21 juni 2026

De toeschouwer

Zondag 21 juni 2026

Juni 2026 uitdaging van Schrijvelarij. Wat is jouw specialiteit wanneer er iemand verhuisd moet worden. Ben jij de koffieschenker, de sjouwer of de klusser. Of misschien ben jij wel degene die altijd iets anders heeft op het moment dat er verbouwd of verhuisd moet worden. Laat ons meegenieten van jouw ervaringen met een verhuizing/verbouwing. Mag natuurlijk ook volkomen fictief zijn.

‘Wij hebben jou nodig, vriend’, Jaap is altijd recht-voor-zijn-raap geweest. Het telefoontje van hem komt niet onverwachts. Nu kan ik wel meteen iets verzinnen maar dat is niet eerlijk tegenover hem. Hij staat altijd voor mij, voor ons, klaar. Of het nu een ritje naar de vuilstort is of een klusje in ons huis… Geen vraag is hem te gek en hij komt meteen aanracen met zijn pick-up en zijn gereedschapstas waarin heel wat meer handige machientjes zitten dan alleen een schroevendraaier een hamer en een nijptang. En als hij dan arriveert dan zegt hij meteen: ‘Ga jij maar op een stoel zitten en kijk hoe ik dat klusje voor jou klaar, vriend.’


Een half jaar geleden heeft Jaap een boerderijtje gekocht, in Drenthe. Hij had nog wat tijd over en heeft dat ding eerst van binnen volledig gestript en daarna eigenhandig weer opgebouwd. Van ’s morgens vroeg tot ’s avonds laat is hij ermee bezig geweest.


En ik? Ik heb eigenlijk – van een afstandje – alleen maar hoofdschuddend toegekeken hoe hij er een klein paleisje van heeft gemaakt. O ja, ik heb toch nog wel iets gedaan; zorgde voor zijn natje en zijn droogje zodat hij daar geen omkijken naar heeft gehad.


En nu dus die vraag. En mijn antwoord: ‘Natuurlijk, kom er meteen aan.’ Jaap heeft alles al goed georganiseerd klaar staan. Netjes de spullen in dozen verpakt, een klein vrachtwagentje gehuurd voor het vervoer. Nu is het mijn beurt. Met mijn krachten is niets mis. Slepen en sjouwen. Vanuit zijn flatje op drie hoog naar beneden met stoelen, tafels en al die honderden dozen. En 150 kilometer verder, alles weer zijn nieuwe huis in sjouwen. Ja daar ben ik goed in. Toch nog iets kunnen doen.


Opa IJsbeer

25 april 2026

Een zachte landing

Geschreven voor de maanduitdaging april 2026 van Schrijvelarij met als opdracht:

Stel: Je hebt een reisje geboekt op een cruiseschip en nadert de Bermudadriehoek. Uit het niets sijpelt een dichte mist over het dek en bedekt het complete schip, de klokken lijken te vertragen en de lucht lijkt zwaarder. Wat gaat er gebeuren? Misschien kom je de Vliegende Hollander tegen. Of Moby Dick. Misschien bezoekt een woedende Neptunus het schip, of Aliens.

 

Zaterdag 25 april 2026

Langzaam glijd ik weg. Niets is er. Met niets ben ik begonnen. In het niets zal ik verdwijnen. Compleet met al mijn gebreken, die als een mantel achter mij aan wapperen.

Na jaren van gezeur maak ik eindelijk de oversteek vanuit mijn veilige continent naar de nieuwe wereld. Nieuwsgierig naar de stappen die Robert Johnson heeft gemaakt tot hij op zijn kruispunt van wegen is beland. Nieuwsgierig ook naar wat Bob Stanhope echt heeft bezield en waarom de roodhuiden toch anders zijn gekleurd en waarom slechts de blanke nieuwkomers met een rood verbrande huid rondlopen. Dat alles gaat door mij heen als ik in mijn notendopje op de Atlantische Oceaan dobber.

De kabbelende golven strekken zich uit zover ik kan zien. Woeste zee is reeds overwinnen en rimpels worden langzaam gladgestreken. De wind verdwijnt uit de zeilen. De bolhoed van de Engelsman en de Franse steek worden in mijn gedachten reeds vervangen door een verentooi van de adelaar.

De nacht slokt mij op, zelfs de maan laat het afweten. Geen ster te ontdekken in de wolkeloze hemel. Het wonder voltrekt zich. Mijn scheepje wordt opgezogen in een tuimelloze kolk. Ik zoek naar houvast maar faal. Het getokkel van de lier klinkt in mijn oren. De Acheron steek ik over zonder hulp van de veerman die de pilos draagt als eerbetoon.

In het oosten verschijnt het licht dat mij terugvoert naar de plek waar ik liever ben dan in de staat waar conservatisme hoogtij viert. Chaos is door hen uitgevonden. De rots steekt omhoog. Een zachte landing is mijn deel.

