Zondagsrust
Zondag 23 september 2007
Ik neem aan dat de bakker op zondag dicht is en heb daarom gisteren al een brood extra gekocht. Tineke slaapt heerlijk uit. De wind is terug en dikke wolken pakken zich samen boven het noordelijke gedeelte van Skyros. Ik stel een geplande ochtendwandeling langs de kust maar even uit omdat ik bang ben dat het gaat regenen. En regenkleding heb ik toch echt thuisgelaten, ondanks dat ik weet dat er aan het eind van het zomerseizoen best een paar druppeltjes kunnen vallen.
Na het late ontbijt wordt het ‘plaatsje’ aangeveegd. H Maria komt langs voor een schoonmaakbeurt van het appartementencomplex. Ze heeft het duidelijk koud (kanei kryo), nou wij ook.
We besluiten toch maar op pad te gaan; naar Linaria. Daar raak ik aan de praat met een paar Nederlanders, die al een weekje op het eiland zijn en ook een bezoek aan de marmermijn hebben gebracht.
Tineke heeft ondertussen het zonnetje opgezocht, want die is langzaam maar zeker boven de heuvelrug uit gekomen. Het plekje waar ze is neergestreken ligt ook nog eens in de luwte zodat de koude wind geen vat op haar heeft.
Aan de kade ligt de grote veerboot, die de dagdienst met Evvia onderhoudt. Op zondag worden er andere vaartijden aangehouden. Op de kade staan enkele grote vrachtwagens te wachten om ingescheept te kunnen worden. Een zigeunergezin zit in de schaduw van de veerboot te wachten, naast hun trucks met rotzooi. De kinderen hebben hun eigen plekje gevonden. Hebben zij eigenlijk wel een toekomst vragen wij ons af.
We vermoeden van niet. Ze gaan niet naar school en alleen als hun ouders geen analfabeten zijn, zullen zij leren schrijven en lezen. Tel daarbij een beetje rekenen bij op en dan heb je het vermoedelijk wel gehad.
We besluiten Linaria te verlaten en rijden naar het zuiden van het eiland. We komen eerst door Kalamitsa en vervolgen onze weg langs de kust. Ter hoogte van Nifi, een dorpje dat bestaat uit vakantiewoningen ongeveer 2,5 kilometer bij Kalamitsa vandaan, draait de weg naar binnenland. Links van ons ligt Lalara en de hoogste berg van het eiland, Kohilas (792 meter). Rechts Voukolinas. Van de Skyriaanse paardjes zien we niets. Als die nog echt in het wild rond lopen, dan moet je vermoedelijk in de dalen zijn, ver weg van de routes die door de toeristen worden gereden.
Volgens de verhalen zijn er overigens nog steeds boeren die deze paardjes – net als in vroegere tijden – in het voorjaar vangen om de landerijen om te ploegen. Na het werk worden ze weer vrijgelaten. Van de duizenden paarden die hier ooit geleefd hebben zijn er echter nog maar weinig over.
We brengen een bezoek aan de tombe van Rupert Brooke. Daar is hij overigens pas een paar jaar na zijn overlijden begraven. Opvallend dat zoiets in een natuurgebied terug is te vinden en niet in de bewoonde wereld. Dat was vroeger wel anders. In deze omgeving schuilden vroeger de piraten. De lokale bevolking voorzag hen van voedsel in ruil voor gestolen buit zoals Chinees porselein en Delfts aardewerk.
Even voorbij die tombe is de weg trouwens afgesloten. Een marinier bewaakt de toegangsweg naar Avlatsi, waar enkele militaire installaties liggen/staan.
We wisten dat en het is nu eenmaal niet anders. Je kunt op Skyros niet overal komen.
We moeten dezelfde weg eens stukje terug en volgen hierna de weg westwaarts. Ook hier weer ruig terrein, afgewisseld met bossen. We rijden langs de heuvelgebieden Kalogeros en Artemissi. De laatste kilometers naar de kust zijn zeer bochtig, de weg slingert hier door het Aygousti gebergte. Opnieuw eindigt de weg abrupt en we stranden voor de tweede keer op een militaire post, ditmaal onverwacht en ook nog eens niet bewaakt.
