21 oktober 2010

Ia

Deel 13 maandag 27 september 2010
Tineke heeft zondag voorgesteld om met de bus naar Ia te gaan om daar de zonsondergang te bekijken. Omdat het mooi helder weer is en er verder geen plannen zijn besluiten we daartoe. Maar eerst Raema bellen en haar met haar verjaardag feliciteren. Dat doe ik om een uur of acht ’s morgens. Nog voor onsontbijt. Haar zus heeft haar een half uur eerder al wakker gebeld. Ja Baas boven Van Maanen zullen we maar zeggen.
De reis naar Ia staat voor ’s middags gepland, dus hebben we ’s morgens nog genoeg tijd voor andere dingen. Tineke gaat naar het strand, en is daar zeker niet alleen. Ik wandel aan het eind van het strand langs de Aghia Nikolaos (dicht) en probeer via een pad omhoog de Messa Vouno op te komen, maar mijn poging strand al snel.
Ik ben ook geen bergbeklimmer. Ik heb een prachtig overzicht over het strand waar ik Tineke ook ontdek. Na enige tijd van het uitzicht genoten te hebben keer ik terug en wandel het dorp in. Dat komt langzaam op gang. Het is enerzijds het eind van het seizoen zodat niet alles meer open is en anderzijds, het is maandagmorgen. Bij de pub Aegian drink ik een frappé en zie in de herhaling op Sky Sports hoe een dag eerder Wolves schlemielig verliest van Aston Villa.
Omdat ik Tineke niet op mij wil laten wachten, ga ik terug naar Sea Blue en haal de sleutel op. De kamer is nog niet gedaan. Het eerste deel van het zondagverhaal tik ik weg en ga daarna beneden zitten tikken, zodat de kamermeisjes de boel kunnen schoonmaken, het rechtgetrokken beddengoed weer af kunnen halen en opvouwen en op ons bed leggen. Want dat doen ze steevast iedere dag weer, een opgemaakt bed of niet. En wij iedere dag weer tweemaal ons bed opmaken. We lijken wel gek.
Tineke weet ongemerkt op onze kamer te komen en belt na enige tijd waar ik zit. Ik ben dan net bezig mijn laptop in te pakken om naar boven te vertrekken. Tegen tweeën vertrekken we naar Ia, of Oia. Mij maakt dat niet zoveel uit. Beide schrijfwijzen worden gebruikt. Ik begin er steeds meer van overtuigd te raken dat de Grieken verantwoordelijk zijn voor het ontstaan van de Babylonische spraakverwarring. En zo niet dan houden zij het aardig in stand. Neem nu de hoofdstad; Fira, of is het Thira of misschien ook wel Chora of Hora, hoewel ik die laatste twee benamingen hier niet echt ben tegengekomen. Maar de naam Fira/Thira is natuurlijk al voldoende afwijking van de eilandnaam Santorini.
Met de bus reizen we eerst naar de hoofdstad en maken daarna de overstap naar Ia. Er wordt veel gebruik van gemaakt de bussen. Zowel door toeristen als door de bevolking. Ouderen die met boodschappentassen vol vanuit de hoofdstad naar huis gaan, jongeren die uit school komen of juist daarheen gaan.
Wij maken de reis mee tot het eindpunt en het geeft Tineke de gelegenheid om ook te kijken. Straks als ze zelf moet sturen, gaat sturen, heeft ze daar toch minde rtijd voor. In Ia zoeken we al snel ongewild de drukte op, merken we. Maar als we afbuigen naar de smallere paadjes hoog boven de klifwand komen we in een andere wereld terecht.
De wereld van het idyllische Ia, dat een verwoestende aardbeving van 9 juli 1956 nauwelijks overleefde. Daaruit weer is opgestaan. De talloze koepels van herbouwde kapelletjes, de kerktorens en gerestaureerde woningen zijn daar het voorbeeld van.
Wij hebben onze blikgericht op de zonsondergang. Die is vooral vanaf de noordpunt goed te zien. Veel mensen bekijken die vanaf de ruïne van het kasteel van de familie Argyri, een Venetiaans geslacht, die de huizen en het kerkje ooit heeft laten bouwen als bescherming tegen piraten. Om vier uur zitten hier al de eerste mensen te wachten, in de hoop het beste plekje gevonden te hebben.
