Posts tonen met het label Gianny. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Gianny. Alle posts tonen

4 september 2011

Genezen


Zo simpel is het. Als vader had ik altijd twijfels; doe ik het wel goed. Opvoeden is duidelijk geen eenvoudige taak en een matrix over je kinderen leggen, dat lijkt misschien wel de beste manier, maar dat is het niet. Ieder kind is immers anders en ieder kind heeft daardoor weer een andere gebruiksaanwijzing nodig. Dat betekent ook altijd schipperen, want als de een dit mag, dan wil dat niet automatisch zeggen dat dit ook goed is voor de ander. Misschien is die wel veel meer gebaat bij dat.
Ik heb in ieder geval mijn best gedaan. Ik geeft het ook ruiterlijk toe, ik was niet de beste opvoeder. Wel heb ik altijd geprobeerd duidelijk te zijn. Luisteren, eerbied voor ouderen en niet met vreemden meegaan. Dat zijn voor mij drie belangrijke dingen.
En nu ik grootvader ben, ben ik blij dat ik een aantal zaken terugzie in de opvoeding door mijn dochter. Nee, niet alles, want het moet geen kloon zijn. Bovendien zijn de tijden veranderd, soms ten goede, maar ook ten kwade. Het is veel drukker, meer mensen, meer activiteiten, meer kansen op pijn. Ook ben ik blij dat ik mij niet meer met de opvoeding hoef te bemoeien. Dat ik zoiets aan mijn dochter en schoonzoon moet overlaten.
Maar, als ik dan alleen ben met de kleine ijsbeer en ik de verantwoording op mij neem voor zijn welzijn, dan hoort daar ook een stukje opvoeding bij. Neem ik aan. Dat betekent altijd weten waar hij is, hem in de gaten houden als hij in de speeltuin aan het ravotten is, hem waarschuwen voor wat hij – mijn ogen – wel en niet mag. En honderd keer een vraag beantwoorden.
,,Opa IJsbeer wat is dat?”
,,Opa IJsbeer waarom doen ze dat?”
,,Opa IJsbeer, gaan we daar zitten?”
,,Opa IJsbeer, sla een arm om me heen.”
,,Opa IJsbeer, wanneer komt de bus?”
,,Opa IJsbeer, mag ik bij het raam zitten.”
Het is een slim ijsbeertje, goed gedresseerd. Maar daardoor toch ook wel weer kwetsbaar. En je kunt hem niet voor ieder gevaar behoeden. Het is immers een kind en dat moet spelen, en niet altijd alleen. Ook met andere kinderen en dan wordt het spel soms een beetje wild. Worden er dingen vergeten. Nee geen kleine ongelukjes. Opa IJsbeer zorgt ervoor dat het mannetje vaak genoeg naar de wc gaat, in de tas zit wel een reservestelletje kleding voor als er toch een ongelukje gebeurt.
Maar sommige ongelukken kun je niet voor zijn. Hij struikelt, over een iets omhoog staande tegel. Hij laat mij zijn elleboog zien.
,,Geen bloed te zien Gianny.”
En dan is het goed. We dolen verder, eten een krentenbol. En daarna mag hij de speeltuin in. En speelt daar met andere kinderen, in een bootje. Zijn spel wordt wilder en wilder. Hij rent, hij vliegt en valt. Huilend komt hij bij zijn Opa IJsbeer. En laat nu zijn andere elleboog zien, met een flinke schaafplek. Geen vuil, dat is mooi.
,,Moet Ernie of Opa IJsbeer er een kusje op doen.” Zoiets helpt nog altijd, niet.
Want als opa een kusje heeft gegeven, dan doet het nog steeds zeer. ,,Niet meer aan denken, dan is het zo over”, is de volgende raad aan het vierjarige kereltje.
Even later: ,,Opa, Opa IJsbeer, ik moet er nog steeds een klein beetje denken en het doet nog steeds een klein beetje au.”
Het jochie gaat weer spelen, komt na een minuut of tien weer terug.
,,Weet je nog waar je aan moet denken”, vraag ik. Hij weet het niet meer. ,,Weet je nog waar je niet meer aan moet denken.” Ineens weet hij het, kijkt naar zijn elleboog en voelt meteen nog een prikkel. Ik stap maar weer eens op, ga verder en op de terugweg stel ik hem nog een keer dezelfde vragen. Het ritueel herhaal zich.
De volgende dag zie ik hem weer, tijdens het Havenfestival in Almere Haven. Hij is opnieuw wild aan het spelen, maar valt dit keer niet. En weer vraag ik hem waar hij aan moet denken. Als vierjarige moet je zoveel, dus hij is het allang weer vergeten. Maar waar hij niet aan moet denken, weet hij nog. Trots laat hij mij zijn elleboog zien. Nee, pijn heeft hij niet meer. En op de schaafplek, heeft zich al een korstje gevormd. Het begint al te genezen.

