Posts tonen met het label Vakantie Pilion. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Vakantie Pilion. Alle posts tonen

11 juli 2010

Afsluiting

Deel 24
Goed dit was dus Pilion. Maar nu nog even wat feiten. Het schiereiland Pilion heeft wel iets weg van de laars van Italië, waarbij het gebied rond Trikieri dan vergeleken kan worden met de voet. Pilion behoort tot het district Magnisia.
Die naam duikt vooral op tijdens het eten, bij het bestuderen van de papieren kleedjes, waarmee de tafels worden gedekt. Want deze kleedjes zijn overal hetzelfde en dan zie je het district in al haar glorie liggen. Samen met de Sporaden; de eilanden Skiathos, Skopelos en Alonissos. Eilanden die we in omgekeerde volgorde al eens hebben bezocht.
De stad Volos (150.000 inwoners) - met een Nederlands consulaat - is de belangrijkste stad in dit gebied, maar niet de hoofdstad van de provincie Thessalië, waar Magnesia onder valt. De hoofdstad daarvan is Larissa. Thessalië grenst overigens in het westen aan de provicie Epirus en onze volgers weten dat wij daar (Parga) goede herinneringen aan hebben.
Pilion is absoluut niet toeristisch en wie rust zoekt, kan hier goed aan zijn trekken komen. Prachtige wandelingen maken. Er gaan slechts twee Nederlandse touroperators naar dit gebied en buitenlandse touroperators zijn er ook nauwelijks. Verder trekken er wat mensen met een caravan of camper rond.
Het feit dat er weinig toeristen komen, betekent niet, dat het gebied ook gigantisch is achtergebleven. Er is wat (leisteen)industrie en de alom aanwezige olijfbomen zorgen voor een kleine bron van inkomsten. Daarnaast zijn er diverse plekken met kassen en, zoals in een van de stukken ook al aangegeven, behoort Pilion tot de Griekse wintersportgebieden. Niet overal, maar in het bergachtige noorden wordt er geskied en worden er in de winter skipistes uitgezet.
De archeologische vindplaatsen zijn vooral rond Volos gelegen. Het verhaal van Iason heb ik al aangehaald en ook heb ik kort verhaald over de centaurs. Echt veel excursiemogelijkheden zijn er niet in Pilion. Je kunt met een rondreis mee, naar Meteora en je kunt een boot huren of naar de Sporaden toe. Maar dat moet je dan wel zelf regelen. Daar is overigens niets mis mee.
Pilion heeft een paar grote stranden, maar het leukst zijn natuurlijk de kleine baaien. Wel zorgen voor genoeg eten en drinken, want strandtentjes ontbreken zeker bij de kleine strandjes en alleen bij de grotere (strand)plaatsen is eten en drinken goed geregeld. Bij de restaurants ben je niet duur uit. Dat komt onder andere doordat de goederen niet over zee vervoerd hoeven te worden. Dat was in Parga en de Peloponnesos ook zo, maar daar waren de prijzen een stuk duurder. De benzineprijs in Griekenland is flink gestegen, schrik daar dus niet van, na het huren van een auto.
In Pilion heb ik weer veel aardige mensen ontmoet, een journalist uit Volos, een vereniging die zich inzet voor de oude gebruiken en wapenuitrustingen. Maria, de hostesses Henny en Kim, Nederlandse toeristen en nog veel meer.