Wij willen eerst nog wat eten en doen dat gewoon boven in het dorp. Daar is het rustig, prijzig bovendien. Tineke wil geen uitgebreide maaltijd en is al tevreden met een tosti, maar die wordt niet geserveerd. Het wordt dus een Griekse salade.
Hierna gaan ook wij op zoek naar een mooie plaats. Zelf wil ik de zonsondergang op de plaat zetten in combinatie met een windmolen. Al snel blijkt dat ik niet de enige ben met dat idee.
Tineke blijft onder die molen, zodat we het beeld vanuit twee standpunten kunnen belichten. Ook hier merk je weer dat sommige toeristen zich als horken gedragen. Rustig voor iemands neus gaan staan, terwijl ze op het laatste moment arriveren.
Bij de zonsondergang in Ia wordt altijd het kleurenspectrum geroemd. Dat heeft zeker waarde. Doordat er rond de kim wat wolkjes varen, zien we de zon niet helemaal in het water zakken, maar het beeld is desondanks schitterend genoeg om met een voldaan gevoel terug te kunnen keren naar Kamari.
We zijn opnieuw niet alleen. Veel mensen keren hotelwaarts en het is een drukte van belang in de smalle straatjes. We gaan de drukte uit en komen zo snel op het plein waar de bus vertrekt. Daar wordt het al snel ook druk. Te veel mensen voor een bus. Dat wordt dus dringen geblazen.
Tineke stelt voor om maar een taxi te regelen. Dat kan voor 25 euro. Wij vinden het niet erg om met anderen te reizen. Maar die hebben er wel een probleem mee en dus gaan wij zijn tweetjes met de chauffeur mee.
We eten vanavond weer bij Andreas en werken een gecombineerde schotel voor twee personen naar binnen.

20 oktober 2010

Musea

Deel 12 zondag 26 september 2010
Wie denkt dat er op zondag misschien een eitje bij het ontbijt zit komt bedrogen uit. Het ontbijt hier is echt iedere dag hetzelfde. Het is en blijft bovendien zelfbediening en daar is uiteraard niets mis mee. Wat wel verschillend is, is de persoon die voor de vaat zorgt, zorgt voor voldoende brood en koffie. Die vrouwen wisselen zich af, net zoals de dames die iedere dag ons bed afhalen, wel een onderlaken op het bed leggen, maar geen bovenlaken. Dat mogen we zelf doen.
We ontbijten laat voor ons doen, ongeveer half tien en op dat tijdstip is het druk in de eetzaal. Veel andere gezichten. Na het ontbijt gaan we naar het busstation voor een dagje hoofdstad. De kaartjes voor de bussen koop je hier nog gewoon bij een conducteur, die bij iedereen langs komt in de bus. Onderweg kun je bij haltes opstappen, maar niet vergeten je hand op te steken. Dat moesten we vroeger in Nederland ook, want als je dat niet deed reed de bus dus gewoon door.
We rijden mee tot het eindpunt in Fira. Hier is het al meteen een drukte van belang. We belanden bijna vanzelf in de smalle (winkel)straatjes, maar zijn eigenlijk op zoek naar het museum, of beter gezegd een museum. Tineke ziet het prehistorisch museum al meteen bij het busstation liggen, maar ik heb slechts oog voor het archeologisch museum, dat verderop moet liggen, vlakbij de kabelbaan, die bezoekers naar het haventje aan de voet van de rots brengt.
Zonder haar mond open te doen volgt Tineke slaafs. Ik wandel door, kijk nog een keer op het kaartje en dan plotsklaps net om de hoek is de ingang van het museum. De toegang is gratis en fotograferen is ook geen enkel probleem. Hoe groot zijn toch de verschillen in dit Griekenland. Nee, niet alleen in dit Griekenland. In heel Griekenland, waar ieder eiland, iedere plaats, ieder plekje haar eigen regels heeft. In het archeologisch museum vind je een aantal scherven en weer herstelde urnen, amfora’s schalen en kruiken. Verder zijn er ook enkele bustes. De meeste stukken komen uit het oude Thira. In een zijhok ontdekt ik nog meer koppen, kennelijk is er sprake van een wisselende expositie.
