18 juni 2019

Daeley vindt Opa IJsbeer ondeugend


Maandag 17 juni 2019

 Twee dagen heb ik moeten wachten en dat is niet eerlijk. Zaterdag is Opa IJsbeer met mijn broer Yari naar Artis geweest en oma heeft beloofd dat zij met mij vandaag naar de dierentuin gaat. Nou mooi niet, want er komt iets tussen. Opa IJsbeer vindt dat zielig en neemt mij daarom maar mee. Eerst met de bus en dan wachten tot de trein komt. Ja alweer wachten, dat is toch niet eerlijk.


En dan wil Opa ook nog in de stiltecoupé zitten waar je heel rustig moet zijn. Daar word je toch vanzelf onrustig door. Als jongen van drie geldt dat in ieder geval voor mij wel. Stilzitten is moeilijk hoor en ook nog eens niets mogen zeggen, omdat andere mensen daar last van hebben. Er zijn helemaal geen andere mensen in onze coupé dus waarom moet ik dan stil zijn. En de conducteur mag zeker wel hard roepen dat wij in de Intercity naar Amsterdam zitten. Zo hard roepen dat de mensen hem in de hele trein kunnen horen. Alweer een geval van niet eerlijk.


En weet je wat ook niet eerlijk is? Dat ik pas drinken krijg als we in Artis zijn. Maar dan moet ik eerst na de trein nog wel met de tram en een paar minuten lopen. Dat laatste duurt gelukkig niet lang, maar eindelijk, eindelijk krijg ik mijn drinken. Moet ik wel zittend opdrinken van opa, ik vind dat die man wel heel erg streng is voor mij vandaag.


De ezel is dat helemaal met mij eens en is daarom heel dwars. Terwijl alle andere dieren op de kameelweide lekker lui liggen, staat hij dwars te zijn en draait zich ook nog eens om als Opa IJsbeer een foto van hem wil maken. Dat is mooi zijn straf.


Opa wil zeker ook verbieden dat de Japanse Makaak gaat drinken. Nou die trekt lekker ook zijn eigen plan vandaag. Het is een warme dag en dan kun je niet genoeg drinken zegt mijn oma altijd. Die aap maakt van zijn hand een klein kommetje en schept heel handig het water uit de gracht. Deze apen hebben het na-apen uitgevonden. Als ze iets bijzonders zien, doen ze dat allemaal na. In de winter kan het zomaar gebeuren dat ze met sneeuwballen gaan gooien. Vind ik niet erg, ik gooi ook graag met sneeuwballen. Het liefste in opa’s nek. En opa gooit terug met losse sneeuw. Maar ja het is nu warm en er ligt hier geen sneeuw, dus kan ik jullie dat ook niet laten zien.


Ik ben nog even naar de krokodil gaan kijken. Er zijn er twee en die lagen vandaag bij elkaar in hetzelfde water. Te niksen zoals ze dat altijd doen. En die komodovaraan kijkt naar mij alsof hij mij een lekker hapje vindt. Nou ik ben toevallig een lieve jongen en geen lekker hapje. Ook niet voor de groene boompython. Die houdt wel van kleine dieren. Die lokt hij met zijn staart en als ze dichtbij komen dan kronkelt hij zich helemaal om het beestje heen en wurgt hem. En dat vind ik niet eerlijk.


De Aziatische olifanten zijn vandaag weer druk op hun zandsteppe bezig. We moeten er helemaal omheen om ze te kunnen volgen. En dan ineens spat Opa IJsbeer mij zomaar nat. Mijn hele Ajax-shirt heeft hij nat gemaakt en mijn broekje een beetje. De spetters zitten zelfs in mijn nek. Dat doe je toch niet als je een opa bent?


Ik neem hem als straf mee naar het insectenhuis. En weet je wat ze daar voor dieren hebben? Nou spinnen. Ook de Braziliaanse zalmroze vogelspin. Die spinnen kunnen wel twintig centimeter groot worden. Opa IJsbeer is maar wat blij dat die spin vandaag achter glas zit want hij kan heel agressief worden en ook nog eens heel hard rennen. De mannetjes hebben langere poten dan de vrouwtjes en als ze in het nauw worden gedreven, dan schieten ze met brandhaardjes op je of ze bijten met hun giftanden. Die spin is ook in de Almere Jungle te vinden, dus iedereen die bang is voor spinnen: pas maar op, want je weet nooit of er een is ontsnapt.