Opa IJsbeer


 

28 maart 2026

Maartse zielenpraat

Steekwoorden voor de maand maart 2026 van Schrijvelarij. Voor sommigen een zegen, voor anderen een drama. Misschien toch een uitdaging om het te proberen. De woorden van deze keer: Ventilator, Kussensloop, Drempelvrees, Lavendelgeur, IJskrabber, Lichtknopje, Kastdeur, Vogelgeluid, Winkelmandje en Organisatie.

Zaterdag 28 maart 2026

 

Het moet weer, de maand maart doet de naam eer aan. Het is de eerste lentemaand van het jaar maar iedereen weet toch dat de zwaluwen hier nog niet vliegen en dat je hun vogelgeluid derhalve ook nog niet kan horen. Inderdaad het is niet hun geluid waardoor ik vanmorgen ben gewekt maar het geluid van al die vroege vogels die voor zij op pad gaan naar hun werk de ijskrabber hanteren, moeten hanteren want hun auto is hun heilige koe en het openbaar vervoer is slechts voor de arme zielen, het linkse gepeupel dat louter alleen nog over duurzaamheid praat.


Ik trek de deken nog even over mijn oren, ben niet van plan er al zo vroeg uit te gaan in tegenstelling tot mijn alter ego die ergens midden in de nacht het kussensloop verruilt voor een partijtje bankzitten en daar de ene na de andere quote verslindt in de hoop daarmee de drempelvrees te verslaan. Ze komen daarna in overvloed. Iedere ochtend weer die letters, die woorden, die zinnen. Zomaar uit het niets gooit hij ze op papier, zet vervolgens de ventilator aan en denkt dat alles daardoor in een maalstroom terechtkomt en één geheel wordt.


Ik weet echter veel beter; niemand zit echt te wachten op al die onzin. Het is een mare die al eerder is doorgeprikt. De organisatie doet er goed aan hem een publiceerverbod op te leggen. Dat is al eens door de overkoepelende bende gebeurd nadat zijn zinnen te schuin zijn bevonden voor al die tere zieltjes die liever de kat in het donker knijpen dan een blos op de bleke wangen krijgen. Met een harde klap is daarmee toen zijn feestje doorgeprikt, het boek dichtgeslagen en achter de kastdeur onder de rest van zijn schunnige krabbels verdwenen.

Zijn obstinatie kent echter ook grenzen, niet dat hij meteen 180° Rood draait, want daar is hij trots op, op zijn meewerken. Net zoals zij dat mag zijn want het is haar kindje. Een kadootje zou ik zelfs bijna zeggen voor ieder winkelmandje. Hoewel… ik ben niet commercieel en ben ook bang dat de rest van de goegemeente niet naar mij luistert, net zomin als het tussen de regels door leest. Het merendeel zelfs overslaat. En vaak ook terecht, alleen deze keer, deze smeekbede…


Zo aan het einde van de maand maart gooi ik daarom maar eens de knuppel in het hok vol tere zieltjes en trakteer hun op een warmbloedig artikel. En wie daar niet tegen kan moet maar de duisternis oproepen, het lichtknopje gebruiken net zoals al die vromen die iedere zondag weer voor in de kerk zitten en net doen alsof de kindekens door de ooievaar zijn afgeleverd. En dan heb je ook nog een groep die de pastoor en de imam ter wille zijn en net als de konijnen fokken. Mijn vrouw heeft dat probleem inmiddels opgelost en steekt een aantal geurstokjes aan waardoor de lavendelgeur zich verspreidt. Voor mij het sein om met een leere Hose te verschijnen.


Opa IJsbeer

27 februari 2026

Robin

Dit is geschreven voor de februari uitdaging van Schrijvelarij met als opdracht: Robin is de braafheid zelve, dat zegt iedereen. Hij/zij is dat imago zat en wil eens goed uit de band springen. Schrijf in een verhaal hoe de kentering plaats vindt, hoe het bevalt en hoe het afloopt.

 

Vrijdag 27 februari 2026

Dit verhaal gaat over mijzelf, gaat over de wereld waarin ik leef en waarin ik als een vreemde eend in de bijt wordt bekeken. Zoals het lelijke eendje dat terugkeert als een prachtige zwaan. Alleen de naam raak ik niet kwijt. Zeker niet bij hen die mij altijd op handen hebben gedragen omdat ik immer meelevend ben, en in mijn werk er nooit tevergeefs een beroep op mij is gedaan. Bovendien die naam wil ik niet kwijt, daar ben ik trots op. Is getekend: Robin, een naam vol toekomst hoop, geluk en vrolijkheid, maar bovenal een naam die schittert.


Vijftien jaar heb ik alles gedaan wat er van mij is verwacht, alleen dat ene niet. Ik ben nog steeds single en heb mij nog nooit aan een ander gegeven. Echt waar er zijn mogelijkheden voorbij gekomen, maar er stond altijd iets tussen ons in, waardoor…

Het heeft aan mij gelegen, dat weet ik wel. Altijd was er die twijfel van als… Tot dat ene moment waarop ik de stoute schoenen aantrok en haar kuste. Zomaar uit het niets. En zij deinsde terug. Vol ongeloof terwijl zij vlak daarvoor nog zo uitdagend…

Toen heb ik de knop omgezet en wist dit mag nooit meer gebeuren. Ik wil mijn leven terug, mijn echte leven, zoals ik mij voel en niet zoals er naar de buitenkant wordt gekeken.

