpje, uh wat er van over is, heeft ze niet. Toch denken we er een gevonden te hebben. Op een terras zitten wat dames gezellig te keuvelen. Tineke vraagt of we iets kunnen drinken. Gelach klinkt op. Ja, dat kan en we hoeven niet te betalen. De gastvrije bewoonster, een Duitse die in de zomer massages geeft en in de winter boeken schrijft, woont hier twee jaar en is die vraag gewend.Wij willen achter een frappé zitten. Het wordt een fles water. Eigenlijk overbodig want we hebben zelf nog twee flesjes van een halve liter en één grote fles met water in onze rugtas zitten. Drinken genoeg dus. Maar ja, gastvrijheid sla je niet af. En na onze dorstige kelen gesmeerd te hebben, vervolgen wij ons pad.
Op zoek naar het volgende dorpje Petrovoúni. Hier in de omgeving is een bike-run gehouden. Er staan overal bordjes, maar de geelzwarte markering van onze wandelroute is er niet. Moeten overschakelen naar een andere kleur, slaan er een slag naar, lopen rond en komen op ons oude route uit. We dalen langzaam. Geen Petrovoúni vandaag. Komt morgen wel. Vanuit Várdia. Voor de eerste dag is het mooi geweest. Het klimmen vind ik heel vermoeiend. Het dalen valt echter ook niet mee. Ik merk dat al snel. Het eerst neerzetten van mijn rechtervoet voelt prettiger aan. Maar gaat niet altijd op.Heelhuids kom ik naar beneden. Voor Tineke is dat vanzelfsprekend. Op sommige stukken loop ik voor haar uit, dat vindt zij prettiger. Toch laat ik haar op andere delen voorgaan. Wil mijn eigen tempo bepalen. Botsingen voorkomen. Sta namelijk regelmatig onverwacht stil om te kunnen inschatten waar ik mijn voeten het beste kan neerzetten. Heel berekenend allemaal. Inderdaad. Het gaat sneller dan gedacht. Maar dat is met dalen meestal het geval.
Bij Gialos - aan de kust – aan de kust eten we meatballs en gemista (gevulde tomaat en paprika). Met verse sinaasappelsap en een Fanta citroen. Op ons gemak keren we terug naar Várdia. Tineke spoelt daar onze shirts uit. Ik lees, schrijf en dut in.
’s Avonds gaan we uit eten bij Skardamoúlos. Daar eten we kleftiko voor mij, terwijl Tineke kip neemt overgoten met een sausje. Daarvoor hebben we al een Salata Kíros (sla, tomaat, wortelsliertjes, kool en komkommer) gekregen. Na een afscheidsdrankje keren we terug naar onze berg.Tineke mijmert weg op het balkon. Ik duik om half elf onder de wol.

9 juni 2009

Pilletje

Maandag 11 mei 2009
Ik zit te puffen op het balkon. Ons balkon. Bij Várdia. Een prachtige locatie. Nog mooier dan de folder van Ross aangeeft. En wij boffen. Ons appartement is uitgerust met twee balkons. Een, laat ik het de voorzijde noemen, die uitkijkt over het dorp Kardamíli en de zee. Beter gezegd de baai of golf. De naam komt wel, zoek ik wel op, maar nu even niet. Nu eerst bijkomen van de reis. De heenreis van een vakantie, waaraan weinig voorbereidingen vooraf zijn gegaan. Dat kan ik niet opbrengen. Ik heb al moeite om de juiste letters in de juiste volgorde op papier te krijgen. Ik moet oppassen dat het geen negatief verhaal wordt, niet depressief. Dat verdient de omgeving niet.