Een ander vreemd dier is de Mombassa treinmiljoenpoot. Die leeft normaal in Oost-Afrika. Er liggen er hier heel veel. Ze leven van rottende bladeren en zijn heel belangrijk voor het vormen van vruchtbare grond. Als ze worden aangevallen komt er uit de vele haartjes een vloeistof die de huid irriteert. Ik zorg er wel voor dat ik ze uit de weg ga. Dan kun je beter een Opa IJsbeer tegenkomen.


Ik wil niet hetzelfde doen als mijn broertje afgelopen zaterdag maar naar de jonge zeeleeuw wil ik wel even kijken. En misschien krijgen de zeeleeuwen ook wel visjes, dat is zo’n koddig gezicht. Ik heb een beetje pech want de jonge zeeleeuw is er niet, maar als ik beneden ben geweest dan is hij er wel en… speelt verstoppertje met zijn moeder die op een steen zit en net doet alsof ze haar kind niet ziet.


Laat dat nou een van mijn favoriete spelletjes zijn; verstoppertje spelen. Altijd en overal. Het liefst verstop ik mij onder een deken of onder de tafel. Tafels zijn er wel in Artis, maar de dekens hebben ze zo goed verstopt, dat ik ze niet kan vinden en zelf dus ook makkelijk te vinden ben.


Weten jullie wie er ook goed verstoppertje kan spelen? De struisvogel, die stopt gewoon zijn hoofd in het zand. Maar toevallig weet ik ook dat hij heel nieuwsgierig is. Nou, ik heb al zo lang op de trein moeten wachten dat ik heel geduldig ben en gewoon wacht tot hij met zijn hoofd tevoorschijn komt en dan kan ik hem vinden.


Opa wil er niet kijken, maar ik vind dat we ook even voor oma bij de pinguïns langs moeten gaan. Want oma gaat daar altijd heen en vandaag is zij er niet bij. Zij vindt die beesten zo grappig. Ik eigenlijk ook wel, maar dat durf ik niet te zeggen als Opa IJsbeer erbij is.


Spelen mag ik vandaag met een Stegosaurus. Vanaf de staart omhoog klimmen en dan via de hals weer naar beneden glijden. Dat klimmen vind ik vandaag wel een beetje lastig. Een vreemde meneer helpt mij. Als die weg is wil opa mij wel een zetje geven, maar dat vind ik niet goed. Wel wil ik nog op de staart klimmen, maar glijden nee hoor.


Het wordt tijd om naar huis te gaan. Met de trein, die rijdt bijna net zo hard als de jaguar kan lopen, vertelt Opa IJsbeer. Dat is weer een van die rare grapjes van hem. Ik laat hem maar, gelukkig weet ik beter.

16 juni 2019

Yari doet Opa IJsbeer een plezier


Zaterdag 15 juni 2019

 Mijn Opa IJsbeer viert al jaren geen vaderdag en ik wil hem een plezier doen. Daarom heb ik donderdag mijn opa en oma gebeld of ik een paar dagen mag logeren. Dat kan nog niet meteen want ik moet op vrijdag nog naar school. Opa IJsbeer haalt mij op vrijdag altijd op uit school en dat is een mooi moment om de logeerpartij te laten beginnen; twee nachten zodat ik zondagmorgen bij mijn opa en oma wakker kan worden en hem kan plezieren met een voorleesbeurt. Ja, ik kan al lezen. En leer steeds meer moeilijke woorden, maar mijn opa vindt voorlezen heel erg leuk en dat mag hij nu een paar dagen achter elkaar doen. Over cowboys en indianen en bizons en boeven en nog veel meer. En die komen allemaal voor in de boeken van Arendsoog.


Natuurlijk kan Opa IJsbeer niet drie dagen lang achter elkaar lezen. Dat is wel heel erg vermoeiend en dan blijft er voor mij geen tijd over om te spelen met duplo en lego en tijd om filmpjes te kijken op de iPad en spelletjes te doen. En dan kan ik hem ook nog meenemen naar Artis.


