30 december 2013

Opa leert zijn kleinzoon schaken

Tineke leert onze kleinzoon in een kwartiertje de namen van de schaakstukken en welke zetten ze mogen doen. Het leren schaken laat ze daarna aan mij over. Maar hoe doe je dat eigenlijk? Ik heb werkelijk geen flauw  idee. Zelf heb ik het schaken geleerd uit een boekje. Geschreven door Hans Bouwmeester. Het waren meerdere boekjes, verschenen in de Prismareeks. Pockets in een handig formaat, die zetten, openingen en trucjes bevatten. Alsmede tekeningen van stellingen en dat speelde ik dan na. Ik was toen een jaar of tien, elf misschien.
Thuis kon niemand schaken, dus aan hen had ik niets. Mijn vader heeft het daarna van mij geleerd en een buurjongen kon het. Verder kende ik niemand. Daarom bleef het spelen vooral beperkt tot het naspelen van partijen uit boekjes, en uit kranten, want op zaterdag stond er altijd een schaakrubriek in de krant met oude en nieuwe partijen.
Pas veel later, toen ik werkte, heb ik wat meer geleerd. Door te kijken en te spelen tegen verenigingsschakers. Ook heb ik toen een keer aan een teamwedstrijd meegedaan van mijn werk en we werden toen onverwachts derde. Van mijn drie partijen haalde ik een halfje, en dat gaf net de doorslag. Was ik dus best trots op. In Duitsland won ik in mijn diensttijd de schaakkampioenschappen van onze batterij, maar een vervolg tijdens de kazernekampioenschappen zat er voor mij helaas niet in, vanwege andere verplichte werkzaamheden.


En nu mag Opa IJsbeer zijn kleinzoon leren schaken. Maar, zoals al gezegd, hoe doe je dat? Gianny zet de stukken op en mag de openingszet doen. Uiteraard mist hij nog het overzicht. Wat wil je ook? Het jochie is pas zes. Dat kun je dus ook niet van hem verwachten. Vooral het dekken van stukken, maar ook wat er allemaal op zo’n bord gebeurd, gaat aan hem voorbij. Zeker als ik mijn paarden in stelling breng is het eerste spel al snel afgelopen. Dat moet dus anders.

Ik haal al mijn stukken, op de koning na, van het bord en laat hem alleen twee torens en een koning houden. Daarmee moet hij mij mat zetten. Hij moet mij steeds een rij naar achteren dwingen. Soms geeft hij met de verkeerde toren schaak en kan ik weer een rij naar voren. Ook geeft hij mij soms de kans zijn toren te slaan. Zo leert hij dat hij zijn torens niet altijd ongedekt kan laten staan. Het is veel voor zo’n mannetje, maar in twee dagen maakt hij snel vorderingen. Steeds vaker en sneller weet hij mij mat te zetten. En als hij dan op zondag aan zijn moeder demonstreert wat hij heeft geleerd, staat die met grote verbaasde ogen te kijken. Bovendien kent zij het verschil tussen een koning en een koningin niet. Maar trots is zij wel op haar schaakprins.

7 april 2013


Zo tussen brug en brug

 

Yari’s dagboek

6-7 april 2013

Terwijl mama Raema werkt en papa Daniël kinderen laat vliegen, word ik gestald bij Mamoe en vooral Opa IJsbeer. En als die zijn dag heeft, nou dan…

Nou zaterdag heeft hij zijn dag niet. Hij wil per se naar Almere Stad. Op zoek naar boekjes over de Cycladen en nog  liever over Andros en Tinos, waar hij binnenkort met Mamoe naar toe wil. Dat lukt dus mooi niet, dat boek. Dat had ik hem eigenlijk vooraf ook wel willen vertellen. Maar zoals zo vaak, luistert hij niet. Of zou hij mij toch nog niet begrijpen?
 
Opa IJsbeer wil ook nog even op zoek naar een goede tuitbeker voor mij, omdat die andere zo lekt. En dus gaan we samen met de bus. Lijn 5. Hij moet betalen, omdat hij zo graag naar Stad wil en ik ga gratis mee. Wel in de wandelwagen, want mijn kleine beentjes worden anders te moe.

