26 augustus 2012

Opgravingen


Donderdag 17 mei 2012
Ik ben vroeg wakker en stap het balkon op en zie dat er ook bij de kinderopvang al vroeg bedrijvigheid is. Dat begint met het schoonvegen van het straatje. En daar is men nog mee bezig als de eerste vader arriveert om zijn dochter te brengen. Ook de poort van het stadion, dat iets verderop ligt, is al open. De binnenkant van de baan is gereserveerd voor de snelle lopers, de buitenzijde voor de langzame joggers en de wandelaars, die het kennelijk toch veiliger vinden om hier te lopen dan buiten op straat, waar zij fungeren als vrij wild voor jagende chauffeurs.
Als we beiden opgefrist zijn, gaan we naar beneden waar de schoolkinderen hun maaltijd er weer op hebben en de laatste instructies krijgen voor zij op pad gaan. Opnieuw blijft er veel achter op tafel, brood, beleg, drinken. Ik noem het een gebrek aan opvoeding, iets wat ik in Nederland helaas ook wel tegenkom.
Voor vandaag staat in ieder geval een bezoek aan Mycene op het programma. Maar eerst naar Nemea. Vanaf Nafplio kom je langs Mycene, maar het is geen reden om daar eerst heen te gaan. Maar waarom wil ik eigenlijk naar Nemea. Nou onder andere vanwege de Nemeïsche Spelen, die iedere twee jaar werden gehouden in het oude Griekenland. Het jaar voor en het jaar na de Olympische Spelen. De historie gaat terug tot 573 voor Christus, maar wanneer de Spelen precies zijn ingesteld is niet bekend.
Over het ontstaan gaan ook twee verhalen. Het zou begonnen zijn als begrafenisspelen voor de koningszoon Opheltes, die was doodgebeten door een slang. Het andere verhaal gaat over Heracles en de Nemeïsche leeuw, een gigantisch beest die de vallei van Nemea onveilig maakte en onschendbaar leek. Ook Heracles slaagde er niet in om hem met pijlen en zwaard te vellen. Pas nadat de held het hol van de leeuw was binnengedrongen, versloeg hij het beest met zijn knots, een uitgetrokken olijfboom. Door de klauwen van het dier te gebruiken als mes, wist hij het dier open te snijden. De kop van het dier werd zijn helm en de huid zijn harnas.
De arena van Nemea is niet zo indrukwekkend als die van Olympia. De toegangspoort is nog steeds aanwezig en wordt gerenoveerd waardoor wij er niet doorheen kunnen. Er vlak voor ligt het Apodyteria en op een kleine kilometer de opgravingen van het oude Nemea.
Deze opgravingen worden gedomineerd door de aanwezigheid van een aantal Dorische zuilen afkomstig van de vroegere Zeus-tempel. En zoals gewoonlijk weet ik weer ergens badhuis te ontdekken. En daar zet Tineke haar vraagtekens bij. En dat is in dit geval niet terecht.
Het wordt tijd om naar Mycene te gaan. Het door velen vervloekte Mycene, een van de beroemdste plaatsen van de Peloponnesos. Een bezoek aan deze opgraving haalde Tineke over de streep toen het maken van de rondrit ten sprake kwam.
Zelf verbind ik Mycene aan Agamemnon, de koning van deze stad en aanvoerder van de Grieken tijdens Trojaanse oorlog waarbij Helena moet worden teruggehaald nadat zij is met haar eigen toestemming is geschaakt door Paris. Veel schrijvers hebben de stad gebuikt in hun verhalen. De geschiedenis van de stad gaat terug tot 2100 voor Christus.
De macht van Mycene wordt omstreeks 1150 voor Christus gebroken door de Doriërs, die alle centra van de Dorische cultuur verwoestten. Daarna was de invloed van de stad duidelijk minder.
Het burchtpaleis met zijn cyclopische muren is gebouwd op de akropolis. Wij komen binnen door de beroemde leeuwenpoort. Een stukje architectuur, dat niet ongeschonden is gebleven, want de ‘leeuwinnen’ zijn hun hoofd kwijtgeraakt.
In het complex zijn enkele paleizen gevonden. Binnen de muren woonden de hoogwaardigheidsbekleders en is ook een grafcirkel aangetroffen. Later werden de koningen buiten de muren begraven. Diverse schatten zijn er in Mycene gevonden. Het beroemdste is ongetwijfeld het gouden masker van Agamemnon.
Ook is er een gangenstelsel aangetroffen, dat onder andere werd gebruikt voor de watervoorziening. En Henk zal Henk niet zijn als hij een stapje verder maakt dan misschien wel goed voor hem is. Zonder zaklantaarn zie ik echter niets en daarom keer ik toch maar weer op mijn schreden terug en ben daardoor in staat om dit verhaal te schrijven. Via een Myceense tombe en het museum komen we terug bij de grote parkeerplaats waar de auto staat.
Ook aan de voet van de akropolis zijn vindplaatsen te bezoeken, maar het moet ook voor Tineke leuk blijven. Bovendien wordt het er niet warmer op en betrekt de hemel. Mede daarom verlaten wij het bovenste gedeelte en gaan naar het dorp, dat geheel afhankelijk is van het toerisme. Bijvoorbeeld van hongerige bezoekers, want boven valt er niets te eten. Met parkeerplaatsen proberen eigenaren van eettentjes de massa te paaien, maar als we dan op een stuk grond uitkomen waar het bras een meter hoog is, hoeft het voor ons ook niet meer. Dan meer terug en naar de overkant waar we de auto wel kwijt kunnen.
Na het eten vertrekken we weer richting Nafplio.
Onderweg zijn nog diverse opgravingen en voor Iraio wil Tineke de grote weg nog wel even verlaten. Hier is nog een oude tempel van Hera te vinden, althans de resten van wat zuilen en muren. We moeten ons uiteindelijk nog haasten en de laatste regendruppels treffen ons.
Nu wordt het echt tijd om terug te gaan en we keren terug naar ons hotel. ’s Avonds eten we weer in het gezellige straatje, Tineke spaghetti of is het op zijn Grieks makaroni. Zelf start ik met saganaki en krijg daarna keftedes en gigantes.
Lekker.

