Posts tonen met het label Vakantie Peloponnesos. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Vakantie Peloponnesos. Alle posts tonen

1 juli 2009

Nakaarten

Als je in het oude Olympia, in Griekenland, bent geweest, dan moet je het bijna wel over sport hebben, als je gaat nakaarten over de vakantie.Maar bij de evaluatie van onze Parga-vakantie – eind zomer 2008 – heb ik al geschreven dat we de lat niet zo hoog hebben gelegd. Het is dus goedkoop om dat cliché nu weer te gebruiken. Toch is dat ook nu van toepassing.
Ik kan het ook hebben over een sprintje trekken over de Pelopónnesos. In theorie is dat misschien wel waar.
We hebben immers de oostkust bezocht, Monemvássia, de westzijde door middel van het hierboven al vermelde Olympia, we hebben redelijk in het zuiden gebivakkeerd, in Areópoli, en we hebben in het noorden gezeten, Kórinthos.
Dat laatste was bij een trip met de bus naar Athene. De prachtige hoofdstad van Griekenland. Althans, de stad heeft prachtige plekjes. Het uitzicht vanaf de akropolis is de moeite waard. Je ziet dan de hektiek van de stad. En daarna komen de details.
Ik heb hierboven heel bewust 'in theorie' gebruikt. Want eigenlijk hebben we onze vakantie in de eerste versnelling gedaan. Noem het van mijn part een slakkengangetje. Langere en kortere wandelingen gemaakt. Soms alleen maar in een plaatsje, ik noem Kastania en Kámbos.Er waren nauwelijks plannen bij vertrek. Wel wat wensen en de meeste daarvan zijn ook verwezenlijkt. Er moet echter altijd iets te wensen overblijven. Anders is er ook niets aan. En ik heb het al eens gezegd, wij hebben niet het idee dat we alles kunnen en willen zien.
Tineke had haar buik vol van alle opgravingen en wilde duidelijk iets anders. Niet zoals in het najaar in Épiros. Toen hebben we heel wat opgravingen bezocht. Al met al hebben we nu ook nog heel wat oude stenen bekeken. Iets minder overblijfselen uit de tijd van de Goden. Maar in Griekenland vind je op ieder gebied wel iets. Want Griekenland is duidelijk meer dan Zeus en Hera. Griekenland is ook meer dan de Hades.
Griekenland heeft een lange periode van strijd achter zich. Een tijd van overheersing door Venetianen, Byzantijnen, Turken. Noem ze allemaal maar op.En de Máni, de streek waarin wij verbleven, heeft daar zeker iets van meegekregen. Hoewel de bewoners ook echte vechtjassen zijn. En zich niet zomaar laten onderdrukken. Die vorm van onafhankelijkheid kom je nog steeds tegen. Tot in het fanatieke toe. Maniakken zijn het soms, maar wat wil je als je een Mánioot bent.Met Kardamíli als uitvalsbasis hebben wij een goede keuze gemaakt. Dit plaatsje is vernoemd naar Kardos, een zoon van Lakon, de eerste koning van Lakonië. Een andere provincie in de Pelopónnesos, dan waarin Kardamíli ligt. Van Kardamíli wordt gezegd dat het toeristisch aan het worden is. Een echte vergelijking met enkele jaren geleden kan ik niet maken. Ik zal het zeker niet toeristisch noemen. Ja, er zijn toeristen. Ja, er zijn taveernes. Ja, er zijn souvenirshops. Maar niet te veel van dit alles. Het is nog steeds uitstekend te doen.En met het prachtige Várdia, onze uitkijkpost over het dorp, zijn we ook al zo tevreden. Tel daar ook nog eens een rustige, vlotte reis met Transavia bij op. Iedereen kan derhalve begrijpen dat onze reis met Ross Holidays zeker voor herhaling vatbaar is.
