Opgravingen
Deel 11 woensdag 19 mei 2010
Vroeg wakker en om half acht naar de bakker. Waarom niet. Een rond brood gekocht, lekker voor vanavond. Vandaag hebben we voorlopig voor de laatste keer het gebruik van de auto, hierna gaan we weer wat wandeltochtjes maken in de omgeving en misschien wel een keer met de bus weg. We zien wel. Niets moet alles kan.
Op het programma staat het bezoek van een aantal opgravingen aan de andere kant van Volos en een bezoek aan die stad zelf. Door Volos komen we zonder kleerscheuren, maar daarna gaat het mis. We belanden eerst in Dimini en vervolgens in Alikuri, op weg naar Nea Anghialos niet de meest voor de hand liggende route. Er loopt wel ergens een zandweg naar de hoofdweg, maar om daar met de rode Gertz overheen te raggen… Nee, daarvoor moet je een Jimmy tot je beschikking hebben. Dus terug, ergens rechts afslaan en dan nog een keer rechts en dan kom je vanzelf op de weg naar…. Athene.
Schrik maar niet, want die weg moeten we hebben. In Nea Anghialos wijst een bordje naar een oudheidkundige plaats, maar geloof de Grieken niet zomaar, want je komt gewoon in een moderne woonwijk terecht met lange rechte elkaar kruisende wegen. Terug naar de hoofdweg, die vervolgen en daarlangs ligt de vindplaats dus wel.
Een plek die al in de vierde eeuw voor Christus werd genoemd, maar de huidige vondsten dateren toch van zo’n duizend jaar later. Vindplaatsen van een aantal basilieken. Alles doet een beetje saai aan, een uitzondering vormen misschien de drie tomben, waarvan er een door plastic is afgedekt. In deze tombe liggen allerlei botjes. Niets menselijks is ons vreemd.
Oh ja, fotograferen is in dit gebied verboden. Het waarom ontgaat mij volledig. Het staat ook nergens aangegeven. Nee echt nergens, niet op borden op of buiten het terrein en ook niet op de folder die we in onze handen krijgen gedrukt. Ik verdenk de Grieken er hier van dat met een zak euro’s ze wel overstag gaan en ons wel foto’s laten nemen. Van buiten het hek kunnen ze mij echter niets verbieden en dus maak ik daarvan (heel stoer hoor) toch een tweetal pictures. En die kan ik dus zonder problemen met jullie delen.
Ons volgende doel ligt iets terug, meer naar de stad Volos. Ook nu is het weer even zoeken en opnieuw stelt het niet veel voor. We laten het derhalve rechts liggen. Demitras is echter niet één plaats, maar deze opgravingen beslaan een groot gebied, met daarin plek voor een theater, een paleis, versterkingen een basiliek. En ook hier wordt nog flink gewerkt. Tineke verliest al snel haar belangstelling. Voor haar is dit weer gewoon een berg stenen en vervalt al snel in peinzen.
Demitras ligt iets ten zuidwesten van het huidige Volos. Dit gebied kende zo’n driehonderd jaar voor Christus een grote bloei en werd gesticht door Demetrius I Poliorcetes, de koning van Macedonië, en de stad stond toen bekend als Demetriades.
Genoeg oude geschiedenis. Voor nu, al valt het deze vakantie eigenlijk best mee, vind ik zelf.
Een belangrijke vraag is nu: Hoe moeten we heelhuids door Volos komen en daar ook nog een goede parkeerplek vinden? Dat laatste is inderdaad een probleem. De bedoeling is dat we in Volos gaan eten en dat ik ga pinnen, want met mijn ING-kaart blijkt dat niet overal mogelijk. Het vinden van een parkeerplaats buiten de stad lukt prima, maar ietwat naar het centrum vind ik niets en Tineke ook niet.
Wel de route door de stad heen. De weg die we ook zondag al hebben gereden. Langs deze drukke weg de auto neerzetten heeft overigens geen enkele zin, want ieder plekje is al bezet. We rijden door, naar Agria. Langs de kust kun je hier al evenmin parkeren en we vragen ons af hoe de strandtentjes het hier redden. Nou dan maar door naar Kalá Nerá en een latere keer met de bus of zo naar Volos voor wat geld, want er zit nog wel wat in de portemonnee.
In ons dorpje eten we een pita souvlaki bij Roulena, naast Paris. Ze hebben hier ook een hotel, maar alles lijkt zijn beste tijd gehad te hebben. Voor het geld hoef je het eten niet te laten. We zijn slechts vijf euro kwijt, evenveel als voor twee frappé.
Bij onze supermarkt doen we onze boodschappen, waarna ik terugloop naar het dorp en op het terras van Enalion een bier bestel en ook dit verhaal uittik, nadat ik eerst een mailtje heb verstuurd naar onze volgers. Een tweede Alfa volgt, nee niet die uit Limburg, maar dit Griekse bier is naar de eerste letter van het Griekse alfabet vernoemd.
Voor de verandering volgt ’s avonds geen bezoek aan een restaurant. We hebben nog wat brood, tzatziki en een Russische salade, plus twee paar pakjes cup-of-soup. Ik eet twee sneetjes brood en daar blijft het bij. Daarna slaap ik het klokje rond.
19 juni 2010
Pilionwalks
Deel 10 dinsdag 18 mei 2010
De Duitsers – bezig aan een rondreis door Griekenland – willen betalen. Dat mag niet, maar het staat vrij om geld in het offerblok te storten. Waar ze dat kunnen vinden? Wat denk je van in de kerk? Een beetje wereldvreemd zijn ze wel. Die Duitsers. Maar ook vriendelijk.
Dat doen lang niet alle uitgezette wandelingen, dus doe niet meteen zo wijs; zo van: dat is toch heel normaal. Nee dus.