Ik zal het kort houden, want anders worden jullie moe. We vinden Almere Stad. Of beter gezegd, de chauffeur weet de weg bijna blindelings te vinden. We stappen bij het ziekenhuis uit. Dat is de plek, dat ziekenhuis dus, waar ik zo’n veertien maanden geleden ben geboren. Daarna gaan we naar de boekhandel. De reisboeken hebben een andere plek gekregen in de winkel en wat Opa IJsbeer zoekt, is er niet.
 
Toch gaat hij niet met lege handen weg. Eigenlijk ook wel, want hij gebruikt mijn wandelwagen als mandje. Daarna naar de Hema, waar volgens mama een goede tuitbeker te koop is. We gaan met de lift en nog een keer met de lift. Er zijn wel tuitbekers, maar Opa IJsbeer is daar niet tevreden over. Dan maar naar V&D, daar vind hij wel wat en voor mij een lappen IJsbeertje. Gelukkig`, nu mogen we naar huis, naar de IJsberenstate waar ze bij de deur de tong naar je uitsteken.

Voor het eten brengt Opa IJsbeer nog even een bundeltje naar Meester Meindert en tante Lia, geen echte tante, maar toch…

Na het eten ga ik slapen en dan komt zondag. De dag dat ik weer naar huis mag. Maar eerst nog ontbijten en drinken en wandelen en nog eens eten en nog een keer eten. Daar word je toch moe van. Zeker als Opa IJsbeer besluit om van de eerste mooie aprildag te genieten. Nou vannacht was het wel mooi tien graden onder nul, in Brabant. Maar goed ik heb niks te vertellen en moet mee.

Het zonnetje schijnt wel lekker, dus misschien heeft die oude brombeer ook wel een beetje gelijk om er samen met mij op uit te trekken. Maar daar weet ik niet zo veel meer van, want voor we onder de brug van de Buitenhoutsedreef door zijn dommel ik weg en als we er overheen zijn slaap ik. Als een roosje.

En dus eindigt het verhaal hier. Of hoort het te eindigen. Gelukkig fluistert Opa IJsbeer mij een stukje van het verhaal in. We lopen langs de dreef en gaan via het paardentunneltje naar de Lage Vaart. Daar blijven we even staan en na nog wat zonnegroetjes gaan we langs het water nu onder het viaduct van de Buitenhoutsedreef door. En als we daarna weer terug zijn over het water word ik weer wakker. Nou jou wakker, ik doe mijn ogen open.

Als we terug zijn heeft Mamoe al buiten gegeten, struiken geplant en gaat daarna weg naar wzawzdb. Daar gaat papa ook heen. Opa IJsbeer maakt nog een boterham voor me en geeft me heel veel drinken. Via de tuitbeker, die toch niet lek blijkt te zijn. Zijn we gisteren toch voor niks naar Stad geweest.

O ja, ik heb ook nog een cadeautje voor Mamoe gemaakt, van haar bijlage van het Parool. Ik heb die iets kleiner gemaakt, zodat ze die makkelijker kan lezen.

