13 juni 2010

Dolfijnen

Deel 7 zaterdag 15 mei 2010
Het heeft een groot deel van de nacht geregend. En als ik wakker word dan regent het nog steeds. Niet veel maar net genoeg om nat te worden. Vanmorgen dus niet in de tuin ontbijten, maar in ons appartement zelf. Vervolgens een plan de campagne maken, voor wat we vandaag gaan doen. Ergens heen rijden en daarvandaan een wandeling maken heeft vermoedelijk weinig zin, want zeker de kaldarimi zijn nu spekglad.
De keuze is uiteindelijk snel gemaakt, want een tochtje door de bergen met de auto ziet Tineke ook niet zitten, dus zakken we af naar het zuiden. Ook nu ontkom je niet echt aan klimmen, maar het valt eigenlijk allemaal reuze mee. De wegen zijn bovendien goed berijdbaar, over het algemeen lekker breed. En er is, zeker niet onbelangrijk, weinig verkeer. Niet alleen naar het zuiden, maar in heel Pilion valt het wel mee. Ho, stop. Volos is een uitzondering, maar daarover morgen meer. Daar weet ik nu nog niets vanaf. Bijna niets vanaf, want we zijn er alleen met de bus doorheen gereden.
Na het verlaten van Kalá Nerá zitten we bijna automatisch in Korópi, glijden langs Áfissos en nemen bij een grote driesprong de zuidelijke (rechter) route naar Argalastí. Hier wordt op zaterdag markt gehouden. Altijd leuk, maar nu niet want we willen zoals gezegd door naar het zuidelijke puntje. Ter hoogte van Xórto komen we.weer bij de zee uit. Of moet ik iets eerbiediger zijn en praten over de Golf van Volos of nog beter Pagasitikós Kólos. Het is een pot nat. Nat van het water dat hier stroomt en nat van de regen, die gelukkig wel is opgehouden, waardoor de straten de gelegenheid krijgen om een droog jasje aan te trekken.
Net onder Milína begint een watersportgebied. Met een aantal campings aan de kust en zeilclubs, verhuurders van zeilboten en ook liggen hier en daar verspreid enkele jachtjes. En verspreid langs de kust ontdek ik enkele strandjes. Allemaal grint, lekker zo zonder waterschoentjes. Langs de kust in de baai van Valtoúdi ligt het eilandje Alatas. We komen nu langs nog een aantal baatjes Órmos Limiónas en strandjes met namen als Tzásteni, Panaghiá en Diakófti. Allemaal aan de voet van het Tisséo-gebergte.
Bij Diakófti komen we bij de teen van Pilion. Met als belangrijkste plaats Trikéri. De bewoners van dit stadje woonden vroeger op het eiland Pallio Tríkéri. Vanaf dit eiland startte Jason zijn zoektocht naar het Gulden Vlies. De drager van deze mantel gemaakt van een gevleugeld ram, was onzichtbaar. Met zijn Argonauten moest Jason vervolgens diverse opdrachten uitvoeren, voordat hij aan het Gulden Vlies kwam.
Op dit eiland kun je overigens nog steeds komen. Maar autorijden lukt niet. Is daarvoor te klein. Wel kan er worden overnacht in een hotel. Vanaf het strand van Alagóporos zet een watertaxi je over. Op dit eilandje vind je behalve enkele kerken ook Evangelistrías-klooster. Maar goed wij zijn er niet naar toe gevaren, zijn wel even bij het strandje geweest.
Voor we daar heen zijn gegaan zijn we eerst doorgereden naar Tríkéri en vervolgens Aghios Kyriakí, op de zuidpoot. Hier zie je de opening van de Golf van Volos en aan de overkant van het water ligt Evvia, het onbereikbare, mysterieuze Evvia.
Terug naar Aghios Kyriakí, een lieflijk vissersdorpje dat veel toeristen trekt. En die verzamelen zich allemaal bij de diverse visrestaurantjes.
Manolas, is de eerste die je tegenkomt, en ook de enige die open is, terwijl wij er zijn. Wij lopen eerst een stukje door het dorp en verbazen ons er eigenlijk over dat de vissersbootjes hier bijna allemaal een oranje of rode kiel hebben. Luie vissers die hun boot wel in de menie hebben gezet maar niet hebben afgeschilderd? Heeft hostess Henny hier een antwoord op?
