Genezen
Zo simpel is het. Als vader had ik altijd twijfels; doe ik het wel goed. Opvoeden is duidelijk geen eenvoudige taak en een matrix over je kinderen leggen, dat lijkt misschien wel de beste manier, maar dat is het niet. Ieder kind is immers anders en ieder kind heeft daardoor weer een andere gebruiksaanwijzing nodig. Dat betekent ook altijd schipperen, want als de een dit mag, dan wil dat niet automatisch zeggen dat dit ook goed is voor de ander. Misschien is die wel veel meer gebaat bij dat.
Ik heb in ieder geval mijn best gedaan. Ik geeft het ook ruiterlijk toe, ik was niet de beste opvoeder. Wel heb ik altijd geprobeerd duidelijk te zijn. Luisteren, eerbied voor ouderen en niet met vreemden meegaan. Dat zijn voor mij drie belangrijke dingen.
En nu ik grootvader ben, ben ik blij dat ik een aantal zaken terugzie in de opvoeding door mijn dochter. Nee, niet alles, want het moet geen kloon zijn. Bovendien zijn de tijden veranderd, soms ten goede, maar ook ten kwade. Het is veel drukker, meer mensen, meer activiteiten, meer kansen op pijn. Ook ben ik blij dat ik mij niet meer met de opvoeding hoef te bemoeien. Dat ik zoiets aan mijn dochter en schoonzoon moet overlaten.
Maar, als ik dan alleen ben met de kleine ijsbeer en ik de verantwoording op mij neem voor zijn welzijn, dan hoort daar ook een stukje opvoeding bij. Neem ik aan. Dat betekent altijd weten waar hij is, hem in de gaten houden als hij in de speeltuin aan het ravotten is, hem waarschuwen voor wat hij – mijn ogen – wel en niet mag. En honderd keer een vraag beantwoorden.
,,Opa IJsbeer wat is dat?”
,,Opa IJsbeer waarom doen ze dat?”
,,Opa IJsbeer, gaan we daar zitten?”
,,Opa IJsbeer, sla een arm om me heen.”
,,Opa IJsbeer, wanneer komt de bus?”
,,Opa IJsbeer, mag ik bij het raam zitten.”
Het is een slim ijsbeertje, goed gedresseerd. Maar daardoor toch ook wel weer kwetsbaar. En je kunt hem niet voor ieder gevaar behoeden. Het is immers een kind en dat moet spelen, en niet altijd alleen. Ook met andere kinderen en dan wordt het spel soms een beetje wild. Worden er dingen vergeten. Nee geen kleine ongelukjes. Opa IJsbeer zorgt ervoor dat het mannetje vaak genoeg naar de wc gaat, in de tas zit wel een reservestelletje kleding voor als er toch een ongelukje gebeurt.
Maar sommige ongelukken kun je niet voor zijn. Hij struikelt, over een iets omhoog staande tegel. Hij laat mij zijn elleboog zien.
,,Geen bloed te zien Gianny.”
En dan is het goed. We dolen verder, eten een krentenbol. En daarna mag hij de speeltuin in. En speelt daar met andere kinderen, in een bootje. Zijn spel wordt wilder en wilder. Hij rent, hij vliegt en valt. Huilend komt hij bij zijn Opa IJsbeer. En laat nu zijn andere elleboog zien, met een flinke schaafplek. Geen vuil, dat is mooi.
,,Moet Ernie of Opa IJsbeer er een kusje op doen.” Zoiets helpt nog altijd, niet.
Want als opa een kusje heeft gegeven, dan doet het nog steeds zeer. ,,Niet meer aan denken, dan is het zo over”, is de volgende raad aan het vierjarige kereltje.
Even later: ,,Opa, Opa IJsbeer, ik moet er nog steeds een klein beetje denken en het doet nog steeds een klein beetje au.”
Het jochie gaat weer spelen, komt na een minuut of tien weer terug.
,,Weet je nog waar je aan moet denken”, vraag ik. Hij weet het niet meer. ,,Weet je nog waar je niet meer aan moet denken.” Ineens weet hij het, kijkt naar zijn elleboog en voelt meteen nog een prikkel. Ik stap maar weer eens op, ga verder en op de terugweg stel ik hem nog een keer dezelfde vragen. Het ritueel herhaal zich.
De volgende dag zie ik hem weer, tijdens het Havenfestival in Almere Haven. Hij is opnieuw wild aan het spelen, maar valt dit keer niet. En weer vraag ik hem waar hij aan moet denken. Als vierjarige moet je zoveel, dus hij is het allang weer vergeten. Maar waar hij niet aan moet denken, weet hij nog. Trots laat hij mij zijn elleboog zien. Nee, pijn heeft hij niet meer. En op de schaafplek, heeft zich al een korstje gevormd. Het begint al te genezen.
4 september 2011
5 juli 2011
Trane met tuite
Zondag 3 juli 2011
Naar ons toe heeft hij het goedgemaakt. Zo eind van de ochtend, begin van de middag. Met een programmaboekje (speciaal voor mij), gebak en broodjes. Op de Violier. Dat is opnieuw onze uitvalsbasis voor ons bezoek aan het stadje. Ons gezelschap is uitgebreid, ten opzichte van vorig jaar met drie personen.
‘Uit Almere’, meld ik naar waarheid. Nou, dat gelooft ze dus niet. Want wat komt iemand uit Almere nu op een smartlappenfestival in Grave doen. Ja, dat weet ik ook niet, dus verder maar weer.
Van vorig jaar ken ik de beeldentuin al, met ditmaal een andere moderne expositie. Allemaal achter de kerk. De St. Elisabethkerk. Voor het eerst ga ik naar binnen. De oorspronkelijke kerk is omstreeks 1240 gebouwd. Binnen in de kerk vallen mij de grafzerken in de vloer op, waarvan er veel terug zijn gevonden tijdens de laatste restauratie. Uit eerbied houd ik de camera dicht. Ditmaal. Maar volgend jaar?
Natuurlijk komt die er. Want ieder jaar is weer anders. De sfeer is opperbest. Het bier smaakt goed. Oerend Hard klinken de Notenkrakers uit Gendt. Nee, niet Gent. Deze krakers komen uit de Betuwe.
Overal vind je terrasjes en vrolijke mensen. Op straat, op pleintjes, langs het water. Ik dwaal ondertussen alleen rond. Daniël en Raema zijn met Christien mee naar de haven. Dat hoor ik als ik Daniël bel. Tineke neemt niet op. Hoort weer eens niets. Geen wonder, want ze is met haar nicht Dineke en neef Eddy op pad.
Ik ben dan op het Maasplein beland. Ook hier staan zanggroepen. Begeleid door vrijwilligers van Bekaf. Ik kijk naar de mensen. Een moeder probeert haar zoon te bellen. Die staat beneden aan de rand van het water. Opnemen? Ho maar. Als ze hem roept, dan heeft hij haar eindelijk in de gaten. Zo zie je maar weer: Die oude tam tam werkt nog het best. Een ander heeft een snoeppot bij zich. Maar ook daar heeft de oeverjeugd geen oog voor. Ik kijk, observeer. Verbaas me over de vrouwen met high heels. Bewonder hun rechte houding.
Tijd voor de volgende stap. Renske cs is gearriveerd op het plein en ik sluit me bij hen aan. Naar de feesttent. Geloof het op niet, onderweg hoor ik ineens een, mij onbekende, witte eend midden op de weg. In de centrale tent gaan de handjes de lucht in. De puntzak met patat gaat rond en de organisatie wordt bedankt voor haar werk. Nee, voor een bloemetjes is er geen geld. Dus… Alle 13 jaanke met Ciska Cigaret, die zich ontpopt als een Wilde boerendochter.
Het publiek klimt op de banken, host, loopt de polonaise. Ik lach stilletjes in mijn vuistje, sla alles op, twitter. ‘Dank je voor je steun Monica L.’ Mijn gezelschap scandeert Ajax, Ajax. De Brabanders zien nu groen en geel van jaloezie.