Ik heb geprobeerd er tijdens de vakantie al wat leeesbaars van te maken. Van onze vakantie. Soms heb ik er thuis nog iets bijgevoegd, of wat geschrapt. De indrukken zijn verwerkt in beeld en geschrift. Van Ross heb ik het kaartje geleend en deze reisorganisatie heeft ook toestemming gegeven om het voorblad van hun reisgids te gebruiken. De foto’s bij de verhalen zijn gemaakt door Tineke en mijzelf.Niets geleend en niets gejat. Thuis raakte ik een tweehonderd foto’s (van Tineke) kwijt. Via een programmaatje aangeleverd door buurman Hans en de hulp van Jan (zette ze op een CD-rom) zijn de door mij van het digitale kaartje gewiste foto’s teruggetoverd.
De kennis over het gebied en Griekenland is mij niet zomaar komen aanwaaien. Daar heb ik daadwerkelijk het een en ander voor moeten lezen. Meestal ter plekke. Zoals in het boek ‘De schatten van Griekenland’ door Stefano Maggi en Christina Troso, uitgegeven door Kosmos reisgidsen. Dit vind ik een van de beste boeken op het gebied van de Griekse cultuur en is door mij weer geraadpleegd. Net zoals ik niet om Homerus heen kan. Zijn Ilias komt ieder jaar wel van pas. Verder heb ik voor de mythologie gebruik gemaakt van het boek Griekse Mythologie, van Sofia Souli, en uitgegeven door Toubi’s.
Het weinige voorwerk is gedaan via ‘Wereldwijzer Peloponnesos, door Henk Buma en uitgegeven door uitgeverij Elmar. In Kardamíli heb ik er weinig meer naar gekeken. Het is toch allemaal aan de summiere kant.
Ik heb zeker veel gehad aan het Engelstalige ‘Inside the Mani – a guide’ afkomstig van Matthew Dean, uit Stoúpa. Dit boek met wandelingen en uitvoerige beschrijvingen van plaatsen in de Máni is een echte aanrader en in diverse plaatsen in het gebied te koop. Ik ben geen Nederlandstalige versie tegengekomen.
De Nederlandse uitgave van ‘Olympische Spelen in de oudheid’, door M.I.Finley en H.W.Pleket, uitgegeven door Fibula-Van Dishoeck, heb ik in het verleden al gespeld en heb ik er thuis nog maar eens op nageslagen.
Mystras – Hystorical and archaelogical guide, van Myrtali Acheimastou-Potamianou, heb ik ter plaatse in Mystras gekocht. Dit boek is uitgegeven bij Hesperos in Athene. Bij dezelfde uitgeverij komt Corinth Canal – Historical and Archaelogical Guide, vandaan. Dit is een co-productie van K. Tsakos, E. Pipera-Marsellou en D. Tsoukala-Konidari.Athens – between legend and history, is afkomstig van Ha’i’talis Publishing uit Athene, met teksten van Maria Mavromataki. In de boekwinkel waar ik mijn slag heb geslagen, lag geen Nederlandse vertaling. Maar ze zijn er wel.
De dochter bij restaurant Kiki heeft met haar kennis van het gebied bijgedragen aan sommige van de 24 hoofdstukken. En natuurlijk – ik heb ze al gemeld, Terry (de Engelse gids), Giorgos (de buschauffeur) en Marjolein (de hostess) hebben hun kennis met mij gedeeld. Ook ben ik Themistocles Sarelakos dankbaar voor zijn geduld om mij – een paar jaar geleden - te proberen iets van de Griekse taal bij te brengen. Misschien dat ik een volgende keer wel opduik in zijn Marathea, in de Máni, vlakbij Gýthio. Als laatste wil ik het boekje ‘Discover Monemvacia’ noemen, geschreven door Ellie Emke en uitgegeven bij Lichnos in Athene.
Ik denk dat ik hiermee voldoende verantwoording heb afgelegd. Zelf heb ik gemerkt dat ik veel over we heb geschreven. We, zijn Tineke en Henk. Maar het is vooral mijn verhaal.
Voor wie? In eerste instantie voor mezelf, zodat ik de vakantie nogmaals kan beleven. Voor Tineke, die soms heel veel geduld met mij heeft.Voor onze kinderen en voor buren, vrienden en bekenden. Eigenlijk voor iedereen die gewoon iets wil lezen.
Of ik dit vaker doe. Ik heb het al vaker gedaan en hoop het in het najaar weer te kunnen doen.Dan zal het verhaal weer eens over het eiland Lesvos gaan.

