8 oktober 2008

Stuw

Dinsdag 2 september 2008
Bij de bakker koop ik twee broden en bij de mini-market twee tomaten en drie bananen. In studio 1 zet ik bij terugkomst twee eitjes op en zet de rest voor het ontbijt klaar. Net op tijd haal ik de eieren uit het water. Ze zijn halfzacht, zoals Tineke ze graag wil hebben. Daarvoor komt zij haar bed wel uit.
Aan de overkant slooft een vrouw zich voor haar man uit. Doet zij dat thuis ook? Vermoedelijk wel. Zij is nog bezig als hij al zit te eten en is klaar als zij aan het ontbijt verschijnt. Italianen, oordeelt Tineke. Dat kan maar zo, want de parkeerplaats staat vol met auto’s met Italiaanse en Griekse kentekens. Ik ben overigens niet de enige man uit Aléca, die naar de bakker gaat. Dan doen alle mannen.
Na het ontbijt doet Tineke nog een handwasje en daarna vertrekken we voor een ritje naar het noordoosten.Ons eerste reisdoel is Parmithiá. Onderweg zien we diverse ooievaarsnesten, maar geen ooievaars. Rechts van ons torent het Parmithiágebergte hoog boven ons uit. De hoogste top is 1658 meter, dat is wel iets anders dan het Drielandenpunt bij Vaals.
We gaan op zoek naar Eleia, de resten van een vestingstad.Volgens de kaart net iets ten westen van Parmithiá. We zien wel een verwijzing naar een archeologische plaats, maar dat is niet meer dan een ruïne van een kerkje met die naam.Langs de weg paradeert een vrouw, middelbare leeftijd. Te net voor een hoertje! Maar toch?
We vertrekken en rijden door Paramithiá. Boven de stad wordt een snelweg aangelegd, hoog door de bergen. Sommige stukjes van de weg die het westen met het oosten van Griekenland gaat verbinden zijn al klaar. De weg waarop we rijden is trouwens ook prima. Nee, geen vier banen, maar wel goed bereidbaar. En inhalen doen de Grieken toch wel.
Voorbij Neráida krijgen we gezelschap van de rivier Kalamás, die door een vruchtbaar gebied stroomt. Of is het andersom? Zorgt de rivier voor een vruchtbare bodem. Bij Parapótamos verlaten we de hoofdweg en gaan naar Filiátes. Bij het ziekenhuis en tegenover een kerk droppen we onze auto op een grote parkeerplaats en wandelen dit stadje in. Op een vervallen pleintje drinken we onze dagelijkse frappé.Zo we hebben in ieder geval de benen even gestrekt en genieten van de gekte die op straat ontstaat als een vrachtwagen wel met heel veel moeite zich langs geparkeerde auto’s perst. Veel getoeter. Een kioskbaas windt zich wel heel erg op. Het gaat allemaal net, tot er een tweede vrachtwagen aankomt. Ja, dat is dus stoppen. Nu moet eerst de eerste weg, klaar zijn met uitladen. Bij de kiosk. En het verboden te parkeren bord.Dat wordt genegeerd. We wachten de afloop niet af. Op de Amsterdamse grachten kun je dezelfde taferelen zien.
De verwijzing naar de archeologische vindplaats Gitaní komen we niet tegen bij Filiátes. Met hulp van twee toekomstige buspassagiers vinden we de weg naar Sagiáda, langs de kazerne. De eerste en enige kazerne die we zien in Épiros. Onderweg rijden veel politiewagens en een ME-busje. We pikken onderweg een oud stel op, lifters. Tineke heeft er een vreemd onderbuikgevoel bij. Ook ik voel me niet happy. Ze stappen bij Asproklísi uit, we zijn nog lang niet in Sagiáda. We zijn blij dat ze het voor gezien houden.
De haven van Sagiáda ziet er vervallen uit. Het water staat laag. De kust lijkt hier langzaam in zee te glijden. Bij het strand vlakbij kaap Stovíli wil Tineke liever niet gaan zwemmen, daarom rijden we zuidwaarts en gaan bij Asproklíssi het binnenland in. Tussen Smértos en Rágio ligt een stuw in de rivier Kalamas.De doorgaande weg gaat over de rug van het gevaarte dat stroom opwekt. Bij een zijweg verwijst een bruin bord een archeologische vindplaats: Gitani.
Krijg nou wat. Die lag toch bij Filiátes. Inderdaad de kaarten zijn niet te vertrouwen. Dit kan toch niets met een koude oorlog te maken hebben. Plaatsen stiekem ergens anders op een landkaart zetten zodat de vijand ze niet kan vinden. Sinds wanneer is de toerist bovendien de vijand?