23 augustus 2012

Theater

Woensdag 16 mei 2012

Het wordt tijd om de omgeving maar eens te gaan verkennen. Na het ontbijt. De zaal delen we vooral met kinderen. Jonge kinderen ergens tussen tien en twaalf. Amerikaanse kinderen die hier onder begeleiding van drie juffen en een leraar zijn neergestreken. Een wel erg witte klas, met een meisje met Pakistaans uiterlijk, dat er alles aan doet om de braafste te zijn, de ‘hero’ van de dag. Want er worden twee shirts uitgereikt, een voor de persoon die het meeste doet voor anderen, dus schuift zij braaf na het eten de stoelen aan die anderen schots en scheef hebben achtergelaten. Als de hoofdleidster spreekt is het stil, maar daarna maken ze een kabaal voor honderd.
In de zaal ook nog wat groepjes oudere jongeren, die hier met een opdracht zijn. Zal ook wel iets met cultuur te maken hebben, want waarom ga je anders naar Griekenland. Je hebt hier veel van dit soort stagegroepjes. Ook uit Nederland, hoewel die niet in Hotel Nafplio zitten. Er zijn echter voldoende van dit soort hotels, dus dat is ook niet zo gek.
Vandaag staat een bezoek aan Epidavros op het programma. Even wat moeite om de stad uit te komen, maar daarna gaat het rap. De wegen zijn goed en de afstand – nog geen dertig kilometer – is niet bezwaarlijk.

Een bezoek aan het oude Epidavros is eigenlijk een must, Vooral het bezoek aan het theater maakt een diepe indruk. Voor ons zwermen Italiaanse jongeren uit over de tribune, of moet ik zeggen trappen van het theater. En daarop zijn ze vervolgens bijna niet terug te vinden. Zo immens groot is het hier.
Een begeleider geeft een demonstratie en legt de akoestiek uit. In het midden van het toneel ligt een steen en dat middelpunt is ook het centrale punt waarop je mensen het beste verstaat. Hij loopt enkele diagonalen en dat maakt eigenlijk geen verschil. Het verscheuren van een programmablaadje en het ineenfrommelen van het papier is vanaf de bovenste rang te horen. Een speld horen vallen? Die demonstratie wordt niet gedaan, maar een muntje wel. Vanwege de Griekse crisis neemt hij geen eurocent maar een munt van twee euro. Die pingt door het theater. Echt verbazingwekkend. Een terecht applaus valt hem ten deel.
Een aantal jongeren gaat zingen, spreken. En voor iedereen is er een welverdiend applaus. Niet alleen door de jongeren, maar ook door de volwassenen die de diverse rangen zijn opgeklommen.
Het theater is in de vierde eeuw gebouwd door Polykleithos de jongere. Er kunnen zo’n 12.000 toeschouwers in. Natuurlijk wordt er voortdurend gewerkt, want je moet geen ongelukken krijgen, maar het ook authentiek blijven, dus echt veel mag er niet worden veranderd. Ja er zijn moderne lichtmasten gekomen. En het wordt ook nog steeds gebruikt voor festivals. Die zijn er vanaf juni, dus een bezoek aan een theater- of muziekstuk is voor ons niet weggelegd.