30 juni 2009

Nasi

Maandag 1 juni 2009
Wat moet je nu nog zeggen over zo’n laatste dag? Wat moet je daar nu nog over schrijven? De vakantie zit erop. Die drie weken zijn gewoon sneller gegaan dan gedacht. Toch is het prima dat we weer naar huis gaan. Even geen Grieks eten meer. Ik maak ook geen ontbijt voor Tineke. Daar heeft zij echt geen zin in. Met een vliegreis voor de boeg, krijgt zij geen hap door haar keel.
Nog even een verfrissende douche. Laatjes nakijken. Opletten dat alles wat we mee willen nemen, ook daadwerkelijk in onze tassen verdwijnt. En de rest weggooien of gewoon laten staan. Zoals de overgebleven flessen water. We nemen nog wel wat fris mee voor onderweg. Voor op het vliegveld.
De tassen worden door een bestelbusje opgehaald bij Várdia. Daar staan de koffers al van de andere twee Nederlandse koppels, als ik ze achterlaat. Nadat wij afscheid hebben genomen van Fotini wandelen zij voor ons uit naar beneden. Nog een keer de trap nemen. Het toegangshek is een paar dagen geleden geschilderd. Zwart. Is droog. En kan weer dicht. Afsluiten. Een hoofdstuk afsluiten. Een vakantie afsluiten. Maar hoe doe je dat?
Als wij beneden aankomen, dan staan onze tassen en de koffers van de anderen al bij het plein. Dat gaat snel. Ankie en Johan zitten op een bankje, we zwaaien en lopen naar hen toe. Vertrouwde gezichten. De terugreis is begonnen. Ook al zitten we nog niet eens in de bus. Daar hoeven we niet lang op te wachten. Nee geen bus niet met Giorgos aan het stuur. Die doet de excursies. Ook niet met Terrry als bijrijder. Op die plek zit Marjolein, onze hostess. De hostess van Ross.
Het is akelig stil in de bus. Iedereen is met zijn of haar eigen gedachten bezig. Geen uitleg meer over de omgeving. Dat is ook niet nodig. Wel als we in Kalamáta zijn een korte uitleg over hoe het eraan toegaat op het vliegveld. Het is een militair vliegveld. Dus niet fotograferen. Eigenlijk een overbodige mededeling. Alhoewel er zijn wel eens mensen hun fotorolletje op de laatste dag kwijtgeraakt, omdat zij zich daar niet aan hielden. Hoe gaat dat met digitale camera’s. Worden dan alle foto’s gewist? Moet het kaartje worden ingeleverd? Nee, ik heb geen zin om het uit te proberen.
Ondanks dat Kalamáta een redelijk groot militair vliegveld is, waarop diverse burgerluchtvaartmaatschappijen vliegen, verloopt alles vrij soepel. Het scannen van de bagage neemt niet echt veel tijd in beslag. En we zijn ook redelijk snel klaar met inchecken. Zitten net achter de vleugels. En Tineke bij het raam. Dat is gelukt.
We hebben zelfs nog even tijd voor wat frisse lucht. Samen met de Friezen uit Appelscha. En dan toch eindelijk maar eens door de douane, naar de vertrekhal. Het vliegtuig van Transavia is weer stipt op tijd. Op internet klagen veel mensen over de vertragingen van deze maatschappij, maar wij hebben daar eigenlijk niet of nauwelijks iets van gemerkt. De mensen die van Kýthira zijn gekomen, zitten al aan boord. De bemanning begint met haar werk.
Het duurt heel even voor we mogen opstijgen. Wachten op een aantal instructievliegtuigjes van de Griekse luchtmacht. Van die kleine zoemers die achter elkaar de landingsbaan opkomen. De baan waarop wij omhoog gaan. De baan waarmee wij afscheid nemen van de Pelopónnesos.
Onderweg blaast de wind in het staartstuk. De piloot legt uit dat hij aan de daarbij horende turbulentie wil ontsnappen door iets hoger te klimmen. Het stelt Tineke gerust. Haar valeriaanpil helpt trouwens toch goed. Ik heb geen pil nodig om te dutten, kijk met een half oog naar de film. En ik voel dat de daling wordt ingezet, al ver voor de piloot dat meldt. Ja, we komen weer via Enschede Nederland binnen. En dan is het via Flevoland naar Schiphol. Doordat we aan de rechterzijde van het vliegtuig zitten kunnen we van Almere niet veel zien. Ja de Oostvaarders- en de Lepelaarsplassen. Maar onze stad herbergt nog zoveel meer schoons.
Dat zien we straks wel weer. Eerst landen. Om ongeveer tien voor drie. Vlucht HV 738 zit erop. Lekker op tijd. Zelfs iets eerder dan verwacht. En we blijven verschoond van lang taxiën. Dat is ook mooi meegenomen. De Boeing wordt geparkeerd bij Gate C10. Nog een meevaller. Want dat betekent geen lange wandeling. En ook onze bagage hoeft niet zo’n grote afstand af te leggen. Ligt razendsnel op de band. Afscheid nemen van Johan en Ankie. Adressen zijn al uitgewisseld. En omdat Tineke al een treinkaartje heeft gekocht lopen we daar ook geen oponthoud mee op. Hup naar de trein, die al na een paar minuten aan komt rijden. Wat zijn we een mazzelkonten.
Tweede Pinksterdag. Het is rustig. In de trein. Op de weg. Eigenlijk overal. Om tien voor drie op Schiphol en om half vijf thuis. Raema heeft ons, zoals ook de laatste paar jaar, opgehaald bij het station in Buiten. Naomi zit thuis te wachten. Met Gianny en een pan nasi. Die pan moet even wachten. Eerst even de shirts voor Gianny uitpakken. Daarna tassen naar boven brengen en bijpraten, eten en vervolgens doe ik de eerste was. Zo de vakantie zit er nu echt op.