Iets verder vlak voor het opgravingterrein staat een auto te wachten. Het hek gaat zo dicht, geeft de chauffeur aan. De mensen die hier aan het werk zijn dankzij het vele Europese geld, stoppen ermee voor vandaag. Ja het is al een uur of twee en dat is normaal.Ik kan nog net van afstand twee foto’s maken. Dan zijn mijn batterijen leeg. ‘Niet fotograferen’, roept een man vanuit zijn auto als hij vertrekt. Dat lukt ook moeilijk met lege batterijen. Een rits auto’s volgt. Een meisje stapt uit de bak van een pick-up over in de wachtende auto.
Gitani is een van de grootte opgravingen van Thesprotias en was ooit de zetel van de Thesprotische Liga en ook nog van de Épirotische Liga. Het is gebouwd omstreeks de vierde eeuw voor Christus. De stadsmuur die van de heuvels naar de rivier Kalamas liep had vier poorten. Op de Akropolis liggen de ruïnes van twee tempels. De belangrijkste gebouwen lagen echter in het benedengedeelte. Hier zijn woningen met mozaïekvloeren ontdekt, maar ook een stoa een theater voor maar liefst 2.500 bezoekers. Van dat theater is de orchestra bewaard gebleven.
Nadat de toegangspoort is gesloten eten we op de parkeerplaats een boterham met tomaat.Langs de weg komen enkele koeien aanlopen. Ze duiken voor ons de bosjes in. Bang geworden voor deze gekke Hollanders, of toch volgzaam. Want – vrij vertaald naar een bekend Nederlands spreekwoord - waar een koe over de dam gaat, volgen er meer.
Op de terugweg sluit een gazenhek de openbare weg af. Dit hek moet voorkomen dat de koeien zomaar weg kunnen lopen. Ik peuter een ijzerdraadje los, open het hek en sluit het weer achter ons. In al die jaren Griekenland heb ik toch wel wat geleerd.
Tineke ontdekt een oud bruggetje. Ik spring bijna de auto uit van enthousiasme. Steek via de brug het water over en schuifel aan de andere kant door de bladeren. Denk niet aan slangen, terwijl ik toch hoor te weten dat die zich daar onder ophouden. Heb ik echt wel iets geleerd?
Okay, rijden maar mop. Bij Rágio is op de ruïne van een antieke toren in de middeleeuwen een nieuwe toren gebouwd. We zakken langzaam naar het zuiden en komen in het landbouwgebied net ten noorden van Igoumenitsa terecht. De watermeloenen liggen massaal op het land. Het water loopt vanzelf in mijn mond. Langs de talloze akkers liggen irrigatiekanaaltjes. Water is er hier in overvloed.
Igoumenitsa is een langwerpige stad, die zich uitstrekt langs het water, langs de diverse havens. Hier leggen de boten voor Kérkira aan en vanuit Italië. Talloze boten uit Italië. Zo heeft Igoumenitsa veerverbindingen met onder andere Venetië, Triëst en Bari. Maar ook elders vandaan. Want Igoumenitsa is een belangrijke aanvoerhaven voor Épiros en verder Griekenland in. Niet voor niets begint hier aan de zuidpunt van de stad de snelweg naar het oosten. En dat betekent dat de stad alleen maar belangrijker zal worden. En zal uitdijen.De afslag naar Sívota bij Platariá is rechtdoor, zeggen de borden. In werkelijk is het gewoon de tweede weg rechts. En die missen we dus. We blijven op de E55 richting Préveza en hebben er aardig de sokken in. Niets hard genoeg vindt de bestuurder van een vrachtwagencombinatie. Tineke zoekt een plekje om aan de kant te gaan voor dat gewicht. Dat hoeft niet. Hij kan er zo wel langs. Denkt hij. Tineke remt, een tegenligger trapt eveneens op zijn rem en heft de handen vol ongeloof in de lucht en doet een schietgebed. Naar de heilige maagd Maria en naar Zeuss. Een van de twee zal wel helpen. De witte combinatie slingert zich rakelings tussen de twee wagens door. En toetert vrolijk ten afscheid. Er zijn landen waar je voor minder een poging tot doodslag wordt aangewreven.
Even bijkomen. Dat doen we in de baai van Ioannaki. Heerlijk rustig. Voor Tineke een lekkere plek om even te zonnen, voor mij om in het zoute water te weken.
’s Avonds eten we bij Mediterrannee. Heerlijk pittig en als toetje nog even dwalen door het dorp. Een vaarexcursie boeken voor donderdag. Even niet aan autorijden denken.