Het kerkje Aghia Kyriakí is dicht. Had ik eigenlijk ook zelf ook kunnen bedenken. Toch is de korte wandeling daarheen de moeite waard geweest. En daardoor smaakt het hapje bij Manolas ook uitstekend. Voor ons echter geen vis, iets wat de meeste mensen wel kiezen. Niet alles is bovendien onze eerste keus. Aardappelsalade wordt gewoon patat en de gigandes worden ingeruild voor worstjes, verder staat er een tzatziki op tafel en gebakken courgette, een flesje water en een flesje citroenlimonade, goed voor de dorst. Ook wel nodig wat de worstjes zijn aan de zoute kant. Niet erg, maar je krijgt er wel dorst van.
We zijn nog maar net aan het eten of Tineke ziet iets in het water, of beter gezegd uit het water springen. Dolfijnen. En wat is er dan nog mooier als het lukt om ze met een toch redelijk eenvoudige camera ook nog eens op de foto te krijgen. Alleen op grote afstand, want als de beesten zijn razendsnel en onberekenbaar. Je weet nooit waar ze hun kop boven water steken, hun sprong inzetten. Een keer gebeurt dat op zeer korte afstand. Jammer, die plaat hebben we niet.
Ik maak – van bovenaf bij een parkeerplaats boven het dorp – nog wat foto’s van de bootwerf. De scheepsbouwer Stathis Kouris is vandaag niet aan het werk. Er liggen heel wat boten waar nog wat aan te doen valt. Sommige boten zijn echter dermate beschadigd dat er geen houden meer aan is. Een exemplaar is zelfs half verbrand.
Het wordt tijd om terug te rijden. Tineke begint het zat te worden, wil onderweg nog wat drinken. Het liefst water. Bij een kiosk kan ik wel aan ijsthee komen en citroenlimonade, maar dat is niet te krijgen, dus koop ik twee blikjes ijsthee en twee blikjes lemonade. Goed voor de dorst, of juist het opwekken van de dorst. Daar ben ik nog steeds niet achter. Wel weten we weer eens dat je niet moet weggaan zonder water. Zelfs niet als je besluit om geen (grote) wandelingen te maken.
Bij terugkeer in Kalá Nerá zien we dat de wind lekker onstuimig is en tegen de kust aanbeukt. Ik praat nog wat met mensen over wandelingen, met de hostess die mij een internetmogelijkheid in Kalá Nerá wijst en dan wordt het tijd om te douchen en uit eten te gaan. De fototoestellen gaan mee. Niet alleen die van mij, maar van ons allebei. De wind is verder aangewakkerd en de zee gaat flink tekeer. Vliegt over het strand heen en hier en daar over straten. De terrasjes aan de zee blijven gesloten, stoelen worden opgestapeld. De wind heeft vrij spel, sleept steentjes mee over de straat en zet hier en daar wegen onder water.
Bij taveerne Paganisitikas gaat het er nerveus aan toe. De vier man bediening loopt te rennen alsof zij vrezen voor hun leven. En echt druk is het er nou ook weer niet. Het vaste welkomstdrankje schiet erbij in. Vooraf neem ik een schoteltje gebakken aubergine, melitzanes, en als hoofdgericht een karbonade met champignonsaus. Tineke vraagt om een kleftiko en deponeert de patat die bovenop de ‘Lamp’ ligt op mijn bord. Een Fischer om alles weg te spoelen. Tineke krijgt een kannetje rode wijn, uhhh dat moet witte zijn. En die wordt dus ook prompt omgewisseld. Bordjes voor het brood en het voorafje: ontbreken. Nee, in de bediening gaat hier wel eens iets mis.
Tegen de tijd dat ik wil afrekenen, krijgt Tineke een allergische aanval. Waarvan? Geen idee. Zij gaat al naar buiten voor ik de schade heb opgemaakt en ga haar met twee ijsjes achterna. Daarna zeilen we terug naar Kamèlia en duik ik onder.

