21 oktober 2007

Zondagsrust
Zondag 23 september 2007

Ik neem aan dat de bakker op zondag dicht is en heb daarom gisteren al een brood extra gekocht. Tineke slaapt heerlijk uit. De wind is terug en dikke wolken pakken zich samen boven het noordelijke gedeelte van Skyros. Ik stel een geplande ochtendwandeling langs de kust maar even uit omdat ik bang ben dat het gaat regenen. En regenkleding heb ik toch echt thuisgelaten, ondanks dat ik weet dat er aan het eind van het zomerseizoen best een paar druppeltjes kunnen vallen.
Na het late ontbijt wordt het ‘plaatsje’ aangeveegd. H Maria komt langs voor een schoonmaakbeurt van het appartementencomplex. Ze heeft het duidelijk koud (kanei kryo), nou wij ook.
We besluiten toch maar op pad te gaan; naar Linaria. Daar raak ik aan de praat met een paar Nederlanders, die al een weekje op het eiland zijn en ook een bezoek aan de marmermijn hebben gebracht.Tineke heeft ondertussen het zonnetje opgezocht, want die is langzaam maar zeker boven de heuvelrug uit gekomen. Het plekje waar ze is neergestreken ligt ook nog eens in de luwte zodat de koude wind geen vat op haar heeft.
Aan de kade ligt de grote veerboot, die de dagdienst met Evvia onderhoudt. Op zondag worden er andere vaartijden aangehouden. Op de kade staan enkele grote vrachtwagens te wachten om ingescheept te kunnen worden. Een zigeunergezin zit in de schaduw van de veerboot te wachten, naast hun trucks met rotzooi. De kinderen hebben hun eigen plekje gevonden. Hebben zij eigenlijk wel een toekomst vragen wij ons af.
We vermoeden van niet. Ze gaan niet naar school en alleen als hun ouders geen analfabeten zijn, zullen zij leren schrijven en lezen. Tel daarbij een beetje rekenen bij op en dan heb je het vermoedelijk wel gehad.
We besluiten Linaria te verlaten en rijden naar het zuiden van het eiland. We komen eerst door Kalamitsa en vervolgen onze weg langs de kust. Ter hoogte van Nifi, een dorpje dat bestaat uit vakantiewoningen ongeveer 2,5 kilometer bij Kalamitsa vandaan, draait de weg naar binnenland. Links van ons ligt Lalara en de hoogste berg van het eiland, Kohilas (792 meter). Rechts Voukolinas. Van de Skyriaanse paardjes zien we niets. Als die nog echt in het wild rond lopen, dan moet je vermoedelijk in de dalen zijn, ver weg van de routes die door de toeristen worden gereden.Volgens de verhalen zijn er overigens nog steeds boeren die deze paardjes – net als in vroegere tijden – in het voorjaar vangen om de landerijen om te ploegen. Na het werk worden ze weer vrijgelaten. Van de duizenden paarden die hier ooit geleefd hebben zijn er echter nog maar weinig over.
We brengen een bezoek aan de tombe van Rupert Brooke. Daar is hij overigens pas een paar jaar na zijn overlijden begraven. Opvallend dat zoiets in een natuurgebied terug is te vinden en niet in de bewoonde wereld. Dat was vroeger wel anders. In deze omgeving schuilden vroeger de piraten. De lokale bevolking voorzag hen van voedsel in ruil voor gestolen buit zoals Chinees porselein en Delfts aardewerk.Even voorbij die tombe is de weg trouwens afgesloten. Een marinier bewaakt de toegangsweg naar Avlatsi, waar enkele militaire installaties liggen/staan.
We wisten dat en het is nu eenmaal niet anders. Je kunt op Skyros niet overal komen.We moeten dezelfde weg eens stukje terug en volgen hierna de weg westwaarts. Ook hier weer ruig terrein, afgewisseld met bossen. We rijden langs de heuvelgebieden Kalogeros en Artemissi. De laatste kilometers naar de kust zijn zeer bochtig, de weg slingert hier door het Aygousti gebergte. Opnieuw eindigt de weg abrupt en we stranden voor de tweede keer op een militaire post, ditmaal onverwacht en ook nog eens niet bewaakt.
Fotograferen is in dit soort gebieden niet toegestaan en Tineke wil dat ook niet hebben, ondanks dat er geen militair is te bekennen. Jammer, geheimen vallen er namelijk niet te ontdekken, wel veel natuurschoon en een prachtige ruige kust. Of is dat soms het geheim van Skyros en mag dat niet openbaar worden gemaakt.De terugweg gaat sneller dan de heenweg. Na Kalamitsa rijden we noordwaarts langs de locaties Loutro en Flea door naar Ahili, waar we achter een kademuur in de auto picknicken.Verstandig want echt warm is het nog steeds niet
Ik besef dat ik op een bijzondere plaats ben, want hier moet dus Achilles zijn ingescheept voor zijn tocht naar Troje, om daar te sneuvelen.In de baai liggen diverse schepen en bootjes te dobberen. Ik klauter de kademuur op om te kunnen zien wat er achter die door mensen aangelegde barrière ligt. Met mijn fototoestel om mijn nek, zodat ik ook dat beeld kan vastleggen.Voor mezelf en voor andere geïnteresseerden, hoewel ik ook besef dat onze kinderen niet zitten te wachten op een diashow van zo’n 600 foto’s die hen verder weinig zeggen.
Het is nog vroeg in de middag als we terugkeren in ons appartement. We brengen onze tijd door met lezen en schrijven. En uiteraard wil Tineke op de hoogte blijven van de vaderlandse sport. En vooral van Ajax. Via onze wereldontvanger lukt dat volgen prima. Als ex-sportverslaggever heb ik er nog steeds geen behoefte aan, afkicken noem ik dat.

