9 augustus 2012

Excursie

Donderdag 10 mei 2012

Vanmiddag gaan we weg voor een excursie, inclusief diner. En dat allemaal voor vijftig euro. Ditmaal wel per persoon en niet voor ons tweetjes samen. De ochtend verloopt heel normaal en ik ga weer naar de supermarkt voor een brood, verzorg het ontbijt en doe een wasje. Tineke gaat hardlopen, een half uur langs de kust op en neer, waarna we nog even Potamos veilig gaan maken.
Geld pinnen voor de boottickets, en de excursie. We dwalen wat door het dorp. Er hangen bijna overal wandschilden aan de muren, waarop naam en eventueel het beroep van de bewoner staat. Langs de straat eten we een tosti (met kaas) en een clubsandwich. Niet alleen de ‘Club’ wordt met patat afgeleverd, maar ook de tosti dat eerder de  naam baguette mag dragen. Natuurlijk drink Tineke er verse jus d’orange bij en ik krijg verse citroen, onder suiker. De serveerster trekt er een zuur gezicht bij. Ook dit is genieten.
We gaan terug naar Agia Pelagia en frissen ons op voor de rest van de dag. Achter het huis wordt gewerkt aan de elektriciteitskabels. Om ongeveer half drie stopt de bus bij café Retezlo op de hoek. Het café naast het ezelsbruggetje. Het is een klein busje, waar maximaal achttien personen in kunnen. Met George, de Engelse autoverhuurder, als begeleider, zeg maar rustig gids. En Milas als zijn en onze chauffeur.
De tocht gaat eerst naar Aroniadika, waar twee vrouwen die in Avlemonas verblijven, aan het gezelschap worden toegevoegd. Daarna zakken we af naar Moni Agia Elessis. De cellen zijn alleen tijdens de Dekapentismou in gebruik, de tijd voor Maria Hemelvaart, dat ook in Griekenland wordt gevierd. Het klooster, op een berg is vernoemd naar Elessa, dochter van een officier uit de Peloponnesos, een heiden. Zij is in 375 naar Kythira gekomen om in alle rust haar geloof te kunnen belijden. Haar vader weet haar te vinden en wil haar mee terug naar huis nemen waar zij moet trouwen met een (heidense) man.
Zij weigert en verbergt zich in een kleine kloof. Ook daar weet haar vader haar te vinden en hij onthoofd haar. Ter ere van haar hebben Christenen het klooster gesticht.
Een oude papas houdt toezicht. Hij heeft WO II nog meegemaakt en geeft aan dat hij trots is dat hij heeft gevochten tegen Duitsers, Oostenrijkers en Italianen, De manier waarop hij die woorden uitspuwt zijn veelzeggend.
Hierna zakken we weer af en gaan naar het byzantijnse kerkje van Agias Demetrios. Het bijzondere aan deze kerk is dat het er eigenlijk vier zijn, met een ingang. Op Naxos heb je nog een kerk, die uit drie kerken bestaat. De kerken zijn behalve aan Demetrios, ook gewijd aan Nikolaos, Vassilis en Maria. In het kerkje bevinden zich nog prachtige fresco’s, die bewaard zijn gebleven door het juiste klimaat in het kerkje en de geringe verlichting. Georg legt uit dat bij de oudste fresco’s de gezichten veel ronder zijn dan bij latere. De fresco’s zijn overigens wel jaren misschien zelfs wel eeuwen afgedekt geweest met een saus die door zeer zorgvuldig pellen, schoonmaken, is verwijderd.