6 oktober 2008

Sirtaki

Maandag 1 september 2008
Kali mina; Een goede maand. Dat wensen Grieken elkaar op de eerste dag van de maand. ’t Is maar dat je het weet. Bij de bakker ben ik zeker niet de eerste, maar de bediening gaat vlot en ik ben snel weer terug. Te snel naar zin van Tineke. ‘Kun je geen bakker iets verderop zoeken’, verzucht ze. ‘Normaal ben je een kwartier tot twintig minuten weg en kan ik nog lekker even blijven liggen. Nu ben je er al binnen vijf minuten.’
We hebben van Paraskeví, onze gastvrouw een wasrekje gekregen voor onze was. Geen gedoe met een waslijntje spannen. En of we ’s nachts onze ‘balkondeuren’ dicht willen houden. Voor onze eigen veiligheid, inbrekers. Albanië ligt dichtbij. Men zegt het niet, maar denkt het wel. In Thracië wordt verwezen naar de Bulgaren. En zigeuners. Hier naar de Albanezen. Die zijn alleen goed om het vuile werk te doen. Harde werkers, goedkope arbeidskrachten. In Nederland is het niet anders.
Bij Madelijn boeken we een excursie. Voor volgende week dinsdag. En we willen nog een reisje met de boot maken naar Paxos en Antipaxos. Alleen met wie? Captain Hook of Marco Polo. Dat komt nog wel, die beslissing hoeven we nog niet te nemen. Van Madelijn krijgen we nog twee tips over opgravingen. Die doen we later wel. Eerst een reisje naar het zuiden.
Een prachtige tocht, eerst vanuit Párga langs de kust. Ter hoogte van Mesopótamo slaan we af.Het binnenland in, door Kanalláki dat aan het eind van de ochtend druk is. De terrasjes langs de kant van de weg zitten vol. Oude mannen achter hun koffie. Jongeren achter een glas frappé en de mannen van middelbare leeftijd soppen hun brood in de olijfolie van de choriatiki.
Iets verderop zitten we midden tussen de heuvels, missen de afslag naar het klooster Pountas, maar de rit verder zuidwaarts maakt alles goed. Een kilometer of drie voorbij Kato Mirsíni nemen we de afslag Zalóngou, langzaam omhoog.Nog langzamer steekt een landschildpad over. Langzaam? Midden op de weg zit het beest met opgeheven hoofd te wachten. Op wie? Op mij! Op de foto. Ik steek mijn hand naar het schild uit. De op verdwijnt, de poten worden ingetrokken. Nee, ik heb niets kwaad in de zin en til het beestje op, zet het aan de kant van de weg. Voor zijn eigen veiligheid. Hij bedankt me, steekt zijn nek weer uit; het staartje kwispelt nog net niet van tevredenheid.Iets verderop ligt het klooster Agía Dimitriou.Een lieflijk nonnenklooster met een houten ikonostase in de kerk, Aan de muur prachtige wandschilderingen.In het winkeltje koopt Tineke een T-shirt van het klooster, wel een maatje te groot maar goed om in te slapen.
We zijn hier overigens niet echt voor het klooster, maar meer vanwege de beeldengroep die boven het klooster uittorent. Het hoort bij de geschiedenis van Épiros en om preciezer te zijn bij de geschiedenis van Souliegebergte en haar bewoners. De Soulieten zijn een ruig volk, dat ten noorden van Gliki in de bergen woonde. Ze leefden van vooral van veeteelt en vormden een onafhankelijke en trotse groep Grieken, die er alles aan deden om de Turkse bezetters en hun wrede Albanese leider Ali Pasja schade te berokkenen. De overmacht was te groot en de mannen werden uiteindelijk afgeslacht.De vrouwen vluchten met de kinderen. Toen er ook vanuit Préveza Turken verschenen klommen ze bij Zalóngou tegen de berg op. Ze verdedigden zich met alles wat ze hadden, maar het was niet genoeg. De vrouwen wilden niet in handen vallen van de Turkse soldaten van Ali Pasja en om te voorkomen dat hun kinderen in handen van de bezetter zouden vallen, werden die van de berg gegooid. De 68 overgebleven vrouwen begonnen, het klinkt gek, de sirtaki te neuriën en te dansen. Die dans begint rust en wordt wilder en wilder. De een na de ander katapulteerde zich van de rand. Eleni was de laatste, die zich naar beneden stortte.In 1954 werd boven het klooster een monument voor de vrouwen vervaardigd. De klim duurt ongeveer twintig minuten. Maar omdat de groep wordt gerestaureerd is de toegang afgesloten.Van afstand is het zeker de moeite waard om te bekijken.
Vlakbij ligt Kassopi, gebouwd eind vijfde begin vierde eeuw voor Christus. Het fungeerde toen als hoofdstad van de Cassiopeanen, die altijd in clusters van dorpjes hadden gewoond. Ze kozen bewust voor deze ligging, omdat ze dan de wegen naar het noorden beheersten en tevens konden heersten over de havens aan de golf van Amvrakikós en Kastrosikiá aan de Ionische Zee.De Romeinen namen de stad in, verwoesten het in 168 voor Christus en bouwden het daarna weer op. Het waarom? Wie de geschiedenis van Asterix kent, kent ook het antwoord. Rare lui, die Romeinen.
In het oude Kassopi waarde de echte democratische geest nog rond. Hier waren alle huizen van de bewoners even groot. Omstreeks dertig voor Christus verlieten de inwoners de stad en verhuisden naar Nikópoli. Tussen 2000 en 2006 is het gebied met veel geld van de Europese Unie opgeknapt. Van het democratische fundament is echter weinig meer zichtbaar. De koeien die er grazen kun je toch niet echt democratisch noemen.
We gaan terug naar de kust, zuidwestwaarts. We zitten dan ongeveer twintig kilometer ten noorden van Préveza. En daar willen we beslist niet heen. Maken een rondje bij Kastrosíkia en rijden daarna weer landinwaarts om vanaf de kustweg af te komen. Via Rizá belanden we onverwachts in Chimadió. Het kafenion dat we uitzoeken is kliestó; closed. Maar wel met mannen op het terras. Zij verwijzen ons naar twee andere tenten die wel open zijn. En natuurlijk valt onze keus op een café waar je geen hapje kunt eten. Wij zijn dan te beschaafd, blijven zitten en nemen iets te drinken. Omdat een drietal jeugdige branieschoppers ons achtervolgt, besluiten we snel weer op te stappen. Daar gaat-ie weer. De verkeerde doorgaande weg. Niet naar Koukkoúli en dan naar de kust maar verder landinwaarts naar Aidoniá. Spijt? Geen moment. Het uitzicht op Kanalláki in de vlakte tussen de heuvels is overweldigend, het rijden tussen die heuvels en over heuvelkammen vindt Tineke prettig, zolang er maar niemand in haar nek hijgt.
Via Kanalláki keren we terug in Párga en Aléca. Snel iets eten en hup dan weer weg. Dat geldt voor mij. Tineke blijft rustig zitten lezen, terwijl ik een wandeling maak, achterom door het dorp. Ik vind de toegangspoort tot het kleine strand van Párga. Niet zo druk als in het centrum, maar je moet wel tegen keien kunnen. Ook buiten het centrum liggen enkele taveernes en verder vooral veel appartementencomplexen.Toch is een groot deel hier – net na het hoogseizoen - vaal, verlaten en vervallen. Parga let op je zaak!
Ik wandel door naar het kasteel, dat in 1380 is gebouwd door de Venetianen, die lang heersten over dit gebied. En ook dit kasteel is overvallen, ingenomen en verwoest, bijvoorbeeld door de beruchte piraat Barbarossa in 1537.Later meer over de gechiedenis. Ik snak naar een goed glas bier. Het wordt een donkere Guiness, een duur bitter biertje; in Párga zeven euro. De smaak en het uitzicht op de baai voor het vakantiestadje zorgen ervoor dat ik geen bittere smaak eraan overhoud.
We eten ’s avonds onder het kasteel. En alweer duur, luxe. Na een Rocketslade met oude kaas, een kleftiko en een pasta. We wisselen van bord. IJs toe, nee ober geen Metaxa, maar maxaton, ijs met perzik/nectarine en een gondola voor Tineke. We zitten niet voor niets dichtbij Italië.De wandeling naar beneden is goed voor de spijsvertering. Langs de boulevard is het nog steeds druk.
Fresi