Daar heb je heel veel soorten dieren en van sommige hebben ze zelfs een beeld gemaakt. Zoals van de maraboe, die raakt verliefd op de watoesikoe Monique en maakt een nest voor haar. Iedere nacht slapen zij samen in dat nest. Maar op een nacht draait Monique zich iets te wild om en komt op de maraboe terecht. Die breekt een poot en overlijdt. De beeldhouwer Joos Bunder vindt dat zo zielig dat hij een mooi beeldje van deze maraboe heeft gemaakt.


Ik heb voor wij naar Artis zijn gegaan nog een filmpje gezien over schoonmaken in een dierentuin. Dat is echt heel belangrijk werk en vandaag zie ik in het echt dat de oppassers heel druk zijn om de verblijven van de dieren schoon te maken. Overal zie ik meneren en mevrouwen bezig. Soms harken ze vuil weg, anderen ruimen poep op of spuiten stenen schoon en ik zie ook een mevrouw die het water bij de incastern van gras en wier ontdoet.


Omdat opa een beetje bang is voor de krokodil gaan we naar de nieuwe vijver van de roze pelikaan. Pelikanen leven altijd in groepen en als ze op jacht gaan naar vis dan zwemmen ze bij elkaar, omsingelen de school vissen en vissen ze dan op met hun grote snavel. Ze happen tegelijk veel water mee. Terwijl de vis in de grote keelzak verdwijnt loopt het water uit de snavel.


In de bomen rond de vijver staan allemaal reigers. Mijn opa kent het verschil tussen een reiger en een kwak niet en hij wijst een kwak aan als hij mij iets over reigers wil vertellen. Oké hij heeft een klein beetje gelijk, want de kwak behoort tot de reigerfamilie. In ons land komt de kwak niet meer in het wild voor, maar hier in Artis staat nog een echte nachtjager tussen de takken.


Vlakbij staat de Alpensteenbok en daar zijn nog niet zo lang geleden kinderen geboren. En die zitten allemaal al op de rotsen. Die kunnen nog beter klimmen dan ik. Een babymens moet alles eerst leren, maar de babysteenbokjes kunnen meteen klimmen, vertel ik opa. Als ze zich niet meteen in veiligheid kunnen brengen door op rotsen te klimmen blijven er weinig in leven, want dan zijn ze een heel makkelijke prooi voor hun vijanden. Opa denkt dat ik zoiets verzin, maar dat heb ik lekker geleerd op school en op filmpjes. Dan zijn die toch nog ergens goed voor.


Ik laat mijn opa nog allerlei beesten zien en omdat die man altijd honger heeft stel ik voor dat we iets gaan eten. Een croissantje voor hem en zelf neem ik iets gezonds; een lekkere koek en een soort cupcake maar dan met chocola. Omdat opa na het eten alles op tafel wil achterlaten ruim ik de rommel maar op, plastic bij plastic, glas in een krat en de rest bij het restafval. ‘Dat weet je goed Yari’, zegt mijn opa. Nou dat hoeft hij mij echt niet te leren. Hij weet het niet, maar ik vind dat heel gewoon hoor.


Om die oude man een beetje te ontzien ga ik na het eten in de speeltuin spelen, lekker klimmen en uitrazen. En ik ben niet de enige die speelt. Dat doen de zeeleeuwen in Artis ook. Je kunt vader zeeleeuw al van ver horen, die maakt een partij herrie.


Dat komt omdat hij trots is dat er een baby is geboren, maar de mama laat hem er niet dichtbij. De mama is bang dat die grote zeeleeuw het kindje iets wil aandoen. Ik vind dat wel goed van die mama dat zij haar kind zo beschermt. Nou weet ik ook meteen waarom babykinderen in een wiegje worden gelegd en in een kinderwagen, omdat die nog niet meteen kunnen lopen en toch ook bescherming nodig hebben.


Een bezoek aan Artis zonder even langs te zijn geweest bij de Afrikaanse pinguïn is niet mogelijk, want dan doe ik mijn oma verdriet. In hetzelfde hok zijn ook een paar Jan van Genten, dat zijn heel grote vogels. Opa is een beetje verliefd op de blauwe ogen van die vogel, maar knipogen willen ze niet. Het vrouwtje is ook veel te druk en zit op een nest.