Fotograferen is in dit soort gebieden niet toegestaan en Tineke wil dat ook niet hebben, ondanks dat er geen militair is te bekennen. Jammer, geheimen vallen er namelijk niet te ontdekken, wel veel natuurschoon en een prachtige ruige kust. Of is dat soms het geheim van Skyros en mag dat niet openbaar worden gemaakt.
De terugweg gaat sneller dan de heenweg. Na Kalamitsa rijden we noordwaarts langs de locaties Loutro en Flea door naar Ahili, waar we achter een kademuur in de auto picknicken.
Verstandig want echt warm is het nog steeds niet
Ik besef dat ik op een bijzondere plaats ben, want hier moet dus Achilles zijn ingescheept voor zijn tocht naar Troje, om daar te sneuvelen.
In de baai liggen diverse schepen en bootjes te dobberen. Ik klauter de kademuur op om te kunnen zien wat er achter die door mensen aangelegde barrière ligt. Met mijn fototoestel om mijn nek, zodat ik ook dat beeld kan vastleggen.
Voor mezelf en voor andere geïnteresseerden, hoewel ik ook besef dat onze kinderen niet zitten te wachten op een diashow van zo’n 600 foto’s die hen verder weinig zeggen.
Het is nog vroeg in de middag als we terugkeren in ons appartement. We brengen onze tijd door met lezen en schrijven. En uiteraard wil Tineke op de hoogte blijven van de vaderlandse sport. En vooral van Ajax. Via onze wereldontvanger lukt dat volgen prima. Als ex-sportverslaggever heb ik er nog steeds geen behoefte aan, afkicken noem ik dat.
Zondag 23 september 2007
Ik neem aan dat de bakker op zondag dicht is en heb daarom gisteren al een brood extra gekocht. Tineke slaapt heerlijk uit. De wind is terug en dikke wolken pakken zich samen boven het noordelijke gedeelte van Skyros. Ik stel een geplande ochtendwandeling langs de kust maar even uit omdat ik bang ben dat het gaat regenen. En regenkleding heb ik toch echt thuisgelaten, ondanks dat ik weet dat er aan het eind van het zomerseizoen best een paar druppeltjes kunnen vallen.
Na het late ontbijt wordt het ‘plaatsje’ aangeveegd. H Maria komt langs voor een schoonmaakbeurt van het appartementencomplex. Ze heeft het duidelijk koud (kanei kryo), nou wij ook.
We besluiten toch maar op pad te gaan; naar Linaria. Daar raak ik aan de praat met een paar Nederlanders, die al een weekje op het eiland zijn en ook een bezoek aan de marmermijn hebben gebracht.
Tineke heeft ondertussen het zonnetje opgezocht, want die is langzaam maar zeker boven de heuvelrug uit gekomen. Het plekje waar ze is neergestreken ligt ook nog eens in de luwte zodat de koude wind geen vat op haar heeft.
Aan de kade ligt de grote veerboot, die de dagdienst met Evvia onderhoudt. Op zondag worden er andere vaartijden aangehouden. Op de kade staan enkele grote vrachtwagens te wachten om ingescheept te kunnen worden. Een zigeunergezin zit in de schaduw van de veerboot te wachten, naast hun trucks met rotzooi. De kinderen hebben hun eigen plekje gevonden. Hebben zij eigenlijk wel een toekomst vragen wij ons af.We vermoeden van niet. Ze gaan niet naar school en alleen als hun ouders geen analfabeten zijn, zullen zij leren schrijven en lezen. Tel daarbij een beetje rekenen bij op en dan heb je het vermoedelijk wel gehad.
We besluiten Linaria te verlaten en rijden naar het zuiden van het eiland. We komen eerst door Kalamitsa en vervolgen onze weg langs de kust. Ter hoogte van Nifi, een dorpje dat bestaat uit vakantiewoningen ongeveer 2,5 kilometer bij Kalamitsa vandaan, draait de weg naar binnenland. Links van ons ligt Lalara en de hoogste berg van het eiland, Kohilas (792 meter). Rechts Voukolinas. Van de Skyriaanse paardjes zien we niets. Als die nog echt in het wild rond lopen, dan moet je vermoedelijk in de dalen zijn, ver weg van de routes die door de toeristen worden gereden.