17 september 2012

De afronding

De vakantie zit erop. De was is gedaan en nu alleen nog alles netjes afwikkelen. Foto’s een naam geven, een plaats geven en klaar zetten voor het fotoalbum. Of ga ik dat in twee mootjes hakken. Ik ben er nog niet uit. Maar denk eigenlijk aan het laatste.
Maar eerst een korte terugblik.
De eerste week op Kythira was fantastisch. De rust die van dit eiland uitgaat is zo diep. Niet voor niet wordt er gezegd dat je Kythira moet ondergaan. En ik denk dat wij daarin opnieuw zijn geslaagd. Net zoals in 2006. De zondagmarkt in Potamos hebben wij aan ons voorbij laten gaan. Daar staat tegenover dat wij wel een mooie excursie hebben meegemaakt.
We zijn opnieuw niet bij de vuurtoren beland, maar dat strand wat eronder ligt en met name de natuur daarachter maakte voor mij dat weer goed. De miniaturen in Platia Amos worden niet meer bijgehouden sinds de vrouw die ze daar heeft neergezet is overleden. De naamdag van Theodoros wordt nog steeds gevierd en een bezoek tijdens de plechtigheid aan het klooster van Theodoros is zeker de moeite waard. Ook al was de ceremonie nu iets kleiner dan de vorige keer.
In Agia Pelagia waar we verbleven waren ditmaal meer restaurants (open) dan zes jaar geleden. Niet alles was er even goed. Ook dat hebben we ervaren. En zo hoort het eigenlijk ook te zijn, vind ik. Smaken verschillen en teleurstellingen horen er ook bij.
We hebben een aantal dorpen bezocht die we de vorige keer links hebben laten liggen en zo is het toch echt een totaal andere vakantie geworden. Van de eerste keer kan ik me nog veel herinneren. Tineke had daar wat meer moeite mee en moest eerst op de plek zelf zijn voor ze er een beeld bij kon krijgen. Daar is niets mis mee overigens.
Ik heb me voorgenomen het in dit afsluitende deel niet over Aphrodite te hebben en dat doe ik dus niet. Zover ik weet heeft ze niets met Diakofti te maken, alweer enkele jaren de uitvalshaven van het eiland. Ook de haven waar ons tweede deel van de vakantie start. Laat in de middag. En de veerboot gaat dus niet naar Nafpoli zoals ik altijd heb gedacht, maar naar Neapoli. Dat we vervolgens nog een aantal uren moeten rijden voor we bij ons hotel zijn, dat heeft niemand ons verteld. Een missertje van Ross Holidays of van mij. Laten we het maar op het laatste houden, want uiteindelijk heb ik de reis uitgezocht en samengesteld en heeft Ross alleen zijn/haar werk gedaan. En goed ook, want alle papieren waren in orde. De verwijzingen naar de hotels uitstekend. En de slaapplaatsen waren over het algemeen plaatjes.
Het tweede deel van onze vakantie was dus een rondreis. Iets waar Tineke erg tegenop zag. Maar achteraf viel het toch wel weer mee. Ook doordat er voldoende rustpunten waren ingebouwd.
En op zondag lekker niets doen.
We hebben zeker dingen laten liggen. Een langer verblijf in Nafplio is zeker aan te raden. In de stad zelf zijn prachtige gebouwen. Het kasteel dat boven alles uittorent. En het eilandje voor de kust verdedigingswerken. In de omgeving zijn talloze prachtige opgravingen. De bekendste is natuurlijk Epidavros en dat in het bijzonder het theater.
Op iets grotere afstand ligt Mycene en dan nog allerlei andere indrukwekkende plekken. Toch hebben we niet overal alles kunnen doen wat we wilden. Ook niet alles gevonden. Het dorp Kalavrita heeft heel veel indruk op mij gemaakt. Met zijn monument voor de Tweede Wereldoorlog. Het treintje naar de kust hebben we wel zien rijden, maar zijn niet mee geweest, omdat daar de tijd te kort voor was, slechts een overnachting. Misschien ooit nog eens een hernieuwde kennismaking?
De regen in Langkada en de prachtige rit die we vanuit die plaats hebben gemaakt. Olympia, de stad van de Olympische Spelen en de plek waar de Olympische vlam is ontstoken enkele dagen voor wij er waren, maar ook de plaats van het doorverwezen worden naar een ander hotel. En tenslotte Kalamata ons eindstation, waar ik een pittige solo-wandeling heb gemaakt terwijl Tineke op het strand lag.
Messinia dat we hebben laten liggen. Daar komen we over een jaar of twee wel. Hebben we samen afgesproken. Net zoals een terugkeer naar Kythira nog steeds in de planning staat. Of we dat dan ook weer met iets combineren? We zien wel. Misschien moeten we daarvoor weer een keer naar Wychen, naar Ross.
En daarmee ben ik toch ook aan de verantwoording gekomen. De verantwoording van alle wijshedenen onwijsheden die ik in de vorige hoofdstukken heb gebruikt. Om te beginnen dus met Ross. Voor de mythologische stukjes heb ik weer eens geput uit de twee delen Griekse Mythen door Robert Graves en uitgegeven bij Amstel Uitgevers.
Op Kythira ben ik eigenlijk dank verschuldigd aan Frank van Weerde, die we weliswaar nooit hebben ontmoet, maar zijn wandelboekje Kythira Doorlopend heeft ons weer geholpen. En voor de menselijke verhalen heb ik zijn boek Kythira Gewoon een bijzonder eiland als leidraad gebruikt. Dat is door Van Weerde in eigen beheer uitgegeven via Pyrgos House. Daarnaast heb ik net als tijdens onze vorige reis het Duitstalige Kythira En Reisebegleiter zu der insel (Emm. P Kalligeros) en  van dezelfde schrijver in het Engels Kythira Historie and Tourist Guide gebruikt.
Op het vaste land heb ik gebruik gemaakt van de Road Kaart nummer 5 van de Peloponnesos. De reisgidsjes van Elmar en Wereldwijzer, beide geschreven door Henk Buma, zijn hier en daar van nut geweest, alsmede het Duitstalige Peloponnes Burgen & Klöster uitgegeven door Toubi’s.
Elsie Spathari heeft een boek over Mycenae gepubliceerd, waarvan ik de Engelstalige versie op de kop heb getikt, daarnaas ook Engelstalig Corinth-Mycenae, Nauplion-Tyrins-Epidaurus van opnieuw Elisavet Spatharis (kijk eens naar de schrijfwijze van deze naam) en Kelly Petropoulou.
Niet onvermeld mag blijven Kalavrita A complete travelguide. Als allerlaatste noem ik nog mijn Bijbel De schatten van Griekenland door Stefano Maggi en Christina Troso.
 Goed nog een PS’je dan. Zonder mijn reisgenote Tineke had ik deze prachtige vakantie niet kunnen maken.

