24 juni 2008

Zondagsrust
Zondag 18 mei 2008
Er zijn geen plannen om eropuit te trekken. Brood hoeft er vandaag niet te worden gehaald en Tineke krijgt de kans om uit te slapen. Gianny, de zoon van de beheerster, moet van zijn moeder naar binnen. Hij is volgens haar te lastig en wij moeten onze rust hebben. Efie heeft veel overredingskracht nodig om dat voor elkaar te krijgen.
De buurthonden zijn het niet eens met het verstoren van de zondagsrust door de kerkklokken van de grote Nikolaoskerk in Kokkári. De honden kunnen overigens ook nog verstokte atheïsten zijn. Ze beginnen in ieder geval te huilen als de kerkgangers worden opgeroepen voor een mis.
We besluiten om in de loop van de dag een korte wandeling door Kokkári en haar nabije omgeving te maken.We wandelen eerst het dorp aan de achterzijde uit en komen uit op de hoofdweg, waar een fraai kapelletje staat.Aan de rand van het dorp verwijzen borden naar de bron van Amma, maar ook naar het klooster Vrondi, het bergdorpje Vourliótes, naar Mytilinii en het kasteel Louloúdes, dat ten zuiden van Kokkári in het Ampelosgebergte is gebouwd. Water hebben we niet bij ons en het kan dus sowieso geen lange wandeling worden. We volgen de weg een stukje en kiezen bij een splitsing voor de richting van de bron en het klooster. De bron laat op zich wachten, maar we komen wel een bordje tegen met de verwijzing naar een kerkje dat ter ere van Johannis de Doper is gebouwd.We sjouwen de trappen op en in de kapel brand ik een kaarsje voor mijn drie meiden. Er verschijnen meerdere wandelaars.Wij nemen onze tijd voor we teruggaan en lopen via de kustweg het dorp weer in.
Bij Stathis drinken we een koele frappé.
De terrasjes langs de haven lopen langzaam vol. Een visser haalt voorzichtig zijn vangst uit het net.
De plaatselijke jeugd speelt in en aan he water, springt gekleed van een rotsblok af. Met de huidige zomerse temperaturen drogen de kleren snel op.
Wij wandelen via een steegje omhoog de heuvel op die het dorp scheidt van de olieraffinaderij. Deze bezorgde het dorp in het verleden de nodige arbeidsplaatsen. De rood-witte torens zijn tegenwoordig niet helemaal in ruste en walmen soms ontzettend. Voor het werk is echter nog maar een handjevol personeel nodig. Lang leve de automatisering.Vanaf de heuvel hebben we een mooi uitzicht over het dorp en zijn grote kerk. Hij is al van diverse kanten op de foto gezet, maar ik heb er nog geen stap binnengezet. Maar ook op het strand, terwijl we in de verte Samos-stad en de Turkse kust kunnen zien.In het Art-café is er vandaag geen internetverbinding. De Mythos Red is niet te drinken en de sandwich wordt uitgeserveerd met patat. Ook na de lunch is er nog geen internet. Daarom wandelen we maar door naar het terras van Goal, waar op twee schermen de wedstrijd Ajax-Twente rechtstreeks is te zien; geen beste wedstrijd.Ajax krijgt wel kansen, maar het blijft 0-0. Geen Champions League derhalve voor de Amsterdammers, een forse finale tegenvaller van het toch al niet zo beste seizoen.Frans en Joke zijn in de tweede helft achterin aangeschoven. Zij hebben een busreis gemaakt. Terug in Marin doen we nog even een wasje.Ons diner wordt bij La Bussola geserveerd door een Nederlandse vrouw, die sinds anderhalve week op Samos is en haar Griekse vriend achterna is gereisd. Tineke kiest voor spaghetti ik neem de filet Daïána, Tineke neemt als toetje yoghurt met honing en ik krijg een warme chocolademelk. Niet echt mijn favoriete drankje, maar dan had ik maar beter moeten opletten.

22 juni 2008

Pythagoras

Zaterdag 17 mei 2008
Het is zaterdag. Voor twee dagen brood halen, ontbijten, pakken en op pad het vaste ritueel. Bij het uitrijden van Kokkári stuur ik Tineke naar rechts, terwijl we uiteraard de andere kant op moeten. Het is nog steeds lastig: rechts en links, hooi en strooi.