Het theater is ook het hoogtepunt van Epidavros. De tholos is overigens ook van de hand van Polykleithos.
In het terrein liggen uiteraard een badhuis, een arena en enkele tempels, zoals van Artemis, Apollo en Asklepios. De verering van Asklepios ontstond in Thessalië. Hij was de zoon van Apollo en de nimf Coronis, die door Apollo werd gedood omdat zij hem ontrouw was. Voor Coronis werd gecremeerd werd Asklepios uit het lichaam van zijn moeder verlost en toevertrouwd aan Cherion, die hem de fijne kneepjes van de geneeskunde bijbracht. Asklepion was zelfs in staat om doden tot leven te wekken. Zeus vond dat maar niets, werd boos en doodde Asklepion met een bliksemschicht, zodat hij op de Olympus terechtkwam.
De verering van Asklepios ontstond aan het eind van de zesde eeuw voor Christus. Toch was hij al zo’n veertienhonderd jaar bekend. Uit die tijd dateren de eerste berichten over hem. Volgens velen heeft de pestepidimie tijdens de Peloponnische Oorlog – 429 voor Christus – meegeholpen aan de cultvorming van Asklepios.
Maar genoeg over hem en het oude Epidavros, dat in de valei van het schiereiland Nisi – het vroegere Akté – is gebouwd. Wij verhuizen naar de kust, naar Paleio Epidavros, waar we aan de waterkant bij Poseidon een maaltijd nuttigen en wat drinken. Niet verkeerd, hoewel Tineke mijn keuze om onder een parasol te gaan zitten minder kan appreciëren. We lopen nog een stukje verder en lopen door het dorp terug naar de auto en vertrekken.
Mijn route strandt al meteen in de wirwar van smalle wegen die naar vooral campings ten zuiden van Paleio Epidavros leiden. Dan toch maar terug. Tineke wil graag naar het strand, maar als we in Tolo voor een uitgebreid zandstrand staan, is de vraag: ‘waar moeten we nu heen?’ Daar hoef ik niet lang over na te denken. Voor mij lever geen strandbezoek. Dus door naar de haven. Daar maken twee mannen zich gereed voor een duik. De kustwacht bemoeit zich er ook nog even. Voor ze voor ons echt onder water verdwijnen duurt wel een stief half uurtje, of was het toch nog langer. De tijd gaat soms zo snel.
Terug in het hotel vallen we in slaap en er wordt ’s avonds niet meer gegeten.