Een deel van onze wandeling gaat bijvoorbeeld over de wandelroute nummer 6, die bij de hoofdweg (onder Ano Gatzéa) begint en eindigt in Aghios Geórgias Nilías. Bij ons ontstaat er daardoor ook even verwarring welk pad we moesten volgen, afslaan voor de fruitboomgaard of rechtdoor gaan en de rode stippen volgen. Dat laatste is dus verkeerd. Voor de route die wij hebben gelopen.
Na terugkomst in Anog Gatzéa zijn we met de auto doorgereden naar Afissos en kwamen daar tot de ontdekking dat Kalá Nerá ons meer lag dan Afissos. Langs de boulevard zijn veel tentjes, maar weinig open en een geldautomaat kunnen we er in de gauwigheid ook al niet ontdekken. Net zoals internet. Weer een illusie armer. Jullie hebben dus allemaal nog een extra dag op een mailtje van ons moeten wachten. Wel hebben we er onze melkvoorraad, sapvoorraad en Ouzo (Mythilini) kunnen aanvullen. Waxinelichtjes gekocht. Ook niet verkeerd. Jammer alleen dat wij geen rokers meer zijn en dus geen lucifers hebben of aansteker. Ach voor de vakantie voorbij is, is ongetwijfeld ook dat probleem weer opgelost.
Deel 10 dinsdag 18 mei 2010
De rust is weergekeerd in Pilion. En dus ook in Kalá Nerá. Wel regent het. Een klein buitje slechts, maar toch… Het is regen. Geeft niet, daardoor word ik nog niet eens echt nat als ik zonder jas aan naar de bakker ga voor twee broden. Na het ontbijt wordt er een donkere was gedaan door Tineke en ik help bij het uispoelen, uitwringen. Zo gaat het allemaal net iets vlugger. En dan wordt het tijd om ons vakantieadres voor een aantal uren te verlaten.
We stappen in de auto voor een kort ritje, Langs Ano Gatzéa naar het klooster van Aghía Tríiada. Dit klooster stamt uit 1891 en wordt tegenwoordig opgeknapt. Het is een echt monnikenklooster en de bewoners stellen het op prijs dat je gekleed rondwandelt. Dat houdt in schouders bedenkt en knieën bedekt. Voor een vrouw geldt bovendien dat een lange broek niet volstaat. Nee vrouwen moeten een rok aan. Dat heeft een Duitse al ondervonden, die in een driekwartsbroek rondloopt. En ook Tineke (in lange broek) moet een rok aan, een rok waaronder de pijpen van haar broek uitsteken. Wat is nu erger. Een monnik met een rok aan of Tineke in een lange broek? Ja, zeg het maar!
Ze, die monniken dus, bieden ons overigens een kop Griekse koffie aan en dat gaat weer gepaard met twee soorten gebak. Je kunt niet zeggen dat ze niet gastvrij zijn.De Duitsers – bezig aan een rondreis door Griekenland – willen betalen. Dat mag niet, maar het staat vrij om geld in het offerblok te storten. Waar ze dat kunnen vinden? Wat denk je van in de kerk? Een beetje wereldvreemd zijn ze wel. Die Duitsers. Maar ook vriendelijk.
De wegen scheiden, zij lopen naar beneden, wij maken nog een paar foto’s en rijden vervolgens terug naar Ano Gatzéa waar onze geplande wandeltocht onder de kerk begint, links van de kerk eigenlijk. Een wandeling, die ik gekregen heb van een Nederlands stel dat gisteren weer naar huis is gegaan en die de tocht geplukt hebben van pilionwalks.com
Men gaat uit van een tocht van tweeënhalf uur. Wij hebben er drie uur over gedaan. Valt dus best mee. Bovendien veel foto’s gemaakt onderweg en ook nog een hapje gegeten. We hadden namelijk brood en tomaat meegenomen op deze tocht. We worden wel eens verstandig.
Het is een tocht over kardamili’s, over onverharde en betonnen paden. Door olijfboomgaarden, langs een fruitboomgaard, over bruggen, spoorrails en door een tunnel. Met uitzicht over zee, op Kató Gatzéa en Kalá Nerá. Langs ruisend water. Kortom een prachtige tocht, die eindigt bij het beginpunt. Dat doen lang niet alle uitgezette wandelingen, dus doe niet meteen zo wijs; zo van: dat is toch heel normaal. Nee dus.
Een deel van onze wandeling gaat bijvoorbeeld over de wandelroute nummer 6, die bij de hoofdweg (onder Ano Gatzéa) begint en eindigt in Aghios Geórgias Nilías. Bij ons ontstaat er daardoor ook even verwarring welk pad we moesten volgen, afslaan voor de fruitboomgaard of rechtdoor gaan en de rode stippen volgen. Dat laatste is dus verkeerd. Voor de route die wij hebben gelopen.
Na terugkomst in Anog Gatzéa zijn we met de auto doorgereden naar Afissos en kwamen daar tot de ontdekking dat Kalá Nerá ons meer lag dan Afissos. Langs de boulevard zijn veel tentjes, maar weinig open en een geldautomaat kunnen we er in de gauwigheid ook al niet ontdekken. Net zoals internet. Weer een illusie armer. Jullie hebben dus allemaal nog een extra dag op een mailtje van ons moeten wachten. Wel hebben we er onze melkvoorraad, sapvoorraad en Ouzo (Mythilini) kunnen aanvullen. Waxinelichtjes gekocht. Ook niet verkeerd. Jammer alleen dat wij geen rokers meer zijn en dus geen lucifers hebben of aansteker. Ach voor de vakantie voorbij is, is ongetwijfeld ook dat probleem weer opgelost.
’s Avonds eten we weer eens op een ander adres. Avra. En uiteraard worden we ook hier welkom geheten. Alleen zonder welkomstdrankje, want zo kun je de kan met water toch niet echt noemen. We starten met een bietensalade, waarna Tineke een spaghetti (hier overigens makaroni genoemd) bolognese eet, geleverd zonder saus. Henk kiest voor de moussaka en krijgt er patat bij. Een bescheiden portie patat en een bescheiden portie mousaka, maar wel een beetje klef, nou ja erg klef. De Kaiser smaakt prima en het stukje gebak laat Henk voor Tineke liggen. Hij heeft al genoeg vet om mee te sjouwen. Bovendien liggen er ook nog een paar appelschijfjes en die prikt hij wel weg.