29 juni 2009

Opnieuw scherven

Zondag 31 mei 2009
Lui. De laatste dag in Kardamíli. Ik bekijk de wereld van ons balkon. In alle vroegte. De haan begint te kraaien en dat is voor Tineke het sein om heel loom de ogen eens open te doen.Alleen die beweging is al voldoende om in de starthouding te springen. Ik denk terug aan de Spelen. De Spelen van toen. Hebben ze ook een wedstrijd eitjes koken gehouden. Daarmee had ik zeker niet gewonnen. Ze moeten niet helemaal zacht zijn. Maar zeker ook niet te hard. Zo’n halfzacht eitje. Ken je dat? Nou mij lukt het weer niet. Ja, het eigeel druppelt al wel iets. Ze zijn al een stuk beter. Maar net nog niet helemaal af. Tien tellen te lang. Nog even oefenen hier. Dat zit er niet in.Morgen weer naar huis.
Vandaag begint het grote pakken. Vroeger had het wel iets weg van: donder je spullen er maar in. In die grote tassen. Verdeel het een beetje, zodat niet de ene tas propvol zit en de ander voor de helft leeg. Tegenwoordig gaan we toch iets zuiniger met onze spullen om. Tubetjes worden apart in plastic zakjes verpakt, zodat uitgelopen crème niet samensmelt met onze kleding. Een fles ouzo; eerst in plastic en dan in een shirt of handdoek rollen. De pot honing; twee plastic tassen eromheen en dan in mijn jas. Het is in Nederland toch redelijk weer en we worden opgehaald. Dus mijn jas heb ik niet nodig. Bovendien is het lekker stevig.
De tegeltjes voor de pergola, gaan in mijn rugtas. Wel zo veilig. En de boeken? Ach de meeste detectives en thrillers, die ik heb meegenomen blijven in Várdia achter. Op een stapel, samen met talloze andere boeken. De boeken over Griekenland verdeel ik zo goed als maar kan over de bodem van mijn tas. Een stevige ondergrond. Maar wel opnieuw beginnen met pakken dus, want daar lag mijn handdoek al uitgespreid. Wat kan een mens toch aan rommelen.
Tatyana komt onze kamer opruimen. Vraagt of het kan. Zij verontschuldigt zich. Tineke zit nog in bed te lezen. Heerlijk lui. Niets hoeven. ‘Nee, het is geen probleem. Kom maar.’ Tineke verhuist naar het balkon. Wil alleen maar luieren. En Lezen. Is niet van plan om ook maar een pas buiten het complex te zetten. Ja vanavond. Nog een keer Grieks eten. En die pizza dan? Die pizza, die nog in vriesvak ligt? Nou rustig laten liggen.
Ik vat het plan op om nog een poging te wagen om op zoek te gaan naar de tombe van Dioscouri. Die tombe moet liggen naast het pad naar het oude Kardamíli.
Dioscouri is afgeleid van Dias, een andere naam voor Zeus.De zonen van Zeus, Castor en Pollux zijn geboren uit Leda. Om haar te verleiden nam Zeus de gedaante van een zwaan aan. Diezelfde nacht vrijde Leda met haar man Tyndareus, de koning van Sparta. Een vruchtbare vrijpartij waaruit twee tweelingen worden geboren. Polydeuces (Pollux) en Helena, die als kinderen van Zeus worden beschouwd en Castor en Clytamnaestra, de koningskinderen.
De Dioscouri onderscheiden zich tijdens de Argonautentocht aan de zijde van Iason en Peleus.