Na het museum belanden we al snel weer in de drukte. Ik wurm mij langs de rij wachtenden voor de kabelbaan en volg de bordjes naar de katholieke kathedraal, gewijd aan Ioannis Baptistis. Het heeft het midden tussen een kleine kathedraal en een grote kerk. Sober ingericht, een stuk soberder in ieder geval dan de meeste Griekse kerken. De kerk is gebouwd in 1823 en tijdens de zware aardbeving van 9 juli 1956 zwaar beschadigd. Bijna dertig jaar duurde het voor de herstelde kerk weer in gebruik kon worden genomen.
Naast de kerk ligt een nonnenklooster, dat niet voor publiek is geopend maar volgens verhalen heel erg mooi moet zijn. Wel worden er in het kerkje enkele diensten gehouden. Het geheel behoort tot de zogenoemde katholieke wijk van Fira. We hebben een mooi uitzicht op Limani Skala, de oude haven.
We laten ons daar niet naar afzakken via de Odos Spyridon Marinatos de weg die met 587 treden naar beneden voert en al evenmin gaan we met de Oostenrijkse kabelbaan naar beneden. Wij gaan echter naar het museum met de muurschilderingen.
De oorspronkelijke schilderingen zijn ergens in Athene te vinden en alles komt eigenlijk uit het oude Akrotiri, dat in het zuiden van het eiland te vinden is.
We zetten onze wandeling voort of beter gezegd, we gaan vanuit het noorden – op de grens met Firostefani weer terug naar de zuidkant, waar Tineke in ieder geval nog het prehistorisch museum wil bezoeken. Daartoe storten we ons weer in de gekte van de vollopende winkelstraatjes. Wij kennen de Griekse gewoonte om mensen een terras op en een taveerne in te praten, maar hier worden toeristen ook nog eens de naast elkaar gelegen juwelierszaakjes ingepraat. Wij laten ons verleiden tot een terras, zonder dat het wordt gevraagd. En hebben daar ook al snel spijt van. Daar wordt voor verse lemon rustig acht euro gevraagd. Snel weg wezen maar, zonder fooi achter te laten voor de norse bediening.
We komen bij de Ypapanthi kathedraal, waarin niet mag worden gefotografeerd. De waakhond zit achterin de kerk haar middagdutje te doen, zodat menig het verbod aan haar of zijn laars lapt. Videocamera’s zie ik nog niet kaartjes vol draaien. Voorin deze kerk komen is overigens ook al een probleem, want een rood touwwerk houdt de bezoekers in toom. De kerk is overigens gebouwd op de fundamenten van de Metropoliskerk die vernield werd tijdens de hierboven vermelde aardbeving.
We gaan nu naar het prehistorisch museum. Ook al gratis te bezichtigen, zoals kennelijk alle archeologische musea in Griekenland tijdens het laatste weekend van september. Dit museum is vooral gericht op Akrotiri, met gebruiksvoorwerpen als potten en kruiken, maar ook visbenodigdheden (haken), sieraden en een aantal wandschilderingen. Tevens wordt ingegaan op de ontstaansgeschiedenis van het eiland. Desgevraagd is een gids bereid om een rondwandeling mee te maken.
Voor ons wordt het tijd om Fira te verlaten. Het busstation ligt zoals al geschreven naast het museum. Als duidelijk wordt welke bus ons gaat vervoeren duurt het echter toch nog geruime tijd voor we binnen worden gelaten. De macht van de chauffeurs is groot. Hij laat toch gauw een dertig mensen gaar stoven in de hitte. Een conducteur begint buiten maar vast kaartjes te verkopen. De jeugdige conducteur die met de bus meereist is daar eerst verbaasd en na enkele reizigers ook gelaten over.
Terug in Kamari eten we op een terrasje een broodje gyros voor we terug gaan naar onze kamer. ’s Avonds stellen we in een café even een mailtje op voor onze volgers voor we bij Stellada gaan eten. We doen het maar weer met een choriatiki, Tineke bestelt een lamb kleftiko en ik een choirini peper. We krijgen na afloop van het huis nog een ouzo. Na het eten besluiten we tot een avondwandeling en kopen voor Naomi een verjaardagscadeau. We lopen nog een stukje verder voor we terugkeren naar onze kamer.