Zondag 31 augustus 2008
De bakker is open. Ik haal brood, Griekse koekjes en maak ons ontbijt klaar. Doe na het eten de vaat. Het is zo gewoon. Net alsof we niet uit Griekenland zijn weggeweest.
Ons eerste tochtje. Niet te ver. Tineke wil Ibiza even uitproberen. Ibiza? Ik hoor het de mensen denken? Jullie zaten toch in Parga, Griekenland. Kijk eens omhoog daar staat het: Griekenland, Elláda. Maar Ibiza dan, dat is de Seat, haar grijze autootje voor twee weken. Een lekkere wagen. Hoewel? Het schakelen valt niet altijd mee.
We rijden Agía voorbij en belanden na een klein halfuur in Sívota, waar we de auto neerzetten onder een officiële parkeerplaats. Hier wordt in het hoogseizoen ook parkeergeld geheven. Het hokje is nu dicht. Er staat veel campers opgesteld. Alleen dat is al anders dan op de eilanden. Je ziet ze daar wel, campers. Maar ze zijn een uitzondering. Hier struikel je er bijna over.
Sívota is eigenlijk onze eerste keus voor Épiros. Waarom we dat niet hebben gedaan. Een optelsom van factoren. Sívota is rustiger dan Párga, eigenlijk een pluspunt. Een groot pluspunt. De accommodaties vielen iets duurder uit bij Ross. En omdat we geen idee hadden wat we in de meest westelijke provincie zullen aantreffen en Párga iets centraler aan de kust ligt, nemen we het toeristische van Párga maar voor lief.
Bij café Central drinken we onze frappé. Een plekje aan het water. Bootjes varen af en aan. Brengen mensen naar grotere boten die in de baai liggen. Brengen mensen naar stranden. Of gewoon maar dobberen om vanaf het water naar de mensen te kijken.Het is een rustige zonnige zondag. Corfu (Kérkyra) zie je liggen. Dichterbij liggen kleine eilandjes met exotische namen als Agíos Nikolaos, Mavro Oros en Bella Vraka. Het zijn de uitlopers van de bergen en veel toeristen huren een bootje om een bezoekje aan zo’n Grieks klompje te brengen. Het toerisme is hier in ontwikkeling, maar het is nog niet zo druk als in Párga.
Vanuit Sívota keren we terug richting onze verblijfplaats en missen de eerste afslag naar Agía. De volgende brengt ons via een klimmende weg naar dit dorpje dat tegen de hellingen van vier heuvels ligt geplakt. Een prima schuilplaats voor de piraten. We parkeren op het schoolplein naast de kerk.Een officiële parkeerplaats. Met een officieel monument. Het is hier nagenoeg uitgestorven. Langs de kant van de weg verwijst een bord naar de taveerne Oasis. Daar moeten we zijn. Een hapje eten kan geen kwaad. Oasis is echter gesloten en blijft dicht; overdag. Schuin aan de overkant, ligt een ander terras. Daar zit een man achter een half vol glas frappé. De deur achter hem is dicht. En blijft dicht. Ook dit is Griekenland. In de kleine dorpen gaan de meeste taveernes pas aan het eind van de middag, begin van de avond open. Zeker op zondag, de familiedag.
Iets terug, richting kerk, heb ik tijdens het langs wandelen een jongen op een terras zien zitten, terwijl een man aan het werk is in de taveerne. Hebben we hier meer geluk? Nu zit er een klein gezin te eten. Dit moet lukken! Of toch niet? Ook al kliestó, gesloten.
Ja, we kunnen wel iets te drinken krijgen. En na enig overleg komt er een Griekse salade, patat en – voor ieder – twee stokjes souvlaki op tafel. Inclusief brood en een kan water voor de lieve som van 13,90 euro. We hebben in Nederland, ’t Gooi, bij de krant net een terrassentest achter de rug. De winnaar is Tafelberg, maar dat wordt op het gebied van uitzicht, prijs/kwaliteit, service en bediening volledig afgetroefd door To Fresi. Dat de eigenaresse geen Engels spreekt geen bezwaar. Normaal is de zaak pas om vijf uur open. Voor ons is een uitzondering gemaakt.
De man des huizes heeft nog een woning in Párga en moet er vannacht weer op uit. Eerst naar Thessaloniki en dan door naar? Ja, dat weet hij niet. Hij is vrachtwagenchauffeur en heeft iedere week wel een andere lading; elektronica, kleding, stoffen, speelgoed. Met de vlam in de pijp naar Bulgarije, Duitsland, Frankrijk, Spanje, Holland.Van strandbezoek komt niets meer terecht. Tineke heeft contact gehad met Naomi. Die is op weg naar Terschelling. Ajax heeft verloren; van Willem II. Om ons te beschermen tegen de zon koopt Tineke een charmant hoedje, geef mij dan maar een blauwe Parga-cap.
Párga zit vol, het dorp is gezellig. Maïspoffers verkopen hun waar langs de boulevard. Een paintbrusher slooft zich uit. De meeste taveernes hebben over belangstelling niet te klagen. Wij keren terug op onze schreden. Vlakbij Aléca zit Villa Rossa. Verkeerde keuze. Vooral voor Tineke. De tzatziki bij de Dolmadakia is warm. De lambchops wel erg vet. Het ijs toe, smaakt wel. Zelf ben ik redelijk tevreden over het rundvlees op een dekje van tomaten en aubergine. Dat de rijst koud is kom je wel vaker tegen. De ham/kaasrolletjes vooraf smaakten prima. Het ijs was koud zoals het hoort. En de prijs? Ruim viermaal zoveel als ’s middags. Op de rekening ook drie keer een bedrag van vijf euro. Kan er geen bestemming aan geven, anders dan voor het aantal personen dat aan onze tafel is verschenen.Zit zeker in de naam verscholen, Villa (Casa) Rosso.

