16 september 2007

Limburg 5
Pijnigen

Vakantievieren is bijkomen van alle stress van de afgelopen maanden. Vakantievieren is ontspannen. Vakantievieren is lol hebben met elkaar.
Wat doe ik mezelf aan. Ik moet wel een zeer verwrongen geest bezitten om mezelf zo te pijnigen. Vanaf het eerste moment, dat ik de bult gezien heb, weet ik: 'hier moet en zal ik tegenop'.

Ik kan de beelden van vervlogen tijden nog zo voor de geest halen. De Keutenberg is tijdens menige wielerwedstrijd al scherprechter geweest. Het is geen lange klim, maar wel venijnig. Mensenmassa's, die coureurs langs de kant aanmoedigen, maken het er allemaal niet gemakkelijker op. Zwalkende fietsers, die van links naar rechts over de steentjes slingeren in de hoop niet te hoeven afstappen. Want dat doe je niet als professionele wielrenner.
Bij iedere wedstrijd zijn er echter weer ongelukkigen, die de top niet weten te halen. Niet omdat ze niet sterk genoeg zijn, want iedere wielrenner moet dit bergje kunnen bedwingen. Neen, ze moeten afstappen, omdat ze gehinderd worden door medecoureurs, die op hun beurt weer worden opgehouden.
Ik heb de Keutenberg al beklommen. Wandelend. Geen pretje met dat kapotte rechterbeen van me. In mijn hoofd duizelt het. Hier wil ik tegenop stampen. Maar hoe moet ik ooit die berg beklimmen? De schande om halverwege terug te keren is te groot. De mensen zullen mij uitlachen als ze mij zien zwoegen. Toch wil ik er tegenop.
Al dagen ben ik vroeg wakker. Een echt ochtendmens. Meestal blijf ik nog enige tijd liggen. Lees of schrijf wat. Maar vandaag, dinsdag 17 juli 1990, dwing ik mezelf op te staan. In mijn notitieboekje schrijf ik met grote letters Keutenberg en leg het boekje open in een stoel, zodat Tineke - ik heb haar niets over mijn hersenspinsels vertelt - het boekje vindt wanneer zij wakker wordt en op zoek gaat naar mij. Zij zal onmiddellijk begrijpen waar ik mee bezig ben.

Om even over zes stap ik op mijn citybike. Het is fris. De Keutenberg licht bijna om de hoek. Op weg naar de hel kom ik een krantenbezorger tegen op zijn fiets. Hij groet mij en kijkt mij deerniswekkend aan. Ik zie hem denken: 'Weer zo'n stakker, die zo nodig moet'.
Zou hij stiekem om de hoek gluren, wanneer ik met mijn martelgang bezig ben, gaat er door mij heen. Ik schakel nerveus om de juiste versnelling te vinden. Pak het verkeerde voorblad.
De eerste meters in de bocht zijn steil en te overbruggen. Het gaat goed. Daarna komt het zware rechte gedeelte. Ik probeer terug te schakelen naar het kleine blad. Maar dat lukt niet. Ik begin van rechts naar links te zwabberen en ga weer terug naar de rechterkant van de weg. De spieren in mijn rechterbeen spelen op. Ik val bijna stil.Moeizaam - staand op mijn pedalen - kom ik vooruit. Nogmaals proberen naar een kleiner blad te schakelen. Het lukt nadat ik het steilste stuk heb overbrugd. De rest is een peulenschilletje.
Ik hijg wel, maar niet zo erg als bij de beklimming naar Ransdaal, dan lijk ik net een oude stoomlocomotief. Het tempo is bedroevend, maar daar gaat het niet om. Ik wil boven komen en dat lukt me.
Ik sla de weg nar Gulpen in en neem - dom - een onverhard pad met grint en grote stenen. Mijn dikke brede banden kunnen daar wel tegen. Het pad voert naar beneden en met flink wat doorzettingsvermogen en via de nodige stuurmanskunst kom ik heelhuids beneden.
De weg naar Margraten ligt nu open voor mij. Het werkverkeer begint op gang te komen. De automobilisten zijn onwetend betreffende mijn prestatie. Niemand steekt zijn duim op, zo van goed gedaan jochie.
Fietsers zijn op de vingers van een hand te tellen. Gegroet wordt er niet. Iedereen gaat stil zijn eigen weg. Via Margraten fiets ik naar Sibbe en Vilt.De weg gaat licht omhoog en daarna steil naar beneden.
Ik kom eindelijk tot leven. Dit gaat lekker. Met een vaartje van boven de zestig dender ik door. Via Valkenburg bereik ik mijn vakantieadres in Schin op Geul. Iets meer dan een uur ben ik weg geweest. Het gemiddelde ligt net boven de twintig kilometer. Niet gek voor iemand, die nog moet leren (toer)fietsen en absoluut niet kan klimmen.
Ik maak de rest van de familie wakker.
‘Krijg ik nu de bolletjestrui', vraag ik aan mijn gezin.
‘Je kan wel zeggen, dat je daar tegenop bent gereden, maar eerst zien', antwoordt mijn eega.
Weg is mijn feeststemming. Nogmaals die verschrikking doormaken en dan ook nog met publiek. Nee, daar begin ik (voorlopig) maar niet aan.

Een paar dagen eerder.
Het ontbijt wordt buiten genuttigd, nadat Naomi de krant heeft gehaald. De wind is enigszins aangewakkerd en maakt het er zo 's morgens vroeg niet echt lekker op. Daarom heb ik er geen trek in om uitgebreid de krant te lezen.
Na het eten verkas ik naar binnen en neem de stofzuiger ter hand. Tineke komt achter mij aan. ‘Wat is er', vraagt zij.
‘Niets.'
‘Jawel, je bent zo stil. En je gaat ineens naar binnen. Ik ken je er zit je weer iets dwars.'
‘Nou, ik vind het gewoon nog te fris om buiten te zitten. Kan dat ook. Jij bent lekker aan het lezen en doet meestal het huishouden. Ik vind dat ik ook weleens kan poetsen.'