Na het keren tuffen we over de inmiddels al bekende weg langs Vathi en Pythagório en door Chóra heen. Langzaam laten we laagvlakte van Chóras achter ons en bij het naderen van Koumaradéi zie ik de Moni Megális Panagias al tegen de flanken van de heuvels liggen.
Stom, ben ik toch nog een T-shirt met mouw vergeten mee te nemen, terwijl ik weet dat de schouders bedekt moeten zijn bij een bezoek aan een klooster. We slaan desondanks de weg naar Myli in en betreden dit prachtige klooster, dat in 1586 is gesticht door de monniken Neílo en Dionísio op (vermoedelijk) de fundamenten van een ander al vergaan heiligdom.Het bezoeken van dit klooster, dat temidden van prachtige veelkleurige veldbloemen staat is enige tijd nauwelijks mogelijk geweest en alleen via een toevallig treffen met de pastoor van Koumaradéi konden mensen het bezoeken. Sinds enige tijd is dit ‘klooster van de vijf huizen’ weer bewoond en met een omslagdoek van Tineke om mijn schouders wandel ik rustig door de poort.
De huidige kloosterlingen zijn redelijk jong en soms ietwat jachtig.Tineke geniet van de ‘zware’ muziek die eerst vanuit het winkeltje klinkt en later wordt overgenomen door een cd-speler die in de byzantijnse kerk staat opgesteld.De in goudverf gedoopte ikonostase is versierd met houtsnijwerk met veel afbeeldingen van vogels en bloemen, terwijl de muurschilderingen dezelfde volgorde hebben als die in de kloosters op de Heilige Berg. Aan het plafond van de kerk hangen ontzettend veel kroonluchters, er is bijna geen plaatsje meer vrij.
Voor de toenmalige aartsbisschop Kyrillos was het klooster een prachtige schuilplek ten tijde van de opstand in 1821 tegen Turkije. Samos vervulde een grote rol in deze opstand. De aartsbisschop vergaderde hier veelvuldig met Lycurgus Logothetis, Stamatis Georiades en Konstantis Lachanis.Vanuit dit klooster werden plannen gesmeed en vanuit Samos werden heel wat verrassingsaanvallen op de Turkse kust gepleegd. Pas in 1912 verdwenen de laatste Turken van het eiland.
Genoeg kerk voor vandaag, terug naar Koumaradéi. Tineke zet haar Moppie op het terrein van een bedrijfspand.Het is een fabriekje waar olijven worden verwerkt. Eind februari, begin maart is dat doorgaans afgelopen en er zijn geen activiteiten meer te bespeuren. Dat weet ik op dat moment nog niet, vind het geen ideale plek, maar het blijkt een stuk slimmer dan het officiële parkeerterrein. Maar daarover zo meteen.Ons bezoek aan het winkeltje van Eva Eleftheriou valt tegen. Hier staat het oudste weefgetouw van Samos, maar dat is bedolven onder een lading tapijten een kleedjes, die er in allerlei maten te verkrijgen zijn. Een verwijzing naar Soufli, waar we ooit vanuit Alexandropouli zijn geweest, maakt veel helder. Eva zal ongetwijfeld ook zelf wel iets maken, maar een groot gedeelte van de producten in haar winkel komt uit Thracië.
De aardewerkwinkel en werkplaats van Hydria zijn dicht, die van Klironómos is open. Hier koopt Tineke een schildje voor aan de pergola en een masker voor haar verzameling. Aan het eind van het dorp bij Georgia Klirinómou vult Tineke haar Griekse kruiden aan en koopt ook nog enkele zakjes met theeblaadjes.
De parkeerplaats is ondertussen gebarricadeerd door twee bussen met dagjesmensen, die op de winkeltjes zijn losgelaten. Een oude man steekt zijn voertuig met moeite tussen de twee bussen uit, waarna de achterste buschauffeur optrekt en ons insluit.We wachten gelaten, sigá sigá. Toch is ook deze Griek de beroerdste niet en als hij merkt dat wij weg willen, maakt de man ruimte. En nadat wij zijn weggereden propt hij zijn voertuig op de plaats waar eerder de twee auto’s stonden. Een knap staaltje stuurmanskunst.