Ik kom nu toch echt aan de afsluiting. Een soort verantwoording. Geen verantwoording voor mijn daden. Maar meer een verantwoording voor waar ik mijn gegevens heb betrokken, zodat wij deze toch wel bijzondere vakantie, met slangen, geiten, orthodoxe doop, paardenzegening etc. tot een goed einde hebben kunnen brengen. Via de mail hebben onze volgers al het een en ander kunnen lezen.
Maar goed daar gaan we dan. Op internet is het nodige over Pilion te vinden. Opvallend dat mensen/reizigers veel dingen hetzelfde opsommen. Alsof ze geen eigen fantasie hebben. Het is bijna allemaal uit dezelfde boekjes gehaald. Niet dat er veel boekjes over Pilion zijn geschreven. Via internet is bijvoorbeeld ‘Een Hollandse Kijk op Pilion’ te bestellen. Dit boek is geschreven en in eigen beheer uitgegeven door Bouquetreeks schrijfster Wilma Hollander, die in Kalá Nerá woont.
Verder heb ik heel veel gehad aan ‘Discover Pelion – Volos’ in het Engels. Een handzaam boekje van Stella Kaloudi, uitgegeven door Around Greece, dat ook de websites aroundgreece.com en aroundpelion.com beheert.
Van Ross heb ik het prachtige boek Griekse Ambachten door de Eeuwen Heen, ontvangen. Dit boek is geschreven door Dionysis Karatzis en uitgegeven door Topio in Athene. Hierin beschrijvingen over de scheepstimmerman in Aghia Kyriaki en een bakker in Lafkos.
Aan mijn Griekenlandbijbel ‘De schaten van Griekenland’, uitgegeven bij Kosmos, heb ik ditmaal niet zo heel veel gehad. Toch heb ik er op archeologisch gebied wel iets uit kunnen halen.
De Meteora-kloosters liggen niet in Pilion, maar zijn met eigen vervoer of via een excursie te bezoeken. Boekjes over Meteora zijn er ook in het Nederlands, met overzichtskaart en gravures. Ik heb gebruik gemaakt van het boekje van Theocharis Provotakis, uitgegeven bij Toubi’s uit Athene.
In het klooster van de Great Meteoron kun je diverse boeken aanschaffen, zelf heb ik het boek over de architectuur meegenomen. Dubbeltalig: Grieks-Engels. De teksten zijn van Soterias Tzimas, uitgegeven door Protype Thessalian Editions in Trikala.
In Kalabaka heb ik het boekje Heilige Kirche “Heimgang Marias”, geschreven door Ioannou Pispa en uitgegeven door Foio Sotoixeiothesia in Melissa.
Bij de welkomstbrief van Ross, zat ook een kaart van Pilion, met daarop een goede kaart van Volos. Verder vooral gebruik gemaakt van de wegkaart nr. 33 van Road Editions.
Voor het wandelen is de Topo 25 4.31 met het centrale gedeelte van Pilion erg handig. Ook zijn er kaarten (die wij niet hebben gebruikt) van Mount Kisavos, Noord Pilion – Mavrovouni en van Zuid Pilion. Allemaal uitgegeven door Anavasi uit Athene.
Als laatste wil ik nog even het boek Griekse Mythen aanhalen. Dit boek is geschreven door Robert Graves en uitgegeven door Olympus.
Genoeg over Pilion. De vakantietijd voor menigeen is aangebroken. En wij gaan ons binnenkort maar eens buigen over onze volgende trip: naar de Cycladen.
Het volgende stuk op dit blog wordt echter een tranentrekker.