5 oktober 2008

Pas

Zaterdag 30 augustus 2008
Gewoontegetrouw moeten we een paar minuten wachten op de taxi. Ditmaal komt-ie echter aanrijden op het moment dat we bij de hoek van de Giraffeweg en de Pythonstraat zijn. De chauffeur woont ook in de Faunabuurt en ze is nog even naar huis geweest. Het wordt een vlotte maar geen rustige reis. De Almeerse praat er lustig op los en is bijna de hele reis aan het woord.
Op Schiphol moeten we een flink eind lopen voor we bij de balie van Transavia zijn. Te vroeg uitgestapt. Voor de balie staat een forse rij, die zich op het laatste moment in drieën splitst. We belanden in de middelste rij. Een veilig idee toch? De gulden middenweg kiezen. Na enig geschuifel staan we voor de balie. Ik zet mijn tas op de band en denk al aan de kop koffie die bijna traditioneel in het inwendige van Schiphol door mij wordt genuttigd. Tineke levert de reisbenodigdheden in. De baliedame tuurt naar mijn paspoort en vertelt dat mijn pas op de 23ste is verlopen en dat ik zo niet mee kan. Tineke kan me op dat moment wel schieten.Ik moet maar wat met de marechaussee gaan regelen voor in kan worden ingecheckt.
En wat doen we met Tineke? Nou die gaat door met inchecken. Zeg ik. Ik op een holletje naar de marechaussee en ik laat mijn tas even bij Tineke achter, die zelf incheckt. Bij de marechausseepost is de boel dicht. Aanbellen. Na enige tijd, geratel. Een rolluik gaat omhoog. Een vrouwenhoofd verschijnt. Ja, ze wil me wel helpen. Maar heeft wel mijn reispapieren nodig. En die heeft Tineke. Zonder die papieren bestaat er geen geldige reden om mij aan een noodpas te helpen. Ze tuurt ondertussen naar mijn pas. En blijft turen. Jawel ik lijk toch echt wel op de foto, zeg ik. Ze mag me best geloven op mijn blauwe ogen, die ik niet heb. Humorloos! ‘Het is een zwartwitfoto mijnheer.’ En verder vertelt ze dat de computer een back-up aan het draaien is en dat ze pas om vier uur bij het benodigde programma kan. Hoe laat ik vlieg? Tien over vijf? Dat zal krap worden. Met drie flinke knippen wordt mijn overjarige pas ontdaan van iedere geldigheid.
Ik snel terug naar de incheckhal. Daar is ook een aparte balie van Transavia. Ik heb inmiddels gezien dat er meerdere vluchten naar Préveza, het vliegveld voor Épiros gaan. Is het mogelijk om mijn ticket om te boeken naar een latere vlucht, vraag ik. Nee, maar ik kan nog wel een ticket voor een latere vlucht kopen als het misgaat. Nu is het tijd om naar Tineke te gaan. Die zit er enigszins verloren bij. Ik blijf optimistisch en zeg dat ik het wel haal. En anders is er nog wel een latere vlucht die ik kan nemen. Sorry, voor alle ellende. Maar ik kom. Desnoods via Athene. Ik ga naar Párga!Terug naar de marechaussee. Tineke schuifelt naar de controle van de handbabage. Alleen, verlaten, dapper.
Nog ruim een half uur wachten. De wachtruimte is open. Ik heb geen rust en moet naar het toilet. Een bordje wijst naar beneden. Maar waar? Ik zie het nergens, wil niet ook nog eens verdwalen en ga terug. De adrenaline stijgt. Om tien over half vier geratel. Het loket gaat open. Er is nog een man gearriveerd, die een pas nodig heeft. Later komt er nog een vrouw voor noodpapieren. Ik vul formulieren. Of ik pasfoto’s heb. Waar haal ik die vandaan? Uit de automaat. Ah, gevonden. Muntjes erin en dan floep, alles uit. Geld weg. Het lijkt de automaat op mijn werk wel. En nu? Oh, de fotograaf op Schiphol gaat om zes uur open. Veel te laat voor mij, dan is Tineke al onderweg. En de tweede vlucht ook. En de derde staat dan op het punt om te vertrekken. ‘Soms doet-ie het na een minuut of tien weer’, zegt de stoïcijnse dame achter het loket. En weg ben ik. Nieuwe poging, nu met een briefje van vijf. Gelukt. Ik geef door aan de andere twee. Nu nog even wachten op het roze boekje en daarna loop ik gehaast weer door de gangen te zeulen met mijn tas van bijna twintig kilo.