Het huisje krijgt een grote beurt van mij en daarna gaan we boodschappen doen. Raema zoekt kaarten uit om te versturen. Naomi heeft de pech dat een wesp haar bloed erg lekker vindt en steekt haar in haar keel. Ze heeft pijn. Laat dat ook weten en zorgt derhalve voor een hoop kabaal.
In de winkel dept een meisje een servet met wat azijn. Dat druk ik op haar keel. Tineke en Raema gaan vervolgens door met hun bezigheden en ik ga met Naomi naar buiten. Op de trap van het 'Ljubljana-Schin op Geul vriendschap monument' wordt het servet nog een paar keer nat gemaakt en knoei daarbij azijn. Dat bijt meteen lekker uit op de traptreden.
Raema heeft zin in een luie dag. Geen wonder want zij heeft het wel enorm druk gehad. Iedere dag weer achterop zitten, daar word je wel flink moe van.
Wij hebben wel zin om er op uit te trekken. Voor een wandeling. De meerderheid telt, zodat we kiezen voor een tocht van ongeveer vijf kilometer. Het pad voert aanvankelijk enige tijd door de weilanden, waarna we de provinciale weg tussen Valkenburg en Wijlre bereiken. Deze steken we over in de buurt van Etenaken en kuieren omhoog tussen talloze akkers.
Raema baalt en voert een act op. Zij volgt op meters achterstand en wil gedragen worden. Ze krijgt haar zin niet en blijft mokken. De weg gaat uiteindelijk weer omlaag en dat is voor haar het sein om zich verder maar stil te houden. De tocht eindigt officieel schuin tegenover de Eikenderweg. Wij bouwen echter nog een extraatje in en wandelen door naar 'Ons Koffiehoes' van Limburgiaster Frits de Graaf. Hij herkent Naomi nog van ons eerdere bezoek. Zij zat toen enige tijd te puzzelen. ‘Is de puzzel al af', vraagt de ex-international.
‘Ja', zegt onze meid dapper.
Tineke wil graag een coupe ijs. Het ijs is bijna op, maar met flink schrapen komt de oude baas een heel eind. Voor de kinderen is er de traditionele Limburgse vlaai.
In het huisje kijken we televisie. We zijn alle vier moe en vallen pardoes in slaap. Een hazenslaapje zo vlak voor het eten is zo verkwikkend. Het broodje gezond (met knakworstje) geeft mij weer energie. De vaat doen we met zijn allen en na het werk staat de koffie al te pruttelen.
Ik wil nog een rondje fietsen. Wil weten hoe de weg naar Meersen eruit ziet. Die route wil ik gaan rijden, wanneer we naar huis gaan.
‘Ga je mee Naomi?', vraag ik. ‘Dan gaan we de weg naar huis verkennen.'
Ze heeft geen zin, maar vlak voordat ik vertrek, komt zij alsnog aanrennen. Overgehaald door Tineke. De weg naar Meerssen nemen we probleemloos. Met een gemiddelde van boven de twintig. We rijden via Rothem door naar Maastricht. Naomi ziet daar tegenop, maar voor zij het beseft is de gemeentegrens van de provinciehoofdstad gepasseerd. We komen langs het stadion van MVV en ik vraag de weg. Het valt mij iedere keer weer op hoeveel mensen hun eigen omgeving niet kennen. We worden verkeerd gestuurd en belanden op een doodlopende weg.
Terwijl wij terugrijden ontdek ik een herkenningspunt. Ik volg de route naar het pension, waar wij enige tijd hebben verbleven. Op de Keerderstraat weet ook Naomi waar we zijn. De rest van de weg naar Valkenburg zoeken is een peulenschilletje. Het afleggen is echter totaal iets anders. Er staat flink veel tegenwind en dat breekt Naomi naar Berg op. Zij stelt zich vervolgens op de molshoopjes naar Valkenburg aan en kijkt vooral op tegen de Cauberg. Dat is echter weer een fluitje van een cent. Net als een week eerder is het een kwestie van dalen. Er is wel een verschil. Ditmaal hebben we geen bagage bij ons. Met ingeknepen remmen halen we de 45 kilometer per uur.

Beneden in het dorp is het razenddruk. De vakantietijd is inmiddels goed op gang gekomen en de vakantiegangers nemen bezit van Limburgs vakantieoord nummer één.
We laveren tussen de toeristen door. Hier en daar ontvangen we een kwade blik, wanneer we luid bellend ons door de menigte wringen. We bereiken heelhuids het andere eind van Valkenburg en rijden linea recta door naar ons verblijf.
Raema ligt al op één oor. Ik heb Naomi nog een ijsje beloofd, mar eerst wil zij nog wat water drinken. Zij durft niet alleen naar de Vinkenoog te gaan en daarom wandel ik met haar mee.
Buiten drijft een hete luchtballon (Limburgs Dagblad) over het fraaie landschap. Ik vind dat altijd weer een magistraal gezicht en blijf enige tijd staan kijken.
In het restaurant kiest Naomi voor een Cornetto.
‘Weet je dat zeker', vraag ik enigszins teleurgesteld. Ik hoop dat zij toch een coupe zal nemen, zodat ik op het terrasje kan plaatsnemen en een bak koffie kan nemen. Zij blijft bij haar beslissing. Ik laat de koffie nu maar voor wat hij is en samen gaan we terug. Thuis duikt Naomi snel onder de wol. Samen met Tineke maak ik de kruik kruidenbitter soldaat.

