8 juli 2014

Bekaf

,,We zijn verhuisd.’’ Het welkom is overweldigend. Dit noemen ze in Grave Amsterdamse humor. Inderdaad in Brabant zijn ze weinig gewend en alles wat een beetje vreemd is of doet, komt volgens hen uit Amsterdam. En wen er maar vast aan. Dit heeft niets met Amsterdam te maken, maar is puur Gooi. Zoals wij (bijna) allemaal. Uitzonderingen zijn er nu eenmaal altijd.

De deur gaat open, op een kier. Eentje glipt er naar binnen en daarna… volgt al snel de rest. ,,Als jullie iedere keer een cadeau meenemen, dan kom je er de volgende keer niet meer in’’, krijgen we te horen. Neef Eddy, voor mij van de koude kant, grijnst. Van oor tot oor. We zijn er weer. Speciaal voor hem, want hij heeft zo graag mensen (lees familie) om zich heen.

Zo die is ook weer tevreden. Niet verder vertellen hoor Christien, laat hem dit stukje maar niet lezen. Want eigenlijk komen we voor jou. We laten hem gewoon even naast zijn schoenen lopen van trots, dat wij helemaal uit dat verre Flevoland tot onder de rivieren zijn gezakt om hem een plezier te doen. Maar we komen gewoon op de lekkere balletjes gehakt af, die jij voor ons hebt gebraden en waar hij vanmorgen bij de bakker verse broodjes voor heeft gekocht, zodat we die ballen in een wit of bruin, naar believen, kadetje kunnen stoppen.

De kop is eraf. Het is de eerste zondag van juli en dat betekent dat het stadje beneden de sluis weer vol loopt met mensen die graag een traantje laten stromen over de wangen van anderen. Traonentrekkers noemen ze die wel. Niet mijn genre muziek en zeker niet als ze ook nog eens gaan vliegeren en daarmee denken een brief naar boven te kunnen sturen. Dan zijn ze bij mij aan het verkeerde adres. Dat ik daarmee, hier en vandaag, een eenling ben, besef ik terdege. Toch hoor ik liever een sad blues en laat dan mijn tranen rollen.

Maar wees gerust ik wil geen Spelbreker zijn, want ik omarm de liefde en warmte van alle mensen om mij heen, slurp alle details in mij op. En geniet vooral van mensen, ook van hem die op zijn balkon compleet uit het dak durft te gaan.

En zo slenteren wij met zijn allen tussen tienduizenden bezoekers door dit stadje. Onder poortjes door, langs diverse punten waar koren hun best doen om de mensen te vermaken. Een aantal koren heb ik al vaker horen en zien optreden. Maar misschien wel omdat dit niet mijn stijl is, blijft het mij verrassen, blijven ze mij verrassen. Terwijl de kleding toch weinig verrassends meer heeft. Veel kant, rood, zwart, een bloem in het haar of een hitsig hoedje op het gitzwarte haar. Want de leeftijd verklappen we niet, dus vlak voor een festival wordt nog even de portemonnee van de kapper gespekt.

En zo geeft Grave ieder jaar dat ik hier kom weer iets van zijn geheimen aan mij prijs. Dit jaar zijn de krochten van de stad aan de beurt. Niet dus… Ik reken dat maar onder het hoofdstuk minder geslaagde grappen van neef Ed, die beweert dat er onder Grave een oud Grave is gegraven, of gebouwd. Het verschil? Zal wel komen doordat hij langzaam maar zeker toch wat van dat Brabantse leven heeft meegekregen.

Daar word je ook wel een beetje Ège Wies van. Het bewijs daarvan wordt geleverd door jonge Ed, die zijn gezicht niet durft te laten zien in het stadje. Hij woont immers in de buitenwijken en niet in de vesting, dus heeft hij niks met gezelligheid. Onder het mom, van ‘wie moet de hond uitlaten’ laat hij verstek gaan. Nee, dan wij veralmeerste Gooiers, wij zingen bijna allemaal uit volle borst mee met al die mooie liedjes. Uiteraard kan ik niet zingen, want ik moet opletten en fotograferen en zie zoals gezegd de details.

