4 januari 2019

Gianny onderzoekt met zijn opa’s de grenzen


Donderdag 3 januari 2019

 Zoek de verschillen. Precies een jaar geleden sta ik hier ook, in de stationshal van station Almere Stad Centraal. Met mijn beide opa’s te wachten tot het bijna negen uur is om daarna in de trein te stappen om mijn grenzen te verkennen. En natuurlijk ook een beetje als bezigheidstherapie - een moeilijk woord dat mijn oma’s mij hebben geleerd - voor die twee oude mannen. Van mijn Opa van de Bootjes mag ik dat niet zeggen, want hij is niet oud. Ik weet wel beter, maar dat wil niet zeggen dat ik geen respect voor hem heb. Aan alles kun je zien dat ik dat wel heb.
Met Opa IJsbeer ben ik bezig de grenzen te verkennen, de grenzen van ons spoornet. Maar omdat die regelmatig wijzigen, zal ik misschien nog wel een keer naar het noorden moeten gaan, omdat de trein naar Roodeschool tegenwoordig verdergaat naar Eemshaven. En daar zijn we samen nog niet geweest. Maar al wel in Den Helder, Den Haag, Vlissingen, Leeuwarden, Winterswijk om maar een aantal plaatse te noemen en vorig jaar, op deze dag, ben ik met mijn twee opa’s naar  Maastricht gereisd.

Tijdens al die reizen ben ik in alle provincies van ons land geweest. Ook in Drenthe, alleen ben ik in die provincie nog nooit uitgestapt. Daar komt vandaag verandering in. Gisteren hebben mijn papa en mama mij naar de Faunabuurt gebracht waar ik bij Opa IJsbeer en oma Tineke heb geslapen. Bijna meteen nadat ik vanmorgen opsta, vertrekt oma naar haar werk. Opa verzorgt het ontbijt waarna we gaan douchen en onze spullen pakken om eerst met de bus op pad te gaan.


Bij het station staat Opa van de Bootjes bij zijn vroegere buscollega’s koffie te drinken. Wij gaan alvast de hal in om onze kaartjes in orde te maken en opa voegt zich al vlot bij ons. In de hal staan diverse mensen te wachten tot het bijna negen uur is. Vanaf dat moment kunnen zij met korting reizen en dat mogen wij ook, vanaf negen uur dus.

We rijden eerst met de Intercity naar Zwolle. Vanaf Lelystad is dat voor Opa Herman onbekend spoorterrein. Hij kijkt zijn ogen uit. Als we Flevoland verlaten doen we dat via een tunnel, die onder de randmeren is aangelegd. Het landschap verandert van grote vlakken met rechte lijnen in kleine stukjes grasland en smalle soms dwarse slootjes.

In Zwolle stappen we over van de NS naar het Blauwnet waarop de regiotreinen in deze omgeving zijn aangesloten. De trein naar Emmen is korter, maar wel net zo druk als de voorgaande trein. We kunnen desondanks bij elkaar zitten. Dit is een stoptrein en we stoppen in plaatsen als Dalfsen en Mariënberg, dorpjes waar ik nog nooit van heb gehoord.

In Coevorden stappen we uit. Niet omdat dit het eind van het spoor is, maar omdat Opa IJsbeer op Ganzenjacht wil met Ganzen Geesje. Samen met de andere ganzenhoedsters brengt Geesje haar ganzen op ‘leste biestenmaandag’ de tweede november van het jaar naar de markt in Coevorden. Daar worden ze door handelaren opgekocht en als kerstdelicatesse naar Engeland gebracht. Omdat de handelaren de ganzen steeds vaker al bij de boeren zelf kopen verdwijnt die traditionele markt langzaam maar zeker. En nu is alleen Geesje nog over.

De naam Coevorden is een samensmelting van enkele woorden. Een voorde is een doorwaadbare plaats. En Koe spreekt voor zichzelf. Die voorde ligt op de handelsroute tussen Groningen en het Duitse Münster. Het gebied is in de loop der jaren sterk veranderd en de oude doorgang bestaat niet meer.