Maar laat ik het maar gewoon weer proberen. Het tijdpad volgen. Daarvoor moet ik terugkeren naar de zondagavond. Want voor ik op vakantie ga, moet ik wel eerst mijn belastingaangifte ingevuld hebben. En verzonden hebben. Rijkelijk laat ben ik daarmee. Ja, dat weet ik. Dat hoeft niemand mij onder de neus te wrijven. Het is een jaarlijks terugkerend iets. Dat invullen en dat te laat zijn.
Als eindelijk de blauwe enveloppe op de bus is gedaan, net voor de bus wordt gelicht, kan ik mijn tas pakken.Met nieuwe kleding, eerder deze week aangeschaft. Lekker gemakkelijk bij het inpakken. En er gaan uiteraard weer boeken mee. Toch blijft er nog voldoende ruimte over voor onze toiletartikelen, die keurig afzonderlijk verpakt in plastic zakjes, klaar staan op het keukenaanrecht.
Daarna begint het grote wachten. Douchen, lezen, tv-kijken, teletekst en nog meer teletekst, een uitsmijter voor mij. Tineke krijgt niets door haar keel. Ja, drinken maar geen vast voedsel. Even na tweeën de laatste dingetjes pakken. ‘Okay, waar is je paspoort?’
‘Nou, gewoon in mijn fototas, kijk maar.’ En dan grijp ik toch mis. Potverdorie, het zal toch niet. Grijp ik weer mis. Waar heb ik dat ding gelaten? Niks spelletje. Gewoon vergeetachtige Henkie. Ik moet diep in mijn geheugen graven. Kan bijna niets onthouden. Gelukkig valt het kwartje, het mag ook een euro zijn hoor. Mijn paspoort zit in mijn jas. Ik ben namelijk nog even op de bromfiets weggeweest. En dan moet je een identiteitskaart bij je hebben. Logisch toch allemaal?
Zo, dat probleem is ook weer opgelost. Naar het volgende. Stuurt Salders inderdaad een taxi naar de Pythonstraat? De afspraak is dat we om half drie worden opgehaald. Dan staan we ook al buiten. Maar nog geen taxi. Toch maar Raema bellen om ons weg te brengen? Zij heeft een vroege dienst en heeft aangeboden ons weg te brengen als het met de taxi mis gaat. Die kans zit er inderdaad in, want bij het bestellen zegt de dame van de centrale dat onze straat niet bestaat. Zelfs nadat ik ons adres heb gespeld, kan zij de straat niet vinden. Ze heeft duidelijk moeite met de ypsilon, de Griekse i.
Nog heel even wachten, voor ik ga bellen. Dan zie ik lichten de Giraffeweg indraaien. Dat moet de taxi bijna wel zijn. Wie rijdt er anders op dit tijdstip door Almere. En inderdaad. Een jonge knaap achter het stuur van de donkergekleurde Mercedes. Zwart? Groen? Ik weet het niet.
Met een gangetje van de rond de honderd zoeven we naar Schiphol. De chauffeur heeft relaxte klassieke muziek op. Klassieke muziek. Vindt hij heerlijk als hij moet rijden. Twee keer wordt de jongeman opgepiept door een collega. De eerste keer staat zijn collega voor paal in Buiten. Er is niemand op het afhaaladres. Dat is balen. En wij zijn net onderweg vanuit Buiten naar de lichtjes van Schiphol. En vervolgens heeft onze vervoerder nog een haastklus in Amsterdam. Dat kan uiteraard pas als alles met ons is afgerond.
Op Schiphol gaat alles redelijk vlot. Snel ingecheckt. Geen raamplaats voor Tineke helaas. En ook al niet naast elkaar. Dat is even slikken. Oef de zenuwen gieren door de keel. Niet voor lang. Het ingenomen pilletje begint gelukkig al snel te werken. Een (Volks)krant kopen.Een kopje thee/koffie en een broodje. Ondanks dat ik thuis al heb gegeten. Dat broodje snijd ik doormidden, zodat Tineke toch nog iets naar binnen krijgt, voor we de lucht in gaan.
We wandelen tenslotte nog even langs de veel te dure winkeltjes op de luchthaven voor we naar gate D85 gaan. Bijna aan het einde van de pier. We moeten nog een halfuurtje wachten voor het boarden begint. Beneden op het platform komen nog steeds tassen aan. Nee bij ons geen stress. Zelfs niet als de piloten pas heel laat arriveren. Met enige vertraging wordt de Boeing 737 van zijn plek geduwd, taxiet rustig naar de startbaan en vertrekt. Ik ben ongerust over Tineke, die in een verstarde houding zit. Zelf ervaart ze dat niet zo. “Het gaat best goed, voel me prima!’