Een bezoek aan de zeepaardjes weet ik te voorkomen door de roggen en de haaien te paaien, te klieren over kwallen en door te huppelen. Niet als een meisje, maar over stenen die in het water liggen. Door dat snel te doen voorkom ik dat Opa IJsbeer ook over die stenen wil lopen. Ik kan jullie wel vertellen dat is echt geen gezicht. Alleen als hij het water valt dan…


Over één beest wil ik het vandaag nog hebben. Dat is over een dier met een slurf. Nou welk dier? ‘Een olifant’, raadt opa. ‘Fout.’ Het gaat over de tapir die een kleine slurf heeft en de jonge tapirs hebben strepen. Geinig hè.



Het wordt tijd om terug te gaan naar Almere. Opa is flink moe en zit te gapen in de trein. Ik laat hem daarom maar even met rust. In Almere sleur ik hem mee door het centrum naar het NK, dat betekent Nederlands Kampioenschap, kersenpittenspuwen. Dat wordt vandaag en morgen gehouden. Toevallig weet ik dat daar ook ijs wordt verkocht en natuurlijk krijg ik daar een ijsje. Met twee bolletjes.


Die is op als we bij de Brouwerstraat hoek Zadelmakerstraat komen. Daar staat een bandje met opa’s en een oma muziek te maken en te zingen. No Ego en voor opa wil ik daar wel even langs. Nee die muziek vind ik niet mooi, maar hij wel en geloof het of niet hij staat echt een paar minuten te swingen. Alleen jammer voor hem dat ze Summertime niet spelen terwijl hij staat te luisteren.


Met de bus rijden we het laatste stukje en omdat ik zo goed op opa heb gepast krijg ik vanavond pannenkoeken. Die kan oma heel goed bakken. Misschien doet ze dat voor jullie ook wel een keer. Soms maakt zij ze voor mij met appel, maar daar heb ik vandaag geen zin in.


Als beloning krijgt oma van mij een flinke knuffel. En opa? Nou niet dus, die heb ik met een dagje Artis al genoeg plezier gedaan.



30 april 2019

Verbonden



Hallo.
Hallo juffrouw.
Hallo.
Hallo.
Hallo juffrouw, bent u daar.
Verdomme waarom zegt u niets.
Hallo hallo.
Hè hè eindelijk, wilt u me doorverbinden?
Met nummer één.
Wat zegt u, kan dat niet.
Is nummer één geen bestaand nummer? Ik heb het anders hier wel op een briefje staan. Nou ja, een briefje; het is meer een kattenbelletje. Zo’n frommelding, u kent ze vast wel. Van die papiertjes waarop je iets schrijft wat je niet wil vergeten. Ik zal het even voorlezen: Meneer Michel, dat ben ik dus hè Michel, wilt u onmiddellijk nummer één bellen en daarna dit briefje vernietigen. Ziet u wel. Het staat hier echt. Nummer één.
Of het ondertekend is? Ja, maar dat is meer een krabbel dan een echte ondertekening.
Wat ik ervan maak?
Nou volgens mij staat er iets wat lijkt op de zeis.
Tuut, tuut, tuut.
Verdorie nou is de lijn ook nog dood.



Opa IJsbeer

PS

Geschreven voor de maandopdracht op Schrijvelarij.
We kennen allemaal wel een moment waarop we wilden dat we een telefoon zouden kunnen pakken en dan diegene bellen die je zo graag wil spreken. Die kans krijg je nu. De uitdaging van deze maand maakt dat mogelijk. Het lijntje mag naar iedereen die je kunt bedenken of diegene nu leeft of misschien al overleden is, beroemd of slechts bekend in de straat waar je woont, afgeschermd voor de buitenwereld of beschermd tegen die wereld, op aarde of in elke vorm van het hiernamaals

11 april 2019

Opa IJsbeer ze willen me pakken


Donderdag 11 april 2019

 ‘Opa, Opa IJsbeer wanneer ga je weer eens mee naar Artis?’ Echt waar; weken, maanden lang heb ik gesoebat om hem mee te krijgen. Maar iedere keer heeft hij weer een ander vaag verhaal waarom we niet gaan. Op vrijdag kan het nooit omdat hij dan mijn broer Yari uit school moet halen. Die komt om half een uit en we moeten alweer terug naar huis om hem te halen als we net in Artis zijn. Dus dat is niet slim. Een andere keer loopt hij eerst een tijdje te ijsberen en vertelt dan dat er een leeuw is ontsnapt of dat de treinen net zo langzaam rijden als een schildpad loopt en weer een andere keer is er iets met mieren, maar daarover zegt hij vervolgens niets meer.

