14 mei 2016

Vooraf

Zaterdag 14 mei 2016

Wie Chalkidiki zegt, zegt bijna ook tegelijk de berg Athos. Of we die ook zullen bereiken?
We vinden dit stukje Griekenland, want daar gaan we morgen heen, aan de oostzijde van het vaste land. We vliegen op Thessaloniki dat iets ten noorden van het district Chalkidiki ligt. Optisch gezien wordt het gevormd door een handpalm en drie vingers. Die handpalm wordt gevormd door de heuvels en bergen van het Cholomondas-massief.
De westelijke vinger is Kassandra, waar de bevolking de toeristen omarmt heeft en waar veel zandstranden zijn te vinden. Kalithea, in de winter wonen hier nog geen vierhonderd mensen, heeft zich ontpopt tot het toeristenhart. Ook tussen Kassandra en Sithonia, de middelste vinger, liggen zandstranden. Dit Sithonia is het natuurgebied van Chalkidiki. Weinig bebouwing en kleine baaien maken van dit stukje Griekenland echter toch een gewild gebied. Neos Marmaras is in de zomer vol zonnig leven en daar zie je de Griekse vakantiecultuur van ’s morgens koffie drinken op een terrasje terug.
Athos is de derde landtong. Het grootste stuk van dit schiereiland wordt ingenomen door de kloosterrepubliek Athos. Om dit bergstaatje te betreden heb je speciale vergunning nodig. Het aantal mensen die dat wordt gegund is zeer beperkt en de kloosterberg is bovendien alleen voor mannen opengesteld. Dat is eeuwen geleden zo ingesteld en dat geldt nog steeds zo. Ondanks dat de kerk ook in Griekenland steeds minder invloed heeft op het leven van de Grieken mag de invloed van deze orthodoxe enclave echter niet worden onderschat.
De culturele revolutie is nagenoeg volledig aan Chalkidiki voorbijgegaan. Veel bewoners leven landbouw en vooral voor de kleinere boeren is het niet gemakkelijk om rond te komen. Dit district is dus absoluut niet rijk, maar dat wil niet zeggen dat de bewoners ongelukkig zijn. Het tegendeel zou ik bijna zeggen, want vooral in de kleinere dorpen leeft men nog zoals in de voorgaande eeuw met al zijn vrolijkheid en vriendelijkheid. Wel zijn er veel jongeren weggetrokken, bijvoorbeeld naar Thessaloniki, Larissa en Athene.
Oude opgravingen zijn er nauwelijks, de tijd lijkt aan Chalkidiki voorbij te zijn gegaan. Toch is deze regio ook slachtoffer geweest van de strijd tussen vele volkeren. Perzen, Hunnen, Franken, Osmanen en Duitsers. Allemaal hebben ze hun wellustige oog op Chalkidiki laten vallen. Behalve wat monumenten zijn er echter weinig sporen terug te vinden.
Wat we gaan doen? Rusten, een beetje trekken, lezen. Misschien een excursie. Of we weer naar Meteora gaan, want dat is mogelijk weten we nog niet. Ik wil er dolgraag nog eens heen, maar dan het liefst voor meerdere dagen.
Een dag – of meer – naar Thessaloniki? Een boottochtje, wandelen. Onze uitvalsbasis is Kassandra en wel de oostkust. zodat ik regelmatig de zon zal zien opkomen. Wij hebben gekozen voor een complex  Hotel Medusa - in het toeristendorp Kriopigi, dat ongeveer vijfhonderd inwoners telt. Ik verwacht dat het aantal tijdens ons bezoek toch zeker is verdubbeld.