Een van die details is Tineke, niet die van mij, maar die andere uit Limburg, waar ook over wordt gezongen. Wie schoan os Limburg is begrip toch nemens. Bijna veertig jaar niet gezien, maar geen spat veranderd. Op een vol plein pik ik haar er zomaar uit, begin te zwaaien. ‘Naar wie zwaai je’, wordt mij gevraagd. ‘Naar wie denk je. Als ik naar haar toe loop, en haar op een paar meter genaderd ben, ziet zij mij ook. Die andere Tineke, die van mij dus, is achterom gelopen, tikt haar op de schouder op en minuten lang hangen zij als een stel Dolle Diva’s in elkaars armen. Vroeger was dat niet anders, hoewel toen waren het geen Diva’s maar Mina’s.
Vraag maar aan Thea, nee Ed niet die van jou er zijn meer hondjes die Sam heten en zo heb je ook meer vrouwen met die naam.

Ik dwaal ondertussen knap af door Grave en dat was toch niet de bedoeling. Nee het streven was om Het Kaf gescheiden van de Koren te laten optreden onder het motto: Zing maar Lekker Mee. Want in Brabant zijn we lekker sociaal bezig dus Huûr ôs en je hebt een gezellige dag. Nee, niet dat we te huur zijn, maar je moet ons eens goed horen. Zeker als wij volledig uit ons dak gaan in de tent, die vlak bij de oude haven, of is het de jachthaven, staat opgesteld.

Uiteraard draagt neef Ed Tulpen uit Amsterdam aan. Maar er kan geen Smartlappenfestival worden gehouden zonder dat Het Kaf gescheiden van de Koren het wereldberoemde En we hebben een woonboot, het ligt in de Amstel ten gehore brengt. De leadzangeres van de Koren was ditmaal gescheiden van Het Kaf en zong in Mokum het duet Poesje mauw. Maar werd via de smartphone gewoon de Amstel ingetrokken. Zo gaat dat tegenwoordig.

Ondertussen staat Warempel klaar met het Vischwijvenkoor en denkt Ontroerend Goed dat de thuishaven de havenkom van Grave is. Maar die is al bezet door het paar uit Haven, dat met liefde niet uit de klei maar uit de mud is getrokken. Nee, dit is geen marathon, zelfs niet voor koren. Ik zou het liever onder het hoofdstuk Goei Volluk willen scharen, maar ja die komen uit buurgemeente Cuijk.

Terwijl het feest zijn einde nadert, begint mijn hoofd begint over te lopen. Daarom zonder ik mij even af en krijg meteen de verwachte regendruppels op me. Daar blijft het bij. Buiten wordt gedanst, binnen de polonaise gelopen. Van een afstand hoor ik de liedjes nagalmen, zie de eerste koren vertrekken. De Zangkoorts is dan al voorbij, ’t Mag geen naam hebben. Nee, dan Suuk-7 of Het Koor van Tante Door, die vrolijk kwebbelend voorbijkomt.

Als dessert hebben neef Ed en zijn Christien het Steakhouse Don Kiesjot afgehuurd. Ik neem de molentjes vandaag wel voor mijn rekening, want met zoveel indrukken ben ik Bekaf.









2 juli 2014

Een drukke dag




Kalo Mina zegt Opa IJsbeer altijd als hij mij ziet op de eerste dag van een maand. Nee, hij scheldt mij echt niet uit voor een kale, want ik heb wel haar, maar hij wenst mij daarmee een maand vol voorspoed toe, een maand met gezondheid, een goede maand.

Deze dinsdag ,1 juli, begint als bijna alle andere dinsdagen. Gisteren ben ik bij Mamoe geweest .en vandaag ga ik weer naar de kinderopvang Oliver. Dat denk ik althans, maar dat gebeurt niet want mijn papa en mama brengen mij bij Opa IJsbeer. Mamoe is al met de trein naar haar werk in Amsterdam en wij (opa en ik) gaan samen ook naar Amsterdam. Een verrassing, opa gaat met mij naar Artis, dieren kijken.