9 juli 2010

Thuis

Deel 23 maandag 31 mei 2010
De tijd is omgevlogen. Een goed teken. Maar het is ook genoeg geweest. Drie weken Griekenland vinden wij voldoende. Bovendien hebben we dan ook weer om iets naar uit te kijken. Voor het najaar.
Nu is het nog een keer ontbijten. In de keuken, tegenover elkaar. Het gaat net. De ruimte van dit appartement is aan de kleine kant, anders dan we hadden verwacht en de ruimte is ook kleiner dan van andere appartementen. Daar hoort Ross rekening mee te houden. Dat zullen we ze ook mailen.
Na het ontbijt de laatste rommel opruimen, restjes weggooien en enkele dingen zoals water laten we staan. Voor Maria. Die ontmoet ik onderweg en ik draag het gedicht aan haar voor dat ik speciaal voor haar heb gemaakt. Inspelend op de gesprekken die we in de tuin hebben gevoerd.

H Maria

try to forget
all your problems
cause also in Kamèlia
you can hear it
Summertime
and the living is easy


H Maria
sing this song
every day
and the sun will shine
in your heart too
even you are alone
Summertime
and the living is easy


So
H Maria
don’t worry
forget your problems
and when you sing
Summertime
You will remember
always This Moon


In de tuin verschijnt Maria later ook als ik de tassen naar buiten heb gezet. En de rest van de vakantiegangers die naar huis keren, komen niet veel later ook. Een complete tassen/kofferparade ontstaat.
De tassen en koffers worden, door Henny in een auto naar de boulevard gebracht en daar verschijnt ook de bus naar Volos. Een redelijk volle bus, mag ik wel zeggen. Er gaan veel mensen naar huis. Sommige zijn maar een weekje geweest, hebben deelgenomen aan een wandelvakantie via Ross en anderen, zoals wij, keren na drie weken terug naar huis.
De busreis naar het vliegveld van Volos, dat in het echt naar Neos Aghialos is genoemd, gaat er heel rustig aan toe. Dat heeft uiteraard te maken met het vroege uur. De hostesses voelen dat goed aan en geven de laatste reisinformatie pas vlak voor we het militaire vliegveld bereiken door.
Opvallend hier is dat de controle er een stuk minder streng is dan bijvoorbeeld op Schiphol. Water meenemen. Geen enkel punt. Wel even een slokje nemen, want de douane wil wel zeker weten dat er geen sterk (explosief) water mee de lucht in gaat, zodat we allemaal veilig de lucht in gaan.
Ach en de kooi, waarin we terechtkomen, valt ook wel mee. De kooi is er in ieder geval nog steeds. En doordat het nog niet al te heet is, komen we die tijd ook wel door. Het vliegtuig vertrekt op tijd en moet nog een kleine omweg maken vanwege militaire aanvliegroutes op weg naar het eiland Kefalonia, waar we een tussenlanding maken. Even wachten in de lucht, voor we de landing in mogen zetten en dan is het ook snel gepiept.
Op Kefalonia wordt de Boeing getankt en schoongemaakt en daarna op weg naar Schiphol. Alweer een vlotte reis, een beetje turbulentie maar verder geen problemen en keurig op tijd landen we. De tassen zijn er bovendien razendsnel en ongeveer een half uur na de landing zitten we al in de trein naar Almere. Sneller kan toch eigenlijk niet.
In tegenstelling tot onze vorige reizen worden we nu niet afgehaald van het station, maar moeten de bus nemen. Het laatste stukje lopen we en worden ingehaald, opgehaald is beter, door Raema en Daniël.Thuis, meteen de wasmachine aan met de eerste was.
Ook deze vakantie zit er weer op.

7 juli 2010

Gigantes

Deel 22 zondag 30 mei 2010
De laatste volle dag. Ik heb geen haast om naar de bakker te gaan. Maar als ze om half negen al beginnen met grasmaaien wordt Tineke toch ook wakker en is het tijd om er maar uit te gaan. Ik neem afscheid van mijn vaste bakker omdat we morgenochtend vroeg weg moeten en keer terug naar Kamélia, kook twee eitjes en zet de rest van het ontbijt vast klaar beneden in de tuin.
Rustig aan, volgens het Griekse principe van siega, siega. De tijd hier in Kalá Nerá is voorbij gevlogen, vliegt nog steeds voorbij.
Begin van de middag vertrekken we naar het dorp. Het is bewolkt, klam ook. En het wordt niet superdruk op het strand. Zoals al eerder vermeld, ook de Grieken kunnen hun geld maar een keer uitgeven en zij blijven steeds vaker thuis. De stadslui uit Volos verkassen niet langer ieder weekend naar de stranden en die vanuit Athene gaan niet ieder weekend naar hun vakantiehuisje in Pilion of waar dan ook.
Op het terras van Enalion drinkt Tineke een frappé en ik neem een nescafé, wij krijgen er automatisch al koek en andere zoetigheid bij. Toch willen wij afsluiten met Grieks gebak en dat doen we dus ook. Ontspannen, niets moeten en alles mag.
En zo wordt het langzaam maar zeker een dag met een gaatje. Dat gaatje wordt vooral gevuld met lezen, en opruimen. Restjes weggooien, tassen alvast inpakken. De laatste dingen komen morgenochtend wel.
Ontspannen, onthaasten van een vakantie waarin we toch wel weer veel hebben gezien en gedaan.
’s Avonds nog een keer naar het dorp. Nog een keer eten. Gigantes met Keftedes. Verrukkelijk. En dan afsluiten, de mensen van Pagasitikos bedanken voor hun gastvrijheid. Ook zij moesten wennen aan het vakantieseizoen.