Chalkidiki

neem ik genoegen met een vinger
of eis ik de volle hand
ook die stijf staat
en voor vrouwen is verboden

Kassandra ik zal je zien
je toelaten
tot mijn open hart
en wat je schenkt beminnen

ik zoek de rust
de rust in de natuur
die zijn eerste bloei heeft gehad
maar nog steeds mooi is

de vriendelijkheid in mensen
mensen openen hun hart
hun woning
voor werkelijk geïnteresseerden



28 april 2016

Ik zie ze vliegen

Maandag 25 april 2016

Zondagavond, gisteren dus, ben ik met mijn zusje naar Mamoe gebracht. Opa IJsbeer is nog niet thuis, die draagt in Amsterdam ‘ondeugende’ gedichten voor. IK mag van Mamoe opblijven tot opa thuis is en samen met haar kijk ik op de bank naar televisie. Als opa er is, gaat hij eerst een kopje soep eten. Als het televisieprogramma 1 tegen 100 is afgelopen, brengt opa mij naar bed en stopt mij lekker in.
Opa is al wakker als ik naar beneden kom. Mijn zusje komt later en opa maakt een boterham voor ons. Opa gaat met mij weg terwijl Mamoe met Fayèn en mijn neefje Yari, die ook komt, naar Kids Eiland in Stad gaat. Ik wil dolgraag naar Madurodam in Den Haag.
Opa gaat liever naar Nemo, omdat we daar een dak boven ons hoofd hebben en er regen wordt voorspeld. En nat worden wil opa vandaag absoluut niet. Maar toch wil hij mij een plezier doen en dus gaan we met zijn tweetjes op pad. Gezellig.
Opa IJsbeer is een ster in het missen van de bus. Ook vandaag, als we naar de bushalte wandelen zien we lijn 5 richting het centrum vertrekken. Alleen als we naar de andere kant gaan kunnen we de Intercity naar Den Haag nog halen, weet opa, dus gaan we naar het station van Buiten. Daar moet mijn OV-pas op de railrunner worden overgezet. Als opa naar het perron wil gaan, zie ik dat er geen treinen rijden vanwege een storing. Ook rijden er sowieso minder treinen, valt er te lezen. Dus moeten we of iets anders verzinnen of toch nog naar het centrum met de bus. We doen dat laatste met een NS-bus.
Er rijden inderdaad minder treinen en die vertrekken ook nog eens alleen vanaf perron drie en vier. De Intercity naar Den Haag komt echter voorlopig nog niet. Opa vraagt of ik nog steeds naar Madurodam wil; nou dolgraag. Dus nemen we een trein via Amsterdam Centraal. Een trein die op heel veel stations stopt, maar niet op het Centraal Station van Den Haag. Volgens opa kunnen we ook op Hollands Spoor of Laan van NOI (Nederlands Oost-Indië) in Den Haag uitstappen en dan met de bus of tram verder reizen. Zelf wil ik graag met de tram. Dan heb ik vandaag in de bus, de trein en de tram gezeten. En bij zo’n lange reis krijg je wel waar voor je geld.
In Den Haag rijden we in tram 9 langs het Malieveld, waar een kermis staat. Daartegenover ligt een weg met allerlei beelden. Die staan voor het gebouw van De Hoge Raad, vertelt opa. Daar zitten allemaal heel geleerde rechters. Inderdaad, ook vandaag krijg ik een lesje geschiedenis. Terwijl ik niet eens op De Ark, mijn school in Haven, zit.