15 augustus 2012

Nafplio

Dinsdag 15 mei 2012

De nachtrust in Apollon heeft me goed gedaan. Het ontbijt wordt ons hier bezorgd. In de eetzaal, dat nog wel. Het is geen roomservice. Wel koffie en slappe jus, maar geen melk. Verder is alles aan de taks. Ach wat mag je verwachten voor veertig euro. Ik check uit en breng onze tassen naar de auto, die popelt om Nafplio te bekijken.
Maar eerst moet ik nog even uitzoeken hoe de ruitenwissers werken. Want Tineke komt er niet uit. Ja, zoiets moet je mij helemaal niet laten doen, want ik heb geen verstand van auto’s.  En maak meer stuk dan heel. Of toch. Ik raak de hendel aan en die komt iets naar me toe en dan… gaan die dingen, die daar op het raam zitten, spontaan heen en weer, heen en weer. Ja, beginnersgeluk. Maar wel handig bij regen.
Ik heb de route bestudeerd en het beste lijkt mij om niet helemaal naar Tripoli door te rijden, maar iets eerder af te slaan naar Stadio en Steno. De bedoeling is goed, de uitvoering iets minder, maar pakt toch ook weer goed uit. Zo zie je opnieuw dat improvisatie het kan winnen van alles van minuut tot minuut vastleggen.
Stadio bereiken we en de weg naar Astros volgen is evenmin een slecht idee, en zo komen wij bij Tefga uit. Met een prachtig park een mooie kerk en oude muren, monumenten en een borstbeeld dat van zijn sokkel is gevallen.
Het enige minpuntje hier is de wind. We hebben dan onderweg al wat regen gehad. Gelukkig dat de ruitenwissers het deden, zullen we maar zeggen. Vanaf Astros volgen we de baai en rijden moeiteloos naar Nafplio. Daar vinden we ook het hotel Nafplio, maar het zoeken naar een parkeerplaats heeft wat meer voeten in aarde.
Het huidige Nafplio is een havenplaats aan de Golf van Argolis, aan de voet van de berg Palamedes. Volgens de overlevering is de stad gesticht door Nauplion, zoon van Posidon en Amimone, toen hij van Euboa (Evvia) naar Argolis kwam. Hij versterkte Nauplion met cyclopische muren. Zijn nazaat is Palamedes, een uitvinder, die het volk vermaakt met zelfbedachte spelen, bijvoorbeeld tijdens de belegering van Troje.
In de derde eeuw voor Christus werd de top van AkroNauplion versterkt. In de romeinse tijd was de stad verlaten. De Byzantijnen bezetten Nauplion en herbouwden in de vijfde eeuw de versterkingen bovenop de funderingen van de hellenistische constructies. Ernaast stond het Frankische fort (1210-1377) en daar weer naast het Venetiaanse fort Castel Toro. In 1450 bouwden de Venetianen de benedenstad voor de vluchtelingen uit Chalsis, dat door de turken was veroever. In 1540 werd Nauplion aan de Turken afgestaan. De Venetiaan Francesco Morosini heroverde het in 1686, waarna het de naam Napoli di Romania kreeg.De Venetianen bouwden toen ook de rechthoekige borstwering om de Akro Naplion te verbinden met de stadsmuren en een indrukweekend fort van acht met elkaar verbonden bolwerken op de berg Palamides. Het bleek niet voldoende om de Turken te werken, want die namen de stad in 1715 weer in. Na de bevrijding werd in 1822 Nauplion de eerste hoofdstad van de onafhankelijke staat Griekenland en vervulde die rol tot 1833.
Dat fort bekijken we vanaf het balkon van ons hotel en vanuit de stad. We maken een middagwandeling door de smalle straatjes om ons te oriënteren in onze nieuwe verblijfplaats en eten op een winderig terras een pita gyros.
Langs de haven zijn slechts enkele horecagelegenheden. Een enkele modern, maar ook weer niet super. Je kan er eten, maar echt authentiek is het allemaal niet.
Aan de kade ligt een cruiseschip dat aan het begin van de avond vertrekt en langzaam wegglijdt langs het Venetiaanse fort op het eiland Bourtzi dat aan de mond van de haven ligt.
Voor ons eten, niet te gek laat, gaan we de stad weer in. Moeiteloos vind ik het winkelstraatje waar we overdag ook zijn geweest. Daar heb je enkele gezellige eettentjes. Zo aan de straat. En dat doen we dus gewoon op een terrasje half op de straat, waar wandelaars en fietsers vlak langs komen. Evenals die ene taxi, die zijn vrachtje voor de deur afzet.

