Posts tonen met het label Familie. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Familie. Alle posts tonen

27 juli 2008

De ijsjesfabriek
Zondag 27 juli 2008
Gianny wordt begin van de avond gebracht voor zijn wekelijkse Pythonuitje. Na en wandeling met de honden langs de Lage Vaart, een flesje drinken en een half uurtje spelen met blokken en een auto, is het tijd om naar bed te gaan. Of toch niet?
'Ga jij even een ijsje met hem halen', stelt Tineke voor.
'Waar moet ik dat doen?'
'Nou bij de Chinees of anders in het centrum.'
'Waarom ga je het zelf niet doen.'
Nee, doe jij maar, dan kom je ook eens buiten. En neem mijn fiets maar.'
Daar zit immers een zitje op.Met veel gemopper ga ik op pad. Tineke nestelt zich in de tuin, de vuurkorf gaat aan.
Langs de Vaart fietsen we, richting Bloemenbuurt. Wat zou zo'n jochie eigenlijk zien achter die brede rug. Boo, boo, klinkt het al snel, als we langs een aantal boten rijden. Overal zitten de mensen buiten, op hun terrasje of gewoon langs het water. Genieten van de laatste zonnestralen. Nog even voor er een nieuw onweer losbarst.
We passeren de Regenboogbuurt, rechts glinstert het donkere water, links is de Eilandenbuurt. Verder gaat, het alsmaar verder. Waar moeten we dat ijs helemaal halen? Nou bij de ijsjesfabriek. Op de Mickey Moussestraat. Die ligt in het laatste buurtje van Buiten.
Jammer, het is zondag en ijsfabriek Raemaenjan is gesloten.Dan toch maar weer naar de Chinees. Door de Stripheldenburt, met zijn prachtige woningen aan het water. De bootjes liggen kont aan kont. Vanuit hun tuin hebben de bewoners een hengeltje uitgegooid. De barbecue staat te roken. 'Bu, bu', klinkt het achter me. Goh, hij slaapt nog steeds niet en is goed wakker, want als we de busbaan oversteken en net komt er zo'n stadsdienst aanwaaien.
Bij de Chinees koop ik twee Magnums Classic-model en een Calippo sinas. Snel naar huis voor ze smelten.
'Waar heb je die gehaald', vraagt Tineke. Bij de fabriek, want in de winkel was het ijs op. Of het lekker was.Ja, nou en of.