Het park, in de Scheveningse Bosjes, heeft de naam gekregen van George Maduro, die honderd jaar geleden is geboren op Curaçao. Hij kwam naar Nederland om rechten te studeren en vocht met de cavalarie tegen de Duitsers, toen die in 1940 ons land binnenvielen. Na de capitulatie ging Maduro het verzet in, maar werd opgepakt en overleed een paar maanden voor het einde van de oorlog in het concentratiekamp Dachau. In 1952 werd Madurodam gesticht als oorlogsmonument en prinses Beatrix was de eerste burgemeester, tot 1980 toen zij koningin werd. Tegenwoordig is zij de beschermvrouw van dit kleine stukje Nederland en ieder jaar krijgt Madurodam een andere jeugdburgemeester. Nou dat mogen ze mij ook best een keer maken.
Als we binnen zijn begint het te regenen. Het is ook tijd om een hapje te eten, dus gaan we meteen het restaurant in en ik krijg een kindermaaltijd, met een kroket en frietjes en patat. Lekker, opa neemt ook wat mayonaise mee terwijl ik een vrij plekje zoek. Dat valt niet mee, want iedereen lijkt wel tegelijk te willen gaan eten. Of schuilt iedereen soms voor de regen? Nou niet iedereen hoor, er zijn ook mensen die met een paraplu rondwandelen.
Als het droog is, ga ik naar buiten. Ga machinistje spelen en laat de treintjes rijden. Ik ren door het park en volg de treinen. Als ik groot ben wil ik ook machinist worden.
Of buschauffeur, dat was mijn andere opa (van de bootjes). Ach ik moet nog veel leren, dus het zal nog wel een keer veranderen. Misschien vinden ze nog een beroep uit dat nog veel leuker is.
Ik ren van A naar B en kan niet kiezen tussen Amsterdam en Rotterdam, dat is best lastig als je regelmatig op de tribune in de ArenA zit, want het voetbal daar is toch echt beter dan in De Kuip. Daar werken ze wel harder, dat doen ze omdat ze gewoon minder goed zijn en dus wel moeten! Hun havens zijn echter beter en groter. Dat compenseert tenminste. Zij ook weer tevreden. En kiezen moet ik ook tussen de Deltawerken en de molens van Kinderdijk. Echt voor veel mensen valt hier wat te genieten.
De een houdt immers van water, de ander van gebouwen, weer een ander van heuvels. Je hebt hier bloemen, een kasteel, een monument, Schiphol, havens. Echt waar zoveel, ik kan niet allemaal onthouden. Dus we moeten nog een keer gaan.
Ook voor opa is er genoeg leuks te zien. Hij zet graag beelden en monumenten op de foto zet, zoals het monument van Bep Boon-van der Starp, die samen met de familie Maduro het initiatief heeft genomen tot al dit moois.'
Dit jaar wordt er naast het park nog een monument voor George Maduro zelf onthuld. Dus Opa… En misschien staat mijn naam daar dan ook wel in, want ze zoeken nog een kinderheld en de naam van die held wordt verwerkt in het beeld dat door Jikke van Loon wordt gemaakt. Nou mijn naam past daar uitstekend in, want een held mag je mij toch wel noemen. Ik zorg er immers voor dat mijn opa steeds weer in de goede trein stap en veilig thuiskomt. Zonder mij zou hij ongetwijfeld in Griekenland belanden.
Maar terug naar ons bezoek, hoewel dat wel zijn einde nadert. Nadat ik op de bloemenveiling bloemen heb gekocht – Mamoe heb je die al ontvangen? – zegt opa namelijk dat we naar huis gaan. Hij vindt het tijd worden want er komt weer een schip met zure appelen aan. Dat ziet hij aan de lucht. Opa IJsbeer vindt een zure appel wel lekker, maar vindt het nog steeds niet aangenaam om zich nat te laten regenen.
Dat worden we wel als we naar de tram wandelen. Omdat er onder de afdakjes veel ouderen staan worden we toch een beetje nat. Nou dat heb ik er best voor over, voor zo’n toffe dag.