Dat is wel een heleboel geregel hoor, zo’n dagje uit, want dat moet wel met de Oliver doorgesproken worden en opa neemt heel veel mee. Mijn tasje met kleren voor als er een ongelukje gebeurt, luiers, schoonmaakdoekjes, een washandje, crunchy’s, krentenbollen, pakjes drinken, zijn fototoestel en het belangrijkste van alles; hij vergeet mij niet mee te nemen. En zo gaan we eerst met de bus naar het station van Almere Buiten en daar nemen we de trein, richting Schiphol. Die trein heeft twintig minuten vertraging, dan zal de rest ook wel niet op tijd rijden, dus stapt opa samen met mij in Weesp over. Aan de andere kant van het perron staat al een trein te wachten. Die gaat echter ook naar Schiphol merkt opa als we onderweg zijn. Daar schieten we weinig mee op.

Opa IJsbeer besluit ijskoud dat we dan in Duivendrecht maar met de Metro moeten gaan. Dat is een idee, en dan bij het Waterlooplein uitstappen en wachten op de tram 9. Die komt maar niet en opa weet niet dat lijn 14 ook bij Artis stopt, dus gaan we wandelen. Ik op de nek van opa. Dat zit best hoog, dan kan ik mooi over alle hoofden heen kijken en hoef ik niet tegen damesbenen aan te koekeloeren. Moeilijk woord hè, heb ik van opa geleerd.

Artis is gelukkig niet ver, zodat Opa niet moe wordt en wij lekker gezellig samen nog heel veel dieren kunnen bekijken. De eerste beesten zijn de kamelen. Dat zijn rare dieren, ze schommelen heel erg, en ze hebben twee bulten op hun rug. Daar kun je lekker tussen zitten, zegt opa. Nou dan zit ik toch liever in de auto bij papa of mama, of op de fiets bij opa. Maar op zo’n kamelenrug door het zand lopen, dat vind ik helemaal niets. Stoffig ook door dat zand en dan krijg ik vast vieze handen.

Opa heeft mij beloofd dat ik in de dierentuin wat te drinken krijg en die krijg ik ook samen met mijn eerste crunchy van de dag, lekker hoor. We gaan daarom eerst even zitten. Achter ons zwemmen de eenden nieuwsgierig langs. Zij hopen ook dat ik wat voor hen in water laat vallen. Maar dat mag niet van Opa IJsbeer. Voor ons liggen de leeuwen lui in de zon. Zelfs een keer brullen, helemaal voor mij, doet vader leeuw niet. Hij zwaait een keer met zijn staart, nog een keer om een vlieg weg te jagen en meer is hij niet van plan. Zijn vrouw doet haar hoofd een keer omhoog. En dat is het.

We lopen langs de tijgers, opa zegt dat het een panters zijn, maar ik vind het tijgers, dus… En we zien vogels. Hele grote vogels. Met een scherpe kromme snavel en grote klauwen van poten. Gieren zegt de oppasser. Ja oppassen moet je wel voor ze. Hoewel ze alleen maar dode beesten en soms ook dode mensen eten. Maar ik weet mooi niet of ze dat zelf wel weten. Nee, dan ga ik toch liever naar de giraffe, die steekt alleen maar zijn nek uit. En de kleine giraffe zit nieuwsgierig naar mij te kijken. Alsof hij nog nooit een mensenkind heeft gezien.

We hebben dan al wel slangen gezien en een krokodil. Die bijt in je bil, zegt opa. Nou dat vind ik toch wel een beetje eng, dus loop ik liever maar snel door. De vlinders vind ik wel leuk, die fladderen zo mooi. Sommige vlinders eten van fruit dat overal is neergelegd. Hele grote vlinders heb ik gezien. Mijn neefje Gianny is al heel vaak in Artis geweest en weet misschien wel hoe ze heten, daar ben ik nog te klein voor. Maar over een paar jaar, zal ik er vast wel een paar kunnen herkennen.

In de vlindertuin lopen een paar jongens hard rond en daar wil ik wel mee spelen. Ik loop met ze mee. Opa kan niet zo hard lopen en de jongens nemen mij mee naar buiten. Opa zoekt mij en ziet mij en de jongens bij een mijnheer van Artis staan. Die mijnheer vraagt aan opa hoe ik heet, nou dat weet opa wel. Opa kent die mijnheer ook, van vroeger, van het zaalvoetbal in Älmere. Wat is de wereld toch klein. Die mijnheer zegt dat er iedere dag wel zes jongetjes, nee geen meisjes, weglopen en zoek zijn. Nou ik ben mooi niet zoek. Maar ben gewoon met die jongens aan het spelen.