Maar vandaag kan hij er mooi niet meer onderuit. Want het is donderdag en dan hoeft hij ook mijn broer niet uit school te halen. Die is om kwart over drie vrij en gaat dan naar judo. Geen excuses dus, geen verzinsels. Hij probeert het nog wel met dat het spoor naar Amsterdam zoek is, maar oma Tineke moet ook naar Amsterdam met de trein, dus weet ik dat dit niet klopt. En dan eindelijk trekt hij zijn rode schoentjes aan, doet een rugzak op zijn rug en dan gaan we naar de bushalte.

We moeten een paar minuten wachten en rijden dan naar Stad, waar de trein al staat te wachten. Onderweg zie ik vanuit de trein koeien in de wei en zwanen, een molen, bruggen en heel veel treinen. Maar dan zijn we al in Amsterdam en daarna rijden we nog een klein stukje met de tram voor we bij Artis zijn. En wie daar wel eens is geweest weet ook dat de oppasser heel belangrijk is en ervoor zorgt dat de runderen en de ezel zich gedragen als ze bij de kamelen zijn. Zal ik jullie een geheimpje verklappen. Kamelen zijn familie van de dromedaris. En weten jullie hoe je ze uit elkaar kunt houden? Nou? Gewoon de bulten tellen. Als ze er twee hebben is het een kameel.

Het liefst loop ik meteen door naar de krokodillen, maar omdat Opa IJsbeer daar bang voor is gaan we eerst maar naar de Vliegende hond kijken. Meestal zijn die overdag heel lui, want het zijn echte nachtdieren, dan kun je ze alleen maar zien hangen aan het dak. Daarom hebben ze ook een nepperd opgehangen, zodat je het kopje kan zien. Maar vandaag hebben we geluk en is er eentje heel actief, maakt met zijn mond de veren van de vleugels schoon. Volgens mij kan hij beter onder een douche gaan als hij die schoon wil maken en ze dan spreiden zodat ze in de wind kunnen drogen. Net zoals een aalscholver.

Opa blijft maar uitstellen met naar de krokodil te gaan. De ene keer wijst hij naar een python en dan weer naar een varaan, of een bijzondere hagedis, die verstoppertje speelt met de oppasser die water in een vijver spuit. Mij houdt hij niet voor de gek hoor. Ik heb hem wel gespot in een buis. Nee echt waar: ik ben al drie jaar en word dit jaar vier, laat dus niet met mij spotten.

Daarom laat ik mij ook niets op de mouw spelden. De mensen van Artis zeggen dat er geen krokodil is en proberen mij iedere keer te vertellen dat er een onechte gaviaal in het water ligt. Nou ik weet wel beter en ben niet voor niets de kleinzoon van mijn opa; lekker eigenwijs dus. Speciaal voor mij steekt Krokie de krokodil zijn kop boven water en geeft mij gelijk.

Er wordt gewerkt aan een nieuw gebied voor de slingerapen, maar het gebied van de lemuren mogen we wel in en daar zitten en lopen rode vari’s. Die zijn soms heel brutaal en komen dan heel dicht bij je. Ik wil er wel een aaien, maar dat mag niet van Opa IJsbeer. Flauw hoor. En als de oppasser opa nog eens gelijk geeft dan beginnen die apen ineens te brullen met zijn allen. Die zijn het er duidelijk niet mee eens. Die willen wel geaaid worden.

Als het dan toch niet mag, ga ik naar de olifanten. Maar eerst een krentenbol en een pakje drinken. Die heb ik niet voor niets meegenomen. Nou ja, ik… Daar heb ik mijn opa voor meegenomen, want die man moet toch ook iets te doen hebben. En zien eten doet eten, dus gaat ook de kleine olifant eten, drinken bij zijn moeder.