De vlucht gaat ook al relaxed, vanaf de Polderbaan over het Roergebied en langs voormalig Joegoslavië naar Kýthira, waar hard wordt geremd op de kleine landingsbaan van het militaire vliegveld. Hier verlaat een grote groep mensen de Transaviavogel. Vakantiegangers op weg naar huis nemen hun plaatsen in. Kunnen nog niet op de aangewezen stoel zitten, moeten daarmee wachten tot wij in Kalamáta zijn uitgestapt. Want wij hoeven niet van onze plaatsen af. Een snelle tussenstop, dus ook lekker vlot door naar het vaste land. Omdat we niet over militair terrein mogen vliegen, duurt de vlucht echter langer dan echt noodzakelijk is. Ja, Verenigd Europa en een NAVO-lidmaatschap gelden hier niet. Griekenland is op dit vlak nog steeds heel erg star. Fotograferen van militaire objecten is bijna een halsmisdaad. Vlak voor de landing op het vliegveld van Kalamáta moeten de piloten afrekenen met turbulentie. Tineke voelt dat al van ver aankomen en doorstaat het prima. Ooit wordt ze nog eens een onversaagde luchtreizigster.
Haar tas ligt redelijk snel op de lopende band.Het wachten is op mijn tas. Als die eindelijk in de bagagehal verschijnt, volgt luid gepiep. De band wordt stilgezet. Nee, er is niets aan de hand. Het is allemaal heel normaal. Alle bagage ligt nu op de band, dus waarom laat je die nu nog verder draaien.
Op weg naar de bus worden we door twee dames van Ross opgevangen. Ze hebben ieder hun eigen taak. Een sticker op onze tassen geeft aan dat we naar Várdia moeten.Lekker handig voor de chauffeur en voor het wegbrengen van onze bagage in Kardamíli. De tassen gaan in een bestelbus en worden naar boven gereden. De bezoekers van Anníska? Gaan met hostess Marjolein Bruijn naar dit complex. Wij worden met een auto naar boven gebracht. Deze eerste keer. In Várdia worden we ontvangen door Fotini Dimitréas en krijgen kamer 23 toegewezen. Beter hadden we het niet kunnen treffen. ’s Middags kunnen we in de zon uitkijken over de zee en de heuvels en ’s morgens kunnen we in de zon ontbijten op ons balkon aan de andere kant.Ontbijten in Várdia zelf kan ook, voor de somma van tien euro per persoon. Zuinig als wij zijn laten we dat aan ons voorbijgaan. Voor dat geld loop ik gemakkelijk vijf keer op en neer naar het dorp. Bovendien is het veel leuker om zelf het ontbijt te maken en de gang iedere morgen naar de bakker hoort er voor mij gewoon bij. Van dat aanbod maken we dus geen gebruik.
Tineke heeft ondertussen trek gekregen. Na ons snel te hebben opgefrist wandelen we naar beneden. Via de trap.Dat is het snelst. Bij het pleintje nemen we de eerste afslag naar twee taveernes. Kíki is echter nog gesloten en ook de keuken van Skardamoúla is dicht. Langs de hoofdstraat zitten bij Maístros mensen te eten. Daar moet het lukken.
De pikolomikri (klein) wordt als groot omschreven en wordt daarom afgeraden door de serveerster. Voor mij daarom maar een Caesarsalade. Tineke kiest voor een salade met mozzarella en verse jus. We zijn dertien euro kwijt.
De eerste boodschappen doen we bij een minimarket in een zijstraatje. De bakker heb ik nog niet kunnen vinden. Die moet er wel zijn. Met onze eerste boodschappen wandelen we terug naar Várdia. Over de weg. Omhoog. Dat is te doen. Hoewel? Ik zweet als een otter.
Het is nu tijd om ons te installeren. Tassen uitpakken. Boeken opstapelen. Lezen, slapen. Zo’n eerste dag slapen wij heel wat af en komen meestal niet aan het avondeten toe. Ditmaal worden we op tijd wakker en gaan nog uit eten. Vinden ondertussen ook de bakker.
Het eerste restaurant dat we aan de kust bekijken zit nog dicht. Het is nog vroeg in het seizoen, dus zo gek is dat allemaal niet. De tweede is wel open: Kíki dus. We nemen een gezonde choriatiki en spoelen dat weg met ouzo en Amstel. Verder een stifado voor Tineke en een geitenpootje in tomatensaus voor mij. Voor 26 euro, uit en thuis. Want we moeten opnieuw lopend naar Várdia. Via de trap ditmaal en eerst nog even bij de supermarkt langs voor water en een wandelkaart van de omgeving.
De trap is wel zwaar. Maar in het donker toch prima te doen. Het eerste stuk is onverhard. De meegenomen kleine zaklantaarns zijn een uitkomst. De door Dimitréas aangelegde trap is volledig verlicht. Hijgend en puffend kom ik boven. Bijna in een keer gedaan. Na een paar minuten is mijn ademhaling weer normaal. Dat gaat de goede kant op. Om half elf ga ik plat. Tineke is dan al een halfuurtje onder zeil. Meestal is dat andersom. Tijdens vakanties slaap ik meestel eerder dan zij.