Maar echte lieverdjes waren het niet. Wat te denken van het volgende verhaal. De broers waren uitgenodigd op de trouwpartij van twee van hun nichten. Die trouwden met twee andere neven van de Dioscouri. De meisjes werden echter door Castor en Pollux geschaakt. Dat liep echter niet goed af voor de broers. Ze werden betrapt en in het gevecht dat daarbij ontstond werd Castor gedood en raakte Pollux gewond. Zeus nam toen Pollux op in zijn woning op de Olympus. Pollux was het daar niet mee eens. Hij zou onsterfelijk worden, terwijl Castor in de Hades zat. Zeus nam daarop de beslissing dat de ene zoon de ene dag onder de Goden verbleef. En de volgende dag de ander. En zo geschiedde.
Voor ik achter die geschiedenis ben, is er al weer menig uurtje verstreken. Ik ga naar beneden. Nee, niet naar de tombe, waarvan niemand in Kardamíli weet wie daar nu echt gelegen hebben. Nee, ik kom zelfs de berg niet af, die middag. Maar ik heb nog een oude rekening te vereffenen. Met Marianna. Gewoon wat drankjes betalen. En voor de mislukte internetpoging. Daar heeft zij nu problemen mee. Met de serververbinding. We babbelen nog even, voor ik weer terugkeer naar onze kamer. Naar Tineke. Met twee ijsjes. Van een redelijk formaat. Niet te groot, want dan vindt Tineke er niets meer aan.
Aan de achterkant op het balkon is het heerlijk vertoeven momenteel.Een van de drie witte katten ligt lui, opgekruld onder een boom in de schaduw. Ja zo recht onder de zon is het eigenlijk ook veel te heet. De zwaluwen hebben hun roddeluurtje. Op elektriciteitskabels. Ze lachen wat af. Vallen zelfs van hun touwtje van het lachen en scheren daarna weer terug. Voor het volgende verhaal. Om je te bescheuren.
Het kan natuurlijk ook, dat die beestjes voorspellende gaven hebben. Maar goed eerst nog wat eten. Zoals gezegd de laatste maaltijd in Kardamíli. De laatste maaltijd ook in Evtychia. Voor mij maar weer soutzoukakia, dat is me de vorige keer prima bevallen. Tineke neemt een portie gamba’s en geen patat. En geen ijs in de ouzo. Nee, alles gaat prima. In The secret garden.En dan gaan we terug. Nog een keer omhoog. Tegen de trap op. Flink stampen, zodat de slangen weten dat wij eraan komen. Zodat de slangen zich uit de voeten kunnen maken. Eenmaal boven ben ik niet helemaal tevreden met het inpakken. Terwijl Tineke geniet van de avondlucht boven Kardamíli, wil ik de honing liever aan de kant van de wieltjes van de tas hebben. Voorzichtig pak ik mijn jas uit de tas. Maar niet voorzichtig genoeg. Het pakketje rolt eruit. En pats. Die is stuk. De eerste tuimeling – op de dag van aanschaf - heeft de pot honing overleefd. Maar het heeft een tik gehad. En nu? Slechts drie decimeter was de val. In scherven. Gelukkig geen weggelopen honing door mijn tas. Geen honing in mijn jas. Alles blijft netjes in de plastic zakken. Ik vraag me af, wat zou er zijn gebeurd als de bagageverwerkers op het vliegveld met mijn tas hadden gesmeten. Was de pot dan ook in scherven gegaan? En had het plastic het dan overleefd? Misschien maar beter zo. Geen speciale honing mee naar huis. De scherven deponeer ik in de afvalbak. En duik zelf vervolgens onder.