15 september 2012

Thuis

Maandag 28 mei 2012
Oost west thuis best. Het is een gegeven dat na een vakantie van drie weken zeker voor ons telt. Ik ben weliswaar nog niet Griekenland moe, maar toch ben ik ook wel aan wat anders toe. Gewoon weer Nederlands om heen. Mijn eigen bed, mijn eigen bank, mijn eigen kinderen.
Vandaag is het zover.
De 28ste dag van de vakantie is bestemd voor de thuisreis. Ik ben gisteravond al voorzichtig begonnen met het inpakken van mijn spullen en hoef alleen nog de restjes te doen. Een laatste douchepartij en het laatste ontbijt in het hotel. De rekening voldoen en dan de spullen naar de auto. Misschien wel aan de vroege kant, maar zoals gisteren al gezegd, je kunt beter op tijd zijn voor het vliegtuig dan te laat.
De stad gaat goed. Bij de havens is dat ook niet moeilijk want dat is recht toe recht aan. Daarna wordt het ook meteen drukker. We moeten ergens linksaf, maar waar? Het zweet breekt me uit. Ik wil Tineke niet de verkeerde kant opsturen. Maar het lukt uiteindelijk. Het is wel iets langer dan aangekondigd, maar goed daarover zeur ik niet.
De auto wordt op het parkeerterrein achtergelaten. Met de deur los en zal dus worden opgehaald en naar Kythira terug worden gebracht. Want wie dat vergeten is, daar kwam deze Getz dus wel vandaan.
Er zijn al een paar mensen voor ons en die hebben hun bagage al neergezet voor de incheckbalie. Wij zetten onze spullen erbij en als na enige tijd het inchecken begint, dan heb je altijd een aantal voordringers. Nou van mij mogen ze. Het vliegtuig komt uit Volos en heeft enige vertraging. Dat is zondag al voorspeld en geen verrassing. Ook op het vliegveld geen verrassingen en we hebben ook nog eens een rustige vlucht.
Op Schiphol duurt het wel enige tijd voor we over onze bagage kunnen beschikken. Het vervelende van het snelle inchecken is dat onze koffers als een van de laatste van de band rollen.  Tineke heeft dan onze treinkaartjes al gekocht. Haasten naar de trein hoeft daarna niet, maar we hoeven ook niet lang te wachten.
Het zit erop. Raema en Daniël hebben voor het eten gezorgd, althans dat het in huis is. Andijvie stamppot met spekdobbertjes.
Kan het Hollandser. De presentjes worden later op de dag aan de meiden overhandigd. De wasmachine draait. Wachten tot onze volgende vakantie. Als de zomer voorbij is.

