Zondagsrust
Zondag 18 mei 2008
Er zijn geen plannen om eropuit te trekken. Brood hoeft er vandaag niet te worden gehaald en Tineke krijgt de kans om uit te slapen. Gianny, de zoon van de beheerster, moet van zijn moeder naar binnen. Hij is volgens haar te lastig en wij moeten onze rust hebben. Efie heeft veel overredingskracht nodig om dat voor elkaar te krijgen.
Er zijn geen plannen om eropuit te trekken. Brood hoeft er vandaag niet te worden gehaald en Tineke krijgt de kans om uit te slapen. Gianny, de zoon van de beheerster, moet van zijn moeder naar binnen. Hij is volgens haar te lastig en wij moeten onze rust hebben. Efie heeft veel overredingskracht nodig om dat voor elkaar te krijgen.
De buurthonden zijn het niet eens met het verstoren van de zondagsrust door de kerkklokken van de grote Nikolaoskerk in Kokkári. De honden kunnen overigens ook nog verstokte atheïsten zijn. Ze beginnen in ieder geval te huilen als de kerkgangers worden opgeroepen voor een mis.
We besluiten om in de loop van de dag een korte wandeling door Kokkári en haar nabije omgeving te maken.
We wandelen eerst het dorp aan de achterzijde uit en komen uit op de hoofdweg, waar een fraai kapelletje staat.
Aan de rand van het dorp verwijzen borden naar de bron van Amma, maar ook naar het klooster Vrondi, het bergdorpje Vourliótes, naar Mytilinii en het kasteel Louloúdes, dat ten zuiden van Kokkári in het Ampelosgebergte is gebouwd. Water hebben we niet bij ons en het kan dus sowieso geen lange wandeling worden. We volgen de weg een stukje en kiezen bij een splitsing voor de richting van de bron en het klooster. De bron laat op zich wachten, maar we komen wel een bordje tegen met de verwijzing naar een kerkje dat ter ere van Johannis de Doper is gebouwd.
We sjouwen de trappen op en in de kapel brand ik een kaarsje voor mijn drie meiden. Er verschijnen meerdere wandelaars.
Wij nemen onze tijd voor we teruggaan en lopen via de kustweg het dorp weer in. Bij Stathis drinken we een koele frappé.
De terrasjes langs de haven lopen langzaam vol. Een visser haalt voorzichtig zijn vangst uit het net.
De terrasjes langs de haven lopen langzaam vol. Een visser haalt voorzichtig zijn vangst uit het net.

De plaatselijke jeugd speelt in en aan he water, springt gekleed van een rotsblok af. Met de huidige zomerse temperaturen drogen de kleren snel op.

Wij wandelen via een steegje omhoog de heuvel op die het dorp scheidt van de olieraffinaderij. Deze bezorgde het dorp in het verleden de nodige arbeidsplaatsen. De rood-witte torens zijn tegenwoordig niet helemaal in ruste en walmen soms ontzettend. Voor het werk is echter nog maar een handjevol personeel nodig. Lang leve de automatisering.
Vanaf de heuvel hebben we een mooi uitzicht over het dorp en zijn grote kerk. Hij is al van diverse kanten op de foto gezet, maar ik heb er nog geen stap binnengezet. Maar ook op het strand, terwijl we in de verte Samos-stad en de Turkse kust kunnen zien.
In het Art-café is er vandaag geen internetverbinding. De Mythos Red is niet te drinken en de sandwich wordt uitgeserveerd met patat. Ook na de lunch is er nog geen internet. Daarom wandelen we maar door naar het terras van Goal, waar op twee schermen de wedstrijd Ajax-Twente rechtstreeks is te zien; geen beste wedstrijd.
Ajax krijgt wel kansen, maar het blijft 0-0. Geen Champions League derhalve voor de Amsterdammers, een forse finale tegenvaller van het toch al niet zo beste seizoen.Frans en Joke zijn in de tweede helft achterin aangeschoven. Zij hebben een busreis gemaakt. Terug in Marin doen we nog even een wasje.
Ons diner wordt bij La Bussola geserveerd door een Nederlandse vrouw, die sinds anderhalve week op Samos is en haar Griekse vriend achterna is gereisd. Tineke kiest voor spaghetti ik neem de filet Daïána, Tineke neemt als toetje yoghurt met honing en ik krijg een warme chocolademelk. Niet echt mijn favoriete drankje, maar dan had ik maar beter moeten opletten.