Tijdens een luierdag kan je nog heel wat aan de weet komen. Ik kom in gesprek met de eigenaar van het vakantiehuisje aan de Eilanderweg.
Ik bewonder zijn tuin en hij begint met mij uit te leggen hoe en wanneer er gesnoeid dient te worden. Ik luister aandachtig, maar ben het meeste al snel vergeten. Ik kan genieten van een fraai aangelegde tuin met mooie bijzondere bloemen en planten, maar ook gewone bloemen en de kleurenpracht kunnen mij bekoren.
Zelf een snoeischaar ter hand nemen, zal niet snel gebeuren. Dat laat ik toch echt aan Tineke over, die daar niet alleen meer plezier aan beleeft, maar bovendien ook meer verstand van heeft. Ook zie ik vaak het verschil tussen gewone gewassen en onkruid niet. Laat mij daarom maar genieten.

De Awacs, die wij regelmatig zien vliegen in de buurt van Valkenburg, maken in deze omgeving gebruik van de warmere lucht om al cirkelend op te stijgen.
In de hogere sferen bewaken zij vervolgens tot ver in Europa het luchtruim. De koude oorlog is inmiddels zo'n beetje voorbij. Toch komt het nog weleens voor, dat er ingegrepen dient te worden. Een enkele keer probeert een Rus onze westerse verdediging uit. Laag invliegend weet het rode gevaar talloze radarsystemen te omzeilen. Pas ver in Frankrijk wordt hij door een Awacs ontdekt en vervolgens weggejaagd.
Geen prettig idee, dat de 'commies' zover kunnen komen. Nu is het nog vredestijd, maar in oorlogstijd kunnen ze al toegeslagen hebben, voordat wijk er erg in hebben. Wat te denken ook van de talloze raketsystemen. Erg veilig voel ik me ineens niet meer.
Ik weet al van mijn diensttijd, dat een leger tegenhouden - of beter gesteld enige tijd ophouden - geen gemakkelijke opgave is. Kanonnenvoer zijn de soldaten tegenwoordig. Het gevaar komt vooral uit de lucht en in de toekomst zal de luchtmacht een steeds grotere rol gaan vervullen.

Het Limburgse land is niet zo schoon als wij wel eens denken. De Geul heeft bijvoorbeeld veel weg van een open riool en is eigenlijk absoluut niet geschikt om in te zwemmen of te pootjebaden.De camping Schoonbron - even verderop gelegen - is niet aangesloten op het riool. Er zijn putten geslagen om de drek in te bewaren, maar het komt regelmatig voor dat deze putten overstromen en dan verdwijnt de viezigheid in het riviertje.
De woningen aan de Eilanderweg en nog enkele straten in de buurt zijn evenmin aangesloten op het rioleringssysteem. ‘Maar we moeten er wel voor betalen. Deze situatie zal nog wel enige tijd duren', laat de appartementeigenaar weten.
Aan de vervuiling van het milieu werken we dus allemaal mee. Velen doen dat ongemerkt, maar tallozen ook bewust. Ondanks dat er zoveel over milieuvervuiling gepraat en geschreven wordt.

Weer een paar dagen later
Een ezel stoot zich in het gemeen geen tweemaal aan dezelfde steen. Mensen zijn soms dommer dan ezels en maken dezelfde fout vaker dan een keer.
Neem Naomi. Zij is al eens bij het inrijden van de tuin onderuit gegaan, doordat zij in het losse grint te hard remt. Vandaag doet zij dat opnieuw en prompt slipt Naomi.
Een bloedbad - ter grootte van een speldenknop aan de vinger - is het gevolg. De schrik is er uiteraard veel groter.
‘Kijk. Bloed', laat zij aan Tineke zien.
Tineke speelt het spel mee en doet de arm in een zelf gefabriceerde mitella. Naomi is daar zo verguld van, dat zij met haar arm in de theedoek op stap wil naar De Kluis.
Op de aangeschafte wandelkaart hebben we zelf een route uitgestippeld, die wij willen afleggen. Het traject begint bij kasteel Schaloen. We dollen even wie zich over de kaart moet ontfermen. Tineke is geen licht in het kaartlezen. Zelf neem is sommige punten te letterlijk en ga daarom nogal eens de mist in. Toch word ik tot opperkaartlezer gebombardeerd.
Tineke is veel slimmer dan ik en volgt de paaltjes, die in het landschap zijn neergezet om een vaste route te volgen. Zo komt zij toch op haar bestemming.
Zo bereiken we de drie beeldjes. Volgens de overlevering zijn deze bij de brug neergezet, omdat de Heer van Schaloen niet met zijn paarden over de brug kan rijden. Alleen al bij het idee weigeren de beesten. Na plaatsing van de heiligenbeelden zijn de dieren echter zo mak als een lammetje.
Bovenop de Schaelsberg staat De Kluis, zoals de hermitage vaak wordt genoemd. Het gebouwtje is vanaf ver in de zeventiende eeuw tot 1930 bewoond geweest door een of meer kluizenaars. Tegenwoordig doet het dienst als een klein museum. Het leven van de kluizenaars wordt uitvoerig uitgelegd.
Zowel binnen als buiten is de kruisweg van Jezus uitgebeeld. Buiten ontdekt Tineke bij de laatste beeltenis een aantal mijnwerkersattributen. Een vreemde gewaarwording. Ik geef er een andere betekenis aan: de doornenkrans, de gesel en de spies.