Zo’n plek is natuurlijk heel belangrijk geweest en eeuwenlang heeft hier een garnizoen gelegen om de voorde en het achtergelegen gebied te verdedigen. Van dat garnizoen is weinig meer over. Een deel is veranderd in een ‘Nieuwbouwwijk’ met binnenplaats die reikt tot de stadsgracht. Die binnenplaats is verboden terrein, maar denk maar niet dat Opa IJsbeer zich daar iets van aantrekt. Gelukkig komt er geen politie, zodat we niet in de cel belanden maar wel enkele mooie foto’s kunnen maken.

Voor Oma Tineke lopen we langs de synagoge die daar in 1768 is gebouwd. In 1840 is het gerenoveerd en is er huis naast geplaatst waar godsdienstlessen zijn gegeven.

Vlak voor de Tweede Wereldoorlog zijn er van de 340 joodse inwoners nog tweehonderd over. Die worden op de nacht van 2 op 3 oktober 1942 opgepakt en naar Westerbork gebracht. Uiteindelijk keren er maar veertien terug. Op de muur van het huisje is een monument van Wouter van Rossum aangebracht. Dit laat de Coevorder bevolking zien en het gat in het hart staat voor het gat dat er door het wegvoeren uit de gemeenschap is geslagen.

Genoeg nu over Coevorden, want we zijn nog niet aan het einde van het net en gaan nu naar Emmen. Hier ligt net voorbij het station een rangeerterrein. Ook kan de trein hier nog even tanken. Ja inderdaad dat is ook nodig.
Wij mensen moeten dat soms ook. Even bijtanken. Uitrusten, wat drinken. En in Emmen gaan we daarom lunchen en stappen daarna weer in de trein, richting Zwolle.

Ik heb voor mijn opa’s nog een verrassing, want ik wil nog niet naar huis. Nog lange niet. Nog lange niet. Jullie weten ik houd nu eenmaal van muziek en van zingen. En van voetbal. Maar dat laatste mag ik niet in de trein.
In Hardenberg jaag ik de oude mannen de trein uit en daar gaan we verder naar Almelo. Hier stappen we over op het NS-net en gaan naar Enschede en rijden langs het stadion van Twente.

Ook Enschede is voor mij nog geen grens. Ik heb mijn paspoort bij me en wil nog wat verder. Met de Bundesbahn, het Duitse spoor. We nemen de regiotrein van Nord Rhein Westfalen naar Dortmund. Pffff dat is me een reis. Maar nee, die ene grens gaan we niet over en stappen op het laatste Nederlandse station uit en zijn nu in Glanerbrug. De grens met Duitsland wordt gevormd door de Glanerbeek en inderdaad daar ligt een brug over en als je die oversteekt kom je in Duitsland.

Wij lopen dit dorpje een stukje in en zoeken naar een leuk restaurantje waar we iets kunnen eten. Maar we vinden niets bijzonders. Misschien komt dat wel omdat in dit dorp, voor ik ben geboren, een meteoriet door het dak van een woning is geslagen. Zonder eten lopen we terug naar het station, waar twee minuten later de trein uit Duitsland arriveert.
We rijden terug naar Enschede, want daar moet toch wel iets te eten zijn. Bij de Italiaan staan de jongeren in de rij. Het eten moet dus wel goed zijn. En goedkoop. In Mexicaans heb ik niet echt trek, maar uiteraard ontdekt Opa IJsbeer ook een Grieks restaurant. Ja en dan is die man niet meer te houden.

En ik doe graag mee. Met saganaki en tyropitta. Die twee oude opa’s hebben iets meer nodig en laten hun eten goed smaken. Het toetje hoeft voor mij niet, maar als ze gaan branden. Ja dan zeg ik nee. Nee ik ben geen pyromaan papa.

Al dansend gaan we naar het einde. Door donker Enschede en met de regiotrein naar Zwolle. In de trein is het superdruk, moeilijk om een plaatsje te vinden. Zeker als iemand probeert om alle ballen omhoog te houden.

In Zwolle nog een keer overstappen op de sneltrein naar Almere. Hoeveel treinen we vandaag hebben gehad. Opa van de Bootjes geniet en begint meteen te tellen. En ik laat mij graag door hem kroelen.

Het laatste stukje gaat traag omdat er een vertraagde trein voor ons rijdt. Daardoor krijgen we zelf ook vertraging en als wij het station uitrijden, rijdt onze bus net weg. Opa Herman neemt afscheid en rent naar zijn bus. Wij staan nog even te blauwbekken in de wind. Oma Tineke zit op ons te wachten en ik mag pas naar bed als ik alle verhalen heb verteld. Vermoeiend hoor zo’n dagje treinen. Maar wel hartstikke leuk.