12 juni 2010

BOX

Deel 6 vrijdag 14 mei 2010
We hebben nog een heel brood over van gisteren en ondanks dat we geen Zeeuwen zijn vind ik het zonde om naar de bakker te lopen. Ik gun Tineke haar dutje, zodat ik niet meteen om half acht met het ontbijt maken start, maar ga eerst nog een uurtje lezen. Vandaag hebben we de beschikking over een auto, onze BOX heeft de maten 5833. Die wordt om half tien afgeleverd. Als de rode Hyundai er om tien voor tien nog niet is, geeft Tineke mij haar autopapieren en gaat zelf een halfuurtje rennen. En uiteraard wordt er dan twee minuten later op de deur geklopt en moet ik de honneurs waarnemen.
Het is een flink geblutste kar, die ongetwijfeld al eens het kilometerklokje rond is gegaan, hoewel de lak daar op de onbeschadigde plekken eigenlijk ook weer er te fris voor uitziet.
Maar goed alle schrammen zijn aangetekend en ik zet mijn handtekening. Als de verhuurder weg is verschijnt een kwartier later Tineke al weer. Heeft een vol rondje gelopen en dat is iets korter dan wat zij eerder heeft gedaan, maar ja twee keer een rondje is ook weer zowat. Dat is trouwens van latere zorg. Douchen, snel een witte was en op pad. Naar Ano Lechónia, het beginpunt van de Moutzouris, zoals het beroemde stoomtreintje van Pilion heet.
Dit treintje reed voor het eerst in 1895 en heeft tot 1971 een dienst onderhouden met Milies. Tegenwoordig rijdt het in de weekenden voor de toeristen. Vlakbij het treinstation parkeren we de auto. Langs de hoofdweg zit een internetcafé waar we ons eerste mailtje opstellen, verder snel de binnengekregen mail ontvangen. Alleen Tineke heeft iets zinvols, de 58 berichten voor Henk gaan er in een keer af.. We checken het belangrijkste nieuws en dat is het dan weer. Nee, niet het weer, gewoon Hollands nieuws. Ik blijf nieuws gierig.
Nog even een korte wandeling door het dorpje, dat heel vroeger bekend stond onder de naam Methonia. Op de Nevestiki-heuvel liggen nog de ruïnes van de oude stad. Van hieruit rijden we de heuvels in. Misschien iets voor later om te bezoeken, op te zoeken, maar nu gaan we op zoek naar een klooster. We volgen de weg naar Pinakátes en komen eerst in Aghios Vlásios. Niet veel verder mis ik de afslag naar het klooster van Theotókou en ben er wel als de kippen bij als het bordje van het Taxiarchon-klooster wordt aangegeven.
Dat heeft niets te maken met de 25 nonnen, voor een deel zelfs heel jong, die er verblijven, maar het is gewoon goed zichtbaar vanaf de doorgaande weg. Ik heb natuurlijk geen lange broek bij mij. En Tineke geen rok, de omslagdoek voor haar schouders is niet voldoende. Okay, jammer ben ook niet van plan om een doek om mijn benen te slaan. Het is bovendien bijna twee uur en dan gaat de boel hier dicht, hermetisch dicht. Maar wel pas nadat Tineke een pot met iets van een meloen heeft gekocht en wij gesnoept hebben van zelf gebakken koek.
Voor de nonnen wordt een giga-grote Byzantijnse kerk gebouwd, zodat alle nonnen van de orde er terechtkunnen. Ze zijn al een paar jaar bezig. En het zal - vanwege het gebrek aan geld - wel even duren voor die kerk helemaal is afgebouwd. Zeker met het handjevol mannen dat er nu aan het werk is.
Om Tineke te laten wennen aan de auto maken we het rondje af en komen tot de ontdekking dat Aghios Geórgios Nileías, Pinakátes, Vyzitsá en Miliés een bezoek zeker waard zijn. Dus pas op… we komen hier terug. En ik kom op deze plaatsen later uitgebreider terug.
In Kalá Nerá kopen we bij de grote bakker – om de hoek – nog snel twee broden voor het geval we zaterdag vroeg uit de veren moeten voor een bezoek aan de Meteora-kloosters. Plus een spinazie-pie (Tineke) en een worst-pie (Henk) om meteen ter plekke te nuttigen.
De andere supermarkt in Kalá Nerá, waar Tineke boodschappen wil doen, is niet of nauwelijks te bereiken met de auto, zodat we bij het ons bekende adresje langs de boulevard parkeren om snel nog de inkopen te doen.
Daarna gaan we lui achterover hangen op de kamer, waar Tineke zich weer ontpopt als een ras vliegenvangster. En als de vliegen nu ook nog eens mee zullen werken, laat ze ze buiten weer los. Omdat ze dat niet doen, moeten ze hier binnen – in room 12 – rekenen op een flinke mep.
Goed ’s avonds uit eten. Dat is niets nieuws. Eerder deze week heb ik – zittend in de tuin – een kaartje van een Griek gekregen van restaurant Kanarinia. Dat zit aan de hoofdweg. Bij ons om de hoek als je de staat uit loopt. Daar maar eens proberen. Er zit echter niemand en voor ons is dat het sein om terug te wandelen naar het dorp. Avra lijkt me ook wel iets, maar Tineke kiest liever voor Nirvana. Daar zit binnen slechts een handjevol mensen en het buitenterras is helemaal leeg, zodat wij een plekje aan het water voor ons helemaal alleen hebben. Het waarom van zoweinig wordt al snel duidelijk. De bediening is stug en, misschien ook wel vanwege het geringe aantal eters, voel je je al snel opgejaagd. Een welkomstdrankje ontbreekt hier. Draait het daar allemaal om? Het hoort niet, maar het kan wel helpen. Terwijl we nauwelijks de kaart voor ons hebben, staat er al iemand om onze bestelling op te nemen. Nou die moet maar even wachten. We kiezen uiteindelijk voor een xoriatiki en Henk sluit zich bij de giouvetsi van Tineke aan, omdat de kounela nog geschoten moet worden. Patronen genoeg op de bergpaadjes, maar het konijn heeft zich niet laten verschalken. De xoriatiki is nog steeds een Griekse salade en de giouvetsi is een pasta, die heel veel op een grote rijstkorrel lijkt. Ditmaal geserveerd in een kom met een brok draadjesvlees. Smikkelen dus. Tineke krijgt haar kannetje wijn en Henk een Kaiser. Alles is beter dan Mythos. We sluiten af met een stuk ijs, van het huis. Dat wel. En alles voor net geen 25 euro.