Ik vergeet de incheckbalies. Daar moet ik nu niet zijn. Daar loop ik vast. Weer terug naar de aparte Transavia-balie. Ja ze kunnen me wel helpen. Ik druk op de juiste knop. Nee, een plekje naast Tineke hebben ze niet tot het einde vast kunnen houden. Maar of ik bij het raam of bij het gangpad wil zitten. Het maakt me niet uit. Ik krijg stoel 15a, naast de nooduitgang boven de linkervleugel. Om me heen hoor ik vaak kritiek over deze luchtvaartmaatschappij, maar ook helpen ze me op een vriendelijke manier van mijn tas af. En die komt nog in Párga terecht ook.
Nu op weg naar Tineke. Die zit in de zenuwen. Ik bel haar. ‘Ik kom eraan.’ Ik hoor haar niet. Wel verbinding? Geen verbinding? Ik weet het niet. Bij de controle van de handbagage krijg ik met moeite mijn elastische riem uit de broek. Mijn tas is al door de scanner. Komt terug. Gelukt. Bij mij piept er niets. Ook geen fouilleren. Nu nog de D-gates en dan ergens aan het eind daarvan. Geen tijd meer voor koffie. De minuten tikken weg.
Beneden staat Tineke te wachten. Het is tien voor vijf. De tranen in haar ogen. Ik haal een hand door haar grijze haar. ‘Het is goed zo. Ik ben er.’ Er is nog even tijd voor het toilet. Zelfs daar heeft Transavia voor gezorgd. Een kleine vertraging. Of is dat vanwege mijn tas, die nog naar het vliegtuig moet.
Boven de vleugel heb ik een zee aan beenruimte. Tineke zit een aantal rijen voor me aan de andere kant. Met een cola spoel ik mijn droge mond weg. Een saucijzenbroodje gaat er ook wel in en dan doezel ik weg. Een rustige vlucht, voor mij wel. Nog nooit is een vlucht zo snel gegaan. Voor mij dan. Voor Tineke is het anders. Ze heeft geen hand om fijn te knijpen. Ze is bang, zo bang. En alleen. Sorry.Voor ik het weet sta ik op Griekse bodem. We landen op het vliegtuig van Préveza, een militair vliegveld met twee banen. Mijn tas staat snel op de bagageband. Die van Tineke komt iets later. In de goudkleurige bus van Nikolaos rijden we door een tunnel onder de Baai van Amvrakikos door. Dat scheelt een omweg van ruim honderd kilometer. En daar heeft iedereen graag drie euro voor over. Op langs de kust naar Parga, waar we als tweede worden gelost bij de hoofdweg/rondweg en met een klein busje verder worden vervoerd naar Aléca, onze studio. Maar eerst neemt Tineke nog even haar Ibiza in ontvangst.We hebben een van de twee benedenstudio’s gekregen. Lekker ruim.
Na het uitpakken van de spullen gaan we het toeristenstadje in. Voor de beloofde frappé.Wandelen een stukje door de winkelstraatjes en doen vlakbij Aléca de boodschappen in een mini-market.Op het terras toosten we op het geluk van Annemieke en Jorik. Om half vier verschijnt Madelijn in de tuin. De hostess van Ross, onze reisjuf. Iets te laat. Door de regen. Inderdaad regen. Waardoor de extreme hitte (35 tot 40 graden) van de afgelopen dagen wordt verjaagd. De voorbode van temperaturen tussen de 25 en 30 graden. Aangenaam weer.
Tineke laat de uitleg aan zich voorbij gaan. Haalt slaap in. Dat doe ik even later ook, na het praatje van Madelijn wat er in Párga en omgeving zoal te doen valt. Het wordt een diepe slaap. Slaap door alle herrie heen. De herrie, die bij een toeristische plaats vol jongelui hoort? Nee, een doopfeestje. In een tuin vlakbij Aléca.
Pas na elven word ik wakker. Geen benul van de tijd. Wil nog eten. Niet dus, om die tijd. Tineke is eerder wakker geweest. Heeft Annemieke aan de telefoon gehad. Haar gefeliciteerd met haar huwelijk. Zij heeft haar deel van het ontbreken van nachtrust al weer ingehaald.