20 oktober 2007

Faltaits
Zaterdag 22 september 2007

Ik heb een slechte nachtrust achter de rug. Het bed is hard, voor mij afgelopen nacht te hard. Bovendien heb ik het idee dat mijn beademingsapparaat niet helemaal naar behoren werkt. Het waarom? Geen idee. Ik ben in ieder geval vroeg wakker, maar dat is niets bijzonders, want dat ben ik meestal. Een echt ochtendmens, die het ’s avonds vaak te laat maakt.

De wandeling naar de bakker doet me goed. Drie broden voor drie euro. De wind is iets gaan liggen, maar zeker nog niet verdwenen. De grauwe lucht van de eerste dagen heeft plaatsgemaakt voor witte stapelwolken. We durven het daarom ook aan om voor het eerst deze vakantie buiten te ontbijten. Na het ontbijt doet Tineke alleen de vaat en veeg ik ons achterterras aan. Geen overbodige luxe, want door de wind zijn er heel wat blaadjes en takjes op ons plaatsje blijven steken.
Onze hostess komt vanmorgen langs bij het appartement en wij vertellen dat de opgravingen van Palamari te bezichtigen zijn. Voor haar weer nieuws. Ook dat er weer wordt gewerkt is voor haar nieuw. Ja, eerder dit seizoen was men ook bezig, maar men is een tijdje gestopt.
Op haar beurt verklaart zij weer de functie van de pilaren bij Atsitsa. Die behoorden bij een systeem waarmee ijzererts uit de bergen werd vervoerd naar de kust en vervolgens werden daar de schepen geladen. In de taveerne van het biologische centrum bevindt zich een grote afbeelding waarop te zien is hoe het er vroeger uitzag. Ja, als we daar naar binnen waren geweest, dan was ik een dag eerder niet met vragen blijven zitten. Ja, had ik de map van Ross, die in ons appartement lag, beter doorgelezen dan had ik evenmin met vragen gezeten, want ook daarin was het te lezen. Maar goed, zo heb je ook weer een praatje. En alles vooraf weten is ook niet leuk.
Ja toch? Niet dan?

Voor vandaag hebben we een bezoek aan de hoofdstad van het eiland op ons programma staan. We hebben van alle kanten gehoord dat je met de auto niet het plaatsje in kunt rijden. Tineke parkeert daarom bij de allereerste parkeerplaats die we tegenkomen en dat blijft ook bij onze volgende bezoeken aan de Chora steeds weer ons uitgangspunt.
We wandelen eerst een stukje omhoog en slaan daarna linksaf. Bij toeval ontdekken we de hoofdstraat. Bij toeval? Volgens Tineke bestaat dat niet.
In de hoofdstraat gebeurt het. Maar wát is ons eigenlijk nog niet zo heel duidelijk. Ja er zijn winkeltjes, taveernes en kafenions. Het vrouwvolk ziet er over het algemeen gezond en fraai uit. En de mannen? Ach, daar let ik niet zo op. Moeten jullie maar aan Tineke vragen.
De souvenirwinkeltjes in en op Skyros zijn echt op de vingers van een hand te tellen. We kopen een T-shirt van het eiland voor Gianny en een boek (in het Engels) over de geschiedenis van het eiland.We wandelen op ons gemak naar het museum dat aan Manos Faltaits is gewijd. Hier krijgen we een rondleiding en dat is maar goed ook, want anders hadden we weinig begrepen van de ‘zooi rotzooi’ die hier binnen de muren van dit huis bijeen is gebracht.
De vader van Faltaits (Konstantinos Faltaits) was een bekend schrijver, essayist en heeft een indrukwekkende bibliotheek achtergelaten waarin ook talloze historische manuscripten, sommige van zijn eigen hand, zijn opgenomen.Zijn zoon is doorgegaan waar zijn vader is gebleven en heeft allerlei artikelen achterhaald die in het verleden tot het familiebezit hebben behoord, maar ook andere (gebruiks)goederen en machinerieën zijn er te zien. Verder een deel van zijn schilderijen, die her en der verspreid op de grond staan of ergens hangen.Manos Faltaits heeft duidelijk niet stilgezeten en sommige van zijn werken zijn in het winkeltje van het museum te koop. Van andere exemplaren is er een doorslag verkrijgbaar.
Faltaits heeft bovendien diverse workshops gegeven en doet dat eigenlijk nog regelmatig. Ook daarvan is materiaal te koop.In het museum is verder ook iets over de cultuur van het eiland te zien. Klederdrachten, maar ook meubeltjes. Onze gids vertelt dat de huisjes in de Chora vroeger vaak over maar een kamer beschikte, waarin alles dus gebeurde. De meubeltjes waren daar op aangepast en waren deels van kinderformaat. Het is eigenlijk maar goed dat de meeste Skyrianen in die tijd niet zo groot waren, besef ik daar.In het museum verder natuurlijk veel aandacht voor houtsnijwerk en handenarbeid, twee zaken waar Skyros om bekend staat.