30 december 2018

Hoe Yari Opa IJsbeer aan het werk zet


Donderdag 27 en vrijdag 28 december 2018

 Aan mij de eer om het jaar af te sluiten. Natuurlijk ben ik mij ervan bewust dat er nog enkele dagen komen, maar dit is de laatste dag van het jaar dat een van zijn kleinkinderen Opa IJsbeer bezighoudt. En gelukkig krijg ik een beetje hulp van oma Tineke, zoals zij het liefst wordt genoemd, want echt waar, die man is zo vermoeiend.

Hoe vermoeiend? Nou dat begint meteen al goed, want als mijn mama mij brengt ligt die man nog op een oor. Luid gapend komt het ochtendmens even later naar beneden, maar dan is hij ook wel meteen zeer actief. Eerlijk is eerlijk; meteen de vaatwasser leeg maken, nog voor hij koffie drinkt. De was doen, badkamer schoonmaken, boodschappen doen. Ik mag kiezen wat ik wil eten: pizza. Nou dat gaat mooi niet door. Maar tagliatelle met een witte saus. Lekker.

Terwijl Opa IJsbeer zichzelf bezighoudt, bekommer ik mij om mijn oma. Die moet zo hard werken dus heeft ze wel recht op wat ontspanning. En wat is er leuker dan een ouderwets spelletje kwartetten. Inderdaad ouderwets, want dino’s kun je toch moeilijk modern noemen. Dat zijn toch echt beesten uit de oudheid. Ik ken de meeste plaatjes wel, maar lezen is toch nog een stapje verder. Zeg maar dat ik daar nog een beetje aan moet werken, veel oefenen. Dat doe ik door gewoon nog een spelletje te spelen. En kijk eens hoe oma opleeft.

Ze maakt zelfs wentelteefjes voor mij en gaat ’s middags nog even het dorp, komt terug met nog drie kwartetspellen, over sport en landen en wilde dieren. En ja jullie raden het al: ik neem mijn oude opa op sleeptouw en zorgt dat hij meedoet als we sporten en met wilde beesten spelen.

En dan komt het Lego op tafel. Oma blijft maar aanslepen. Poppetjes en steentjes. Sommige steentjes zijn bijna net zo oud als de dinosaurussen, zijn nog van Opa IJsbeer geweest, hij heeft daarmee gespeeld. Die steentjes passen ook niet meer zo goed op elkaar. En een schuin dak daarmee maken gaat niet goed, daarvoor wijken de steentjes te veel af, zijn te krom. Maar het is het proberen waard. En ik zet opa gewoon aan het werk om het te proberen.

Ook moet hij de poppetjes in elkaar zetten, armpjes eraan, handjes eraan, hoedjes en helmpjes op. En als hij er dan weer een af heeft dan kan ik er oorlog mee voeren vanuit mijn zelf ontworpen kasteel. Zeg nou ‘schellevis’ is dat kasteel mooi of mooi.. Nou.

Als alle opties om ze te maken op zijn, liggen er nog enkele afgerukte armpjes op tafel. Dat heb je nu eenmaal bij een oorlog. En iemand een beentje mist, nou die moet maar in een rolstoel rijden. Net zoals mijn andere opa.

Eigenlijk heb ik mijn opa wel een beetje afgebeuld en zeg tegen hem dat hij aan het einde van de middag maar een dutje moet gaan doen. En het is dat oma hem wakker heeft gemaakt omdat het eten klaar is, want anders dan sliep die man nu nog. Na het eten help ik hem maar met de vaat: afdrogen. Hij maakt de pannen nat en ik droog ze af, want anders zet hij ze zo in het pannenkastje.

Om acht uur brengt Opa IJsbeer nog even naar bed en leest voor uit eigen werk. Ik kan daar geen genoeg van krijgen. Hij mag dat de hele nacht wel doen. Maar ja, dat gaat niet, ik moet ook slapen.

Vanmorgen ben ik al aan het spelen als opa wakker wordt en ik zet hem meteen weer aan het werk. Lekker een toverbroodje maken. Daar lust ik wel pap van. Daarna speel ik nog een tijdje op de iPad en met het lego.