4 oktober 2008

Aftellen

Vrijdag 29 augustus 2008
De meeste voorbereidingen zitten erop. Het aftellen naar onze vakantievolgers ben ik drie weken geleden begonnen. En nu ben ik een soort niemandsland beland. Ik stel het pakken van mijn tas nog even uit. Laat de roes nog even voortduren. De roes waarin ik mezelf heb gemanoeuvreerd. Een zelf opgeworpen spanning die te vergelijken is met het vertrek naar onze eerdere vakantiebestemmingen Samothraki en Kythira.Twee Griekse eilanden waar we wat informatie over wisten te vergaren via internet, maar waar we desondanks – voor ons gevoel – redelijk blanco naar afreisden. Nieuwsgierig vooral. En dat is dus nu weer het geval. Aan beide eilanden heb ik fantastische herinneringen. Vraag je me vandaag om in te pakken voor een reisje naar een van die twee bestemmingen, dan aarzel ik geen moment. Hoewel? Ik sta op het punt om te vertrekken naar weer zo’n voor ons onontgonnen gebied. Gaat dat dezelfde indrukken opleveren als Kythira en Samothraki?Ik hoop het want dan gaan we een fantastische vakantie tegemoet.
Zoals hierboven al geschreven. Ik stel het pakken nog even uit!
Maar er is een moment dat mijmeren averechts werkt. Dat er onzekerheid in mij sluipt. Dan kun je toch maar beter klaar zijn. Dan kan de tas maar beter ingepakt in de kamer staan. Of boven klaar staan, grotendeels ingepakt. Dat moment stel ik uit tot na het eten.Tineke gaat nog even naar de kapster en krijgt daarna een huidbehandeling in een beautysalon. Het geeft mij de was op te hangen, de vaat te doen. En mijn tas dus boven pakken en die van Tineke naar beneden te tillen.Een laatste mailtje schrijven, eigenlijk twee. Een alleen bestemd voor de kinderen, met de adresgegevens. Het andere mailtje is voor de volgers.
De laatste uurtjes tikken weg.