Na het bezoek van het museum staan we nog even stil bij het standbeeld dat ter ere van de Engelse dichter Rupert Brooke op een pleintje naast het museum is gezet. Het betreft een naakt, waarvan in het verleden de geslachtsdelen op zondag worden afgedekt, zodat de kerkgangers, die naar de naastgelegen kerk gingen, er gaan aanstoot aan konden nemen.
Terug naar de hoofdstraat en naar het grote plein, waar we een sandwich met respectievelijk een worstje en een hamburger eten en we ons vochtgehalte even aanvullen.
Aangezien de levendigheid ietwat tegenvalt besluiten we op zoek te gaan naar de weg die vanaf Atsitsa naar Skyros-stad gaat en dus ook via de andere kant te rijden moet zijn.
Daarom nemen we de randweg onder langs de stad, we passeren de afslag naar het ziekenhuis en Tineke moet daarna flink afremmen voor twee vrachtauto’s die uit een zijstraat komen. Wij rijden daarna rechtdoor en komen een paar verkeerslichten tegen. De randweg onderlangs is namelijk heel smal en met goed fatsoen kunnen de auto’s hier elkaar niet passeren. Iets verderop komen we nogmaals verkeerslichten tegen. En steeds op rood. De groene golf kent men hier nog niet.We vinden het nog te vroeg om al terug te gaan naar Gyrísmata en besluiten daarom naar de baai van Aspous te rijden.De wind is nog steeds aan de stevige kant, komt uit het noordoosten en staat strak op het strand. Geen strandweer om te zonnen en op een wandeling in de wind zijn we niet gekleed. Dan toch maar terug.Er komen immers nog meer dagen. En er ligt nog een stapeltje boeken te wachten.