We halen op het Centraal Station van Den Haag netjes de Intercity naar Almere, die inmiddels wel rijdt. We komen net als op de heenweg langs Schiphol en ik zie ze vliegen.
Het laatste stukje vliegen wij echter niet. Er rijdt een sprinter voor ons en die stopt bij ieder station in Almere. Daardoor zijn wij iets later in Almere Stad. Daar staat de bus al te wachten. In de Faunaubuurt zien we mama lopen, die is met papa ook net gearriveerd om ons op te halen. Opa, het is een fijne dag geweest. En tot maandag. Gaan we dan weer wat leuks doen?

27 april 2016

Circus

Woensdag 21 april 2016

Opa IJsbeer heeft mij vanmiddag uit school, in de Stripheldenbuurt, opgehaald en met hem ben ik eerst naar de Faunabuurt gefietst.
Ik zit dan bij hem voorop de stang , zeg maar eerste rang. En onderweg staat zijn mond niet stil. Dan vertelt hij over allerlei dingen die ik onderweg zie. Hij vertelt over de bloesem die nu bijna weg is en ik vertel dan over de mooie groene blaadjes die tevoorschijn komen. Onderweg kijk ik altijd uit naar de reiger, maar ook vandaag is hij er niet. Wel diverse zwanen en een tweetal zwanennesten. Die zwanen zitten op eieren en daar moeten zwanenkuikentjes uit komen. Dat kan mij niet snel genoeg gaan.
Onderweg plaag ik opa een beetje. Als hij zegt dat we naar links gaan en vraagt wat mijn linker hand is, steek ik mijn rechterhand uit. En dan zegt opa dat ik een oenemeloen ben. En dan zeg ik: ,,dat ben ik niet, je bent zelf een oenemeloen.’’
Bij het huis van opa en Mamoe lunchen we en Opa IJsbeer geeft mij twee van zijn beruchte toverbroodjes. De eerste met hagelslag en vlokken en de andere met pindakaas en pasta. En alle twee gaan ze schoon op. Ja dat heb ik er graag voor over, want dan is die oude man tenminste ook weer tevreden.
Ik heb opa daarna even aan het werk gezet, boven. Terwijl hij zich op de was stort, dat geeft me wel een klap, kan ik een uurtje met de Lego-treinen spelen. Met autootjes spelen is leuk, maar bij de treinen kan ik toch ook veel van mijn fantasie kwijt.
En dan is het tijd om weer op de fiets te stappen, eerst langs een derde zwanennest. Een van de zwanen dreigt het water over te steken, omdat hij bang is dat wij te dichtbij komen; hij jaagt ons daarom weg en om hem niet boos te maken zijn we snel verder gefietst, naar de Evenaar.
Daar is een circus. Twee weken geleden ben ik al naar de kermis geweest en nu ga ik voor het eerst naar een echt circus. Nou ja echt…
Op televisie zie ik wel eens een circus en daar hebben ze dan altijd een olifant, Dombo. En hier is geen olifant, dus zeg nu eens zelf… Een circus zonder dieren is toch geen circus en een olifant hoort daar gewoon bij. Gelukkig zijn er wel andere dieren, zoals paarden en pony’s en geiten en nog veel meer. En daar mag ik dus zomaar gaan kijken, terwijl ze worden verzorgd.