Nu is de transformatie afgerond. Ik ben wie ik ben en de wereld om mij heen kijkt vol verrassing toe. Verwachtingsvol ook. Is hij dat nu echt of is zij het? De wereld doet maar, ik ben er tevreden mee.


 

Opa IJsbeer

30 januari 2026

Dit is duidelijk

Vrijdag 30 januari 2026

Geschreven voor de maanduitdaging januari 2026 van Schrijvelarij waarbij ik uiteraard gebruik heb gemaakt van mijn fantasie maar ook van een illustratie.

Deze maand lees ik de oproep om eens een blog te schrijven. Nu schrijf ik al zoveel, of beter gezegd, mijn schrijven is vaak tikken. Het wegtikken van mijn gedachten, van waarheden en halve waarheden zelfs, leugens. Dat laatste heb ik met politici gemeen, hoewel die daar in een enkel geval geen actieve herinnering meer aan heeft.

O ja, die herinnering! Het schrijven van een blog. Dat begint allereerst met duidelijke taal. Korte zinnen. Korte alinea’s. Bijna spreektaal.

Meteen laten weten waarover het gaat. Er geen krantenartikel van maken, want dan raak je de lezers kwijt. Probeer ook wat beeldmateriaal toe te voegen, want het oog wil ook wat.


Het is ook handig de actualiteit te benadrukken, maar wel de feiten in het oog houden. En vergeet niet te antwoorden op vragen. En alles begint natuurlijk met die treffende kopregel die een aanzet moet zijn tot lezen.

En als daaraan allemaal is voldaan dan moet er ook nog eens een regelmaat ontstaan. Minstens één keer in de week moet dat blog verschijnen, het liefst vaker. En als er dan toch geen reacties verschijnen, tja dan weet ik het ook niet meer.

Misschien dat je dan kunt overgaan op het schrijven van columns. Want er bestaat wel degelijk een verschil tussen het een en het ander. Die column prikkelt meer, is zelfs tegendraads. En in tegenstelling tot een blog is vooral die laatste zin belangrijk.

Ben ik nu duidelijk genoeg geweest?


 

Opa IJsbeer

19 december 2025

De nieuwe drie-eenheid

Deel 8 van het verhaal van De boerderij van JeZus

Vrijdag 19 december 2025

Nee er is geen nieuwe ster aan het firmament gezien. Ook geen UFO of drone komt erover de omgeving van het bijzondere buurtje, dat aan het einde van het jaar wordt belicht. Toch wordt er van boven ingezoomd op een aantal nieuwkomers.


Tergend langzaam heeft de schildpad zijn intrede gedaan. Vanuit het zand van Gerakas, via de golf van Zakynthos, heeft hij de overtocht gemaakt en heeft zich aangesloten bij de verzameling dieren en mensen rond de boerderij van JeZus.


Hij is niet de enige nieuweling dit jaar. Vanaf de rand van de hoed komt ook broer konijn aan geglibberd en huppelt daarna ongegeneerd langs alle wilde dieren die vrijelijk een welkom hebben gevonden bij het onderkomen van Jerome en Suzanne.


Omdat al het goede nu eenmaal in drieën komt blijft ook de komst van het varkentje niet onbemerkt. Vriend en vijand verbazen zich er nog wel even over dat zij zo vriendelijk is ontvangen door de familie van neef Mo, die zich vorig jaar in de omgeving van de boerderij van JeZus heeft gevestigd. Misschien wordt het tijd dat de onwetenden minder met modder gooien naar anderen en wat meer luisteren naar de liefde van het hart.


Broer en zus hebben daar in ieder geval geen last van, van die modder, zij worden zoals altijd omringd door goedheid. Daarbij draait het niet om gulle gaven meegenomen uit verre oorden, maar gewoon om er te zijn voor de jeugdige tweeling en hun ouders, die laatsten zijn nog even bang dat hun eerstgeborene met het badwater is weggegooid.


Gelukkig wordt Jerome op tijd gevonden door de interieurverzorgster en inrichter van de boerderij. Bovendien weet zij te voorkomen dat een onverlaat het kindeke aan zijn kribbe gaat vastspijkeren. Nee, zij wil niet dat er op de toekomst vooruit wordt gelopen.


De dierenwereld heeft zich ondertussen gemengd met de vaste bezoekers en wacht rustig af of er nog meer spannends gaat gebeuren bij de boerderij van JeZus. De voetbalhooligans hebben dit rustige plekje op aarde nog niet ontdekt en bang voor vuurwerk hoeven zij hier derhalve nog niet te zijn.