De zeehonden, die ik geen zeehonden mag noemen maar wel robben, kregen visjes. Ik kan er niet veel van zien, want er zijn erg veel kinderen in de dierentuin en de meesten staan voor mijn neus. Als de visgooier klaar is, gaan de kinderen weg en kan ik de Californische zeeleeuwen of hoe ze ook moeten worden genoemd, pas goed zien zwemmen. Snel dat ze zijn. En ze hebben van die guitige kopjes met snorharen. Die zijn veel langer dan de snor van Opa IJsbeer.

Weten jullie wat ik ook nog heb gezien? Een gorilla, die haalt met een stokje eten uit een boom. Ik denk dat-ie honing aan het snoepen is. En in dezelfde kooi staan ook stokstaartjes. Dat zijn grappige beestjes joh, die gaan recht overeind staan als ze om zich heen willen kijken. En ze hebben allemaal holletjes waarin ze zich kunnen verstoppen.

Opa heeft me ook meegenomen naar de vissen. De haai is heel boos. Denk je van niet. Mooi wel. Hij zwemt iedere keer weer naar mij toe en kijkt heel erg boos naar me. Ik vind dat helemaal niet eng, want er zit dik glas tussen, zodat hij mij helemaal niets kan gebeuren. Er zijn heel veel vissen daar. Zo heb ik een girafmeerval onder zijn buik gekieteld. Leuk is dat, hè opa. Dat mag ik van jou doen en ik ben nog steeds niet bang. Die grote kreeften vind ik wel een beetje eng en de zeepaardjes die maken speciaal voor mij een dansje.

De kleinere aapjes zijn met elkaar aan het spelen. Twee van die apen hebben ruzie en een grote aap geeft ze straf. Als je niet wil luisteren, dan krijg je straf. Ook als je Opa IJsbeer heet, die is gisteren over de bank geklommen. En dat mag niet hè Mamoe. En toen ging hij ook nog met de voetbal in de gang spelen. Opa wil niet luisteren, zo ondeugend.

Maar vandaag is hij niet ondeugend. Ik mag van hem spelen met andere kindjes bij een hele grote glijbaan. Roetsj zo van de nek van de giraffe af. Opa zegt dat daar een liedje van is. Niet van Dikkie Dik, maar van Dikkertje Dap,

Hij heeft me ook nog meegenomen naar de ijsbeer. Geen echte, want die hebben ze niet meer in Artis. Ik krijg ook een boekje van Dikkie Dik in de dierentuin van hem. Dat vind ik zo lief.

Daarna zijn we met de tram naar het station gegaan. Het is heel druk in de tram. Gelukkig kan opa nog een stoel vinden en ik mag op zijn schoot zitten. Naast een moeder met een baby. Veel weet ik daar niet meer van, want ik ben in slaap gevallen, vlak voor het station maakt opa mij weer wakker. Toen we bij het station waren doet het pasje van opa het niet meer en hebben we nog een nieuwe kaart moeten kopen. Daardoor missen we wel de trein. Vind ik niet erg hoor, want nu komt er een lieve mevrouw naast me zitten in de trein en daar heb ik lekker mee zitten praten. En met opa heb ik gelachen, ondeugend gedaan, rare gezichten trekken. Het laatste stukje is met de bus en toen nog een stukje op opa’s nek.

Mamoe is nog niet thuis en als ze thuiskomt met de boodschappen, maakt ze snel het eten. Lekker met appelmoes en gele vla toe. Na het eten mag ik bij Opa IJsbeer achterop op de fiets. Hij heeft mij thuis gebracht en ondergestopt. Nee, ik ben niet meer aan het donderjagen, want ik ben flink moe. Wat wil je ook van zo’n dag.