19 oktober 2007

Een rondje
Vrijdag 21 september 2007

De wind is in kracht toegenomen en zorgt ervoor dat het een frisse dag is. Ik wandel ’s morgens om een uur of acht op mijn gemak naar de bakker en neem brood en verse eieren mee. Een van de eieren sneuvelt onderweg. Dat is pech hebben, maar met drie eieren hebben we er in ieder geval alle twee een en een in reserve. Toch goed nieuws, niet dan?
Terug maak ik het ontbijt en Tineke is wat bedrevener in het koffiezetten, dus dat neemt ze van mij over. Water koken in een waterkoker gaat inderdaad sneller dan in een pannetje op een elektrische plaat, daar geef ik haar helemaal gelijk in. Weer iets geleerd.
Maar de eieren zijn in ieder geval zacht gekookt, dus daar scoor ik weer mee.
De vaat pakken we met zijn tweeën aan en zijn zo al vroeg voor een tweede (grotere) verkenning van het eiland.
We pakken de noordkant van het eiland, in vleugelvlucht. Want er valt nog genoeg te zien en om te zeggen dat we aan het eind van de vakantie alles hebben gezien, gaat me trouwens ook te ver. Voor de afslag naar het vliegveld krijgen we eerst een afslag naar Palamari, waar nog steeds opgravingen plaatsvinden en waar heel voorzichtig en omzichtig wordt gewerkt aan het zichtbaar maken van de ommuurde fortificatie van dit noordelijke steunpunt van het eiland. Voor de werkzaamheden zijn onder andere Italianen ingehuurd, die zich zeker niet druk maken om de weinige toeristen die hier een kijkje nemen, terwijl zij beitelen en poetsen. Beneden jaagt de wind de golven tegen de rotswanden aan en de baai in, die aan de oostzijde ligt en waar zich een klein zwemstrandje bevindt.
Zelfs Tineke kijkt geboeid toe, terwijl zij zoiets toch meestal niet meer dan een grote hoop opgestapelde stenen vindt.
In dit gebied zijn sporen van bewoning gevonden die teruggaan tot de periode van 2500 tot 1800 voor Christus. De vroegere gebouwtjes werden gekenmerkt door een hoge schoorsteen, die dienst deed als rookkanaal, maar ook zorgde voor verlichting in de nietige pandjes.
In een stenen gebouw op het terrein wordt gewerkt aan een ontvangstruimte, stukje bij beetje wordt een maquette van het terrein in elkaar gelijmd.
De mensen hier trekken zich ook al niets van ons aan en gaan gewoon heel voorzichtig door met hun precisiewerk. Eigenlijk is er maar een man die echt bezig is, terwijl de overige aanwezigen kritische op- en aanmerkingen plaatsen. Het moet immers wel allemaal kloppen.
Op het terrein staan een aantal borden met informatie over de geschiedenis van het gebied, vondsten en wat daarmee is gebeurd.
Een aantal vondsten is naar het archeologisch museum in Skyros-stad verhuisd. Ook ligt er foldermateriaal, onder een steen tegen het wegwaaien.
Natuurlijk slaag ik erin om het foldermateriaal te laten wegwaaien, omdat ik de steen niet op tijd terugleg. Dat betekent dus een hardloopwedstrijd met de wind, want we zijn niet naar dit eiland gekomen om daar onze rotzooi achter te laten, of beter gezegd om onze sporen achter te laten.
De volgende stop maken we aan de westkust van het eiland in het kleine Atsitsa, dat nagenoeg uitgestorven is en dateert uit de tijd van de Turkse overheersing. Het hotel dat boven de baai uittorent wordt winterklaar gemaakt. Hiervandaan heb je wel een prachtig uitzicht over de zee. Door de bewolking valt er van Evvia, weinig of niets te zien.
Aan de baai ligt een eenzame taveerne van Antónis. Buiten staat een auto, de deur is open, maar mensen zijn er niet te ontdekken.Aan de overkant van de straat staat een prachtig huis. Aan de voorzijde is een vis afgebeeld, aan de zijkanten springt een mozaïek van kleine steentjes eruit.Op het terrein ontdek ik enkele beelden. Een man zit op een terras aan de achterzijde. Ik vraag of het is toegestaan om te kijken, maar dat mag niet. De mensen zijn hier erg op zichzelf. Niks Griekse vriendelijkheid. Wel krijg ik een Engelstalige folder in mijn handen gedrukt. Het betreft een centrum dat in 1979 is opgericht en door Engelsen wordt gerund via Skyros Holidays en onderdeel is van Skyros Center dat in de Chora ligt. Er worden diverse workshops gegeven van reiki tot yoga en schrijfcursussen. Aan de noordzijde van de baai staan enkele pilaren, deels tegen de heuvelrug op. Ik veronderstel dat hier misschien wel een aquaduct is geweest. Hoewel de ligging, doorlopend tot in de zee, mij op andere gedachten had moeten brengen. Even navragen wat het werkelijk is. Op het terrein voor de pilaren is een biologisch centrum gevestigd. De mensen bekommeren zich niet om ons, maar geven ook niet de indruk dat we echt welkom zijn. De sfeer benauwd Tineke enigszins en we besluiten door te rijden en Atsitsa te laten voor het wat het is; een uitgestorven gat. En ook het kerkje Agiós Andréas, dat dateert uit 1899, laten wij links tegen de wand liggen. Inclusief de uit hout gesneden iconostase en de vier grote iconen, we geloven het wel.We willen de doorsteek vanuit Atsitsa naar de Chora maken. Al snel merk ik dat we vermoedelijk op de verkeerde weg zitten. De onverharde weg, die we moeten hebben, zijn we al gepasseerd. De weg zuidelijker, die eerst een stuk langs de kust gaat, is echter ook goed te berijden. We rijden door een groen en rustig gebied. We zeggen geen woord tegen elkaar. Onder de indruk van wat we zien en uiteraard moet Tineke ook nog eens haar aandacht verdelen over de (onverharde) weg en het natuurschoon.
De afstanden zijn bijzonder klein. Het eiland telt slechts vijftig kilometer asfalt. Uiteraard zijn er ook nog onverharde wegen, maar er komt in rap tempo asfalt bij. Schapen en geiten zijn er in overvloed, maar van de landbouwgebieden in het noorden kunnen we tijdens deze tocht bar weinig ontdekken.Agia Fokas passeren we. Zwemspullen hebben we niet meegenomen, hoewel ik vermoed dat gezien de windrichting zwemmen daar echt mogelijk was geweest, in tegenstelling tot de stranden aan de noordzijde van het eiland.
De bergtoppen in dit gebied hebben fraaie namen zoals Lissothouria en Dekatria.
Na het nodige stofhappen belanden weer bij een verharde weg en nemen de afslag naar Pefkas. Hier liggen diverse vissersbootjes en aan de baai staat een gesloten taveerne. Wel staan er een paar trucks, dus er zullen vermoedelijk ook enkele boten de zee op zijn gegaan en misschien gaat de taveerne alleen open in het hoogseizoen als de Grieken zelf vakantie hebben. Mensen zien we er sowieso niet.
Het strand is leeg. De Grieken zijn naar huis.De huizen met privé-strand zijn gesloten.
Op de terugweg rijden we door Aspous en doen daar boodschappen. Bij het visrestaurant annex ouzeri met de fraaie naam Ashmenos willen we soep eten. Tineke werkt twee vissen weg en doe me tegoed aan de bouillon en zijn een ‘graat uit mijn lijf’ kwijt voor deze mij niet welkome maaltijd.Via Magazia en Molos waar we een bezoek brengen aan het kerkje van Agios Nikolaos, dat in een rotsblok is uitgehouwen. Dit is vermoedelijk het meest gefotografeerde kerkje op het eiland.
De avond begint zonder licht, maar dat floept ook zoweer aan. Tineke eet bij O Stélios grote garnalen, terwijl ik me voed met vlees, gevuld met kaas. Verder een zachte kaas van het eiland, dat bijna te vergelijken is met yoghurt.
Gezellig in het restaurant?
Nou nee, opnieuw staat de tv loeihard aan en de eigenaren zitten met hun ruggen naar ons toe en verstaan ook nauwelijks Engels. Dat geldt zeker voor Stélios.