We wandelen verder door het bos en langs akkers. Ondereg hebben we een fraai uitzicht op het gehucht Euveren, maar ook Valkenburg zien we liggen.
Bij kasteel Oost - opgetrokken uit mergelsteen - vermaken de kinderen zich in de speeltijd, terwijl Tineke en ik iets drinken.
In het gebouw is tevens een goedkoop restaurant gevestigd. Daarnaast dient het als vakantieoord voor de jeugd.
Onze weg voert verder langs de Geul. We ontdekken enkele kleine stroomversnellingen. Tevens komen we bij de uitmonding van een bron: de St. Jansbron. In de Geul komen talloze van deze bronnen uit. Het water uit deze bronnen is voor het merendeel zeer schoon. Dat komt ook omdat de boeren in de omgeving hun landerijen niet zomaar mogen bemesten. Er is namelijk sprake van een waterwingebied. Toch is het water van de Geul zelf niet overal schoon.

Voordat we via 'de beeldjes' naar onze fietsen teruglopen ontdekken we - net als in het eerste gedeelte van onze wandeling - een zeldzaam plantje in de berm.
Dit plantje intrigeert ons. Het is ons al eerder opgevallen in de buurt van de steenkolenmijnen. Later op de dag ontdekt Naomi de naam van het plantje.
Voordat het zover is, vervult Raema nog een komische hoofdrol. Zij scheert met een steen langs het hoofd van Tineke.
‘Hoe vaak heb ik je nu al gewaarschuwd om niet met stenen te gooien', vraagt Tineke.
Raema denkt nadrukkelijk na en telt op haar vingers tot drie.
Tineke kan vanaf dat moment niet langer kwaad zijn.
We fietsen hierna naar de orchideeëntuin. Het is te laat voor een bezoek, maar dat kunnen we op een andere dag nog doen. Wel wordt er nog even gekeken van hoe laat tot hoe laat we in de tuin terechtkunnen. We maken daarvoor een kleine omweg. Vanaf 1 juli is de tuin niet meer open voor het publiek ontdekken we tot ons verdriet.
We bezichtigen enkele borden, die buiten op de muren zijn opgehangen. Op deze borden wordt de groei van de orchidee uitgebeeld. Tevens zijn er enkele voorbeelden van deze bloem geportretteerd. Naomi ziet ineens een afbeelding van onze mysterieuze plant: de Aronskelk.

15 september 2007

Limburg 4
Eigenwijs

Televisie beheerst een deel van ons leven. Volwassenen kijken naar het journaal, sport, films en series gekeken. De kinderen hebben hun eigen programma's.
Het lijkt bijna of we niet zonder het scherm kunnen. Op diverse hotelkamers kom je de afgod van de mensheid tegen. In pensions en appartementen staat ook bijna overal wel zo’n apparaat. Handig om de ledige uurtjes door te komen, maar soms ook nadrukkelijk aanwezig.
Op zondagmorgen - wij liggen nog op bed - wil Raema naar telekids kijken. Tineke vindt dat niet goed. Ook zonder de tv moeten kinderen zich kunnen vermaken. En dat doen ze dan vervolgens in hun kamertje.

Van uitslapen komt niets meer terecht. Dan maar plannen maken. Valkenburg bezichtigen. Daar zijn we toch vlakbij. Op het programma staan: de Gemeentegrot, de kabelbaan, sprookjesbos, de ruïne en de VVV.
Het eerste punt gaat al meteen de mist in. Ik rijd voorop en neem in Valkenburg de verkeerde afslag. De Daehlheimerweg. Gaat richting Margraten.
We komen langs de steenkolenmijn en besluiten daar naar binnen te gaan. Van een echte mijn is absoluut geen sprake. Het is eigenlijk een museum. De gangen zijn apart aangelegd, want Valkenburg heeft zelf nooit een steenkolenmijn bezeten. Een voormalige kompel leidt ons rond. En zien een paard in een mijn. Maf he?
Aansluitend lopen we het fossielenmuseum binnen. Aan de kinderen is dit niet besteed. Vooral Raema loopt zich stierlijk te vervelen.

Het tweede doel is de Wilhelminatoren. Deze toren kan vanaf de Steenkolenmijn lopend worden bereikt of vanuit een grot met een kabelbaan. We kiezen voor de laatste optie. Zittend in ons wiebelende stoeltje zien we onder ons enkele herten lopen. Geen echte bezienswaardigheid. Op talloze plaatsen in Limburg komen hertenkampen voor.
Het bezoek aan de toren zelf laten wij aan ons voorbij gaan. Om het dertig meter hoogteverschil lopend te overbruggen moet flink veel geld worden uitgetrokken en daar hebben wij geen zin in. Het panorama over Nederland, België en Duitsland laten wij maar aan ons voorbij gaan.

Op het terras van het restaurant aan de voet van de toren wordt er gegeten en gedronken. Ontspannen kijken we rond. Even verderop zitten enkele motorrijders. Flink aan het bier.
‘Drenten', zegt Tineke resoluut. Ze herkent het dialect uit duizenden.
‘Kijk daar zit m'n neef. Henk Vriend. Krijg nou wat. Ben je in Limburg en dan kom je nog familie tegen ook'.
Ze spreekt hem aan. Hij kijkt enigszins glazig. Tineke wordt aanvankelijk niet herkend en ze moet zich voorstellen.
‘Wat doe jij hier', vraagt ze.
‘Ach ik ben met een paar maten een paar dagen Valkenburg onveilig aan het maken', antwoordt de neef. ,,Vanavond gaan we weer terug.'
Geen prettig vooruitzicht met al dat bier achter de kiezen, denk ik nadat we afscheid hebben genomen.