Vanaf de heuvel hebben we een mooi uitzicht over het dorp en zijn grote kerk. Hij is al van diverse kanten op de foto gezet, maar ik heb er nog geen stap binnengezet. Maar ook op het strand, terwijl we in de verte Samos-stad en de Turkse kust kunnen zien.
In het Art-café is er vandaag geen internetverbinding. De Mythos Red is niet te drinken en de sandwich wordt uitgeserveerd met patat. Ook na de lunch is er nog geen internet. Daarom wandelen we maar door naar het terras van Goal, waar op twee schermen de wedstrijd Ajax-Twente rechtstreeks is te zien; geen beste wedstrijd.
Ajax krijgt wel kansen, maar het blijft 0-0. Geen Champions League derhalve voor de Amsterdammers, een forse finale tegenvaller van het toch al niet zo beste seizoen.Frans en Joke zijn in de tweede helft achterin aangeschoven. Zij hebben een busreis gemaakt. Terug in Marin doen we nog even een wasje.
Ons diner wordt bij La Bussola geserveerd door een Nederlandse vrouw, die sinds anderhalve week op Samos is en haar Griekse vriend achterna is gereisd. Tineke kiest voor spaghetti ik neem de filet Daïána, Tineke neemt als toetje yoghurt met honing en ik krijg een warme chocolademelk. Niet echt mijn favoriete drankje, maar dan had ik maar beter moeten opletten.
Stom, ben ik toch nog een T-shirt met mouw vergeten mee te nemen, terwijl ik weet dat de schouders bedekt moeten zijn bij een bezoek aan een klooster. We slaan desondanks de weg naar Myli in en betreden dit prachtige klooster, dat in 1586 is gesticht door de monniken Neílo en Dionísio op (vermoedelijk) de fundamenten van een ander al vergaan heiligdom.
Het bezoeken van dit klooster, dat temidden van prachtige veelkleurige veldbloemen staat is enige tijd nauwelijks mogelijk geweest en alleen via een toevallig treffen met de pastoor van Koumaradéi konden mensen het bezoeken. Sinds enige tijd is dit ‘klooster van de vijf huizen’ weer bewoond en met een omslagdoek van Tineke om mijn schouders wandel ik rustig door de poort.
Tineke geniet van de ‘zware’ muziek die eerst vanuit het winkeltje klinkt en later wordt overgenomen door een cd-speler die in de byzantijnse kerk staat opgesteld.
De in goudverf gedoopte ikonostase is versierd met houtsnijwerk met veel afbeeldingen van vogels en bloemen, terwijl de muurschilderingen dezelfde volgorde hebben als die in de kloosters op de Heilige Berg. Aan het plafond van de kerk hangen ontzettend veel kroonluchters, er is bijna geen plaatsje meer vrij.
Voor de toenmalige aartsbisschop Kyrillos was het klooster een prachtige schuilplek ten tijde van de opstand in 1821 tegen Turkije. Samos vervulde een grote rol in deze opstand. De aartsbisschop vergaderde hier veelvuldig met Lycurgus Logothetis, Stamatis Georiades en Konstantis Lachanis.
Vanuit dit klooster werden plannen gesmeed en vanuit Samos werden heel wat verrassingsaanvallen op de Turkse kust gepleegd. Pas in 1912 verdwenen de laatste Turken van het eiland.
Het is een fabriekje waar olijven worden verwerkt. Eind februari, begin maart is dat doorgaans afgelopen en er zijn geen activiteiten meer te bespeuren. Dat weet ik op dat moment nog niet, vind het geen ideale plek, maar het blijkt een stuk slimmer dan het officiële parkeerterrein. Maar daarover zo meteen.
Ons bezoek aan het winkeltje van Eva Eleftheriou valt tegen. Hier staat het oudste weefgetouw van Samos, maar dat is bedolven onder een lading tapijten een kleedjes, die er in allerlei maten te verkrijgen zijn. Een verwijzing naar Soufli, waar we ooit vanuit Alexandropouli zijn geweest, maakt veel helder. Eva zal ongetwijfeld ook zelf wel iets maken, maar een groot gedeelte van de producten in haar winkel komt uit Thracië.
We wachten gelaten, sigá sigá. Toch is ook deze Griek de beroerdste niet en als hij merkt dat wij weg willen, maakt de man ruimte. En nadat wij zijn weggereden propt hij zijn voertuig op de plaats waar eerder de twee auto’s stonden. Een knap staaltje stuurmanskunst.
