17 oktober 2007

Skyros

Van het verleden naar het heden is slechts een stap; een paar uur vliegen.

Via wat knip- en plakwerk kun je bestaande teksten razendsnel naar een eigen product overhevelen. Een beetje overtikwerk kan ook. Beide manieren getuigen van luiheid. Maar anderzijds waarom zou ik het wiel opnieuw uitvinden?
Ik put inderdaad uit gegevens, die ik op internet of elders ben tegengekomen. Maar ook van wat ik onderweg heb gezien of gehoord, heb ik vermeld. En natuurlijk is het niet compleet. Het is ook geen boekwerk. Het is vooral voor mezelf. En misschien zijn er mensen die het leuk vinden om het te lezen.
Het idee om naar Skyros te gaan is enkele jaren geleden al geboren. Toen we (Tineke en ik) voor het eerst naar de Sporaden, de eilanden van smaragd, zijn gegaan. Naar de eilanden Alonissos, Skopelos en Skiathos, met een uitstapje naar het nagenoeg onbewoonde Kyra Panagia (Pelagonisi). Een combinatie met Skyros was toen niet mogelijk. En nog steeds is dit eiland redelijk onbekend.
Dat is ook niet zo vreemd want Skyros ligt redelijk ver van zijn broertjes en zusjes af, het is het meest zuidelijke eiland van de groep. Touroperators krijgen er ook nauwelijks voet aan de grond en buitenlandse vluchten zijn er ook slechts mondjesmaat.
Het eiland heeft wel een luchthaven, of beter gezegd een militair vliegveld, waar tegenwoordig ook een scanapparaat staat opgesteld, maar waar men absoluut niet is ingesteld op het ontvangen van toeristen. Geen bureaus derhalve waar je een auto kunt huren. Daarvoor moet men in de hoofdstad zelf zijn. Maar ook andere (gebruikelijke) faciliteiten ontbreken op de luchthaven. Door zijn unieke ligging midden in de Egeïsche zee is Skyros belangrijk als militair object. Behalve de militaire luchthaven is er aan de zuidzijde nog een kleine marinebasis, waar schepen bijvoorbeeld kunnen foerageren. Weliswaar zijn er door satellietverkenning al veel van de militaire geheimen verloren gegaan, maar toch houdt Griekenland nog steeds vast aan een grote geheimzinnigheid over zijn leger. Diverse gebieden zijn daarom ook ontoegankelijk voor toeristen, zowel in het hoge noorden als in het diepe zuiden. Hierdoor is bijvoorbeeld de archeologische vindplaats bij Markessi in het hoge noorden voor het publiek verboden terrein.
Met een oppervlakte van 215m² is Skyros het grootste eiland van de Sporaden. Toch wonen er slechts 3.000 mensen waarvan het merendeel, ongeveer 2.500 personen, in de hoofdstad; Skyros-stad door de bewoners omschreven als Chora.
Er bestaat een groot verschil tussen het noorden (bewoond, groen, gecultiveerd en veel landbouw) en het zuiden (ruig, deels kaal en onbewoond). De denkbeeldige lijn tussen deze twee gebieden loopt van Ahili naar Kalamitsa. Dit gebied heeft in het verleden onder water gestaan. En als we Al Gore moeten geloven zal dit er straks ook weer aan moeten geloven, zodat Skyros straks weer uit twee delen bestaat.
Het stuk tussen Ahili en Kalamitsa is tevens de smalste strook van het eiland, van ongeveer drie kilometer breed.Uit vondsten blijkt dat het eiland al ver voor Christus was bewoond. Er wordt vanuit gegaan dat de eerste bewoners Kares, Pelazyl en Dolópes waren. Daarom heette het eiland vroeger ook Pelasgia of Dolopia.
Grote schrijvers gaven ieder een andere naam aan het eiland zoals Aepeian (Homerus), Enemoessan (Dionysios de reiziger), Pelagian (Dionysios van Kalliphonta) en Aegiboton (Diodoros).
Op Middeleeuwse (Italiaanse) kaarten stond Skyros als San Giorgio, de naam van het klooster en tevens schutspatroon van het eiland.
De Dolópes waren piraten en vormden een bedreiging voor het noorden van de Egeïsche zee. De Griekse generaal Kimon besloot in 475 voor Christus de Dolópes te verdrijven en verdeelde vervolgens het eiland onder de Atheners. Tot 88 voor Christus hield Athene de overheersing over Skyros. Overigens hebben ook de Macedoniërs een oogje op dit eiland gehad en vochten menig oorlog met de Atheners uit. Later namen Romeinen bezit van het eiland en verscheepten grote ladingen roze marmer naar hun eigen land. Vanaf de tweede eeuw werden er christelijke kerken gebouwd op Skyros dat in de vierde eeuw zelfs een bisdom werd.
Na de val van Konstantinopel in 1204 (door de kruisvaarders) was er sprake van een Venetiaanse overheersing. Aan het eind van de veertiende eeuw kwamen de Turken en werd als handelsmiddel overgedaan aan de Byzantijnen. In 1453 bezetten de Turken Konstantinopel en Skyros schaarde zich weer onder Venetiaans gezag.
Vanwege zijn ligging in de Egeïsche werd het eiland een twistappel tijdens de Turks-Venetiaanse oorlog. De Turken slaagden er niet in de kastro te veroveren en stichten brand op het eiland. De piraat Khaireddin Barbarossa (met zo’n naam kun je niets anders doen) hielp de Turken een handje, waardoor de kastro alsnog viel. Ook tijdens de tweede Turks-Venetiaanse oorlog werd er om het eiland gestreden en na een korte bezetting door Venice, kwamen de Turken opnieuw aan de macht. In 1821 waren de Skyrianen nadrukkelijk betrokken bij de Griekse revolutie en werd een toevluchtsoord voor de Grieken. De definitieve bevrijding – samen met de rest van de Sporaden - volgde echter in 1829.
Net zoals veel andere Griekse eilanden is ook Skyros te lijden gehad onder een aardbeving, die in 1991 heeft ervoor gezorgd dat het machtige klooster van Agios Georgios op de top van de rots boven Skyros-stad en net onder de kastro te gevaarlijk is geworden om te mogen bezoeken. Heeft de priester (pappa’s) echter een goede bui, dan is hij bereid om mensen mee naar binnen te nemen. De kastro zelf is hierdoor eveneens moeilijk te bereiken en daar komt tegenwoordig wel heel veel klimmen bij te pas.
Skyros heeft niet alleen een echte geschiedenis, maar ook een fictieve.
Daarin speelt Achilles een belangrijke rol. Om te voorkomen dat een voorspelling zou uitkomen, dat Achilles zou omkomen in een oorlog, stuurde zijn moeder, de godin Thétis, hem naar het eiland Skyros. Hier werd hij opgevoed door Likomedes, de koning van de Dolópes. Hij werd verkleed als meisje en leefde vooral samen met de dochters van Likomedes. Achilles raakte verliefd op een van die dochters, Deidamia en trouwde met haar. Zij kregen een zoon Neoptólemos.
De profeet Kalchas had voorspeld dat Troje niet veroverd kon worden zonder de deelname van Achilles in de strijd. Via een list wist de slimme Odysseus de plaats te ontdekken waar Achilles zich schuil hield en hij kwam naar Skyros om Achilles over te halen mee te gaan om de troepen te leiden. Achilles scheepte in aan de oostkant van het eiland in een baai, die naar hem is vernoemd: Ahili. Hij gebruikte paardjes die in het wild rondliepen op het eiland. Klein, ongeveer 1.10 meter hoog, wendbaar en zeer sterk. Nadat Achilles dodelijk was geraakt aan zijn hiel onder de muren van Troje, reisde Odysseus terug naar Skyros. Ditmaal om Neoptólemos te zoeken. Weer als gevolg van een voorspelling. Ditmaal omdat de muren van Troje niet zouden vallen zonder dat de zoon van Achilles daar zou strijden. Koning Likomedes was daar een fel tegenstander van, maar boog uiteindelijk toch voor de listige Odysseus, omdat zijn kleinzoon nu eenmaal voorbestemd was om bij Troje te vechten. Neoptólemos hunkerde naar glorie en werd een van de helden van de Trojaanse oorlog. Hij verstopte zich in het houten paard, waarmee de tienjarige oorlog werd beslist, toen dat door de Trojanen binnen de stadsmuren werd gebracht.
Zoals ik al schreef is Skyros absoluut niet toeristisch. Je komt hier bijvoorbeeld niet de grote toeristenhotels tegen, toch is er de laatste jaren wel iets op gang gezet. Er komen steeds meer appartementencomplexen bij. Een deel wordt alleen in de hoogzomer gebruikt, wanneer het eiland wordt overstelpt door Grieken die de stad ontvluchten. Veel van die appartementen liggen in de drie plaatsjes (Magazia, Molos en Gyrismata) ten noorden van de stad. In dit gebied staan ook veel zomerhuisjes van Grieken, de meeste van die huizen zijn goed onderhouden en duidelijk niet alleen voor de augustusmaand bedoeld, maar ook voor een lang weekend komt men hier terug. Deze drie plaatsen liggen bijna aaneengeschakeld en hebben lange zandstranden, die nagenoeg in elkaar overlopen. De meeste buitenlandse toeristen treft men ook in dit gebied aan. Echt veel zijn het er overigens niet. Ross Holidays is bijvoorbeeld als enige Nederlandse touroperator actief op het eiland. Verder is er een Engels (workshop) centrum, komen er eilandhoppers met een (gehuurde) boot in de haven Linaria aan. Tenslotte verschijnen er jaarlijks nog enkele mensen die op eigen gelegenheid reizen, meestal gebeurt dat via Evvia, waarmee Skyros een dagelijkse veerdienst onderhoudt.
Terwijl de economie van veel andere eilanden voor een groot deel op het toerisme draait is dat dus op Skyros van ondergeschikt belang. Landbouw in het noorden en het houden van schapen en geiten in het zuiden, spelen een belangrijke rol. Daarnaast wordt er nog op kleine schaal marmer ontgonnen. Verder speelt de handenarbeid nog een belangrijke rol. De houtsnijders, het weven en borduren (embroderie) gebeurt echt niet alleen voor de toerist, maar is voor eigen gebruik van de eilanders en wordt ook naar andere eilanden verscheept. In de meeste woningen is wel iets terug te vinden in de vorm van op traditionele wijze geweven kleden of versieringen in de meubels. Wel wordt het ook hier steeds minder, omdat veel bewoners wegtrekken naar enerzijds grotere eilanden en anderzijds het vaste land.

De hoofdstad van Skyros heeft dezelfde naam als het eiland en wordt door de bewoners ook wel aangeduid als Chora. Het ligt gebouwd tegen een opvallende rots, waarop de restanten van de oude Venetiaanse burcht nog te zien zijn. Die burcht is gebouwd op de plek waar in vroegere tijden de akropolis heeft gestaan. Bij het al eerder aangehaalde Markessi heeft een tempel voor Poseidon gestaan. En iets ten westen van de Chora op een plaats die aangeduid wordt als Phourka zijn restanten van een tempel voor Appollo gevonden. Zo zijn er nog talloze plekjes te noemen. Veel van de geschiedenis is terug te lezen in het boek van Manos Faltaits (in het Engels) over Skyros, maar ook het boekwerkje van het ministerie van cultuur over de archeologie van het eiland is interessant.

De hoofdstad is het belangrijkste dorp op het eiland. De havenplaats Linaria heeft veel van zijn oude glans verloren, maar door bevoorrading via de veerdienst met Kimi op Evvia is het er toch nog steeds bewoond. Aherounes ligt er bijna tegenaan geplakt bij de gelijknamige baai. Zo’n vijf kilometer ten zuiden van de Chora ligt tenslotte Aspous, een ander dorp dat nog enige omvang heeft.
Voor de standliefhebbers zijn er diverse baaitjes te vinden, waar men kan zonnen en zwemmen. Zoals bijvoorbeeld het hiervoor genoemde Aherounes maar ook bij Agios Petrou, de baaien van Kalogrias, Kolimbada en Renes en bij Kalamitsa. Nee, ik ben niet compleet er zijn er nog veel meer.
Ook op Skyros zijn enkele groten te vinden, die alleen via een boot bereikbaar zijn. Er is een excursie vanaf Linaria die naar de grot van Chloparati gaat, voor de andere grotten moet men zelf een boot huren of hopen dat men een Griek met boot treft die je erheen wil brengen.
Rond Skyros liggen nog diverse kleinere eilandjes en rotspunten met namen. In het zuiden ligt bijvoorbeeld Sarakino (ook wel Sarakiniko genoemd), waar de al gemelde excursie heengaat. Pal daarnaast ligt het kleinere Platia. Samen zorgen zij voor een natuurlijke bescherming van de baai van Tristomo. Voor de kust bij Linaria ligt Xaroupia, in het noordwesten bij Atsitsa ligt Kalogria, aan de noordzijde vinden we Podia en bij Molos treffen we Vrikolakonissia aan met daarop het kerkje Agios Emolaos. Voor het bezoeken van deze eilandjes geldt eigenlijk hetzelfde als bij de grotten, zelf op pad gaan.

20 september 2007

Limburg 8
Ongeluk

Het eind is in zicht. Vandaag gaan we op weg naar huis. Ik maak Naomi tegen zessen wakker. We ontbijten, pakken de laatste spulletjes in en laden de fietsen op.Om kwart voor zeven staan we gereed. Tineke houdt ons nog even op, want die wil ons op de foto zetten.
‘Heb je het geld meegenomen', vraagt zij overbodig.
De scheiding volgt.
De tassen van Tineke en Raema worden samen met de jongste dochter door de vakantiebaas naar het station gebracht. Zelf neemt Tineke de benenwagen en koopt onderweg een krant.
De trein richting Maastricht vertrekt om 9.02 uur. In de provinciehoofdstad is het een drukte van belang. Zij ruilt daarop de kaartjes tweede klasse in voor eerste klasse en reist bijzonder rustig.
Het overstappen in Amsterdam gaat ondanks de nodige bagage goed. Zij heeft daar bovendien een uitstekende aansluiting en is om een uur al weer thuis.

Naomi en ik zijn dan nog onderweg. Toch is onze reis in Valkenburg al bijna afgelopen. Naomi rijdt tegen een stoeprand en heeft nog net voldoende besef om haar linkerbeen tussen haar zadel en stuur te slingeren en van de fiets af te springen. Zij komt zo met de schrik vrij.
Na een halfuur staan we in Meerssen en via Bunde en Geulle bereiken we het Julianakanaal. Het fietspad langs het kanaal is niet al te best, maar zonder panne bereiken we Stein. Daar moeten we een omtrekkende beweging maken. Het industrieterrein met de fabrieken van DSM maken dat we niet verder kunnen. Na een kleine omweg vinden we het fietspad terug.
Vlak voor de sluizen van Obbicht nemen we onze eerste pauze. We hebben dan al zeven kwartier gefietst. Onderweg zien we - ondanks het vroege tijdstip - veel wandelaars en fietsers. Ook zijn er diverse mensen aan het trimmen, terwijl langs de waterkant vissers hun hengel uitwerpen. De dauw hangt boven de velden en er heerst een geweldige rust.

Na een kwartier is het tijd om verder te gaan. We steken de sluizen over en verlaten de route. Naar Maaseik in België. Het snijdt een stuk af en het laatste gedeelte over het fietspad is niet leuk meer. Kleine vliegjes zwermen om ons heen en willen zich tegoeddoen aan ons zoete bloed.
We vliegen door het Belgische land en bereiken voor we het in de gaten hebben ons eigen kikkerland. Naomi is vandaag de kaartlezer en dat is niet helemaal een succes. Zij is snel afgeleid. Toch laat ik haar de standaard op haar fiets houden, want op mijn stuur klapt dat ding steeds om.
Bij Ell is de tweede stop gepland. Daar is echter nog niets open. Net nadat we hebben besloten maar langs de kant van de weg te gaan zitten, zien we een café. De Molshoof is ook al gesloten. Een vrouw is binnen aan het schoonmaken. Zij heeft Naomi voor de deur zien staan en doet toch open. We krijgen op het terras iets te drinken en eten een boterham.

Tegen elven stappen we weer op. Hebben er inmiddels al zestig kilometer op zitten. Dat vlot lekker. We fietsen naar Nederweert en laten onze rustplaats even onder Weert links liggen. Naomi heeft ondertussen haar trainingspak uitgedaan. Ik houd mijn lange broek aan. Lekker tegen de zadelpijn.
Het begint warmer te worden, maar de temperatuur voelt niet extreem aan. Wel krijgen wij sneller last van een droge keel en smeer die met het meegenomen water.
Vanaf Nederweert rijden we langs de provinciale weg en de Zuid-Willemsvaart. Om een uur stappen we in de buurt van Someren en drinken appelsap.
Ze is er welsiwaar niet bij, maar onderweg komen we Raema toch tegen.
Naomi heeft een visioen van auto's en treinen, waarmee zij verder kan reizen. De billen doen zeer. In Helmond slaan we op een industrieterrein koud drinken in. We stoppen niet al te lang en blijven aan de andere kant van het water rijden, omdat de brug openstaat. Dat is geen goed idee, want het wegdek is hier bijzonder slecht. We hotsen en botsen door elkaar. Het heeft echter ook een voordeel, want er rijden nu geen auto's meer vlak langs ons heen.
Bij Beek en Donk laten we de Vaart achter ons en rijden naar Gemert. Hier nemen we de tijd. We hebben al meer dan honderd kilometer achter de rug. Ik vraag hoever het nog naar Oss is. Nog zestien kilometer, maar het blijkt het dubbele. In Uden heb ik dat al wel door.
Naomi begint moe te worden en ik probeer haar op te beuren. Zij krijgt de laatste appelsap, maar dat is zo warm geworden, dat het eigenlijk niet meer te drinken is. Een ijsco onderweg doet wonderen. Via Nistelrode bereiken we uiteindelijk Oss.
Onderweg zie ik een hotel. Ik rijd door naar de VVV, maar dat is gesloten. Dan maar terug naar het hotel. 135 Kilometer hebben we vandaag afgelegd.
Er is plaats en ik schrijf ons in. De fietsen kunnen we in een schuurtje achterlaten. De kamer is luxueus met televisie en bad. Naomi maakt daar gebruik van terwijl ik Tineke vanuit de kamer bel. Daarna duik ik ook in bad. We gaan buiten de deur eten bij een Griek en Naomi eet dapper haar Soufflaki schotel op.

De tweede dag rijden we van Oss naar huis in Almere-Haven. Het wordt voor ons een gedenkwaardige zondag. Om vijf uur rommelt en stommelt er iemand door het hotel en verschijnt in onze hotelkamer.
‘Entschuldigung', klinkt het. Zal wel een stomme Mof zijn. Of gewoon een hoteldief.
Dom ben ik natuurlijk door de hotelkamer niet op slot te draaien.
De slaap is verdwenen. We gaan daarom, maar ook omdat we nog een hele ruk hebben te gaan, vroeg op pad. Te vroeg, want de pont vanuit Oijen vaart nog niet. We moeten toch de Maas over. Dan maar de brug bij Ravenstein.Vervolgens bij Beneden-Leeuwen de Maas over en nu verder? Gokken dat de pont bij Wijk bij Duurstede de overtocht wel maakt of bij Rhenen de brug over de Rijn nemen? Ik kies voor de laatste optie. Wel wat kilometers om.
Langs de Rijn naar Elst en vervolgens over het fietspad - naast de oude weg van Arnhem naar Utrecht - tot Leersum. En dan door het bos naar Maarn.

In dat bos begint Naomi plotseling te schreeuwen. Het gillen wordt huilen. ‘Wat is er aan de hand?'
Geen antwoord. Ik geef haar een zuurtje om haar te kalmeren. Het helpt.
‘Ik ben gestoken door een wesp', stamelt mijn oudste.
‘Ik zal even kijken', zeg ik.
Naomi trekt haar trui uit. Een klein rood puntje en verder niets. Bovendien geen insect meer te vinden. Omdat ik geen aceron bij me heb, besluit ik er maar een beetje zalf op te smeren.
‘Dat helpt', laat ik haar in de waan.
‘Je arm wordt misschien een beetje stijf, maar het zal vanzelf wel weer overgaan.'
We drinken nog iets en vervolgen onze weg.

De ergste schrik is voorbij. Langs de Leusderheide gaat het richting Amersfoort. De stijgende Laan 14-18 wordt door mijn kleine meid moeiteloos genomen. Vlakbij de dierentuin van Amersfoort lassen we weer een pauze in. Op het terras eten we een tosti en lessen onze dorst.
‘Nu is het niet ver meer. Wij hebben het ergste gehad', meld ik.
‘Maar we moeten de brug nog over. Daar kom ik nooit overheen', zegt de bergkoningin.
‘Wel nee', spreek ik haar moed in. ‘Met die turbodijen van jou is het een peulenschilletje. Voor je het beseft ben je boven.'

We rijden richting Soestdijk. Juultje en Bernhard zijn thuis. De vaandel wappert immers op het paleis. We zwaaien naar de marechaussee en krijgen een groet terug. Naomi heeft ondertussen toch wel last gekregen van een ietwat stijve arm.
‘In Eemnes krijg je een ijsje en daar gaan we Tineke bellen. Misschien komt ze ons wel een stuk tegemoet.'
Met een ijsje in de hand gaan we op zoek naar een telefooncel en bellen naar huis.
‘Ik kijk wel, wat ik doe', meldt Tineke op ons verzoek om ook op de fiets te stappen, nadat ik heb uitgelegd dat Naomi is gestoken.Over de Wakkerendijk naar de Bijvanck. Bij de tennisbanen, aan het einde van de Bijvanck begin ik kinderliedjes te zingen. Naomi haakt in. De saaie weg naar de Stichtse Brug wordt zo een stuk minder saai.
In de verte aan de overkant van het Gooimeer ontwaar ik enkele kleine stipjes. ‘Dat zijn Tineke en Raema', meld ik op de gok.
Vergeten is Naomi de brug. Zingend en zwaaiend naar de overkant – ‘dat kunnen ze toch niet zien', denk ik - gaan we omhoog. De stipjes aan de overkant worden steeds groter. Bovenaan blijf ik stilstaan. Naomi stopt ook. Ik kijk achterom. Zij vraagt wat er is.
‘Ben je niet iets vergeten?', vraag ik.
‘Hoezo?'
‘Nou, je kon toch niet tegen de brug opkomen.'
Ze begint te lachen.
De stipjes worden steeds duidelijker. We zwaaien nog maar eens. Er wordt teruggezwaaid. Het zijn inderdaad Tineke en Raema. We vliegen naar beneden. Onder aan de voet wacht de rest van de familie. Gezamenlijk trappen we het laatste stukje naar de Middenhof.

Een ervaren vakantieganger wil ik mij niet noemen. Daarvoor ben ik niet vaak genoeg op pad geweest. Wel zitten er bijzondere vakanties tussen. Met school in Luxemburg met een jongerenreis in Oostenrijk. Oh ja, en met mijn ouders naar Duitsland en Italië. Dat mag ik niet vergeten.
In de verhalen over Limburg gaat het over de vakantie naar Schin op Geul. Samen met Naomi op de fiets. Tineke en Raema namen de trein zoals in het eerste stuk al gemeld de trein. Ik heb tijdens die vakantie een dagboek bijgehouden in een schrift en die stukken samengevoegd tot deze Limburg-artikelen.

Maar nu is het weer tijd voor iets anders.

19 september 2007

Limburg 7
Drielandenpunt

Twee dingen hebben wij op het programma staan. Vaals bezoeken en mijn moeder, die jarig is, bellen. Natuurlijk haalt Naomi de krant. Het ontbijt wordt binnen genuttigd. Het is - zo vroeg op de morgen - nog fris. Tineke doet haar dagelijkse wasje. De vaat wordt door Raema en mij verzorgd. Naomi drukt zich. Zij doet een grote boodschap.
De kinderen worden door Tineke ingesmeerd met zonnebrandolie, want het belooft een warme dag te worden. Daarna is Tineke zelf aan de beurt. Ik heb me zelf al verzorgd.
De weg naar Vaals leggen we snel af. Het gaat licht bergopwaarts, maar we hebben al zoveel klimkilometers onder de wielen weggetrapt dat we daar geen enkel probleem mee hebben. Om Vaals heen gaat een stuk lastiger en daarna begint het beulswerk.
We willen naar het hoogste punt van Nederland: 321 meter. Op de Vaalserberg moet ik als eerste afstappen. Tineke, die de minste punten in het bergklassement heeft, komt het verst. Bij het weer opstappen verliest Naomi haar pet en daarmee de aanloop. Samen met mij stopt zij voor de tweede keer. Ook Tineke moet - een heel stuk verder - enkele meters lopen. De laatste bocht naar de Wilhelminatoren volbrengen we tussen de wielen.
In het restaurant - boven op de berg - nuttigen de kinderen een vlaai. Tineke schaft een nieuw fotorolletje aan en denkt het drielandenpunt al bereikt te hebben. Dat ligt echter nog zo'n vijfhonderd meter verder en negen meter hoger. Daar draaien we onze hand niet voor om.
Volgens de meiden heb ik de stenen, waarop staat aangegeven waar het punt daadwerkelijk is, met mijn magische vingers neergezet. Zij rijden er pardoes voorbij en ik moet ze de juiste weg wijzen en zijn het drielandenpunt al voorbij.Op dit misschien wel beroemdste stukje land van Nederland worden enkele foto's geschoten. We stappen alle richtingen op en komen zo in België en Duitsland. Naomi krijgt enkele stickers op haar fiets geplakt en daarna gaat het weer naar beneden. Naar het centrum van Vaals. Ik probeer mijn moeder te bellen, maar krijg geen gehoor. Tineke gaat bij de VVV langs. Van een extra concert van de Stones hebben ze in het diepe zuiden nog nooit gehoord. Wel beschikken ze hier over allerlei fietskaarten. Maar die hebben we niet meer nodig.
Omdat bij het drielandenpunt geen grenspost te bekennen valt - Naomi heeft dat op weg naar Maastricht al tweemaal meegemaakt - fietsen we nog even naar de Duitse grens. Voor Raema het beseft is zij in Duitsland. Een foto - met Duitse borden - maakt duidelijk dat wij grensoverschrijdend bezig zijn geweest. Hierna keren we snel terug. De Nederlandse douane staat wel aan de grens, maar vraagt niet naar paspoorten en laat iedereen passeren. Zo gaat dat natuurlijk niet. Wij schieten daarom de twee douaniers aan en beginnen een kletspraatje.
Zij staan er toch om het grensverkeer te controleren.
‘Nog wel, maar dat gaat binnenkort veranderen. Dat komt door het Schengenakkoord. Dan vallen de grenzen binnen Europa weg. Alleen verkeer dat uit niet-Schengenlanden komt, moet dan nog worden gecontroleerd. Voor Nederland gebeurt dat in diverse havens en op vliegvelden met internationaal verkeer. Wij krijgen dan een totaal andere taak', wordt ons uitgelegd.
Na dit stukje informatie rijden we terug richting Vaals. Vanuit het westen drijven donkere wolken naderbij en we besluiten zo snel mogelijk terug te fietsen richting Schin op Geul. En snel gaat het. We merken nu pas hoeveel we op de heenweg hebben geklommen.
Tweemaal worden we overvallen door een regenbui. We fietsen door naar Valkenburg, waar Tineke bij het Kruidvat zalf koopt. De rest nestelt zich op een terrasje. Het is gelukkig weer droog geworden en de zon schijnt. Er wordt nog een fles Sonnema aangeschaft en een derde sticker voor op de fiets van Naomi.
Het bellen naar huize Van Maanen slaagt nu wel. Zoals gewoonlijk geef ik de hoorn snel door. Luisteren kan en wil mijn moeder zoals gewoonlijk niet. Zij praat aan een stuk en heeft geen belangstelling voor onze avonturen.

Terwijl Tineke in het huisje het avondeten verzorgt, neem ik de krant mee naar de slaapkamer en val pardoes in slaap. Na het eten doet Tineke een tukje en samen met Naomi wil ik de vaat verzorgen. Naomi zeurt en wordt door mij weggestuurd.
'Ik doe het wel alleen. Ga jij maar naar buiten.'
Daar krijgt zij prompt ruzie met haar zus en deelt een tik uit. Ik stuur haar meteen naar bed, waar zij al snel wegdommelt. Raema volgt een uur later. Naomi wordt daar wakker van en het duurt hierna nog uren voor het tweetal de slaap kan vatten.

Nadat ik het door mij al eerder beschreven rondje over de Keutenberg heb gemaakt, wandelen we met z’n allen naar het station van Schin op Geul.
We willen naar Duitsland - om preciezer te zijn Aken - en moeten eerst naar Valkenburg. Onderweg loopt Naomi haar winkeltje binnen om de ochtendkrant te kopen.
Op het station is geen loket voor kaartjes. Die moeten uit een automaat getrokken worden. Het duurt enige tijd voor we de werking van het apparaat doorhebben, maar dan rollen er toch vier kaartjes uit de machine.
Even voor negenen staan we op het perron klaar. Het boemeltje komt er al aan. In Valkenburg moeten we zoals gezegd overstappen naar de trein naar Aachen, die even later langs het station waar we zijn gestart kruipt. In Simpelveld wordt een tussenstop gemaakt.
Douane komt er niet in de trein. Het passeren van de grens met onze oosterburen gaat ongemerkt. Het over de grens smokkelen van drugs en allerlei contrabande is op deze manier een fluitje van een cent, ontdek ik. Niet dat ik me daar aan wil wagen. Ook voor terroristen is het op deze manier wel heel simpel om van het ene naar het andere land te hoppen.
Regelmatig kom ik in de kranten artikelen tegen van Joegoslaven die in Nederland huishouden en zelden gepakt worden. Doordat de grenzen praktisch zijn verdwenen kan de internationale criminaliteit hoogtij vieren, besef ik tijdens dit ritje.

Voor de Hauptbahnhof van Aachen staat een monument met een groep paarden. Voor de kinderen een leuk speeltuig, terwijl Tineke en ik naar het Verkehrsamt gaan. Daar nemen we enkele folders mee, waaronder een plattegrond van de stad.
We hebben het plan opgevat om de dierentuin met een bezoek te vereren, maar keren al snel op onze schreden terug. We hebben immers Duits geld nodig. Ik het Postamt kunnen ze ons aan marken helpen.
Met buslijn 31 rijden wij vervolgens naar de Zoo. De entree is - voor Nederlandse begrippen - laag. Geen wonder, want van een echte zoo is geen sprake. Het is meer een park.
We ontdekken ontzettend veel watervogels en talloze vogelsoorten. Daarnaast zijn er enkele Afrikaanse dieren, diverse runderrassen en verschillende apensoorten. Roofdieren zijn bijzonder zeldzaam in deze dierentuin.
Ruimte om te spelen is er voor de kinderen volop. Zij kunnen ook talloze dieren aanhalen. Mijn bijnaam van ijsbeer raak ik hier kwijt. Vanaf vandaag ga ik als hangbuikzwijn door het leven.

Het wandelen door de dierentuin heeft de eetlust opgewekt. In het park zelf is niets te verkrijgen. Het restaurant ligt net buiten de Zoo. Aan een broodje kunnen ze ons niet helpen. Dan maar verder zoeken. Op weg naar de Burg Grafenburg komen we vast wel iets tegen.
De burcht is aan de buitenzijde erg mooi. Toch gaan we niet naar binnen. Tineke had zich het gebouw totaal anders voorgesteld. Gegeten is er dan nog steeds niets.
Bij Hellas Grill kunnen we een kop soep krijgen. De kinderen doen zich tegoed aan een portie patat met kroketten. Gelukkig geen Bratwurst, want daar staan de Duitsers immers om bekend. Naomi moet nodig naar het toilet en vindt dat zonder echt te hoeven zoeken.
We keren hierna terug naar het hart van de stad, waar we talloze eettentjes ontdekken. Hier verkopen ze wel broodjes. De winkels in het centrum liggen vol met koopjes. Uitverkooptijd, maar daarvoor zijn we niet naar Aken gegaan.
We lopen langs de St. Nikolaaskirche en Tineke wil per se naar binnen. Ondanks dat ik een goede week eerder heb besloten ga ik mee. Ik blijf wel achterin rondlummelen. Nog steeds is mijn aversie tegen kerken groot. De drie meiden bewonderen de vele beelden en wandschilderingen. Ik verveel me.
Het Rathaus - even verderop - is zeer smerig aan de buitenkant. Een schoonmaakbeurt kan geen kwaad. Binnen schijnt het prachtig te zijn, maar wij slenteren verder.
Achter het Rathaus staat de Dom van Aken. Ook hier hetzelfde beeld aan de buitenkant: vuil. Binnen flonkert het goud je al snel tegemoet.De dom moet opgeknapt worden en daar is veel voor nodig. Talloze Marken, die uit de portemonnee van de bezoekers worden geklopt. Ik gruw opnieuw bij de gedachte hoe de Roomse kerk de mensen uitbuit. De schat aan rijkdommen mag niet worden gebruikt voor de restauratie en opknapbeurt. Nee de arme lieden moeten nog verder in het stof kruipen om de mannen in hun rokken maar van dienst te zijn.
Ik vlucht bijna het heiligdom uit. Samen met de kinderen. Tineke wandelt nog enige tijd rond. Maar kan niet overal komen. Enkele delen mogen slechts onder toezicht worden bezocht en er is net een groep onderweg. Pas over een uur kan zij verder. Dat gat haar zelfs te ver en ze komt naar buiten.
We wandelen verder door de stad en komen bij de Elisebrunnen. ‘Het gras is nat', meld ik. Maar ik sla mijn eigen waarschuwing in de wind, wanneer ik een droog stukje denk te bemerken. Natuurlijk houd ik er natte billen aan over.

We beraadslagen over onze verdere plannen. In 1976 hebben Tineke en ik al eens op een camping in een park gestaan. Daar willen we nog wel eens een kijkje nemen. De camping staat dichtbij een casino.
De busreis ernaartoe is geen succes.
De chauffeur is nors. ‘Welcher casino', snauwt hij, nadat ik naar het casino in het park heb gevraagd.
Hij wil ‘nur abfahren'.
Zoveel ongemanierdheid accepteren wij niet. Dan maar niet met de bus. Uitstappen en wandelen. Het park is gelukkig niet ver weg. Mijn voeten beginnen zeer te doen. Wandelen is nog steeds niet mijn grootste passie.
In het park zoeken we de midgetgolfbaan. We vinden wel een bordje, maar aanvankelijk geen baan. Voorbij de camping draaien we om en lopen een afgeschermd gedeelte in. Daar liggen een aantal luxe tennisbanen. Een groepje giechelende vrouwen krijgt les van een macho tennis-eminentie. Even verderop ontdekt Tineke de midgetgolfbaan.
Voor we aan een spelletje beginnen willen de kinderen eerst naar het toilet. Wij zoeken een plaatsje op het terras. In de kiosk kunnen zij geen toilet vinden. Ik loop daarom met ze mee naar binnen. Aan een Franssprekende dame vraag ik waar de meiden terechtkunnen. Zij verwijst ons naar het paviljoen van het casino.Het is hier een deftige bedoeling. We zijn hier in ons vakantiekloffie duidelijk niet op onze plaats. Een jeugdige ober wijst ons de weg. We lopen door een fraaie zaal met lila vloerbedekking. Onderweg komen we enkele duur uitgedoste mensen tegen, die nog net hun neus niet ophalen voor dat stelletje armoezaaiers.
Vanuit de zaal komen we in een gang. Daar zijn de toiletten. Even verderop is een grote hal. Daarop komen diverse deuren uit. De speelruimten. De kinderen zijn te jong. Bovendien houd ik niet van gokken. Snel weer naar buiten.
Op het terras drinken wij iets. De clubs en ballen worden klaargezet. Het begin is eenvoudig. Het middelste gedeelte een stuk lastiger. Het slot is vervolgens weer goed te doen. Ik kom rond in 69 slagen. Tineke heeft er twee meer voor nodig. Raema doet het in 75 slagen, maar daar komt wel enig gesmiechel bij. Naomi sluit af met 76 en dat is zeker niet slecht.

De tijd heeft ondertussen niet stilgestaan. Onze magen knorren. We besluiten terug te gaan naar het station en onderweg gaan we nog op zoek naar een geschikt eethuis. Het Argentijnse restaurant vindt geen genade in onze ogen. Het Vietnamees-Chinese restaurant ziet er niet uit. We belanden in restaurant Mediterran.
Het fraai ogende etablissement belooft een duur etentje. De prijzen vallen bijzonder mee. Het eten zelf is verrukkelijk. We starten met brood en kruidenboter. De uiensoep is vervolgens goddelijk.De kinderen kiezen voor een pizza. Tineke en ik nemen een Hawaii-topf. Het eten wordt afgesloten met ijs.

De laatste loodjes wegen het zwaarst. Dat geldt zeker ook voor ons. We zijn moe en nemen daarom vanaf de Elisebrunnen een bus. De chauffeur doet moeilijk over de ritprijs. De reis zelf is zeer kort. Op het station moeten we nog een uur wachten voor onze trein naar Valkenburg vertrekt.In een kiosk koopt Raema een kaartje van de paardengroep, die voor de Hauptbahnhof staat. Raema - haar zus durft niet - bestelt in de stationsrestauratie het drinken: ‘zwei Apfelsaft en ein Bitter Lemon’. We krijgen het bestelde.
In de trein mag Raema haar kaartje van de jonge conducteur zelf knippen, of beter gezegd stempelen. Zij moet vervolgens van hem haar zus maar leren hoe dat werkt, terwijl hij op het perron van Simpelveld het vertrek van de trein regelt.
Het maakt flink veel indruk op Raema.
‘Ik weet wat ik wil worden. Dit vergeet ik mijn hele leven niet meer!'
De conducteur vertelt nog dat wij in Valkenburg drie kwartier moeten wachten op de trein naar Schin op Geul.
‘Jullie kunnen beter meerijden naar Maastricht en daar de trein pakken. Dat duurt net zo lang.'
Dat willen we niet. ‘We nemen wel een taxi.'
Even later rijden we bijna stapvoets langs het station van Schin op Geul. Balen. Kan de trein hier niet even voor ons stoppen. Neen dus. In Valkenburg stappen we uit. Voordat we op zoek gaan naar een taxi bekijk ik de vertrektijden van de trein nog even. We hebben geluk. Over enkele minuten komt er een trein, die in Schin op Geul stopt.
Hierdoor zijn we nog op tijd voor het televisieprogramma 'Weg van de snelweg'. Het programma voert de kijkers door Zuid-Limburg. We zien veel bekende plekjes in Maastricht, Gulpen, Eijs, Margraten, Schin op Geul en natuurlijk Valkenburg.
De Kluis hebben we nog niet ontdekt en we besluiten daar de volgende dag een bezoek aan te brengen.

Het einde van een lange dag nadert. Een dag waarin we veel nieuwe indrukken hebben opgedaan en ook enkele nieuwe woorden hebben geleerd, dankzij Raema. 'Kruidbomeltje' is een broodkruimel en de Deutsche Bank heeft ook een nieuwe naam gekregen: Duitse Bink.