Samen met heel veel kinderen, opa’s, oma’s, mama’s en papa’s mag ik naar binnen. We zitten helemaal vooraan zodat ik alles goed kan zien. En dan in een keer begint het circus te leven, het doek gaat open en de spreekstalmeester, wat een lang woord, verwelkomt ons allemaal. Hij is zo blij dat er zoveel kinderen naar zijn circus zijn gekomen en hij belooft ons een te gekke middag. En dat wordt het ook.
Het  begint al meteen flitsend met een tweetal paarden, dezelfde paarden stonden neg nog sloom in hun box. Inderdaad een box; niet alleen baby’s, zoals mijn broertje Daeley, zitten of liggen in de box ook paarden. Nu rennen ze echter vurig door de piste. Als een dirigent staat een circusmijnheer in het midden en de paarden doen precies wat hij zegt. Vlak voor mijn neus draaien ze om en rennen de andere kant op. Of draaien een rondje. Zo hard. Mama houdt ook wel van paarden en kan ook paardrijden, maar of ze ook zo hard kan rijden? Ik denk het wel, maar opa niet. Die kan dat niet. Zou ook een gek gezicht zijn een IJsbeer op de rug van een paard.
Een mevrouw kan heel goed hoelahoepen, dat is spelen met hoepels, die rond draaien om haar benen armen, lichaam van boven naar beneden en weer terug.
En er komt een clown, Robbie. Die wordt steeds geplaagd door een andere clown en dat vind ik zielig. Opa niet, die moet daar hard om lachen. Nou opa moet maar eens met een krant op zijn hoofd worden geslagen of een stuk elastiek tegen zijn bips krijgen. Dan lacht-ie niet meer.
De vrouw van de hoepels laat de duiven door de tent vliegen. Een van de duiven heeft vandaag niet veel zin en doet wat ze zelf wil. ,,Misschien is ze wel verwend’’, zegt opa. Zelf denk ik dat die duif niet goed uitgeslapen is en daarom een been chagrijnig is. Dieren zijn immers net als mensen.
Daarna komen er nog veel meer dieren, geiten, ganzen, pony’s, honden. Een mijnheer kan heel goed gooien met ballen, wel vier ballen tegelijk gooit hij omhoog. En vangen kan hij ook heel goed, want hij laat er geen een vallen. Als hij niet meer in het circus wil werken kan hij altijd nog keeper worden bij het Nederlands elftal zegt opa. Nou ik vind dat hij dan maar naar Ajax moet gaan.
O ja, er is ook nog een pauze. Veel mensen gaan naar buiten, drinken iets terwijl de piste wordt opgebouwd voor een nieuwe show met dieren. Grote mensen gaan ook roken. Nou dat vind ik vies. ,,Dat moeten jullie gewoon niet meer doen. Het is ook niet gezond.’’ Opa is al jaren geleden gestopt met roken en die moet soms nog steeds hoesten, een rokershoestje.
Na de pauze komen er veel spannende dingen. Eng vind ik het dat een meneer met messen gaat gooien naar een mevrouw. Gelukkig kan hij niet zo heel goed gooien, want alles gaat mis en er hoeft geen dokter te komen om pleisters te plakken op die mevrouw. Een papa wordt gevraagd om te komen. Hij wordt vastgebonden en dan gaan ze ook op hem staan mikken. Nou, ik griezel er nog steeds een beetje van.
En dan is het afgelopen. De messenwerper spuwt nog een keer met vuur en dan gaat iedereen naar huis. Wij niet. Want ik mag nog een rondje op een pony rijden voordat opa mij naar mijn mama brengt.