6 juli 2010

Doop

Deel 21 zaterdag 29 mei 2010
Wandelen of? De laatste zaterdag in Pilion. We kiezen ervoor om naar Volos te gaan met de bus. Op zaterdag zijn er aangepaste reistijden. Vanuit Kalá Nerá vertrekt de bus om elf uur. Tijd genoeg om naar de bakker te gaan, ontbijt te maken, vaat te doen en de auto in te leveren. Die komen ze overigens halen, zonder zich bij ons te melden. Hoe dat met betalen gaat?
Als we naar de bushalte vertrekken – bij de bakker aan de hoofdweg – weten we dat nog steeds niet. De bus is lekker vlot. We stappen - op mijn verzoek - vooraan in Volos uit. Niet om naar het archeologisch museum te gaan, maar gewoon om lekker langs de kust te lopen. De Aghia Triada is open en heeft een aparte ikonostase. Alles heel modern en licht. Langs de kust staat een aantal hotels met zwembad, waarvan druk gebruik wordt gemaakt. Het lijkt wel iets op het hotel waarin wij in Alexandropouli hebben gelogeerd, al bijna een mensenleven terug. Zo voelt dat althans.
Aan de rand van de hotels, zijn wat strandjes. Het contrast is bijna schrijnend. Moeders met kinderen, ouderen, armoezaaiers? We lopen over een smal pad en arriveren bij de Agios Konstantinos. Ook die is open. Hier is het druk. Buiten staan veel mensen. Binnen is net een doopplechtigheid geweest. Jammer?
Nee, want de rode versiering wordt opgeruimd en maakt plaats voor roze versiering. Er volgt nog een doop, een orthodoxe doop. Van de schone Helena. En dat is toch iets aparts. Ook dat hier – zeker in deze kerk – niet naar kleding wordt gekeken.
De schouders onbedekt, Daar kijkt niemand van op. De dames lopen hooggehakt, de rokken zijn soms superkort. De vader regelt en regelt. De moeder heeft vooral oog voor de camera. De peettante (een zusje van de vader) volgt gedwee in alles, en is apetrots, voelt zich soms echter ook wat ongelukkig als de dopeling het op een brullen zet en bijna niet is te stoppen.
De hulppriester is geduldig, in alles. Maar ook de (doop)pappas is een schatje. De mensen in de kerk zijn bijzonder vriendelijk voor ons. Geven ons alle ruimte om te kijken en foto’s te maken. Tineke krijgt een mooi zilveren speldje met wit lint opgespeld. Zij is erbij geweest.
Driemaal gaat Helena kopje onder, het gezelschap maakt ook driemaal een rondje rond het doopfont. En als alles achter de rug is krijgen de aanwezige kinderen allemaal een cadeautje en de volwassen een ijsje. Wij trekken ons via een zijdeur terug. Verheugd dat wij dit hebben mogen meemaken. Dit is voor ons een cadeautje.
We wandelen langs het Konstantionospark waarin diverse beelden staan opgesteld en besluiten vervolgens om door te steken naar Ermou, de winkel/wandelstraat van Volos. Hier is het bij de cafés bijzonder druk. Er is geen plekje meer vrij.
Tineke heeft trek gekregen en wil iets eten. Ik zie in de zijstraatjes wel enkele eetgelegenheden, maar (omdat Tineke voor mij uitloopt) gaan we daaraan voorbij. Uiteindelijk lopen we terug naar de haven en kiezen voor een plekje bij O Giorgos. Ook hier hebben de Grieken niet alles wat erop het menu staat. Hier zijn verschillende redenen voor. Het is nog vroeg in het (vakantie)seizoen, er zijn minder toeristen dan normaal en de Grieken zelf hebben minder te besteden. We eten saganaki (Henk) en garnalen (Tineke).