Ik lach breeduit: Trane met tuite. Krijg even het juiste gevoel en wil meezingen met Tom en Dick. Net op tijd weet ik mij te beheersen. Geen Bloody Mary, want Huilen is voor jou te laat.
Ik verlaat de tent en zie dat het buiten een vrolijke boel is. Mooie mensen. En dan is het tijd om te eten. Of ik ook meekom. Nou nee, want ik ben in gesprek met Henk van de Westerlo, van de organisatie. Iemand moet toch regelen dat het Kaf wordt gescheiden van de Koren volgend jaar mag optreden.
Mijn feestgezelschap strijkt neer in De Eetkamer. Daar heeft neef Eddy (’Hulde’) een tafel gereserveerd. Die weet ik te vinden en er is al voor mij besteld als ik arriveer. Keuze:vis of vlees. Niet moeilijk dus. De tijd vliegt. Ik ben in prettig gezelschap. Ja, ook ik geef het toe. ‘Totte mij, totte mij, totte mij, totte mij ghul de nacht’. Nee, dat vertaal ik niet.
Tot volgend jaar.
PS
Voor Het Kaf gescheiden van de Koren
Nog even oefenen: We hebben een woonboot, het ligt in de Amstel.
Ja jullie mogen volgend jaar weer meezingen.
Zondag 3 juli 2011
Belofte maakt schuld. Dat geldt niet alleen voor mij, maar ook voor anderen. Ik heb beloofd mijn mond te houden. Nou ja, praten is toegestaan, maar meezingen niet. Zeker niet als de ‘nachtegaaltjes’ zingen. Jammer, maar die zijn niet naar Grave gekomen. Grave, waar de elfde editie van het Smartlappenfestival wordt gehouden. Wie er wel zijn? Nou dat zijn er eigenlijk te veel om op te noemen. Ik noem er drie. Drie koren. Om mee te beginnen. KZN, dat staat voor Koor zonder Noten, ze zoeken een dirigent, en De Blaerders, dit Bijvanck-gezelschap staat wel op de site van het organiserende Bekaf vermeld, maar niet in het programmaboekje. De Blaerders zijn namelijk op het laatste moment nog aan het programma toegevoegd, omdat een stel kerels uit Tukkerland het liet afweten.
Ik heb jullie drie namen beloofd en dit zijn er dus pas twee, want Bekaf en de De Stroatkjals tellen niet mee. Want die treden niet op in Grave. Het derde koor is een illuster – wie kent eigenlijk de overtreffende trap van dit woord – gezelschap, genaamd Het Kaf gescheiden van de Koren. Ook vorig jaar al van de partij in Grave, hoewel het toen nog redelijk anoniem optrad. Slechts in een kleine kring werd dat koor opgemerkt en in die kring werd er nog dagenlang over gesproken. Nou dat Het Kaf gescheiden van de Koren was er ook. Zong ook. Uit volle borst, maar vertolkte toch geen hoofdrol. Want het koor was vergeten zich aan te melden. En die belofte had neef Eddy mij toch echt gedaan. Want de aanwezigheid van Het Kaf gescheiden van de Koren was voor mij de reden om voor het derde achtereenvolgende jaar naar Brabantse smartlappenfestival af te reizen. Ik heb mij echt vooraf verheugd op een solozang van Tineke in Het broekje van Jantje.
Maar ja, neef Eddy heeft andere dingen aan zijn hoofd. Moet zo nodig weer op vakantie. En dat is niet het ergste, nee, er is geen shirt in zijn maat. Een ***-shirt. Dat is toch bijna om te janken. Zeker voor hem. Toen ik dat hoorde, van dat ***-shirt, begreep ik ook meteen waarom Tulpen uit Amsterdam gevolgd werden door Bommen op Rotterdam. Want die shirts moeten ongetwijfeld uit China komen en worden dan via de haven van Rotterdam ons land binnengeloodst. En daar in die haven hebben ze dat shirt zoekgemaakt. Uit jaloezie. Omdat ze helemaal niets hebben gewonnen. Die draai geeft neef Eddy eraan.
Volgens mij ligt het iets anders. Hebben de Chinezen voor een andere haven gekozen. En was er iemand in Het kleine café aan die haven, die het shirt achterover heeft gedrukt. En was dat niet in de Europoort, maar in De haven van Arnemuiden. Die persoon wist heel goed waar hij mee bezig was, kende neef Eddy door en door. Ik verdenk die persoon er ook van dat hij persoonlijk voorkomen heeft dat neef Eddy lid werd van Bestevaer. Jammer voor hen, want iets meer volume had dit koor best kunnen gebruiken. En daar had neef Eddy voor kunnen zorgen.Naar ons toe heeft hij het goedgemaakt. Zo eind van de ochtend, begin van de middag. Met een programmaboekje (speciaal voor mij), gebak en broodjes. Op de Violier. Dat is opnieuw onze uitvalsbasis voor ons bezoek aan het stadje. Ons gezelschap is uitgebreid, ten opzichte van vorig jaar met drie personen.
Ik noem er twee: dochter Raema en schoonzoon Danël. Klinkt goed hè. Tweestemmig. En de derde stem, die houdt zich nog even op de vlakte. De verwachting is dat die begin volgend jaar van zich laat horen.
Deze twee nieuwe leden van Het Kaf gescheiden van de Koren krijgen een privé-rondleiding door een deel van het stadje. Een deel dat bekend staat als de Graafse straatjes. Smal, opgeknapt, ruimte, verpauperd. Echt alles zie je. Een echt stadje, aan de Maas. Met een kasteeltje, met daarin een museum. Aan het plafond Mona-toetjes-bekertjes. Wist niet dat ze die hier ook hebben.
Een oud snoepwinkeltje, dat kun je hier verwachten. Daar neem ik ook even een kijkje. ‘Waar kom je vandaan’, vraagt de verkoopster mij. ‘Uit Almere’, meld ik naar waarheid. Nou, dat gelooft ze dus niet. Want wat komt iemand uit Almere nu op een smartlappenfestival in Grave doen. Ja, dat weet ik ook niet, dus verder maar weer.
Van vorig jaar ken ik de beeldentuin al, met ditmaal een andere moderne expositie. Allemaal achter de kerk. De St. Elisabethkerk. Voor het eerst ga ik naar binnen. De oorspronkelijke kerk is omstreeks 1240 gebouwd. Binnen in de kerk vallen mij de grafzerken in de vloer op, waarvan er veel terug zijn gevonden tijdens de laatste restauratie. Uit eerbied houd ik de camera dicht. Ditmaal. Maar volgend jaar?
Natuurlijk komt die er. Want ieder jaar is weer anders. De sfeer is opperbest. Het bier smaakt goed. Oerend Hard klinken de Notenkrakers uit Gendt. Nee, niet Gent. Deze krakers komen uit de Betuwe.
Overal vind je terrasjes en vrolijke mensen. Op straat, op pleintjes, langs het water. Ik dwaal ondertussen alleen rond. Daniël en Raema zijn met Christien mee naar de haven. Dat hoor ik als ik Daniël bel. Tineke neemt niet op. Hoort weer eens niets. Geen wonder, want ze is met haar nicht Dineke en neef Eddy op pad.
Ik ben dan op het Maasplein beland. Ook hier staan zanggroepen. Begeleid door vrijwilligers van Bekaf. Ik kijk naar de mensen. Een moeder probeert haar zoon te bellen. Die staat beneden aan de rand van het water. Opnemen? Ho maar. Als ze hem roept, dan heeft hij haar eindelijk in de gaten. Zo zie je maar weer: Die oude tam tam werkt nog het best. Een ander heeft een snoeppot bij zich. Maar ook daar heeft de oeverjeugd geen oog voor. Ik kijk, observeer. Verbaas me over de vrouwen met high heels. Bewonder hun rechte houding.