18 oktober 2007

Vlotte reis
20 september 2007

De taxichauffeur is besteld om ongeveer kwart over drie, maar staat om ongeveer drie uur al voor de deur. Meestal staan wij buiten te wachten om zo weinig mogelijk overlast voor de buren te zorgen, dus geen auto door ons smalle straatje etc.
Ditmaal ben ik echter nog niet helemaal klaar. Ik ben me na het douchen namelijk nog aan het aankleden en moet zelfs nog even naar binnen omdat ik in de haast wat ben vergeten. Ja, ik ben nog in Nederland en voor mij is de onthaasting (siega, siega) op dat moment duidelijk nog niet begonnen.
Maar eenmaal in de taxi komt het wolkje (Griekse) kalmte toch over me heen. Deels ingegeven door de rust waarmee we – weliswaar in een rap tempo - naar de lichtstad Schiphol zoeven. Dat is het voordeel van de luxe goed geveerde Mercedes boven het busje, dat ons in het voorjaar naar het vliegveld bracht en waaruit ik bot en blauw gehutseld stapte.
Op Schiphol verloopt eveneens alles vlotjes. Allereerst belanden we niet in een rij die ons naar de incheckbalies brengt. Daar is het wel even druk, maar echt lang hoeven we eigenlijk ook weer niet te wachten. Mijn tas zit bij lange na niet vol en het gewicht geeft ook aan dat er nog wel enige rek in zit, dus een aantal gewichtige souvenirs voor aan de pergola kunnen probleemloos mee.
De scanner begint weer eens hevig te piepen. Dat schijnt aan mijn zweetschoenen te liggen. Ik wist niet dat er ook al geurscanners bestonden.
In de ingewanden van onze nationale luchthaven begint een vast ritueel; krantje/boek kopen door Tineke. Vervolgens naar de koffiebar voor koffie/thee en een broodje voor mij. Tineke krijgt behalve wat vocht namelijk echt niets weg. Voor gate C12 hoeven we niet ver te lopen op de lopende band en na het toiletbezoek vliegt dat uurtje wachten voor we instappen.
De heenvlucht kent nauwelijks problemen. Tineke heeft er tegenopgezien vanwege de lange reis, de omweg via Chios is daar de oorzaak van. Maar met een beetje slapen, flarden van een film kijken en de krant doorbladeren zitten we in no-time op het eiland van de mastiek. Daar mogen of beter gezegd moeten we blijven zitten. Geen grote schoonmaak binnen en buiten wordt er gewoon afgetankt.
We hadden trouwens verwacht dat het vliegtuig hier leeg zou stromen, maar dat valt toch tegen. We hadden er al rekening mee gehouden dat er tien of vijftien mensen met ons naar Skyros zouden gaan. We zitten weliswaar in een kleiner type van de Boeing 737 dan we gewend zijn, maar dan nog. Ook zit de 700 bij lange na niet vol, desondanks stapt slechts de helft van de passagiers hier uit en de rest een kleine vijftig passagiers gaat mee naar Skyros. Terwijl dat toch echt geen al te bekende vakantielocatie is. Bovendien is Ross Holydais de enige touroperator die op dit Sporaden-eiland vliegt.Boven zee bij Skyros maken we nog een ererondje.
Voor wie?
Moeten de militairen soms haastig hun geheimen opbergen?
We hebben hier namelijk weer eens te maken met de zo over bekende militaire luchthaven. Alhoewel de voorschriften hier toch een stuk strenger lijken dan elders. Natuurlijk, er mag niet gefotografeerd worden. Maar bovendien is er bijna niets te krijgen. Er is een toilet, waar meteen flink gebruik van wordt gemaakt en er ligt een piepkleine bagageband. Maar hier geen verhuurbedrijven van auto’s zoals Hertz.
Terwijl ik op onze tassen sta te wachten, krijgt Tineke de papieren van onze hostess, Ine van de Loo, die we eerder al eens in Alexandropouli hebben ontmoet. Ze werkte toen voor het onlangs failliet verklaarde Olympia. Sinds maart zit ze hier.
We krijgen te horen dat op het vliegveld een auto voor ons staat te wachten, maar dat blijkt uiteindelijk toch niet zo te zijn. We worden met de bus vervoerd en de auto staat bij ons appartement in Gyrísmata. Geen enkel probleem, dan stappen we zoals we eigenlijk ook van plan waren gewoon in de bus, die ons ons eerste rondje over het eiland bezorgt. Omdat van de drieling dorpen Magazia, Molos en Gyrísmata onze bestemming de laatste van de rij is, ga ik daar – ten onrechte blijkt – vanuit. Wij worden echter als eersten gelost en bij Pélagos zijn we ook de enige toeristen, denken we heel even.
Dat blijkt ook al niet het geval te zijn, alle appartementen zitten vol. Wij krijgen nummer 1 toegewezen en die is heel ruim, met twee slaapkamers, een zitkamer en een echte keuken, waar we (gelukkig) nauwelijks gebruik van maken. Niet dat ik de kookkunst van Tineke niet vertrouw, maar ik vind het toch een stuk gezelliger om uit eten te gaan.
Het appartement beschikt ook nog eens over drie terrasjes/balkonnetjes. Een aan de achterkant, vandaar is een glimpje te zien van de woelige zee. Aan de voorkant is op de begane grond (!) en boven een balkonnetje ingericht. Beneden kijk je tegen een heg aan en boven hebben we uitzicht op een stukje Kambos.
De taveerne van O Stélios ligt bij ons om de hoek, nog een hoek om en dan kom je bij de warme bakker, die ook een mini-market runt, waar we de eerste kleine boodschappen kunnen doen.
Tijd om op te stappen. Het eerste ritje gaat naar Linaria, het havenstadje van Skyros en qua grootte de tweede plaats van dit eiland. Nee, van groot kun je eigenlijk niet spreken en stadje is ook te veel eer. Eerder moeten we het hebben over een verzameling woningen tegen een bergwand met aan de baaizijde een haven, waar overigens wel de ferry naar Evvia eenmaal per dag vertrekt en ’s avonds weer aankomt. Aan de kade liggen ook veel vissersbootjes en op de kade liggen de gebruikelijke gele vissersnetten hoog opgestapeld. Het is ook de haven van de kustwacht. De boot van de kustwacht ligt te pruttelen aan de kade. Linaria is tevens voor zeiljachten en motorbootjes een vluchthaven, want Skyros ligt nu eenmaal ver van alle overige eilanden vandaan, in het midden van de Egeïsche zee. Boven de haven uit torent het kerkje Agios Nikolaos.
Druk is het niet in Linaria, niet aan de kade, niet op de bootjes en al evenmin op de terrasjes, die rond de haven liggen gesitueerd. Wij pakken een terrasje om te kunnen genieten van onze eerste frappé en verbazen ons weer over de serene rust, die er in Griekenland heerst. Onderweg doen we nog enkele boodschappen en reizen terug naar ons appartement. Het is al met al toch een lange dag en een uurtje rust, siësta, is tegenwoordig wel aan ons besteed.