Avra? Geen aanrader, durf ik te zeggen.
16 juni 2010
Versierd
Deel 9 maandag 17 mei 2010
Bob de Bouwer is vanmorgen langs geweest in Kalá Nerá. De rust keert langzaam terug. Met een bulldozer is het meeste zand en vooral ook het grint en de stenen van de kustweg geschoven. Naar het strand. En de zee doet het wat rustiger aan.
De bakker was vandaag goed voor een broodje en een croissant. Heerlijk ontbeten. In alle rust. Er zijn diverse mensen vertrokken uit Kamèlia. Gisteren is er al een stel in de kamer naast ons getrokken en in de loop van de dag arriveren er nog andere gasten. Hoeveel? Geen idee. We merken het wel of niet.
Na het gezakte ontbijt maakt Tineke nog even een rondje om het dorp. Iets anders dan de loopjes hiervoor, omdat de kustweg richting Afissos nog steeds niet helemaal schoon was toen zij vertrok. De Bouwer was toen nog bezig. Een licht (hand)wasje doen en daarna op pad, naar de heuvels, waar we een aantal dorpjes bezoeken. We starten in Miliés, waar we aan het begin van het dorp de auto neerzetten, op de weg naar het treinstation. Het eindpunt van de trein.
We wandelen naar dit station. Onderweg doen we nog even een kerkje aan, waar de pappas ijverig bezig is het groen te snoeien. En zien we ook weer eens waarom ezels pakezels worden genoemd. Ze worden volgeladen met stro en met de grondstoffen voor de bouw, van een appartement halverwege de berg. Op het stationnetje staan ditmaal niet alleen een aantal wagonnetjes op een rij, maar er staat ook een locomotief voor de wagonnetjes. In de eerste wagon ligt de machinist uitgebreid te slapen. Of is het gewoon een zwerver? Ik houd het maar op de eerste. Dit klinkt toch wat romantischer.
Via een breed pad (800 meter lang) ben je in een kwartiertje op het centrale plein. Het eerste stukje ziet er verwaarloosd uit, Tineke loopt daarom liever over de weg, terwijl Henk in rap tempo het centrum van Miliës bereikt over het ezelspad.
Het dorp van Anthimos Gazos en Grigoris Konstantis. De grondleggers van Psihis Akos, zoals Miliés aanvankelijk heette. In de indrukwekkende kerk van Panmegiston Paxiarchon werd door Gazos de Turken de wacht aan gezet, waarna de vrijheidsstrijd van Pilion tegen de Turken begon. In de bibliotheek, die bijna tegenover de kerk te vinden is, liggen talloze geschriften uit en over die tijd, maar ook andere oude boeken zijn er te vinden.
Het museum is gratis te bezoeken en is open van tien tot twee, althans als de beheerder aanwezig is. De hal is open, maar de rest: dicht. Hier kun je ook boekjes (in het Engels) kopen onder andere over de geschiedenis van het gebied. Jammer ook na enig wachten verschijnt er niemand. Weer een Pilion-illusie armer wandelen we terug over de weg naar onze auto, waarna we door het dorpje rijden naar het volgende plaatsje.
Vyzitsa. Tineke krijgt alleen bij het lezen van die naam al de rillingen. Nee, ik verklap niets, raad het maar. In dit dorp staan nog veel woningen, die zo karakteristiek zijn voor dit gebied. Een beetje vierkant, met leistenen daken en soms ook bijzonder fraai versierd. Veelal door de raampjes die net onder het dak liggen.
De basiliek van Agias Dimitrias is heel nadrukkelijk aanwezig. Naast de kerk bevindt zich een waterbron die dateert uit 1894. Aan de voet van de kerk liggen wat kafenions en taveernes rond een dikke plataan. Hier heerst rust, zoveel rust dat er niets meer open is. Wel zijn de twee mini-markets open. In de ene winkel een allegaartje aan gebruiksvoorwerpen, de andere verkoopt ook producten voor het inwendige van de mens, zoals tsipouro.
We besluiten dat het genoeg is voor vandaag. Tineke maakt het rondje nog wel even af, waarna we doorrijden naar Kamèlia. Even half negen vertrekken we weer naar Pagasitikos, voor een maaltijd. Henk eet keftedes met gigantes (balletjes gehakt met grote witte bonen) en Tineke neemt gemista met een gekookte groente. En we krijgen weer een ijsje toe. De drankjes zijn opnieuw gratis, net zoals de allergische reactie van Tineke. Er zit daar iets in de lucht waar zij niet tegen kan.
Buiten vliegen de vleermuizen ondertussen weer dapper rond. De nachtegaal laat zich echter niet horen.
Deel 9 maandag 17 mei 2010
Bob de Bouwer is vanmorgen langs geweest in Kalá Nerá. De rust keert langzaam terug. Met een bulldozer is het meeste zand en vooral ook het grint en de stenen van de kustweg geschoven. Naar het strand. En de zee doet het wat rustiger aan.
De bakker was vandaag goed voor een broodje en een croissant. Heerlijk ontbeten. In alle rust. Er zijn diverse mensen vertrokken uit Kamèlia. Gisteren is er al een stel in de kamer naast ons getrokken en in de loop van de dag arriveren er nog andere gasten. Hoeveel? Geen idee. We merken het wel of niet.
Na het gezakte ontbijt maakt Tineke nog even een rondje om het dorp. Iets anders dan de loopjes hiervoor, omdat de kustweg richting Afissos nog steeds niet helemaal schoon was toen zij vertrok. De Bouwer was toen nog bezig. Een licht (hand)wasje doen en daarna op pad, naar de heuvels, waar we een aantal dorpjes bezoeken. We starten in Miliés, waar we aan het begin van het dorp de auto neerzetten, op de weg naar het treinstation. Het eindpunt van de trein.