Volgens de verhalen zijn er overigens nog steeds boeren die deze paardjes – net als in vroegere tijden – in het voorjaar vangen om de landerijen om te ploegen. Na het werk worden ze weer vrijgelaten. Van de duizenden paarden die hier ooit geleefd hebben zijn er echter nog maar weinig over.
We brengen een bezoek aan de tombe van Rupert Brooke. Daar is hij overigens pas een paar jaar na zijn overlijden begraven. Opvallend dat zoiets in een natuurgebied terug is te vinden en niet in de bewoonde wereld. Dat was vroeger wel anders. In deze omgeving schuilden vroeger de piraten. De lokale bevolking voorzag hen van voedsel in ruil voor gestolen buit zoals Chinees porselein en Delfts aardewerk.
Even voorbij die tombe is de weg trouwens afgesloten. Een marinier bewaakt de toegangsweg naar Avlatsi, waar enkele militaire installaties liggen/staan.We wisten dat en het is nu eenmaal niet anders. Je kunt op Skyros niet overal komen.
We moeten dezelfde weg eens stukje terug en volgen hierna de weg westwaarts. Ook hier weer ruig terrein, afgewisseld met bossen. We rijden langs de heuvelgebieden Kalogeros en Artemissi. De laatste kilometers naar de kust zijn zeer bochtig, de weg slingert hier door het Aygousti gebergte. Opnieuw eindigt de weg abrupt en we stranden voor de tweede keer op een militaire post, ditmaal onverwacht en ook nog eens niet bewaakt.Fotograferen is in dit soort gebieden niet toegestaan en Tineke wil dat ook niet hebben, ondanks dat er geen militair is te bekennen. Jammer, geheimen vallen er namelijk niet te ontdekken, wel veel natuurschoon en een prachtige ruige kust. Of is dat soms het geheim van Skyros en mag dat niet openbaar worden gemaakt.
De terugweg gaat sneller dan de heenweg. Na Kalamitsa rijden we noordwaarts langs de locaties Loutro en Flea door naar Ahili, waar we achter een kademuur in de auto picknicken.
Verstandig want echt warm is het nog steeds nietIk besef dat ik op een bijzondere plaats ben, want hier moet dus Achilles zijn ingescheept voor zijn tocht naar Troje, om daar te sneuvelen.
In de baai liggen diverse schepen en bootjes te dobberen. Ik klauter de kademuur op om te kunnen zien wat er achter die door mensen aangelegde barrière ligt. Met mijn fototoestel om mijn nek, zodat ik ook dat beeld kan vastleggen.
Voor mezelf en voor andere geïnteresseerden, hoewel ik ook besef dat onze kinderen niet zitten te wachten op een diashow van zo’n 600 foto’s die hen verder weinig zeggen.
Het is nog vroeg in de middag als we terugkeren in ons appartement. We brengen onze tijd door met lezen en schrijven. En uiteraard wil Tineke op de hoogte blijven van de vaderlandse sport. En vooral van Ajax. Via onze wereldontvanger lukt dat volgen prima. Als ex-sportverslaggever heb ik er nog steeds geen behoefte aan, afkicken noem ik dat.
Onze hostess komt vanmorgen langs bij het appartement en wij vertellen dat de opgravingen van Palamari te bezichtigen zijn. Voor haar weer nieuws. Ook dat er weer wordt gewerkt is voor haar nieuw. Ja, eerder dit seizoen was men ook bezig, maar men is een tijdje gestopt.
Ja, had ik de map van Ross, die in ons appartement lag, beter doorgelezen dan had ik evenmin met vragen gezeten, want ook daarin was het te lezen. Maar goed, zo heb je ook weer een praatje. En alles vooraf weten is ook niet leuk.
We wandelen op ons gemak naar het museum dat aan Manos Faltaits is gewijd. Hier krijgen we een rondleiding en dat is maar goed ook, want anders hadden we weinig begrepen van de ‘zooi rotzooi’ die hier binnen de muren van dit huis bijeen is gebracht.
Zijn zoon is doorgegaan waar zijn vader is gebleven en heeft allerlei artikelen achterhaald die in het verleden tot het familiebezit hebben behoord, maar ook andere (gebruiks)goederen en machinerieën zijn er te zien. Verder een deel van zijn schilderijen, die her en der verspreid op de grond staan of ergens hangen.