In het sprookjesbos - op de helling van de berg - stappen we eerst in de wildwaterbaan. Echt wild is de baan niet. Beneden spat het flink, maar doornat worden is er niet bij. Het bos doen we in omgekeerde volgorde. En in razendsnel tempo. Wie eenmaal De Efteling heeft bezocht, kan dit geen echt sprookjesbos noemen.Vooral Naomi heeft het laatste gedeelte geen rust meer in haar gat. Zij verheugt zich op nog een tochtje in de wildwaterbaan. Ik stap niet meer in het bootje en zet de dames op de gevoelige plaat.

Hierna dalen we af. Naar de stad op zoek naar de VVV. Dat gaat niet zomaar. De bewegwijzering is niet best. Op een huis staat dat daar de VVV is gevestigd. Mis dus. In een zaak voor sportkleding worden wij uit de droom geholpen. De weg naar de enige echte VVV van Valkenburg wordt ons uitgelegd. Het bureau voor vreemdelingenverkeer is om drie uur dichtgegaan. We zijn een uur te laat.
Niet getreurd. We hebben nog een agendapunt af te werken: de plaatselijke ruïne. De bezichtiging kan worden gekoppeld aan de fluwelengrot. Maar niet vandaag. We willen er meer tijd voor nemen en laten daarom ook het bouwval links liggen.
Ik ben - zoals wel vaker - eigenwijs. Ik weet een kortere weg naar de fietsen. We maken dus een omweg. In het centrum van Valkenburg bied ik als compensatie ijs aan. Excuses aanvaard.
In het huisje gaat 's avonds de televisie wel aan. Voetbal. De finale van het WK. Duitsland is sterker, maar heeft een versierde penalty nodig om de cup ook daadwerkelijk toe te eigenen. Naomi geniet van de prijsuitreiking en de slotceremonie.

Een dag later.
Terwijl Henk het ontbijt - brood uit het vuistje - verzorgt, haalt Naomi de krant. Voor het eten wil Tineke weten hoe het met het weer staat.
‘Tineke heeft het weer', zeg ik plagend.
De lucht is blauw. Slechts een paar schapenwolkjes zijn waarneembaar. De ochtend wordt door iedereen op een andere manier besteed. Tineke begint met de was. De kinderen tennissen in het gras en spelen vervolgens in de zandbak hun eigen spel.
Henk stapt op de fiets om even flink de spieren los te trappen. Naar Ransdaal is het flink klauteren geblazen. De kuiten stribbelen tegen. De wil om echt door te pezen ontbreekt al snel. Afdalen is meer aan mij besteed. Over de vijftig kilometer gaat het naar beneden.
De volgende beklimming laat het lang op zich wachten en weer is het mis. Bij Voerendaal overweeg ik even een stuk af te snijden. ‘Doe niet zo slap. Gewoon doorgaan', bijt ik mezelf toe.
Ubachsberg breekt me op.Ik moet even van de fiets. ‘Mijn rondje toch maar inkorten, want zo gaat het niet langer', spreek ik mezelf toe. Ik ga rechtdoor en rijd derhalve niet meer naar Simpelveld, wat eigenlijk wel de bedoeling is. Ik trap de trappers moeizaam rond. Behalve tijdens het laatste stuk. Met de wind licht in de rug en heel flauw dalend kan ik het tempo opschroeven. Toch wel lekker gefietst.
Ik ben nog niet terug of Tineke gaat weg. Hardlopen. Zij rent langs de Geul via Stokkem naar Wijlre en draaft over de Provincialenweg weer terug.

In de tussentijd douche ik het zweet weg en ga daarna langs bij Jean Habets. De voormalige profwielrenner heeft tegenwoordig een fietsenzaak. Dennis Huenders heeft mij op hem attent gemaakt. Dennis heeft onlangs nog in deze buurt getraind met de Giantploeg en is bij hem in de zaak geweest. We maken een praatje over de Tour de France en het wielrennen in het algemeen. Bijna vergeet ik waarom ik eigenlijk naar zijn zaak ben gegaan. Ik schaf een bidonhouder met bidon aan. Noodzakelijk tijdens mijn fietstochten, want ik verlies in het inmiddels warme weer toch heel wat vocht en dat moet al rijdend worden aangevuld. Tevens koop ik een reparatiedoosje. Mijn materiaaltasje met plakkers, lijm en bandenwippers is immers gejat. Geen overbodige luxe om zoiets bij de hand te hebben blijkt al eerder dan mij lief is.

Halverwege de middag gaan we naar kasteel Sjaloen. Het kasteel zelf is niet te bezichtigen. De heemtuinen wel, maar daar beginnen we nu niet aan. Die bewaren we voor later.
We fietsen door naar Valkenburg en Tineke informeert bij de VVV welke kastelen in de buurt te bezichtigen zijn. Hoensbroek is het dichtstbijzijnde.
We besluiten nog even in Valkenburg te blijven. Tineke wil een andere korte broek kopen en gaat op pad. Ik nestel mij bij Michiel de Ruyter op het terras. De kinderen zijn het snel zat en taaien na het nuttigen van een beker chocola af naar de midgetgolfbaan. Tineke is geslaagd en komt ook nog iets drinken.
Het boodschappen doen gaat in etappes. De basismarkt heeft niet alles op voorraad, zodat wij ook nog enkele andere winkels in moeten. De voorband van Tineke is ondertussen bijna leeg en wordt opgepompt voordat wij terugfietsen naar Schin op Geul.

Na het eten maken wij nog een avondwandeling. Over de Sousberg. Een fraai panorama ontrolt zich voor onze ogen. Een heerlijke rust maakt zich van mij meester. Onderweg komen we niemand tegen, zodat wij kunnen genieten van de rijkdom van het Limburgse land.
Tineke krijgt onderweg een visioen.
‘Wat is het', wil ik weten.
‘Dat vertel ik niet', is het antwoord.
Bij Vinkenhof wordt haar visioen werkelijkheid: een sorbet. De meiden krijgen een kindercoupe voorgeschoteld, terwijl ik mij beperk tot een kop zwarte koffie.