We wandelen naar dit station. Onderweg doen we nog even een kerkje aan, waar de pappas ijverig bezig is het groen te snoeien. En zien we ook weer eens waarom ezels pakezels worden genoemd. Ze worden volgeladen met stro en met de grondstoffen voor de bouw, van een appartement halverwege de berg. Op het stationnetje staan ditmaal niet alleen een aantal wagonnetjes op een rij, maar er staat ook een locomotief voor de wagonnetjes. In de eerste wagon ligt de machinist uitgebreid te slapen. Of is het gewoon een zwerver? Ik houd het maar op de eerste. Dit klinkt toch wat romantischer.
Via een breed pad (800 meter lang) ben je in een kwartiertje op het centrale plein. Het eerste stukje ziet er verwaarloosd uit, Tineke loopt daarom liever over de weg, terwijl Henk in rap tempo het centrum van Miliës bereikt over het ezelspad.
Het dorp van Anthimos Gazos en Grigoris Konstantis. De grondleggers van Psihis Akos, zoals Miliés aanvankelijk heette. In de indrukwekkende kerk van Panmegiston Paxiarchon werd door Gazos de Turken de wacht aan gezet, waarna de vrijheidsstrijd van Pilion tegen de Turken begon. In de bibliotheek, die bijna tegenover de kerk te vinden is, liggen talloze geschriften uit en over die tijd, maar ook andere oude boeken zijn er te vinden.
Het museum is gratis te bezoeken en is open van tien tot twee, althans als de beheerder aanwezig is. De hal is open, maar de rest: dicht. Hier kun je ook boekjes (in het Engels) kopen onder andere over de geschiedenis van het gebied. Jammer ook na enig wachten verschijnt er niemand. Weer een Pilion-illusie armer wandelen we terug over de weg naar onze auto, waarna we door het dorpje rijden naar het volgende plaatsje.
Vyzitsa. Tineke krijgt alleen bij het lezen van die naam al de rillingen. Nee, ik verklap niets, raad het maar. In dit dorp staan nog veel woningen, die zo karakteristiek zijn voor dit gebied. Een beetje vierkant, met leistenen daken en soms ook bijzonder fraai versierd. Veelal door de raampjes die net onder het dak liggen.
We besluiten op het plein iets te eten, een xoriathiki met tzatziki en een portie vlees. Het gebeurt duidelijk niet vaak dat hier toeristen even neerploffen, waarbij de eigenares/kokkin van de dagelijkse Griekse soap wordt gehaald. Ze vindt dat niet erg en vertrekt met bijna een Engelengezicht naar haar domein en zet ons een heerlijke maaltijd voor. Het draadloze internet in de taveerne is beveiligd. Niet inloggen dus. Aan de andere kant van de weg ligt de kerk van Zoodoho Pigi.
Ik bekijk nog een bron tegen een berghelling aangeplakt. Tineke is dan al afgehaakt en is eigenlijk ook niet te bewegen om op zoek te gaan naar de waterval hier in de buurt. Dat heeft allemaal te maken met een slang die Henk niet heeft zien liggen en waar hij dus zomaar overheen is gestapt. Nou ja slang, een dikke pier of zo dood als een pier, maar natuurlijk mag ik Tineke daar niet mee plagen.
We vertrekken naar het volgende dorp Pinakates. Achteraf had Tineke hier willen eten, maar het door Wilma Hollander beschreven restaurant is dicht. Zo erg is het dus niet allemaal dat we een dorp eerder al aan de maaltijd zijn gegaan.De basiliek van Agias Dimitrias is heel nadrukkelijk aanwezig. Naast de kerk bevindt zich een waterbron die dateert uit 1894. Aan de voet van de kerk liggen wat kafenions en taveernes rond een dikke plataan. Hier heerst rust, zoveel rust dat er niets meer open is. Wel zijn de twee mini-markets open. In de ene winkel een allegaartje aan gebruiksvoorwerpen, de andere verkoopt ook producten voor het inwendige van de mens, zoals tsipouro.
We besluiten dat het genoeg is voor vandaag. Tineke maakt het rondje nog wel even af, waarna we doorrijden naar Kamèlia. Even half negen vertrekken we weer naar Pagasitikos, voor een maaltijd. Henk eet keftedes met gigantes (balletjes gehakt met grote witte bonen) en Tineke neemt gemista met een gekookte groente. En we krijgen weer een ijsje toe. De drankjes zijn opnieuw gratis, net zoals de allergische reactie van Tineke. Er zit daar iets in de lucht waar zij niet tegen kan.
Buiten vliegen de vleermuizen ondertussen weer dapper rond. De nachtegaal laat zich echter niet horen.
14 juni 2010
Rantzo Fitóko
Deel 8 zondag 16 mei 2010
Onrustig geslapen. Althans ik heb onrustig geslapen. Het is droog, al de gehele nacht. Het waait nog wel flink. Niet zo erg als gistermiddag en gisteravond, maar toch. Ik maak het ontbijt, slaag er in een keer in Tineke een zacht gekookt eitje voor te zetten. Er is helaas geen zout, maar je kunt nu eenmaal niet alles tegelijk hebben, in het leven.
We vertrekken om ongeveer half tien. Een uurtje rijden, schat Maria het. De weg naar Fitóko. Daar gebeurt het vandaag. Om elf uur. Voorspeld door Teodoro Soroulias, verslaggever van de regionale televisie in Pilion. Wat er gebeurt, dat weten we niet. Alleen dat het om elf uur is, dat het gaat om iets uit de vijfde eeuw, voor of na Christus, dat is slechts duizend jaar verschil en dat het dus gebeurt bij Rantzo Fitóko, Volos.
Dat Fitóko is een klein dorpje net ten noorden van Volos. Eigenlijk meer een gehucht.