Aan het eind van de ochtend stuur ik hem naar de kapper, kan oma zich ook nog even over mij ontfermen. Nou daar weet ze wel raad mee en neemt me mee naar het zwembad waar ik lekker kan zwemmen en glijden. Ook krijg ik nog een kroket van haar, voor opa verschijnt en mij naar mijn papa en broertje brengt.

6 december 2018

De boerderij van JeZus


Donderdag 6 december 2018

 Zo in de laatste maand van het jaar komen de verhalen los, over liefde en warmte. Dicht tegen elkaar aan zitten of liggen om de kilte van de nacht – voor sommigen ook overdag – te verdringen. En vaak levert dat iets bijzonders op. Zeker op de boerderij van JeZus.

Die boerderij bestaat al eeuwen. Al sinds het begin van onze jaartelling. Maar nog nooit heeft die boerderij een eigen naam gekregen. Lange tijd is het een stal genoemd, maar met de komst van de Tiny Houses wordt het eindelijk voor vol aangezien. En dat mag ook wel, want er is flink vertimmerd door Jozef. Niet alleen aan zijn boerderij, maar hij heeft vandaag ook razendsnel twee wiegjes gemaakt.



Inderdaad twee, want Maria is bevallen van een tweeling: een jongen en een meisje, Je en Zus. En ook nog eens vrij onverwacht, want ze is nog niet uitgerekend. Dus uitgerekend op de dag dat Sint Nikolaas zijn naamdag viert is het feest.


Maar ik keer even terug naar de bevalling. Terwijl Maria in het stro ligt te zweten en vergaat van de pijn, brult Jozef er buiten op los. Hij heeft in de haast op zijn duim geslagen. Van heinde en ver komen de buren aandraven, allemaal geschrokken door zijn geschreeuw. Zelfs de schapen kijken verschrikt op. En als dan ook nog het gejammer van Maria overgaat in het eerste kindergezang, ja dan is het feest in de boerderij van JeZus.


De vroedvrouw ligt in aanbidding voor dit wonder. Want de kinderen zijn beiden gezond en een bijzonder leven ligt voor hen. Dat is meteen duidelijk. Je gaat straks reizen en heeft nu al het aureool van een heilige en Zus? Ach dat is een meisje en zijn evenbeeld en kan dus bijna overal zijn plaats innemen. Zolang ze jong is.

Heel stiekem kijk ik even in de toekomst.
Je vertrekt en over hem heeft niemand het meer. Als Zus wat ouder wordt, kan ze rekenen op een grote schare vrijers. Want zo mooi… Een mooi en sterk baken in de maatschappij. Zij geeft de boerderij niet alleen kleur, ze is roodharig, maar er straalt ook een onverzettelijkheid uit. Alle boerenknechten willen haar veroveren, maar ook de vissers komen van heinde en ver, zelfs uit Huizen op hun botter, aangevaren.


Ze hebben echter allemaal pech, want Zus wil geen man, maar voelt zich veilig en geborgen in de armen van een vrouw.



Opa IJsbeer



PS
Met dank aan kleinzoon Yari voor de titel. En dank aan mijn lief voor de inspiratie.




25 november 2018

Dat is dan jammer


Zaterdag 24 november 2018

 Ik kom vandaag even inbreken, niet zoals een inbreker hoor, maar gewoon; ik zet mijn Opa IJsbeer even aan de kant en eis de hoofdrol voor mezelf op. Want die man heeft hier helemaal niets mee te maken. En dat het zijn blog is, nou dat is dan jammer. Het is bovendien zijn eigen schuld, moet hij mij maar geen prinses noemen. Dan gedraag ik mij ook zo.

Vandaag ben ik met mijn papa, mama, broer en mijn vier grootouders in het zwembad van Almere Buiten. Als ik zoiets zeg, dan weten jullie natuurlijk hoe laat het is. Kwart voor drie. En dan mag ik afzwemmen. Terwijl ik eigenlijk al heel lang goed kan zwemmen. Daar weten ze in Italië ook alles van. Als ik op vakantie ben dan zwem ik als een vis. Nee, niet als een ijsbeer, die doet het op zijn hondjes.