De plaatselijke politie is ook wakker. Een agent heeft enige tijd– kennelijk op versterking - voor een oude woning gewacht en gaat nu samen met zijn maatje naar binnen. Vanaf de overkant, bij de winkeltjes, wordt alles nauwgezet in de gaten gehouden. We wachten de afloop niet af en rijden terug naar Pythagório en parkeren aan de westkant van het dorp.De toegang naar de haven is een rotzooitje. De straat is opgebroken en ogenschijnlijk gebeurt er hier al dagen helemaal niets. Alleen taxi’s mogen momenteel deze straat in, maar ook de vrachtwagens die de taveernes aan de haven bevoorraden rijden door, evenals een tankwagen met brandstof voor de boten.
In de haven liggen diverse luxe zeiljachten, maar echte patserboten zijn er nauwelijks. Die slaan kennelijk dit gedeelte van de Aegeïschezee over.Aan de ene buitenkant van de haven liggen enkele vissersboten, terwijl de andere kant wordt gebruikt voor het opknappen van scheepjes.
Aan de haven staat een gedenkteken voor Pythagoras, zoon van Minisarchos en Pythaida.Dit fraaie standbeeld is in 1989 gemaakt door Nikolaos Ikaros. Pythagoras was niet alleen een van de belangrijkste wiskundigen uit de oudheid, maar is tevens belangrijk geweest voor de muziek en filosofie. De jonge Pythagoras kreeg les van diverse geleerden zoals de filosoof Ferekydes van Lesvos, Ermondamantas van Samos en Thamos en Anaximandros uit Milito. Op het Egyptische hof van farao Amasis werd hij ingewijd in de Egyptische mysteriën, onder andere door de hoge geestelijke Mefis. In Babylon werd hij gevangen gehouden door de Perzen en leerde ondertussen veel van de Perzische wijsgeren en magiërs.
Als geen ander wist Pythagoras verbanden met getallen te leggen; in de muziek en in de filosofie. Volgens hem zijn getallen het begin van de levende wezens. Hij noemde het heelal kosmos, wegens de harmonie de er heerst. Behalve de bekende stelling van Pythagoras, is hij verantwoordelijk voor de tafels van vermenigvuldiging. Menig scholier zal – zonder het geweten te hebben - op hem hebben gemopperd bij het opdreunen van de rijtjes.
Na de - deels gedwongen - omzwervingen keerde Pythagoras terug op Samos. Met Polykratis kon hij echter niet meer door een deur en die dwong hem het eiland te verlaten. Pythagoras verdween naar Italië en richtte in Kroton een school op, die als eerste universiteit van de wereld wordt beschouwd.
Vlakbij het standbeeld voor Pythagoras wordt gewerkt aan de ombouw voor een gedenkteken voor de gevallenen.Steentje voor steentje wordt afzonderlijk op maat gemaakt. Een flink karwei. Bij restaurant Pytagórion eet Tineke een broodje gyros en kies ik voor Gemista (gevulde tomaat en paprika).
Het geplande strandbezoek bij Kérveli komt te vervallen. Boodschappen doen we onderweg bij Lidl. Het sixpack water, blijkt water met bubbeltjes te zijn, zodat we in Kokkári opnieuw water moeten kopen.
Voor de tweede keer deze vakantie eten we bij Meravilia en worden hartelijk begroet.
De zoon van de eigenaar heeft zijn voet gekneusd toen hij een van de beelden, die voor het maken van een foto van het terras waren verplaatst, op zijn voet gekregen en is heel druk op het terras aanwezig. Hij woont met zijn vader en moeder boven het restaurant. Het restaurant is een goede bron van inkomsten, maar pa is wel gedwongen om ’s winters – meestal in de reclame – er bij te werken, want anders kunnen zij ook in een steeds duurder Griekenland niet rondkomen.
De Griekse salade smaakt overigens prima, evenals de Kleftiko voor Tineke en de Beftiki ala chef voor mij. Tineke krijgt als toetje enkele fijn gesneden stukjes appel in een zoete saus, terwijl ik glaasje grappa wegdrink.