Ik loods Tineke aardig door de stad heen, maar het laatste stukje, daar zit het venijn. Welke afslag moeten we hebben om in Fitóko te komen. Ik vraag het onderweg in Volos en een Griek is bereid om het mij uit te leggen. In zijn beste Grieks en daar komen gelukkig handen bij te pas. Helaas gebruikt hij de kaart niet, maar het geeft niet. Zijn opdracht om links af te slaan en daarna rechts, die komt aan.
We rijden langs de algemene en de Joodse begraafplaats Volos. Gaan bij verkeerslichten bij de snelweg rechtdoor en daar vraag ik het aan een jonger Grieks exemplaar, die na veel nadenken in het Engels vertelt dat we terug moeten, de snelweg op naar rechts en dan bij de volgende verkeerslichten weer naar rechts. Hij verbetert zichzelf en komt dan toch weer tot de eerste conclusie. En die is goed blijkt als we op de weg naar Larissa zitten, want daar staat een bordje die aangeeft dat we richting Fitóko rijden.
Bij een kerkje, een heel stuk buiten het dorp nog, is het giga-druk. Feestelijk druk. Dus daar is het. Niet dus, blijkt bij navraag. Hup weg maar weer. Vlak voor het dorp is een manege. Tineke krijgt een helder moment. ‘Hier is parkeerplek zat. Hier zet ik mijn auto neer.’ Prompt ziet ze een zwaard blikkeren in de zon. Dus daar moet het zijn. Want een zwaard is oud.
Nou daar sta je dus, als Henk zijnde. Met een mond vol tanden en – een paar jaar geleden al weer – een halfjaar Griekse les achter de rug. Gewoon even het woord rantzo vertalen. Het betekent behalve luchtbed en reisbed ook ranch. Zoiets als Bonanzo. Hier moeten we zijn, hier drinken we snel een frappé. De wind pikt onze rekening mee, maar betaalt niet. Dat moet ik zelf doen.
Na enige tijd arriveert de televisieman ook, samen met zijn zoon. Hij verwelkomt mij, stelt mij voor aan een stel Grieken. Aan de mensen van de club Koryvantes; een vereniging die de klassieke Griekse geschiedenis en waarden verdedigt. Een club die ook de verschillen laat zien in kleding (gevechtskleding) van de diverse Griekse volken, Sparta, Athene, Thebe en Macedonië. Uitleg geeft en een gevecht laat zien, want de volkeren hadden hun eigen manier van vechten.
De vereniging is in Athene gevestigd, maar heeft ook in Thessaloniki een afdeling. Ze geven in heel het land demonstraties, zo’n twee keer per maand. Dat lukt niet altijd want de afstanden in Griekenland zijn toch wel vrij groot.. Zeker als je ook nog eens de eilanden fatsoenlijk willen bedienen.
Ze maken op ons overigens niet de indruk dat ze echt op elkaar zijn ingespeeld. Er wordt eerst nog wat geoefend, voordat de show echt begint. De uitleg van welke helm bij welke stad hoorde en welk schild een bepaald volk voert. De tweede show levert een speergevecht op. Voor ons is het moment nu gekomen om af te haken. Het is nu rond één uur en we hebben geen idee hoe lang ze hier nog mee doorgaan. Ook Teodoro ruimt trouwens zijn spullen op.
Wij gaan terug naar Volos, waar Tineke een poging wil wagen om een bezoek te brengen aan de Joodse begraafplaats. Bij het langsrijden zien we dat het hek gesloten is. De naastgelegen algemene begraafplaats is wel open. Dus stappen we daar naar binnen. In de hoop (ook) dat er verbinding tussen de twee begraafplaatsen is. Niet dus. Dan maar gewoon even kijken of het hek niet op slot is. Dat is wel zo.
Een man ziet Tineke staan en vraagt of zij naar binnen wil. Hij maakt het hek open zodat we een rondgang over deze sobere begraafplaats kunnen maken. Voor de Tweede Wereldoorlog had Volos een grote Joodse gemeenschap, maar die is door de Duitsers tijdens de oorlog afgevoerd. Aangezien er nog steeds Joodse mensen worden begraven hier, moeten er na de oorlog nog wel een paar zijn teruggekomen. Maar dat zijn er absoluut niet veel geweest.
We rijden terug naar Kalá Nerá, langs het stadion, waar Olympiakos een thuiswedstrijd speelt. Nee, niet de veelvoudig landskampioen uit Piraeus, gewoon de plaatselijke club Olympiakos Volos. Zullen we gaan kijken, zegt Tineke. Nee, maar niet doen. In Kamèlia maak ik snel wat broodjes klaar en na een korte siësta, geen Grieks woord overigens, gaan we proberen bij Enalion te internetten. Die heeft draadloos internet. We bestellen thee en koffie. Ik zet gemaakte foto’s op een USB-stick en merk inderdaad dat zij een beveiligd internetsysteem hebben. Omdat de batterij bijna leeg is, vraag ik niet of ik mag inloggen. Dat komt een volgende keer wel.
We maken nog wat foto’s van de zee, die weer flink tekeer gaat. De golven staan nu niet recht op de kust, maar toch klotsen ze lekker over de kade. Vervolgens nemen we het ervan. Weer zo’n prima (rustige) dag waarin wij weer gekken dingen gezien hebben.
Deel 8 zondag 16 mei 2010
Onrustig geslapen. Althans ik heb onrustig geslapen. Het is droog, al de gehele nacht. Het waait nog wel flink. Niet zo erg als gistermiddag en gisteravond, maar toch. Ik maak het ontbijt, slaag er in een keer in Tineke een zacht gekookt eitje voor te zetten. Er is helaas geen zout, maar je kunt nu eenmaal niet alles tegelijk hebben, in het leven.