We hebben nog tijd zat en gaan op souvenirjacht. Dat valt niet mee, zeker niet op de Ermou waar de rust terugkeert. De Agios Nikolaos Mitropoli staat in de zon te schitteren. Veel winkels zijn al dicht. De zitjes bij de cafés worden opgeruimd. Voor later. We lopen maar weer terug naar de haven en Tineke ontdekt boven een taveerne het Nederlands consulaat in Volos. Bewijs dat dit voor Nederland toch een redelijk belangrijke stad is. Het waarom? Daar blijf ik het antwoord op schuldig.
Omdat we nog tijd genoeg hebben gaan we nog een keer langs bij het prachtige Joodse monument en wippen even aan bij het treinstation van Volos. Net als de stationnetjes van Miliés en Ano Lexónia overheerst hier de kleur geel. De gebouwtjes hebben bovendien allemaal ongeveer dezelfde bouwstijl. Die van Volos is uiteraard groter.
Op het terrein staan bovendien een aantal totaal verroeste locomotieven gestald. Klaar om gesloopt te worden? Of worden ze opgeknapt voor een tweede leven als stoomtrein.
Achter het station is de Plaia Volos, een van de opgravingen hier. Of zijn de kruiken misschien ingegraven voor argeloze toeristen, die overal in geloven. Er liggen immers ook flesjes cola en andere frisdrankflesjes. Toch niet echt iets uit de oudheid.
Nou het wordt tijd om naar het busstation te gaan. We hebben nog ongeveer twintig minuten voor de bus vertrekt. Ik koop de kaartjes (3,20 euro), terwijl de temperatuur in de schaduw oploopt naar 29 en zelfs 30 graden Celsius. De bus naar Neoxori vertrekt als eerste, van de bussen die naar het zuiden van Pilion gaan. Een geparkeerde bestelbus zorgt onderweg voor oponthoud. Met de parkeerregels neemt men het in Griekenland niet zo nauw. Maar oh wee, als het fluitje van oom of tante agent klink… In Agria moet de bus slalommen, omdat een deel van het dorp is afgesloten vanwege een autorally die hier start en finish heeft. Het is de laatste onderbreking op weg naar Kalá Nerá.
Bij Kamèlia zitten diverse medelanders in de tuin, met Maria. Ik wacht op Henny om te vragen hoe het nu eigenlijk zit met de auto. Zij zegt dat alles in orde is en heeft het reçu van de verhuurder bij zich. Dat werpt toch wel enkele vraagtekens op betreffende de betrouwbaarheid van het gebruik van creditcards, want hiervoor hebben wij geen toestemming gegeven. In Nederland toch maar eens informeren.
Aanvankelijk hebben we het plan om bij Kanarinia te gaan eten, maar we laten dat varen en besluiten om even na negenen naar Pagasitikos te gaan. Door bestellen we in de keuken. Tineke kiest voor lamb met aardappels en ik krijg de imam, de laatste die er vandaag nog is. Oh, gebakken courgette vooraf en een Fischer als drinken, terwijl de mini-magnum als toetje wordt geserveerd. De allergie steekt weer de kop op, maar Tineke weet et redelijk te onderdrukken, terwijl de Eurovisiesongfestivalgeluiden (wat een woord) door de geluidsboxen schallen en de beelden van een groot beeldschermen flikkeren. Laat maar.

4 juli 2010

Zwemmen

Deel 20 vrijdag 28 mei 2010
De tijd gaat nu snel. Het is de laatste dag dat wij de auto tot onze beschikking hebben. Maar eerst naar de b… voor een brood. De jam gaat op, het laatste beetje wordt uit de pot geschraapt. Zo komt aan alles een einde. Voor veel dingen en plaatsen in Pilion is geen tijd meer. Nog een keer terugkomen? Ik denk het niet. En gebeurt het wel dan is het vermoedelijk om ook nog eens plaatsjes als Afétes te bezoeken, tussen Korópi en Afissos. Een lieflijk dorpje tegen de helling aangeplakt, dat vroeger de Slavische Niáou (Sheepfold) droeg en nog een werkende olijfpers heeft, de oude Aghia Giannis-kerk, die in 1802 was gebouwd door Dimos Zapionitis, met een prachtige houten ikonostase en fresco’s aan de muur, maar ook de oude bruggen moeten iets bijzonders zijn. En zo zijn er nog wel meer plekjes om te ontdekken en te bekijken.
We, Tineke eigenlijk, kiezen nu voor een tripje naar de zuidpunt. Een bekende route waarvoor ik de kaart niet meer hoef open te slaan. Net onder Milína stoppen we aan de kust, bij een van de vele vissershaventjes. Iets verderop naar het zuiden liggen de zeiljachten van commerciële clubs en particulieren. Ook zijn hier nog enkele campings gevestigd, om mensen met hun sleurhut of camper een slaapplaats aan te bieden. Ze maken gebruik van de beschutting van het Alatas-eiland in de Ormos Valtoúdi.
Op de flanken van Tissaío-bergen, met de top Korifës (620) worden veel geiten gehouden. En als je verse geitenkeutels – nog niet platgereden door de auto’s – ziet liggen, hoed je dan, neem gas terug, want de kans dat je midden in een kudde geiten terechtkomt is niet ondenkbeeldig. Natuurlijk kun je extra gas geven, omdat je trek hebt in een maaltje verse geit, maar de geitenhoeder zal je dat niet in dank afnemen.
Op weg naar Tríkeri kom je langs Kóttes. Op een zonnige dag even de afslag nemen kan geen kwaad. Dit dorpje helpt mee om de bewoners van Tríkeri van vis te voorzien. Er zijn diverse mooie taveernes aan het water, maar bovenal is het er stil. Een enkeling gooit zijn/haar klosje garen uit in de hoop een visje te verschalken. Aan de waterkant snijdt een man een tonijn in moten.
De katten liggen er loom bij, die hebben hun portie al gehad of weten zich verzekerd van een maaltje, want zij bedelen niet. De meeste toeristen rijden er doorn. De Byzantijnse Aghia Apostoli dateert uit 1800. Hier in Kóttes zijn gebruiksvoorwerpen gevonden uit de Stenen tijd en er staan nog enkele huisjes uit de Romeinse periode.
Nou Tríkeri geloven we wel. We hebben er al twee keer doorheen gereden en doen dat ook nu. Misschien iets voor een herhaald bezoek aan Pilion? Het einddoel is Aghia Kiriakí, aan Ormos Trixeríou. Op de parkeerplaats boven het dorp maakt Tineke een stop en ik wandel zonder vrees en blaam via een pad naar beneden en kom aan de achterzijde van de scheepswerf terecht.
Tineke wacht vol ongeduld op mijn terugkeer. Zij heeft zichzelf op het terras van Manolas een maaltje vis (sardientjes) beloofd. De Fisheggsalade is er niet, wel tonijnsalade, die in de praktijk slechts stukjes tonijn in olie gedrenkt blijkt te zijn. Mijn saganaki wordt een stuk féta uit de oven en versierd met wat tomaat en paprika. Met het drinken zijn we toch bijna twintig euro kwijt voor dit koningsmaal. De restjes zijn voor de kat, die er haar buikje aan vol eet.
Wij proberen de nieuwe weg en moeten daarvoor door Aghia Kirakí laveren.
De hoek aan het begin van het dorp geeft nog wat problemen en daarna is het rustig doorrijden, vooral omdat er geen tegenliggers komen. Passeren is hier niet te doen. Het laatste stuk – bij enkele woningen in aanbouw - is nog niet geasfalteerd voor we bij een parkeerplaats komen, een grote parkeerplaats om de drukte van het zomerseizoen op te vangen. De nieuwe weg is een stuk korter en even later vraag ik aan Tineke om langs de kant van de weg te stoppen. Bij Panaghia-kerk, aan de Paralia Panaghiá.
Een geitenhoeder put hier water voor zijn dieren, die zoals bijna overal vrij rond lopen. Een mager hondje houdt de wacht. De hoeder crosst even later om zijn motor tegen de steile helling omhoog en wij hebben het rij alleen. Met de dieren. Het water is heerlijk warm. De kust loopt snel af. Tineke vindt het heerlijk om te lezen en is daarom al snel weer terug (op aarde).
Ik zwem en zwem, eerst een stukje naar links en daarna terug. Niet te ver gaan, waarschuwt mijn lief. Nee, ik zorg dat ik vlak bij de kust blijf. Ik zeg er echter niet bij dat ik van plan ben om in ieder geval de lengte van het strand af te zwemmen, voorbij het wit geklakte kerkje. De geiten dwalen naar beneden en laven zich aan het zoute water.. Wat heeft het waterputten dan eigenlijk voor zin. Ik zwem verder, langs de rotsen, tot een stuk dat wit is uitgeslagen door gestorte kalk. Nog maar iets verder, op mijn rug, tot ik op een omhoog stekende rots beland. Even de schrik, een lichte paniek zelfs. Maar ik kom er heelhuids vanaf en zwem door, alsmaar verder. Tot de kaap.
Ik hoor fluiten. En nogmaals gefluit. Ik hang tegen de rotsen, probeer er op te klimmen, haal mijn hand open, zo scherp zijn ze. Tineke ziet mij niet, geroep. Ik antwoord dat ik eraan kom. Dan is het goed. Ik steek (althans dat probeer ik) de baai diagonaal over. Net voor het strand verschijnt onverwacht een klein bootje. Waar die zo snel vandaan is gekomen? Ik heb echt geen idee.
Terug bij het beginpunt laat ik me opdrogen in de zon. Wat is dit Griekse leven goed. Maar eeuwig hier blijven? Nee, toch maar niet. Omkleden en terug, lopend langs het kerkje en als we bijna boven zijn komt ook de geitenhoeder al ronkend.terug.
Op de terugweg koop ik bij een kiosk in Milína nog wat water en citroenlimonade. Tineke vindt dat prik maar niets. Onderweg nog even tanken, slechts voor tien euro, zodat de verhuurder ons geen verwijten kan maken. De benzineprijzen schommelen hier wel heel erg. Bij Trikíri zien we een bedrag van 1,63 en even voorbij Kato Gatzéa kun je voor 1,41 al terecht. Bij de meeste plaatsen ligt de benzineprijs euro95 zo tussen de 1,51 en 1.56.
In Kalá Nerá doen we nog een keer boodschappen en zetten daarna de auto weg. Die wordt morgen weer opgehaald. ’s Avonds eten we bij Paris, inclusief welkomstdrank. Tineke kiest voor (een doorgekookte) Briam. Henk eet een arnaki en samen hebben we een taramosalata vooraf. Het toetje? Dat laten we. Of er nog wensen zijn vraagt de Hollandse kelner. Ja, snel de rekening, want Tineke heeft weer een allergische reactie. Dat heeft ze hier wel vaker. Niets ernstigs, maar er zit iets bloeiends in de lucht. En dan loopt ze helemaal vol. Op weg naar ons appartement is dat al weer over. Gelukkig maar. De volle maan komt ook net kijken. Zo zie je maar alles komt weer op zijn pootjes terecht.

3 juli 2010

Balkon van Volos

Deel 19 donderdag 27 mei 2010
Opnieuw vroeg wakker en lezen. Voor ik naar de bakker ga en het ontbijt verzorg. Tineke stelt voor om vandaag de rit naar het noorden te maken. Prima, ik bekijk de kaart en zie dat het niet helemaal nodig is om volledig rond te rijden, langs de oostkust en dan naar beneden. Wel moeten we door Volos rijden. Die door mij uitgestippelde weg is echter niet noodzakelijk. Dat zie ik als we de weg - voor ik er erg in heb – voorbijrijden en zie dat we door rechtdoor te rijden langs het stadion van Olympiakos Volos op de ring uitkomen. Dat is ook goed. Daar zal ongetwijfeld een aanwijzing te vinden zijn voor de weg naar Makrínitsa of Xánia. De aanwijzing Zagorá is ook goed.
We verlaten Iolkos en op de grote weg worden de afslagen prima aangegeven. Daarna heel rustig rijden en de aanduiding (op kleine bordjes) naar Makrinítsa volgen. De berg opent zich voor ons. En dat geldt ook voor het dorp. Dit dorp wordt wel het Balkon van Volos genoemd. Het waarom wordt niet alleen van beneden naar boven kijkend duidelijk, maar ook als je vanuit de top van het dorp je blik langs de woningen naar beneden laat gaan.
Daar ver in de diepte ligt Volos, een compacte stad, die in 1955 door een aardbeving is verwoest en daarna volgens een Amerikaans principe – met rechte elkaar kruisende wegen – weer is opgebouwd. De pier en de havenblokken zijn ook heel goed zichtbaar.
Parkeren op een van de grote parkeerplaatsen buiten het dorp wordt ons aangeraden. Dus wordt de auto snel aan de kant gezet, lopen we langs de Magdalenakerk, door twee bochten en dan… Stop. ‘Zo zijn we nog wel een uurtje bezig’, zegt Tineke. Heel terecht, die opmerking. Het hoogteverschil tussen de benedenwoningen en de top bedraagt maar liefst 350 meter. En dit wandelend afleggen kan toch niet de bedoeling zijn. Voor ons heel ver in de hoogte ligt het centrum. We wandelen terug en halen de auto op. Dichterbij het centrum moet ook parkeergelegenheid zijn. En dat is er ook.
Busladingen mensen worden er hier gedropt. Vooral vrouwen en kinderen. Voor de bussen is zelfs een apart keerpunt ingericht. Op het pleintje, vlak voor je het centrum inloopt, zetten wij de auto neer. We worden bijna naar de Plateia gedragen. Volg het grote aantal souvenirwinkeltjes en je komt vanzelf bij de eeuwig stromende fontein.
De vier leeuwenkoppen op de fontein dateren al uit 1809.
De Magdalenakerk had ik al genoemd, verder zijn er nog kerken voor de Heilige Maagd Maria, Athanassios, Nikolaos en Georgios. De belangrijkste kerk staat naast de oude plataan op het plein. De kerk van Johannes de Dooper, die in 1800 is gebouwd volgens de normen die in Pilion golden. Behalve de oude houten ikonostase is er een prachtige wandschildering, met het hoofd van Johannes op een schaal.
Ook de buitenkant van het kerkje ziet er met enkele schilderingen en versieringen mooi uit.
De zoektocht naar het huis met de wandschildering van Theofilos loopt op niets uit. Vermoedelijk gaat het om de taveerne met de naam van deze schilder afkomstig van Lesvos. Die taveerne is echter dicht.
In het oude patriciërshuis van de familie Topali is tegenwoordig een museum ingericht. Een folkloristisch museum. Toen de familie het huis om die reden aan de bevolking schonk waren er iets meer dan 300 voorwerpen, dat aantal is nu vervijfvoudigd. Je ziet er oude wapens, oude gebruiksvoorwerpen, munt- en papiergeld, kleding meubels, maar ook enkele hedendaagse schilderijen.
Genoeg over Makrinítsa. Door naar Portária, waar we enkele tomaten kopen en enkele bekende kunstwerken zien hangen. Kunstwerken die horen bij een serie, waarvan een deel ook bij Naomi en Martin aan de muur hangt. De prijzen hier zijn ons te gortig, dus we laten ze rustig hangen. Sorry kinders, maar volgend jaar nemen jullie zelf maar iets mee uit Molyvos.
In het begin van de twintigste eeuw was hotel Theoxeni het meest luxueuze en grootste hotel van de hele Balkan. Tegenwoordig heeft Portária een groot deel van haar commerciële glans verloren. Het dorp dankt haar naam aan het klooster van de Maagd Maria van Portareas. Veel van de patriciërshuizen zijn omgebouwd tot hotel op appartementencomplex. Die huizen zijn gebouwd door Grieken die hun land zijn ontvlucht tijdens de Turkse overheersing en hun heil hadden gezocht in Egypte.
We trekken door naar Xánia. We klimmen naar een hoogte van ongeveer twaalfhonderd meter. Links liggen de grote jongens met namen als Pyrgáki (1303), Pliasídi (1547), Aidonáki (1533) en daarachter ligt nog Pourianós Stavrós, ook wel Xefórti genaamd met een top van 1624 meter. Dit is Mount Pilion het gebied van de centaurs.
Xánia is vooral een skidorp, iets ten zuiden ligt de Agriólefkes (1470), met diverse skihellingen. De afslag naar Drákia kom je al eerder tegen en missen we compleet. Als ik dat door heb, heeft Tineke geen zin om weer omhoog te rijden. Het was aanvankelijk de bedoeling om via Drákia naar Agriá te rijden en via dit fruitgebied een plekje langs de kust op te zoeken om te gaan zwemmen. Nu rijden we echter door naar de oostkust naar Makriráchi.
Dit bergdorp staat bekend vanwege haar bloemen; gardenia, magnolia en camelia. Verder is het de toegangspoort naar de stranden van Saránda, Bánikas, Pláka en het beroemde Aghia Ioánnis. Wij moeten echter door en passeren ook Kissós met zijn mooie watervallen en doen ditmaal drie dorpjes van Tsangaráda aan voor we via Miliés terugkeren naar ons appartement. Tineke is het duidelijk zat. Een hele rit, vol draaien en keren. Niet zo gek dus dat het avondeten ditmaal bestaat uit wat brood en een cup-a-soup op de kamer.