14 augustus 2012

Regie


Maandag 14 mei 2012

Maandag is de vertrekdag of juist de aankomstdag op Kythira, het is maar hoe je er naar kijkt. De mensen moeten voor half negen uit hun kamer zijn. Dat is ook zo’n beetje het tijdstip waarop de bus beneden aan de weg stopt om de mensen op te pikken. Bibis heeft met zijn truck de koffers al beneden bij de weg gezet. Dat kan nog steeds in het snel verarmende Griekenland, zonder de angst dat iemand ze meepikt.
Zelf ben ik iets vroeger bij de supermarkt dan normaal en moet wachten op het brood. Ik vind dat niet erg. De eigenaar wordt oud en denkt dat ik een Deen ben en vraagt wat goedemorgen betekent. Hij wil zijn klanten immers graag in hun taal aanspreken. Net zoals ik het leuk vind om de Grieken in hun taal te kunnen begroeten.
Als ik terugkom is de schoonmaakster al aan de slag. Via Bibis regel ik dat zij onze kamer niet als eerste doet, maar als laatste voor haar rekening neemt zodat we nog even de tijd krijgen om te ontbijten en rustig onze spulletjes op te ruimen. Er blijft dan voldoende gelegenheid om onze kamer te verschonen en in te ruimen voor de volgende gasten, dunkt mij. Zo gevraagd en zo gebeurt het ook. Even na negenen zijn we klaar, is de vaat gedaan, zijn de laatste spullen ingepakt en kunnen we vertrekken. Veel mensen om afscheid te nemen zijn er niet. Met Kyriakos heb ik bijvoorbeeld misschien twee woorden gewisseld. Zijn moeder heb ik wel in de tuin rond zien scharrelen maar niet gesproken en het dienstmeisje is schuchter en verstaat geen Engels. Het meeste contact is er nog met Bibis geweest en die is inmiddels ook in geen velden of wegen meer te ontdekken. Op een balkon zitten nog een paar Nederlanders en die wensen ons een goede reis. Wij hen een nog mooie voortzetting van de vakantie.
Omdat de boot pas om vier uur vertrekt en we drie kwartier van te voren aanwezig zijn hebben we nog veel tijd voor onszelf. Die benutten we goed. We rijden eerst naar Myrtidia, naar het klooster met die naam. Voor we het klooster bereiken rijden we door Paratira (raam) een natuurlijke poort in de weg. Er is wel begonnen met het aanleggen van een weg om dit obstakel heen, maar door geldgebrek is die weg niet afgemaakt. Hoge vrachtwagens kunnen Tripia Petra (geperforeerde rots) zoals dit punt ook wel heet niet passeren, net zomin als dat er twee auto’s tegelijk doorheen kunnen rijden. Een bosbrand heeft in 2000 gezorgd voor een aanslag op het groen.
Voor we bij het klooster komen bereiken we een kruis op de heuvel. En rijden dan naar beneden naar het klooster dan in de negentiende eeuw is gebouwd door abt Agathangelos Kalligeros, op de plaats van de vroegere Evreseos tis Agias Eikonas tis Panagias-kerk. Net als alle andere kloosters op het eiland is ook dit niet meer bewoond.
De fraaie kerk is te bezichtigen en we mogen binnen ook fotograferen. De ikoon van de helige Maria is volgens de overlevering gevonden in een mirtebosje. Het gezicht van de ikoon was, gehavend en zwart geworden, gevonden door een schaapherder. Sommige mensen geloven dat de ikoon was geverd door de apostel Lucas. De datum waarop de ikoon is gevonden staat niet vast, volgens een kroniek van de priester Daniel Varipatis zou dat in 1446 gebeurd moeten zijn.
De huidige kerk is gewijd aan Kimis tis Theotokou en vanaf 1 tot 15 augustus is hier jaarlijks een serie religieuze activiteiten. De prachtige klokkentoren is gebouwd in 1880 door Nikolaos Fatseas-Fouriasis, afkomstig uit Livadi.
Half onder de kerk is nog een kapel of misschien ook wel een knekelhuis. Ik ben altijd op onderzoek uit en vind moeiteloos de sleutel. Ik weet mijzelf te bedwingen en neem geen kijkje. Ook zijn er talloze toegangsdeuren elders onder de kerk en bijna overal steekt een sleutel in het slot. Sleutels die ik niet aanraak.
Ons volgende project heet Kapsali net voorhij Hora, niet veel meer dan een badplaats. Ik realiseer me dat dit niet helemaal recht doet aan dit plaatsje. Alleen al door de aanwezigheid van Agios Ioannis at Krimnos, een kerkje hoog tegen de rots aan en deels in de rots uitgehouwen.
Kapsali ligt aan de baai van Sparagario. Van het vroegere kasteel is niet veel meer over. Aan het strand vinden we welgeteld een café dat open is. Niet veel, maar er zijn ook nauwelijks bezoekers hier. Een man heeft zich genesteld op het uiterste puntje van het strand. Veel verder weg was echt niet mogelijk. Hij ligt nog net niet met zijn hoofd tegen de kade en zijn voeten komen bijna tot het water.