Tijd voor de volgende stap. Renske cs is gearriveerd op het plein en ik sluit me bij hen aan. Naar de feesttent. Geloof het op niet, onderweg hoor ik ineens een, mij onbekende, witte eend midden op de weg. In de centrale tent gaan de handjes de lucht in. De puntzak met patat gaat rond en de organisatie wordt bedankt voor haar werk. Nee, voor een bloemetjes is er geen geld. Dus… Alle 13 jaanke met Ciska Cigaret, die zich ontpopt als een Wilde boerendochter.
Het publiek klimt op de banken, host, loopt de polonaise. Ik lach stilletjes in mijn vuistje, sla alles op, twitter. ‘Dank je voor je steun Monica L.’ Mijn gezelschap scandeert Ajax, Ajax. De Brabanders zien nu groen en geel van jaloezie.
Ik lach breeduit: Trane met tuite. Krijg even het juiste gevoel en wil meezingen met Tom en Dick. Net op tijd weet ik mij te beheersen. Geen Bloody Mary, want Huilen is voor jou te laat.
Ik verlaat de tent en zie dat het buiten een vrolijke boel is. Mooie mensen. En dan is het tijd om te eten. Of ik ook meekom. Nou nee, want ik ben in gesprek met Henk van de Westerlo, van de organisatie. Iemand moet toch regelen dat het Kaf wordt gescheiden van de Koren volgend jaar mag optreden.
Mijn feestgezelschap strijkt neer in De Eetkamer. Daar heeft neef Eddy (’Hulde’) een tafel gereserveerd. Die weet ik te vinden en er is al voor mij besteld als ik arriveer. Keuze:vis of vlees. Niet moeilijk dus. De tijd vliegt. Ik ben in prettig gezelschap. Ja, ook ik geef het toe. ‘Totte mij, totte mij, totte mij, totte mij ghul de nacht’. Nee, dat vertaal ik niet.
Tot volgend jaar.
PS
Voor Het Kaf gescheiden van de Koren
Nog even oefenen: We hebben een woonboot, het ligt in de Amstel.
Ja jullie mogen volgend jaar weer meezingen.
2 december 2010
Terugblik
Met veel voldoening kijk ik terug op onze stedentrip naar Praag. Een uitstekende keuze van Tineke en als het aan mij ligt gaan we terug. Misschien niet meteen volgend jaar en misschien ook wel niet in hetzelfde jaargetijde. We zien wel.
En kijken hebben we zeker gedaan. Op het centrale plein van de oude stad kun je wel een hele dag doorbrengen. Zoveel is er te zien. Neem nu het Stadhuis met zijn klok, kalender, klokkentoren (we zijn daar niet op geweest) en talloze versieringen. En niet alleen aan dat Stadhuis zijn er versieringen te zien, ook aan andere gebouwen. De fontein wil ik eigenlijk ook nog wel eens beter bekijken en zo zijn er meer gebouwen en plekken die een langer verblijf verdienen.
Maar hoe lang wil je eigenlijk in Praag zijn. De Karluv most met zijn beelden, talloze versieringen aan gebouwen, het Wallensteinpaleis, de Nikolaaskerk in de Kleine Zijde, de diverse wijken, het nationale museum, parken. Er is echt zo veel te zien. En ook is er nog veel te vertellen. Over de geschiedenis, de rivier de Moldau – door mij steevast Vltava genoemd – en personen. Kafka, Svejk en rabbijn Löw.
Door deze Praagse rabbijn te noemen kan ik ook meteen een belofte inlossen. Het verhaal vertellen van de Golem. Het woord is vermoedelijk afkomstig uit het Hebreeuws, waar gelem grondstof betekent. De legende van Golem kent diverse varianten. Wie over de figuur Golem nadenkt kan eigenlijk niet anders concluderen dat de Golem zelfs teruggaat tot de schepping. Adam werd immers uit een grondstof opgebouwd en kreeg het leven ingeblazen. Dat is ook wat er met Golem gebeurde.
De rabbijn had medelijden met de Praagse bevolking die zo hard moest werken, niet alleen voor hun baas maar ook thuis, dat ze doodmoe waren en nergens meer aan toe kwamen. Hij wilde hen helpen en las in de Kabbala hoe hij een dienaar kon maken en tot leven kon wekken. De Golem werd van klei uit de Vltava gemaakt en tot leven gewekt en door Löw ingezet voor allerlei karweitjes. Hij werkte vooral in het donker en deed allerlei karweitjes, maakte de sjoel schoon maar hielp bijvoorbeeld ook bij de bewaking van de stad.
Löw leerde de Golem brood eten en leerde hem steeds meer. Nadat de Golem had leren lezen ging het snel bergafwaarts. Hij las zoveel en leerde zoveel dat hij besloot om zelf een mens te worden. De Golem wilde lachen en zoals de kinderen. Maar dat kon hij niet en niemand kon hem dat leren. De Golem werd boos en begon met van alles en nog wat te smijten. Hij rende het huis van de rabbijn uit en begon tegen de mensen te schreeuwen. Die werden bang en probeerden hem te vangen. De Golem kon harder rennen dan de mensen en vluchtte weg. Waarheen? Dat weet niemand, want hij is nooit meer gezien.
Althans volgens het verhaal zoals het meestal wordt verteld. Wij hebben de Golem echter aangetroffen in Josefov en hem mee naar huis genomen. Voor ons plezier, waarbij we hebben beloofd dat hij voor ons geen karweitjes hoeft te doen. Als tegenprestatie heeft de Golem gezegd dat hij tevreden zal zijn met wat hij heeft en niet naar meer zal streven.
Eind goed al goed, zal ik maar zeggen.
Inderdaad wat moet ik nog meer zeggen. Reizen naar Praag is redelijk eenvoudig te doen. Tineke heeft zoals al in het eerste deel aangegeven geboekt via De Jong Intra, maar het is ook heel eenvoudig zelf te regelen. Dat zijn we een volgende keer ook van plan. Hotel Melantrich was voor ons een mooie uitvalsbasis. Vlakbij het centrum en ook dicht bij de Nieuwe Stad, voor ons een aanrader. Wie goed zoekt zal ongetwijfeld goedkopere overnachtingruimte kunnen vinden. Vliegen via Czech Airlines is bovendien goed te doen, zeker in combinatie met KLM, waarmee het afspraken heeft. Ook hier geldt, er zijn goedkopere maatschappijen. Maar voor ons geldt, we moeten ergens starten en dat hebben we gedaan.
Ik ga maar eens afronden. Over internet hoef ik het bij de verantwoording niet echt te hebben, want dat heb ik niet of nauwelijks gebruikt. Ja, ik heb wel eens naar Wikipedia gekeken, maar de meeste kennis over Praag komt toch uit boekjes, folders en wat we met eigen ogen hebben gezien of met eigen oren hebben gehoord. En Tineke had wat voorkennis via collega’s, die al eens in Praag waren geweest.
Van de boeken begin ik maar met Praag, uit de serie Capitool Reisgidsen. Met leuke weetjes, tips en wandelingen in vooral het centrum. Dit boekje gaat een volgende keer zeker weer mee. Van MoMedia uit Breda is 100% Praag gebruikt voor de wandeling door de Joodse Wijk. Het was de bedoeling dat we dit boek voor meer wandelingen zouden gebruiken. Misschien iets voor de volgende keer? Ook de Wat & Hoe reisgids Praag, van Kosmos, zat in de koffer, maar is slechts heel sporadisch gebruikt. Deze gids bleef in ieder geval steeds achter in het hotel. Dat laatste geldt ook voor de Wat & Hoe taalgids Tsjechisch, van Kosmos. Dit boekje heb ik nog even op Schiphol gekocht. Deze week Praag heeft mij geleerd dat de mensen die zich op het toerisme richten in Praag bijna allemaal het Engels in redelijke maten beheersen.
In een winkeltje in de Praagse Burcht heb ik nog het Nederlandstalige De Praagse Burcht gekocht. Het is slechts een dun gidsje van Uniosguide maar ondanks het geringe formaat een welkome aanvulling voor de rest van de boeken. Het ANWB Extra Praag bleef helemaal onaangeroerd, zelfs hier thuis. Misschien moet ik dat binnenkort nog maar eens openslaan en mezelf de vraag stellen: moet ik de anwb-boekjes nog wel aanschaffen als ik zoveel andere informatie kan vinden.