19 oktober 2010

Wandelen
Deel 11 zaterdag 25 september 2010
Het ontbijt hier stelt nog steeds niets voor. Er liggen wat stukjes stokbrood, er is kaas, ham, jam, een stukje cake, koffie en jus d’orange. Geen melk, geen ei, geen fruit. Het zit er zo in, toch duurt het nog even voor we op pad gaan. Het begint al snel warm te worden en dat zal mij later op de dag nog aardig opbreken.
Vandaag is het onze wandeldag. Wandelen naar Emboria, dat is het plan. Die wandeling begint in Kamari, alleen is het boekje niet helemaal duidelijk waar precies. Daardoor hebben we al heel wat kilometertjes afgelegd voor we op het startpunt zijn en dan weten we het zelfs nog niet zeker. De weg proberen te vragen, een keer echt vragen en het daarna nogmaals proberen. Maar er is niemand om het te vragen. Twijfelaars noem ik die steeds weer vragende mensen vaak. En zo’n twijfelaar ben ik maar al te vaak.
Ik heb al snel door dat de bewegwijzering van het boekje niet echt klopt. Rechtdoor een kleine laan in naar het dorpje Messa Gonia betekent inderdaad rechtdoor, terwijl de hoofdweg naar rechts afbuigt, maar een bordje met de plaatsnaam is nergens te ontdekken.
Gelukkig is er wel een verwijzing naar het byzantijnse kerkje Panagia Episkopi, zodat we weten dat we op de goede weg zijn. Dit kerkje is ergens in de twaalfde eeuw gebouwd en is zeker de moeite waard om even te bezoeken. Hier worden busladingen toeristen gedropt om even te komen kijken. De deuren sluiten echter om twaalf uur. Veel tijd is er dus niet. Of eigenlijk hebben wij voldoende tijd, want de toeristen zijn net weg en we hebben het rijk alleen. Op de beheerder na dan.
Vlakbij het kerkje komt een weg naar de hoofdweg uit. Die nemen we op de terugweg niet en wandelen braaf terug naar het dorp. Officieel moeten we zelfs terug naar het punt waar we de hoofdweg hebben verlaten, maar rechtdoor lopen is toch een stukje korter en brengt ons niet alleen langs het grote wijnhuis Canava Roussos, maar ook langs een kleinere. Op talloze plekken op het eiland kom je ze tegen. De canava’s , een enkeling noemt zich zelfs biologisch.
Het lopen langs de hoofdweg is niet echt leuk. Gelukkig is er al snel de afslag naar het volgende dorp. Maar een verbetering is het niet. Want ook dit is weer lopen langs een hoofdweg, waar bussen, auto’s en motoren rakelings langs ons zoeven. Bovendien mist ook hier weer de verwijzing naar het dorp Exo Gonia, wel wordt er verwezen naar Pyrgos, het hoogst gelegen dorp op het eiland. Vanwege de rode dakpannen op de kathedraal Agios Charalambos weten we dat we nog steeds op de goede weg zitten.
Als we richting Pyrgos gaan, begint bij mij de vermoeidheid toe te slaan. We ontmoeten twee Belgen die dezelfde route volgen en net als wij moeite hebben met de route in het door Deltas uitgegeven boekje. Wij volgen netjes de weg tot we naar het centrum van Pyrgos kunnen, zij slaan iets eerder af en belanden zo al snel in de smalle straatjes van dit oude dorp.
Bezichtigen komt later nog wel eens, als we de auto hebben en niet al kilometers gelopen hebben. We moeten er bovendien ook nog een stuk of wat.
Ons einddoel is Emborio, maar eerst naar het klooster van Profitis Ilias.
De bordverwijzing langs de kant van de weg naar Profitis Ilias brengt ons wel bij een (gesloten) kerkje en gaat naar de top van de berg met dezelfde naam. Het betreft een wandelpad en we beseffen terdege dat die ons niet naar Emborio leidt.
Dus lopen we weer naar de weg en volgen die omhoog, maar waar de route naar Emborio is? We zijn op ongeveer driekwart van de top als we besluiten terug te keren, want dit is evenmin de juiste weg. We lopen terug, komen de Belgen tegen, die ook al dwalen en het niet meer weten.