Wel wordt er zo nu en dan met angst geluisterd naar de discussie of de boerderij misschien toch plaats moet maken voor iets anders en als er toch gerenoveerd gaat worden, wat dat dan allemaal gaat kosten. Vooralsnog blijft het vooral bij wat lapmiddelen en verduurzamen van het dak.


Net zoals het gegeven dat niet alles in het verleden beter was, geldt dat ook alle nieuwe uitvindingen het leven er niet altijd beter op maken.


Datzelfde geldt ook voor stemmingmakerij. Wie de hakken in het zand plaatst en alleen oog heeft voor zichzelf zal uiteindelijk wanneer er echt afgerekend wordt in eenzaamheid over blijven. Dan kun je het voor jezelf nog zo mooi hebben gemaakt, maar…


Aan een gemaakte sfeer heeft immers niemand iets. De liefde van de man gaat bovendien niet door de maag maar ontstaat en nestelt zich zoals hierboven reeds gemeld in het hart. En in dit geval bovendien in het centrum van de boerderij van JeZus. Waar alles draait om de kindekes.


 

Opa IJsbeer

27 november 2025

De afrekening

De afrekening

Voor de november uitdaging 2025 een verhaal geschreven met de volgende steekwoorden, in willekeurige volgorde. Vakantie – Borsjt – Flater – Ongemak – Telefoontje – Kastdeur – Douchehokje – Leiband – Doedelzak -Trolleybus,


Vandaag ben ik aan de beurt, althans dat dacht hij toen hij haar in de steek liet, of beter gezegd gewoon zijn boeltje pakte en voor de zoveelste keer zich onttrok aan zijn verantwoordelijkheden. Inderdaad dit was niet de eerste keer, hier was duidelijk sprake van een herhaling van zetten. Wie zijn geschiedenis enigszins napluist kan slechts een conclusie trekken, hij maakt de ene flater na de andere. Toch is er een verschil met de vorige slachtoffers die hij heeft gemaakt. Zijn nieuwste scharrel, meer dan tien jaar jonger, heeft gewoon haar zinnen op hem gezet, terwijl zij hem al jaren kent. Dus eigenlijk gewoon erom vraagt.

Zijn (voorlopig) laatste vertrek voelde aanvankelijk voor zijn echtgenote alsof zij door een trolleybus was overreden. Het telefoontje dat hij niet meer terugkwam bleef uit. Natuurlijk waren zij enkele jaren gelukkig geweest, maar ook waren er momenten dat zij zich uitgeperst voelde. Uiteraard het onderhouden van een goed huwelijk is net zo lastig als het bespelen van een doedelzak, en het geluid wordt lang niet door iedereen gewaardeerd.

Na een paar jaar kan zij iets rustiger terugkijken. Heeft leren omgaan met haar ongehuwde status met twee kinderen. Het belangrijkste is zij hoeft niet langer aan zijn leiband te lopen en dat heeft als voordeel dat zij de riemen nu zelf stevig in de hand heeft. Aanvankelijk voelde dat nog als een ongemak, onzekerheid troef en zich geen raad weten. Kan ik het financieel wel aan, want er zat steeds een gat in onze begroting. En wat blijkt: zonder hem gaat het uitstekend.

Bijna flierefluitend staat zij nu in de keuken op zoek naar nieuwe recepten die zij deelt met haar twee jongens die het ook leuk vinden iets nieuws te ontdekken. Soms is het gewoon iets eenvoudigs als een tosti, of het beleggen van een pizza. Het is wachten op het ontdekken van de Oekraïense keuken. Zij heeft het recept voor de borsjt al van internet geplukt.

En hij? Verschuilt zich nu op een eiland achter andere rokken, zoekt achter kastdeurtjes naar eten voor de kinderen van dat jonge ding, moet hun lunch verzorgen en is ongetwijfeld op weg naar het volgende debacle, waarbij de schuldenberg zich opstapelen. Je kunt erop wachten dat het koude, vuile water langs de deuren van het douchehokje naar buiten gaat sijpelen en hij opnieuw de benen neemt.

Een gokje wagen? Hoeveel vakanties duurt het voor hij weer single is en de schuldenberg ook op dat groene eiland hem te veel is geworden. Nee, zij gokt niet en laat hem samen met hun kinderen in zijn sop gaar koken.

Opa IJsbeer


   

26 oktober 2025

De stoel

 

De schrijfuitdaging van de maand oktober 2025 in Schrijvelarij.

Je bent op zoek naar een nieuw tuinbankje en je ex/vriendin/buurman heeft dit gehoord. Verrassing! Hij/zij heeft er eentje voor je gekocht. Je zou blij moeten zijn maar je vind het een foeilelijk gevaarte. Vertel hoe dit gaat, hoe je reageert en hoe het afloopt. Beschrijf ook waar de nieuwe aanwinst zou moeten komen te staan en waar het uiteindelijk belandt. Je mag natuurlijk je fantasie op de loop laten gaan.

 

Piet, onze tuinman, heeft zijn best weer gedaan en de tuin winterklaar gemaakt. De struiken zijn gesnoeid, net als sommige planten. Oude planten zijn uit de tuin verwijderd, onkruid is tussen de weggehaald. Hij is er weer een ochtend zoet mee geweest, net zo zoet als hij zijn koffie drinkt.