Nog twee boeken zal ik noemen. Boeken die niet bij de Praag-verzameling zijn terecht gekomen. Het eerste is het boek 19th-Century Art in Bohemia, een uitgave van de National Gallery in Praag. Dit boek is een verantwoording van de kunsttentoonstelling in het St.Jorisklooster in de Praagse Burcht. De tweede is het boek Alphonse Mucha, een uitgave van Mucha Limited in samenwerking met Malcolm Saunders Publishing.
Iets overgeslagen? Ongetwijfeld. Wat net zoals mij dagboek geen compleet beeld kan geven, zal ook deze opsomming ongetwijfeld ergens iets missen. Maar in tegenstelling tot mijn verhalencyclus is dat dan onbedoeld.
Met veel voldoening kijk ik terug op onze stedentrip naar Praag. Een uitstekende keuze van Tineke en als het aan mij ligt gaan we terug. Misschien niet meteen volgend jaar en misschien ook wel niet in hetzelfde jaargetijde. We zien wel.
En kijken hebben we zeker gedaan. Op het centrale plein van de oude stad kun je wel een hele dag doorbrengen. Zoveel is er te zien. Neem nu het Stadhuis met zijn klok, kalender, klokkentoren (we zijn daar niet op geweest) en talloze versieringen. En niet alleen aan dat Stadhuis zijn er versieringen te zien, ook aan andere gebouwen. De fontein wil ik eigenlijk ook nog wel eens beter bekijken en zo zijn er meer gebouwen en plekken die een langer verblijf verdienen.
Maar hoe lang wil je eigenlijk in Praag zijn. De Karluv most met zijn beelden, talloze versieringen aan gebouwen, het Wallensteinpaleis, de Nikolaaskerk in de Kleine Zijde, de diverse wijken, het nationale museum, parken. Er is echt zo veel te zien. En ook is er nog veel te vertellen. Over de geschiedenis, de rivier de Moldau – door mij steevast Vltava genoemd – en personen. Kafka, Svejk en rabbijn Löw.
Door deze Praagse rabbijn te noemen kan ik ook meteen een belofte inlossen. Het verhaal vertellen van de Golem. Het woord is vermoedelijk afkomstig uit het Hebreeuws, waar gelem grondstof betekent. De legende van Golem kent diverse varianten. Wie over de figuur Golem nadenkt kan eigenlijk niet anders concluderen dat de Golem zelfs teruggaat tot de schepping. Adam werd immers uit een grondstof opgebouwd en kreeg het leven ingeblazen. Dat is ook wat er met Golem gebeurde.
De rabbijn had medelijden met de Praagse bevolking die zo hard moest werken, niet alleen voor hun baas maar ook thuis, dat ze doodmoe waren en nergens meer aan toe kwamen. Hij wilde hen helpen en las in de Kabbala hoe hij een dienaar kon maken en tot leven kon wekken. De Golem werd van klei uit de Vltava gemaakt en tot leven gewekt en door Löw ingezet voor allerlei karweitjes. Hij werkte vooral in het donker en deed allerlei karweitjes, maakte de sjoel schoon maar hielp bijvoorbeeld ook bij de bewaking van de stad.
Löw leerde de Golem brood eten en leerde hem steeds meer. Nadat de Golem had leren lezen ging het snel bergafwaarts. Hij las zoveel en leerde zoveel dat hij besloot om zelf een mens te worden. De Golem wilde lachen en zoals de kinderen. Maar dat kon hij niet en niemand kon hem dat leren. De Golem werd boos en begon met van alles en nog wat te smijten. Hij rende het huis van de rabbijn uit en begon tegen de mensen te schreeuwen. Die werden bang en probeerden hem te vangen. De Golem kon harder rennen dan de mensen en vluchtte weg. Waarheen? Dat weet niemand, want hij is nooit meer gezien.
Althans volgens het verhaal zoals het meestal wordt verteld. Wij hebben de Golem echter aangetroffen in Josefov en hem mee naar huis genomen. Voor ons plezier, waarbij we hebben beloofd dat hij voor ons geen karweitjes hoeft te doen. Als tegenprestatie heeft de Golem gezegd dat hij tevreden zal zijn met wat hij heeft en niet naar meer zal streven.
Eind goed al goed, zal ik maar zeggen.
Inderdaad wat moet ik nog meer zeggen. Reizen naar Praag is redelijk eenvoudig te doen. Tineke heeft zoals al in het eerste deel aangegeven geboekt via De Jong Intra, maar het is ook heel eenvoudig zelf te regelen. Dat zijn we een volgende keer ook van plan. Hotel Melantrich was voor ons een mooie uitvalsbasis. Vlakbij het centrum en ook dicht bij de Nieuwe Stad, voor ons een aanrader. Wie goed zoekt zal ongetwijfeld goedkopere overnachtingruimte kunnen vinden. Vliegen via Czech Airlines is bovendien goed te doen, zeker in combinatie met KLM, waarmee het afspraken heeft. Ook hier geldt, er zijn goedkopere maatschappijen. Maar voor ons geldt, we moeten ergens starten en dat hebben we gedaan.
Ik ga maar eens afronden. Over internet hoef ik het bij de verantwoording niet echt te hebben, want dat heb ik niet of nauwelijks gebruikt. Ja, ik heb wel eens naar Wikipedia gekeken, maar de meeste kennis over Praag komt toch uit boekjes, folders en wat we met eigen ogen hebben gezien of met eigen oren hebben gehoord. En Tineke had wat voorkennis via collega’s, die al eens in Praag waren geweest.
Van de boeken begin ik maar met Praag, uit de serie Capitool Reisgidsen. Met leuke weetjes, tips en wandelingen in vooral het centrum. Dit boekje gaat een volgende keer zeker weer mee. Van MoMedia uit Breda is 100% Praag gebruikt voor de wandeling door de Joodse Wijk. Het was de bedoeling dat we dit boek voor meer wandelingen zouden gebruiken. Misschien iets voor de volgende keer? Ook de Wat & Hoe reisgids Praag, van Kosmos, zat in de koffer, maar is slechts heel sporadisch gebruikt. Deze gids bleef in ieder geval steeds achter in het hotel. Dat laatste geldt ook voor de Wat & Hoe taalgids Tsjechisch, van Kosmos. Dit boekje heb ik nog even op Schiphol gekocht. Deze week Praag heeft mij geleerd dat de mensen die zich op het toerisme richten in Praag bijna allemaal het Engels in redelijke maten beheersen.
In een winkeltje in de Praagse Burcht heb ik nog het Nederlandstalige De Praagse Burcht gekocht. Het is slechts een dun gidsje van Uniosguide maar ondanks het geringe formaat een welkome aanvulling voor de rest van de boeken. Het ANWB Extra Praag bleef helemaal onaangeroerd, zelfs hier thuis. Misschien moet ik dat binnenkort nog maar eens openslaan en mezelf de vraag stellen: moet ik de anwb-boekjes nog wel aanschaffen als ik zoveel andere informatie kan vinden.
Nog twee boeken zal ik noemen. Boeken die niet bij de Praag-verzameling zijn terecht gekomen. Het eerste is het boek 19th-Century Art in Bohemia, een uitgave van de National Gallery in Praag. Dit boek is een verantwoording van de kunsttentoonstelling in het St.Jorisklooster in de Praagse Burcht. De tweede is het boek Alphonse Mucha, een uitgave van Mucha Limited in samenwerking met Malcolm Saunders Publishing.
Iets overgeslagen? Ongetwijfeld. Wat net zoals mij dagboek geen compleet beeld kan geven, zal ook deze opsomming ongetwijfeld ergens iets missen. Maar in tegenstelling tot mijn verhalencyclus is dat dan onbedoeld.
