Geschreven voor de maanduitdaging april 2026 van Schrijvelarij met als opdracht:
Stel: Je hebt een reisje geboekt op een cruiseschip en
nadert de Bermudadriehoek. Uit het niets sijpelt een dichte mist over het dek
en bedekt het complete schip, de klokken lijken te vertragen en de lucht lijkt
zwaarder. Wat gaat er gebeuren? Misschien kom je de Vliegende Hollander tegen.
Of Moby Dick. Misschien bezoekt een woedende Neptunus het schip, of Aliens.
Zaterdag 25 april 2026
Langzaam glijd ik weg. Niets is er. Met niets ben ik begonnen. In het niets zal ik verdwijnen. Compleet met al mijn gebreken, die als een mantel achter mij aan wapperen.
Na jaren van gezeur maak ik eindelijk de oversteek vanuit
mijn veilige continent naar de nieuwe wereld. Nieuwsgierig naar de stappen die
Robert Johnson heeft gemaakt tot hij op zijn kruispunt van wegen is beland.
Nieuwsgierig ook naar wat Bob Stanhope echt heeft bezield en waarom de
roodhuiden toch anders zijn gekleurd en waarom slechts de blanke nieuwkomers
met een rood verbrande huid rondlopen. Dat alles gaat door mij heen als ik in
mijn notendopje op de Atlantische Oceaan dobber.
De kabbelende golven strekken zich uit zover ik kan zien. Woeste
zee is reeds overwinnen en rimpels worden langzaam gladgestreken. De wind
verdwijnt uit de zeilen. De bolhoed van de Engelsman en de Franse steek worden
in mijn gedachten reeds vervangen door een verentooi van de adelaar.
De nacht slokt mij op, zelfs de maan laat het afweten. Geen
ster te ontdekken in de wolkeloze hemel. Het wonder voltrekt zich. Mijn
scheepje wordt opgezogen in een tuimelloze kolk. Ik zoek naar houvast maar
faal. Het getokkel van de lier klinkt in mijn oren. De Acheron steek ik over
zonder hulp van de veerman die de pilos draagt als eerbetoon.
In het oosten verschijnt het licht dat mij terugvoert naar
de plek waar ik liever ben dan in de staat waar conservatisme hoogtij viert.
Chaos is door hen uitgevonden. De rots steekt omhoog. Een zachte landing is
mijn deel.
Opa IJsbeer