30 december 2013

Opa leert zijn kleinzoon schaken

Tineke leert onze kleinzoon in een kwartiertje de namen van de schaakstukken en welke zetten ze mogen doen. Het leren schaken laat ze daarna aan mij over. Maar hoe doe je dat eigenlijk? Ik heb werkelijk geen flauw  idee. Zelf heb ik het schaken geleerd uit een boekje. Geschreven door Hans Bouwmeester. Het waren meerdere boekjes, verschenen in de Prismareeks. Pockets in een handig formaat, die zetten, openingen en trucjes bevatten. Alsmede tekeningen van stellingen en dat speelde ik dan na. Ik was toen een jaar of tien, elf misschien.
Thuis kon niemand schaken, dus aan hen had ik niets. Mijn vader heeft het daarna van mij geleerd en een buurjongen kon het. Verder kende ik niemand. Daarom bleef het spelen vooral beperkt tot het naspelen van partijen uit boekjes, en uit kranten, want op zaterdag stond er altijd een schaakrubriek in de krant met oude en nieuwe partijen.
Pas veel later, toen ik werkte, heb ik wat meer geleerd. Door te kijken en te spelen tegen verenigingsschakers. Ook heb ik toen een keer aan een teamwedstrijd meegedaan van mijn werk en we werden toen onverwachts derde. Van mijn drie partijen haalde ik een halfje, en dat gaf net de doorslag. Was ik dus best trots op. In Duitsland won ik in mijn diensttijd de schaakkampioenschappen van onze batterij, maar een vervolg tijdens de kazernekampioenschappen zat er voor mij helaas niet in, vanwege andere verplichte werkzaamheden.


En nu mag Opa IJsbeer zijn kleinzoon leren schaken. Maar, zoals al gezegd, hoe doe je dat? Gianny zet de stukken op en mag de openingszet doen. Uiteraard mist hij nog het overzicht. Wat wil je ook? Het jochie is pas zes. Dat kun je dus ook niet van hem verwachten. Vooral het dekken van stukken, maar ook wat er allemaal op zo’n bord gebeurd, gaat aan hem voorbij. Zeker als ik mijn paarden in stelling breng is het eerste spel al snel afgelopen. Dat moet dus anders.

Ik haal al mijn stukken, op de koning na, van het bord en laat hem alleen twee torens en een koning houden. Daarmee moet hij mij mat zetten. Hij moet mij steeds een rij naar achteren dwingen. Soms geeft hij met de verkeerde toren schaak en kan ik weer een rij naar voren. Ook geeft hij mij soms de kans zijn toren te slaan. Zo leert hij dat hij zijn torens niet altijd ongedekt kan laten staan. Het is veel voor zo’n mannetje, maar in twee dagen maakt hij snel vorderingen. Steeds vaker en sneller weet hij mij mat te zetten. En als hij dan op zondag aan zijn moeder demonstreert wat hij heeft geleerd, staat die met grote verbaasde ogen te kijken. Bovendien kent zij het verschil tussen een koning en een koningin niet. Maar trots is zij wel op haar schaakprins.

7 april 2013


Zo tussen brug en brug

 

Yari’s dagboek

6-7 april 2013

Terwijl mama Raema werkt en papa Daniël kinderen laat vliegen, word ik gestald bij Mamoe en vooral Opa IJsbeer. En als die zijn dag heeft, nou dan…

Nou zaterdag heeft hij zijn dag niet. Hij wil per se naar Almere Stad. Op zoek naar boekjes over de Cycladen en nog  liever over Andros en Tinos, waar hij binnenkort met Mamoe naar toe wil. Dat lukt dus mooi niet, dat boek. Dat had ik hem eigenlijk vooraf ook wel willen vertellen. Maar zoals zo vaak, luistert hij niet. Of zou hij mij toch nog niet begrijpen?
 
Opa IJsbeer wil ook nog even op zoek naar een goede tuitbeker voor mij, omdat die andere zo lekt. En dus gaan we samen met de bus. Lijn 5. Hij moet betalen, omdat hij zo graag naar Stad wil en ik ga gratis mee. Wel in de wandelwagen, want mijn kleine beentjes worden anders te moe.