21 juni 2008

Hera
Vijdag 16 mei 2008
Het ontbijten op het balkon is door de wind nog steeds een frisse bedoeling, maar het weer klaart toch echt zienderogen op. Na het ontbijt maken we onze spullen klaar voor de dagtrip. Voor alle zekerheid gaan de zwemspullen nu wel mee.
De eerste stop staat gepland in Pythagório. Voor dit toeristische bolwerk slaan we al linksaf vanwege de vermelding dat er oude stadswallen te zien moeten zijn.
Links van de weg zie ik wel enkele muurtjes en omdat verdere vermeldingen ontbreken moeten neem ik aan dat die wanden onderdeel hebben uitgemaakt van de oude stad, die tegen de heuvels aangeplakt heeft gelegen. Voor we op een onbegaanbaar pad uitkomen met onze vierwieler keren we. Voor ons wijst een kronkelende slang ons de juiste slingerende weg. Tineke stopt om het beestje niet dood te rijden, maar durft het raam niet open te draaien om het goed op de foto te zetten. Ik wil uitstappen en om de auto heen lopen. Dat wordt me niet in dank afgenomen. ‘Want die beesten zijn snel’, zegt Tineke bezorgd. Ze geeft een dot gas en weg is … de auto. De slang heb ik niet meer gezien.
De weg omhoog naar onder andere het klooster Panaghia tis Spilianis is in Pythagório afgesloten door een vrachtwagen, die vers asfalt stort in een aantal gaten in de weg. We rijden daardoor door naar de andere kant van dit dorp en parkeren ‘Moppie’ op de eerste parkeerplaats. Een bord geeft aan dat hier betaald moet worden. Er staat een huisje, maar dat is niet bemand. En gezien de entourage, is dat al langere tijd het geval. Vrij parkeren dus.
We wandelen terug door het dorp langs het Gymnasium van Pythagóriou naar het ‘Amfistomon Orygma’, de tunnel van Evranilos, een van de bezienswaardigheden van het eiland. De architect Evranilos, zoon van Naustrofos uit Megara, werd zo’n 2500 jaar geleden door Polykratis uitgenodigd om een tunnel te bouwen door de berg Ampelos waardoor de watervoorziening van de oude stad vanuit de noordkant ook tijdens belegeringen was verzekerd.De tunnel heeft een lengte van 1046 meter en heeft een hoogteverval van vijf meter, en het diepste punt is zo’n 180 meter van de top. Er werd van twee kanten tegelijk gewerkt. In het midden van de tunnel was een kleine aanpassing nodig om verbinding daadwerkelijk tot stand te brengen. Het water werd door die tunnel via aardwerk buizen en met enkele verticale schachten binnen de stadsmuren gebracht. Maar daarnaast kon de tunnel ook als geheime doorgang worden gebruikt bij een belegering van onder andere Perzen en Arabieren de kastro.Aanvankelijk was de waterleiding aangesloten op de bron van Ayiades, daarop is nu het kerkje van Ayiades gebouwd. Dit aquaduct is ongeveer duizend jaar in gebruik geweest en vervangen door een nieuw bouwwerk waarmee water uit de bron van Myli werd gehaald. Een deel van de tunnel is voor publiek toegankelijk, smal donker en de diepe gleuf aan de zijkant is terecht met een sterk hekwerk beschermd, zodat er geen ongelukken kunnen gebeuren.Tineke heeft er geen behoefte aan om in die nauwe gang - waar je elkaar niet overal kunt passeren, rond te struinen en gaat buiten zitten lezen.Ik wandel vervolgens nog een stukje rond de berg en zie de Romeinse Thermiliggen en in het dal van Chora het vliegveld, tegen de heuvel liggen de restanten van de muren van de oude kastro.
In deze omgeving staat zoals gezegd ook een klooster en een theater, dat grotendeels is afgedekt met plastic. Het hek om het theater heeft het begeven en als je Henk heet levert dat een uitnodiging op om er toch even rond te kijken.Het wordt tijd om Pythagório achter ons te laten en door te rijden naar Iraio en de oude tempel van Hera, die net buiten dit dorp ligt. Hera is de godin van de vruchtbaarheid. Ik zie de mensen al denken. Nee, dat is niet de reden van ons bezoek. We zijn te oud, er komen echt geen kinderen meer. Tineke en ik hopen natuurlijk wel op een grote schaar kleinkinderen, om ze zo nu en dan vreselijk te kunnen verwennen. En zo nu en dan voor oppas opa en oma te spelen. Maar goed onze meiden waren er niet bij en konden geen zaadje meepikken.