De toegang naar de haven is een rotzooitje. De straat is opgebroken en ogenschijnlijk gebeurt er hier al dagen helemaal niets. Alleen taxi’s mogen momenteel deze straat in, maar ook de vrachtwagens die de taveernes aan de haven bevoorraden rijden door, evenals een tankwagen met brandstof voor de boten.
Aan de ene buitenkant van de haven liggen enkele vissersboten, terwijl de andere kant wordt gebruikt voor het opknappen van scheepjes.
Dit fraaie standbeeld is in 1989 gemaakt door Nikolaos Ikaros. Pythagoras was niet alleen een van de belangrijkste wiskundigen uit de oudheid, maar is tevens belangrijk geweest voor de muziek en filosofie. De jonge Pythagoras kreeg les van diverse geleerden zoals de filosoof Ferekydes van Lesvos, Ermondamantas van Samos en Thamos en Anaximandros uit Milito. Op het Egyptische hof van farao Amasis werd hij ingewijd in de Egyptische mysteriën, onder andere door de hoge geestelijke Mefis. In Babylon werd hij gevangen gehouden door de Perzen en leerde ondertussen veel van de Perzische wijsgeren en magiërs.
Na de - deels gedwongen - omzwervingen keerde Pythagoras terug op Samos. Met Polykratis kon hij echter niet meer door een deur en die dwong hem het eiland te verlaten. Pythagoras verdween naar Italië en richtte in Kroton een school op, die als eerste universiteit van de wereld wordt beschouwd.
Steentje voor steentje wordt afzonderlijk op maat gemaakt. Een flink karwei. Bij restaurant Pytagórion eet Tineke een broodje gyros en kies ik voor Gemista (gevulde tomaat en paprika).
De zoon van de eigenaar heeft zijn voet gekneusd toen hij een van de beelden, die voor het maken van een foto van het terras waren verplaatst, op zijn voet gekregen en is heel druk op het terras aanwezig. Hij woont met zijn vader en moeder boven het restaurant. Het restaurant is een goede bron van inkomsten, maar pa is wel gedwongen om ’s winters – meestal in de reclame – er bij te werken, want anders kunnen zij ook in een steeds duurder Griekenland niet rondkomen.
Links van de weg zie ik wel enkele muurtjes en omdat verdere vermeldingen ontbreken moeten neem ik aan dat die wanden onderdeel hebben uitgemaakt van de oude stad, die tegen de heuvels aangeplakt heeft gelegen. Voor we op een onbegaanbaar pad uitkomen met onze vierwieler keren we. Voor ons wijst een kronkelende slang ons de juiste slingerende weg. Tineke stopt om het beestje niet dood te rijden, maar durft het raam niet open te draaien om het goed op de foto te zetten. Ik wil uitstappen en om de auto heen lopen. Dat wordt me niet in dank afgenomen. ‘Want die beesten zijn snel’, zegt Tineke bezorgd. Ze geeft een dot gas en weg is … de auto. De slang heb ik niet meer gezien.
We wandelen terug door het dorp langs het Gymnasium van Pythagóriou naar het ‘Amfistomon Orygma’, de tunnel van Evranilos, een van de bezienswaardigheden van het eiland. De architect Evranilos, zoon van Naustrofos uit Megara, werd zo’n 2500 jaar geleden door Polykratis uitgenodigd om een tunnel te bouwen door de berg Ampelos waardoor de watervoorziening van de oude stad vanuit de noordkant ook tijdens belegeringen was verzekerd.
De tunnel heeft een lengte van 1046 meter en heeft een hoogteverval van vijf meter, en het diepste punt is zo’n 180 meter van de top. Er werd van twee kanten tegelijk gewerkt. In het midden van de tunnel was een kleine aanpassing nodig om verbinding daadwerkelijk tot stand te brengen. Het water werd door die tunnel via aardwerk buizen en met enkele verticale schachten binnen de stadsmuren gebracht. Maar daarnaast kon de tunnel ook als geheime doorgang worden gebruikt bij een belegering van onder andere Perzen en Arabieren de kastro.
Aanvankelijk was de waterleiding aangesloten op de bron van Ayiades, daarop is nu het kerkje van Ayiades gebouwd. Dit aquaduct is ongeveer duizend jaar in gebruik geweest en vervangen door een nieuw bouwwerk waarmee water uit de bron van Myli werd gehaald. Een deel van de tunnel is voor publiek toegankelijk, smal donker en de diepe gleuf aan de zijkant is terecht met een sterk hekwerk beschermd, zodat er geen ongelukken kunnen gebeuren.