Ik zal het kort houden, want anders worden jullie moe. We vinden Almere Stad. Of beter gezegd, de chauffeur weet de weg bijna blindelings te vinden. We stappen bij het ziekenhuis uit. Dat is de plek, dat ziekenhuis dus, waar ik zo’n veertien maanden geleden ben geboren. Daarna gaan we naar de boekhandel. De reisboeken hebben een andere plek gekregen in de winkel en wat Opa IJsbeer zoekt, is er niet.
 
Toch gaat hij niet met lege handen weg. Eigenlijk ook wel, want hij gebruikt mijn wandelwagen als mandje. Daarna naar de Hema, waar volgens mama een goede tuitbeker te koop is. We gaan met de lift en nog een keer met de lift. Er zijn wel tuitbekers, maar Opa IJsbeer is daar niet tevreden over. Dan maar naar V&D, daar vind hij wel wat en voor mij een lappen IJsbeertje. Gelukkig`, nu mogen we naar huis, naar de IJsberenstate waar ze bij de deur de tong naar je uitsteken.

Voor het eten brengt Opa IJsbeer nog even een bundeltje naar Meester Meindert en tante Lia, geen echte tante, maar toch…

Na het eten ga ik slapen en dan komt zondag. De dag dat ik weer naar huis mag. Maar eerst nog ontbijten en drinken en wandelen en nog eens eten en nog een keer eten. Daar word je toch moe van. Zeker als Opa IJsbeer besluit om van de eerste mooie aprildag te genieten. Nou vannacht was het wel mooi tien graden onder nul, in Brabant. Maar goed ik heb niks te vertellen en moet mee.

Het zonnetje schijnt wel lekker, dus misschien heeft die oude brombeer ook wel een beetje gelijk om er samen met mij op uit te trekken. Maar daar weet ik niet zo veel meer van, want voor we onder de brug van de Buitenhoutsedreef door zijn dommel ik weg en als we er overheen zijn slaap ik. Als een roosje.

En dus eindigt het verhaal hier. Of hoort het te eindigen. Gelukkig fluistert Opa IJsbeer mij een stukje van het verhaal in. We lopen langs de dreef en gaan via het paardentunneltje naar de Lage Vaart. Daar blijven we even staan en na nog wat zonnegroetjes gaan we langs het water nu onder het viaduct van de Buitenhoutsedreef door. En als we daarna weer terug zijn over het water word ik weer wakker. Nou jou wakker, ik doe mijn ogen open.

Als we terug zijn heeft Mamoe al buiten gegeten, struiken geplant en gaat daarna weg naar wzawzdb. Daar gaat papa ook heen. Opa IJsbeer maakt nog een boterham voor me en geeft me heel veel drinken. Via de tuitbeker, die toch niet lek blijkt te zijn. Zijn we gisteren toch voor niks naar Stad geweest.

O ja, ik heb ook nog een cadeautje voor Mamoe gemaakt, van haar bijlage van het Parool. Ik heb die iets kleiner gemaakt, zodat ze die makkelijker kan lezen.