29 november 2010
Slotwandeling
Zaterdag 6 november 2010
Alweer de laatste dag in Praag. Wat vliegt de tijd. Wat is de tijd omgevlogen. Voor het ontbijt alvast de koffer pakken, zodat we de laatste dag ook optimaal kunnen gebruiken. Na het eten de tanden oppoetsen en de laatste spullen opruimen, waarna ik de afsluitende rekening bij het hotel betaal en een taxi bestel voor twee uur. Misschien wat erg vroeg, maar we kennen het vliegveld niet, bovendien kan het best wel eens druk onderweg zijn.
De resterende uurtjes benutten we met nog een wandeling door de Joodse wijk. Aanvankelijk willen we nog op zoek naar de Hoge synagoge, maar bij het ’s morgens lezen van de Capitoolgids blijkt dat we daar al zijn geweest. En het is zaterdag,dus hij is alleen voor de diensten open. Ook bij het Joods Stadhuis zijn we al geweest, dus dan maar op zoek naar de kubistische woningen. Ook daar zijn we gisteren al langs gelopen.
Toen de Joodse wijk begin van de twintigste eeuw werd opgeknapt werd niet alleen veel gebruik gemaakt Jugendstilmotieven maar ook van eenvoudige steeds terugkerende motieven. De bekendste zijn op de Elisky Krasnohorske, maar ook bijvoorbeeld op de Celetnastraat vind je gevels met kubistische vormen. De woningen op de Elisky Kransnohorske staan bijna allemaal leeg en worden gerestaureerd.
Ik zoek mijn weg verder door de Joodse wijk en keer terug naar het centrale plein, waar de kerstmarkt langzaam vol loopt. Op het plein is boven een café een expositieruimte, waar op de ene verdieping een tentoonstelling van Mucha wordt gehouden en op de andere een voor Dali. De expositie van Mucha is een aanvulling voor die in het Mucha-museum. Zo kijken wij er tegenaan. Maar er wordt geen duo-kaartje verkocht. Van de twee Mucha-tentoonstellingen. Wel een voor Mucha en Dali. Ik ben ondeugend en maakt foto’s terwijl toch staat aangegeven dat het niet mag. En prompt wordt ik op de vingers getikt. In de shop koopt Tineke nog enkele cadeautjes.
Bij een café tegenover het stadhuis neemt Tineke een kop soep en ik een baguette met patat. En drink een biertje. We kijken naar de gekte voor de toren, waar boven de astronomische klok de luiken op het hele uur weer opengaan. Meteen na dit circus stroomt ook ons terras leeg.
We hebben nog steeds geen genoeg van de Oude Stad en tijd zat. Tussen dwalen we verder, langs woningen, voormalige paleizen, hotels, banken, kerken, restaurantjes, winkels. En bijna overal zie je prachtige gevels, gevelstenen, doorkijkjes, binnenplaatsen. Wat is er niet.
Vlak bij het restaurant waar we dinsdag hebben gegeten staat de Maria Sneeuwkerk, aangrenzend aan de Franciscanentuin. Deze kerk is gebouwd in 1347 volgens de geestelijke die om stilte verzoek aan de Hollandse gids die zijn gezelschap de kerk binnenloodst. Binnen zie je prachtige Barokversieringen en het verbod om hier te fotograferen wordt massaal genegeerd.
Voor de priester is er geen redden aan en hij staat het daarom ook maar toe. De kerk had aanvankelijk meer dan honderd meter lang moeten worden. Het gedeelte dat nu overeind staat was na vijftig jaar klaar en bedoeld als priesterkoor. Het maakte vroeger deel uit van een karmelietenklooster.
Vlakbij ons hotel staat de St.Galluskerk of sv Havla uit 1280.Deze kerk is ooit gebouwd voor de Duitse kolonie die in Gallisstadt (Havelske Mesto) woonde. Dit deel ging in de veertiende eeuw in de Oude Stad op. In de achttiende eeuw werd de gevel tijdens een verbouwing – door Giovanni Santini-Aichel met heiligenbeelden van Ferdinand Brokof. In de kerk hangen schilderijen van Karel Skreta, maar die zijn alleen te bekijken tijdens de kerkdiensten, want buiten die uren om blijft de kerk gesloten.
Nog een keer komen we langs het huis van De Twee Gouden Beren. Het portaal is ontworpen door Bonifaz Wohlmut, ook verantwoordelijk voor de St.Vituskathedraal, op speciaal verzoek van de koopman Lorenc Stork. In dit huis is de linkse Joodse schrijver en journalist Erwin Kisch geboren.
Goed nog een laatste blik op het plein voor we naar Melantrich afzakken. Daar hebben we nog een paar minuten voor de taxichauffeur arriveert. Een taxi, besproken om twee uur. Gezien de vermelding aan de buitenkant van de wagen rijdt de chauffeur voor de hotelketen.
We nemen afscheid van de vriendelijke hotelketenbaas. En nemen ons voor om hier terug te keren. We worden voor 700 euronaar het vliegveld gebracht. Het is rustig onderweg. In parken laten jongeren vliegers. Maar hoelang nog,want voor we bij het vliegveld arriveren vallen de eerste spetters. Tijd om te vertrekken dus. We moeten net als op Schiphol zelf inchecken. In het Hollands is zoiets gemakkelijk, maar in het Tsjechisch. Gelukkig is er hulp en na het afgeven van de koffers blijft er nog plenty tijd over om wat te drinken, wat speelgoed te kopen en foto’s te bekijken op de computer.
Tussen half vier en vier uur gaan we door de douane. Het gaat overal weer anders. Hier moet eerst onze handbagage onder een balkje door om te onderzoeken of de tassen niet te groot zijn. Tevens willen ze hier de ticket en de paspoorten zien, daarna gaan wij en de tassen door een scan en mogen we naar gate C11 waar de Airbus A319 van Czech Airlines op ons staat te wachten. Het vliegtuig moet nog worden getankt en vertrekt om 17.13 uur, acht minuten vertraging, die in de lucht makkelijk wordt ingehaald.
Op een scherm is de voortgang van de vlucht te zien. Iets meer dan zeventig minuten duurt het. Eventjes turbulentie,maar dat is alles. Ik tik op mijn lappie, word even als knijpkussen gebruikt. Het laatste stukje van de vlucht gaat over Utrecht en daarna naderen we Schiphol vanaf het zuiden. De Tsjechische schoolkinderen – achter ons in het vliegtuig – applaudisseren voor de landing.
De bagage laat even op zich wachten, misschien wel omdat dit een vlucht was met diverse reizigers op doorreis naar een andere bestemming, maar toch kunnen we de trein naar Hilversum nog net halen. Er is geen rechtstreekse verbinding met Almere en informatie op het vertrekbord ontbreekt. Dus die keuze is snel gemaakt. De overstap in Weesp verloopt ook probleemloos. In de trein worden we vergezeld door een knaap die flink zit te flippen, rookt en zich nergens en van niemand iets schijnt aan te trekken. Nadat we zijn uitgestapt waarschuwt Tineke de conductrice, die alleen is, voor de man.
In de bus hoeven we niet te betalen, omdat de kaartlezer het niet doet. Het laatste stukje lopen we naar huis. We komen droog over en ik bestel wat Chinees als afsluiting van deze mooie Stedentrip.
Zaterdag 6 november 2010
Alweer de laatste dag in Praag. Wat vliegt de tijd. Wat is de tijd omgevlogen. Voor het ontbijt alvast de koffer pakken, zodat we de laatste dag ook optimaal kunnen gebruiken. Na het eten de tanden oppoetsen en de laatste spullen opruimen, waarna ik de afsluitende rekening bij het hotel betaal en een taxi bestel voor twee uur. Misschien wat erg vroeg, maar we kennen het vliegveld niet, bovendien kan het best wel eens druk onderweg zijn.
De resterende uurtjes benutten we met nog een wandeling door de Joodse wijk. Aanvankelijk willen we nog op zoek naar de Hoge synagoge, maar bij het ’s morgens lezen van de Capitoolgids blijkt dat we daar al zijn geweest. En het is zaterdag,dus hij is alleen voor de diensten open. Ook bij het Joods Stadhuis zijn we al geweest, dus dan maar op zoek naar de kubistische woningen. Ook daar zijn we gisteren al langs gelopen.