We maken nog een tussenstop voor we naar Diakofti rijden. Mitata is in de twaalfde eeuw gesticht toen de bewoners van Monemvasia nog regeerden op Kythira. Er staan nog diverse oude huizen. Het plein met waterput is mooi en aan het plein staat een kerk, die fors beschadigd is door de aardbeving van 2006.
In de omgeving groeit de perziksoort Aphrodite’s borst. Nee, ik heb die niet gezien. In de omgeving wordt aan wijnbouw gedaan en er wordt veel honing gewonnen.
Tijd om naar Diakofti te vertrekken. Bij de haven zitten al wel enkele vrachtwagenchauffeurs te wachten, maar verder is er totaal geen bedrijvigheid. Je kunt er zelfs nog niets drinken. We gaan daarom naar de andere kant van het water, naar het tentje waar we al eerder hebben gezeten. Of we daar iets kunnen eten, vraagt Tineke. In het Engels uiteraard. Ja, dat kan. De taveerne biedt ons de keuze tussen vis en moussaka. Nou in beide heeft Tineke geen zin. Dan alleen maar wat drinken en even verderop een stukje brood met tomaat nemen. Is het brood toch nog ergens goed voor.
Weer terug naar de haven, waar niet veel later de boot arriveert. Dezelfde als we al eerder hebben gezien. Nog even snel een blikje scoren en dan binnen vragen hoe het zit met de tickets. Nou, die hebben we al, dus daar hebben we geen omkijken naar. We mogen van haar ook al aan boord gaan, maar bij de veerboot denken ze daar toch even anders over.
Nog even wachten. En dan mogen we de boot op. Als eersten. Tineke rijdt een steile helling op, om de auto boven op het dek te zetten en ik ga lopend aan boord.
Eerder had ik gelezen dat we een boottocht van drie uur zouden hebben, maar later kwam ik berichten van vijf kwartier tegen. Valt mee. Toch? Al snel zien we aan de rechterzijde van de boot, stuurboord voor de landrotten, al land verschijnen. Terwijl in de verte de vuurtoren van Kythira nog net te zien is. Vreemd! Tineke vraagt zich af of er misschien twee plaatsen Nafpoli zijn en of we misschien naar de verkeerde haven gaan. Ja, er zijn meer jongetjes die Jantje heten. Ach en de schrijfwijze in Griekenland? Ze gebruiken regelmatig andere namen voor dezelfde plaats.
We komen aan land, gaan snel aan boord en ik heb de plattegrond van Nafpoli al voor mijn neus. Het eerste stukje lijkt aardig, maar dan. Nee, dat klopt niet. We rijden zo de stad uit en richting Argos rijden we niet. Terug. Even aan de overkant vragen, met de kaart in de hand. Een bereidwillige man legt het mij uit. Neapoli en Nafpoli zijn twee verschillende plaatsen. Wij moeten in Nafpoli zijn en zijn in Neapoli. Onze bestemming ligt ongeveer 250 kilometer verder. Het is nu ongeveer zes uur, dus dat wordt overwerk.
Dit had ik als regisseur van onze reis toch anders moeten plannen. De man raadt ons aan om via Sparti, Tripoli en vervolgens Argos te rijden. Dat is volgens hem de snelste route. Goed eerst even tanken. Voor 1,82 euro. Dat valt best mee. Op Kythira hebben we zelfs een prijs van 2.03 euro gezien. De tip van Georg is niet zo slecht. Onderweg krijgen we een buitje. Niet te veel. Tineke krijgt de ruitenwisser niet goed en moet iedere keer een tikje geven, om de wisser in beweging te krijgen. Binnen twee uur zitten we in Sparti en hebben een afstand van ruim 140 kilometer afgelegd, waarbij we ook nog eens oponthoud hadden achter een kudde schapen, die ineens de weg over komt. Vlak voor Sparti heb ik contact opgenomen met de hostess en haar op de hoogte gebracht dat ik een inschattingsfout heb gemaakt en dat wij in Sparti een hotel nemen. Of zij Hotel Nafpoli op de hoogte wil brengen dat wij een nacht later komen. Dat zal zij doen.
In Sparta zijn talloze hotels, maar het is ook handig om daar een parkeerplaats bij te hebben. Die vinden we als de hoofdstraat verlaten en de weg naar Tripoli inslaan. Bij Hotel Apollo. Nu maar even vragen of we er kunnen overnachten en wat dat gaat kosten. Veertig euro voor twee personen, inclusief het ontbijt. Geen punt. Ik laat mijn tas achter en ga Tineke halen.
Snel laten we de koffers achter op de kamer en lopen dan de hoofdstraat uit op zoek naar een taveerne. Dat valt nog niet mee. Er zitten wel wat fastfoodbedrijven en pizzeria’s, maar een fatsoenlijk restaurant is er niet bij. Op diverse plekken klonteren oude baasjes bij elkaar. Met bezorgde gezichten. Het gaat niet goed met Griekenland en overal worden de nieuwsuitzendingen gevolgd.
Uiteindelijk vinden we bij een plein een eetplekje, waar behalve de xoriatiki ook nog wat vlees op het bord komt. We wandelen terug naar Apollon, want het is een lange dag geweest. En morgen hebben we toch nog een onbedoelde rit voor de boeg.