8 juni 2009

Gewijzigd plan

Dit is het eerste verhaal uit een serie van 24. Ze gaan over onze voorjaarsvakantie 2009. Verder is het mijn verhaal. Natuurlijk heb ik gebruik gemaakt van lectuur en heb ik geluisterd naar gidsen en anderen. Welke boeken ik heb gebruikt? Dat zal ik in het laatste artikel vertellen. De foto's die ik plaats zijn door Tineke en mij gemaakt.

Deze serie vakantieverhalen hoort eigenlijk over onze voorjaarsvakantie in Israël te gaan. En niet over een reis door Griekenland. Maar het kan raar lopen in het leven. De reis naar Israël hebben wij vorig jaar al aangekondigd. De route zelfs al helemaal uitgestippeld en een offerte aangevraagd. Een rondreis van vijftien dagen. Eerst naar het noordwesten, dan naar de Golanhoogte, vervolgens afzakken naar het meer van Galilea en verder zuidwaarts naar de hoofdstad Jeruzalem. De rondreis is zo afgestemd, zodat we geen transfers hebben op de sabbat. Een vakantie waarbij rekening houden met de gevoelens van het volk. Vooraf veel rekenen en puzzelen. Echt leuk.
Geen goedkope vakantie dat weten we. We hebben de prijzen van vorig jaar en daar komt iets bovenop. Maar de som die ons wordt voorgeschoteld is te gortig. Dat is slikken. En dat moet de vlucht nog eens worden betaald. Even wachten met een vlucht boeken, raad het reisbureau ons aan. Want er komen goedkopere aanbiedingen. Ja, dat is leuk maar de reis door Israël dan. Komen daar ook aanbiedingen voor? Nee, daar moeten we het mee doen.
De goedkoperen vliegaanbieding rolt even later met de mail binnen. Ons besluit staat dan al vast. Geen Israël reis (dit jaar) voor ons. Deze prijzen voor vijftien dagen zijn te gortig. Dit doen we niet. Bovendien vijftien dagen worden al snel teruggebracht tot dertien. Want we reizen pas ver in de middag naar Israël en zijn dus pas ’s avond op onze eerste bestemming. En bij het vertrek hebben we een supervroege vlucht naar Schiphol. Hier doen we niet moeilijk over. We zetten dat plan uit ons hoofd.
Een ander reisdoel? Daar doen we ook niet moeilijk over. Dat wordt de Pelopónnesos. Even googelen naar de site van Ross Holidays en dan staat ook de rest al vast.We gaan voor het plaatsje Kardamíli, dat als pittoresk staat omschreven. En de accommodatie Várdia staat ons ook wel aan. Iets buiten het centrum, op een heuvel. Het voorstel van Tineke wordt door mij met algemene stemmen aangenomen. Wel breng ik nog ene amendement in. Geen studio, maar een appartement. We willen er namelijk drie weken doorbrengen en dan is een kamer extra wel zo fijn.
We krijgen van Ross een vroegboekkorting en een extraatje omdat we een redelijk vaste klant beginnen te worden. Uiteindelijk zijn we bijna de helft goedkoper uit dan bij ons eerste plan. Wat wil een mens nog meer. Nou mooi weer bijvoorbeeld. De reis staat gepland voor vertrek op 11 mei en terugkeer voor 1 juni (Tweede Pinksterdag). Dus dat kan alle kanten op. Het kan regenen, maar ook flink warm zijn.
De Pelopónnesos is het meest zuidelijke deel van het vaste land van Griekenland.Door het graven van het kanaal van Kórinthos wordt de Pelopónnesos ook wel eens oneerbiedig een eiland genoemd. Maar doordat het via een aantal bruggen aan de rest van het vaste land is verbonden, willen de Grieken daar zelf niets van horen. En gelijk hebben ze vind ik. De Pelopónnesos is verdeeld in diverse provincies. Met de klok mee, Achaï, Korinthia, Arkadia, Lakonia, Messinia en Ilia. In dit deel van Griekenland wonen ongeveer anderhalf miljoen mensen.En de namen Olympia (in Ilia) en Spárta (in Lakonia) spreken uiteraard voor zichzelf. Maar ook de allereerste hoofdstad van Griekenland is hier te vinden. Olympia en Sparta staan uiteraard meteen op ons verlanglijstje. En de rest? Dat zien we later wel.