17 september 2012

De afronding

De vakantie zit erop. De was is gedaan en nu alleen nog alles netjes afwikkelen. Foto’s een naam geven, een plaats geven en klaar zetten voor het fotoalbum. Of ga ik dat in twee mootjes hakken. Ik ben er nog niet uit. Maar denk eigenlijk aan het laatste.
Maar eerst een korte terugblik.
De eerste week op Kythira was fantastisch. De rust die van dit eiland uitgaat is zo diep. Niet voor niet wordt er gezegd dat je Kythira moet ondergaan. En ik denk dat wij daarin opnieuw zijn geslaagd. Net zoals in 2006. De zondagmarkt in Potamos hebben wij aan ons voorbij laten gaan. Daar staat tegenover dat wij wel een mooie excursie hebben meegemaakt.
We zijn opnieuw niet bij de vuurtoren beland, maar dat strand wat eronder ligt en met name de natuur daarachter maakte voor mij dat weer goed. De miniaturen in Platia Amos worden niet meer bijgehouden sinds de vrouw die ze daar heeft neergezet is overleden. De naamdag van Theodoros wordt nog steeds gevierd en een bezoek tijdens de plechtigheid aan het klooster van Theodoros is zeker de moeite waard. Ook al was de ceremonie nu iets kleiner dan de vorige keer.
In Agia Pelagia waar we verbleven waren ditmaal meer restaurants (open) dan zes jaar geleden. Niet alles was er even goed. Ook dat hebben we ervaren. En zo hoort het eigenlijk ook te zijn, vind ik. Smaken verschillen en teleurstellingen horen er ook bij.
We hebben een aantal dorpen bezocht die we de vorige keer links hebben laten liggen en zo is het toch echt een totaal andere vakantie geworden. Van de eerste keer kan ik me nog veel herinneren. Tineke had daar wat meer moeite mee en moest eerst op de plek zelf zijn voor ze er een beeld bij kon krijgen. Daar is niets mis mee overigens.
Ik heb me voorgenomen het in dit afsluitende deel niet over Aphrodite te hebben en dat doe ik dus niet. Zover ik weet heeft ze niets met Diakofti te maken, alweer enkele jaren de uitvalshaven van het eiland. Ook de haven waar ons tweede deel van de vakantie start. Laat in de middag. En de veerboot gaat dus niet naar Nafpoli zoals ik altijd heb gedacht, maar naar Neapoli. Dat we vervolgens nog een aantal uren moeten rijden voor we bij ons hotel zijn, dat heeft niemand ons verteld. Een missertje van Ross Holidays of van mij. Laten we het maar op het laatste houden, want uiteindelijk heb ik de reis uitgezocht en samengesteld en heeft Ross alleen zijn/haar werk gedaan. En goed ook, want alle papieren waren in orde. De verwijzingen naar de hotels uitstekend. En de slaapplaatsen waren over het algemeen plaatjes.
Het tweede deel van onze vakantie was dus een rondreis. Iets waar Tineke erg tegenop zag. Maar achteraf viel het toch wel weer mee. Ook doordat er voldoende rustpunten waren ingebouwd.
En op zondag lekker niets doen.
We hebben zeker dingen laten liggen. Een langer verblijf in Nafplio is zeker aan te raden. In de stad zelf zijn prachtige gebouwen. Het kasteel dat boven alles uittorent. En het eilandje voor de kust verdedigingswerken. In de omgeving zijn talloze prachtige opgravingen. De bekendste is natuurlijk Epidavros en dat in het bijzonder het theater.
Op iets grotere afstand ligt Mycene en dan nog allerlei andere indrukwekkende plekken. Toch hebben we niet overal alles kunnen doen wat we wilden. Ook niet alles gevonden. Het dorp Kalavrita heeft heel veel indruk op mij gemaakt. Met zijn monument voor de Tweede Wereldoorlog. Het treintje naar de kust hebben we wel zien rijden, maar zijn niet mee geweest, omdat daar de tijd te kort voor was, slechts een overnachting. Misschien ooit nog eens een hernieuwde kennismaking?
De regen in Langkada en de prachtige rit die we vanuit die plaats hebben gemaakt. Olympia, de stad van de Olympische Spelen en de plek waar de Olympische vlam is ontstoken enkele dagen voor wij er waren, maar ook de plaats van het doorverwezen worden naar een ander hotel. En tenslotte Kalamata ons eindstation, waar ik een pittige solo-wandeling heb gemaakt terwijl Tineke op het strand lag.
Messinia dat we hebben laten liggen. Daar komen we over een jaar of twee wel. Hebben we samen afgesproken. Net zoals een terugkeer naar Kythira nog steeds in de planning staat. Of we dat dan ook weer met iets combineren? We zien wel. Misschien moeten we daarvoor weer een keer naar Wychen, naar Ross.
En daarmee ben ik toch ook aan de verantwoording gekomen. De verantwoording van alle wijshedenen onwijsheden die ik in de vorige hoofdstukken heb gebruikt. Om te beginnen dus met Ross. Voor de mythologische stukjes heb ik weer eens geput uit de twee delen Griekse Mythen door Robert Graves en uitgegeven bij Amstel Uitgevers.
Op Kythira ben ik eigenlijk dank verschuldigd aan Frank van Weerde, die we weliswaar nooit hebben ontmoet, maar zijn wandelboekje Kythira Doorlopend heeft ons weer geholpen. En voor de menselijke verhalen heb ik zijn boek Kythira Gewoon een bijzonder eiland als leidraad gebruikt. Dat is door Van Weerde in eigen beheer uitgegeven via Pyrgos House. Daarnaast heb ik net als tijdens onze vorige reis het Duitstalige Kythira En Reisebegleiter zu der insel (Emm. P Kalligeros) en  van dezelfde schrijver in het Engels Kythira Historie and Tourist Guide gebruikt.
Op het vaste land heb ik gebruik gemaakt van de Road Kaart nummer 5 van de Peloponnesos. De reisgidsjes van Elmar en Wereldwijzer, beide geschreven door Henk Buma, zijn hier en daar van nut geweest, alsmede het Duitstalige Peloponnes Burgen & Klöster uitgegeven door Toubi’s.
Elsie Spathari heeft een boek over Mycenae gepubliceerd, waarvan ik de Engelstalige versie op de kop heb getikt, daarnaas ook Engelstalig Corinth-Mycenae, Nauplion-Tyrins-Epidaurus van opnieuw Elisavet Spatharis (kijk eens naar de schrijfwijze van deze naam) en Kelly Petropoulou.
Niet onvermeld mag blijven Kalavrita A complete travelguide. Als allerlaatste noem ik nog mijn Bijbel De schatten van Griekenland door Stefano Maggi en Christina Troso.
 Goed nog een PS’je dan. Zonder mijn reisgenote Tineke had ik deze prachtige vakantie niet kunnen maken.