Piet ken ik nog van vroeger, toen hij een balletje trapte, een robuuste speler, een teamspeler die zich opofferde voor anderen en zo doet hij ook zijn werk. Altijd gedienstig en meedenkend.

Hij heeft onze wens om in de voortuin een ander tuinsetje te krijgen ook gehoord en komt een dag later met een stoel aanzetten en plant die neer waar nu drie klapstoeltjes en een klaptafeltje staan. Eén stoel, wat moet ik daar nu mee en waar heeft hij dat ding vandaan?

Ineens weet ik het en lees mijn oude verhalen terug, een verhaal uit 2007 toen ik nog dagelijks naar Hilversum toerde op mijn scooter. Dit verhaal dus…

 

De Stoel

Ineens ligt-ie er.
Onder aan het talud, bij het Stichtsepad.
Op zijn kop. Zijn bruine kontje steekt omhoog.
Verlaten!
Verloren?
Vergeten?
Op weg naar?

 

Een dag later staat-ie er.
Onder aan het talud, bij het Stichtsepad.
Op zijn vier pootjes.
Nog steeds verlaten.
Maar niet meer triest.
Fier.
Trots.
Te wachten op?

 

Twee dagen later staat-ie er nog steeds.
Onder aan het talud, bij het Stichtsepad.
Niet meer verlaten.
Twee ontbijtbordjes in zijn schoot.
Opnieuw wachtend op?

 

Een week later staat-ie er nog steeds.
Onder aan het talud, bij het Stichtsepad.
De bordjes zijn weg.
In je schoot ligt een leeg pakje Marlboro.
Te wachten op?

De grasmaaier komt langs.
Voorzichtig wordt-ie opgepakt.
Je rustplaats is nu een metertje verder.
Onder aan het talud, bij het Stichtsepad.
Het lege pakje ligt in het natte ochtendgras.
Te wachten op?

Op een avond ben je ineens weg.
Geen rustplek meer voor een vermoeide reiziger.
Onder aan het talud, bij het Stichtsepad is het leeg.
Ik mis je.

 

Opa IJsbeer


27 juli 2025

Het prikbord

Geschreven voor de juli uitdaging in 2025. Maak met de volgende steekwoorden een beetje samenhangend verhaal van maximaal 800 woorden: lama, aankomst, vuilnisbak, wissen, prikbord, stoelpoot, autoband, meeuw, later, vraagteken.

 

Zondag 27 juli 2025

 

De zomer lacht mij toe; weer een regenachtige dag. Goed voor de plantjes in de tuin zodat ik de hortensia’s niet van extra water hoef te voorzien, want na één dag zon bidden die al om water. Denk niet dat ik dat verzin want het bewijs is vorige maand geleverd toen de warmte de kop opstak en zij de topjes lieten hangen. Die beelden probeer ik nu uit mijn hoofd te wissen en het heeft er even de schijn van dat zoiets ook gaat lukken. Totdat…

Zij zet een vraagteken bij de samenhang en ik mompel nog iets van later maar dat is helaas niet aan haar besteed. Zij mist namelijk het improvisatietalent dat kenmerkend was voor het televisieprogramma van de Lama’s en neemt alles heel letterlijk op. Mist daardoor ook de sprong in het diepe terwijl ik juist op dat moment met beide benen op de grond blijf staan en probeer mij te verschuilen achter het zoveelste metafoor dat de poëzie rijk is. Verdieping is derhalve noodzakelijk terwijl rijmelarijen slechts het tegendeel laten zien.

Zij gaat echter nog een stapje verder en begint vrolijk aan mijn stoelpoot te zagen. Au! Dat heb ik niet voorzien en de verbanddoos biedt in dit geval ook geen hulp, geen doekje voor het figuurlijke bloeden. Radeloos kijk ik naar het prikbord aan de muur of daar een verbindende zin op is te vinden. Niet dus! Wel vind ik in de hoek een dichtgeklapte paraplu met daarop een witte vlek: het kwakje van een krijsende meeuw, die in mij een gewillig slachtoffer denkt te zien.

Het evenwicht tussen ons is nu volledig zoek. Het vertrek nadert met rasse schreden. Ik trek een lijn maar daar maakt zij weer een punt van. Zij veegt alles eerst op en maakt er dan één grote prop van en kiepert die in de vuilnisbak terwijl ik nog maar net ben begonnen met mijn verhaal. Het ziet ernaar uit dat halverwege al de finishlijn is getrokken.

Wanhopig grijp ik nog naar de autoband als laatste redmiddel, want ik wil niet verzuipen. Dan piept het zonnetje tussen de wolken door en verhoort onze bede. Mijn vertrekpunt is ingehaald door de omstandigheden en daalt neer, verzekerd dat iedere start eindigt met de aankomst.

