Vrijdag 30 januari 2026
Geschreven voor de maanduitdaging januari 2026 van
Schrijvelarij waarbij ik uiteraard gebruik heb gemaakt van mijn fantasie maar
ook van een illustratie.
Deze maand lees ik de oproep om eens een blog te schrijven.
Nu schrijf ik al zoveel, of beter gezegd, mijn schrijven is vaak tikken. Het
wegtikken van mijn gedachten, van waarheden en halve waarheden zelfs, leugens.
Dat laatste heb ik met politici gemeen, hoewel die daar in een enkel geval geen
actieve herinnering meer aan heeft.
O ja, die herinnering! Het schrijven van een blog. Dat
begint allereerst met duidelijke taal. Korte zinnen. Korte alinea’s. Bijna
spreektaal.
Meteen laten weten waarover het gaat. Er geen krantenartikel van maken, want dan raak je de lezers kwijt. Probeer ook wat beeldmateriaal toe te voegen, want het oog wil ook wat.
Het is ook handig de actualiteit te benadrukken, maar wel de
feiten in het oog houden. En vergeet niet te antwoorden op vragen. En alles
begint natuurlijk met die treffende kopregel die een aanzet moet zijn tot
lezen.
En als daaraan allemaal is voldaan dan moet er ook nog eens
een regelmaat ontstaan. Minstens één keer in de week moet dat blog verschijnen,
het liefst vaker. En als er dan toch geen reacties verschijnen, tja dan weet ik
het ook niet meer.
Misschien dat je dan kunt overgaan op het schrijven van
columns. Want er bestaat wel degelijk een verschil tussen het een en het ander.
Die column prikkelt meer, is zelfs tegendraads. En in tegenstelling tot een
blog is vooral die laatste zin belangrijk.
Ben ik nu duidelijk genoeg geweest?
Opa IJsbeer