28 juni 2009

Bloemen

Zaterdag 30 mei 2009
Ik ben op tijd wakker voor de bakker. Maar maak bij terugkeer niet meteen het ontbijt. We zijn een paar dagen vroeg uit de veren geweest en dus geef ik Tineke wat extra slaaptijd. Om half tien vind ik het welletjes. Opstaan.
Toch hebben we twee versnellingen lager geschakeld. Na de drukte van Athene is dit een welkome afwisseling. Ook na het ontbijt doen we het bolletjes aan.
Nog plannen? Ja, die zijn er nog wel.
Hoewel, voor mij geldt dat de vakantie nu ook wel afgelopen mag zijn.
En nee, we hebben bij lange na niet alles gezien.
Maar wat moeten we nu nog. Na die geweldige indrukken uit Athene. En alles wat we al wel hebben gezien.Tineke heeft het antwoord: een krant kopen. Lezen op een terrasje. Nieuws opslorpen uit Nederland. Nieuws tot ons nemen uit de rest van de wereld. Ja, oud nieuws. Maar dat is nieuws sowieso. Nieuws is verleden tijd. En verleden tijd hebben we de afgelopen dagen al genoeg gezien.
Toch maakt Tineke geen haast om snel naar het dorp te gaan. We vertrekken pas na twaalven. Nadat Tatyana onze kamer heeft opgeruimd en het bed heeft verschoond. Want dat gebeurt hier zo’n vier keer per week, verschonen. Iedere dag wordt het bed bovendien opgemaakt. Zelfs als we dat zelf al zo goed en zo kwaad als we kunnen hebben gedaan. Het kan altijd beter. Verder even snel de badkamer een lap en een dweil over de vloer. Nee, niet door ons, maar door de Roemeense hulp. Het hoort allemaal bij de service in Várdia.
Met de gang naar beneden verlaten we ook de herrie.Boven de grotten bij Várdia wordt het gras gemaaid. Het onkruid gemaaid. En dat gaat met van die handmaaiers, die zoveel lawaai produceren.
Tineke wil mij nog een boot met bloemen laten zien. Die moet ik op de foto zetten, want zij heeft haar toestel niet bij zich.Bloemen en Kardamíli horen bij elkaar. De mensen doen hier hun uiterste best om kleur aan hun bestaan te geven.
In het dorp staat de Volkskrant nog te wachten in het rek bij de boekhandel. Gelukkig, geen Telegraaf. Wat oud nieuws in plaats van een roddelrubriek als opening van de krant. Gedrukt op donderdagnacht. Bij de abonnees vrijdagmorgen op de mat en bij ons dus op tafel. Naast de frappé. Met suiker voor mij, zonder suiker voor Tineke.Bij café Tikla, aan de kust. Met uitzicht op het eiland Meropi.
De rust daalt over mij neer. Maar niet voor lang. Ik spring op, ga aan de wandel. Niet ver. Naast Tikla ligt restaurant Charílaos en daarnaast is een piepklein strandje, waar oud en jong zich vermaakt. Een eenzame buggy staat te wachten tot het weer wordt gebruikt. Door een moeder met kind.
Voor we terugwandelen naar Várdia wil Tineke eerst nog een lunch. Die gebruiken we bij het café waar we gisteravond met Johan en Ankie hebben gezeten. Een tosti met ham en kaas voor Tineke en een baguette met onder andere mozzarella voor mij. We spoelen dat weg met verse sinaasappelsap en citroenlimonade.
Nog snel wat ouzo en Fanta lemon kopen voor we naar boven klimmen. Je kunt toch niet met lege handen arriveren? Het is veel te warm om je ergens druk over te maken. Een luide dag vandaag. Die luie dag hebben we bovendien wel verdiend. Zeker Tineke, die ons toch een aantal dagen door de Máni heeft gestuurd.
’s Avonds keren we weer terug naar de kust. Naar Charílaos. Daar hebben we om half negen afgesproken met Ankie en Johan. Het wordt een gezellige avond. We praten veel, luisteren veel en wensen elkaar een rustige zondag. Voor zij naar hun appartement vertrekken. En wij over de weg naar wachtpost Várdia lopen.