Manos Faltaits heeft duidelijk niet stilgezeten en sommige van zijn werken zijn in het winkeltje van het museum te koop. Van andere exemplaren is er een doorslag verkrijgbaar.
In het museum is verder ook iets over de cultuur van het eiland te zien. Klederdrachten, maar ook meubeltjes. Onze gids vertelt dat de huisjes in de Chora vroeger vaak over maar een kamer beschikte, waarin alles dus gebeurde. De meubeltjes waren daar op aangepast en waren deels van kinderformaat. Het is eigenlijk maar goed dat de meeste Skyrianen in die tijd niet zo groot waren, besef ik daar.
In het museum verder natuurlijk veel aandacht voor houtsnijwerk en handenarbeid, twee zaken waar Skyros om bekend staat.
Terug naar de hoofdstraat en naar het grote plein, waar we een sandwich met respectievelijk een worstje en een hamburger eten en we ons vochtgehalte even aanvullen.
We vinden het nog te vroeg om al terug te gaan naar Gyrísmata en besluiten daarom naar de baai van Aspous te rijden.
De wind is nog steeds aan de stevige kant, komt uit het noordoosten en staat strak op het strand. Geen strandweer om te zonnen en op een wandeling in de wind zijn we niet gekleed. Dan toch maar terug.
Er komen immers nog meer dagen. En er ligt nog een stapeltje boeken te wachten.
We pakken de noordkant van het eiland, in vleugelvlucht. Want er valt nog genoeg te zien en om te zeggen dat we aan het eind van de vakantie alles hebben gezien, gaat me trouwens ook te ver. Voor de afslag naar het vliegveld krijgen we eerst een afslag naar Palamari, waar nog steeds opgravingen plaatsvinden en waar heel voorzichtig en omzichtig wordt gewerkt aan het zichtbaar maken van de ommuurde fortificatie van dit noordelijke steunpunt van het eiland. Voor de werkzaamheden zijn onder andere Italianen ingehuurd, die zich zeker niet druk maken om de weinige toeristen die hier een kijkje nemen, terwijl zij beitelen en poetsen.
Beneden jaagt de wind de golven tegen de rotswanden aan en de baai in, die aan de oostzijde ligt en waar zich een klein zwemstrandje bevindt.
Op het terrein staan een aantal borden met informatie over de geschiedenis van het gebied, vondsten en wat daarmee is gebeurd.
De volgende stop maken we aan de westkust van het eiland in het kleine Atsitsa, dat nagenoeg uitgestorven is en dateert uit de tijd van de Turkse overheersing. Het hotel dat boven de baai uittorent wordt winterklaar gemaakt.
Hiervandaan heb je wel een prachtig uitzicht over de zee. Door de bewolking valt er van Evvia, weinig of niets te zien.
Aan de overkant van de straat staat een prachtig huis. Aan de voorzijde is een vis afgebeeld, aan de zijkanten springt een mozaïek van kleine steentjes eruit.
Op het terrein ontdek ik enkele beelden. Een man zit op een terras aan de achterzijde. Ik vraag of het is toegestaan om te kijken, maar dat mag niet. De mensen zijn hier erg op zichzelf. Niks Griekse vriendelijkheid. Wel krijg ik een Engelstalige folder in mijn handen gedrukt. Het betreft een centrum dat in 1979 is opgericht en door Engelsen wordt gerund via Skyros Holidays en onderdeel is van Skyros Center dat in de Chora ligt. Er worden diverse workshops gegeven van reiki tot yoga en schrijfcursussen.
Aan de noordzijde van de baai staan enkele pilaren, deels tegen de heuvelrug op. Ik veronderstel dat hier misschien wel een aquaduct is geweest. Hoewel de ligging, doorlopend tot in de zee, mij op andere gedachten had moeten brengen. Even navragen wat het werkelijk is. Op het terrein voor de pilaren is een biologisch centrum gevestigd. De mensen bekommeren zich niet om ons, maar geven ook niet de indruk dat we echt welkom zijn. De sfeer benauwd Tineke enigszins en we besluiten door te rijden en Atsitsa te laten voor het wat het is; een uitgestorven gat. En ook het kerkje Agiós Andréas, dat dateert uit 1899, laten wij links tegen de wand liggen. Inclusief de uit hout gesneden iconostase en de vier grote iconen, we geloven het wel.