9 mei 2008

Op(p)a(’)s

Misschien had de titel beter vrouwenversierder of hartenjager kunnen zijn, maar ja dat ben ik niet. En het is mijn verhaal en niet dat van mijn kleinzoon Gianny, die wel een (hoofd)rol in dit verhaal vervult.
Het is donderdag 8 mei 2008; een prachtige, zonnige dag. Ik heb vakantie en ben weer eens oppas opa. De hele dag binnen zitten is niets en daarom heb ik al enige tijd geleden besloten om bij een mooie dag naar Artis te gaan. Daar is Gianny al wel een keer geweest, maar daar kan hij zich niets meer van herinneren. En of hij zich deze dag straks nog zal herinneren? Nou ja, hij heeft in ieder geval dit verhaal met foto’s.
Voor mij is het al een hele tijd geleden dat ik in Artis ben geweest. Veel mensen hebben mij aangeraden niet naar Artis te gaan, maar naar de veel kindvriendelijkere dierentuin in Amersfoort. Met de trein naar Amersfoort vanuit Almere is echter niet alles en dan ben je er ook nog niet. Maar goed de reis naar Artis was ook niet best. Maar dan loop ik op de feiten vooruit.
Martin komt Gianny om een uur of negen brengen en we gaan met de Maxx naar het station in Buiten. Het begrip bu(s) is bij Gianny al tegelijk met de pap naar binnengeschept. Maar in de trein heeft hij nog nooit gezeten. Hij ondergaat dus zo gezegd zijn treindoop. Ik heb meteen maar een kaartje eerste klasse gekocht. Niet alleen voor hem, maar op de terugweg wil ik ook een beetje rustig zitten.
De rechtstreekse verbinding vanuit Almere naar Amsterdam Centraal Station is net weg en de volgende trein gaat via Hilversum naar Utrecht. Nog even wachten dus. Daarna komt er een trein richting Hoofddorp met overstapmogelijkheid in Weesp. Nou die dus maar nemen; een dubbele (trein)vuurdoop. Ik ben het in de bus of trein stappen met een buggy duidelijk verleerd en heb eerbied voor de mensen (nog steeds vooral vrouwen) die dat misschien niet dagelijks maar wel heel vaak doen. Het lukt, maar bij het uitstappen in Weesp raak ik per ongeluk iets aan, waardoor de buggy meteen een stuk smaller wordt en Gianny niet zo comfortabel meer zit. In het treinstel breng ik alles weer in zijn juiste proporties. Gianny kijkt ondertussen zijn ogen uit en meldt me tig keer dat we in de bu(s) zitten. Op het ‘Centraal’ nemen we de lift naar beneden en buiten het station gaan we op zoek naar lijn negen, de directe (tram)verbinding vanuit het centrum met de dierentuin. Nou dat valt dus nog niet mee. Het centrum van Amsterdam heeft wel iets weg van Almere, een grote bouwput. Lijn negen staat aan de zijkant van het station, of eigenlijk hoort daar te staan. Met nog heel veel andere mensen worden we weggestuurd bij het perron, want het (tram)verkeer zit vast en hier komt voorlopig geen tram meer aan.
We lopen (met al die mensen) richting Dam, want achter de Dam moet wel een lijn negen te pakken zijn. Voor Gianny betekent dat voorlopig nog geen apies kijken maar benen bekijken. In allerlei maten, kleuren en vormen.
Achter het paleis staat een negen, maar die hoort daar niet en rijdt ook weg voor we kunnen instappen. De volgende? Nou die komt daar niet. Ik overweeg even naar huis terug te gaan. Lang leve het openbaar vervoer. Maar besluit toch nog even door te zetten. Na een wandeling via wat achterafstraatjes (nee, niet langs rode lichtjes), kom ik bij een halte waar de negen daadwerkelijk hoort te stoppen, maar het duurt nog wel een stief kwartier voor er daadwerkelijk een tram met dat ritnummer verschijnt. Het is meteen proppen geblazen. En het is twaalf uur geweest als we bij de dierentuin arriveren. Nogmaals, lang leve het openbaar vervoer!
In Artis vermaken we ons prima. Ja, alle twee. En dan zijn de reisperikelen snel vergeten. Het wordt inderdaad apies kijken. Zowel in als buiten het apenhuis. Apen met fel rode billetjes. De mandril, de orang-oetan, een zwarte slingeraap, doodshoofdaapje en een namaak. Namaak? Eh, sorry. Een makaak.
Het vogelhuis waar men stil moet zijn vanwege de broedende vogels laten we aan ons voorbijgaan. Zoals we wel langs meer plekken wandelen waar we niet gaan kijken: reptielenhuis, vlinderhuis, aquarium etc etc. Zijn we dan toch nog ergens geweest. Ja hoor, op talloze plekjes. Ik heb pelikanen gezien, een luierende zebra, olifanten, giraffes, eigenlijk te veel om op te noemen. Toch noem ik er nog een paar. De leeuw vanwege mijn sterrenbeeld en zijn maanen en uiteraard de ijsbeer. Daar moet ik altijd even langs. Het waarom voor dat beest leg ik hier niet uit. Gianny heeft niet voor ieder dier aandacht. Ik weet ook niet of hij ze wel echt ziet, maar die witte massa die bekijkt hij extra goed.Gianny hoeft van mij niet de hele wandeling door de dierentuin in zijn buggy te blijven zitten. Parmantig drentelt hij stukjes met mij mee. Op sommige plekken neem ik even pauze en ook dan krijgt hij veel, maar niet alle ruimte om zich vrij te bewegen. Hij brabbelt er dan vrolijk op los, maakt kennis met opa’s, oma’s en kinderen.Soms lijkt hij wel eens eenkennig, maar dat is hij absoluut niet.
Verschonen doen we in de toiletruimte. Een hele verbetering ten opzichte van de tijd dat mijn eigen kinderen in luiers liepen. Toen was er een verkleedplank in de ruimte van het damestoilet. Ach, het waren immers de moeders die zich met het verschonen bezighielden. De emancipatie heeft enkele slechte dingen voortgebracht, maar heeft ook zijn goede kanten. Ook deze opa is niet vies van een smerige luier en verschoont zijn kleinzoon op een plekje die tegenwoordig speciaal tussen het dames- en herentoilet is aangebracht.
Op een bankje in de buurt van het aquarium neem ik de laatste rustpauze. Het bankje staat aan de rand van een grasveld en geeft Gianny de ruimte te lopen, rennen, kruipen.Uit het bloemperk plukken kinderen bloemen; legitiem met toestemming van de medewerkers van Artis. Het perkje is in een ommezien leeg. Gianny kijkt niet naar de bloemen om en heeft aan de overkant van het paadje een bevallige jonge dame op een bankje ontdekt. Nee, het is niet zijn moeder, maar hij gaat er wel even vrij mee om. Schuin achter mij ligt een vrouw te zonnen op het gras en ook die krijgt een bezoekje van de hartenjager.Iets verderop zijn enkele jongens aan het ravotten.Het kan niet uitblijven. Gianny moet meedoen. Ik houd alles door de lens en over de lens heen in de gaten. Als hij te dicht naar een kooi toegaat, grijp ik in. Verbaasdheid bij het jochie. Jammer, maar ik vind het geen goed idee dat hij eventueel zijn vingertjes door het gaas steekt.
Aan alles komt een eind. Ook aan dit bezoek aan Artis. Versneld zelfs, omdat Gianny in zijn wagentje in slaap valt, voor de apenrots vol met dieren met een speciaal dieet.Bij het winkeltje kan ik het niet laten een knuffel voor hem te kopen; van een beest dat je beter niet kunt knuffelen maar gewoon moet laten ijsberen.
In het winkeltje krijg ik een telefoontje van Naomi. Haar werk zit erop en we besluiten samen terug naar huis te gaan en elkaar te ontmoeten op het Centraal. De tram rijdt en er is zelfs eenvoudig een plekje te veroveren.Op het station nog even snel wat drinken kopen en dan naar huis. Foto’s laten zien, verhalen vertellen.Want opa’s oppas zit er weer op.