Op de steppe komen de zebra en de giraffe ons een bezoekje brengen. Nieuwsgierig dat ze zijn. Ze mogen ons wel geld toegeven want in plaats dat wij naar die dieren kijken, kijken ze mooi naar ons. Een giraffe buigt zelfs zijn lange nek om maar niets te missen.

Op weg naar de speeltuin gaan we nog even bij de pauwen kijken. Die zitten in een kooi met de gieren. Dat lijkt mij geen goed idee, want die grote vale vogels hebben heel grote klauwen en nagels en heel scherpe snavels, daar kunnen ze heel goed vlees van een lichaam scheuren. Hoe ik dat weet, nou ik heb eronder gestaan en heb het heel goed kunnen zien.

Maar opa zegt dat de pauw niet bang hoeft te zijn, want de gieren vallen geen levende vogels en dieren aan. Nou ik weet het niet en denk dat Opa IJsbeer weer eens een eigen verhaaltje verzint en denkt dat ik alles geloof. Opa vertel mij dan maar eens waarom die pauw zijn staart helemaal uitzet. Ik denk dat hij dat doet omdat hij een beetje bang is. Wat denken jullie heb ik niet een beetje gelijk.

Opa vindt het goed dat ik een tijdje ga spelen. Er is een echt toffe speeltuin met touwladders en glijbanen en een wip. Hier mogen alleen kinderen tot en met twaalf jaar spelen. Gianny volgend jaar mag jij daar dus niet meer spelen en die grote jongens die de kleintjes bijna onder de voet lopen mogen daar dus ook niet komen. Ik heb nog even naar een oppasser gezocht, maar omdat die daar niet te zien is, gaan wij maar weer verder.

Spelen kan ik ook bij de zeeleeuwen. En niet alleen bij ook met hen. Zij zwemmen heel snel langs de ramen en ik doe net alsof ze mij willen pakken. En duik dan naar beneden zodat ze mij niet kunnen zien. En er zijn drie meisjes die met mij mee doen.

Spelen doen ook de apen. Daar zijn het ook apen voor. Die hebben nu eenmaal apenstreken. Zeker als ze verstoppertje spelen. Een aap moet de andere apen zoeken en moet tellen. Hij blijft tellen en wacht net zolang tot de andere apen tevoorschijn komen. Slim hè. Je kunt heus nog wel iets van de dieren leren, ga dat de volgende keer ook maar doen bij het verstoppertje spelen.

Ondertussen heb ik ook de gorilla’s gezien en de gorillababy. Lief dat die andere apen voor dat kindje zijn. Hij zit zo lekker bij zijn mama, dat doe ik ook hoor, bij mijn mama en soms ook bij oma Tineke. Maar ja die is er vandaag niet bij, dus moet ik het doen met de brede ijsberenborst van mijn opa.

Hij neemt mij daarna mee naar Ina pinguïn, die heel parmantig voor de andere pinguïns uitloopt. Je kunt ook heel goed zien dat de oppassers bij hen een bandje om een vleugel hebben gedaan, zodat ze niet wegvliegen. Dat wil ik ook niet, want dan kan ik er een volgende keer niet meer heen.

Zij zitten trouwens vlakbij het aquarium. En daar ga ik uiteraard nog even bij de haai kijken, maar ook bij Goldie de goudvis. Gelukkig dat die niet alleen in een kom rondjes hoeft te zwemmen, maar een grotere bak heeft en met heel veel vriendjes en vriendinnetjes kan zwemmen.

En zo kan ik nog wel even doorgaan. Bij de haai zwemt ook een rog en Garibaldi. Die is leuk joh en helemaal niet bang voor de haaien. Hij heeft net zo’n mooie kleur als de goudvissen en verdwijnt zo nu en dan in een buis en dan komt-ie er aan de andere kant weer uit.

De kwallen heb ik helaas niet kunnen vinden, wel anemonen en voor Opa IJsbeer zijn we ook nog even bij de zeepaardjes gaan kijken. Een van de mannetjes is zwanger en binnenkort zijn er dus weer heel veel jonge zeepaardjes te zien. Spannend hoor.