We willen de doorsteek vanuit Atsitsa naar de Chora maken. Al snel merk ik dat we vermoedelijk op de verkeerde weg zitten. De onverharde weg, die we moeten hebben, zijn we al gepasseerd. De weg zuidelijker, die eerst een stuk langs de kust gaat, is echter ook goed te berijden. We rijden door een groen en rustig gebied. We zeggen geen woord tegen elkaar. Onder de indruk van wat we zien en uiteraard moet Tineke ook nog eens haar aandacht verdelen over de (onverharde) weg en het natuurschoon.
Agia Fokas passeren we. Zwemspullen hebben we niet meegenomen, hoewel ik vermoed dat gezien de windrichting zwemmen daar echt mogelijk was geweest, in tegenstelling tot de stranden aan de noordzijde van het eiland.
Via Magazia en Molos waar we een bezoek brengen aan het kerkje van Agios Nikolaos, dat in een rotsblok is uitgehouwen. Dit is vermoedelijk het meest gefotografeerde kerkje op het eiland.
De avond begint zonder licht, maar dat floept ook zoweer aan. Tineke eet bij O Stélios grote garnalen, terwijl ik me voed met vlees, gevuld met kaas. Verder een zachte kaas van het eiland, dat bijna te vergelijken is met yoghurt.
De heenvlucht kent nauwelijks problemen. Tineke heeft er tegenopgezien vanwege de lange reis, de omweg via Chios is daar de oorzaak van. Maar met een beetje slapen, flarden van een film kijken en de krant doorbladeren zitten we in no-time op het eiland van de mastiek. Daar mogen of beter gezegd moeten we blijven zitten. Geen grote schoonmaak binnen en buiten wordt er gewoon afgetankt.
Boven zee bij Skyros maken we nog een ererondje.
Dat blijkt ook al niet het geval te zijn, alle appartementen zitten vol. Wij krijgen nummer 1 toegewezen en die is heel ruim, met twee slaapkamers, een zitkamer en een echte keuken, waar we (gelukkig) nauwelijks gebruik van maken. Niet dat ik de kookkunst van Tineke niet vertrouw, maar ik vind het toch een stuk gezelliger om uit eten te gaan.
Tijd om op te stappen. Het eerste ritje gaat naar Linaria, het havenstadje van Skyros en qua grootte de tweede plaats van dit eiland. Nee, van groot kun je eigenlijk niet spreken en stadje is ook te veel eer. Eerder moeten we het hebben over een verzameling woningen tegen een bergwand met aan de baaizijde een haven, waar overigens wel de ferry naar Evvia eenmaal per dag vertrekt en ’s avonds weer aankomt. Aan de kade liggen ook veel vissersbootjes en op de kade liggen de gebruikelijke gele vissersnetten hoog opgestapeld. Het is ook de haven van de kustwacht. De boot van de kustwacht ligt te pruttelen aan de kade. Linaria is tevens voor zeiljachten en motorbootjes een vluchthaven, want Skyros ligt nu eenmaal ver van alle overige eilanden vandaan, in het midden van de Egeïsche zee. Boven de haven uit torent het kerkje Agios Nikolaos.
Druk is het niet in Linaria, niet aan de kade, niet op de bootjes en al evenmin op de terrasjes, die rond de haven liggen gesitueerd. Wij pakken een terrasje om te kunnen genieten van onze eerste frappé en verbazen ons weer over de serene rust, die er in Griekenland heerst. Onderweg doen we nog enkele boodschappen en reizen terug naar ons appartement. Het is al met al toch een lange dag en een uurtje rust, siësta, is tegenwoordig wel aan ons besteed.
Het idee om naar Skyros te gaan is enkele jaren geleden al geboren. Toen we (Tineke en ik) voor het eerst naar de Sporaden, de eilanden van smaragd, zijn gegaan. Naar de eilanden Alonissos, Skopelos en Skiathos, met een uitstapje naar het nagenoeg onbewoonde Kyra Panagia (Pelagonisi). Een combinatie met Skyros was toen niet mogelijk. En nog steeds is dit eiland redelijk onbekend.