11 juni 2010

Zegenen

Deel 5 donderdag 13 mei 2010
Hemelvaartdag, maar dat kennen de Grieken niet. Niet echt zoals wij, het is geen nationale feestdag of zo. Kinderen gaan ook gewoon naar school. Maar hier in Kalá Nerá is het toch een bijzondere dag. Hier worden de dieren gezegend door de Pappas.
Vroeger alle dieren, tegenwoordig alleen de paarden en dat zijn er bij elkaar nog heel wat. Door Linda een attente Pilion-gangster zijn wij op dit festijn gewezen. De hostess heeft een plakkaat in het huisje opgehangen. En niet alleen in ons appartement, maar in alle gebouwen waar Ross kamers huurt en verhuurt. Want van dat laatste leven de mensen van de reisorganisatie. En die doen alles om de toeristen maar een beetje gunstig te stemmen, zodat die ook volgend jaar weer een reisje bij Ross boeken.
Dat alles speelt zich af ver na het ontbijt. De vaat heb ik niet mogen doen, is voor mij gedaan, terwijl ik buiten nog genoot van een kopje koffie. Dank je Maria, maar het is niet nodig. Tineke doet nog een donkere was en ik help met uitspoelen. Voor ik er erg in heb, hangt de was al. Daarna is het toch echt tijd om met zijn tweeën naar het dorp te wandelen. Met zijn tweeën blijven we niet. Een groot deel van het dorp is ook uitgelopen, veel van de bijna zestig toeristen in Kalá Nerá hangen op de boulevard rond, in de buurt van de taverne O Paris.
Voor dat de plechtigheid zijn beslag krijgt gaat er nog een stief uurtje voorbij.
Er wordt driftig op sommige paarden heen en weer gereden, om ze lekker moe te maken. Ongetwijfeld heeft Raema er een ander woord voor, zoiets als fris of zo, maar als eindelijk de paarden in gelid rond het pleintje voor de slager, (toeval?) in het gelid staan, zijn ze bijna zo mak als een lammetje.
De Pappas doet zijn gebed en mama slaat een kruisje, daarna gaat de weistok rond en ook ik ontkom niet aan de zegeningen van de Griekse Pappas.
Een journalist met wie ik in contact ben gekomen wijst mij erop dat de paarden vertrekken en naar het strand gaan en vandaar ook een stukje door het water banjeren. Hij belooft mij ook een band van zijn opnames. Ik laat adres en mailadres achter en krijg van hem zijn mailadres.
Zou leuk zijn als dat wat wordt. Ik hoor trouwens nog een tip van hem over een bijzonder evenement op zondag, om elf uur, net even buiten Volos. We zien wel.
Nu het officiële deel in Kalá Nerá is afgelopen, de ruiters hun paarden verzorgen voor zij aan de uitgebreide dis mogen zitten, gaan we terug naar Kamèlia, eten een broodje en vertrekken weer voor een wandeling. De wandeling die eigenlijk gisteren op het programma stond. Niet te ver. Het is immers ook weer aardig warm geworden. Het is een wandeling van Kalá Nerá naar Pinakátes.
Zover wil ik niet lopen. Berber en Maaike (dochter en moeder, die we heer in Kamèlia hebben leren kennen) willen wel naar Pinakátes en het eerste stuk besluiten we gezamenlijk op te lopen. Bij het kerkje van Isodhia tis Theotokou moeten we even zoeken naar de juiste voortgang, de juiste kaldarimi.
Ik klop bij een paar woningen aan, in de hoop iemand thuis te treffen. Dat lukt. Bij de derde woning. Een vrouw komt naar buiten en spreekt geen woord Engels. Daar schiet je niet veel mee op. Met het Griekse woord kaldarimi scoor ik, omhoog en rechts begrijp ik ook, maar waar. Zij wijst mij dat aan. Ik denk dat de vrouwen nog op het kerkhof zitten, maar dat is niet zo. Zij zijn al naar boven gelopen over de kaldarimi en Tineke belt waar ik uithang.
Ik snel al puffend als een stoomtrein naar boven en klamp aan bij het peloton naar boven. Naar het gehucht Oghlá. Daar scheiden de wegen, althans dat is de bedoeling, maar Berber en Maaike zijn verstandige Friezinnen en beseffen dat de wandeling omhoog toch een brug te ver is. Vandaag. Laat begonnen en je moet ook weer naar beneden.
Daarom gaan ze met ons mee over het spoor, langs een bron die zijn water als een echte waterval naar beneden stort en via een paar tunnels en een spoorbrug komen we uit bij Arghireíka. Hier hebben we twee keuzes, via een kaldarimi naar beneden of een verharde weg volgen, die deels onverhard blijkt te zijn. Tineke kiest voor de weg en wij volgen.
Onderweg stoppen we nog even bij Aghia Georgios (dicht) en daar eten de dames gauw een broodje. Ik loods ze bij de hoofdweg vervolgens rechtstreeks naar het straatje van Kamèlia. Tineke heeft geen zin meer in een frappé en wil rust. Dat pakken we dus maar. Rond half vijf terug. Het is eigenlijk ook best mooi geweest voor vandaag.
We doen het hierna rustig aan en gaan laat eten. Zo om ongeveer kwart over negen. Bij Pagasitikos. Voor de tweede keer laat de bediening hier te wensen over. Kwam de eerste keer het hartige hapje bij het welkomstdrankje erg laat, ditmaal ontbrak het helemaal en het bestelde bier – een Kaiser – werd niet geleverd. ,,Maar beter ook zo’’, maakte de bediende zich er meteen grapje vanaf. Het eten zelf was echter goed. Tineke nam geen voorafje, ik bestelde een saganaki tyri, gebakken kaas. Niet te dik, niet te dun, precies goed. Echt een lekkernij, probeer het maar eens en worstel je door de taaiheid heen..Als hoofdgerecht bestelden we allebei een tsoutouskakia, Drie gehaktrolletjes in een tomatensausje gelegen. En met de inmiddels ook in Griekenland opgewaardeerde frites. Tineke zal eraan moeten wennen dat zij om rijst vraagt. Hoewel ze ditmaal een groot deel van de frites heeft opgegeten. Als nagerecht volgde van het huis een stukje cake met chocoladesaus en een glaasje tsipouro met ijsblokjes waardoor ook dit weer de melkachtige kleur meekreeg.