Zo kan ik nog wel een tijdje doorgaan. Bij ons in Almere zijn ook reigers, maar hier heb ik er heel veel dicht bij elkaar zien staan. Een van die reigers heeft een visje gevangen en de andere reigers en de meeuwen proberen dat visje af te pakken. Dat vind ik niet goed. Laten ze zelf een visje gaan vangen. Alhoewel? Dat is eigenlijk ook wel zielig. Opa IJsbeer vertelt mij echter dat ik dat helemaal niet zielig hoef te vinden. ‘Daeley zo is de natuur. De reigers moeten ook eten, net zoals jij.’

In Artis heb je niet alleen heel veel dieren, maar ook mooie bloemen. En ik mag die niet eens plukken voor mijn mama of oma.

Omdat opa steeds vaker zit te gapen zeg ik dat we maar naar huis moeten gaan. Opa vindt dat ook een goed idee en samen wandelen we naar de tram, gaan daarna me de trein en tenslotte ook nog een stukje met de bus. En als ik dan bij Opa IJsbeer thuis ben, in de Faunabuurt, ben ik ook best een beetje moe. Maar niet verder vertellen hoor.



Opa IJsbeer

10 april 2019

De nachtmerrie


Tuut, tuut, tuut

Verdomme alweer. Die verrekte telefoon ook.

Tring, tring, tring, tring, tring.

En iedere keer als ik dat kreng opneem dan hoor ik alleen maar een gesprekstoon. Gestoord word ik ervan. En terugbellen lukt niet, want er zit op dit oude toestel geen nummerherkenning en ook geen terugbelfunctie. Daar ben ik mooi klaar mee.

Wie doet dit toch, wie zit mij zo te pesten en waarom?

Heel soms heb ik een kwartiertje rust en dan begint dat ding weer te ratelen. Al wekenlang. ’s Nachts heb ik de steker er al uitgetrokken. Maar zelfs dat helpt niet want het gerinkel heeft zich in mijn hersenen vastgezet. En als ik eindelijk door vermoeidheid overmand in slaap sukkel dan droom ik erover, hoor de telefoon in mijn droom overgaan en ruk mezelf wakker, ruk me uit die droom. Een nachtmerrie is het.

Hier moet je zien; ik ben na vier dagen begonnen met het bijhouden van een lijstje hoe vaak en op welk uur er gebeld wordt. Nou daar word ik ook niet wijzer van, want er zit geen patroon in. Het enige patroon is het kwartiertje rust. Dat is altijd precies vijftien minuten. Op de seconde af. Zelfs de pauze van een voetbalwedstrijd is niet zo secuur als de rinkelpauze.

Ik heb ook al een lijstje gemaakt van namen, namen van mensen die mij dit aan kunnen doen. Dat is nog een forse lijst geworden. Heb ook een paar mensen gebeld in de pauzes, maar ze zeggen van niets te weten. Maar misschien spelen ze wel allemaal onder een hoedje. Ik ben er maar mee gestopt, want zo kom ik ook niet verder.

Tring, tring, tring.

Tuut, tuut, tuut.

Nou is het genoeg. Dit moet stoppen.

Rinkeldekinkel.

Zo die is kapot en het raam ook. Geen telefoon meer. Van niemand meer en naar niemand meer. Als ik iets te melden heb, dan schrijf ik wel een brief.



Opa IJsbeer





Maanduitdaging Schrijvelarij: april 2019

 Opdracht: We kennen allemaal wel een moment waarop we wilden dat we een telefoon zouden kunnen pakken en dan diegene bellen die je zo graag wil spreken. Die kans krijg je nu. De uitdaging van deze maand maakt dat mogelijk. Het lijntje mag naar iedereen die je kunt bedenken of diegene nu leeft of misschien al overleden is, beroemd of slechts bekend in de straat waar je woont, afgeschermd voor de buitenwereld of beschermd tegen die wereld, op aarde of in elke vorm van het hiernamaals.
Vertel met wie je een lijntje zou willen leggen, wat je zou willen vragen of vertellen en waar je bent op het moment dat je het lijntje aanlegt.