Net buiten Pyrgos onderscheppen we een taxi, die ons voor tien euro naar Perissa vervoert, door Emborio. Ons eigenlijke plan is om vanuit Emborio naar Perissa met de bus te reizen en dan de watertaxi te nemen naar Kamari. Dus dat is goed. Ik vertrouw het water echter niet, de golven zijn mij veel te hoog. Misschien ben ik ook nog wel onder de indruk van het boek De stormprofeet waarin een hele vloot zeilschepen vergaat tijdens de zeilrace van Sidney naar Hobart.
Tineke stelt voor om de bus terug te nemen. Dat kan. Via de Fira Express naar Fira en vandaar een andere bus naar Kamari. Goed plan en de bus brengt ons terug naar de halte vlakbij Thira Tours, waar we ook de bootexcursie hebben gekocht. We lopen terug naar Blue Sea, doen nog wat inkopen bij de supermarkt en besluiten vanavond maar eens niet uit eten te gaan en vroeg onder de warme wol te stappen.

18 oktober 2010

Maanlandschap
Deel 10 vrijdag 24 september 2010
De titel van dit stuk is veelbelovend en dat is de dag eigenlijk ook wel. Vandaag is het voor ons de dag van het ontstaan van Santorini, de dag dat we het alles bindende vulkaaneiland gaan bezoeken. Maar eerst weer een sober ontbijt.
We hoeven pas om half elf bij Thira Tours te zijn en hebben dus ook alle tijd van de wereld om te lezen. Tineke doet zelfs nog even een handwasje in de eigenlijk veel te kleine doucheruimte. En daarna wordt het dus tijd om te vertrekken. Eerst met de benenwagen, daarna met de bus van de oostkant van het eiland naar het westen, naar de haven Athinios.
Het huidige Santorini dankt haar faam aan de vulkaan Tholos Naftilos.
Ongeveer vierduizend jaar geleden spatte het complete eiland door een geweldige eruptie van die vulkaan uiteen. Het eiland heeft diverse namen gehad. Zo werd het Strongyli, Kallisti, Filotera en Thira genoemd.
Vermoedelijk was het eiland al bewoond tijdens die geweldige uitbarsting en wisten de toenmalige bewoners, gewaarschuwd door aardbevingen en gerommel een goed heenkomen te zoeken. Wat overbleef was een gapend gat aan water, de caldeira. Door de werking van de vulkaan komen er steeds vaker rotsblokken en kleinere eilandjes boven water uit, zoals Akrotiri.
De vulkaan gist nog steeds en zorgde er ongeveer 250 geleden voor dat er een nieuw eilandje, Nea Kameni, ontstond. Op sommige plaatsen komen de gassen nog steeds uit de bodem van dat eiland. Het puimsteen, als gevolg van de eruptie, werd lange tijd geëxporteerd. Bijvoorbeeld voor de bouw van het Suezkanaal. De bodem van Santorini is door de lavastroom ook zeer vruchtbaar, waardoor al in een vroeg stadium zich mensen op het eiland vestigen. Maar de zoektocht naar Atlantis en het avontuur zorgt tegenwoordig voor de grootste bron van inkomsten, het toerisme.
Ook op het onbewoonde Nea Kameni, waar dagelijks de toeristenbootjes aanmeren. En niet alleen vanuit Anthonios, Fira en Ia, de drie haventjes aan de westkant van Santorini, maar ook vanaf andere eilanden komen de toeristenboten om mensen naar dit wereldwonder te laten kijken. Hier heeft Plato zijn Atlantis gezien. De wereld die onder water verdween.
Voor twee euro mogen toeristen het Vulkaaneilandje op. ‘En niets achterlaten.’ Ja de stappen, of bij het haventje in de vuilniscontainers. Toch zijn er snoodaards die plastic flessen, petjes of papiersnippers in een van de kratermonden werpen, waar dat goed voor is? Ik vraag mij het af.