We vertrekken om ongeveer half tien. Een uurtje rijden, schat Maria het. De weg naar Fitóko. Daar gebeurt het vandaag. Om elf uur. Voorspeld door Teodoro Soroulias, verslaggever van de regionale televisie in Pilion. Wat er gebeurt, dat weten we niet. Alleen dat het om elf uur is, dat het gaat om iets uit de vijfde eeuw, voor of na Christus, dat is slechts duizend jaar verschil en dat het dus gebeurt bij Rantzo Fitóko, Volos.
Dat Fitóko is een klein dorpje net ten noorden van Volos. Eigenlijk meer een gehucht.
Ik loods Tineke aardig door de stad heen, maar het laatste stukje, daar zit het venijn. Welke afslag moeten we hebben om in Fitóko te komen. Ik vraag het onderweg in Volos en een Griek is bereid om het mij uit te leggen. In zijn beste Grieks en daar komen gelukkig handen bij te pas. Helaas gebruikt hij de kaart niet, maar het geeft niet. Zijn opdracht om links af te slaan en daarna rechts, die komt aan.
We rijden langs de algemene en de Joodse begraafplaats Volos. Gaan bij verkeerslichten bij de snelweg rechtdoor en daar vraag ik het aan een jonger Grieks exemplaar, die na veel nadenken in het Engels vertelt dat we terug moeten, de snelweg op naar rechts en dan bij de volgende verkeerslichten weer naar rechts. Hij verbetert zichzelf en komt dan toch weer tot de eerste conclusie. En die is goed blijkt als we op de weg naar Larissa zitten, want daar staat een bordje die aangeeft dat we richting Fitóko rijden.
Bij een kerkje, een heel stuk buiten het dorp nog, is het giga-druk. Feestelijk druk. Dus daar is het. Niet dus, blijkt bij navraag. Hup weg maar weer. Vlak voor het dorp is een manege. Tineke krijgt een helder moment. ‘Hier is parkeerplek zat. Hier zet ik mijn auto neer.’ Prompt ziet ze een zwaard blikkeren in de zon. Dus daar moet het zijn. Want een zwaard is oud.
Nou daar sta je dus, als Henk zijnde. Met een mond vol tanden en – een paar jaar geleden al weer – een halfjaar Griekse les achter de rug. Gewoon even het woord rantzo vertalen. Het betekent behalve luchtbed en reisbed ook ranch. Zoiets als Bonanzo. Hier moeten we zijn, hier drinken we snel een frappé. De wind pikt onze rekening mee, maar betaalt niet. Dat moet ik zelf doen.
Na enige tijd arriveert de televisieman ook, samen met zijn zoon. Hij verwelkomt mij, stelt mij voor aan een stel Grieken. Aan de mensen van de club Koryvantes; een vereniging die de klassieke Griekse geschiedenis en waarden verdedigt. Een club die ook de verschillen laat zien in kleding (gevechtskleding) van de diverse Griekse volken, Sparta, Athene, Thebe en Macedonië. Uitleg geeft en een gevecht laat zien, want de volkeren hadden hun eigen manier van vechten.
De vereniging is in Athene gevestigd, maar heeft ook in Thessaloniki een afdeling. Ze geven in heel het land demonstraties, zo’n twee keer per maand. Dat lukt niet altijd want de afstanden in Griekenland zijn toch wel vrij groot.. Zeker als je ook nog eens de eilanden fatsoenlijk willen bedienen.
Ze maken op ons overigens niet de indruk dat ze echt op elkaar zijn ingespeeld. Er wordt eerst nog wat geoefend, voordat de show echt begint. De uitleg van welke helm bij welke stad hoorde en welk schild een bepaald volk voert. De tweede show levert een speergevecht op. Voor ons is het moment nu gekomen om af te haken. Het is nu rond één uur en we hebben geen idee hoe lang ze hier nog mee doorgaan. Ook Teodoro ruimt trouwens zijn spullen op.
Wij gaan terug naar Volos, waar Tineke een poging wil wagen om een bezoek te brengen aan de Joodse begraafplaats. Bij het langsrijden zien we dat het hek gesloten is. De naastgelegen algemene begraafplaats is wel open. Dus stappen we daar naar binnen. In de hoop (ook) dat er verbinding tussen de twee begraafplaatsen is. Niet dus. Dan maar gewoon even kijken of het hek niet op slot is. Dat is wel zo.
Een man ziet Tineke staan en vraagt of zij naar binnen wil. Hij maakt het hek open zodat we een rondgang over deze sobere begraafplaats kunnen maken. Voor de Tweede Wereldoorlog had Volos een grote Joodse gemeenschap, maar die is door de Duitsers tijdens de oorlog afgevoerd. Aangezien er nog steeds Joodse mensen worden begraven hier, moeten er na de oorlog nog wel een paar zijn teruggekomen. Maar dat zijn er absoluut niet veel geweest.
We rijden terug naar Kalá Nerá, langs het stadion, waar Olympiakos een thuiswedstrijd speelt. Nee, niet de veelvoudig landskampioen uit Piraeus, gewoon de plaatselijke club Olympiakos Volos. Zullen we gaan kijken, zegt Tineke. Nee, maar niet doen. In Kamèlia maak ik snel wat broodjes klaar en na een korte siësta, geen Grieks woord overigens, gaan we proberen bij Enalion te internetten. Die heeft draadloos internet. We bestellen thee en koffie. Ik zet gemaakte foto’s op een USB-stick en merk inderdaad dat zij een beveiligd internetsysteem hebben. Omdat de batterij bijna leeg is, vraag ik niet of ik mag inloggen. Dat komt een volgende keer wel.
We maken nog wat foto’s van de zee, die weer flink tekeer gaat. De golven staan nu niet recht op de kust, maar toch klotsen ze lekker over de kade. Vervolgens nemen we het ervan. Weer zo’n prima (rustige) dag waarin wij weer gekken dingen gezien hebben.