23 maart 2019

Marijn


zaterdag 23 maart 2019

 ‘Ga je nu alweer fietsen? Dit is al de vierde keer deze week. Heb je soms een ander? Zeg nou eens wat terug, in plaats van altijd dat stommetje te spelen tegen me. Ik kan hier niet tegen. Verdomme Jaap, dit is echt niet normaal meer.’

Met een klap slaat Jaap de deur dicht, pakt zijn racefiets uit het schuurtje en vertrekt.

Zijn hoofd leegmaken noemt hij het. Tegen de wind in beuken door de polder. Nee hij is geen wielrenner, maar een liefhebber, een toerfietser zoals er steeds meer mannen op leeftijd zijn die een racefiets aanschaffen. En dan niet met een wollen trui fietsen maar daar hoort uiteraard ook een flitsend wielertenue bij. Zelf heeft Jaap een strak oranje shirt van Roompot gekocht en een wielerbroek met zeemlap en bretels. Voor zijn eigen veiligheid heeft hij een helm op zijn hoofd, maar ik verdenk hem ervan dat hij die afzet, zodra de straat uit is. Eigenlijk ziet het er best gelikt uit, alleen die lange kousen onder die korte broek, vind ik geen gezicht. En dan die sokophouders… Die passen er helemaal niet bij.

Maar goed hij is hem dus weer gepeerd en laat mij voor de vierde keer deze week alleen achter op de bank. En dan komt het weekend nog. Zowel op zaterdag als op zondag gaat hij fietsen. Ik heb echt het idee dat hij er een dubbele agenda op na houdt. Misschien moet ik toch maar eens gaan noteren wanneer hij gaat fietsen en hoe lang hij wegblijft. Meteen maar mee beginnen.

Ik pak mijn laptop en rammel de letters er op mijn toetsenbord uit. Van gisteren weet ik het nog uit mijn hoofd en eergisteren is hij niet op pad gegaan, want toen had hij storingsdienst en moest bij de telefoon blijven. Driemaal is hij weggeroepen, dat weet ik nog wel, maar hoe lang. Dat ben ik toch echt vergeten. Zie je wel, het wordt van kwaad tot erger. Ik vergeet steeds vaker iets. Toch alles maar opschrijven, rapporteren. En moet ik dit dagboek, want dat is het toch wel, nu gewoon op mijn lappie laten staan? Nee, toch maar niet. Ik kan het veel beter op een USB-stick zetten en die in mijn tasje bewaren.


Na vier uur is Jaap weer terug. Hij loopt meteen naar de koelkast en pakt daar een blikje energiedrank uit. Hij klokt dat in een keer naar binnen en pelt nog een banaan. ‘Zo’, zegt hij, ‘even wat tanken. Dat was weer een pittig ritje.’

‘Ja, ja, op wie heb je nu weer gereden’, zeg ik bits. ‘Je zweet niet eens. Moet ik geloven dat jij bent wezen fietsen? Vier uur lang? Geef het nou maar toe dat je een vriendinnetje hebt en dat je naar haar toe bent geweest.’

‘Ja en ze heet Marijn. Mens zeur toch niet zo. Het ene moment zeg je dat ik moet sporten, wat meer moet bewegen. En als ik dat dan doe, dan mekker je weer dat ik wegga. Nou ik vind dit gewoon lekker. Hardlopen of naar een sportschool gaan, zijn nu eenmaal niet mijn ding. En ik heb mijn fiets naar Marijn de Vries genoemd, die vroegere wielrenster en columniste.’

Na het opfrissen pakt Jaap een klein boekje dat hij in zijn rugzak bewaart. Driftig begint hij te pennen en trekt het lintje dat als boekenlegger fungeert strak. ‘Zo dat staat er weer in. Toch weer honderdvijftien kilometer. Lekker op weg naar de twintigduizend. En ja blijf jij maar zeuren, maar bij mij vliegen de kilo’s eraf door mijn ritjes op Marijn.’


Opa IJsbeer


PS


Maanduitdaging maart 2019 van Schrijverij op Facebook met steekwoorden:

storingsdienst, boekenlegger, bank, agenda. roompot, toetsenbord, usb-stick, sokophouder, rugzak, rapporteren