8 april 2008


Oeps


Wat zal ik vandaag eens gaan doen?




Met blokken spelen dat is best leuk.



Kijk oma, ik kan al een toren bouwen.



Dat valt toch nog niet mee.



Het is me toch gelukt.

Wel vermoeiend, daar krijg je trek van.


Een boterhammetje met kaas.




Dat gaat er best in.




Ik kan het best zelf opa, mag ik het bord?


Zie je wel, ik ben al een grote jongen.


Dat bord wipt een beetje.

En het kan nog veel schuiner.

Met twee handen trommelen is ook leuk.

Als dat maar goed gaat.

Jawel hoor, opa.

Ik laat hem echt niet vallen.

Ik had al gezegd, dat ik niet meer hoef.

Oeps.

Gelukkig niet kapot.

1 november 2007

Ajax
Donderdag 4 oktober 2007


Zo aan alles komt een eind. Ook aan dit verhaal in zestien delen. Althans op mijn weblog, want daar moet ik eigenlijk nog vier hoofdstukken bij optellen. Een voorafje via mailtjes, twee mailtjes vanaf Skyros en een mailtoetje, nadat we al een paar dagen thuis waren. En dan dus ook nog eens dit laatste deel uit mijn dagboek.
De laatste wandeling naar de bakker. Nee, ik ga er geen tragedie van maken. Wel tragoudao: Summertime.
Een vertaling nodig? Tragoudao = ik zing. Summertimedus ; mijn lievelingssong, afkomstig uit Porgy and Bess. Een klassieker, die in duizenden uitvoeringen te horen valt. Jazzie, country, latin, hardrock, close harmony, in allerlei talen, instrumentaal.
Bij de bakker neem ik wat extra broodjes mee. Ook voor Tineke, die meestal geen hap door haar keel kan krijgen, vlak voor we de lucht in gaan.