Op weg naar huis zie ik nog een reiger staan. Een witte. ‘Dat is geen echte reiger’ vertel ik tegen opa. ,,Want een echte reiger heeft een gele snavel en deze heeft een zwarte.’’

21 maart 2016

Mijn eerste avontuurtje

Donderdag 17 maart 2016

Laat ik me eerst maar even voorstellen: ik ben Daeley, het vierde kleinkind van Mamoe en Opa IJsbeer. Mijn grote broer Yari en mijn neef Gianny en nicht Fayèn zijn mij al voorgegaan, maar vandaag is het mijn grote dag; ik mag op Opa IJsbeer passen. En dan kan iedereen wel denken, nou dat is makkelijk zat, maar heus je mag dat niet onderschatten, het is echt een vermoeiende bezigheid.
Gisteravond ben ik al naar de Faunabuurt afgereisd, samen met mijn mama Raema, die moet morgen al vroeg naar haar werk en daarom slaap ik een nachtje bij opa en oma. En natuurlijk had Opa IJsbeer mij vanmorgen ook naar de crèche kunnen brengen waar ik dan de lieve mevrouwen van de oppas bezig had kunnen houden, maar het is uiteraard veel leuker om je grootouders aan het werk te zetten en die doen dat graag.
Omdat ik op mijn opa moet passen, vind ik het ongepast om in slaap te vallen terwijl hij nog wakker is, daarom weiger ik ook te gaan slapen. Maar als ik dan eindelijk naast Mamoe op de bank lig en ik een extra flesje voeding heb gekregen is er geen houden meer aan. Ook na mijn laatste voeding ben ik snel vertrokken, maar wel in de wetenschap dat Opa IJsbeer evenmin wakker blijft.
Vanmorgen is het dus mijn dag. Mijn opasoppasdag. Niet alleen mijn mama moet vroeg werken, maar ook Mamoe gaat op pad en dan zijn wij met zijn tweeën. Voeding, wassen, aankleden. Allemaal dingen die erbij horen en moeiteloos verlopen. Als we klaar zijn en helemaal aangekleed, gaat de jas en gaan we wandelen. 
Eerst een stukje langs de Lage Vaart, die ligt vlakbij ons huis maar ook bij dat van opa. En daarna gaan we de wijk in naar de apotheek omdat Opa IJsbeer zijn bestelde medicijnen mag halen. Soms vergeet hij wel eens dingen, zo krijgt hij een bepaald middel niet mee omdat hij daar nog voldoende van heeft liggen. Was-ie gewoon vergeten. Niet erg hoor, want hij de apotheek kunnen ze dat allemaal goed zien. Daarna zijn we naar Dirk gewandeld, de buurtsuper. 
Gelukkig heeft opa een briefje meegenomen, anders waren we de helft van de boodschappen vergeten. Onderweg zien we meneer zwaan zitten, op het gras, in het zonnetje, lekker genieten.
Als we terug zijn geef ik aan dat het tijd wordt voor een fruithapje, een combinatie van appel en banaan. En later ga ik nog een keer aan de fles. Met wat hazenslaapjes komen we wel de dag door, ja dat geldt ook voor mij en opa profiteert daarvan, hoewel hij aan het einde van de dag wel zegt dat hij erg moe is.
Ik moet het toegeven; ik zorg dat die man niet indut. Net als mijn drie voorgangers houd ik hem wel bezig zodat hij zich geen moment kan vervelen. Zo heb ik van mijn broer en nicht, met wie ik soms tegelijk bij Mamoe en Opa IJsbeer ben, geleerd dat het veel fijner is om geen sokken aan te hebben. En dus trek ik steeds weer een andere sok uit.
Het is ondertussen bijna lente geworden en het zonnetje schijnt heerlijk. Daar moet je gebruik van maken, zegt Opa IJsbeer en we gaan samen nog een keer naar buiten. Nee niet meer in de wagen, maar gewoon met de benenwagen en ik ben de dirigent, laat me lekker dragen op de arm van mijn grootvader. Aan het eind van de weg gaan we op een bankje zitten. Heerlijk in de zon. Ik kroel in zijn baard. Omdat er toch nog wel wat wind staat, blijven we niet te lang zitten. Aan het eind van de middag komen mijn mama en broer me halen. Yari kan me niet vinden. Opa heeft gezegd dat ik ben gaan wandelen, maar dat gelooft mijn broer niet. Maar boven ben ik ook niet. Pas nadat opa heeft gezegd dat hij eens goed op de bank moet kijken, vindt mijn broer mij. 
Een ding weet ik nu al zeker: Ik wil nog meer avonturen beleven met Opa IJsbeer.