Het Heraion is gebouwd op de plaats waar volgens de overlevering de godin Hera is geboren uit de wortels van een teenwilg. Op deze plek heeft tevens de bruiloft plaatsgevonden tussen Hera en Zeus. Via opgravingen onder de archaïsche gebouwen heeft men ontdekt dat hier vroeger ook mensen hebben gewoond.
Er heeft een houten beeld van de godin gestaan, een eenvoudig altaar en een teenwilg. Eigenlijk hebben hier meerdere tempels voor Hera gestaan.Een grote zuil van ongeveer tien meter hoog is het meest imposante stuk.Maar ook het overblijfsel van de beeldengroep van Geneleos, de belangrijkste beeldhouwer uit de zesde eeuw voor Christus, is indrukwekkend. Verder zijn er vooral omtrekken waarneembaar. Ik noem de christelijke basilieken het altaar van Ricus. Het waarom van meerdere tempels voor Hera is nooit aangetoond, ook staan er tempels voor andere goden. Ik bekijk een deel van dit complex door de zoeker van mijn camera, terwijl Tineke zich meer op de geschiedenis richt en aandachtig de bordjes leest, die voor de toeristen staan opgesteld.
We laten dit stukje cultuur achter ons en rijden door naar het plaatsje zelf. Langs de kust wemelt het van taveernes en andere horeca-aangelegenheden, allemaal gericht op de toerist die hier vooral in het hoogseizoen neerstrijkt. Ook het grote open plein is er voor de bezoekers en duidelijk niet voor de enkele bewoners. Gezien de grote hoeveelheid appartementen in dit dorp, vermoed ik dat dit in de winter een van de vele Griekse spookdorpen is.
Nadat we een sandwich hebben weggehapt en onze dorst hebben gelest met vers geperst fruit wandelen we terug naar de parkeerplaats waar we de auto hebben achtergelaten. Aan de rand van het parkeerterrein wijst een bordje de route voor rolstoelgebruikers, maar laat daar nu net nog een hoop zand en puin liggen.Ach ja, we zijn in Griekenland. En zoiets komt voor. Ook het bord met de aanduiding dat men water kan halen bezorgt mij een frons als iemand met een arm vol flessen naar de zee zie lopen en daar de flessen vult.
Tineke vraagt wat onze volgende hoop oude stenen gaat worden. Voor vandaag heb ik genoeg. Ja echt, je moet zoiets ook niet gaan overdrijven. En de strandkleding is niet voor niets meegegaan. Ik kies voor Psili Ámmos aan de gelijknamige Órmos, de ‘baai van het fijne zand’. Vanaf Pythagório rijden we eerst door de vlakte van Mésokampos en langs Mykáli Beach, dat nauwelijks leeft en vooral wordt gedomineerd door een paar grote appartementencomplexen. We glijden om het meertje van Alikés, dat een beschermede status heeft en geldt als een gebied waar trekvogels zich ophouden. Een enkele flamingo is hier neergestreken. Vogelaars, zoals bijvoorbeeld bij de baai van Kallóni op Lesvos, ontbreken hier volledig.