Op de terugweg wip ik nog even bij Stélios langs. Ik zie hem scharrelen in zijn restaurant en vraag hoe het met zijn vrouw is. Niet zo best dus. Ze heeft nauwelijks een oog dicht gedaan en hij ook nauwelijks. Zijn vrouw heeft pijn in haar nek en tevens hoofdpijn. De arts heeft haar gisteren een paar injecties gegeven, daardoor heeft zij zich wel iets kunnen ontspannen, maar daar waren haar problemen niet mee opgelost. Ik wens hem nogmaals sterkte en zijn vrouw beterschap en neem afscheid.
Het ontbijt is met een zacht gekookt eitje. Dan zijn die ook op. En daarna ruimen we de boel op en pakken de laatste spullen in. Ruim voordat de bus arriveert, we zijn de laatsten in de rij die worden opgehaald, staan we bij de weg te wachten. De honden van de overkant wippen nog een keer aan.De rit naar het vliegveld gaat snel. Daar is het tas pakken en aansluiten in de rij. Voorlopig echter blijft het bij de tassen neerzetten. Want het scanapparaat voor onze bagage en de apparatuur voor het inchecken op het vliegveld hebben het begeven.
Wie meteen zenuwachtig gedoe verwacht, komt echt bedrogen uit. De Grieken zijn wel iets gewend. Ook op een militairvliegveld. Of misschien juist wel daar.
Het uitvallen van de apparatuur betekent dus wroeten tussen vuile onderbroeken, zegt een van de mensen voor me.
Maar ook dat gebeurt niet. De Grieken zijn gewoon niet voor een gat te vangen. Er is altijd nog zoiets als een handscanapparaat en daar passen ook koffers en tassen door. En het ach een labeltje om de tassen en de koffers plakken is niet zo moeilijk. Dat gaat wel zonder dat er melding gemaakt wordt van wie welke tas of koffer is. En het inchecken, dat gebeurt met de hand en op een geschreven lijst, zodat iedereen toch een plekje krijgt in het vliegtuig en er ook nog eens bekend is waar iedereen zit.
Er is nog een voordeel van deze oneffenheid. We hadden wat drinken meegenomen, omdat we waren gewaarschuwd dat we op het militaire vliegveld niets konden kopen. Dat was overigens wel het geval, maar goed veel keus was er niet. Ik had drinken in mijn handbagage gestopt en de blikjes fris en ice-tea en het flesje water hoefden er niet uit. Gingen ook zo mee het vliegtuig in.
Het afhandelen van de bagage ging eigenlijk best vlot en de tassen lagen razendsnel in het vliegtuig van Transavia, dat vlot weer opsteeg nadat het op Skyros was geland.
Het was bewolkt onderweg, even wat trillingen. Ach, daar kijk ik niet van op. De hele weg heb ik beelden van Skyros teruggezien. Op mijn netvlies. De cultuur. De gebouwen. De wandelingen. De rust. De zon. De baaien. De wind. De kastro, die ik ineens wel binnen kon komen.
Of heb ik het allemaal gedroomd?
Is de hele vakantie een grote droom geweest?
Boven Nederland viel er weinig te zien. Voor mij sowieso al nooit veel, want ik zit gewoonlijk op de tweede rang, terwijl Tineke uit het raam kan kijken. Ons huis kon zij echter ook niet ontdekken.
Landen op Schiphol, even een snelle stop bij het toilet, bagage afhalen en kaartjes kopen voor de trein. Het is allemaal zo gewoon. En het ging weer eens zo snel.
We hoefden ook slechts een paar minuten te wachten op de trein naar Almere.
En bij station Buiten stond de gewaarschuwde Raema al klaar om ons de laatste lift naar de Pythonstraat te geven. Toch eindelijk een slang, 10us. Maar voor deze hoef je niet bang te zijn.
Om kwart voor vijf stapten we ons huis binnen. Het eerste wat ik daar deed, was voor Tineke de oven aanzetten. We hadden in de vriezer namelijk pizza’s liggen. Nee, we gingen niet uit eten bij de Griek.
Om kwart over zes zat Tineke al weer in de trein.
Terug richting Amsterdam. Naar Ajax. Bij een 0-3-achterstand tegen Dinamo Zagreg keerde
zij samen met Naomi en een heleboel Ajax-fans de ArenA al weer de rug toe. Een verloren avond. Einde van internationaal voetbal.
Ach en thuis, daar maakte de wasmachine al overuren.