Om kwart voor zes komt de reisjuf, die eigenlijk niet veel bijzonders te melden heeft. Ik maak nog een eind-middag/avondwandeling langs de kust en een stukje van het strand waar ik de molen van Molos op de foto zet, terwijl het water voorzichtig tegen de kust beukt. Het is al donker als ik terugkom. Nog een uurtje pitten en dan eten bij Stélios. Het eten is prima, de kaart een beetje sober, zo laat in het seizoen wordt er niet zoveel meer gemaakt en omdat de eigenaar en zijn vrouw er nog een baan naast hebben, hebben ze ook geen tijd voor uitgebreide voorbereidingen.
De restaurantruimte wordt overheerst door een breedbeeldtelevisie, die luid schettert en een voetbalwedstrijd uitzendt. We maken het laat en genieten bij het teruglopen van het uitzicht op de Chora, die schittert tegen de berg.

17 oktober 2007

Skyros

Van het verleden naar het heden is slechts een stap; een paar uur vliegen.

Via wat knip- en plakwerk kun je bestaande teksten razendsnel naar een eigen product overhevelen. Een beetje overtikwerk kan ook. Beide manieren getuigen van luiheid. Maar anderzijds waarom zou ik het wiel opnieuw uitvinden?
Ik put inderdaad uit gegevens, die ik op internet of elders ben tegengekomen. Maar ook van wat ik onderweg heb gezien of gehoord, heb ik vermeld. En natuurlijk is het niet compleet. Het is ook geen boekwerk. Het is vooral voor mezelf. En misschien zijn er mensen die het leuk vinden om het te lezen.
Het idee om naar Skyros te gaan is enkele jaren geleden al geboren. Toen we (Tineke en ik) voor het eerst naar de Sporaden, de eilanden van smaragd, zijn gegaan. Naar de eilanden Alonissos, Skopelos en Skiathos, met een uitstapje naar het nagenoeg onbewoonde Kyra Panagia (Pelagonisi). Een combinatie met Skyros was toen niet mogelijk. En nog steeds is dit eiland redelijk onbekend.
Dat is ook niet zo vreemd want Skyros ligt redelijk ver van zijn broertjes en zusjes af, het is het meest zuidelijke eiland van de groep. Touroperators krijgen er ook nauwelijks voet aan de grond en buitenlandse vluchten zijn er ook slechts mondjesmaat.
Het eiland heeft wel een luchthaven, of beter gezegd een militair vliegveld, waar tegenwoordig ook een scanapparaat staat opgesteld, maar waar men absoluut niet is ingesteld op het ontvangen van toeristen. Geen bureaus derhalve waar je een auto kunt huren. Daarvoor moet men in de hoofdstad zelf zijn. Maar ook andere (gebruikelijke) faciliteiten ontbreken op de luchthaven. Door zijn unieke ligging midden in de Egeïsche zee is Skyros belangrijk als militair object. Behalve de militaire luchthaven is er aan de zuidzijde nog een kleine marinebasis, waar schepen bijvoorbeeld kunnen foerageren. Weliswaar zijn er door satellietverkenning al veel van de militaire geheimen verloren gegaan, maar toch houdt Griekenland nog steeds vast aan een grote geheimzinnigheid over zijn leger. Diverse gebieden zijn daarom ook ontoegankelijk voor toeristen, zowel in het hoge noorden als in het diepe zuiden. Hierdoor is bijvoorbeeld de archeologische vindplaats bij Markessi in het hoge noorden voor het publiek verboden terrein.
Met een oppervlakte van 215m² is Skyros het grootste eiland van de Sporaden. Toch wonen er slechts 3.000 mensen waarvan het merendeel, ongeveer 2.500 personen, in de hoofdstad; Skyros-stad door de bewoners omschreven als Chora.
Er bestaat een groot verschil tussen het noorden (bewoond, groen, gecultiveerd en veel landbouw) en het zuiden (ruig, deels kaal en onbewoond). De denkbeeldige lijn tussen deze twee gebieden loopt van Ahili naar Kalamitsa. Dit gebied heeft in het verleden onder water gestaan. En als we Al Gore moeten geloven zal dit er straks ook weer aan moeten geloven, zodat Skyros straks weer uit twee delen bestaat.
Het stuk tussen Ahili en Kalamitsa is tevens de smalste strook van het eiland, van ongeveer drie kilometer breed.Uit vondsten blijkt dat het eiland al ver voor Christus was bewoond. Er wordt vanuit gegaan dat de eerste bewoners Kares, Pelazyl en Dolópes waren. Daarom heette het eiland vroeger ook Pelasgia of Dolopia.
Grote schrijvers gaven ieder een andere naam aan het eiland zoals Aepeian (Homerus), Enemoessan (Dionysios de reiziger), Pelagian (Dionysios van Kalliphonta) en Aegiboton (Diodoros).
Op Middeleeuwse (Italiaanse) kaarten stond Skyros als San Giorgio, de naam van het klooster en tevens schutspatroon van het eiland.
De Dolópes waren piraten en vormden een bedreiging voor het noorden van de Egeïsche zee. De Griekse generaal Kimon besloot in 475 voor Christus de Dolópes te verdrijven en verdeelde vervolgens het eiland onder de Atheners. Tot 88 voor Christus hield Athene de overheersing over Skyros. Overigens hebben ook de Macedoniërs een oogje op dit eiland gehad en vochten menig oorlog met de Atheners uit. Later namen Romeinen bezit van het eiland en verscheepten grote ladingen roze marmer naar hun eigen land. Vanaf de tweede eeuw werden er christelijke kerken gebouwd op Skyros dat in de vierde eeuw zelfs een bisdom werd.
Na de val van Konstantinopel in 1204 (door de kruisvaarders) was er sprake van een Venetiaanse overheersing. Aan het eind van de veertiende eeuw kwamen de Turken en werd als handelsmiddel overgedaan aan de Byzantijnen. In 1453 bezetten de Turken Konstantinopel en Skyros schaarde zich weer onder Venetiaans gezag.