Toen de Joodse wijk begin van de twintigste eeuw werd opgeknapt werd niet alleen veel gebruik gemaakt Jugendstilmotieven maar ook van eenvoudige steeds terugkerende motieven. De bekendste zijn op de Elisky Krasnohorske, maar ook bijvoorbeeld op de Celetnastraat vind je gevels met kubistische vormen. De woningen op de Elisky Kransnohorske staan bijna allemaal leeg en worden gerestaureerd.
Ik zoek mijn weg verder door de Joodse wijk en keer terug naar het centrale plein, waar de kerstmarkt langzaam vol loopt. Op het plein is boven een café een expositieruimte, waar op de ene verdieping een tentoonstelling van Mucha wordt gehouden en op de andere een voor Dali. De expositie van Mucha is een aanvulling voor die in het Mucha-museum. Zo kijken wij er tegenaan. Maar er wordt geen duo-kaartje verkocht. Van de twee Mucha-tentoonstellingen. Wel een voor Mucha en Dali. Ik ben ondeugend en maakt foto’s terwijl toch staat aangegeven dat het niet mag. En prompt wordt ik op de vingers getikt. In de shop koopt Tineke nog enkele cadeautjes.
Bij een café tegenover het stadhuis neemt Tineke een kop soep en ik een baguette met patat. En drink een biertje. We kijken naar de gekte voor de toren, waar boven de astronomische klok de luiken op het hele uur weer opengaan. Meteen na dit circus stroomt ook ons terras leeg.
We hebben nog steeds geen genoeg van de Oude Stad en tijd zat. Tussen dwalen we verder, langs woningen, voormalige paleizen, hotels, banken, kerken, restaurantjes, winkels. En bijna overal zie je prachtige gevels, gevelstenen, doorkijkjes, binnenplaatsen. Wat is er niet.
Vlak bij het restaurant waar we dinsdag hebben gegeten staat de Maria Sneeuwkerk, aangrenzend aan de Franciscanentuin. Deze kerk is gebouwd in 1347 volgens de geestelijke die om stilte verzoek aan de Hollandse gids die zijn gezelschap de kerk binnenloodst. Binnen zie je prachtige Barokversieringen en het verbod om hier te fotograferen wordt massaal genegeerd.
Voor de priester is er geen redden aan en hij staat het daarom ook maar toe. De kerk had aanvankelijk meer dan honderd meter lang moeten worden. Het gedeelte dat nu overeind staat was na vijftig jaar klaar en bedoeld als priesterkoor. Het maakte vroeger deel uit van een karmelietenklooster.
Vlakbij ons hotel staat de St.Galluskerk of sv Havla uit 1280.Deze kerk is ooit gebouwd voor de Duitse kolonie die in Gallisstadt (Havelske Mesto) woonde. Dit deel ging in de veertiende eeuw in de Oude Stad op. In de achttiende eeuw werd de gevel tijdens een verbouwing – door Giovanni Santini-Aichel met heiligenbeelden van Ferdinand Brokof. In de kerk hangen schilderijen van Karel Skreta, maar die zijn alleen te bekijken tijdens de kerkdiensten, want buiten die uren om blijft de kerk gesloten.
Nog een keer komen we langs het huis van De Twee Gouden Beren. Het portaal is ontworpen door Bonifaz Wohlmut, ook verantwoordelijk voor de St.Vituskathedraal, op speciaal verzoek van de koopman Lorenc Stork. In dit huis is de linkse Joodse schrijver en journalist Erwin Kisch geboren.
Goed nog een laatste blik op het plein voor we naar Melantrich afzakken. Daar hebben we nog een paar minuten voor de taxichauffeur arriveert. Een taxi, besproken om twee uur. Gezien de vermelding aan de buitenkant van de wagen rijdt de chauffeur voor de hotelketen.
We nemen afscheid van de vriendelijke hotelketenbaas. En nemen ons voor om hier terug te keren. We worden voor 700 euronaar het vliegveld gebracht. Het is rustig onderweg. In parken laten jongeren vliegers. Maar hoelang nog,want voor we bij het vliegveld arriveren vallen de eerste spetters. Tijd om te vertrekken dus. We moeten net als op Schiphol zelf inchecken. In het Hollands is zoiets gemakkelijk, maar in het Tsjechisch. Gelukkig is er hulp en na het afgeven van de koffers blijft er nog plenty tijd over om wat te drinken, wat speelgoed te kopen en foto’s te bekijken op de computer.
Tussen half vier en vier uur gaan we door de douane. Het gaat overal weer anders. Hier moet eerst onze handbagage onder een balkje door om te onderzoeken of de tassen niet te groot zijn. Tevens willen ze hier de ticket en de paspoorten zien, daarna gaan wij en de tassen door een scan en mogen we naar gate C11 waar de Airbus A319 van Czech Airlines op ons staat te wachten. Het vliegtuig moet nog worden getankt en vertrekt om 17.13 uur, acht minuten vertraging, die in de lucht makkelijk wordt ingehaald.
Op een scherm is de voortgang van de vlucht te zien. Iets meer dan zeventig minuten duurt het. Eventjes turbulentie,maar dat is alles. Ik tik op mijn lappie, word even als knijpkussen gebruikt. Het laatste stukje van de vlucht gaat over Utrecht en daarna naderen we Schiphol vanaf het zuiden. De Tsjechische schoolkinderen – achter ons in het vliegtuig – applaudisseren voor de landing.
De bagage laat even op zich wachten, misschien wel omdat dit een vlucht was met diverse reizigers op doorreis naar een andere bestemming, maar toch kunnen we de trein naar Hilversum nog net halen. Er is geen rechtstreekse verbinding met Almere en informatie op het vertrekbord ontbreekt. Dus die keuze is snel gemaakt. De overstap in Weesp verloopt ook probleemloos. In de trein worden we vergezeld door een knaap die flink zit te flippen, rookt en zich nergens en van niemand iets schijnt aan te trekken. Nadat we zijn uitgestapt waarschuwt Tineke de conductrice, die alleen is, voor de man.
In de bus hoeven we niet te betalen, omdat de kaartlezer het niet doet. Het laatste stukje lopen we naar huis. We komen droog over en ik bestel wat Chinees als afsluiting van deze mooie Stedentrip.
28 november 2010
Josefov
Vrijdag 5 november 2010
Vandaag lopen we eerst achter de St.Nikolaaskerk langs naar het Kafkaplein en beginnen op de Maiselova met onze eigenlijke wandeling langs enkele synagogen. De eerste is de Maiselsynagoge. Gebouwd als een gebedsruimte voor burgemeester Mordechai Maisel en zijn familie.
Het oorspronkelijke gebouw ging in 1689 tijdens een grote brand in vlammen op en werd herbouwd. Zijn huidige vorm kreeg de synagoge na een verbouwing aan het begin van de vorige eeuw. In 1964 volgde een grote renovatie en werd het ingericht als museumruimte. En nu dus te bekijken voor toeristen.
Iets verderop staat de Staranovasynagoge, de Oud-Nieuw-synagoge, waar ik een keppeltje moet dragen. Dit is de oudste synagoge in Europa en is gebouwd in 1270. Dit gebouw heeft de brand in de wijk overleefd en heeft regelmatig als schuilplaats dienstgedaan voor vluchtelingen.
Het heeft in de loop der eeuwen wel enkele veranderingen ondergaan, zo is er in de achttiende eeuw een deel aangebouwd. In deze synagoge staat nog de zetel van rabbijn Löw, opperrabijn in de zestiende eeuw. Een ander relikwie is de vlag van de Praagse Joden, versierd met de Davidsster. Die ster is echt geen uitvinding van de Duitsers hoor, en moesten de Joden ook al in de veertiende eeuw dragen.