27 juni 2009

Dansje

Vrijdag 29 mei 2009
Voor de derde op achtereenvolgende dag om zes uur op. We zijn op vakantie hoor. Dit is geen werkritme. Wel vermoeiend. Het ontbijt staat klaar, schuin aan de overkant. In de hoofdvestiging van het hotel. Vanaf half zeven.En wij moeten om acht uur klaar staan voor een gezamenlijk programma in Athene. Voor we weer terug rijden naar de Máni. Maar eerst dus het ontbijt. Dun sap, slappe koffie, hard brood, koud kruimelei, een croissantje. Nee geen medelijden svp.
De tas staat al gepakt. Nog wel even de tandjes poetsen en de laatste dingen opbergen en op tijd naar beneden.De meisjes van het naaiatelier zijn al weer aan de slag. Een portier sjouwt zich bijna een breuk met de koffers, die door Japanners in het bijgebouw zijn achtergelaten. Sommige koffers zijn bijna net zo groot als de eigenaar. Nou onze tas draag ik zelf wel. Tussen twee strak geparkeerde auto’s door.
Ik heb het al een keer geschreven. Athene is de hoofdstad van Griekenland. Maar dat is niet altijd zo geweest. De eerste hoofdstad van het onafhankelijke Griekenland is Nafplio, op de Pelopónnesos. Nadat de eerste president Kapodistria door twee Mániotische broers is vermoord, wordt Otto von Wittelsbach tot koning gekroond. En hij brengt de zetel over naar Athene dat vervolgens uitgroeit tot de met voorsprong belangrijkste stad van het land. Tot een metropool. Tot een stad met tegenwoordig ongeveer vier miljoen Griekse inwoners. En tel daar dan nog ongeveer een miljoen (illegale)immigranten bij op.
Voor de naam van de stad moet ik ver terug in de oudheid. Zover dat er zelfs geen jaartal aan hangt. Terug naar de tijd van de Goden. Poseidon en Athene hebben hun oog op de plaats laten vallen. De bewoners mogen kiezen. Ze geven ieder een geschenk aan de plaats. Poseidon schenkt het dorp water en Athene geeft een olijfboom. Koning Cecrops van Attica roept de bewoners op om te gaan stemmen. Alle mannen kiezen voor het water. Alle vrouwen voor de olijfboom. In het dorp woont een vrouw meer dan er mannen zijn, zodat Athene wint. Poseidon kan niet goed tegen zijn verlies en zet heel Attica onder water. Om Poseidon mild te stemmen wordt besloten om de vrouwen voortaan het stemrecht te ontnemen. Het duurt eeuwen en eeuwen voor zij dat terugkrijgen.Het bewijs voor dit verhaal is opgeslagen bij het Erechtheion. Hier is een bron met brak water en de olijfboom, van Athene. Dat Erechtheion is overigens gebouwd ter ere van de slangenkoning, Cecrops. Op de akropolis.
Daar gaat ons gezelschap vandaag naar toe. En wordt ontvangen door de charmante gids Vicky.Die ons overlaadt met gegevens over dit deel van Athene. Over de Goden. Over de mythologie, over bouwkunst en uiteraard over de bouw van diverse gebouwen op de akropolis. En het herstel ervan. Nee, niet alles wordt in de oude stijl teruggebracht. Dat is niet de bedoeling van deze werkzaamheden. Echt uitgebreid stilstaan bij alles kan niet. Want daarvoor is er hier gewoon te veel. Daarvoor moet je dagen uittrekken. Weken, wellicht maanden. En die tijd hebben we niet. We zijn er nu. En nu krijgen we heel veel te horen. Zo veel dat er veel weer met de zon verdwijnt. En die brandt boven op de akropolis. Vandaar dat ons bezoek ook vroeg begint. En we zijn niet de eersten.
We bekijken vanaf de bovenkant het Odeon Herodes Atticus.Daar wordt de Aida van Verdi opgevoerd. Het decor wordt zorgvuldig afgebroken. In dit theater kunnen vijfduizend bezoekers terecht. Het is gebouwd tussen 160 en 174 na Christus. Dit Herodeion, dat door Herodes is laten bouwen ter nagedachtenis aan zijn vrouw Regilia, ligt niet op het platform zelf. Dat geldt ook voor het naastgelegen theater van Dionysos.Beide liggen aan de zuidkant van de akropolis.
Voor de gebouwen op de akropolis is gebruik gemaakt van marmer dat op ongeveer vijftien kilometer afstand is gewonnen. Dat lijkt niet zo ver, maar bedenk wel dat men toen nog niet over de (vervoers)middelen van tegenwoordig beschikte.
Het platform is alleen vanuit het westen bereikbaar. Door de Beulépoort. Vernoemd naar de Franse archeoloog die de ingang nauwgezet heeft bestudeerd. De Propylaea geldt voor velen echter als de eigenlijke toegang en vervangt op zijn beurt een ingang die omstreeks 490 voor Christus is gebouwd. Het ontwerp van het Propylaea was voor zijn tijd zeer revolutionair. Architect Mnesicles gaf het de vorm van een tempel.De zuilen kregen een Dorische stijl, maar binnen zijn zes Ionische zuilen geplaatst. Het plafond is ingelegd met fraai versierwerk, maar daar krijgen wij niets van te zien. Bovendien is er in de loop der eeuwen veel verdwenen. Dit stukje bouwkunst is in 432 voor Christus opgeleverd. Men is er slechts zo’n vijf jaar mee bezig geweest.