Vanwege zijn ligging in de Egeïsche werd het eiland een twistappel tijdens de Turks-Venetiaanse oorlog. De Turken slaagden er niet in de kastro te veroveren en stichten brand op het eiland. De piraat Khaireddin Barbarossa (met zo’n naam kun je niets anders doen) hielp de Turken een handje, waardoor de kastro alsnog viel. Ook tijdens de tweede Turks-Venetiaanse oorlog werd er om het eiland gestreden en na een korte bezetting door Venice, kwamen de Turken opnieuw aan de macht. In 1821 waren de Skyrianen nadrukkelijk betrokken bij de Griekse revolutie en werd een toevluchtsoord voor de Grieken. De definitieve bevrijding – samen met de rest van de Sporaden - volgde echter in 1829.
Net zoals veel andere Griekse eilanden is ook Skyros te lijden gehad onder een aardbeving, die in 1991 heeft ervoor gezorgd dat het machtige klooster van Agios Georgios op de top van de rots boven Skyros-stad en net onder de kastro te gevaarlijk is geworden om te mogen bezoeken. Heeft de priester (pappa’s) echter een goede bui, dan is hij bereid om mensen mee naar binnen te nemen. De kastro zelf is hierdoor eveneens moeilijk te bereiken en daar komt tegenwoordig wel heel veel klimmen bij te pas.
Skyros heeft niet alleen een echte geschiedenis, maar ook een fictieve.
Daarin speelt Achilles een belangrijke rol. Om te voorkomen dat een voorspelling zou uitkomen, dat Achilles zou omkomen in een oorlog, stuurde zijn moeder, de godin Thétis, hem naar het eiland Skyros. Hier werd hij opgevoed door Likomedes, de koning van de Dolópes. Hij werd verkleed als meisje en leefde vooral samen met de dochters van Likomedes. Achilles raakte verliefd op een van die dochters, Deidamia en trouwde met haar. Zij kregen een zoon Neoptólemos.
De profeet Kalchas had voorspeld dat Troje niet veroverd kon worden zonder de deelname van Achilles in de strijd. Via een list wist de slimme Odysseus de plaats te ontdekken waar Achilles zich schuil hield en hij kwam naar Skyros om Achilles over te halen mee te gaan om de troepen te leiden. Achilles scheepte in aan de oostkant van het eiland in een baai, die naar hem is vernoemd: Ahili. Hij gebruikte paardjes die in het wild rondliepen op het eiland. Klein, ongeveer 1.10 meter hoog, wendbaar en zeer sterk. Nadat Achilles dodelijk was geraakt aan zijn hiel onder de muren van Troje, reisde Odysseus terug naar Skyros. Ditmaal om Neoptólemos te zoeken. Weer als gevolg van een voorspelling. Ditmaal omdat de muren van Troje niet zouden vallen zonder dat de zoon van Achilles daar zou strijden. Koning Likomedes was daar een fel tegenstander van, maar boog uiteindelijk toch voor de listige Odysseus, omdat zijn kleinzoon nu eenmaal voorbestemd was om bij Troje te vechten. Neoptólemos hunkerde naar glorie en werd een van de helden van de Trojaanse oorlog. Hij verstopte zich in het houten paard, waarmee de tienjarige oorlog werd beslist, toen dat door de Trojanen binnen de stadsmuren werd gebracht.
Zoals ik al schreef is Skyros absoluut niet toeristisch. Je komt hier bijvoorbeeld niet de grote toeristenhotels tegen, toch is er de laatste jaren wel iets op gang gezet. Er komen steeds meer appartementencomplexen bij. Een deel wordt alleen in de hoogzomer gebruikt, wanneer het eiland wordt overstelpt door Grieken die de stad ontvluchten. Veel van die appartementen liggen in de drie plaatsjes (Magazia, Molos en Gyrismata) ten noorden van de stad. In dit gebied staan ook veel zomerhuisjes van Grieken, de meeste van die huizen zijn goed onderhouden en duidelijk niet alleen voor de augustusmaand bedoeld, maar ook voor een lang weekend komt men hier terug. Deze drie plaatsen liggen bijna aaneengeschakeld en hebben lange zandstranden, die nagenoeg in elkaar overlopen. De meeste buitenlandse toeristen treft men ook in dit gebied aan. Echt veel zijn het er overigens niet. Ross Holidays is bijvoorbeeld als enige Nederlandse touroperator actief op het eiland. Verder is er een Engels (workshop) centrum, komen er eilandhoppers met een (gehuurde) boot in de haven Linaria aan. Tenslotte verschijnen er jaarlijks nog enkele mensen die op eigen gelegenheid reizen, meestal gebeurt dat via Evvia, waarmee Skyros een dagelijkse veerdienst onderhoudt.
Terwijl de economie van veel andere eilanden voor een groot deel op het toerisme draait is dat dus op Skyros van ondergeschikt belang. Landbouw in het noorden en het houden van schapen en geiten in het zuiden, spelen een belangrijke rol. Daarnaast wordt er nog op kleine schaal marmer ontgonnen. Verder speelt de handenarbeid nog een belangrijke rol. De houtsnijders, het weven en borduren (embroderie) gebeurt echt niet alleen voor de toerist, maar is voor eigen gebruik van de eilanders en wordt ook naar andere eilanden verscheept. In de meeste woningen is wel iets terug te vinden in de vorm van op traditionele wijze geweven kleden of versieringen in de meubels. Wel wordt het ook hier steeds minder, omdat veel bewoners wegtrekken naar enerzijds grotere eilanden en anderzijds het vaste land.