Naast deze synagoge, aan de overkant van het straatje, liggen het Joodse stadhuis met zowel een klok met joodse cijfers als een klok met latijnse cijfers. Naast het stadhuis staat de Hoge synagoge, die niet kan worden bezichtigd en eigenlijk alleen open is voor de diensten.
In het straatje naar de Klauzova synagoge vind ik bij een stalletje langs de weg de Golem, daar kom ik in de afsluiting nog wel op terug. Voor de brand stonden hier scholen en gebedshuizen (Klausen). Op de ruïnes werd in1694 de synagoge gebouwd. Onder leiding van architect Münzenberger werd het pand verbouwd tot zoals het er nu uitziet.
In de synagoge liggen oude boeken en boven op de galerij is een tentoonstelling (over onder andere trouwen en de bar mitswa) ingericht. Beneden wandelt een man rondjes, zoals priesters in de verre oudheid de Joden om de stad Jericho leiden waarna de muren vielen. Maar hij loopt heel wat meer rondjes dan de Joden deden. En instorten? De man loopt soms met de ogen dicht. Een enkeling kijkt verstoord op. De zonderling onderbreekt zijn rondgang voor het pellen van een mandarijn in een gangetje. Later zie ik hem weer lopen op de Joodse begraafplaats. Volledig in zichzelf gekeerd.
Op die begraafplaats zijn we echter nog niet aanbeland, want naast de Klausensynagoge staat ook nog de Obradni sin, het Ceremoniehuis, dat in 1906 is gebouwd vanwege ceremoniële begrafenissen.
Even loskomen van de synagogen door een rondje te lopen langs het Rudolfinum, dat we gisteren ook al hebben zien staan, de basis van het Praags Filharmonisch Orkest. Een van de zalen in dit gebouw is vernoemd naar de componist Dvorak. Tussen de twee wereldoorlogen en net na de Tweede Wereld Oorlog kwam hier de Tsjechische Senaat bijeen.
Hier ligt ook het plein dat naar Jan Palach is vernoemd. Iets verderop is de Joodse begraafplaats naast de Pinkasovasynagoge. Deze synagoge is in 1479gebouwd en daarna talloze malen verbouwd. In de synagoge worden de Tsjechische Joden herdacht die in Theresienstadt en andere concentratiekampen zijn omgebracht. Hun namen zijn op de muren te lezen.
De stenen op de begraafplaats staan schots en scheef en dicht op elkaar. Het oudste graf dateert uit 1439, hier ligt rabbijn Avigdor Kara begraven. De laatste keer die hier – in 1787 – begraven werd was Moses Beck. Er staan 12.000 grafstenen,maar vermoedelijk liggen er 100.000 mensen. Bekende mensen die hier zijn begraven zijn onder andere:rabbijn Löw, Mordechai Maisel en rabbijn David Oppenheim. Op menig graf wordt een klein steentje neergelegd, waarna een wens wordt uitgesproken.
De uitgang ligt tussen het Ceremoniehuis en de Klausensynagoge in. Omdat Tineke de Spaanse synagoge al goed heeft bekeken tijdens het concert van gisteren besluiten we die niet te bezoeken. Bij de synagoge loop ik pardoes tegen een voormalige advertentieverkoper van het GW aan. Hij proest het uit. We lopen door via Vezenska.
Ik vergaap me aan de vaak prachtige panden, versierd met beelden, schilden en motieven.
Ons doel is het Anneskyklooster. Niet wetend wat we daar zullen aantreffen. Het zijn vooral lege kerkzalen.
Daarvoor hoeven we geen entree te betalen. Wel voor de tentoonstelling die boven is. Maar dan moet wel eerst de tas worden ingeleverd – beneden – voor we daar naar binnen mogen. Onze rugzakken zijn gewoon te groot voor de norse bewaakster. Ach gelijk heeft ze eigenlijk wel, maar ik heb ook een beetje de smoor in omdat de caissière me dat ook had kunnen vertellen. Maar die had het te druk met telefoneren en stond nog net toe dat ik twee kaartjes voor de tentoonstelling mocht kopen.
De expositie fotograferen is bovendien ook nog ten strengste verboden. Ja Jezus in al zijn verschijningen – aan het kruis, op de arm van Maria – en tal van andere heiligen kun je natuurlijk niet op de foto zetten. Want in de tijd dat zij leefden bestonden de camera’s nog niet en al helemaal geen digitale camera’s. We wandelen braaf de expositie langs en sluiten af zoals het hoort.
We vervolgen onze wandeling door de Joodse Wijk langs de Hastalkerk, die in de veertiende eeuw op de resten van een Romaans huis is gebouwd. In de sacristie zijn nog muurschilderingen uit 1375 te zien en een doopvont uit 1550. Door de brand in de wijk in de zeventiende eeuw is een deel van het oorspronkelijke gebouw verloren gegaan, waarna het is herbouwd. Het dubbele schip aan de noordzijde is nog wel origineel.
We wandelen door naar Starometske Namesti, vaak ons beginpunt of vervolgpunt van wandelingen. Hier is ondertussen een kerstmarkt op gebouwd..Veel draait om eten en drinken (warme wijn), terwijl kerstattributen slechts met een loep te vinden zijn. We gaan door naar de Kruittoren en op de Na Prikope duiken we een broodjeszaak binnen voor een baguette en wat drinken. Ik neem een Gambrinus, zodat ik die ook kan afstrepen.
Na het eten vraag ik de weg naar Panska, de tweede weg links. In deze straat ligt het Muchamuseum. Het werk van deze Tsjechische kunstenaar valt voor een groot deel onder de Jugendstil. Hij breekt door in Parijs met affiches, heeft talloze boeken geïllustreerd, vindt zichzelf terug op kannen, heeft reclamewerk gemaakt, postzegels en geld ontworpen, maar ook enkele prachtige schilderijen gemaakt. Ik had nog nooit werk van hem gezien. Althans dat dacht ik. Maar misschien waren het ook alleen maar na-apers. Het was in ieder geval de moeite waard.
Zoveel indrukken op een dag.. We belanden bij de Staatsopera. Het staat naast het Nationaal museum. Auto’s rijden er langs. Maxima heeft haar eigen plekje gekregen. Het beeld van St. Wenceslas en opnieuw het monument van Palach en Zajic bezichtigen we. Onder de indruk.We lopen de Vaclavske Nemesti – door mij steevast de boulevard genoemd – af en kopen nog wat drank.
Vrijdag 5 november 2010
Vanmorgen al vroeg aan het tikken geslagen en lezen in Trip, een intrigerend boek van Judith Visser. En dat allemaal nog voor het ontbijt. Dat laten we ons goed smaken en zelfs aan de slappe koffie lijk ik te gaan wennen. Ik schenk zelfs een tweede keer in.
Na het ontbijt maar weer snel op pad, want ook vandaag hebben we nog heel veel op het programma staan. Allereerst naar Josefov, de Joodse Wijk. We kennen er een minuscuul stukje van, hebben door de dure straat Pariszka gelopen en zijn gisteravond in de Spaanse synagoge geweest.Vandaag lopen we eerst achter de St.Nikolaaskerk langs naar het Kafkaplein en beginnen op de Maiselova met onze eigenlijke wandeling langs enkele synagogen. De eerste is de Maiselsynagoge. Gebouwd als een gebedsruimte voor burgemeester Mordechai Maisel en zijn familie.
Het oorspronkelijke gebouw ging in 1689 tijdens een grote brand in vlammen op en werd herbouwd. Zijn huidige vorm kreeg de synagoge na een verbouwing aan het begin van de vorige eeuw. In 1964 volgde een grote renovatie en werd het ingericht als museumruimte. En nu dus te bekijken voor toeristen.
Iets verderop staat de Staranovasynagoge, de Oud-Nieuw-synagoge, waar ik een keppeltje moet dragen. Dit is de oudste synagoge in Europa en is gebouwd in 1270. Dit gebouw heeft de brand in de wijk overleefd en heeft regelmatig als schuilplaats dienstgedaan voor vluchtelingen.