We betalen drie euro voor het parkeren en vervolgens heb ik op het strand voor zes euro plezier. Aan de kop van het strand zijn enkele taveernes gevestigd. Daar staan de strandstoelen in rijen opgesteld.Aan het eind is het een stuk rustiger en wordt gewerkt aan enkele appartementen in wording. Wij lopen door tot bijna het eind van het strand en vinden een redelijk rustig plekje. De Grieken van Samos en Turken van Klein Azië kunnen elkaar hier bijna een hand geven. De twee landen worden gescheiden door Stenón Samoú. In de baai van Psili Ámmos ligt het kleine eilandje Nisi Vareloúdi. Een kapelletje is zichtbaar op de heuvelrug.Bijna aan de overkant van het water, dat hier ongeveer 1,5 kilometer breed is ligt Bayrak Adisi. Die afstand is te zwemmen. Ik ga het water in, dat in eerste instantie koud aanvoelt, maar mijn lichaam went al snel aan de temperatuur. Tineke houdt mij angstvallig in de gaten. Een reddingsactie hoeft zij niet op touw te zetten, omdat ik me op tijd realiseer dat mijn drijfvermogen wel hoog is, maar mijn zwemcapaciteiten navenant laag.Uiteraard eten we ’s avonds weer in het centrum van Kokkári. Omdat bij restaurant Kreta alle tafeltjes bezet zijn, belanden we bij het naast gelegen Kokkári, een veredelde grillbar, dat over veel meer plaatsen op straat beschikt dan de buurman.De Griekse salade met marouli smaakt prima en Tineke vindt de lambchops eveneens goed verteerbaar. Mijn kebab met een yoghurt/tomatensaus is ook al van uitstekende kwaliteit. Dit straatterrasje is zeker een aanrader.

19 juni 2008

Schilderachtig

Donderdag 15 mei 2008
De gang naar de bakker is al snel een gewoonte, evenals het ontbijt verzorgen tijdens de vakantie en aansluitend de vaat doen. Tineke staat liever ’s morgens onder de douche en ervaart dan ook meteen wat een koude douche is, want dat heb je vaak ’s ochtends vroeg op de Griekse eilanden. Laat op de middag moet je in Marin echter ook geduld hebben, want warm water moet van ver komen.
Als Tineke de deuren naar het balkon wil dichtdoen, slaagt ze daar niet. Henk moet er aan te pas komen. Ach een eitje. Ja echt! In een hoek zat een vogeltje in een eierschil. En geen nest te zien. Na even doorduwen tegen de deuren kwakte het hele zaakje naar beneden. Een vieze bedoeling. Een stukje toiletpapier en de hele boel in de container. De vraag is natuurlijk hoe dat ei daar is terechtgekomen en wanneer, want de avond daarvoor zat de deur nog gewoon dicht. Het is een raadsel dat wij niet kunnen oplossen en Pythagoras leeft niet meer. Die had er ongetwijfeld een oplossing voor geweten.
We maken ditmaal een noordelijke tocht, waarbij we de eerste afslag naar Vourliótes al meteen missen, omdat die onverwacht voor ons opdoemt en achter ons een bumperklever rijdt, zodat op het laatste moment remmen en afslaan voor meerdere voertuigen gevaarlijk is. Tineke bewandelt de veilige weg; doorrijden, doorrijden, doorrijden. Over de kustweg naar het westen tot de volgende afslag bij Platanákia en dan door Valeontátes naar Manolátes. Dit is een gebied waar de wandelschoenen aangetrokken behoren te worden. Onderaan de kustweg is daarvoor parkeergelegenheid. Ook onderweg door het Nachtegaaldal kan men nog parkeren, terwijl aan het begin van het dorp een ruime parkeerplaats is gesitueerd voor de doorrijders.
Talloze wandelingen zijn er uitgezet in dit gebied. Naar Manolátes en naar een van de omliggende dorpen, zoals Vourliótes en Stavrinides. En als je gelukt hebt, dan hoor je een vroege of late nachtegaal zingen. Dan houd je zelf je mond en klinkt er zelfs geen ‘Summertime’ meer.
Manolátes is misschien wel het mooiste bergdorpje van Samos. Officieel is het dorpje op de helling van het Ampelosgebergte autovrij. Vanaf de parkeerplaats gaat er desondanks een weg het dorp in. Achter die hoofdweg bevinden zich talloze kleine straatjes, die door Manolátes kronkelen. Een bestelbusje heeft zich door een deel van de smalle straatjes weten te wurmen. De chauffeur ontpopt zich als een SRV-man die bij diverse woningen eerst een bestellijstje ophaalt en vervolgens de boodschappen lopend – omdat hij niet bij iedereen voor de deur kan parkeren - thuis aflevert.Veel van de huisjes zijn opgeknapt, vaak door creatieve buitenlanders, waardoor het bergdorpje een hoog kunstzinnig gehalte heeft. Behalve kleinschalige winkeltjes met keramiek en sieraden zijn er diverse taveernes, zodat wandelaars na hun tocht door de wijnstreek bij aankomst even kunnen bijtanken.Voor ons is het nog te vroeg om al een taveerne te bezoeken en we rijden terug langs de rivier Kakórema, die al eeuwen lang water naar de zee brengt.