Het Parthenon is het hoogste en absolute hoogtepunt van de akoropolis. Uitgangspunt was het met goud afgezette beeld van Athena Parthenon. De opdracht voor het maken van dit beeld werd gegeven aan de beroemde Pheidias, die de supervisie kreeg over alle bouwwerken op de akropolis. Het Parthenon werd gebouwd op de fundering van een eerder gebouw, dat door de Perzen was verwoest. Vijftien jaar is men er mee bezig geweest. Acht zuilen breed, vijftien zuilen lang. Voor de herbouw werd vooral gebruik gemaakt van het bestaande materiaal. Vanwege het gigantische beeld moest de tempel wel groter en breder worden. Van 23 naar 30 meter breed en van 67 naar 70 meter lang. De zuilen hellen heel licht naar binnen voor een grotere stabiliteit. De hoofdzuilen zijn dikker om het effect van het taps toelopen op te vangen. De beste kunstenaars van de stad hebben geholpen bij de talloze versieringen, afbeeldingen van de Goden en beelden uit het gewone leven, de geschiedenis.
Nadat wij aan de achterzijde van het Parthenon afscheid hebben genomen van de beëindigde rondleiding maken wij een kleine wandeling onder andere naar het al eerder vermelde Theater van Dionysos, de god van de wijn en eigenlijk ook beschermheer van de creatieve mensen. Dans en zang.Het oude theater bestaat uit drie delen. De plek waar de dansers verschijnen, het podium voor de acteurs en de tribunes voor de toeschouwers.
Er is nog veel meer moois te zien, maar ook scharrelen er twee dorstige schildpadden rond op het buiten terrein, waarvoor ook entree moet worden betaald. Die zit inbegrepen in het combinatiekaartje dat wij in het begin hebben gekocht, zodat we niet met lange wachttijden voor de kassa worden geconfronteerd.
Omdat we niet te laat willen komen, wandelen we naar het busstation, waar Giorgos ons zal oppikken. Hij mag daar zelf niet blijven staan met zijn bus. We hebben nog tijd voor de laatste aankopen, uiteraard een boekwerk en Tineke heeft ’s ochtends al een paar T-shirts gekocht. Precies op het afgesproken tijdstip komt Giorgos aanrijden.We gaan nu op weg naar het Parlementsgebouw, voor de wisseling van de wacht. We zijn nog iets te vroeg om ons al naar de trappen te begeven en maken nog een blokje om, langs het oude Olympisch Stadion, dat al in 1896 is gebruikt en ook in 2004 nog een functie had.
We zijn ruimschoots op tijd terug. Terry geeft ons nog wat tips over wat de beste plaats is voor het nemen van foto’s. En wat we wel en niet mogen doen.Naast de schildwachten staan voor een statieportret is toegestaan. Praten tegen de schildwachten ook, maar reken er niet op dat je een antwoord krijgt van de speciaal geselecteerde mannen, die in traditionele kledij zijn gestoken. En het is streng verboden om tijdens de ceremonie op de trappen te komen. Stokstijf hebben ze bijna een uur lang gestaan. En het stijve marcheren is daarom niet zo heel erg verwonderlijk.
Nadat het afgeloste duo is vervangen verlaten wij Athene. Via het Omonioplein, waar dit jaar – en ook in het verleden – al zoveel rellen zijn geweest. Bijna iedere demonstratie in Athene vindt hier plaats. Of wordt als startpunt gebruikt.Door al het gekrioel vindt Giorgos zijn weg.
Voorbij het Kanaal van Kórinthos wordt er even gestopt bij een wegrestaurant voor een snelle hap. Tineke probeert de spaghetti, ik houd het bij een broodje. Ik vind er nog een sleutelhanger van het kanaal.En daarna gaan we weer op pad, langs Tripoli en Megalopoli naar Gardenia, waar we nog even de benen kunnen strekken en de jonkies ons verlaten. De taxi staat al te wachten om hen naar Koróni te brengen. Wij gaan nog een klein stukje verder met Giorgos en Terry.
In Kardamíli zeul ik de trappen op met onze bagage. Wij zijn omstreeks zeven uur weer binnen en gaan ons opfrissen voor we bij Kiki gaan eten. Daar zitten Johan en Ankie we praten bij en schuiven aan, ondanks dat zij al klaar zijn met hun maaltijd. We nemen allebei Stifado en krijgen er nog een Griekse salade bij. In het dorp nemen we nog een afzakkertje voor wij over de weg de klim nog een keer aanvatten.
PS Nog een toetje. Onhoorbaar