 

Opa IJsbeer


4 juli 2025

Geen enkele tegenslag houdt Fayèn tegen

Vrijdag 4 juli 2025

De eerstejaars leerlingen van scholengemeenschap De Meergronden in Almere Haven zijn verplicht deel te nemen aan de schooltriatlon. Oké, er worden wat uitzonderingen ingebouwd, niet iedereen kan zwemmen, niet iedereen kan fietsen en lopen dan… dat moet toch lukken?


Het is acht jaar geleden dat ik voor het laatst over de triatlon heb geschreven. Talloze achtergrondverhalen en wedstrijdverslagen zijn er door mij getikt voor de krant. Die laatste keer betreft een van de verhalen die in boekvorm zijn verschenen, verhalen van (oud)redacteuren over de gloriejaren van De Gooi- en Eemlander en dus ook over het kindje Het Dagblad van Almere waarvoor ik mij jarenlang uit de naad heb gefietst.


Dit bericht gaat over die befaamde schoolminitriatlon. Mijn kleindochter, onze kleindochter, twaalf jaar jong, is aangekomen aan het eind van haar eerste middelbare schooljaar en moet er derhalve aan geloven. De voorbereiding gaat niet helemaal vlekkeloos, zo haalt zij haar voet open tijdens zwemmen in het open water en even is het de vraag; gaat zij de start halen?


Vrijdag 4 juli 2025. De wond is gedicht, geen pijn dus… niets houdt haar tegen, het is bovendien mooi weer en Fayèn, heeft er duidelijk zin in. Zij is al vroeg met klasgenoten en andere leerlingen op het strandje achter De Jutter te vinden. De meute valt moeilijk in toom te houden en de eersten staan al te trappelen van ongeduld in het water voor zij officieel van start mogen gaan. Heel begrijpelijk dus dat de starter de zwemmers vijf minuten te vroeg laat gaan.


Onder de deelnemers bevinden zich leerkrachten, bovenbouwleerlingen en vooral eerstejaars. Onder de deelnemers een paar ervaren triatleten die het als een wedstrijd zien, voor het merendeel is het echter toch een uitdaging deze drie sportonderdelen tot een goed einde te brengen.


Dat geldt zeker voor dat ene grietje, die weet dat haar ouders, een oma en een opa op haar staan te wachten. Ver voor de grote middenmoot komt zij het strand op en krijgt een duimpje en een applaus, vlug door naar de fiets.


Maar waar staat die ook weer. Oeps even vergeten zoeken dus maar en daarmee treedt zij in de voetsporen van haar moeder, die ooit (alleen aan het fietsonderdeel) meedeed en haar aflosser niet kon vinden. Ook het vastmaken van de door de school geleverde fietshelm vlot niet echt, waardoor Fayèn na de grote middenmoot aan haar fietsavontuur richting Hollandse Brug begint.


Eerst tegen de wind in en daarna met het windje mee. Passeren op het fietspad valt niet altijd mee en is ook niet altijd veilig. Voor sommigen pakt dat verkeerd uit en zo eindigt hier ‘hun’ wedstrijd.


Dat geldt zeker niet voor Fayèn die in haar eigen tempo iets naar voren is gereden en nog voldoende over heeft om ook het slotonderdeel af te werken.


Vanuit haar vechtsporttraining weet zij al jaren dat hardlopers doodlopers zijn. Voor en achter haar hijgen deelnemers, vallen stil omdat zij te hard van stapel zijn gelopen of keren zelfs voor het officiële keerpunt al om. Met een mooie pas houdt Fayèn de vaart erin en ogenschijnlijk fris haalt zij nog menig loper en loopster is om in een tijd van 1.13.16 uur te finishen.


De gouden medaille die zij na afloop krijgt is haar volledig gegund. En na de finish… dan loopt zij een stukje terug om een vriendin en sportmaatje nog even aan te moeten op haar laatste stukje.


Opa IJsbeer

13 mei 2025

Op zoek naar...

Dinsdag 13 mei 2025

De opdracht van de maand mei 2025 voor de schrijfuitdaging van Schrijvelarij is: Meimaand fotomaand. Schrijf een verhaal bij 1 of meerdere foto's en laat ons meegenieten van jullie fantasie. Het draait in dit geval om de laatste foto, de andere twee illustraties heb ik erbij gezocht, omdat ik Hilda miste tussen de keuzemogelijkheden.

 

Voor mij heeft de eerste dag van de maand altijd een speciale betekenis, daar kijk ik al enkele jaren met plezier naar uit. Allereerst vanwege die fraaie begroeting, niet dat de Grieken dat massaal op straat doen, maar toch… Kalo mina, een goede maand. Zo´n aardige wens, ja echt waar daar kijk ik toch wel naar uit.

Daar blijft het niet bij, zeker in de maand mei, de maand dat mijn eerste vakantiereis van het jaar gepland staat. Door in het voor- en najaar te reizen ben ik voor twee reisjes net zo duur uit als voor één vakantie in het hoogseizoen en daar maak ik dus ook dankbaar gebruik van. Dus op de eerste dag van de maand mei zeg ik met veel bravoure: deze maand gaan wij lekker op vakantie.