Tineke heeft er geen behoefte aan om in die nauwe gang - waar je elkaar niet overal kunt passeren, rond te struinen en gaat buiten zitten lezen.
Ik wandel vervolgens nog een stukje rond de berg en zie de Romeinse Thermi
liggen en in het dal van Chora het vliegveld, tegen de heuvel liggen de restanten van de muren van de oude kastro.
Het wordt tijd om Pythagório achter ons te laten en door te rijden naar Iraio en de oude tempel van Hera, die net buiten dit dorp ligt. Hera is de godin van de vruchtbaarheid. Ik zie de mensen al denken. Nee, dat is niet de reden van ons bezoek. We zijn te oud, er komen echt geen kinderen meer. Tineke en ik hopen natuurlijk wel op een grote schaar kleinkinderen, om ze zo nu en dan vreselijk te kunnen verwennen. En zo nu en dan voor oppas opa en oma te spelen. Maar goed onze meiden waren er niet bij en konden geen zaadje meepikken.
Een grote zuil van ongeveer tien meter hoog is het meest imposante stuk.
Maar ook het overblijfsel van de beeldengroep van Geneleos, de belangrijkste beeldhouwer uit de zesde eeuw voor Christus, is indrukwekkend. Verder zijn er vooral omtrekken waarneembaar. Ik noem de christelijke basiliek
en het altaar van Ricus. Het waarom van meerdere tempels voor Hera is nooit aangetoond, ook staan er tempels voor andere goden. Ik bekijk een deel van dit complex door de zoeker van mijn camera, terwijl Tineke zich meer op de geschiedenis richt en aandachtig de bordjes leest, die voor de toeristen staan opgesteld.
Nadat we een sandwich hebben weggehapt en onze dorst hebben gelest met vers geperst fruit wandelen we terug naar de parkeerplaats waar we de auto hebben achtergelaten. Aan de rand van het parkeerterrein wijst een bordje de route voor rolstoelgebruikers, maar laat daar nu net nog een hoop zand en puin liggen.
Ach ja, we zijn in Griekenland. En zoiets komt voor. Ook het bord met de aanduiding dat men water kan halen bezorgt mij een frons als iemand met een arm vol flessen naar de zee zie lopen en daar de flessen vult.
Aan het eind is het een stuk rustiger en wordt gewerkt aan enkele appartementen in wording. Wij lopen door tot bijna het eind van het strand en vinden een redelijk rustig plekje. De Grieken van Samos en Turken van Klein Azië kunnen elkaar hier bijna een hand geven. De twee landen worden gescheiden door Stenón Samoú. In de baai van Psili Ámmos ligt het kleine eilandje Nisi Vareloúdi. Een kapelletje is zichtbaar op de heuvelrug.
Bijna aan de overkant van het water, dat hier ongeveer 1,5 kilometer breed is ligt Bayrak Adisi. Die afstand is te zwemmen. Ik ga het water in, dat in eerste instantie koud aanvoelt, maar mijn lichaam went al snel aan de temperatuur. Tineke houdt mij angstvallig in de gaten. Een reddingsactie hoeft zij niet op touw te zetten, omdat ik me op tijd realiseer dat mijn drijfvermogen wel hoog is, maar mijn zwemcapaciteiten navenant laag.Uiteraard eten we ’s avonds weer in het centrum van Kokkári. Omdat bij restaurant Kreta alle tafeltjes bezet zijn, belanden we bij het naast gelegen Kokkári, een veredelde grillbar, dat over veel meer plaatsen op straat beschikt dan de buurman.
De Griekse salade met marouli smaakt prima en Tineke vindt de lambchops eveneens goed verteerbaar. Mijn kebab met een yoghurt/tomatensaus is ook al van uitstekende kwaliteit. Dit straatterrasje is zeker een aanrader.
Als Tineke de deuren naar het balkon wil dichtdoen, slaagt ze daar niet. Henk moet er aan te pas komen. Ach een eitje. Ja echt! In een hoek zat een vogeltje in een eierschil. En geen nest te zien. Na even doorduwen tegen de deuren kwakte het hele zaakje naar beneden. Een vieze bedoeling. Een stukje toiletpapier en de hele boel in de container. De vraag is natuurlijk hoe dat ei daar is terechtgekomen en wanneer, want de avond daarvoor zat de deur nog gewoon dicht. Het is een raadsel dat wij niet kunnen oplossen en Pythagoras leeft niet meer. Die had er ongetwijfeld een oplossing voor geweten.