1 maart 2016

Opa- en Omadag

Maandag 29 februari 2016

Sinds januari ga ik naar school. Dat moet omdat ik in januari vier jaar ben geworden. Het voordeel van school is dat je leuke dingen leert, het nadeel dat ik niet iedere maandag mijn lievelingsnichtje Fayèn meer zie. Een ander voordeel van naar school gaan is de vakantie en vandaag is mijn eerste schoolvakantiedag ooit. Deze vakantie noemen ze overal anders en je mag er zelf ook een naam voor bedenken, krokusvakantie vind ik zelf wel een leuke naam. Maar daar heb ik het straks nog wel even over.
Vanmorgen ben ik door papa naar Opa IJsbeer en Mamoe gebracht en de papa van Fayèn heeft haar, samen met Gianny – mijn grote neef – ook in de Faunabuurt afgeleverd. Opa en oma gaan vandaag met ons naar Artis. Voor we vertrekken moet wel iedereen een plasje doen, want we zijn allemaal grote kinderen en hoeven geen luier meer om.
En daarna wandelen we naar de bus, die ons naar het treinstation brengt. Een ritje met de trein is iedere keer weer een hele belevenis, ook omdat er buiten zoveel valt te zien, In Almere en ook daarbuiten. We zien een brug in aanbouw en Mamoe vertelt dat die brug later dit jaar op een andere plaats wordt neergezet, en we zien een molen en schaapjes. Eigenlijk te veel om op te noemen.
Voor we het weten zijn we in Amsterdam. Gianny weet de weg naar de tram, die ons naar Artis brengt. Bij Artis is het hartstikke druk. Wij hoeven gelukkig niet in de langste rij te staan, want we hebben allemaal een abonnement en hoeven dus geen kaartje meer te kopen.
In de dierentuin krijgen we eerst van opa een crunchy en daarna wandelen we langs de kamelen. Opa vertelt tegen Fayèn dat een kameel twee bulten heeft. Nou dat kan ik zo ook wel zien. En dat je tussen die bulten kunt zitten. Dat lijkt mij wel een beetje eng. ‘Als een kameel een bult heeft is het geen kameel maar een dromedaris’, zegt opa. ‘Droom daar s lekker van.’
Mamoe brengt ons naar het vogelhuis. Bij de ingang staat het beeld van Dikkertje Dap, maar dat weet ik al lang, die heb ik ook de vorige keer al gezien toen ik hier met opa was. Binnen zijn heel veel mooie vogels, zoals de incastern die wel zwemvliezen heeft maar niet goed kan zwemmen.
Aan het plafond hangen vleermuizen, dat zegt opa, maar hij weet er niks van. Het lijkt wel of hij steeds minder weet. Gelukkig weet een oppasser het wel: ‘Dat is een vleerhond.’ Het verschil is dat een vleermuis niet kan zien en vliegt op de tonen die hij uitzendt, terwijl een vleerhond wel kan zien. De vleerhond eet vooral fruit zoals tamarindevruchten, mango’s, vijgen en diverse palmvruchten. De Rodriguez vleerhond vind je bijna niet meer in het wild. Onder andere door stormen en omdat mensen op hen jagen is het aantal – vooral op Mauritius - flink afgenomen. In dierentuinen over de hele wereld proberen ze de vleerhonden kindertjes te laten krijgen, zodat wij ze nog steeds kunnen zien.
Mamoe vindt dat we hierna tegen de klok in moeten lopen, want bijna iedereen volgt dezelfde richting, waardoor je bijna niets ziet. Dat komt dus doordat het druk is in de dierentuin. Veel schole hebben vakantie en als je een keer opa roept, kijken er wel tien om. Wat zeg ik honderd, wel duizend. En als je oma roept wel tweeduizend, want er zijn meer oma’s dan opa’s in de dierentuin.
‘Yari kom, Yari kom’, roept Fayèn een paar keer, en ze neemt me mee langs delen van de dierentuin waar straks het luipaard vrij mag rondlopen. Fayèn heeft nog geen genoeg gekregen van vogels en sleurt me mee naar de kooi van de Incakaketoe. ‘Dat is een papegaai met een kuif en een roze buik. Ja, echt een meisje hoor, dat ze hier naartoe wil, roze. De krokus die ze voor oma heeft geplukt is niet roze, maar paars. ‘Lila’, zegt opa. Maar geloven we hem nog?