31 oktober 2007

Souvenirs
Woensdag 3 oktober 20078


De laatste volle dag op Skyros. En dus doen we het rustig aan, want waarom zouden we ons druk maken. Gewoon de Griekse gewoonte siega, siega aannemen.Maar we gaan onszelf niet helemaal als Grieken gedragen. We zijn uiteindelijk gewoon Hollanders en die willen ’s morgens ontbijten met vers brood.
Bij de bakker verschijnt een marineman, die een grote tas met brood ophaalt. Die tas is al voor hem klaargezet, zodat hij zo door kan naar de basis, of naar de boot?
Zelf doe ik het met een brood en laat zelfs de kaakjes die ik regelmatig meeneem – bestemd als tussendoortje – liggen.
Na het ontbijt gaan we nog een keer naar de Chora. Hoewel nog een keer?
Maar eerst wil Tineke nog een keer het stof van haar auto wassen. Nee, ik hoef niet te helpen. Ze doet het wel even alleen en niet zo grondig als de eerste keer, toen ik ook meteen wasbeurt meekreeg.
In Chora gaan we op souvenirjacht. En we willen nog een cadeau meenemen voor Naomi, die was immers jarig op de dag dat wij vertrokken. Ik heb al aangegeven dat er nauwelijks souvenirwinkels zijn op Skyros. In de winkels die er wel zijn kan ik nog steeds geen geschikte (wand)tegel voor onze pergola vinden. Dat is voor het eerst sinds wij naar Griekenland gaan. Wel heb ik al enige dagen een sleutelhanger voor de verzameling Griekse (eiland)sleutelhangers in mijn portemonnee zitten. Verder zie ik diverse Venetiaanse maskers, voor de verzameling van Tineke, maar die vindt ze of niet mooi genoeg of? We laten ze in ieder geval liggen en hangen. Wel wordt er nog T-shirtjes gekocht van Skyros. En dat cadeau? Dat vinden we ook.
Op een vrijwel verlaten plein genieten we van onze laatste frappé van dit jaar. Tot volgend jaar zullen we maar zeggen.
We rijden daarna door naar Kalamitsa, op zoek naar de weverij. Die moet vlak voor de baai liggen. Maar hoe we ook zoeken, we kunnen de weverij niet vinden. Wel zien we in de baai Kolpos Kalamitsas een oorlogsbodem liggen, op stoom en langzaam draaiend. Op de achterplecht staat een helikopter.Dichter bij de kust laveert een vissersbootje. Met daarop de taveerne-eigenaar annex excursieleider. Een echte magnaat, die een hele holding beheert.We rijden nog een stukje door, maar nog steeds geen weverij te zien. Dan maar terug en de weverij blijft voor ons onvindbaar.
Nee, we staan ook niet te springen. Dus rijden we rustig terug.Naar Linaria en de Agios Nikolaos, die opnieuw of misschien wel nog steeds is gesloten.
Wat dan? Zwemmen bij Acherounes? De zwemspullen liggen achterin.
Eigenlijk hebben we alletwee geen trek in een duik en besluiten dat de zwemspullen maar opgeborgen moeten worden tot volgend jaar. We hebben nog een bezichtiging voor de boeg, net even buiten Aspous, en moeten nog tanken.
Als we tussen Acherounes en Skyros rijden begin ik over de ontmoeting van gisteren, toen we op deze weg een Griek en een Française oppikten. ‘Het zal toch niet gebeuren, dat we die Griek weer zien lopen’, zeg ik.
De woorden zijn amper koud, of ja hoor, daar loopt de lifter. We stoppen, en met een grote grijns op het gelaat stapt de man in. Hij heeft een trachea en is daardoor nauwelijks verstaanbaar. Ik leg hem uit dat het de laatste keer is dat hij met ons meekan, omdat we donderdag teruggaan naar Nederland. Hij begrijpt het, zo slecht is m’n Grieks – na een half jaar lessen – dus toch niet. In Chora bedankt hij ons hartelijk en stapt met grote stappen het stadje in.
In Aspous nemen wij afscheid in de buurtsuper en krijgen een ansichtkaart van Atsitsa mee.Daarna stoppen we bij de windmolen van Hatzigeraki, tussen Aspous en Skyros-stad. De wieken zijn al enige tijd verdwenen, stroom zal deze blikvanger niet meer opwekken. Aan de voet ligt een opgraving en daar wil ik toch echt nog een serie foto’s van maken. We lopen over de kaap en besluiten dat het wel mooi is geweest.
In ons appartement worden nog wat plaatsjes geschoten en ik begin met het inpakken van mijn tas. Hè? Inderdaad, Henk die zijn tas heel vroeg gaat inpakken en niet tot het laatste moment wacht.
Daarna wacht ons bij Stélios nog een aparte avond. Er ontstaat weer veel opwinding. Nee, Stélios is ditmaal niet boos op een klant of kwaad omdat een gezelschap zonder tegenbericht wegblijft. De restauranthouder is nerveus, loopt regelmatig naar buiten. Belt.
Zijn vrouw zien we alleen aan het begin van de avond even, als ze bij een groepje Griekse gasten gaat zitten. Ik vermoedt dat er iets met haar is en dat Stélios op een dokter zit te wachten. Dat blijkt inderdaad het geval te zijn, hoor ik van Manolis.
We bedanken hem voor de goede zorgen, wensen via hem zijn moeder beterschap en vader sterkte, en gaan daarna terug naar Pélagos. Voor onze laatste nachtrust.