Een paar dagen later
Naomi en Raema kunnen het zo vroeg op de morgen niet echt met elkaar vinden. Ze hebben mot over niets. Naomi - drie jaar ouder - is de sterkste en zorgt dat haar zus tussen de rozen belandt. Geen rozen zonder doornen, maar toch komt de jongste er zonder kleerscheuren weer uit.
Om de lieve vrede te bewaren wordt Naomi op pad gestuurd. ‘Ga jij maar de krant halen en doe meteen een paar kleine boodschappen', krijgt zij te horen.
Het lijstje is zo opgesteld en Naomi doet haar werk. Ondertussen wordt de ontbijttafel in gereedheid gebracht. Eten. Krantje lezen en dan is het tijd voor andere bezigheden.
De kinderen hebben hun ruzie bijgelegd en gaan spelen. Tineke doet haar dagelijkse was en ik stap op de fiets. Ik wil het rondje via Ransdaal en Simpelveld nu wel uitrijden.
Ik heb altijd moeite om op gang te komen. Naar Ransdaal puf ik als een oude stoomlocomotief. Maar allengs komt de diesel op gang. Het gaat steeds beter. Volgens plan laat ik de top bij Huls - 214 meter hoog - links liggen. Door Simpelveld gaat het naar beneden. Dalen vind ik heerlijk. Ondanks het verkeer op de weg heb ik er flink de sokken in en passeer zelfs een paar auto's.
In mijn haast om de juiste richting te kiezen, sla ik een weg te vroeg naar rechts in en kom door de gehuchten Bosschenhuizen en Trintelen.Niet bedoelt, maar ook niet getreurd. Wel afzien, want het gaat omhoog. De fraaie omgeving bekijk ik nu met andere ogen.
Omhoog betekent ook weer omlaag en dan geniet ik. Naar Wittem moet ik uiteindelijk inhouden voor een Mercedes, die 55 kilometer per uur rijdt. De weg is niet geschikt om te passeren, zodat ik achter de dikke slee blijf hangen.

Wanneer ik terugkom, is het tijd voor Tineke om aan een sportieve uitspatting te beginnen. Zij heeft het plan opgevat om nu wel de Keutenberg hollend te bedwingen. De loopschoenen worden aangetrokken en vol moed gaat zij op weg.
Het zonnetje begint al aardig te branden. Voor de voet van het bergje draait zij om. Het is haar te warm en dan ook nog eens die extra inspanning verrichten lukt niet. Toch legt zij nog zo'n vier kilometer af.

's Middags willen we gaan midgetgolfen in Valkenburg. We rijden rond, maar kunnen de baan waar we al eens hebben gekeken niet terugvinden. Dan maar naar de fluwelengrot en de ruïne. In de grot is het heerlijk fris. Zo denk ik er tenminste over. Tineke heeft een andere mening. Voor haar is het al snel te koud. Veel nieuws leren we niet. Dat komt ook door de gids, die zeer gemaakt doet en absoluut niet geschikt is voor dit werk. Een groot verschil met de werkstudent, die ons heeft rondgeleid door het stelsel bij Maastricht.
De meeste zaken, die ons worden uitgelegd, zijn al bekend. In de grot mogen de kinderen de tanden van de Raiosaurus aanraken. Onze angsthazen beginnen daar pas aan, wanneer niemand meer kijkt. Dat denken ze. Ik houd ze in de gaten en zie ze heel langzaam in de richting van het wezen schuifelen. Aarzelend worden twee handjes uitgestoken. ‘Ik heb het gedurfd', zegt Raema, nadat zij de tanden van het monster heeft getoucheerd.
De ruïne wordt hierna niet met veel aandacht bekeken. De routebeschrijving belandt meteen in de tas. De muren zijn op zich al indrukwekkend genoeg en wij hoeven echt niet precies te weten, waar nu de eetkamer en alle andere zalen en ruimtes precies hebben gelegen. Het panorama over de stad en de omgeving heeft meer onze aandacht. Daar kunnen wij nu van genieten.

Tijd om te shoppen. Het is zoeken naar een speld in een hooiberg. Bij de HEMA zijn ze wel voorradig, maar niet fraai genoeg. Zeeman verkoopt ze ook. Hoog opgesneden, dus sexy. Een paskamer is niet voorhanden. Tineke laat ze daarom maar hangen en gelooft niet meer in succes. Ik weet niet van ophouden en ga door. In een boetiek slaagt Tineke toch. Ze heeft nu een badpak en kan in het weekend fatsoenlijk zwemmen.
De prijs is wel een tegenvaller, maar daarvoor hebben we al mazzel gehad met de aanschaf van petten voor Raema en Tineke. Ondanks dat we driemaal hebben aangegeven dat we twee petten meenemen, wordt er slechts een afgerekend.

Er staan nu nog twee zaken op het programma: boodschappen doen en een bezoek aan de midgetgolfbaan of een avondwandeling maken. Zowel Tineke als ik hebben geen zin in koken en daarom laten we het eerste onderdeel zitten en gaan uit eten.
Bij de plaatselijke Bistro is het goed toeven. Voor het geld hoeven we het bovendien niet te laten. We zijn net zoveel kwijt als voor het badpak.
Na het eten stappen we op de fiets. Ditmaal vinden we de baan wel. Raema sjoemelt met het aantal slagen. Tineke verdient een sorbet met een hole-in-one.