Gianny wil graag naar de haaien en daarvoor moeten we naar het aquarium. Voor we naar de vissen gaan kijken krijgen we eerst wat te drinken. En daarna drukken we onze neuzen plat tegen de ramen waarachter de vissen zwemmen. Mamoe loopt met ons mee, terwijl Opa IJsbeer de toegang bewaakt, zodat wij niet stiekem weg kunnen lopen. Nou daar heeft niemand van ons zin in hoor, in weglopen. Ik denk zelf dat opa gewoon een beetje moe is en daarom op het bankje blijft zitten.
We zien hele kleine vissen. Dat mag ik van opa niet zeggen, ik moet zeggen heel klein, want ze zijn niet stuk. Die malle grapjes van hem. Nou er zijn ook hele grote vissen. Zo lekker puh.
Opa vraagt of Gianny een van die vissen over de buik kriebelen. Dat wil hij wel. Nou dat vind ik pas dom, want dat kan toch niet. Er zit glas tussen. Fayèn heeft er net zoals ik geen zin in. Of zou ze het stiekem ook een beetje eng vinden.
Samen gaan we bij de zwangere zeepaardjes kijken. Ik zal het nog een keer vertellen, daarna vergeet je het nooit meer. Bij de zeepaardjes zijn niet de vrouwen zwanger, zoals bij de mensen en de andere zoogdieren, maar de mannen.
Mamoe wil nu graag naar de pinguïns.
We komen langs een klimstenentuin en omdat ik vandaag de leiding heb ga ik met Fayèn en Gianny uitzoeken hoe we daar kunnen komen. Dat is helemaal niet moeilijk hoor, een kwestie van kaartkijken. En als een goede gids neem ik mijn nichtje aan de hand mee.
Bij de pinguïns blijven we niet lang hangen en we lopen langs de rode panda’s en naar de zeeleeuwen. Die kun je ook onder water zien zwemmen en daar krijgen we allemaal een krentenbol en nog een pakje drinken. We hoeven onze jas niet aan te houden en mogen rennen en zien de zeehonden, o ja dat mag ik niet zeggen van Mamoe, leeuwen, op hun rug zwemmen en op hun buik. Ik leer ook al zwemmen trouwens. Maar nog niet zonder zwembandje hoor, maar dat komt nog wel hoor. Gianny heeft al wel zijn zwemdiploma’s en die wil ik ook halen. Fayèn mag vermoedelijk binnenkort ook op zwemles.
In de vlindertuin is het altijd lekker warm en gaan we op zoek naar de pauw, die rondscharrelt. We zien weer heel mooie vlinders en ik schrik van de grote morpho. Die vliegt zelfs tegen mij op. Vind je het gek dat ik daarvan schrik. Ik vind ze wel heel mooi, maar ze zijn altijd heel moeilijk te fotograferen. Zeker niet met open vleugels.
Mamoe wil nu naar de waterval en dan weten we het wel, dan mogen we nog even in de speeltuin spelen. Van de glijbaan af en rennen. Gianny mag klimmen in de touwbanen en van de grote glijbanen af. Mamoe gaat mee de speeltuin en open blijft iedereen vanaf een brug in de gaten houden. Als wij weggaan, weet hij ook precies waar Gianny is en die komt er meteen aan, als opa naar hem wenkt. We blijven niet zo heel lang in de speeltuin en gaan bij de giraffen kijken. Die lopen niet in hun grote kooi, maar in hun oude ruimte. En daar kun je ook de kleine giraffen goed zien. De mannetjes kunnen wel vijf meter lang worden. Vind je het gek dat Dikkertje Dap een trap nodig heeft om bij de kop te komen.
Mamoe neemt ons nog mee naar de kleine zoogdieren en vindt het dan tijd worden om naar huis te gaan. Ze koopt voor ns alle drie nog een knuffel en daarna gaan we naar huis. Eerst met de tram en daarna met de trein. Voor we vertrekken mag Gianny nog even bij de treinmachinist kijken. Als ik groot ben, mag ik dat ook. Denk ik.
Ik mag van de conducteur mijn eigen railrunner testen, of hij het doet. Fayèn heeft nog geen railrunner. die moet je wel hebben als je vier bent en dat is zij nog niet. Van de conducteur krijgt zij haar eigen kaartje. Opa bewaart die goed voor haar.
Fayèn en ik gaan met onze panda en tijger spelen en voor we het weten zijn we weer thuis. Nou ja in het huis van Opa IJsbeer en Mamoe. Mamoe stuurt opa naar bed en ik wacht tot Fayèn en Gianny door hun papa zijn opgehaald. Mijn papa Daniël komt mij ophalen en neemt mij weer mee naar huis en samen gaan we mijn broertje Daeley ophalen. En zo komt er een einde aan leuke Opa- en Omadag.