En het is ook nog niet afgelopen. We hebben hier een rubberboot nodig en de bevolking kan ook wel wat voedselpakketten gebruiken. Het is armoe troef. Het aantal toeristen dat Griekenland bezoekt neemt af, terwijl het aantal mensen dat aan het toerisme geld wil verdienen toeneemt. Ja, dat kan niet goed gaan. En die rubberboot. Het afwateringskanaaltje langs het weggetje naar de boulevard is overgelopen, door de hoge waterstand in de Golf.
Het laatste stuk is derhalve niet meer begaanbaar en ook het kruispunt van de boulevard staat volledig blank. Via het terrein van een vroegere bar/dancing, die door mij consequent als fabriek wordt bestempeld en het terras, waaraan al de gehele week wordt gewerkt, komen we veilig verder. Verderop weer een half strand op de weg. De wind is weer iets gedraaid, maar is nu ook over zijn hoogtepunt heen, zodat we bij de taveernes kunnen komen. Bij Paganisitikas gaat het er vanavond ontspannen aan toe. De bedienden zijn van de ergste schrik bekomen. En verder is ook nagenoeg alles naar wens. De Fischer is niet koud, maar oké. De welkomstdrankjes verschijnen en met de melitzanasalata is ook niets mis. Verder smikkelen we van een mixed gril voor twee personen. Veel vlees en krijgen een ijsje toe. Oh ja, de drank is van het huis, zodat we slechts 25 euro kwijt zijn.
13 juni 2010
Dolfijnen
Het wordt tijd om terug te rijden. Tineke begint het zat te worden, wil onderweg nog wat drinken. Het liefst water. Bij een kiosk kan ik wel aan ijsthee komen en citroenlimonade, maar dat is niet te krijgen, dus koop ik twee blikjes ijsthee en twee blikjes lemonade. Goed voor de dorst, of juist het opwekken van de dorst. Daar ben ik nog steeds niet achter. Wel weten we weer eens dat je niet moet weggaan zonder water. Zelfs niet als je besluit om geen (grote) wandelingen te maken.
Bij terugkeer in Kalá Nerá zien we dat de wind lekker onstuimig is en tegen de kust aanbeukt. Ik praat nog wat met mensen over wandelingen, met de hostess die mij een internetmogelijkheid in Kalá Nerá wijst en dan wordt het tijd om te douchen en uit eten te gaan. De fototoestellen gaan mee. Niet alleen die van mij, maar van ons allebei. De wind is verder aangewakkerd en de zee gaat flink tekeer. Vliegt over het strand heen en hier en daar over straten. De terrasjes aan de zee blijven gesloten, stoelen worden opgestapeld. De wind heeft vrij spel, sleept steentjes mee over de straat en zet hier en daar wegen onder water.
Bij taveerne Paganisitikas gaat het er nerveus aan toe. De vier man bediening loopt te rennen alsof zij vrezen voor hun leven. En echt druk is het er nou ook weer niet. Het vaste welkomstdrankje schiet erbij in. Vooraf neem ik een schoteltje gebakken aubergine, melitzanes, en als hoofdgericht een karbonade met champignonsaus. Tineke vraagt om een kleftiko en deponeert de patat die bovenop de ‘Lamp’ ligt op mijn bord. Een Fischer om alles weg te spoelen. Tineke krijgt een kannetje rode wijn, uhhh dat moet witte zijn. En die wordt dus ook prompt omgewisseld. Bordjes voor het brood en het voorafje: ontbreken. Nee, in de bediening gaat hier wel eens iets mis.
Tegen de tijd dat ik wil afrekenen, krijgt Tineke een allergische aanval. Waarvan? Geen idee. Zij gaat al naar buiten voor ik de schade heb opgemaakt en ga haar met twee ijsjes achterna. Daarna zeilen we terug naar Kamèlia en duik ik onder.
Deel 7 zaterdag 15 mei 2010
Het heeft een groot deel van de nacht geregend. En als ik wakker word dan regent het nog steeds. Niet veel maar net genoeg om nat te worden. Vanmorgen dus niet in de tuin ontbijten, maar in ons appartement zelf. Vervolgens een plan de campagne maken, voor wat we vandaag gaan doen. Ergens heen rijden en daarvandaan een wandeling maken heeft vermoedelijk weinig zin, want zeker de kaldarimi zijn nu spekglad.
De keuze is uiteindelijk snel gemaakt, want een tochtje door de bergen met de auto ziet Tineke ook niet zitten, dus zakken we af naar het zuiden. Ook nu ontkom je niet echt aan klimmen, maar het valt eigenlijk allemaal reuze mee. De wegen zijn bovendien goed berijdbaar, over het algemeen lekker breed. En er is, zeker niet onbelangrijk, weinig verkeer. Niet alleen naar het zuiden, maar in heel Pilion valt het wel mee. Ho, stop. Volos is een uitzondering, maar daarover morgen meer. Daar weet ik nu nog niets vanaf. Bijna niets vanaf, want we zijn er alleen met de bus doorheen gereden.
Na het verlaten van Kalá Nerá zitten we bijna automatisch in Korópi, glijden langs Áfissos en nemen bij een grote driesprong de zuidelijke (rechter) route naar Argalastí. Hier wordt op zaterdag markt gehouden. Altijd leuk, maar nu niet want we willen zoals gezegd door naar het zuidelijke puntje. Ter hoogte van Xórto komen we.weer bij de zee uit. Of moet ik iets eerbiediger zijn en praten over de Golf van Volos of nog beter Pagasitikós Kólos. Het is een pot nat. Nat van het water dat hier stroomt en nat van de regen, die gelukkig wel is opgehouden, waardoor de straten de gelegenheid krijgen om een droog jasje aan te trekken.
Net onder Milína begint een watersportgebied. Met een aantal campings aan de kust en zeilclubs, verhuurders van zeilboten en ook liggen hier en daar verspreid enkele jachtjes. En verspreid langs de kust ontdek ik enkele strandjes. Allemaal grint, lekker zo zonder waterschoentjes. Langs de kust in de baai van Valtoúdi ligt het eilandje Alatas. We komen nu langs nog een aantal baatjes Órmos Limiónas en strandjes met namen als Tzásteni, Panaghiá en Diakófti. Allemaal aan de voet van het Tisséo-gebergte.