15 september 2012

Thuis

Maandag 28 mei 2012
Oost west thuis best. Het is een gegeven dat na een vakantie van drie weken zeker voor ons telt. Ik ben weliswaar nog niet Griekenland moe, maar toch ben ik ook wel aan wat anders toe. Gewoon weer Nederlands om heen. Mijn eigen bed, mijn eigen bank, mijn eigen kinderen.
Vandaag is het zover.
De 28ste dag van de vakantie is bestemd voor de thuisreis. Ik ben gisteravond al voorzichtig begonnen met het inpakken van mijn spullen en hoef alleen nog de restjes te doen. Een laatste douchepartij en het laatste ontbijt in het hotel. De rekening voldoen en dan de spullen naar de auto. Misschien wel aan de vroege kant, maar zoals gisteren al gezegd, je kunt beter op tijd zijn voor het vliegtuig dan te laat.
De stad gaat goed. Bij de havens is dat ook niet moeilijk want dat is recht toe recht aan. Daarna wordt het ook meteen drukker. We moeten ergens linksaf, maar waar? Het zweet breekt me uit. Ik wil Tineke niet de verkeerde kant opsturen. Maar het lukt uiteindelijk. Het is wel iets langer dan aangekondigd, maar goed daarover zeur ik niet.
De auto wordt op het parkeerterrein achtergelaten. Met de deur los en zal dus worden opgehaald en naar Kythira terug worden gebracht. Want wie dat vergeten is, daar kwam deze Getz dus wel vandaan.
Er zijn al een paar mensen voor ons en die hebben hun bagage al neergezet voor de incheckbalie. Wij zetten onze spullen erbij en als na enige tijd het inchecken begint, dan heb je altijd een aantal voordringers. Nou van mij mogen ze. Het vliegtuig komt uit Volos en heeft enige vertraging. Dat is zondag al voorspeld en geen verrassing. Ook op het vliegveld geen verrassingen en we hebben ook nog eens een rustige vlucht.
Op Schiphol duurt het wel enige tijd voor we over onze bagage kunnen beschikken. Het vervelende van het snelle inchecken is dat onze koffers als een van de laatste van de band rollen.  Tineke heeft dan onze treinkaartjes al gekocht. Haasten naar de trein hoeft daarna niet, maar we hoeven ook niet lang te wachten.
Het zit erop. Raema en Daniël hebben voor het eten gezorgd, althans dat het in huis is. Andijvie stamppot met spekdobbertjes.
Kan het Hollandser. De presentjes worden later op de dag aan de meiden overhandigd. De wasmachine draait. Wachten tot onze volgende vakantie. Als de zomer voorbij is.