12 september 2012

IJs

zondag 27 mei 2012
Het wordt een beetje traditie dat we op zondag een rustdag inbouwen. Tijdens het ontbijt gaat er een Nederlands koppel naast ons zitten, dat weet te vertellen dat de Transaviavlucht van morgen een kwartier verlaat is. Beter dat dan te vroeg. Maar we zullen toch wel op tijd op het vliegveld zijn. Daar zorgen we wel voor. Volgens de papieren is het slechts een kwartier rijden, maar we kennen ook de rijstijl van de Grieken en zullen er zelf gewoon wat extra tijd voor uittrekken.
’s Ochtends doen we niet veel meer dan navelstaren. Kijken hoe Griekse meiden en gezinnen zich op het stand nestelen, in de zee spelen of zwemmen. Een auto rijdt vier Amsterdammertjes uit de stoeprand. Twee ouderen zitten te shaken bij de bushalte en schakelen de politie in. De dader in een rode sportieve auto, gaat er snel vandoor, kijkt even verderop of zijn auto schade heeft. Een paaltje blijft achter op de straat en wordt door een man bij een boom gelegd. De politie arriveert later, maar ja dan zit de dader al lang en breed in Messini of waar hij met veel autogeronk ook heen moest.
Zeilen is in Griekenland een bezigheid waar niet alleen de toeristen zich mee bezig houden. Maar ook Grieken zeilen veel. En daarmee kun je dus niet voeg genoeg beginnen. We hebben al eerder een klein clubje zeilers op pad zien gaan, maar ditmaal gaan er een paar groepen en ik schat dat er toch ergens tussen de dertig en veertig bootjes heen en weer varen. De beginners blijven in de havenmond en de rest gaat wat verder de baai in, waarbij ze geëscorteerd worden door een motorbootje.
Zo rond het middaguur wordt de kamer schoongemaakt en zitten wij nog steeds te niksen. Heerlijk zo”n dag. Maar ook een dag waar koffie met gebak of zo bij hoort. Dus wij gaan op pad. De clubs richting haven zijn populair en daar is weinig plaats. Ook heeft niet iedereen sweet op de kaart staan, dus gaan we de andere kant op.
Bij Del Mar vindt Tineke een plekje in de zon en bestelt Fanta Lemon en een tosti. Ik neem een frappe met appelpie. Alleen de appeltaart is er niet. De andere sweets geloof ik wel, kan ze op de kaart niet ontdekken. En dan wordt het tijd voor ijs. Daarvoor gaan we wel in de schaduw zitten, want het is toch wel warm geworden. Een flinke beker met ijs verschijnt op tafel. Een mooi eindstation van een mooie vakantie.
De rest van de middag wordt weer grotendeels in ledigheid doorgebracht. En al de meeste dingen inpakken. Hoeven we morgen niet meer te doen.
We gaan iets vroeger eten dan normaal, zijn het zat. Ér komt tzatziki en saganagi op tafel en bifteki gemista en pork. Zoetigheid na, toch weer wel. Voor dertig euro. In Griekenland kun je nog steeds goedkoop eten in de taveernes.