Bij Diakófti komen we bij de teen van Pilion. Met als belangrijkste plaats Trikéri. De bewoners van dit stadje woonden vroeger op het eiland Pallio Tríkéri. Vanaf dit eiland startte Jason zijn zoektocht naar het Gulden Vlies. De drager van deze mantel gemaakt van een gevleugeld ram, was onzichtbaar. Met zijn Argonauten moest Jason vervolgens diverse opdrachten uitvoeren, voordat hij aan het Gulden Vlies kwam.
Op dit eiland kun je overigens nog steeds komen. Maar autorijden lukt niet. Is daarvoor te klein. Wel kan er worden overnacht in een hotel. Vanaf het strand van Alagóporos zet een watertaxi je over. Op dit eilandje vind je behalve enkele kerken ook Evangelistrías-klooster. Maar goed wij zijn er niet naar toe gevaren, zijn wel even bij het strandje geweest.
Voor we daar heen zijn gegaan zijn we eerst doorgereden naar Tríkéri en vervolgens Aghios Kyriakí, op de zuidpoot. Hier zie je de opening van de Golf van Volos en aan de overkant van het water ligt Evvia, het onbereikbare, mysterieuze Evvia.
Terug naar Aghios Kyriakí, een lieflijk vissersdorpje dat veel toeristen trekt. En die verzamelen zich allemaal bij de diverse visrestaurantjes.
Manolas, is de eerste die je tegenkomt, en ook de enige die open is, terwijl wij er zijn. Wij lopen eerst een stukje door het dorp en verbazen ons er eigenlijk over dat de vissersbootjes hier bijna allemaal een oranje of rode kiel hebben. Luie vissers die hun boot wel in de menie hebben gezet maar niet hebben afgeschilderd? Heeft hostess Henny hier een antwoord op?
Het kerkje Aghia Kyriakí is dicht. Had ik eigenlijk ook zelf ook kunnen bedenken. Toch is de korte wandeling daarheen de moeite waard geweest. En daardoor smaakt het hapje bij Manolas ook uitstekend. Voor ons echter geen vis, iets wat de meeste mensen wel kiezen. Niet alles is bovendien onze eerste keus. Aardappelsalade wordt gewoon patat en de gigandes worden ingeruild voor worstjes, verder staat er een tzatziki op tafel en gebakken courgette, een flesje water en een flesje citroenlimonade, goed voor de dorst. Ook wel nodig wat de worstjes zijn aan de zoute kant. Niet erg, maar je krijgt er wel dorst van.
We zijn nog maar net aan het eten of Tineke ziet iets in het water, of beter gezegd uit het water springen. Dolfijnen. En wat is er dan nog mooier als het lukt om ze met een toch redelijk eenvoudige camera ook nog eens op de foto te krijgen. Alleen op grote afstand, want als de beesten zijn razendsnel en onberekenbaar. Je weet nooit waar ze hun kop boven water steken, hun sprong inzetten. Een keer gebeurt dat op zeer korte afstand. Jammer, die plaat hebben we niet.
Ik maak – van bovenaf bij een parkeerplaats boven het dorp – nog wat foto’s van de bootwerf. De scheepsbouwer Stathis Kouris is vandaag niet aan het werk. Er liggen heel wat boten waar nog wat aan te doen valt. Sommige boten zijn echter dermate beschadigd dat er geen houden meer aan is. Een exemplaar is zelfs half verbrand.Het wordt tijd om terug te rijden. Tineke begint het zat te worden, wil onderweg nog wat drinken. Het liefst water. Bij een kiosk kan ik wel aan ijsthee komen en citroenlimonade, maar dat is niet te krijgen, dus koop ik twee blikjes ijsthee en twee blikjes lemonade. Goed voor de dorst, of juist het opwekken van de dorst. Daar ben ik nog steeds niet achter. Wel weten we weer eens dat je niet moet weggaan zonder water. Zelfs niet als je besluit om geen (grote) wandelingen te maken.
Bij terugkeer in Kalá Nerá zien we dat de wind lekker onstuimig is en tegen de kust aanbeukt. Ik praat nog wat met mensen over wandelingen, met de hostess die mij een internetmogelijkheid in Kalá Nerá wijst en dan wordt het tijd om te douchen en uit eten te gaan. De fototoestellen gaan mee. Niet alleen die van mij, maar van ons allebei. De wind is verder aangewakkerd en de zee gaat flink tekeer. Vliegt over het strand heen en hier en daar over straten. De terrasjes aan de zee blijven gesloten, stoelen worden opgestapeld. De wind heeft vrij spel, sleept steentjes mee over de straat en zet hier en daar wegen onder water.
Bij taveerne Paganisitikas gaat het er nerveus aan toe. De vier man bediening loopt te rennen alsof zij vrezen voor hun leven. En echt druk is het er nou ook weer niet. Het vaste welkomstdrankje schiet erbij in. Vooraf neem ik een schoteltje gebakken aubergine, melitzanes, en als hoofdgericht een karbonade met champignonsaus. Tineke vraagt om een kleftiko en deponeert de patat die bovenop de ‘Lamp’ ligt op mijn bord. Een Fischer om alles weg te spoelen. Tineke krijgt een kannetje rode wijn, uhhh dat moet witte zijn. En die wordt dus ook prompt omgewisseld. Bordjes voor het brood en het voorafje: ontbreken. Nee, in de bediening gaat hier wel eens iets mis.
Tegen de tijd dat ik wil afrekenen, krijgt Tineke een allergische aanval. Waarvan? Geen idee. Zij gaat al naar buiten voor ik de schade heb opgemaakt en ga haar met twee ijsjes achterna. Daarna zeilen we terug naar Kamèlia en duik ik onder.
Abonneren op:
Posts (Atom)