De hoofdstad van Skyros heeft dezelfde naam als het eiland en wordt door de bewoners ook wel aangeduid als Chora. Het ligt gebouwd tegen een opvallende rots, waarop de restanten van de oude Venetiaanse burcht nog te zien zijn. Die burcht is gebouwd op de plek waar in vroegere tijden de akropolis heeft gestaan. Bij het al eerder aangehaalde Markessi heeft een tempel voor Poseidon gestaan. En iets ten westen van de Chora op een plaats die aangeduid wordt als Phourka zijn restanten van een tempel voor Appollo gevonden. Zo zijn er nog talloze plekjes te noemen. Veel van de geschiedenis is terug te lezen in het boek van Manos Faltaits (in het Engels) over Skyros, maar ook het boekwerkje van het ministerie van cultuur over de archeologie van het eiland is interessant.

De hoofdstad is het belangrijkste dorp op het eiland. De havenplaats Linaria heeft veel van zijn oude glans verloren, maar door bevoorrading via de veerdienst met Kimi op Evvia is het er toch nog steeds bewoond. Aherounes ligt er bijna tegenaan geplakt bij de gelijknamige baai. Zo’n vijf kilometer ten zuiden van de Chora ligt tenslotte Aspous, een ander dorp dat nog enige omvang heeft.
Voor de standliefhebbers zijn er diverse baaitjes te vinden, waar men kan zonnen en zwemmen. Zoals bijvoorbeeld het hiervoor genoemde Aherounes maar ook bij Agios Petrou, de baaien van Kalogrias, Kolimbada en Renes en bij Kalamitsa. Nee, ik ben niet compleet er zijn er nog veel meer.
Ook op Skyros zijn enkele groten te vinden, die alleen via een boot bereikbaar zijn. Er is een excursie vanaf Linaria die naar de grot van Chloparati gaat, voor de andere grotten moet men zelf een boot huren of hopen dat men een Griek met boot treft die je erheen wil brengen.
Rond Skyros liggen nog diverse kleinere eilandjes en rotspunten met namen. In het zuiden ligt bijvoorbeeld Sarakino (ook wel Sarakiniko genoemd), waar de al gemelde excursie heengaat. Pal daarnaast ligt het kleinere Platia. Samen zorgen zij voor een natuurlijke bescherming van de baai van Tristomo. Voor de kust bij Linaria ligt Xaroupia, in het noordwesten bij Atsitsa ligt Kalogria, aan de noordzijde vinden we Podia en bij Molos treffen we Vrikolakonissia aan met daarop het kerkje Agios Emolaos. Voor het bezoeken van deze eilandjes geldt eigenlijk hetzelfde als bij de grotten, zelf op pad gaan.