Door zijn unieke ligging midden in de Egeïsche zee is Skyros belangrijk als militair object. Behalve de militaire luchthaven is er aan de zuidzijde nog een kleine marinebasis, waar schepen bijvoorbeeld kunnen foerageren. Weliswaar zijn er door satellietverkenning al veel van de militaire geheimen verloren gegaan, maar toch houdt Griekenland nog steeds vast aan een grote geheimzinnigheid over zijn leger. Diverse gebieden zijn daarom ook ontoegankelijk voor toeristen, zowel in het hoge noorden als in het diepe zuiden. Hierdoor is bijvoorbeeld de archeologische vindplaats bij Markessi in het hoge noorden voor het publiek verboden terrein.
Met een oppervlakte van 215m² is Skyros het grootste eiland van de Sporaden. Toch wonen er slechts 3.000 mensen waarvan het merendeel, ongeveer 2.500 personen, in de hoofdstad; Skyros-stad door de bewoners omschreven als Chora.
it vondsten blijkt dat het eiland al ver voor Christus was bewoond. Er wordt vanuit gegaan dat de eerste bewoners Kares, Pelazyl en Dolópes waren. Daarom heette het eiland vroeger ook Pelasgia of Dolopia.
Zoals ik al schreef is Skyros absoluut niet toeristisch. Je komt hier bijvoorbeeld niet de grote toeristenhotels tegen, toch is er de laatste jaren wel iets op gang gezet. Er komen steeds meer appartementencomplexen bij. Een deel wordt alleen in de hoogzomer gebruikt, wanneer het eiland wordt overstelpt door Grieken die de stad ontvluchten.
Veel van die appartementen liggen in de drie plaatsjes (Magazia, Molos en Gyrismata) ten noorden van de stad. In dit gebied staan ook veel zomerhuisjes van Grieken, de meeste van die huizen zijn goed onderhouden en duidelijk niet alleen voor de augustusmaand bedoeld, maar ook voor een lang weekend komt men hier terug. Deze drie plaatsen liggen bijna aaneengeschakeld en hebben lange zandstranden, die nagenoeg in elkaar overlopen. De meeste buitenlandse toeristen treft men ook in dit gebied aan. Echt veel zijn het er overigens niet. Ross Holidays is bijvoorbeeld als enige Nederlandse touroperator actief op het eiland. Verder is er een Engels (workshop) centrum, komen er eilandhoppers met een (gehuurde) boot in de haven Linaria aan. Tenslotte verschijnen er jaarlijks nog enkele mensen die op eigen gelegenheid reizen, meestal gebeurt dat via Evvia, waarmee Skyros een dagelijkse veerdienst onderhoudt.
Terwijl de economie van veel andere eilanden voor een groot deel op het toerisme draait is dat dus op Skyros van ondergeschikt belang. Landbouw in het noorden en het houden van schapen en geiten in het zuiden, spelen een belangrijke rol. Daarnaast wordt er nog op kleine schaal marmer ontgonnen. Verder speelt de handenarbeid nog een belangrijke rol. De houtsnijders, het weven en borduren (embroderie) gebeurt echt niet alleen voor de toerist, maar is voor eigen gebruik van de eilanders en wordt ook naar andere eilanden verscheept. In de meeste woningen is wel iets terug te vinden in de vorm van op traditionele wijze geweven kleden of versieringen in de meubels. Wel wordt het ook hier steeds minder, omdat veel bewoners wegtrekken naar enerzijds grotere eilanden en anderzijds het vaste land.
Rond Skyros liggen nog diverse kleinere eilandjes en rotspunten met namen. In het zuiden ligt bijvoorbeeld Sarakino (ook wel Sarakiniko genoemd), waar de al gemelde excursie heengaat. Pal daarnaast ligt het kleinere Platia. Samen zorgen zij voor een natuurlijke bescherming van de baai van Tristomo. Voor de kust bij Linaria ligt Xaroupia, in het noordwesten bij Atsitsa ligt Kalogria, aan de noordzijde vinden we Podia en bij Molos treffen we Vrikolakonissia aan met daarop het kerkje Agios Emolaos. Voor het bezoeken van deze eilandjes geldt eigenlijk hetzelfde als bij de grotten, zelf op pad gaan.