We volgen de kustweg en belanden weer in Karlóvassi en nemen daar de afslag naar de haven voor Potámi, volgens velen het mooiste strand van Samos.Maar op de noordwestpunt van het eiland is het wel een windvanger, hoewel er op het strand van Kokkári misschien wel meer wind staat. Onze zwemkleding hebben we niet achterin de Matiz gestopt, zodat we alles vanaf de weg bekijken. Een pick-up volgeladen met gillende meiden scheurt, remt, drift weg en trekt met piepende en rokende banden op. Een brede zwarte streep rubber op de parkeerplaats achterlatend. We rijden terug naar de stadzijde van het strand. Daar is op een heuveltje de fraaie moderne Nikólaoskerk gedropt.Langs de weg staan enkele taveernes. Een is er open en daar nuttigen we een lunch; omelet voor Tineke en kaas-pie voor mij.
Hierna staat een wandeling naar de beroemde watervallen van Potámi op het programma. Niets is zoals het aanvankelijk lijkt. Na een betonpad, komen we bij een oude Byzantijnse kerk, hier begint ook een pad die naar de ruïne van een kasteel voert. Wij nemen echter het pad dat langs de beek slingert. Op diverse plaatsen moeten we oversteken via aan elkaar gebonden boomstammetjes. Die houden ook mijn gewicht van honderd plus, zodat Tineke er helemaal veilig en lichtvoetig overheen kan dansen.We klauteren over smalle trappetjes langs de wanden van de kloof, waar het water door kronkelt. Vlak voor een taveerne, boven op een rots - hoe zit het met de bevoorrading er moet een eenvoudigere route zijn 0m hier te komen - knalt Tineke met haar hoofd tegen de leuning van de trap. Het weerhoudt haar er niet van om door te gaan. Maar door de beek moeten waden om een waterval te zien gaat Tineke toch te ver.Ik probeer het een stukje, maar als het water tot mijn knieën komt en het verderop nog dieper wordt, geeft ik de poging om de watervallen te bezichtigen op.
Dit is een expeditie die niet aan ons is besteed. Of hebben we de aanwijzingen weer eens niet goed gelezen?We lopen terug naar de kerk en lassen daar een korte pauze in, voor we terugrijden naar Kokkári.Op de terugweg pikt Tineke twee Duitse lifsters op. Ze wandelen graag en veel, ‘aber auch leise’.Ze moeten naar Paralia Tsampoú, een kilometer of vier voor Kokkári. Het uitstappen is voor een van de twee een probleem, vanwege het laag vliegende verkeer. Aan de bermzijde uitstappen is echt veel veiliger dan aan de straatkant, geef ik aan. Dat is een idee.
In Kokkári dumpen we eerst de ballast bij Marin en wordt er vervolgens door Tineke een trui aangeschaft tegen de avondkou en maken we een wandelingetje door de smalle straatjes van dit toeristendorp.’s Avonds eten we weer aan de haven, bij Stathis. Slechts een tafeltje – van vier – is er bezet aan de waterkant, zodat deze bofkonten eindelijk ook eens aan het water kunnen zitten. De nieuwe trui van Tineke komt meteen goed van pas, want daar aan het water zit je vol in de wind. En geniet je niet van de bescherming van de schermen die juist voor dat doel zijn neergezet. Dat moet je er dus voor overhebben. Na de aardappelsalade en de dolmadakia krijgt Tineke een Oriëntaalse souvlaki en ik lamb in wijn met tomaten.
Bij Stathis worden we nog met twee dingen geconfronteerd. Naast ons op het terras van Goal wordt door mensen naar twee verschillende voetbalwedstrijden gekeken. En achter mij heeft een eendje het schooien van de Griekse katten geleerd. Een eendje? Ja, of eigenlijk ook weer niet. Ze zijn met zijn tweeën. Twee witte eenden, die fel afsteken tegen het zwarte water en de donkere nacht. Al dobberend scharrelen ze heel wat brood bij elkaar.