Maar er moet eerst nog even wat gebeuren. Wat denken jullie van de voorjaarsschoonmaak? Zijn jullie zeker even vergeten hè. Dan gaat alles aan kant en poets ik en boen ik dat het een lieve lust is, tot er wordt aangebeld. Dat restje stof veeg ik dus maar snel onder een kleedje, want de dames staan voor mijn deur en melden dat het tijd is voor…


Maar eerst verontschuldigen zij zich. ‘Nee wij waren het niet vergeten, maar er ging iets mis, dus met enige vertraging, bieden wij jou echt, heus waar, een gemeend… sorry.’

Of zij daar nu alles mee goedgemaakt hebben vraag ik mij ondertussen wel hardop af. ‘Een beetje laat, maar oké dat kan ik jullie wel vergeven, maar uh, waarom ben ik helemaal uit beeld? Dat hebben wij toch niet afgesproken. Jullie laten niet alleen mij in de kou staan, maar ook die ijsbeer, die mist zijn Tante Toos.’

Een weerwoord is er niet, dus ga ik nog een stukje verder. ´Hoor ik nu een excuus… het blijft wel erg stil. Moet ik weer alles alleen doen? Verdorie het is ook altijd hetzelfde liedje. Zeker weer veel te druk met andere zaken hè.’

Terwijl ik de dames ernstig aankijk heb ik moeite om niet in lachen uit te barsten. Zij snappen er duidelijk helemaal niets van en daarom wordt het tijd voor iets anders. ‘Kom kijk niet zo sip. Vanwege de schoonmaak is er niets in huis en daarom nodig ik jullie uit voor een terrasje op het strand. Nee niet treuzelen, gewoon ook opstappen en hup naar Zandvoort.’


Daar wordt alles uitgepraat en na het eerste glaasje rosé snappen zij ook wel dat ik er helemaal niets van meende, van mijn uitvaren tegen hen. Het tweede glaasje volgt al snel en de lachsalvo’s vliegen over tafel, net zoals de tot vliegtuig gevouwen servetjes. Bij het derde glaasje worden er wat knabbels besteld om voor een extra laagje te zorgen.

De tijd vliegt op die manier voorbij en de bediening begint toch langzaam maar zeker wat kriegelig te worden, die wil kennelijk naar huis., vindt het allemaal mooi geweest. Met een fraaie fooi nemen wij voor de deur afscheid  van elkaar en ieder gaat op zoek naar zijn eigen bezem.


Opa IJsbeer 

27 april 2025

Onverwacht

Onverwacht

Zondag 27 april 2025

Voor de apriluitdaging 2025 van Schrijvelarij met als volgende opdracht: Vanwege een afspraak moet je met het openbaar vervoer naar een stad op ongeveer een uur afstand. Op het perron zie je iemand waar je wel/niet naast zou willen zitten. Waarom? Beschrijf dit voorval in ongeveer 600 woorden.

Na een kwartiertje fietsen stal ik mijn oude rammelbak in de gratis fietsstalling van het station. Zo makkelijk maakt de NS het mij tegenwoordig. Alleen moet ik wel oppassen dat ik mijn fiets in het juiste vak zet, want anders wordt-ie gewoon verplaatst. Dat is mij al eens overkomen toen ik mijn fiets met super breed stuur op een kratjesfietsplek heb gezet en heb vervolgens bij terugkeer een halfuur lopen zoeken waar mijn fiets is gebleven.

Maar goed dit terzijde. Vandaag gaat ook al niet alles naar wens. Op het perron krijg ik te horen dat ‘mijn’ trein niet rijdt vanwege een aanrijding met een persoon. En het alternatief? Dat is er niet. De buslijn naar het belendende dorp is opgeheven vanwege bezuinigingen en NS-bussen worden niet ingezet bij dit soort calamiteiten. Omrijden naar het noorden betekent bovendien dat ik minstens twee uur langer onderweg ben. Weliswaar ben ik al uitgegaan van wat extra reistijd, ik wil immers niet te laten komen, maar dit is puur overmacht.

Mismoedig laat ik het hoofd hangen. Om mij heen zie ik talloze reizigers verbaasd opkijken en naar hun telefoon grijpen. Allemaal op zoek naar nieuws, naar andere reismogelijkheden om toch maar op hun plaats van bestemming te belanden. Even denk ik eraan om een taxi te nemen, maar ik weet ook dat er bij het station diverse snorders staan die een reiziger al hun geld uit de portemonnee kloppen. En als die niet voldoende in hun beurs hebben dan kunnen ze wel pinnen of het noodzakelijke bedrag, dat al snel uit minimaal drie getallen voor de komma bestaat, laten overmaken via een tikkie.

Mismoedig bij zoveel pech pak ook ik mijn telefoon om mijn sollicitatieafspraak af te zeggen. Terwijl ik nog een keer opkijk schrik ik; wie staat daar nou? Is het echt? Is zij het? Mijn eerste scharrel, het meisje waarop ik als scholier verliefd was en met wie ik stevig heb gezoend. Wat doet zij hier? Zij woont hier toch helemaal niet, zij is toch in het dorp gebleven.