3 oktober 2008

Waarom Épiros

Dit is het eerste verhaal uit een serie van 18 delen over onze najaarsvakantie 2008.
Waar ga je dit keer heen op vakantie? Die vraag is me al heel vaak gesteld. Als ik dan vertel dat we naar Épiros gaan, hoor ik altijd: ‘Dat is zeker in Griekenland? Waar ligt dat eiland?’ Inderdaad, het ligt in Griekenland. En nee, het is geen eiland, maar het vaste land. Beter nog een provincie, dat uit een viertal regio’s bestaat.
En net als bij Samos kan ik op de waarom-vraag antwoorden, dat daar de vakantiegids van Ross Holidays schuldig aan is. Ross heeft niet zoals de meeste touroperators een zomergids, maar meerdere gidsen. Voor iedere locatie een. Beter gezegd, voor ieder eiland, dan wel streek een eigen gids. En wie in die gids gaat bladeren droomt vanzelf weg. Die waant zichzelf al bijna in de aangeprezen omgeving. En dat overkwam ook ons.
Voor het accommodaties gaat aanprijzen duikt de samensteller eerst in de geschiedenis. Ook nog eens middels enkele prachtige plaatjes, die karakteristiek zijn voor het gebied, de provincie Épiros. Oude bruggen, een gerestaureerd oud theater, een minaret, bergen en een vlakke kustzone.
Wie dan nog niet is gesmolten moet in de gids maar eens de Pindos-legende lezen. ‘De koning van Thessalië had twee zonen. De ene deed zich voor als een oppassende prins. De andere, Pindos, was ruig van aard en jaagde graag met vrienden in de bergen. In dat gebied leefde een draak waar Pindos vriendschap mee had gesloten. Hij deelde altijd zijn jachtbuit met het monster. Toen de koning stierf, volgde de brave zoon hem op. Bang dat grote broer Pindos hem ooit het koningschap zou betwisten, trok hij met een leger de bergen in en doodde zijn broer. De draak nam wraak door de moordenaars allemaal te verslinden. De vrienden van Pindos noemden het berglandschap voortaan Pindos-gebergte.’
Was ik al niet overtuigd door de plaatjes, dan is zo’n verhaal voor mij een over-de-streep-trekker. De keuze voor Épiros is dus eigenlijk snel gemaakt. Ik weet niet eens meer waar we de Épiros-gids onder ogen kregen. Misschien is dat wel op Skyros geweest. In een accommodatie van Ross. Maar dan komt er een punt, hoe nu verder. Waar gaan we heen? Naar de Zagória-dorpen? Naar Párga of naar Sívota? Of combineren we alles?
Aanvankelijk richten we onze pijlen op Sívota.Dat komt op ons knusser over, gemoedelijker en met minder stress dan in Párga. Zagória valt als eerste af. Niet omdat het oninteressant is, verre van dat. Maar laten we eerst maar eens ontdekken hoe het rijden in Épiros is. Zijn de wegen er goed. En hoe is dat in de bergen? We moeten toch van A naar B en dan kun je maar beter op alles voorbereid zijn. En gaat alles goed, dan kunnen we altijd nog ter plaatse besluiten een bezoekje te brengen aan het Pindos-gebergte of eventueel het beroemde Meteóra. En om elders een overnachting te boeken behoort dan ook nog tot de mogelijkheden. Dat kunnen we altijd ter plaatse nog besluiten.
Nu alleen nog een keuze maken tussen Párga en Sívota. De prijzen in het laatstgenoemde dorp liggen slechts iets hoger dan in Párga. En wie ons kent weet dat we dan toch echt voor de rust kiezen. Maar wie kent ons nu echt echt? We kennen onszelf niet eens, maar ik herken me wel in mijn beslissing. Het wordt Párga.
Ik verkies tegen alle logica in de drukte van een toeristenplaats boven de onbekendheid. Omdat Párga centraler ligt dan Sívota is het geschikter voor onze plannen. En vallen de wegen tegen, zodat we niet overal gemakkelijk kunnen komen, dan kun je vermoedelijk beter in Párga zitten. Ook qua excursies. Hoewel de excursies (over de weg) zowel vanuit Párga als vanuit Sívota zijn te boeken. Het wordt Párga dus. En Tineke laat zich ook snel overtuigen.
De provincie Épiros komt weer een stapje dichterbij. Er gaan meer organisaties naar Párga. De meeste andere reisorganisaties bieden pakketreizen aan die goedkoper zijn dan die van Ross. Maar veel van die aanbieders komen ook veel later met hun aanbiedingen. Pas nadat wij al hebben geboekt. En dan is het bovendien nog de vraag of de ligging voor ons wel ideaal is. Aan de rand van, of net buiten het dorp. Wij kiezen voor de rand, op ongeveer vijftig meter van het strand en de mini-markt en de bakker om de hoek.Een kleinschalig complex, exclusief voor Ross. Slechts vijf woningen; twee studio’s en drie appartementen. We zoeken een studio uit, op de begane vloer of wat daar voor doorgaat. En dan beginnen we aan het grote avontuur. Meer informatie inwinnen. Veel is er niet te vinden. Er zijn enkele reisverhalen op internet van mensen die ons voorgingen. Maar boeken over de provincie in het Nederlands zijn er niet. Wel wat algemene zaken en enkele bijzondere plekken, zoals het orakel van Dodóni.Het boek ‘De schatten van Griekenland’ geldt aanvankelijk langs als leidraad en moet in de tas mee, gaat ook mee. Op internet (via www.epirus.startpagina.nl) wordt een prikbord opgestart, dat aanvankelijk ook weinig nieuws oplevert. Het is in het begin vooral een kwekbord voor mensen die elkaar al geruime tijd kennen, elkaar de groeten doen of de groeten laten doen aan achterblijvers in Párga. Want daar lijkt het bord toch vooral op gericht. Op die plaats: Párga. En ene Cornelios ontpopt zich op deze digitale ontmoetingsplaats als de meest centrale figuur.
Via dat prikbord leren we in de loop van de tijd toch wel iets meer over Ëpiros en vooral Párga. Ik krijg van een Almeerder, die ik in het verleden voor mijn werk heb meegemaakt als bestuurder van de voetbalvereniging Flevo’80, een aantal wandelingen aangereikt. Bij elkaar voldoende om aan de reis naar het onbekende te beginnen.