Waarom ik nog niet eerder mijn diploma heb gehaald? Omdat ik daar geen zin in heb. Waarom nu wel? Omdat oma Tineke in de kerstvakantie met mijn broer en grote neef wil gaan zwemmen. En ik mag niet mee, omdat ik mijn diploma nog niet heb. Dus… Ik geef het ruiterlijk toe, heb heel lang liggen klieren in het zwembad, waardoor de zwemjuffen en de zwemmeester denken dat ik er niets van bak.

Nou bakken doe ik wel met oma van de bootjes en niet in het zwembad, dus misschien hebben ze ook wel een beetje gelijk. Maar de laatste weken heb ik extra mijn best gedaan. Heel lang denken de zwemleraren dat ik nog niet goed genoeg ben voor proefzwemmen, maar op het laatste moment word ik nog toegevoegd aan de lijst. Wat heb ik mijn best gedaan vorige week. En het gaat goed, zo goed, dat er vandaag ook nog eens afgezwommen kan worden.

Alleen? Nee, met heel veel andere kinderen. Ook een paar grotere kinderen. We zitten allemaal op een rijtje en mama’s, papa’s, oma’s, opa’s, broertjes en zusjes zitten allemaal langs de kant van het bad om te kijken hoe goed ik het wel kan. Nou ja, de anderen ook. Maar dit is mijn verhaal, dus voor hen is het jammer.

De eerste opdracht is met kleren aan in het bad springen, watertrappen en een baantje op de borst en terug op de rug zwemmen. Wat denken ze nu, dat ik naakt ga zwemmen? Ik heb altijd zwemkleren aan. O, moet ik nu ook waterschoentjes, een T-shirt en een korte broek aan? Nou oké dan maar.

En als we klaar zijn naar mama om mijn natte spullen uit te trekken. Opa IJsbeer wil een dikke knuffel, dan maak ik hem lekker nat. En daarna opa en oma van de bootjes, mijn broer, oma Tineke en vervolgens mijn ouders. Allemaal een stevige knuffel, zodat ze allemaal bijna net zo nat zijn als ik.

Hierna gaan we verder met de rest van het afzwemprogramma. Meester Wim legt alles precies uit. ‘Wie snapt het niet’, vraagt hij. ‘Dat is dan jammer’, antwoordt hij zichzelf. En een tweede keer zegt hij het mooi niet.

Ik moet door een poortje duiken. Nou mijn oma Tineke heeft mij geleerd hoe ik dat het beste kan doen, dus dat kan ik heel goed. Daarna moeten we enkele baantjes zwemmen. En als ik dan vergeet om onder de lijn door te gaan, krijg ik dat van een juf te horen. Dus, ga ik weer terug en begin vanaf het muurtje weer opnieuw. Ik wil het wel goed doen hoor.

Nou zo kan ik nog wel een tijdje doorgaan. Want er volgen hierna nog diverse opdrachten. Allemaal vanaf de lange zijde waarbij we de ene keer moeten drijven, een andere keer een crawl moeten doen. En ook nog watertrappen. En dan eindelijk zijn we klaar.

Meester Wim vindt dat wij allemaal onze best gedaan hebben en vraagt of er iemand is die vindt dat een van ons geen diploma verdient. Ik voel het gewoon. Ik ben geslaagd. Maar ik voel nog iets. Opa IJsbeer wil zijn hand opsteken. Dus kijk ik hem een keer heel strak aan, zoals een echte prinses kan; durf het eens. Je hebt zelf helemaal geen zwemdiploma want voor ijsberen zijn er geen zwemdiploma’s. Nou inderdaad, hij durft niet meer.

En dan krijg ik een diploma en een medaille. Ben geslaagd en mag dus in de kerstvakantie met oma, Gianny en Yari mee zwemmen. En Opa IJsbeer, die mag niet mee, want hij heeft geen diploma. Nee, dat is niet jammer.

In de kantine krijg ik nog wat te drinken en enkele cadeautjes. Of ik die heb verdiend? Eigenlijk niet, want ik heb er wel heel lang over gedaan. Maar daar heeft niemand het meer over. Dus, inderdaad dat is jammer. En maandag is er weer zwemles. Voor mijn B-diploma. Hoe lang ik daarover doe? Dat willen jullie natuurlijk graag weten, maar ik vertel dat niet. Mag toch best een geheimpje voor mezelf houden?



PS De duikfoto is van Opa Herman (van de bootjes).