8 september 2012

Kastro

Zaterdag 26 mei 2012
Ook het ontbijt in Ostria is goed. We zitten slechts met zijn tweeën. Een tafel is er gebruikt. Of er daarvoor ook al andere gebruikers zijn geweest, valt niet te zien. De vuile spullen blijven namelijk niet oneindig lang staan. Als wij klaar zijn komt er nog een echtpaar met twee kinderen van de trap af, terwijl wij omhoog gaan. Het is dus sowieso rustig hier. Hebben geen buren, maar dat verandert in de loop van de dag wel. Zowel links als rechts komen er gasten.


Tineke heeft vandaag geen zin om te rijden. No problem. Zij is het zat en vindt dat ze genoeg heeft gereden. Geen bezoek aan Messinia derhalve, maar misschien doen we dat volgend jaar wel of over twee jaar. Geen drie weken, dat vind ik te veel. Vooral omdat eventuele excursies naar Mystras, Monemvasia door ons al eens zijn gedaan.

Ik heb haar gevraagd of zij nog wilde gaan hardlopen. Het is niet drukkend, toch mooi weer en ook weer niet te koud. Nou, dat aanbod neemt zij aan. En zij wil het liefst een groot gedeelte van de dag op het strand blijven. Ook dat vind ik niet erg. Alleen, mij krijgt ze daar geen hele dag. Ik ga dan wel een wandeling door het dorp maken, op zoek naar mooie dingen.
Ik vertrek nadat zij is teruggekeerd van haar inspanning. Tineke geeft de sleutel af bij de receptie, zodat wij er alle twee over kunnen beschikken.

Ik wandel de boulevard af richting de haven. Daar zijn totaal geen activiteiten. De vissersbootjes zijn bovendien allemaal al teruggekeerd en op de vismarkt gebeurt nauwelijks iets. Het huidige Kalamata is aangelegd in de negentiende eeuw door Fransen, met een rechthoekig stratenplan. De stad heeft ooit veel te lijden gehad van de aardbeving van 1986. Daar zie je nu eigenlijk niets meer van terug.


Ik loop op goed geluk naar een parkje, waar een groenmarkt wordt gehouden. Daarmee bedoel ik: verkoop van planten en struiken. In het parkgedeelte zijn op diverse plekken kinderspeelplaatsen aangelegd, waar – zo aan het eind van de morgen – ook daadwerkelijk heel wat kinderen spelen.


Verderop ligt het treinmuseum. Gewoon in het park. Niets afgesloten. Ja, de treinstellen en locomotieven kunnen op slot. Een groep enthousiaste verzamelaars heeft hier goed werk gedaan en aantal locs opgeknapt. Aan het eind staan echter ook twee stellen volledig ondergespoten met graffiti. Ik schud meewarig mijn hoofd. De Griek, die erbij staat, begrijpt mijn reactie. Dit is puur vernielzucht.


Aan de kant zitten een man en een vrouw. Zij zoekt kleding uit, uit een baal. Ik weet niet wat het zijn: Albanezen, zigeuners? Groezelig, dat wel.


Ik hoop de markt te vinden, weet wel ongeveer in welke richting van de stad ik moet zoeken, maar er daadwerkelijk arriveren is natuurlijk iets anders. Ik dwaal langs grote parkeerplaatsen, met eenrichtingsverkeer en geniet van diverse moderne beelden. En dan zie ik ineens diverse mensen met tassen groente lopen. Ze komen mijn richting uit. Ja, dat kan niet anders betekenen dat ik op de goede weg ben. Dan staan er op een parkeerterrein veel bestelbusjes bij elkaar, alsmede pick-uptrucks. Hier hoef je geen neus voor te hebben. Dit gaat de goede kant op En zo bereik ik de deels overdekte markt.


Veel fruit ligt er, abrikozen, aardbeien en een enkele meloen. Kersen, tomaten, komkommers, courgettes en nog meer tomaten. Koolsoorten, diverse soorten bonen, andijvie, uien en knoflook. Kruiden, nog meer kruiden en alweer tomaten, mooie rode tomaten en als ze bijna op zijn worden ze gewoon weer aangevuld. Twee zigeunerinnen doen wat inkopen, de kinderen scharrelen een plastic zak en hier en daar een stukje gratis fruit bijeen.