Voorzichtig doe ik een stap in haar richting. Zal ik... Na al die jaren dat ik wel aan haar heb gedacht, maar haar nooit meer heb gezien, staat zij daar op tien meter afstand van mij. Eigenlijk heb ik helemaal geen tijd voor haar, maar die kans om eindelijk te horen hoe het maar haar gaat kan ik toch niet laten lopen.

Voorzichtig doe ik nog een paar passen in haar richting. Steek aarzelend een hand op. Zij schrikt van de beweging en kijkt op met een van verdriet vertrokken gelaat. Langzaam verandert dat in ongeloof, het hoofd gaat met een rukje omhoog en een kleine glimlach verschijnt rond haar mond.

‘Hoi’, zegt ze. ‘Wat doe jij hier.’

Ik leg uit dat ik in de stad woon en op weg ben naar een sollicitatiegesprek. Omdat er toch geen trein rijdt, nodig ik haar uit voor een kop koffie in de huiskamer van het station. Wij praten bij over vroeger en ook het nu komt voorbij. De tijd vliegt. Na drie uur komt heel voorzichtig het treinverkeer weer op gang. Onverwacht geeft zij mij een zoen en staat op. ‘Bedankt voor alles, ik moet gaan. Jammer dat het toen zo is gelopen, maar… Ach het ga je goed.’


Opa IJsbeer

28 maart 2025

De voetstappen

Vrijdag 28 maart 2025

Geschreven voor de maartuitdaging in 2025 van Schrijvelarij met als steekwoorden: kaarsendover,
afstandsbediening, bank, kleintje, benen, verjaardagskaart, rijbewijs, wereld, panty, bergbeklimmer.

 

In mijn hoofd klinken haar voetstappen door. Ik wacht tot de deur opengaat. Maar dat gebeurt niet. In de tuin fluit de merel zijn lied. De zon stijgt en de geur van gebrande koffie bereikt mijn neus. Ik sla de volgende bladzijde om van het boek De Bergbeklimmer. Een aangrijpend relaas over een vergeten liefde.


Wie heeft dat nu kunnen bedenken, dat ik geniet van een roman en ook nog eens een uit de zoetsappige Boeketreeks waar alles altijd op zijn pootjes terechtkomt. Ditmaal lijken er toch wat haarscheurtjes aanwezig, trekt een wereld voorbij die ik absoluut niet ken. Voorzichtig trek ik mijn benen onder mij en lees aandachtig verder.


Een half uur later leg ik het boek weg, verlang eindelijk naar die koffie die vermoedelijk aan de oude kant is geworden en vertrek naar de keuken waar de koffiepot op het middelste pitje staat en nagenoeg is verdampt. ‘Verdomme, dat is net op tijd’, mopper ik in mezelf. ‘Dat is niet meer te zuipen.’ Snel haal ik de pot van het vuur en ga op zoek naar koffiebonen om een nieuwe bak te zetten. ‘Ook dat nog’, mopper ik door bij het zien van de lege bus.


Normaal ben ik niet voor een kleintje vervaard en stap ik meteen op mijn bromfietsscooter, maar die heb ik toevallig gisteren van de hand gedaan omdat mijn rijbewijs is verlopen en ook wel wist dat ik nooit en te nimmer door een gezondheidskeuring zou komen. In een forse wandeling heb ik echter geen zin en daarom laat ik alles maar bij het oude.


Behalve die voetstappen natuurlijk. Die ben ik nog niet vergeten. En weer klinken die stappen, nu richting zitkamer. Daarom snel ik terug maar ook daar is niemand te zien. Even gaat mijn blik naar de bank en prompt komt zij in beeld. Terwijl ik bijna amechtig terugval naar dat kortstondige moment dat zij voorzichtig haar panty afstroopt. Het is het begin van het einde. Tussen ons dan.


Hoe die breuk tot stand is gekomen? Daar zal ik niemand mee vermoeien maar van het ene op het andere moment is het over, net zoals een kaarsendover een einde maakt aan een flikkerend vlammetje is het voorbij. Het enige wat achterblijft is de walm van verdriet. Bij mij. En bij haar? Aan dat antwoord kan ik niemand helpen dus vragen aan mij heeft geen enkele zin, want zij is volledig in rook op gegaan.


Even heb ik nog gezinspeeld met de gedachte om haar een Valentijnskaart en een verjaardagskaart te sturen, maar haar adres heeft zij niet achtergelaten. Daarom heb ik mijn luxe pen maar onaangeroerd in het doosje, dat oogt als een afstandsbediening, laten liggen.


Ik keer terug naar mijn leestafel. De boekenlegger steekt iets uit het boek en moeiteloos lees ik verder waar ik ben gebleven. De gedachten aan haar zijn weg tot ik opnieuw voetstappen hoor. Ditmaal op de gang. Met een klap valt de buitendeur in het slot!


Opa IJsbeer