Zoals plaatsen en gebieden heeft ook de Pelopónnesos nog een andere naam: Morea. De naam van het schiereiland is een samentrekking van het Griekse woord nisi (eiland) en Pelops. Pelops was in de mythologie de zoon van koning Tantalus. Deze Tantalus zette de goden een maaltijd voor, waarin delen van zijn zoon Pelops werden ontdekt. Dit werd ontdekt nadat Demeter een hap van het voedsel had genomen. Pelops werd weer tot leven gewekt, maar miste wel een stuk van de stuk van zijn schouder (de hap van Demeter) en daarvoor in de plaats werd een stukje ivoor geplaatst. Later kom ik nog wel een keer (bij het verhaal over Olympia) op deze Pelops terug.
Het plaatsje waar wij heen gaan, heeft enige tijd als havenplaats van het vroegere Sparta gefungeerd.Kardamíli ligt zelf in de provincie Messinia. De hoofdstad daarvan is Kalamata, het financiële bolwerk van de Pelopónnesos. Misschien niet het belangrijkste maar zeker het beruchtste deel van Messinia is de Máni, dat zelf weer in twee stukken is verdeeld (Buiten – Exo en Binnen – Mesa). Exo Máni begint iets ten zuidoosten van Kalamáta bij het plaatsje Kambos en loopt door naar de stad Areopoli. Daaronder ligt het nog ruige Mesa Máni met vaak piepkleine dorpen.
De fantasie van de Grieken neemt soms wel eens een loopje met hen. Het kan natuurlijk ook mijn fantasie zijn. Maar goed. Tijdens onze vorige vakantie heb ik geschreven over de toegang naar de onderwereld, die via de rivier de Acheron te bereiken is. Nee, ik neem die worden niet terug. Toch schrijf ik nu dat de ingang naar Hades, in de zuidpunt van de Máni ligt. Bij Kaap Tenaro. Maar niemand heeft de opening daadwerkelijk gevonden. Of beter: er is niemand die het heeft kunnen navertellen, waar de weg naar de onderwereld begint. Ik hoor het de mensen al zeggen: ‘Ga eens naar Peter R. de Vries. Die weet het vast wel.’ Ik bedoel echter een andere onderwereld. Het rijk der doden, het schimmenrijk.
Maar terug naar de Máni en zijn bewoners, de Mánioten. Mensen met een enorme vrijheidsdrang. Het zijn echte maniakken, grijpen heel snel naar de sabel en het woord bloedwraak, kan hier uitgevonden zijn. De vendetta’s gingen soms om een blik, maar ook zijn hele families uitgemoord om een stukje vruchtbare grond.
De Mánioten zijn vermoedelijk afstammelingen van de Spártanen. Mensen die hun vorige stad vrijwillig dan wel gedwongen hebben moeten verlaten. Met name de Mesa Máni is altijd vrij gebleven. De Turken zijn er bijvoorbeeld nooit in geslaagd, om dit stukje te onderwerpen.
De Máni heeft krachtige mensen voortgebracht. Sterke families heersten over de streek. De macht in het noorden is daarbij altijd van vader op zoon overgegaan. Het zuiden hanteert echter een andere regel. De leider van een stam wordt gekozen. Een vroege vorm van democratie. In het gebied staan talloze woontorens en forten.Van de verering van de Griekse goden is in deze streek nauwelijks iets terug te vinden. Er staan wel veel kerken en kapelletjes. En onbewoonbare (dichte) kloosters. De meeste religieuze gebouwen zijn sowieso op slot tegenwoordig. Uit angst voor diefstal. De sleutel ligt soms op een verborgen plek. Er zijn ook sleutelhouders.
De Máni staat niet echt bekend om zijn mooie stranden. Zeker niet aan de westkant, het gebied waarin wij vertoeven. Wel is er voldoende gelegenheid tot zwemmen. We zullen het wel zien, als we er zijn. Kardamíli is zoals gezegd onze uitvalsbasis. Het ligt aan het begin of einde van de Viróskloof. Een wandelgebied, een gebied om tot rust te komen.

5 juni 2009

Stem

Voor of tegen
ja of nee
mijn mening telt
voor de verkiezing

Het kleine hok
de rode stift
het puntje nat
en uitgeschoten

Ze doen maar wat
na de tellerij
daarom mijn stem
krijgen ze niet

2 juni 2009

Vardia

Trots
houdt zij de wacht
daar op de berg
jaar in jaar uit
ontvangt er gasten

Turend
over de
Golf van Messinia

Kijkend
naar de lichtjes
van Kardamili
vanaf het balkon

Dromend
over de Mani
van toen
in het heden

Toostend
op het schone
Vardia

27 mei 2009

Gedonder

Soepel glijden
door de bochten
laaghangende
bewolking
grijs en grauw
regendruppels
kletteren
op het koetswerk
ruitenwissers
af en aan

Ach bliksem
het geeft
gedonder
in de bergen

8 mei 2009

Moederdag

Één dag in het jaar
verwend worden

Uitslapen
een bloemetje
een geurtje
romantische muziek
ontbijt op bed

Een zacht gekookt eitje
sexy lingerie
voor wie