De visafdeling is wat kleiner, ook is er nog een stukje waar kleding en andere textiel wordt verkocht. Het overdekte gedeelte is niet groot genoeg en ook buiten staan er kramen met fruit en groente en planten.

Boven mij heerst de kastro, lokt de kastro. Daar wil ik heen, maar hoe kom ik daar. Natuurlijk ik heb een kaart bij me, dus het hoeft niet echt een groot probleem te zijn om het te vinden. Ik loop iets terug en zoek een weg, die omhoog en naar de ingang leidt. Sla af en sta dan voor een kerk, die open is. Aan de zijkant staan de bustes van overleden kerkvaders. Er is alvast een buste gereserveerd voor de volgende eerwaarde. Daar maak ik wel een foto van, net als van de buitenkant van de kerk, maar binnen laat ik achterwege.


Buiten tref ik Engelsen, uit de omgeving van Stoke en we raken aan de praat. Zij maken een rondreis met een bus en willen net zoals ik naar de kastro. Hun plattegrond is niet toppie, mijn kaart geeft uitsluitsel. Ik ga via een aantal trappen omhoog, dat zit er voor een van de Engelsen – hij loopt met een stok – niet in. Maar ook zij bereiken de Kastro, die gratis toegankelijk is.


De Kastro is gebouwd op de fundamenten van een Myceense versterking door de Frankische familie De Villehardouin, die had meegedaan aan de vierde kruistocht in 1204. Later bezetten de Turken en in 1685 kwamen Venetiaanse kooplieden. De Venetiaanse leeuw van San Marco is nog gedeeltelijk zichtbaar boven de poort.


In de Kastro is tegenwoordig een theater gebouwd, dat eruitziet alsof het zo nu en dan ook echt wordt gebruikt. Het wordt tijd om wat te gaan drinken.


Ik loop de Faron naar beneden en meldt Tineke dat ik aantocht ben. Zij zit op het strand. Ik nestel mij achter haar op het terras. Bestel voor ons beiden iets te drinken en neem ook een chefsalade, een kleintje/ Dat is al met al toch nog een flink bord vol en omdat Tineke al iets gegeten heeft werk ik het grotendeels alleen naar binnen. Eigenlijk wilde ik een tzatziki hebben, maar dat konden ze niet serveren. Begin van het seizoen, weinig gasten en een grote mate van bederf. Andere kleine hapjes? Nou een clubsandwich, die had Tineke al gegeten, want toast was er ook niet. Dan maar deze salade.


Al met al ben ik ruim drie uur aan de wandel geweest. En ik vind me een flinke bink.
Daarna de rest van de middag lezen en tikken. Maar ook kijken naar wat er buiten gebeurt: zoals: Sportief wandelen –met of zonder muziek op de oren -, flaneren, de meisjes worden steeds jonger en de jongens weten nog niet hoe zij zo’n grietje moeten versieren. Ook de pappas maken een avondwandeling, met zijn tweeën en alleen. Een vrouw blijft heen en weer lopen door het laatste randje water, langs het strand, van links naar echts. Op het bankje voor het hotel genieten twee vrouwen van een bakje ijs. En natuurlijk moet er worden geproefd van elkaars smaken.

Om half acht varen de vissersbootjes al weer uit, om de netten uit te zetten. Netten die morgenochtend worden binnengehaald. Met veel vis, zo hopen de mannen uit Kalamata.


Om kwart over acht maakt een man nog even een korte duik en raapt en passant bij zijn vertrek een aantal stukken oud afval op en neemt die mee. De kinderen hebben hun eigen terrein vol speeltoestellen, blaaskussens. En de ouders worden er niet toegelaten, die moeten aan de kant blijven waar ze een glaasje fris kunnen drinken.


’s Avonds zoeken we een ander eettentje, maar eindigen toch weer bij Lolalkos, waar Tineke voor de pastitstio gaat en ik voor beef. Van het huis krijgen we nog wat fruit en zijn ongeveer dertig euro kwijt.