Ik zal de laatste zijn die beweert dat hier geen leven mogelijk is. Toch ziet de aarde er hier doods uit. Zo stel ik mezelf een maanlandschap voor. Grijs grauw, maar ook geel, rood. En ik zie een flinke hagedis scharrelen over de rotsen, Hier en daar staat in het landschap meetapparatuur opgesteld. Die moet waarschuwen voor een volgende uitbraak, want dat die een keer komt daar is de bevolking van Thira van overtuigd. De laatste eruptie was zo’n zestig jaar geleden.
We maken een wandeling van ruim een uur over het eiland. Ik ben blij dat ik water bij me heb en dat het vandaag niet al te heet is, want anders was het op deze klomp waar bijna iedere schaduw ontbreekt niet uit te houden. We zakken weer af naar de Albatros, het schip waarmee wij vandaag zijn vervoerd.
We gaan nu naar Palea Kameni. Een kleiner stuk rots dat evenmin bewoond is en waar nog sprake is van warm water. De gidsen spreken over een bron, die goed is voor de huid, maar het heeft ook ongetwijfeld te maken met de werkende vulkaan, ergens diep in de aarde. Het water aan de randen van de rots zijn immers groen uitgeslagen van de zwavel.
We mogen hier zwemmen. Ik ben niet zo’n beste zwemmer en laat het uiteindelijk aan mij voorbijgaan. Die veertig minuten die er voor staan zijn bovendien in no time om.
Ons volgende doel is het eilandje Thirassia. Dit heeft aanvankelijk behoord tot het oorspronkelijke Strongyli. Halverwege de oostkust legt de boot aan. Die oostkust is stijl, verwant aan de westzijde van Thira. Bij de aanlegsteiger heeft het toerisme zich sterk ontwikkeld. Talloze taveernes vangen de reizigers op die met boten als de Albatros een minicruise van een dag maken. Twee toeristenwinkeltjes – een wordt er gedreven door de pappas – maken het beeld compleet. Een kronkelend pad voert omhoog naar het hoofddorp Thirassia. Hier woont ook ongeveer de helft van de bevolking van het eiland, verder zijn er nog twee kleinere dorpjes met een kleine honderd en een handvol inwoners.
Wij maken de toch omhoog die zeker niet eenvoudig is in de warme zon. Wat ben ik blij dat het geen echt hete dag is, want dan brand je – niet zoals op het Vulkaaneiland – compleet weg. Dan had ik het ook wel uit mijn hoofd gelaten om deze trap te nemen. Omhoog, steeds hoger. De tiende bocht, het lijkt Alpe d’Huez wel. Het gaat maar door.
Bovenaan wacht ons niet alleen een mooi uitzicht, maar ook taveerne Panorama. Het uitzicht is betoverend, en vermoedelijk bij echt helder weer helemaal toppie. De heftige prijzen zijn de andere kant van de medaille. We drinken wat fris, eten een souvlaki en een bord gigantes weg, voor we een rondgang door het dorp maken.
Het meest opvallende? Een pinautomaat. Nee, ik heb niet gecheckt of hij het doet. Het hotel staat vermoedelijk al een paar jaar leeg, gezien de vervallen staat waarin het houtwerk verkeert. Iets verderop staat een medische post met twee ambulances. Dat is heel wat voor de ongeveer driehonderd inwoners. Vanaf hier hebben we een redelijk uitzicht op de vlakke westkust, waar diverse groentes worden verbouwd. De tweede haven van het eiland, waar ook auto’s aan land kunnen worden gebracht, blijft onzichtbaar voor ons.
Naar beneden lopen gaat sneller dan omhoog en aan het water nemen we een ijsje. Een sleutelhanger van Thirasia - voor de verzameling in het trapgat - zit er helaas niet in.
De boottocht gaat nu door naar Ia, op Santorini. Daar stappen de meeste mensen uit om zich te vergapen aan de zonsondergang. Doordat het erg bewolkt is, zal daar niet veel van te zien zijn.  Wij varen via Fira terug naar de haven Anthinios en worden vervolgens met een bus teruggebracht naar Kamari.
In Blue Sea even bijkomen, voor we gaan eten bij Andreas. Ligt net om de hoek van ons hotel en is zeker niet prijzig. We nemen een Dakos vooraf, dit is een salade van het huis. Tineke kiest voor de spaghetti thalassou en ik neem de padaikia arni.
Zo deze avond is ook weer gevuld.