13 september 2007

Limburg 3
Oranje

In Maastricht nemen Naomi en ik zaterdagmorgen afscheid van de gastvrije familie Melman. De oudste zoon vertelt, dat wij drie klimmetjes krijgen voor wij in Schin op Geul zijn. Dat is sterk overdreven. Slechts bij Berg - een toepasselijke naam - is het werken geblazen. Met een beetje hulp haalt ook Naomi de top.
De Cauberg - vanaf deze kant - is een peulenschilletje. De afdaling - twaalf procent - doen we met ingeknepen remmen. Toch halen we nog 37 kilometer per uur.
Even voorbij Valkenburg - na veertig minuten fietsen - stoppen wij. Het begint te miezeren. Wij hebben geen jas aangetrokken en van miezerreggen word je flink nat. Even wat aanschieten en hup weer op de fiets.
We komen niet ver. Tussen Oud-Valkenburg en Schin op Geul ineens een hoop getoeter naast ons. De familie Teepe. Die heeft ons zien trappen en zijn met de auto omgekeerd. Tijd voor een kletspraatje. Hun vakantie is voorbij. Zij hebben op de camping gestaan in Schin op Geul en zijn op weg naar huis.
We wensen elkaar een goede reis.
Het vakantiehuisje is snel gevonden. Wij waren veel te vroeg. De eigenaresse geeft het onderkomen een flinke beurt. Wij mogen de tassen wel vast neerzetten, maar moeten nog even wachten voor we onze intrek in het onderkomen kunnen nemen.
Omdat wij toch niets beters te doen hebben, gaan we shoppen. De boodschappen brengen we naar het huisje en gaan daarna het dorpje verkennen. Op zoek naar het station en eventueel een bedrijf dat fietsen verhuurt, voor Tineke en Raema. Het station ligt heuvelopwaarts. Te stijl voor Naomi. Zij moet van de fiets.
Het treinstation stelt weinig voor. Er is geen restauratie en fietsen huren kan niet. Voor een kop koffie worden we verwezen naar een café, natuurlijk gelegen tegenover de kerk.
We moeten nog twee uur zien zoet te brengen, want dan verschijnen Tineke en Raema. Zij zijn door Nel - net terug van vakantie in Frankrijk - naar de trein gebracht.

De cafébaas maakt een opmerking over Ajax naar aanleiding van de Ajax-pet van Naomi. Al snel begrijpen we de betekenis.
In zijn zaak hangen diverse voetbalfoto's. Op een van de foto's staat een man in een oranje shirt. Daarnaast hangt een shirt van het Nederlands elftal. Dat heeft hij - Frits de Graaf – zelf gedragen.
Terwijl Naomi weer geniet van een vlaai vertelt de oude baas vol trots over zijn voetbalverleden. Over zijn interland. En over clubvoetbal in zijn tijd.
Echte amateurs? Neen, voor een appel en een ei verhuist hij naar Limburgia. Met die club wordt hij eenmaal kampioen van Nederland. In het Olympische stadion. Door Ajax met 6-0 te verslaan.
De tijd gaat snel. Vlug naar het station. Anders missen we Tineke en Raema nog.
Eerst komt de trein uit de richting van Maastricht. Even later komt vanaf de andere kant een langere trein. Daarin zit de rest van mijn gezin.
Raema ziet ons al snel staan en springt de trein uit. Tineke volgt. Bij het station staat de eigenaar van het vakantiehuisje te wachten. Hij is gewend dat treinreizigers zware tassen en koffers mee te zeulen hebben. Hij laadt de bagage in zijn auto en neemt tevens de kinderen mee. Tineke stapt op het fietsje van Naomi en rijdt met mij naar beneden.
Nadat iedereen zich goed heeft geïnstalleerd stappen we weer op de fiets. Naar Etelaken. Daar kunnen we fietsen huren. Voor Tineke lukt het. Een fiets voor Raema is er echter niet.
Terug naar Valkenburg. Een nieuwe poging. Daar hebben ze wel kinderfietsen, maar willen ze niet aan ons verhuren.
,,Dat doen we alleen aan gezinnen, waarvan iedereen een fiets bij ons huurt'', krijgen we te horen.
,,Nou, dan moet Raema maar bij jou achterop'', zegt Tineke.
En zo gebeurt het ook.

Tineke neemt ons uit eten en komt op het lumineuze idee fietstassen te kopen, waarin Raema haar voeten kan doen. Dat lukt. Echt een stuk fietsen is er niet meer bij. De dreinende regen en de vermoeidheid van de reis zitten ons in de weg.
We besluiten naar het huisje te gaan. De televisie gaat aan. Voetbal: gastland Italië en Engeland strijden om de derde plaats tijdens het WK.