10 juni 2010

Aghia Marina

Deel 4 woensdag 12 mei 2010
Wakker worden, naar de bakker gaan, het is voor mij op vakantie bijna een vaststaand ritueel. Een rond wit, terugwandelen terwijl hier en daar een straatje wordt geschrobd, terrasjes nog worden opgeruimd en een groepje mannen zit te wachten bij het piertje. Hoeveel vis zal er vandaag weer worden binnengebracht.
In Kamèlia het ontbijt verzorgen. Tineke heeft niet in de gaten dat het allemaal zo snel gaat en schiet op het laatste moment haar/ons bed uit. We eten ook vandaag weer in de tuin. Het is niet zo blauw als gisteren, wat meer wolken. Oma scharrelt wat rond en Maria voelt zich niet goed. Maar bezorgt mij wel een dienblad zodat ik niet zovaak heen en weer hoef te pendelen met onze ontbijtspullen.
Nadat ik klaar ben met de vaat zit Henny beneden, onze Molukse hostess. Er komen nog twee vrouwen bij, die in een ander appartement zitten en een spannend verhaal vertellen over problemen die zij met hun huurauto hadden. Hun Meteora-reis gaat misschien niet door zaterdag, vanwege onvoldoende mensen. Nou, laten wij dan maar een weekje eerder gaan. Als we daarmee de reis kunnen laten doorgaan. We horen het nog wel. Zegt Henny. Betaald is er al wel.
Morgen is er een inzegening van dieren op het strand, nabij de tent van Paris. Dat is een vast ritueel op Hemelsvaartdag hier in Kalá Nerá. Om elf uur, Henny hangt een plakkaat op het informatiebord met die informatie.
Tegen elven, veel later dan gepland beginnen wij aan onze wandeling naar de heuvels en naar de spoorbaan. De weg aflopen en bij de hoofdweg linksaf. Tot zover gaat alles goed. Maar nu nog de juiste wandeling zien te vinden. Voor Tineke zijn alle woorden Grieks, dus daar hebben we niet veel aan als het om de juiste weggaat en Henk? Ach Henk is Henk. En dan weet je het wel.
Met hem kun je de oorlog niet winnen. Hij is nooit bij de padvinderij geweest en zijn diensttijd kwam hij zonder strepen door. Heel bijzonder, want op zijn kamer van acht man was hij de enige, die dat voor elkaar kreeg.
Hiermee is dus eigenlijk al wel duidelijk dat wij niet de wandeling, die de avond ervoor in elkaar was gezet, wordt gelopen. Het moet een korte wandeling worden. Een korte wandeling, ja dat wordt het wel. En achteraf is het allemaal heel gemakkelijk hoor om te oordelen. Ik heb al meteen een slecht gevoel. We lopen te veel evenwijdig aan de hoofdweg en komen een verwijzing tegen naar Aghia Triada, dat veel westelijker hoort te liggen. Een afgesloten stuk terrein geeft aan dat we bij een stuk terrein zijn gearriveerd dat eigendom is van dit klooster. Het pad houdt hier ook op. Ik klim nog wel iets omhoog voor een mooi plaatje, maar er zit niets op dan terug te lopen.
De verwijzing Milies vertrouw ik niet helemaal, er is nog een mogelijkheid, Aghia Marina. Op de kaart niet terug te vinden. Het blijkt om een kerkje te gaan. Midden in de natuur. Op afgesloten terrein.
We lopen door, komen op een kruispunt en kiezen de meest voor de hand liggende weg. Zou je denken. Die weg loopt dus dood bij een hut. Dan blijft er maar een ding over. Je nederigheid erkennen, weten dat je echt helemaal verkeerd zit en de weg terugwandelen tussen de talloze olijfbomen door, waarvan de bladeren zilvergroen kleuren. Volop in de bloesem zitten. Een prachtig gezicht En daar geniet ook ik van.
Bij de hoofdweg lopen we richting het begin van het dorp, bij de grote bakker en onderweg zie ik een aanwijzing voor een ander pad. Naar Pinakates. Ja, dat is de wandeling die ik voor ogen had. Misschien iets voor morgen? Laat ik het maar niet te hardop zeggen. Deze vakantie verloopt tot op heden volledig anders dan ingeschat. Dus…
Nee, we zijn ook nog niet gaan zwemmen. Hebben de waterschoentjes thuis laten liggen. En die zijn hier ook (nog) niet te krijgen. Misschien volgende week. We wandelen terug naar Kamèlia, eten daar wat en gaan op vliegenjacht, waarbij Tineke’s kleine teen het moet ontgelden. Oh jee, hoe moet dat verder met wandelen. Tineke gaat vervolgens een tijdje zitten bakken op het balkon, terwijl Henk zijn gewicht verplaatst naar de tuin, leest en in gesprek raakt met enkele andere vakantievierders. Met hen ideeën en belevenissen uitwisselt.
’s Avonds gaan we uit eten. Dat is heel normaal. Tineke hoort vrolijke muziek en gezang. Als wij naar het dorp wandelen is dat beide voorbij. Dus geen plaatjes van zingende kinderen. Ach meestal heeft de Griekse muziek iets treurigs over zich, dus zo erg is dat nu ook weer niet. We belanden vanavond opnieuw op het terras van Paris, waar we een marouli nemen als voorgerecht. Ik voel me daarbij net een konijn en prik pas wat weg als de rest van de maaltijd geserveerd wordt. Daarvoor al met de broer/eigenaar een glaasje tsipouro weggeslokt. Tineke heeft gekozen voor een stifado. Niet in een potje geserveerd, maar op een bord. Niet met aardappelen, maar met patat. Jammer, verloren kans van de kok. Henk neemt een bifteki. Kaal, zonder saus. Zo onder de gril vandaan. Op het terras zijn veel klagers aanwezig en Tineke hoort dat allemaal aan. Henk hoort van dat alles lekker niets. Na twintig euro betaald te hebben verlaten wij na tienen het centrum van het dorp en kuieren huiswaarts. Tineke gaat nog even buiten zitten lezen, terwijl ik in een diepe slaap val; tot een uur of zeven donderdagmorgen.

9 juni 2010

Gatzéa

Deel 3 dinsdag 11 mei 2010
De eerste volle dag in Kalá Nerá. Om ongeveer half acht ga ik al naar de bakker. Het dorp is nog in volle rust. De bakker is open, een beetje norse man. Zo komt hij op mij over. Misschien oordeel ik wel veel te snel. Morgen ga ik in ieder geen brood bij hem halen, een ander proberen. Denk ik.
In het dorp loopt een veegmachine rond. Zo kan ik hem het best omschrijven, want zijn tempo doet zeker niet onder voor de machines die bij ons in de stad de straten tevergeefs vuilvrij proberen te maken. Dat lukt hem wel. Daar.
Over ons appartement heb ik het nog niet gehad. Dat is niet echt ruim bemeten. En het balkon is bovendien zeer klein. Ik ben dan weliswaar 20 kilo minder Henk dan vorig jaar om deze tijd, maar om hier met zijn tweeën te gaan zitten, vind ik niets. Dus ontbijten we in de tuin. Lekkeer puh.
Dat kan hier prima. Terwijl Nederland bibbert van de kou smelt je hier bijna weg. Bij wijze van spreken dan. Na het eten gaat Tineke een halfuurtje hardlopen. En ik vermaak me ook prima. Een wasrek is er niet, een serveerplank/rek zou trouwens ook niet gek zijn. Maria is er echter niet, zodat ik om beide zaken niet kan vragen. Tineke hangt haar handdoek daarom maar over het rekje en haar renkleding deponeert ze op de grond.
Voordat we gaan wandelen. Wat dat is het doel van onze eerste dag hier. In een souvenierwinkel kopen we nog een Engelstalig boekje over Pilion en twee kaarten en daarmee gaan we op pad. Eerst langs de boulevard en daarna verder langs de kust.
Daar staan in de wildernis drie mannen een paard te beslaan. Nou ja met zijn drieën? Een man doet het echte werk, een ander houdt het paard en diens poot vast en een derde probeert met een olijftak – waar dienen die anders voor - het beest kalm te houden.
Wij wandelen verder langs de kust, waar een Nederlands echtpaar - met camper – aan de koffie zit. We komen bijna vanzelf in Káto Gatzéa, een vissersdorp.
In het haventje aan het eind van het dorp liggen bijna net zoveel vissersboten als plezierbootjes. Vooraan het dorp zit de pappas op kosten van de plaatselijke bevolking te drinken en hij geeft goede raad. Die moet je opvolgen, zolang hij er zit. En daarna weer snel vergeten.
Helemaal aan het eind dreigen we vast te lopen. Niet omdat Tineke mijn alter ego ontdekt. Op een bestelbus.
Nee er is hier geen weg meer. Er zit niets op dan een stukje terug te gaan en dan een tussenweg te nemen. Of…
Een smal gangetje komt uit op een poort, die open is. We komen nu op het terrein van een resort: Rivera. Maar ook andere gasten blijken hier gewoon te mogen komen. Niet dat het nu veel zin heeft want men is aan het opbouwen. We lopen door over het terrein en komen via een grote (open) schuifpoort bij de doorgaande weg uit.
Als je in Káto Gatzea bent geweest, dan ga je ook naar het broertje of zusje. Daar ben ik nog niet uit. Ano Gatzéa, het hoger gelegen Gatzéa, zo gezegd. De weg slingert zich zo’n twee kilometer omhoog.
In het centrum staat een prachtige kerk, daarnaast een kafenion, maar dat is vanaf twaalf uur dicht. Een kalderimi leidt naar het spoorstation van Ano Gatzéa. Iets drinken daar? Vergeet het maar, want het is dicht. Misschien ten tijde dat het stoomtreintje hier langs komt, dat het dan open is, maar nu niet. Aan het eind van de kalderimi vind je een Olijvenmuseum. Gratis entree. Dat kan ik jullie makkelijk beloven. Want… Dicht. We kunnen nu wel over het spoor gaan lopen, lach niet hoe denk je dat de auto’s hier boven komen, maar dat doen we niet.
Ook doorwandelen naar Agia Triáda, waar boven op de heuvel een klooster ligt, doen we niet. Nog niet.
Waarom niet?
Omdat wij niet van die ervaren wandelaars zijn. Omdat wij nog niet van die ervaren Griekenland-gangers zijn. Die zorgen namelijk dat ze voldoende drinken bij zich hebben en niet een schamel klein flesje water per persoon. Die hebben ook eten bij zich en gaan niet zonder op pad. Nee dan wij: Geen brood, ligt in het appartement. Ook de krentenbollen hebben we daar achter gelaten. En nu ik toch bezig ben, een scherp mesje: thuis. Waterschoentjes: thuis.
En dat geldt niet alleen voor mij, die schoentjes, ook Tineke heeft ze niet bij zich. Niet daarom, maar vanwege onvoldoende drinken en ook heel belangrijk op alleen een ontbijtje wandel je hier niet zomaar door de bergen. Daarom gaan we terug. Over de weg en dan langs de hoofdweg, daar komen Káto Gatzéa weer tegen, waar Tineke snel een rol koek koopt, om iets in haar maag te hebben. We hebben dan iets verder terug al wat drinken gekocht. De laatste kilometers gaan bijna vanzelf; in mijn gedachten. Ik weet in ieder geval genoeg verbazing op te brengen voor de parkeerwijze van een automobilist hier. Nee, het was Henny niet. Maar wat deze presteerde. Dat kan ik slechts laten zien.
In het appartement eten we snel iets en zien dat Maria een wasrekje heeft bezorgd. Dat brengt Tineke op het idee om haar hardloopspullen uit te wassen. En op te hangen. Aan het begin van de avond heb ik telefonisch contact met Raema. De aswolk heeft zich teruggetrokken. Een kwestie van de wind. De meest zuidelijke poot strekt zich uit boven Spanje en loopt via Frankrijk, Zwitserland en Duitsland ook boven Polen. Niet iets om je druk over te maken. Het vliegverkeer heeft er momenteel nauwelijks hinder van, volgens Daniël. Hem zullen we maar geloven.
Na achten ga ik douchen en vervolgens gaan we uit eten. Bij Pagasitikos. Ook hier krijgen we een tsipouro. Daar hoort een hapje bij, dat is gebakken courgette. Dat krijgen we echter pas terwijl we ons voorgerecht al op tafel hebben. Verwarring alom. De courgetten hebben we niet besteld, gaat terug en krijgen we opnieuw.
Dat voorgerecht bestaat uit Xoriatiki en wij laten de Griekse salade volgen door een varkensschnitel (nee, ik ben niet in Duitsland) met Metaxa-saus en worstjes. Drinken een huiswijn dan wel een Kaiser en sluiten af met (van het huis) een Magnum. En dat allemaal voor de somma van 23 euro..

8 juni 2010

Tsipouro

Maandag 10 mei 2010
Het is spannend, weer een nieuw gebied ontdekken. Pilion, en wat we daar zullen aantreffen? Eigenlijk kan nauwelijks iemand uit onze vrienden- en kennissenkring daar iets over zeggen. Ja, Ankie en Johan zijn hier geweest, in Afissos. En zij hebben het ontzettend naar hun zin gehad. Zelf hebben wij – zoals al gezegd - gekozen voor het dorpje Kalá Nerá, iets noorderlijker aan de baai van Volos. En Kamèlia is drie weken ons huis.

Maar eerst moeten we er nog maar zien te komen, want het zijn toch wel rare tijden. Allereerst hebben we te maken met IJsland. Het gaat niet om de kredietcrises waardoor IJslandse banken zijn omgevallen. Nee het heeft te maken met de werkende vulkaan …..
Enkele weken geleden heeft de asregen, die deze vulkaan uitstortte het complete vliegverkeer platgegooid en ook nu weer zijn enkele vliegvelden gesloten. Vooral in Italië, maar ook in Zwitserland. Wij gaan weliswaar oostelijker, maar een asregensimulatie geeft aan dat de aswolken maandagmorgen boven Griekenland liggen. Als dat maar goed gaat. Cees Ootjers geeft ons echter een steuntje in de rug. Hij heeft berekend dat we erboven of eronder kunnen vliegen. Lekker hè, zo’n woordje kunnen.
We zetten in ieder gevval alle hulpmiddelen in om ons doel te bereiken. Salders komt ons ophalen met een (taxi)busje. Neemt ook nog twee vrouwen mee uit de Landgoederenbuurt en daardoor reizen we voor gereduceerd tarief.
We zijn tussen kwart over drie en half vier op Schiphol. Ruim op tijd dus. We hebben ons al ingecheckt en hoeven alleen maar onze bagage in te leveren. Het is echter een drukte van jewelste en ook de douane lijkt overuren te maken. Een scherpere controle dan ooit tevoren. Dat houdt in: Henk wordt zoals (bijna) gebruikelijk gefouilleerd maar ook zijn tas wordt op zijn kop gekeerd. De vele (fototoestel)batterijen hebben een belletje laten rinkelen. Vandaar.
Maar goed, ook daar komen we doorheen, snel een (Volks)krantje kopen. Het formaat is ook niet meer wat het is geweest. Voor een kop koffie en een broodje is eigenlijk nauwelijks tijd meer, daarvoor gunnen we ons ook geen tijd.
Toch blijkt die er ruimschoots te zijn, want het vliegtuig vertrekt ongeveer een half uur te laat. Problemen met de bagageverdeling, is de officiële lezing. Daaraan twijfelt Henk hard. De eerste piloot en zijn maatje komen gewoon te laat. Maar goed, als dat alles is. We vliegen, hebben geen last van de as en ook de boze Grieken, die miljarden moeten bezuinigen omdat de economie op haar gat ligt, hebben besloten om het luchtruim maar een dagje open te houden voor de toeristen die hun zuurverdiende euro’s in Griekenland komen uitgeven.
De vlucht gaat als een speer. In twee uur en nog eens drie kwartier zijn we langs Dusseldorf, München en Frankfurt gevlogen. Verder is Klagenfurt gepasseerd, hebben we Sarajevo onder ons gelaten en zijn via Skopje, Macedonië binnengevlogen om op het militaire vliegveld van Volos te landen.
Hier werd ooit gewerkt aan een nieuw luchthavengebouw. Maar dat werk is op een laag pitje gezet. Het geld kun je nu eenmaal maar een keer uitgeven. Het oude gebouw staat nog steeds overeind en daaraan zit een ijzeren kooi gekoppeld. De opvangplaats voor vertrekkende reizigers. Hier hebben we al eens voor aap gestaan en dat wordt straks ook weer ons lot als we over drie weken naar huis reizen.
Maar eerst nog naar Kalá Nerá en Kamèlia. De Ross-meiden Kim en Henny vangen ons op, de tassen laten heel even op zich wachten en ook het vertrek met de bus duurt iets langer dan normaal; kwestie van een gevalletje van reisschade afhandelen. En door al dat getreuzel slagen we er niet in om voor twaalf uur achter een glas frappé te zitten.. Die frappé smaakt overigens uitstekend bij het koffiecafé Naftilos.
Dan zijn we echter al wel door Maria ontvangen en hebben een boekje over Pilion, geschreven door Wilma Hollander, voor de somma van tien euro in ontvangst genomen.
We maken een korte wandeling door het dorp en doen bij een Supermarket snel wat boodschappen. Tineke is bekaf, over haar slaap heen, maar gaat wel liggen. Henk leegt zijn tas en gaat in de tuin zitten tikken, in afwachting van Henny de Ross-juf die aan Kamèlia is toegewezen.
Zelf wat plannen gemaakt, voor dagen dat we willen wandelen en aan een excursie willen meedoen, een auto huren en dat met Henny regelen. Onze hostess is van het ruige type. Dat hebben we al onderweg gemerkt. Haar auto is gebutst en waardoor? Ach er wordt hier niet op een deukje meer of minder gekeken, Als zij achteruit rijdt, zit ze tegen een muurtje aan en als zij onze tassen vanaf de boulevard naar Kamèlia brengt schuurt ze langs de trottoirband. En onverstoorbaar gaat ze verder.
Nadat ik ’s middags wat heb getikt, komt ze langs voor een kennismakingspraatje, maar wel aan de late kant. Omdat ik geen verhuurbedrijf in Kalá Nerá heb kunnen vinden tijdens onze wandeling huur ik een auto voor tien dagen, verdeeld in twee blokken.. En ik boek twee excursies, een toer door Pilion en een tocht naar Meteora.
’s Avonds gaan we uit eten bij Paris, vernoemd naar de jongeling die de schone Helena schaakte naar Troje. Daar hebben we gegeten en gelachen.
Laat ik maar met het eten beginnen. Met het eten. De broer/eigenaar van Paris, biedt ons een welkomstdrankje aan, een tsipoura en daarna starten we met een eenvoudige patzaria (schijfjes rode bieten). Tineke kiest voor een Gemista (gevulde tomaat en paprika, formaat kleine meloen) en krijgt er ongevraagd een bord slappe patat bij. Henkt vraagt om de Pastitsio, een ovengerecht met gehakt en pasta (zeer machtig) en drinkt er een Kaiser bier bij.
Als afsluiting krijgen van Paris nog een bordje met yoghurt en kers, verrukkelijk. En dat allemaal voor de prijs van nog geen twintig euro. Niet per persoon, all in.
Daarin zit begrepen de Hollandse bediening en een aantal glaasjes van de lokale, regionale tsipoura, die hier met anijs wordt gestookt.De broer/eigenaar drinkt gezellig met ons een glaasje mee, aan het begin en als afscheid nog twee glaasjes. Maar dat doet hij niet alleen bij ons, ook bij het tafeltje naast ons (twee dames ook uit Kamèlia) en daarnaast (ook al uit Kamèlia) en bij de andere tafeltjes, waar hij voor de bediening zorgt. En dat gaat dus de hele avond door. En dronken na afloop? Daar hebben wij niet op gewacht. Ik denk het niet. Een stel pikt de drankfles in en zet die onder hun tafel. Maar dat heeft hij feilloos door.
We gaan op tijd terug naar Kamèlia in ieder geval. Ik val daar al snel als een blok in slaap.

7 juni 2010

Naar Pilion

De keuze van Pilion is vorig jaar al snel gemaakt.
Allereerst, Griekenland moest het weer worden en ook nog eens het vaste land. Na Epiros en de Peloponnesos – en in een veel eerder stadium Oost-Tracië – viel nu onze keuze op Pilion.
Al eerder heb ik geschreven dat zoiets gewoon opkomt en dat is eigenlijk ook nu zo. De folder van Ross Holidays heeft ons ook nu weer over de streep geholpen.
Verder verhaalden Ankie en Johan – hebben we vorig jaar ontmoet in Kardamili – ook zeer enthousiast over dit gebied. Dus Pilion moest het worden.
Daarnaast was er nog een keuze van Kalá Nerá of Afissos. Een moeilijke keuze. De twee dorpen liggen beide aan de westkant aan de Golf van Volos en een kleine tien kilometer bij elkaar vandaan. Het echte aanwijzen lijkt wel een beetje op het wegstrepen van mogelijkheden. Toen eenmaal de keuze op Kalá Nerá was gevallen, was het daarna niet moeilijk om ons te richten op Kamélia. Aan de rand van het dorp, maar ook weer niet al te ver weg. Lekker rustig zo gezegd.
Pilion is toeristisch gezien nog redelijk onderontwikkeld. Zo gaan er slechts twee Nederlandse touroperators heen. Maar ook buitenlandse touroperators komen nauwelijks naar dit gebied, waar enkele campings zijn gevestigd. Voor trekkers is dit een ideaal gebied, zodat er nog wel wat toeristen met een camper of caravan Pilion aandoen.
Pilion behoort tot de provincie Thessalië, met hoofdstad Larissa. Het ligt verder in het district Magnesia.
De belangrijkste stad in Magnesia is Volos, met een kleine tweehonderdduizend inwoners. Maar ook een deel van de Sporaden hoort bij dit district.
Talloze oude schrijvers, zoals Homerus, hebben al geschreven over Magnesia. Van de vele oude steden uit de geschriften is niet veel meer terug te vinden, teruggevonden. Oudheidkundige opgravingen vind je vooral ten westen van Volos.
Net zoals veel gebieden is ook Pilion door allerlei andere volken. De laatste bezetters waren de Duitsers en daarvoor waren de Turken – heel lang – de baas.
Over dit gebied is weinig geschreven, zodat we er bijna zonder kennis heen gaan. Er is een Nederlands boekje, dat ik op internet heb gevonden en dat ik aanschaf. En ons straks in Kalá Nerá (bij Kamèlia) zal worden aangereikt.
Wat onze plannen zijn. Een bezoek brengen aan de Meteora-kloosters. En verder? Vooral veel genieten. Wij zijn heel benieuwd.