Het heeft in de loop der eeuwen wel enkele veranderingen ondergaan, zo is er in de achttiende eeuw een deel aangebouwd. In deze synagoge staat nog de zetel van rabbijn Löw, opperrabijn in de zestiende eeuw. Een ander relikwie is de vlag van de Praagse Joden, versierd met de Davidsster. Die ster is echt geen uitvinding van de Duitsers hoor, en moesten de Joden ook al in de veertiende eeuw dragen.
Naast deze synagoge, aan de overkant van het straatje, liggen het Joodse stadhuis met zowel een klok met joodse cijfers als een klok met latijnse cijfers. Naast het stadhuis staat de Hoge synagoge, die niet kan worden bezichtigd en eigenlijk alleen open is voor de diensten.
In het straatje naar de Klauzova synagoge vind ik bij een stalletje langs de weg de Golem, daar kom ik in de afsluiting nog wel op terug. Voor de brand stonden hier scholen en gebedshuizen (Klausen). Op de ruïnes werd in1694 de synagoge gebouwd. Onder leiding van architect Münzenberger werd het pand verbouwd tot zoals het er nu uitziet.
In de synagoge liggen oude boeken en boven op de galerij is een tentoonstelling (over onder andere trouwen en de bar mitswa) ingericht. Beneden wandelt een man rondjes, zoals priesters in de verre oudheid de Joden om de stad Jericho leiden waarna de muren vielen. Maar hij loopt heel wat meer rondjes dan de Joden deden. En instorten? De man loopt soms met de ogen dicht. Een enkeling kijkt verstoord op. De zonderling onderbreekt zijn rondgang voor het pellen van een mandarijn in een gangetje. Later zie ik hem weer lopen op de Joodse begraafplaats. Volledig in zichzelf gekeerd.
Op die begraafplaats zijn we echter nog niet aanbeland, want naast de Klausensynagoge staat ook nog de Obradni sin, het Ceremoniehuis, dat in 1906 is gebouwd vanwege ceremoniële begrafenissen.
Even loskomen van de synagogen door een rondje te lopen langs het Rudolfinum, dat we gisteren ook al hebben zien staan, de basis van het Praags Filharmonisch Orkest. Een van de zalen in dit gebouw is vernoemd naar de componist Dvorak. Tussen de twee wereldoorlogen en net na de Tweede Wereld Oorlog kwam hier de Tsjechische Senaat bijeen.
Hier ligt ook het plein dat naar Jan Palach is vernoemd. Iets verderop is de Joodse begraafplaats naast de Pinkasovasynagoge. Deze synagoge is in 1479gebouwd en daarna talloze malen verbouwd. In de synagoge worden de Tsjechische Joden herdacht die in Theresienstadt en andere concentratiekampen zijn omgebracht. Hun namen zijn op de muren te lezen.
De stenen op de begraafplaats staan schots en scheef en dicht op elkaar. Het oudste graf dateert uit 1439, hier ligt rabbijn Avigdor Kara begraven. De laatste keer die hier – in 1787 – begraven werd was Moses Beck. Er staan 12.000 grafstenen,maar vermoedelijk liggen er 100.000 mensen. Bekende mensen die hier zijn begraven zijn onder andere:rabbijn Löw, Mordechai Maisel en rabbijn David Oppenheim. Op menig graf wordt een klein steentje neergelegd, waarna een wens wordt uitgesproken.
De uitgang ligt tussen het Ceremoniehuis en de Klausensynagoge in. Omdat Tineke de Spaanse synagoge al goed heeft bekeken tijdens het concert van gisteren besluiten we die niet te bezoeken. Bij de synagoge loop ik pardoes tegen een voormalige advertentieverkoper van het GW aan. Hij proest het uit. We lopen door via Vezenska.
Ik vergaap me aan de vaak prachtige panden, versierd met beelden, schilden en motieven.
Ons doel is het Anneskyklooster. Niet wetend wat we daar zullen aantreffen. Het zijn vooral lege kerkzalen.
Daarvoor hoeven we geen entree te betalen. Wel voor de tentoonstelling die boven is. Maar dan moet wel eerst de tas worden ingeleverd – beneden – voor we daar naar binnen mogen. Onze rugzakken zijn gewoon te groot voor de norse bewaakster. Ach gelijk heeft ze eigenlijk wel, maar ik heb ook een beetje de smoor in omdat de caissière me dat ook had kunnen vertellen. Maar die had het te druk met telefoneren en stond nog net toe dat ik twee kaartjes voor de tentoonstelling mocht kopen.
De expositie fotograferen is bovendien ook nog ten strengste verboden. Ja Jezus in al zijn verschijningen – aan het kruis, op de arm van Maria – en tal van andere heiligen kun je natuurlijk niet op de foto zetten. Want in de tijd dat zij leefden bestonden de camera’s nog niet en al helemaal geen digitale camera’s. We wandelen braaf de expositie langs en sluiten af zoals het hoort.
We vervolgen onze wandeling door de Joodse Wijk langs de Hastalkerk, die in de veertiende eeuw op de resten van een Romaans huis is gebouwd. In de sacristie zijn nog muurschilderingen uit 1375 te zien en een doopvont uit 1550. Door de brand in de wijk in de zeventiende eeuw is een deel van het oorspronkelijke gebouw verloren gegaan, waarna het is herbouwd. Het dubbele schip aan de noordzijde is nog wel origineel.
We wandelen door naar Starometske Namesti, vaak ons beginpunt of vervolgpunt van wandelingen. Hier is ondertussen een kerstmarkt op gebouwd..Veel draait om eten en drinken (warme wijn), terwijl kerstattributen slechts met een loep te vinden zijn. We gaan door naar de Kruittoren en op de Na Prikope duiken we een broodjeszaak binnen voor een baguette en wat drinken. Ik neem een Gambrinus, zodat ik die ook kan afstrepen.
Na het eten vraag ik de weg naar Panska, de tweede weg links. In deze straat ligt het Muchamuseum. Het werk van deze Tsjechische kunstenaar valt voor een groot deel onder de Jugendstil. Hij breekt door in Parijs met affiches, heeft talloze boeken geïllustreerd, vindt zichzelf terug op kannen, heeft reclamewerk gemaakt, postzegels en geld ontworpen, maar ook enkele prachtige schilderijen gemaakt. Ik had nog nooit werk van hem gezien. Althans dat dacht ik. Maar misschien waren het ook alleen maar na-apers. Het was in ieder geval de moeite waard.
Zoveel indrukken op een dag.. We belanden bij de Staatsopera. Het staat naast het Nationaal museum. Auto’s rijden er langs. Maxima heeft haar eigen plekje gekregen. Het beeld van St. Wenceslas en opnieuw het monument van Palach en Zajic bezichtigen we. Onder de indruk.We lopen de Vaclavske Nemesti – door mij steevast de boulevard genoemd – af en kopen nog wat drank.
In ons hotel drink ik een Granat van Cerne Hora, een donkere porter. ’s Avonds gaan we er weer op uit. Maar eerst nog even een slordigheidje van Henk oplossen. Althans dat laten oplossen. Wat doe je, als je de deur dichttrekt en de sleutel zit nog aan de binnenkant in het slot steekt. Nou dan laat je dat probleem oplossen door het meisje achter de balie. En die lost het met veel gepruts op, zodat we met een veilig gevoel – we kunnen vannacht onze kamer weer in – op zoek naar een eettentje en komen uit in het restaurant vernoemd naar Rainer Marie Rilke, een voormalig dichter.
In het toilet zie ik enkele boekjes met werk van hem liggen. Ik bestel een Griekse salade (echt waar) en een goulash, Tineke een Praagse plate. En na afloop neem ik ananas met ijs, terwijl Tineke zich waagt aan een portie ijs zwemmend in citroen en wodka. Benieuwd hoe dat smaakt?
Na het eten maken we opnieuw een wandeling en belanden bij de rivier. Met een prachtig uitzicht op de burcht. Tijd om terug te gaan. Het is een lange dag geweest.
Abonneren op:
Posts (Atom)