De eerste dag van de vakantie is voor mij en Naomi met gezang begonnen. De laatste volle dag in Limburg begint ook zo. En weer is Raema de vrolijke noot. Met volle borst zingt zij vanuit haar bed. ‘Ole, ole. Morgen gaan we naar huis'.
Tineke en ik lachen daar smakelijk om en stappen uit onze slaapzakken.
Ik ga met Naomi en Raema mee de krant halen. Op de scheiding van erf en weg ontdek ik een groene kikker, of is het een pad. Het beest is morsdood. Ik roep de familie erbij. Naomi is stekeblind en stapt bijna op het beestje. Na veel ach en wee besluiten we het dode dier - met behulp van een schepje - in de berm te gooien.
Vanuit de winkel nemen wij en passant harde bolletjes, drinken en nog enkele kleine boodschappen mee. Terwijl wij de boodschappen uitpakken - de krant laten we onder het mom vergeten in de tas - verzorgt Tineke het ontbijt.Na het eten besluiten Naomi, Raema en ik nog een flinke fietstocht te maken. Tineke blijft achter. Zij heeft last van haar been - het gevolg van het bezoek aan het zwembad - wil het huisje schoonmaken en alvast enkele spullen inpakken.
De tocht voert langs Wittem en Partij naar Mechelen. Daar staat een korenmolen, die nog in gebruik is. De molen drijft op water, maar daar is van buitenaf niets van te merken. Het bezichtigen laten wij achterwege, omdat zoiets flink veel geld kost en dat is het mij niet waard.
We rijden door naar Epen waar ook een korenmolen moet staan. Hoe we ook zoeken, de molen kunnen wij niet vinden. Wat we wel tegenkomen - tot verdriet van Naomi - is een lange stijgende weg. Meer dan een kilometer klimmen naar Eperheide. Naomi is moe en stapt af. De bergkoning is geveld. Ik besluit ook te stoppen en samen lopen we het laatste stukje omhoog in de drukkende warmte. Raema moet helpen met duwen van de fiets van Naomi en doet dat trouw. Het zweet gutst van onze lijven.Via Heijenrade dalen we door een fraai stukje Limburg. Het gaat niet echt hard door de vele haarspeldbochten en dat is maar goed ook. Onderweg is het oppassen geblazen. Het gemotoriseerde verkeer houdt geen rekening met fietsers. De bestuurder van een touringcar vindt het nodig om een vrachtwagencombinatie te passeren. De schildpad kruipt de slak voorbij. Wij rijden in tegengestelde richting en komen bijna klem te zitten.
In Slenaken willen we aanvankelijk stoppen bij een fraai café-restaurant. Het terras zit vol met toeristen, die door een andere autobus zijn aangevoerd. Ik krijg Naomi niet zover om door te rijden naar Noorbeek. Zij moet haar reserves aanvullen.
Het eerste gedeelte van de weg daarna gaat, omhoog.
Naomi is het klimmen zat. We nemen daarom de weg naar Gulpen. Deze gaat door het dal langs het riviertje de Gulp.
In Euverem stappen we weer af. Koffie, thee, appelsap en vlaai willen wij hebben. Niks geen vlaai. Die is op. Nou dan maar een tosti. Het restaurant ligt op een steenworp afstand van Foreldorado. Ik heb geen trek in nogmaals een bezoek aan dit park en we gaan verder.
Naomi is het klimmen nog steeds moe, maar draagt gelaten de last, want om klimmen kun je nu eenmaal niet heen in het zuiden van Limburg. De weg loopt door naar Cadier en Keer. Voor ons ligt een helling. Naomi ziet daar tegenop als een berg, maar fietst wel vrolijk fluitend met 25 kilometer per uur naar boven.
In het plaatsje schaf ik nog een laatste fotorolletje aan. Vlak voor het plaatsje springt mijn kilometerteller op 800 kilometer.
De tocht voert ons verder naar Bemelen en Bemelerberg. Op de helling - links van ons - liggen de mergelgroeven. Omdat onze weg omhoog gaat, trappen we door en nemen niet even de tijd voor het uitzicht.
De draaiende molen 'Van Tienhoven' krijgt nadat we 'Mooi Limburg' achter ons hebben, wel onze aandacht. Het laatste stukje van de reis voert via Sibben en Vilt via een afdaling van de Cauberg naar Valkenberg. Hier wil ik badslippers voor de meiden kopen, maar kom terug met drinken. Badslippers zijn niet te krijgen, terwijl ik de bidon en appelsap in ons vakantiehuisje heb laten liggen. Vandaar. Tineke ligt daar trouwens in de tuin te zonnen.

Omdat de meiden die dag nog geen vlaai hebben genuttigd, vereren we Frits de Graaf nog met een bezoek. De drievoudig international - scoort in het Oranjeshirt ook nog eens driemaal - vertelt dat het zeer rustig is.
‘De pensionprijs is toch echt laag, maar er komt bijna niemand meer. De mensen betalen zich liever scheel aan een huisje op het luxe vakantiecomplex boven op de berg. Ze hebben vervolgens bijna geen geld meer over om te besteden. Voor mij gaat de lol er enigszins af. Ik overweeg om de tent maar te sluiten', vertelt hij.Na het eten gaan Naomi en Raema wandelen. Tineke pakt nog enkele tassen in en ik besluit tot een laatste fietstocht. Het is benauwd en daarom gaat het voor mijn gevoel niet lekker. Zit uiteraard weer tussen mijn oren.
De afdaling vanuit Ransdaal loopt daardoor niet. De beklimming bij Ubachsberg is een verschrikking. Het zweet gutst - zoals eerder op de dag ook al - van mijn gezicht en staat in mijn handen.
Volhouden naar Simpelveld en daar vind ik mijn tweede adem. Het gaat lekker. Via Bochholtz en de Bocholtzerheide ga ik ditmaal bij Bahnheide rechtdoor en fiets via de Kruisberg naar Wahlwiller. Dit is inmiddels bekend terrein. Partij ken ik ook nog en daar begint de klim naar de Gulpenerberg.
Ik overweeg te stoppen als een eveneens zwaargebouwde jongeman op een racefiets voorbijkomt. Ik klamp heel even aan en moet dan lossen. ‘Dit heeft geen zin. Stoppen en teruggaan', denk ik.
Mijn gids heeft het ineens ook moeilijk en dat is voor mij weer een stimulans. Boven op de berg staan vier mensen te klappen en ik krijg een laatste goedbedoeld zetje. Ik weer de mensen af. ‘Niet doen. Ik wil op eigen kracht naar boven', hijg ik.
Het is al te laat. Ik ben uit mijn ritme. Niet erg, want de top is nakend en ik kom heelhuids boven. Beneden ben ik vervolgens zo. Niet lopend zoals via bordjes wordt aangeraden, want dat is mijn eer te na.
De weg naar Margraten ligt nu open voor mij. Voor de tweede keer die dag ploeter ik omhoog. