Maandag 14 juli 2008
Ik ben opnieuw vroeg wakker en besluit om ditmaal wel een ochtendwandeling te maken door het dorp. Het zonnetje lacht me toe en mijn fototoestel gaat mee. Ik wandel nu door straatjes die ik nog niet ken.En ook op deze vroege morgen leer ik weer iets. De huizen op Ameland kosten een lieve duit, maar voor de restauratie kunnen de huizenbezitters een beroep doen op subsidie van monumentenzorg, die daar rijkelijk mee strooit want monumenten moeten in ere worden gehouden.
Verder is niet iedere commandeurswoning een echte commandeurswoning. Een rij ‘muizentanden’ betekent dat hier slechts een stuurman woont. Twee rijen gekantelde stenen geeft aan dat de bewoner de kapitein/commandeur is van een walvisvaarder.
Ik ben op tijd terug bij hotel Hofker om twee mensen om acht uur bij de bus uit te zwaaien. Ik sta gelukkig niet helemaal alleen. Er is er nog een vroeg haar bed uitgekomen met hetzelfde doel. Twee anderen willen op dat tijdstip ontbijten, maar krijgen nul op het rekest. De ontbijtzaal gaat namelijk pas een half uur later open en weer een kwartiertje later hebben we toch afgesproken gezamenlijk te ontbijten. Een tijdstip waarop de boot naar Holwerd net is vertrokken, zodat ik de vroege vertrekkers niet bij de kade kan uitzwaaien.
Een van de politieagenten die hier speciaal voor de zomer op het eiland zijn gestationeerd en in Hofker verblijven, gaat op pad. Zijn nachtdienst zit erop, maar dat is voor hem geen reden om meteen tussen de lakens te schuiven. Nee, eerst nog even wat aan de conditie doen middels een stuk hardlopen. Een uurtje later, nauwelijks bezweet, keert hij terug. Een prima conditie, dat straalt hij helemaal uit en zo ziet hij er ook uit.Niet iedereen haalt de afgesproken ontbijttijd. Zoals ik al had opgemerkt de groep is veranderd. Van samenstelling en qua sfeer. Vreemd? Nee, uiteraard niet. In de sport gaat het bijvoorbeeld exact zo. Eén versterking moet moeiteloos in de groep passen, bij meerdere veranderingen tegelijk ontstaat een nieuw team en daarbinnen moeten nieuwe afspraken worden gemaakt.
Voor we op pad gaan, maken we onze kamer leeg en stallen de tassen in de gang. Zeven man fietst er naar Buren. Twee komen iets later. Drie gaan er naar het strand, eerst bij Buren en later naar Nes. Vier gaan er wandelen en dat kwartet na ongeveer een halve kilometer uitgebreid tot een sextet. Nee, geen seks. Een sextet. We hebben gekozen voor een tocht uit het boekje Wandelroutes op Ameland van de VVV Ameland.
De route is uitgezet door een kantonnier van Rijkswaterstaat. De Bureblinkertroute begint bij het parkeerterrein aan het eind van de strandweg en wordt aangegeven door paaltjes met witte kop. Dat blinkert staat voor een hoog duin waarvan het witte zand in de zon blinkt. Logisch toch? Op Ameland zijn er drie van die blinkerts: van links naar rechts de Ballummerblinkert, de Bureblinkert en de Oerdsblinkert.We bereiken de Bureblinkert op ongeveer driekwart van onze tocht, die ons onder andere eerst door de Buurderduinen en daarna door het Oostbos voert.
Aan de rand van het bos hebben we al genoten van de grote variatie aan flora en diversiteit van het terrein. Maar dat haalt niet bij wat we te zien krijgen bij de blinkert. Over het wad vaart de Amelandexpres.
Het buurtschap Kooiplaats met zeven woningen/boerderijen is herkenbaar. De eendenkooi in de Kooiduinen, iets ten noordoosten van Kooiplaats, is begin deze eeuw in zijn oorspronkelijke staat hersteld. Meer naar het oosten ligt het Nijlandsreid, een kweldergebied, dat een paar keer per jaar onder water staat waardoor het gras een hoog zoutgehalte heeft.
Ten noorden van de kwelders ligt de Kooioerdstuifdijk, waardoor het eiland Het Oerd aan de Ameland is verbonden. Veel van deze informatie is terug te vinden op het informatiepaneel dat hier is geplaatst. Over het gehele eiland verspreid, op wandel- en fietsroutes, staat er zo’n dozijn van deze borden.
We gaan nu naar het strand en zien heel duidelijk een gasplatform liggen, dat het gas onder Oost-Ameland weghaalt. In grootte is het gasveld het derde van Nederland. Een forse knaap dus, een echte schatkist waar jaren strijd om is geleverd.Op het strand staat een gezelschap om een groepje gidsen, die net begonnen zijn met hun uitleg. Wij scharen ons onder het volk, maar dat is tegen het zere been.
Of we zo goed willen zijn om verder te lopen. Want die andere mensen hebben allemaal betaald voor de uitleg en dat wij hier onbetaald staan mee te luisteren is niet netjes.Nou dan toch niet. Hup richting Heksenhoed, waar we ditmaal wel iets drinken. We hebben dan overigens de officiële Bureblinkertroute links laten liggen. Die gaat namelijk verder over het duin en dan naar het kruispunt waarvandaan wij het bos in zijn gegaan. De route loopt vanaf dat punt naar het startpunt.
Het wandelen zit er nu wel op en het fietsen eigenlijk ook wel. We laten Buren liggen en steken onder de duinen langs over de verharde weg naar Nes, waar we onze tweewielers inleveren bij het verhuurbedrijf. Nou ja, inleveren. We zetten ze op slot en gooien de sleutel door de brievenbus want Kiewiet is tot een uur gesloten.
Tineke en cs heeft zin in een visje. Mij niet gezien. Tineke twijfelt. Zelfs de geur kan ik momenteel niet verdragen. ‘Doe nou maar, ik vermaak me wel.’
Echt veel overredingskracht is er niet nodig. Het dorp is afgeladen. Het lijkt wel of iedereen er met het mooie weer opuit is getrokken. Een ijsje? Daarvoor moet ik zeker tien minuten in de rij staan. Zolang is de rij wel. Een broodje dan? Nee, ook geen zin. Ik neem plaats op een bankje in de schaduw, terwijl de rest bij Metz zich verlekkert aan de vis. De zoen van Tineke als ze mij ophaalt is gemeend, maar smaakt naar? VIS, bah, ajakkes.Nog even naar de slijter, die wel Cranberriebier maar geen echt Amelands bier heeft. Toch is de rit niet voor niets, want Tineke slaat haar kruindenbitterslag. Dan terug naar Hofker waar we wachten op het busje, afscheid nemen van de eigenaar en zijn vrouw en vertrekken naar de boot, die enige vertraging heeft vanwege laagwater.
Met zeven mensen zijn we vrijdag tegelijk gekomen. Van dat septet is een duo vanmorgen vroeg al vertrokken. Met zijn zevenen gaan we toch weer weg.
Het tweetal dat als laatste is gearriveerd besluit nog even te blijven op het eiland. Nee, uitzwaaien is er niet bij. Ze willen nog even genieten van…?
Op het bovendek van de veerboot waaien we heerlijk uit, praten nog wat, doen onze ogen dicht.
En doen de ogen dicht.
Een verdwaalde zeehond(?) zorgt voor enige opwinding.
De boot laveert door de geulen om een vrachtboot heen.
Op weg naar Holwerd. Daar doet zich weer een voor mij nieuw fenomeen voor.
Met de chipknip betalen gaat wel. Maar met een pinpas niet. Wel met een creditcard en dat is ook de snelste manier. Gepast geld, kan ook. Maar niet ieder briefje wordt geaccepteerd. Dat levert oponthoud en nogmaals oponthoud op. Tineke heeft de auto al gehaald, is ongerust. ‘Waar blijft-ie nou.’Maar ook dat lukt. Net zoals de weg naar huis, zonder gebruik te maken van een routeplanner. We kunnen het wel.
Vanaf het vaste land krijgen we signalen dat er toch over de wadden gelopen wordt. De gidsen van Dijkstra, waar Tineke heeft geboekt, geven echter niet thuis. Of beter, zij blijven thuis en maken de overtocht niet.
Dat betekent voor ons tweemaal de gang naar de veerhaven maken om mensen op te halen. Dat betekent ook tweemaal een duo begroeten.
En twee keer wachten bij het huren van fietsen. Hen begeleiden naar Hofker, waar ze inchecken. En dan gaat het met zijn allen opnieuw naar het westen.
Dat met zijn allen moet je niet te nauw nemen, want bijna iedereen rijdt in zijn eigen tempo. En bij de Ballumerbocht maken er bovendien twee een uitstapje, om met een omweg via Ballum en de duinen naar Onder de Vuurtoren te rijden. Nee, de rest hoeft niet mee.
Tineke is verguld met haar kleurplaat, die ze volledig naar eigen wijze inkleurt.
De oudgedienden blijven aan de voet en vertrekken eerder dan de groentjes. Onderweg geef ik aan dat Tineke – en de rest - zich niet om mij hoeven te bekommeren, als ik achterblijf.
Ik wil onderweg nog wat mooie plaatjes schieten, bijvoorbeeld van de schuifduinen. Achteraf valt het iets tegen. Als ik die mededeling doe heb ik het mooiste stuk al achter de rug. Ik peddel nog wel tegen een duin op, waar een stuntvlieger op het strand zijn ‘bedje’ in de lucht houdt.
Ik zwaai naar de achterblijvers, die mij zien staan, even terugzwaaien en dan doorrijden. De afspraken zijn duidelijk; iedereen kan zijn gang gaan. En doet dat ook. Toch is de sfeer veranderd.
De meeste wokkers laten zich daar met een taxibusje naartoe rijden. Drie van de vier nieuwkomers kiezen voor de benenwagen. Geen probleem als je gewend bent om te fietsen, of in ieder geval over een goede conditie beschikt. Dat kan helaas niet iedereen zeggen en in plaats van een ritje van drie kwartier volgt nu een lijdensweg van anderhalf uur. Wij wachten gelaten en horen vervolgens het relaas aan.
Ik stel tot tweemaal toe voor het fietsen over te nemen. Ondanks dat ik geen regenjas mee heb genomen. Maar het wordt vriendelijk maar resoluut afgeslagen.
Iedereen schept namelijk op wat hij wil eten en dat wordt dan al dan niet met een sausje in sneltreinvaart gegaard. Voor het sausje zijn er diverse mogelijkheden: pittig of liever iets milder, zurig of zoetig, lemon, cocos, koriander. Ik noem zo maar wat mogelijkheden op. En ga rustig voor een tweede of derde ronde. Dat laatste doe ik, waarbij ik steeds uitga van een kleine hoeveelheid en met de sausjes varieer.
Ik heb het duidelijk naar mijn zin. Hoewel? Even verlang ik naar een rustig moment. De kinderen in het restaurant produceren wel heel veel lawaai en dat wordt allemaal nog eens versterkt door mijn gehoorapparaat. Zo erg, dat eerst het volume lager wordt gezet. Nee, niet van de kinderstemmen, maar van mijn hulpstukken. En tenslotte gaan ze helemaal uit. Nadeel is wel dat bijna alle conversatie dan langs mij heen gaat.
Ik loop naar buiten om nog wat foto’s van de omgeving van noord, oost, zuid en west te maken. Buiten ontstaan groepjes. Een enkeling waagt zich niet naar buiten. Een volgende regenbui dient zich aan. Het busje komt zo.
En inderdaad het arriveert en dan in gestrekte draf door Ballum naar Nes. Op zoek gaan naar het eerder genoemde kasteel van Ballum hoef ik niet. Dat is al in 1829 afgebroken en daar staat tegenwoordig het gemeentehuis. Een ook van de oude stoeterij die de familie Oranje-Nassau beheerde in Ballum is niets meer terug te vinden.
Ik zeg toe ze te zullen uitzwaaien. Niet bij de boot, want dan wordt van mij verlangt dat ik aan het ontbijt zit. Maar wel buiten bij het hotel.
In de ontbijtzaal is voor ons een lange tafel gereserveerd. Goed geregeld 10us.
Heel gewoon. In Nes zijn diverse leuke winkeltjes. Ja, en daar moet eerst worden geshopt door de dames. Een nieuw shirt en nog wat spul. Zoiets kost nu eenmaal tijd en dan ga je niet meer wandelen, maar pak je de tweewieler. Dat is duidelijk.
De bewolking toe. Net over de strandovergang ligt paviljoen De Heksenhoed. Snel naar binnen als een buitje zich aankondigt.
De regen houdt ook weer snel op, zodat we geen bestelling plaatsen, maar ons verplaatsen naar het strand voor een korte wandeling. De blauwe vlag hangt uit. Ten teken dat het strand hier veilig en schoon is. De reddingsboot staat achter een tractor en kan zo de branding in worden gereden, als er in het water iets mis dreigt te gaan. Maar wie gaat er met dit weer nu het water in. Nou een groep Duitse kinderen bijvoorbeeld.
Daar wemelt het trouwens toch van op Ameland.
Een telefoontje brengt uitkomst. Het wadlopen gaat niet door. Te veel wind, in combinatie met hoog water. Dijkstra durft het niet aan.
Onze bediening heeft er wel schik in. Tenminste niet van die zije sokken, gewoon mensen die lol durven maken. En daar hoef je niet jong voor te zijn. Toch nog een minpuntje gevonden. Het speciaalbier wordt veel te koud geschonken en heeft strak tegen het pilsje aangelegen, terwijl 14 graden Celsius een uitstekende temperatuur is voor een stevige dubbel.
De luie stoel maakt echter alles weer goed.
In de terminal is een deel van het gezelschap al gearriveerd. Het eerste stel is zelfs zo vroeg dat het een boot eerder kan nemen.Maar afspraak is afspraak. En half elf is half elf.
Dat haalt de rest ook en gezamenlijk stappen we op de veerboot die ons overzet. Het is een rustige tocht door de geulen langs het wad. Niet iets om je druk over te maken. Een tocht met een drankje en een hapje. Het blijft allemaal binnen. Dat geldt niet voor het gezelschap. Een deel gaat even naar dek. Zeehonden spotten.
Halverwege komen we het tweelingbroertje tegen. Na ongeveer drie kwartier draaien en keren legt de boot aan. Het ontschepen gaat razendsnel. Bij de boot staan taxibusjes klaar en voor 2,50 euro per persoon worden we naar hotel Hofker, ons logeeradres gebracht.
Hij is van 1936 tot zijn overlijden aartsbisschop van Utrecht. Een man van het volk, die liever dorpspastoor was geworden. Als het even kan, gaat hij terug naar zijn Ameland, dat hij nimmer verloochent. Tijdens de Tweede Oorlog leidt hij het kerkelijk verzet tegen de Duitse bezetter. Openlijk neemt hij afstand van het nationaal socialisme en werkt mee aan een protestmanifestatie tegen de jacht op studenten door de Gestapo. Vanwege zijn dapperheid wordt hij na de oorlog door de paus tot kardinaal verheven. Beeldhouwer Jan Ram vereeuwigde hem, als de burger, met hoge hoed en stok. Een beeld dat best vaker mag worden opgepoetst.
Ik rijd vooruit om wat plaatjes te schieten. De eerste twee mislukken. Ik ben niet snel genoeg met mijn camera. Als iedereen is gepasseerd stap ik op en race naar voren. Vanaf de fiets fotografeer ik verder, zodat iedereen is vereeuwigd.
Vlak voor de vuurtoren is het (pannenkoeken)restaurant Onder de Vuurtoren gevestigd en daar strijken we neer om onze dorst te lessen. En om te voorkomen dat we op de terugweg geconfronteerd worden met de bij fietsers gevreesde hongerklop wordt er ook wat vast voedsel ingenomen.
De terugweg gaat door de duinen over een schelpenpaadje. Verscholen in duinpannen staan talloze vakantiehuisjes, maar complete landhuizen. De toppen steken net boven het helmgras uit. Het gaat omhoog en omlaag. Soms even afstappen. Een kijkje nemen bij een duinovergang. Genieten van het spel op het strand. En dan volgt voor mij de beloning in de vorm van een koud glas bier, een Kriekje.
Anderen drinken liever een witje met citroen, een sapje of een kruidenbittertje, speciaal gestookt voor Ameland in Rotterdam.
Dat regeert niet zachtzinnig. Lijfstraffen komen veelvuldig voor. Een man die ontrouw is, moet met zijn linkerhand bijvoorbeeld zijn rechterhand afhouwen. Een stelende vrouw wordt gedwongen haar oor af te snijden. Het zijn de zwarte schaduwzijden van de welvaart. Want de ‘Heren’ brengen ook voorspoed. Zij zijn de voorloper van Zwitserse onafhankelijkheid dat hoog in hun vaandel staat. Zij schipperen tijdens de (zee)oorlog tussen Nederland en Engeland en ook tijdens de Tachtigjarige Oorlog worden de koopvaardijschepen met Amelander vlag niet aangevallen door de strijdende partijen. Die (handels)geest brengt het eiland tot grote welvaart.
Op jonge leeftijd sterft de ziekelijke Frans Duco van Cammingha in 1680. Zijn moeder Rixt van Donia leidt het eiland nog een jaar en komt daarna ook te overlijden. Het geslacht Cammingha heeft zelf geen opvolgers meer. Het eiland komt in handen van de familie Thoe Schartzenberg Hohenlandsberg. Dit geslacht heeft geen enkele binding met het eiland en doet het in de verkoop.
Prinses Henriëtta Amalia van Anhalt-Dessau koopt het in 1704 voor de somma van 170.000 gulden voor haar zoon Johan Willem Friso, de stadhouder van Friesland. De band met de Oranjes wordt hiermee gesmeed. En is thans nog zichtbaar in de titulatuur van koningin Beatrix: Vrij- en erfvrouwe van de Heerlijkheid Ameland.
In de tijd van Nassau breekt een nieuwe bloeiperiode aan. De Amelanders gaan zich bijvoorbeeld toeleggen op de walvisvaart en worden commandeur (kapitein), harpoenier of speksnijder. Ieder schip heeft zo’n veertig tot vijftig bemanningsleden nodig en de commandeurs ronselen dappere eilanders, die na de ontdekking een walvis met hun harpoenen vanuit roeibootjes te lijf gaan. Dat is niet helemaal zonder gevaar. Menig bootje verbrijzelt door een klap van de machtige walvisstaart en dat betekent rouw in een Amelandse woning.
In 1801 – tijdens de Franse revolutie – wordt bepaald dat Ameland definitief bij Friesland hoort en het eiland raakt daarmee de status van onafhankelijke ‘Heerlijkheid’ kwijt. Ameland krijgt voor het eerst een burgemeester, de grietman. Walraven Robbert Derk Baron van Heeckeren trekt in het slot in Ballum en wordt in 1837 opgevolgd door zijn zoon Daniël, die weer iets van de oude glorie weet terug te brengen.
Vanaf 1930 is Staatsbosbeheer betrokken bij het beheer van de natuur op het eiland. Maar ook de Friese provinciale natuurbeschermingsvereniging It Fryske Gea is belangrijk en bijzonder actief op Ameland. It Fryske Gea is bijvoorbeeld sinds 1938 beheerder van het Oerd (225 ha). In 1972 werd de Hon erbij gevoegd en in 2005 kreeg de vereniging ook het beheer over de Kooioerdstuifdijk. Bij elkaar zo’n elfhonderd hectare duin- kwelder- en waddengebied.