Onderweg naar Kato Livado rijden we langs een van de vier nog werkende olijfpersen op Kythira. Ooit waren het er nog dertig. Maar het afnemen van olijfbomen en de verbeterde efficiëntie hebben geleid tot vermindering van het aantal persen. In Kato Livado gaan we op bezoek Roussos Keramiek, of op zijn Hollands gezegd, de pottenbakker van het dorp. Voor iedereen staat er een stukje gebak klaar en een glaasje met tsipouro of een lokaal drankje. Tineke schenkt zichzelf water in.
Een bezoek aan Hora kan niet uitblijven en dan met name de Kastro, die al vijfhonderd jaar bestaat. Hora werd na de vernietiging in 1537 van Agios Dimitrios het politieke en strategische centrum van de stad. Veel van de nog aanwezige gebouwen zoals het cellenblok, de kruitopslag en de kerk van Myrtidiotissa dateren uit de zestiende eeuw.
Ook het Venetiaanse waterstelsel komt uit die tijd. Water was een belangrijk element. Vroeger hoefden omsingelaars van een burcht gewoon maar te wachten tot de watervoorziening op was, waarna zij de burcht zonder slag of stoot konden innemen. De reservoirs hier zorgden ervoor dat de Grieken, Kythorianen het lang konden uitzingen. Binnen de burcht was er ruimte voor een kazerne en huizen voor met name de rijkeren. Buiten de muren werden kerkjes gebouwd, die als toevluchtsoord dienden. Maar zoals altijd is iedere burcht inneembaar en achtereenvolgens hebben Venetianen (1715), Turken (tot 1718), weer Venetianen (tot 1797), Fransen (tot 1798), Russische Turken (Toto 1800), Fransen (tot 109) en Engelsen (totot 1864) er geregeerd. En in WO II hebben Duitsers en Italianen het fort bezet.
De tijd die we nog hebben om Hora zelfstandig te bekijken, lijkt misschien lang, maar is het absoluut niet. Ik ben toe aan een plaspauze, maar tijd om een café binnen te stappen voor een drankje is er niet meer. Het reisbureau werkt niet mee. Waar is de Griekse vriendelijkheid? Die vind ik uiteindelijk bij een boom. Snelle lopers hebben nog wat inkopen kunnen doen en twee langzame tantes arriveren te laat en worden door George gemaand door te lopen, omdat de bus op hen wacht.
Die bus brengt ons naar Tsikalaria, naar de wijnmakerij van Manoulas. Ook hier weer George weer een knap verhaal te brengen. Hij legt uit hoe de druiven worden geplet en het proces van wijn maken verloopt. Uiteraard kent ook hij het geheim niet van de familie. Er worden hier drie soorten wijnen gemaakt, wit, rood en een rosé, die deels een mengeling is van de eerdere twee. Eikenhouten vaten uit Frankrijk worden gebruikt voor de opslag en na een aantal jaren moeten die vaten worden vervangen, omdat geur en kleur in het hout doordringen Bij het bezoek hoort proeven en kopen. Ik proef dapper mee, vind de rode wijn het smaakvolst en kies voor de likeur die ook hier wordt gemaakt. Geen twijfel mogelijk.
Door dat proeven zijn de tongen losser geworden en wordt het een vrolijke boel. We verlaten Tsikalaria en gaan naar Livado waar we bij Rena’s een uitstekende maaltijd krijgen voorgeschoteld. Met tzatziki, fava, xoriatiki, een gehakt in lof gewikkeld, moussaka en ook nog een toetje. Op tafel staan wijnkaraffen met witte en rode wijn. Vooral de witte is zeer geliefd en  wordt regelmatig aangevuld. Tineke hoef de moussaka niet en wordt meegetroond naar de keuken om iets anders uit te zoeken. Zij heeft niet zo’n grote maag en komt zonder ander gerecht terug.
Aan het eind van de maaltijd nemen we afscheid van de Avlemonas-vrouwen en worden door Milas, die slechts een deel van het diner heeft meegemaakt en liever buiten staat te roken, veilig weer afgeleverd aan de weg.

8 augustus 2012

Water

Woensdag 9 mei 2012
Ik ben al voor half vier wakker. Een heldere hemel en een maan met een barstje. Ik lees een half uurtje en probeer daarna weer in slaap te komen. Dat gaat moeizaam. Na een volgend slaapje maar het bed uit, wat lezen en daarna het ontbijt verzorgen. De wandeling omhoog naar Kyriakos gaat wisselend. Vanmorgen heb ik goede benen, ’s avonds ben ik echter blij dat ik weer boven ben.
De bestelde jeep komt lekker vroeg. Tineke krijgt les, nee autorijden kan ze wel, maar de Four Wheel Drive heeft natuurlijk wel zijn eigen wil. En de kap eraf doen is ook niet zo heel gemakkelijk. De man die hem komt brengen is volgens ons geen echte Griek. Hij loopt – nu al – in korte broek en polo. Om het antwoord draait hij heen, lacht en vertelt wel dat hij zelfs in de winter luchtiger is gekleed, tenminste als het niet echt koud is, vriest en zo. Wij houden hem vooralsnog maar voor een Australiër die is teruggekeerd naar het land van zijn ouders, zijn familie. Of toch een Engelsman, een avonturier, die het wel lekker rustig vindt op Kythira.
De rust komt hier vanzelf over je. Plannen hebben we niet of nauwelijks. Ja, donderdag willen we met de excursie mee en zaterdag naar het kerkje en klooster van Theodoros. Maar nu even niet. Ik stel voor om wat af te zakken naar het zuiden en ’s middags te gaan zwemmen bij Agia Patrikia. En zo spreken we het ook af, zonder dat daar ook maar een must tussen zit.
We tanken onderweg voor 1,979 de liter. Net voorbij Potamos, daar liggen twee tankstations dicht bij elkaar. De tweede is twee cent duurder en passeert derhalve nog net niet de magische grens van twee euro. Arm Griekenland, arme Grieken. Het is nog maar een paar jaar geleden dat ik prijzen van 1,19 tegenkwam. Wie wordt hier rijk van, vraag ik mij af. De oliemaatschappijen of is het alleen de belasting. Ik ben bang dat het de oliebaronnen zijn, die de grootste greep doen in de buidel met geld.
Ik moet niet zeuren en gewoon Tineke naar Mylopotamos leiden. Ik begin over de waterval daar en Tineke kan zich dat niet meer herinneren. Ook zagen we zes jaar geleden eendjes zwemmen in een grote plas sop, iets wat Tineke toen opmerkte. Maar ook dat kan zij zich niet meer voor de geest halen. De waterval is te bereiken via een trapje en smal pad en dat is niet aan Tineke besteed, via de andere kant van het water kun je er ook komen, maar hoe liep die weg ook al weer. Het eerste rondje levert weinig op, behalve een vriendelijke groet van een vrouw, maar wie dat is. Ze groet ons zelfs twee keer.
Dan eerst maar naar de kust, Hier laat mijn herinnering mij in de steek. Ik heb een totaal ander plaatje voor me. Het is een prachtige route, dat wel. En brengt ons bij Limionas, dat niet meer is dan een baai met een verzameling gebouwtjes die als opslagplaats gelden, misschien een vakantiehuis en een zeker een kerkje, Agia Nikolaos, en een taveerne waar drie mannen zitten te zitten. Iets anders kunnen wij hier echt niet van maken. Dit zijn geen mensen die even siësta houden na de zware ochtendontspanning. Dit zijn de mensen die niets hebben te doen en nog net genoeg hebben om een bakkie koffie te scoren en verder voor zich uit zitten te staren. Wachten op betere tijden.
Wij rijden terug langs de weg en door een gebied waar brand heeft geheerst, maar waar de bodembedekkers niet te lijden hebben gehad onder de brand. We negeren de afslag naar de Sofiagrot, want die is toch niet open. Is alleen in het hoogseizoen te bezoeken. Ook het oude kerkdorpje Fonissa brengen we geen bezoek en gaan nog een poging doen om bij de waterval te komen. Het stel dat ons zo vriendelijk begroette zit nog steeds op het terras. Ik heb een afslag gezien, maar het kan ook een pad een erf op zijn. Tineke ziet de afslag nu ook en die weg brengt ons inderdaad naar de achterkant van de waterval. Als we over een bruggetje lopen, komt ook bij Tineke de herinnering terug.
Een jonge vrouw wordt door haar geliefde op de foto gezet. Zij lacht een beetje gegeneerd en staat wiebelend op hoge hakken terwijl onze schoenen daarnet toch echt in de modder zijn weggezakt. Zou hij haar heel charmant hebben gedragen. De afdrukken van de hoge hakken heb ik in ieder geval niet kunnen ontdekken.
Ik concentreer mij nu op het vallende water, dat door het zonlicht uiteenspat in diverse kleuren. Groen overheerst echter. Wij nemen hier onze tijd, eten een broodje met tomaat voor het tijd wordt om naar het noorden te gaan en een strandje op te zoeken. Als we terugkopen bij de weg het dorp Mylopotamos uit, zien we weer een van die prachtige Griekse vondsten. De weg is eenrichtingsverkeer, zodat we linksaf moeten slaan. Rechtsaf verboden zou je dus denken. Nee, als je maar niet harder gaat dan vijf kilometer per uur, dan mag je ook rechtsaf. Hoe omzeil je het eenrichtingsverkeer.
De weg naar Karavas vinden we vanuit Potamos, deels op goed geluk, want zoals wel op meer plaatsen ontbreken de richtingaanwijsborden. Maar we komen er in een bijna vloeiende beweging. Via de poort rijden we Karavas binnen en natuurlijk gaan we dan even door naar Platia Ammos voor ons het einde van de wereld. Het muurtje met miniaturen is er nog, maar hier en daar is wat vernield en het ziet er vervuild uit, net zoals het huisje daarachter. Jammer.
Het verhaal achter dit muurtje is opmerkelijk en ook triest. Yannoula Diakopoulos, de voormalige eigenaresse van Amir Ali, reisde met haar man Giorgos in 1986 naar Australië waar haar kleinzoon ging trouwen. Tijdens het winkelen werd Giorgos aangereden en overleed in het ziekenhuis. Yannoule wilde dat de bruiloft door zou gaan, zij speechte zelfs nog. Geld om haar Giorgos mee te nemen naar Kythira had zij niet. Ter nagedachtenis van haar man lijmde zij een Grieks koffiekannetje samen met het koffiekopje van haar man op het muurtje. Op de plek waar Giorgos altijd zat. Er werd een auto bijgezet. En later kwam er steeds meer bij. Vaak meegenomen door toeristen. Yannoula Diakopoulos is in 2009 overleden. Wie dat muurtje nu bijhoudt? Ik zou het niet weten.
Ik draal nog even bij het strand. Zullen we een poging doen om met de jeep bij de vuurtoren te komen? Lijkt me wel gaaf en dus gaan we de onverharde wegen op en na het nodige gedraai rijden we weer richting noorden. Bij een splitsing neem ik de meest logische keuze. Links, daar zijn bandensporen. En daarheen gaan ook de elektriciteitsdraden. En elektriciteit is onontbeerlijk voor een vuurtoren. Nou die keuze is verkeerd, kan ik je wel vertellen. We komen niet bij Faros Moudariou terecht, maar belanden aan de voet van kaap Spathi bij Ormos Moudariou.
Hier heb je een mooi grindstrand. Vooraan is een werkplaatsje waar honing wordt verzameld uit de vele bijenkasten die we onderweg hebben gezien. Aan het andere eind van het strand is een kapel in aanbouw. Niet vervallen, maar ook nog niet klaar. Wie hier iets neerzet moet toch wel over geld beschikken, zou ik zeggen. Misschien iets voor de regering om na te trekken?
Het strand is verlaten en wij nestelen ons er. Het grind is gloeiend heet. Als ik wil gaan zwemmen zak ik weg, krijg geen grip, verdraai mijn knie en ga daarom terug. Eerst zorgen dat ik zwemschoentjes heb. Tineke gaat zonnebaden en pootjebaden, vindt het water te koud en ik maak foto’s van de omgeving, van een plas water, een kloof, een spleet in de rots en rotsplantjes.
Tijd om terug te gaan naar Kyriakos. Boodschappen doen, maar daar moeten we mee wachten tot na zessen want dan is de supermarkt pas open. Tineke gaat dat even snel met de auto doen. Ine van de Loo brengt ons onze papieren voor het vervolg van de vakantie. We nemen die door en doen een dutje voor we uit eten gaan bij Stella. Opnieuw is het hier rustig. Waar dit soort restaurantjes van moet leven is ons een groot vraagteken. Tineke krijgt Kopoulo me xylopites (kip met pasta) en mosgari kokkinisto me ryzi (rundvlees met rijst), vooraf een Salata Stellas, een heerlijk gevulde salade met andijvie, diverse koolsoorten, tomaat, komkommer. Als toetje van het huis karydopita, amandel gebak vermengd met honing. We zijn opnieuw 28 euro kwijt. Voor ons had er een jonge knaap zitten eten, en verder was er niemand. Weer een verloren dag voor de restauranthouder van Stella.

7 augustus 2012

Agia Patrikia

Dinsdag 8 mei 2012

We zijn van plan om te gaan wandelen, langs de kust, langs de vier strandjes ten zuiden van Agia Pelagia tot aan het einde van de kloof, die bij Paleochori ligt. Nee, een wandeling door de kloof zelf naar de kust schijnt niet mogelijk te zijn.
Maar eerst ontbijten. Brood kan er vanaf kwart over acht worden gehaald bij de supermarkt van Kapsanis, door de grootvader van Giorgos in 1912 begonnen. De huidige eigenaar emigreerde naar Canada en verdiende zijn geld in een pizzeria. Omdat hij Kythira niet kon vergeten, keerde hij in 1981 terug. De pizzeria die hij hier startte was minder succesvol. Agia Pelagia was een stuk kleiner en er kwamen bijna geen toeristen. Toen vader Kapsanis in 1987 overleed, nam de 37-jarige Giorgos de supermarkt over en is daar van ’s morgens vroeg tot ’s avonds laat te vinden.
We zijn beiden een stuk eerder wakker dan verwacht. Moeten nog wennen aan het zachte bed, of is het nu hard. Daarover verschillen we van mening. Misschien moeten we van bed ruilen. Zodat we het daarover eens worden. Maar goed eerst naar Kapsanis en nadat ik met twee broden terugkom helpt Tineke mij met de ontbijttafel. Iets wat ik niet erg vind. Morgen staat-ie klaar als ik van de klim naar Kyriakos terugkom, vraag ik. Nou dat is ze dus niet van plan. Ditmaal is het gewoon een vriendendienst of echtparendienst. Het is maar hoe je zoiets wil bekijken. Ach we kennen elkaar al veertig jaar, dus dan mag je toch wel zeggen dat je maatjes bent.
Na het ontbijt zorg ik voor de vaat. Tineke duikt nog even in het wandelboekje ‘Kythira doorlopend’, gemaakt door Frank van Weerde, die enkele jaren voor Ross de mensen op Kythira heeft ontvangen, hen van tips voorzag. Wij zijn eerder in Kythira geweest, maar dat was met Olympia Reizen dat toen nog bestond en hebben hem zelf nooit ontmoet. Jammer? Misschien wel. Via dit boekje ontdekte Tineke dat onze vorige reis naar dit eiland in 2006 is gemaakt. Want bij een wandeling rond en door Karavas staat de datum van 140506 vermeld. Dat deed Tineke wel vaker, data bij wandelingen in boekjes zette.
Op bladzijde 13 staat nu vermeld de datum 8-5-2012, een andere schrijfwijze, een andere auteur, ondergetekende heeft daarvoor getekend. Het gaat ook niet om de wandeling langs de stranden, maar naar het kleine haventje van Agia Patrikia. Een wandeling van een kleine twee uur, inclusief terugwandelen doen wij er ongeveer drie uur over.
We hebben wel gesmokkeld want het eerste stukje hebben we niet gelopen. De wandeling begint namelijk bij de haven, de pier en gaat dan langs de kust. En om nou eerst naar de haven te lopen en dan weer terug is zelfs Tineke te gortig. Voor we het dorp uitwandelen kopen we bij de groenteboer, was nog niet open toen ik brood haalde, nog snel een aantal tomaten, voor onderweg. Voor op het brood. En wandelen dan in rustig tempo het dorp uit.
Het als betonnen pad beschreven pad, is een asfaltweg geworden, gaat naar een resort. De tijd heeft hier niet stil gestaan. Het pad wordt ook pas onverhard als we de afslag naar het resort zijn gepasseerd. Je moet het de mensen die daar een vakantie willen vieren immers wel heel gemakkelijk maken. Die moeten het terrein niet afwillen! Zelf zou ik zeggen, maak de weg eromheen dan niet zo gladjes, want dat nodigt niet uit om te vertrekken. Maar wie ben ik?
Ons eerste doel halen we redelijk snel. Dat is het kerkje van Agios Giorgios. Het staat bovenop een heuvel en je hebt vanaf deze plek een prachtig uitzicht over het haventje van Agia Patrikia. Aan de zijkant van het kerkje staat nog een oud gewelf, wanneer dat precies is vernield wordt mij niet duidelijk. Misschien wel tijdens de aardbeving van 2006, inderdaad hetzelfde jaar van ons eerste bezoek, die voor de nodige schade op het eiland heeft gezorgd. Het kerkje zelf is dicht, zodat ik daar geen blik in kan werpen. Ook kan ik geen verborgen sleutel vinden. Maar wel duidelijk is dat het zo nu en dan wordt schoongemaakt. En vanaf de kerk waait de Griekse vlag fier.
Voor het vervolg van onze route moeten we een stukje terug. De afslag naar rechts is bijna overwoekerd. Voor ons uit lopen twee landgenoten en dat geeft ons het gevoel dat we goed zitten, lopen. Nou goed? Tineke heeft daar toch andere gevoelens bij. Die vindt dit soort paadjes helemaal niets, zelf geniet ik ervan, zie diverse soorten vlinders, maar – op dit pad – geen hagedissen, laat staat een slang.
Het pad eindigt bij een rivierbedding, waar we doorheen moeten. Een droge rivierbedding. Dat weer wel. Aan de rand staat een onderkomen, zelf vermoed ik van een geitenboer. Vanaf hier gaan we een stukje over de weg naar het haventje, waar op de wal diverse schepen liggen waaraan wordt gewerkt. Door één man. De loods waarin houten schepen worden gebouwd, blijft dicht. Het kerkje van Agia Patrikia daarentegen is open. De aansteker is echter leeg, zodat wij – al weer jaren niet-roker – geen kaarsje kunnen aansteken.

In de haven ligt een gezonken schip, die de binnenvaart niet belemmerd. Net nadat wij zijn vertrokken komt er een auto aan met een rubberboot op een trailer, want dit is een prima plaats natuurlijk om je bootje vanaf de scheepshelling te water te laten. Wij hebben onze lunch dat al op, brood met tomaat, weg gegeten in de schaduw van de kerk.
Onze terugweg gaat over de geasfalteerde weg. Tineke wil niet over het onverharde pad, over de heuvel heen, haar teen speelt daarvoor te veel op. Nou over de weg kan ook, hoewel dat niet mijn
eerste keus is. Het gaat wel sneller.
In Agia Pelagia drinkt Tineke een Amstel weg en neem ik mijn eerste frapé van deze vakantie, medium melk en medium sucre. Het is heerlijk ontspannend, ik koop nog een flesje likeur en neem die mee naar ons appartement. Daar val ik alras in slaap, maar wel pas nadat ik een foto van Tineke op ons balkon op Facebook heb gezet.
Terwijl ik slaap gebeurt er niets volgens mij. Nou daarin heb ik mij vergist, er zijn veel schepen door de zeestraat gekomen en de Glass Bottomboot is terug in de haven van Agia Pelagia. Oftewel dat mag wereldkundig worden gemaakt.
Voor Tineke is het nu tijd voor haar schoonheidsslaapje en ik werk weer aan mijn vakantieproject. En of ik dit dagboek zal afmaken? De tijd zal het leren. Voorlopig ben ik nog bij. Tot vanavond zal ik maar zeggen. Nu tijd om even te gaan lezen.
De avond valt snel in Griekenland. Tineke doet nog een wasje voor we uit eten gaan. Dat doen we vanavond bij Kaleris. Nee Vafa is er niet en nog een voorgerecht is uitverkocht, dus helaas dan toch maar weer Xoriatiki als vooraf Een echt uitgebreide kaart heeft Kaleris niet. Voor Tineke komt er gemista op tafel en voor mij courgetteballetjes. Van het huis krijgen we zoetigheid toe. En dat voor de prijs van 21,80 euro. Terug in ons verblijf is benauwd en Tineke zet meteen de boel tegen elkaar open. Muggen maar even voor lief nemen. Ach, daar heeft zij toch geen last van.

6 augustus 2012

Rust

Maandag 7 mei 2012
Ik ben zondagavond naar bed geweest en heb nog een paar uurtjes kunnen slapen. Lekker, zodat ik niet helemaal kapot een vliegtuig instap. Om een uur of een word ik wakker en vind Tineke slapend op de bank. Die schrikt na enige tijd van mij. Maar heeft uiteraard niet geslapen. Ik bak snel een eitje. Tineke hoeft niets en als ik de restjes heb opgeruimd, ga ik onder de douche. Want de taxi komt iets eerder. Tenminste als we er geen bezwaar tegen hebben dat er nog mensen meerijden. Niet dus. Kwart over twee zouden die worden opgehaald. Heb ik gehoord. Nou even over twee staat de taxi al voor onze deur, terwijl ik me sta af te drogen. Nou sorry hoor, maar zal het wel verkeerd gehoord hebben. Mooi excuus dat slechthorend zijn.
De mensen die in de bus zitten te wachten gaan naar Chios, en vliegen om een uur of zes. Waarom het paar dan al zo vroeg op Schiphol wil zijn is mij echt een raadsel. Vooral met dat vooraf inchecken is het zo rustig geworden op de luchthaven. We zijn al ruim voor drieën door de controle heen. Kopen oplaadbare batterijen, maar een kaartje voor iTunes is op heel Schiphol niet te verkrijgen, zo wordt ons duidelijk gemaakt. Dan maar een kop thee, koffie en een broodje scoren. Tineke hapt dapper de helft van mijn broodje weg en slikt nog een pil om rustig te blijven, want vliegen vindt zij nog steeds geen pretje.
De tijd op Schiphol gaat snel. De Boeing 737 van Transavia vertrekt van Gate D58 en taxiet eerst nog even voor we in noordelijke richting vertrekken. Een vlucht van drie uur en tien minuten, via Duitsland, de Balkan, inclusief Tirana en dan door naar het zuiden naar Kythira, dat deel uitmaakt van de Ionische eilanden, maar ver verwijderd van de overige eilanden van deze groep en net onder de Peloponnesos ligt. In de zon, zoals afgelopen week ook al het geval was. Temperaturen zo tussen de twintig en 25 graden. Heerlijk vakantieweer. Luilekkerweer.

De hostess van Ross is ine van de Loo, die we al tweemaal hebben meegemaakt. In Alexandropili en op Skyros. Wij laten ons per bus vervoeren naar Agia Pelagia en naar appartementencomplex Kyriakos. Dat ligt halverwege een heuvel en torent eigenlijk boven het dorp uit. De weg er naartoe is steil. Een korte steile weg.
Snel de koffers uitpakken en dan het dorp in waar we op een terras een versgeperste sinaasappelsap drinken en een tosti eten. Vervolgens doen we de boodschappen in de buurtsuper van Giorgos Kapsanis. Opeengepakte gangetjes, een winkel van sinkel zo kun je de supermarkt van Agia Pelagia het beste omschrijven. Morgenochtend mag ik hier om kwart over acht het ochtendontbijbrood halen. Mooi woord voor Tineke als zij aan het Wordfeuden is.
Uiteraard vallen we in slaap en ik wart om tien over vier wakker. De welkomstbijeenkomst, zonder borrel, is dan al bijna een half uur aan de gang. Ik geef aan Ine door dat wij wel interesse hebben in de excursie. Op zaterdag is er geen excursie naar de bijeenkomst vanwege de naamdag van Theodoros en dus wordt de autohuur van de Jimmy, de jeep die wij vanaf woensdag tot onze beschikking hebben, stilzwijgend met een dag verlengd. Een dag later zal de auto worden ingewisseld voor het vervoer naar het vasteland.  Wel geef ik ons op voor de donderdagexcursie, die alleen door kan gaan als er voldoende belangstelling voor is. Tijdens het welkomstbezoek bij Kyriakos geeft niemand zich daar voor op. 
Tijd voor iets anders. Nog even lezen en een dutje en daarna uit eten. Tijdens ons vorige bezoek deden we dat altijd bij de haven, altijd bij hetzelfde restaurant. Veel andere mogelijkheden waren er toen niet. Nu valt er meer te kiezen, uit meer restaurants dan. We gaan naar de haven, want daar was toen die taverne en nemen plaats bij Stella, dat blijkt in die tijd de enige daar geweest te zijn, dus … En wie er in de bediening werkte. Nou ik zou het echt niet weten.
 Vasilas heeft het jaren gedaan, maar zit nu in Athene. Maar als het 2006 was dan moet het Kostadinos zijn geweest. De beleefdste man van het eiland, van heel Griekenland. Ik vind het prima, zolang het eten maar smaakt. En dat doet het. De Griekse keuken is prima. De Franse wordt geloofd, maar geef mij maar een Griekse. Het huis schotelt ons vandaag twee specialiteiten voor. Een giovetsi en een gevulde aubergine uit de schotel. Het eerste is voor Tineke en ik neem de aubergine. Een xoriatiki vooraf, wat drinken erbij en klaar is Henk. En dat voor nog geen dertig euro. Tijd om te gaan slapen.
Kalinichta.

5 augustus 2012

Vakantiebestemming

Het uitzoeken van een vakantiebestemming is soms pret voor tien.  Al een paar jaar gaan we tweemaal naar Griekenland; in het voor- en najaar. Meestal naar plekken waar we nog niet zijn geweest. Lesvos is daarop de uitzondering. Maar we willen ook nog een keer terug naar Kythira en naar Samothraki. Prachtige eilanden, die niet met elkaar zijn te vergelijken.
Kythira is klein en heerlijk om er bij te komen. En waarom zou je het dan niet combineren?
Vanuit Nederland is Ross de enige touroperator, die erheen vliegt. In de gidsen worden wel wat combinatiemogelijkheden aangegeven, maar die zijn eigenlijk niet haalbaar. Ja, een fly-drive over de Peloponnesos is een mooie combinatie. En daar kiezen we voor.
We bespreken de reis in het kantoor van Ross in Wychen. We willen speciaal op 12 mei op Kythira zijn. Op de naamdag van Theodoros.
Als het kan willen we ook aan een excursie meedoen. Maar vooral lekker relaxen op het eiland van Aphrodite.
De auto’s worden alvast besproken. En we moeten ook nog met de veerboot mee, naar Nafpoli. Met de auto aan boord, die door de verhuurder vanaf het vliegveld van Kalamata wordt opgehaald. Daar mogen we hem achterlaten.
Want vanaf de tweede week wordt het een rondrit. Normaal duurt die een week, maar wij gaan er twee weken over doen, kunnen zelf het tempo bepalen en hoeven niet naar alle pleisterplaatsen. Dat geeft ook veel rust voor Tineke, die toch het autorijden voor haar rekening moet nemen. Bovendien hebben we een stukje van de Peloponnesos al gezien. Een stukje Mani. We hoeven ook niet meer naar Monevasia en naar Mystras. Maar zullen wel, net als toen, het kanaal van Korinthe oversteken. Of we nog gaan varen door het kanaal?
Door voor twee weken rondreizen te kiezen blijft er ruimschoots de tijd over om mooie, culturele plekjes te bezoeken. Tineke wil beslist naar Mycene. Zelf heb ik Epidaurus hoog op het lijstje gezet. Misschien kunnen we hier en daar een museum pakken en ook nog ergens wandeltijd inpassen.
We zullen het wel zien, daar ter plekke. Het blijft immers vakantie. En dat moet het ook blijven.

29 juni 2012

Appels en peren

Of ik kan oppassen op mijn kleinzoon. Mijn tweede kleinzoon: Yari. Als ik vrij ben. Op vrijdag.

Tot op heden kwam de kleine man, een paar maandjes oud, vrijdagmiddag. Ditmaal is hij er vrijdagmorgen. Om acht uur. Zonder wandelwagen, want de banden zijn kapot. Nou ja, dat is jammer dan… Geen wandeling langs het kanaal, de Lage Vaart.
Hij moet nog wel de fles hebben. Die drinkt hij vlot leeg. En voor het verschonen draai ik mijn hand ook niet om. Dat is wel iets anders dan hem een hapje geven. De eerste keer faalde ik daarbij ontzettend als opa, maar ja… Er komt ook een volgende keer. Vandaag dus.
Maar laat ik niet op de feiten vooruitlopen. Het jochie, goed vijf maanden, doet eerst nog een dutje voor hij een fruithapje krijgt. En ligt daarna nog even lekker te pruttelen. Zoals grote baby’s en jonge mannen samen kunnen pruttelen. En Opa IJsbeer is ondertussen wel zo gevormd dat hij niet bij ieder kreetje overeind vliegt om het aan zijn zorgen toevertrouwde kind aan de brede borst te drukken. Gewoon op het juiste moment toeslaan. Met perenmoes, in opdracht van Mamoe op tijd uit de koelkast gehaald, want anders valt het als een klein ijsblokje in zijn maag.
En dan wordt het toch echt tijd voor zijn fruit. En dat gaat erin als appelmoes, zo vlot. Denk niet dat ik me nu vergis en niet weet dat je appels nooit met peren moet vergelijken. Het is alle twee fruit en groeit ook aan een boom, in tegenstelling tot de aardbei. Die vergelijking zal ik niet maken dus, net zoals het geen zin heeft om mijn twee kleinzonen Gianny en Yari met elkaar te vergelijken.
Terug naar het hapje, zonder zich onder te smeren gaat de peer naar binnen. Mond al snel open, lekker op de tong proeven. En slikken.
Voor ik het in de gaten heb is het schaaltje helemaal leeg en verdwijnt er een duim in de mond. Eerst de ene. Daarna de ander. De slab blijft niet helemaal schoon, maar ik durf wel te beweren; het is een schone eter. Hij heeft zich niet echt onder gesmeerd.
Yari pruttelt nog even verder en dan is het al weer tijd voor zijn tweede fles met voeding. Vullen met water, beetje poeder erbij en schudden maar. Daarna in de magnetron. Wat een luxe. De tijd van rommelen met een pannetje water en daar de fles in opwarmen is echt voorbij. Yari wil dus aan de fles. Hij pruttelt wat. Wil wel en toch weer niet. En de laatste tien cc schenk ik hem. Hij geeft mij de andijvie van gisteren. In de luier. En ook nog eens tien cc drinken terug op mijn T-shirt. Gelukkig heeft hij de slab nog om, zodat ik alleen mijn eigen shirt hoef te verschonen.

Ik leg hem weer in de box en daar ligt hij nog even te spelen voor hij in slaap valt. Als zijn moeder komt, zo rond de klok van drie, is hij wakker. Nou ja wakker… Hij keuvelt wat. Lastig geweest nee. Weliswaar hebben we samen geen kattenkwaad kunnen uithalen omdat we aan huis waren gebonden, maar zo’n opasoppasdag is toch prima te doen. Voor mij zit het er nu op. Met de komst van Raema. Nu mag zijn moeder weer voor hem zorgen. 






4 september 2011

Genezen


Zo simpel is het. Als vader had ik altijd twijfels; doe ik het wel goed. Opvoeden is duidelijk geen eenvoudige taak en een matrix over je kinderen leggen, dat lijkt misschien wel de beste manier, maar dat is het niet. Ieder kind is immers anders en ieder kind heeft daardoor weer een andere gebruiksaanwijzing nodig. Dat betekent ook altijd schipperen, want als de een dit mag, dan wil dat niet automatisch zeggen dat dit ook goed is voor de ander. Misschien is die wel veel meer gebaat bij dat.
Ik heb in ieder geval mijn best gedaan. Ik geeft het ook ruiterlijk toe, ik was niet de beste opvoeder. Wel heb ik altijd geprobeerd duidelijk te zijn. Luisteren, eerbied voor ouderen en niet met vreemden meegaan. Dat zijn voor mij drie belangrijke dingen.
En nu ik grootvader ben, ben ik blij dat ik een aantal zaken terugzie in de opvoeding door mijn dochter. Nee, niet alles, want het moet geen kloon zijn. Bovendien zijn de tijden veranderd, soms ten goede, maar ook ten kwade. Het is veel drukker, meer mensen, meer activiteiten, meer kansen op pijn. Ook ben ik blij dat ik mij niet meer met de opvoeding hoef te bemoeien. Dat ik zoiets aan mijn dochter en schoonzoon moet overlaten.
Maar, als ik dan alleen ben met de kleine ijsbeer en ik de verantwoording op mij neem voor zijn welzijn, dan hoort daar ook een stukje opvoeding bij. Neem ik aan. Dat betekent altijd weten waar hij is, hem in de gaten houden als hij in de speeltuin aan het ravotten is, hem waarschuwen voor wat hij – mijn ogen – wel en niet mag. En honderd keer een vraag beantwoorden.
,,Opa IJsbeer wat is dat?”
,,Opa IJsbeer waarom doen ze dat?”
,,Opa IJsbeer, gaan we daar zitten?”
,,Opa IJsbeer, sla een arm om me heen.”
,,Opa IJsbeer, wanneer komt de bus?”
,,Opa IJsbeer, mag ik bij het raam zitten.”
Het is een slim ijsbeertje, goed gedresseerd. Maar daardoor toch ook wel weer kwetsbaar. En je kunt hem niet voor ieder gevaar behoeden. Het is immers een kind en dat moet spelen, en niet altijd alleen. Ook met andere kinderen en dan wordt het spel soms een beetje wild. Worden er dingen vergeten. Nee geen kleine ongelukjes. Opa IJsbeer zorgt ervoor dat het mannetje vaak genoeg naar de wc gaat, in de tas zit wel een reservestelletje kleding voor als er toch een ongelukje gebeurt.
Maar sommige ongelukken kun je niet voor zijn. Hij struikelt, over een iets omhoog staande tegel. Hij laat mij zijn elleboog zien.
,,Geen bloed te zien Gianny.”
En dan is het goed. We dolen verder, eten een krentenbol. En daarna mag hij de speeltuin in. En speelt daar met andere kinderen, in een bootje. Zijn spel wordt wilder en wilder. Hij rent, hij vliegt en valt. Huilend komt hij bij zijn Opa IJsbeer. En laat nu zijn andere elleboog zien, met een flinke schaafplek. Geen vuil, dat is mooi.
,,Moet Ernie of Opa IJsbeer er een kusje op doen.” Zoiets helpt nog altijd, niet.
Want als opa een kusje heeft gegeven, dan doet het nog steeds zeer. ,,Niet meer aan denken, dan is het zo over”, is de volgende raad aan het vierjarige kereltje.
Even later: ,,Opa, Opa IJsbeer, ik moet er nog steeds een klein beetje denken en het doet nog steeds een klein beetje au.”
Het jochie gaat weer spelen, komt na een minuut of tien weer terug.
,,Weet je nog waar je aan moet denken”, vraag ik. Hij weet het niet meer. ,,Weet je nog waar je niet meer aan moet denken.” Ineens weet hij het, kijkt naar zijn elleboog en voelt meteen nog een prikkel. Ik stap maar weer eens op, ga verder en op de terugweg stel ik hem nog een keer dezelfde vragen. Het ritueel herhaal zich.
De volgende dag zie ik hem weer, tijdens het Havenfestival in Almere Haven. Hij is opnieuw wild aan het spelen, maar valt dit keer niet. En weer vraag ik hem waar hij aan moet denken. Als vierjarige moet je zoveel, dus hij is het allang weer vergeten. Maar waar hij niet aan moet denken, weet hij nog. Trots laat hij mij zijn elleboog zien. Nee, pijn heeft hij niet meer. En op de schaafplek, heeft zich al een korstje gevormd. Het begint al te genezen.