17 januari 2010

Daniëldorp

Daniël heeft beloofd om op te passen op Gianny. Raema is werken, Naomi en Martin willen uit eten en Mamoe en Opa IJsbeer zijn naar de vakantiebeurs. Dus treft Daniël zijn voorbereidingen. Hij bouwt en bouwt net zolang tot alle duplostenen op zijn. En er ligt weer een trainrails. Uitgebreid na een avondje statten. Het lijkt net Almere, dat groeit ook tegen de klippen op. Als je er een jaartje niet bent geweest is er al weer veel aan toegevoegd. En gesloopt. Datzelfde gebeurt met Daniëldorp.
En als Gianny verschijnt moet hij eerst zijn oogjes dichtdoen, zodat de verrassing blijft tot hij in de tot wonderland omgetoverde eethoek verschijnt. Het spelen heeft wel wat voeten in aarde want de duplowal belemmert zijn zicht op wat er op de achterhand gebeurt. Ja Raema die term wordt in heel veel meer dan dan alleen in de paardenwereld gebruikt. Pas als de muur is gevallen kan Gianny zijn spel spelen. Mamoe bouwt ondertussen aan een gevangenis, een speeltuin terwijl Opa IJsbeer zijn ding doet. Mamoe mag met de trein mee, boodschappen doen, buiten dooit de sneeuw weg en binnen gaat het van tsjoeke, tsjoeke tsjoeke, tsjoek. Thomastreintje wordt aangekoppeld en weer losgemaakt. De wissels hebben hier geen last van het winterse weer en doen hun plicht. Tot...
Oei, een onstporing. Waar? Natuurlijk in de tunnel, want dat is de meest kwetsbare plaats in Daniëldorp. Alle hulptroepen snellen toe, de brandweerwagen om de reizigers uit de wagons te redden, de politie om de wegen af te zetten en Bob de Bouwer om de ravage weer op te ruimen.
Net op tijd klaar voor de lunch in Tineke's Lunchroom. Bereid door mamoe voor het gehele gezelschap.

14 juli 2009

Een echt baasje

De columnist en journalist Hans van Maanen, nee geen familie, heeft er een heel boek aan gewijd, aan het onderwerp misvattingen. Ik ga hem hier echt niet afvallen, want wie ben ik nu eenmaal. En ik ga hem ook niet aanvullen, want een wetenschappelijke onderbouwing is er niet. Voor mijn denken. Voor mijn stelling.
Toch geloof ik dat sommige gebeurtenissen anders in elkaar steken dan we denken. Ook ben ik ervan overtuigd dat het leerproces iets anders verloopt.
Is onze weg van de wieg tot het graf wel echt uitgestippeld? Ik geloof er niets van. Maar ja het geloof is heilig. Dat is een van de heilige huisjes die niet mogen worden afgebroken. Geloven hoeft niet bewezen te worden. En waarom eigenlijk niet? Omdat geloven in je zit! Soms heel diep verstopt.
Hét geloof is hier dus ook geen item om over te schrijven. Waar ik het over ga hebben, heb ik met mijn ogen gezien. Het is dus een van mijn poten van journalistiek. Of wel de O van observeren, afkomstig uit LOL-maken. Lezen/luisteren, observeren en leren, vervolgens iets maken. Maar laat ik niet afdwalen. Waar ik het over wil hebben is iets dat we eigenlijk allemaal heel logisch vinden. Maar het toch niet is. Een baby pruttelt wat in de wieg, maakt trappende bewegingen, gaat zitten, kruipen, lopen, groeit op, fietst weg en stapt achter het stuur van een auto. Een normale volgorde. Toch? Dat we eerst leren fietsen en pas jaren later leren hoe we een auto moeten besturen.
Dit is een misvatting mensen. Echt waar. En nee, ik heb er geen wetenschappelijk bewijs voor. En dat heb ik al gezegd. Wat kan ik dan wel? Nou ik kan aanvoeren dat er uitzonderingen zijn die de bekende uitzonderingsregel bevestigen. En die uitzondering heb ik zelf gezien. Met mijn eigen twee ogen. Voor alle zekerheid heb ik mijn twee brillenglazen nog even opgepoetst, want ook ik kon het bijna niet geloven. Ik zal proberen aan die uitzondering een naam te hangen: Gianny. Een slim kereltje van nog geen tweeënhalf jaar. Ja hoor. Ik hoor jullie al zuchten. Tweeënhalf en dan al autorijden. Geloof het of niet. Het is echt zo. Hij heeft al menig (snelheids)record gebroken. Kan ook beter de hellingproef dan zijn moeder. En rijdt bovendien stukken beter en veiliger dan zijn opa, die er helemaal niets van bakt. Van dat autorijden bedoel ik. Ik mag alleen mee als passagier. Ja, als passagier, want met de intrede van Mozes ben ik ook niet langer nodig als kaartlezer. Want Mozes leidt nu eenmaal het volk der blinden door de woestijn van straten en stegen. En opa? Die lijdt.
Laat ik terugkeren tot de kern van dit verhaal. Die Gianny doet alles minimaal in de tweede versnelling. Zodra hij bij zijn opa en mamoe is afgeleverd, pakt hij de auto. En racet daarmee rond. Parkeert als de beste en het maakt hem niet uit of dat nu vooruit of achteruit is. Bij het achteruitrijden gebruikt hij zijn ingebouwde waarschuwingssignaal (tuut, tuut, tuut) zodat iedereen weet dat hij ‘zijn’ auto in de achteruit heeft geschakeld. En weet je wat het knappe is bovendien; hij kijkt bij het achteruitrijden en achteruitinparkeren niet eens in zijn achteruitkijkspiegel.Die heeft hij nu nog niet nodig. Maar er komt een tijd, neem dat van mij aan, geloof het of niet, dat ook Gianny eraan moet geloven en spiegels moet gaan gebruiken. Bijvoorbeeld bij het scheren en dus ook op de autosnelweg en bij het parkeren.
Sinds kort heeft Gianny echter ook het fietsen ontdekt. Daarbij bedoel ik niet alleen als passagier, voorop of achterop, maar zelf fietsen. En op een oude fiets moet je het leren. Zo is de mening van zijn mamoe, die voor hem een tweedehands driewieler aanschafte. Gekocht op de Vrijmarkt. Op Koninginnedag.
En alle begin is moeilijk. Wat moet je nu met zo’n ding. Gianny vraagt het zich echt af. Hoe moet ik daarop vooruit komen. Moet ik daarmee steppen. En, het is wel een beetje wankel, drie wielen. En dat stuur gaat ook al zo vreemd. Zo de berm in. Terug. Achteruit? Nee onderuit.
Die trappers? Moet ik daar mijn voeten opzetten? En dan? Trappen en sturen tegelijk?
Lastig hoor.
Het ene moment heeft hij een afwijking naar links en het volgende naar rechts. Het is net politiek, daar moet je ook (leren) laveren. Gianny belandt net zoals politici regelmatig in de berm en probeert achteruit te rijden (tuut, tuut, tuut). Nou, dat valt niet mee. Oppakken het hele handeltje en maar weer op de weg zetten. Leren fietsen, zoiets gaatmet vallen en opstaan.
Dan is rijden in een achttientonner toch een stuk eenvoudiger. Zeker als daar op de zijkant Van Maanen (wel familie?) op staat.Die Gianny toch, een echt Baasje.

16 november 2008

Hondenuitlaatservice Gianny

Hallo, met Hondenuitlaatservice Gianny. Waarmee kan ik u van dienst zijn?
Of ik uw honden kan uitlaten? Natuurlijk, daar ben ik in gespecialiseerd.
Om hoeveel honden gaat het?
Twee? Uitstekend. Die kan ik wel de baas.
Wanneer moet ik komen?
Meteen? Nou dat lukt niet.
Het duurt zeker wel een paar minuutjes voor ik met de honden weg kan. Ik moet me eerst nog even aankleden.Niet veel later.
Dag, met Gianny. Niet te lang geduurd hoop ik?
Hoe heten de honden? Xam en Max, en Max is de kleinste.Die past wel bij mij.
Kom maar, gaan we lekker langs het kanaal wandelen.
Zo hondjes nu zal ik jullie even iets laten zien. Die plassen, daar moeten jullie niet doorheen lopen, want dan krijgen jullie natte voetjes. Zie je wel.
Deze is niet zo diep. Ik zal het jullie laten zien.
Maar die plas die iets verder ligt. Daar moet je toch echt wel omheen. Want anders gaan jullie er tot je knietjes in.
Dat geldt natuurlijk niet voor mij. Ik mag lekker stampen. Want ik heb mijn natweerlaarsjes aangetrokken.
Zo, dat was dat. Zullen we nu weer naar huis gaan?
Jammer eigenlijk, want wat is het toch eigenlijk mooi hier.Die prachtige herfstkleuren onderweg. Daar kan ik zomaar bij wegdromen.
Gelukkig heb ik een paar hulpjes, die het zware werk soms van mij overnemen.
Want anders zou ik het echt niet redden.
Van al dat werk word ik trouwens echt wel moe.Daarom doe ik even een dutje tussendoor. Voor ik weer op pad moet.
En de honden? Ach die waken ondertussen over mij.

21 oktober 2008

Oma(-)dag

Op christelijke feestdagen mogen we niet werken. Natuurlijk zijn er uitzonderingen. Een zorgbehoevende kan bijvoorbeeld echt niet ineens alles zelf op een christelijke feestdag. Die heeft op zo’n dag ook zorg nodig. En op zo’n dag moet ook gewoon een krant worden gemaakt. Dus op christelijke feestdagen is het grootste gedeelte van de bevolking vrij, maar niet iedereen.
In het zorgcentrum waar Tineke werkt gelden dezelfde regels, plus nog enkele andere regels. Dat huis heeft een Joodse identiteit en ook op Joodse feestdagen mag er niet worden gewerkt. Natuurlijk zijn er de uitzonderingsgevallen, want de zorg en de verpleging moet gewoon doorgaan. Het werk van Tineke ligt op zo’n dag echter stil. Zoals op Jom Kippoer. De belangrijkste Joodse feestdag, Grote Verzoendag, de enige dag van het jaar dat de opperpriester het allerheiligste van de tempel in Jeruzalem mag betreden.
En wat staat er in mijn agenda voor donderdag 9 oktober 2008? Dan is het Jom Kippoer.
Tineke is vrij die dag. En laat er geen gras over groeien.Ze wil die vrije dag benutten om met haar kleinzoon naar Artis te gaan. Een echte Omadag.
‘Omadag? Dag oma, mag ik niet mee?’, vraag ik heel onschuldig.
‘Ben je vrij dan?’, is haar vraag.
‘Uiteraard, anders had ik het niet gevraagd. Ik werk namelijk het weekend van de vierde en vijfde en compenseer dan de volgende donderdag en vrijdag.’
‘Nou gezellig, dan gaan we lekker met zijn drietjes.’
En zo blijft er van de Omadag niet veel over. Maar Tineke heeft een groot hart. Waar er twee kunnen eten, kunnen er ook drie aanschuiven.
Gianny wordt woensdagavond al gebracht en wordt aan het werk gezet. De perssinaasappelen – voor de volgende ochtend – worden gewoontegetrouw ’s avonds al klaargelegd. En Gianny moet die uit het mandje halen en naar Tineke in de keuken brengen. Zoals een goede baas besteedt hij dat werk uit. ‘Opa, opa.’
En als ik niet vlug genoeg van mijn bank af kom, dan komt hij me wel halen. Trekt me aan mijn vinger en maakt me duidelijk dat ik de perssinaasappelen moet pakken. Ik ben echter ook niet van gisteren, doe dat braaf maar geef ze wel weer aan hem, zodat hij ze naar Tineke kan brengen.
Ja, ja, kinderarbeid. Je kunt er niet vroeg genoeg mee beginnen. En de beloning? Een pyjamapapje.
De volgende morgen is Gianny al weer vroeg op. Ik ga met de honden wandelen, terwijl Tineke zijn ontbijt verzorgd. Terwijl ik hem onder de douche zet, gaat Tineke de honden naar het pension brengen en haalt vast de kaartjes voor de trein en de bus. En dan kunnen we weg, op weg. Eerst met de bus en dan met de trein.
Gianny kan zijn neus ook nergens vertonen, of hij wordt herkend. Ditmaal op het perron in Almere Buiten.Door Franciska. Die is haar bed uitgetrommeld. Moet werken, invallen voor een zieke collega. Wij wensen haar sterkte. En zij ons veel plezier.
We reizen comfortabel eerste klas en Gianny krijgt zijn eigen kaartje, van een vriendelijke conducteur, ook al iemand die moet werken. Een kaartje met een lange nek, of is het Langnek.
Aangezien het een Omadag is, wordt de route door Tineke bepaald. Die vraagt op het Centraal Station hoe ze het beste naar Artis kan komen. ‘Naar de Dam en daar tramlijn veertien nemen’, zegt een behulpzame oom agent, die ook gewoon op Jom Kippoer werkt.
Okay, dus lopen wij vrolijk naar de metro. Nu nog even uitzoeken waar we moeten uitstappen. Weesperplein of Waterlooplein? Het laatste, want dat is volgens een kaart die op het perron hangt het slimst. Gianny merkt daar niets meer van. Hij slaapt. De metro is voor hem gewoon een slaapbus/tram.
Op het Waterlooplein nog maar eens vragen, waar we heen moeten. ‘Nou, die kant op, lijkt me’, zegt een broekie van een agent na lang nadenken. ‘Naar het plein.’
Okay, dus gaan we de andere kant op naar de Hortus. Bij de Hortus, langs het pad, zitten twee zwervers.‘Wijffie, het pad af en dan naar rechts. Ongeveer tweehonderd meter dan ben je bij Artis’, zegt de oudste van het stel op de vraag van Tineke waar Artis te vinden is.
Okay, dus gaan we…
Nee, hen gelooft Tineke wel. Dus doen we braaf wat er wordt gezegd.
Wel schoffeer ik heel Amsterdam door te zeggen, dat de Hortus wel iets weg heeft van onze eerste woning in Almere Haven, aan de Middenhof 102. Die stond ook vol met – heel gewone – planten.
Het is Omadag, ik kan het niet vaak genoeg zeggen, dus Tineke moet ook de kaartjes kopen. We zijn nauwelijks in Artis of Gianny heeft de eerste tik al te pakken. Ja letterlijk. Nee, niet van oma. Een opgeschoten jochie van een jaar of twee, in ieder geval duidelijk ouder dan onze kleinzoon van ruim negentien maanden, geeft hem zomaar een pets in zijn gezicht. Nee, geen Marokaan, gewoon zo’n ouwerwets blond Amsterdams straatschoffie. Maar wel met een moeder die ingrijpt. Nou ja, ingrijpen. ‘Dat mag je niet doen.’ En daar blijft het verder bij. Hoe die zal opgroeien?
We wandelen rustig naar de apen.De meeste apen zitten al buiten, de binnenhokken worden uitgemest. Gianny kijkt duidelijk bewuster naar de beesten dan tijdens Op(p)a(’)s. We volgen een groot deel van de route, die Gianny en ik dit jaar al eerder zijn gelopen. Via de watervogels naar de olifanten met hun ijzeren geheugen. Hen durft dat blonde jochie niet te slaan. Vervolgens naar de giraffen. Dan gaat de telefoon van Tineke. Naomi aan de lijn. Of het gezellig is en of zij ook mag komen. Het meeste werk heeft ze al weer gedaan, dus…
Een echte Nederlandse ambtenaar die Naomi. Die werkt gewoon op Jom Kippoer. En als je ’s morgens uit het raam hebt gekeken, dan heb je ’s middags niets meer te doen.
‘Okay’, zegt Tineke. Ja, waar er drie eten, kunnen er ook vier aanschuiven.
Dat komt goed uit want ze moet nog lunchen. Wij ook. We spreken af bij het restaurant achter de giraffen, bij de Afrikasavanne, waar pyjamapaardjes rondlopen. Tineke loopt haar tegemoet. Het is uiteindelijk haar dag. Als compensatie voor het verstoren van de Omadag rekent Naomi de broodjes af.Dat doet ze maar een keer, als ze het bedrag hoort. En de kleine verschonen? ‘Nou mooi niet, het is niet mijn dag”, zegt ze.
Dus oma...
Nee, die laat het aan Opa Baard over. Die moet toch ook iets doen voor het verstoren van de Omadag.
Ach, daar draai ik mijn hand niet voor om en met een schone luier en een doosje doekjes wandel ik met de kleine aan mijn hand naar de speciale verschoontafel.
Hierna wordt het tijd onze wandeling door de Amsterdamse dierentuin te vervolgen. Via het nijlpaard. Die moet in een bassin zitten. Een bak smerig modderig water. Geen nijlpaard te zien. ‘Hij zit er echt, zullen we hem roepen’, stelt Tineke voor.
‘Ja, daaaag’, denk ik. ‘Daar begin ik niet aan.’
Maar Tineke wel, samen met Naomi en Gianny. ‘Tanja, Tanja, waar ben je dan.’
En dan: spetter, spatter spater. Nee, geen Jodokus Kwak, maar een oog van een nijlpaard steekt boven het water uit. ‘Dat krijg je ervan ongelovige opa.’
Ik zoek de gorilla’s maar op. Dat is meer mijn terrein. Zie moeder Dafina met haar baby Dayo, half juni van dit jaar geboren. We wandelen verder langs de zeeleeuwen. Van hen moet Gianny niet zo veel hebben. Die vindt hij maar vreemd. Die maken ruzie.
Verder door de prachtige vlindertuin met zijn tere veelkleurige beestjes. Wel een beetje eng al dat gefladder.En dan door naar Tanya, de ijsbeer. Die moet mijn dag niet goed maar volmaakt maken. Maar Tanya is weg, verhuisd naar Blijdorp. Nu moet ik voortaan naar Rotterdam om haar te bezoeken. Hoe kunnen ze me dat nu aandoen. Dat is een klap in mijn gezicht, figuurlijk dan. Zonder het me te zeggen weggaan. Niet eens een verhuiskaartje heeft ze me gestuurd. Zwaar teleurgesteld ben ik. Het hoofd gaat naar beneden. Alsof ik haar daar zie.
Sjok, sjok. Gianny voelt mijn verdriet aan en steekt zijn handje uit. Zo van, opa, ik ben er nog.
Daar word ik weer vrolijk van.
Voorbij het aquarium, richting de weg, staan een paar bankjes met een ravotveldje. Daar kan Gianny zijn gang gaan. Daar krijgt hij de tweede tik, van een dinosaurus. Boink. Maar dat deert hem niet. Op het pad ligt een plas. En wat doe je dan samen met oma? Flink stampen. Ik kijk lachend toe, samen met mijn oudste dochter op het bankje hoe oma en kleinkind schateren van het lachen.Een echte omadag.
Langzaam lopen we richting uitgang. Tineke koopt nog een pluchen aap voor Gianny. Nee, ik zie geen gelijkenis. Pakken de tram richting Rembrandtplein en kopen in een reisgidsenwinkel iets verderop reisgidsen voor onze voorjaarsvakantie in Israël.Gaan verder met de tram naar het Centraal Station en pakken daar de stoptrein naar Almere.
Naomi raakt aan de praat met iemand over haar werk.Ik kijk samen met Gianny naar buiten. ‘Vrachauto’, kraait het kereltje van plezier. ‘Boo.’ De trein tuft verder. Geen conducteur meer op dit traject, om deze tijd. Naomi stapt in Almere centraal uit.Samen met Gianny. Ik zet de buggy op het perron en loop terug naar Tineke.
De trein zet zich in beweging en Gianny zwaait. ‘Oma dag.’

8 april 2008


Oeps


Wat zal ik vandaag eens gaan doen?




Met blokken spelen dat is best leuk.



Kijk oma, ik kan al een toren bouwen.



Dat valt toch nog niet mee.



Het is me toch gelukt.

Wel vermoeiend, daar krijg je trek van.


Een boterhammetje met kaas.




Dat gaat er best in.




Ik kan het best zelf opa, mag ik het bord?


Zie je wel, ik ben al een grote jongen.


Dat bord wipt een beetje.

En het kan nog veel schuiner.

Met twee handen trommelen is ook leuk.

Als dat maar goed gaat.

Jawel hoor, opa.

Ik laat hem echt niet vallen.

Ik had al gezegd, dat ik niet meer hoef.

Oeps.

Gelukkig niet kapot.