We maken ditmaal een noordelijke tocht, waarbij we de eerste afslag naar Vourliótes al meteen missen, omdat die onverwacht voor ons opdoemt en achter ons een bumperklever rijdt, zodat op het laatste moment remmen en afslaan voor meerdere voertuigen gevaarlijk is. Tineke bewandelt de veilige weg; doorrijden, doorrijden, doorrijden. Over de kustweg naar het westen tot de volgende afslag bij Platanákia en dan door Valeontátes naar Manolátes. Dit is een gebied waar de wandelschoenen aangetrokken behoren te worden. Onderaan de kustweg is daarvoor parkeergelegenheid. Ook onderweg door het Nachtegaaldal kan men nog parkeren, terwijl aan het begin van het dorp een ruime parkeerplaats is gesitueerd voor de doorrijders.
Veel van de huisjes zijn opgeknapt, vaak door creatieve buitenlanders, waardoor het bergdorpje een hoog kunstzinnig gehalte heeft. Behalve kleinschalige winkeltjes met keramiek en sieraden zijn er diverse taveernes, zodat wandelaars na hun tocht door de wijnstreek bij aankomst even kunnen bijtanken.
Voor ons is het nog te vroeg om al een taveerne te bezoeken en we rijden terug langs de rivier Kakórema, die al eeuwen lang water naar de zee brengt.
Maar op de noordwestpunt van het eiland is het wel een windvanger, hoewel er op het strand van Kokkári misschien wel meer wind staat. Onze zwemkleding hebben we niet achterin de Matiz gestopt, zodat we alles vanaf de weg bekijken. Een pick-up volgeladen met gillende meiden scheurt, remt, drift weg en trekt met piepende en rokende banden op. Een brede zwarte streep rubber op de parkeerplaats achterlatend. We rijden terug naar de stadzijde van het strand. Daar is op een heuveltje de fraaie moderne Nikólaoskerk gedropt.
Langs de weg staan enkele taveernes. Een is er open en daar nuttigen we een lunch; omelet voor Tineke en kaas-pie voor mij.
We klauteren over smalle trappetjes langs de wanden van de kloof, waar het water door kronkelt. Vlak voor een taveerne, boven op een rots - hoe zit het met de bevoorrading er moet een eenvoudigere route zijn 0m hier te komen - knalt Tineke met haar hoofd tegen de leuning van de trap. Het weerhoudt haar er niet van om door te gaan. Maar door de beek moeten waden om een waterval te zien gaat Tineke toch te ver.
Ik probeer het een stukje, maar als het water tot mijn knieën komt en het verderop nog dieper wordt, geeft ik de poging om de watervallen te bezichtigen op.
We lopen terug naar de kerk en lassen daar een korte pauze in, voor we terugrijden naar Kokkári.
Op de terugweg pikt Tineke twee Duitse lifsters op. Ze wandelen graag en veel, ‘aber auch leise’.Ze moeten naar Paralia Tsampoú, een kilometer of vier voor Kokkári. Het uitstappen is voor een van de twee een probleem, vanwege het laag vliegende verkeer. Aan de bermzijde uitstappen is echt veel veiliger dan aan de straatkant, geef ik aan. Dat is een idee.
’s Avonds eten we weer aan de haven, bij Stathis. Slechts een tafeltje – van vier – is er bezet aan de waterkant, zodat deze bofkonten eindelijk ook eens aan het water kunnen zitten. De nieuwe trui van Tineke komt meteen goed van pas, want daar aan het water zit je vol in de wind. En geniet je niet van de bescherming van de schermen die juist voor dat doel zijn neergezet. Dat moet je er dus voor overhebben. Na de aardappelsalade en de dolmadakia krijgt Tineke een Oriëntaalse souvlaki en ik lamb in wijn met tomaten.
Bij Stathis worden we nog met twee dingen geconfronteerd. Naast ons op het terras van Goal wordt door mensen naar twee verschillende voetbalwedstrijden gekeken. En achter mij heeft een eendje het schooien van de Griekse katten geleerd. Een eendje? Ja, of eigenlijk ook weer niet. Ze zijn met zijn tweeën. Twee witte eenden, die fel afsteken tegen het zwarte water en de donkere nacht. Al dobberend scharrelen ze heel wat brood bij elkaar.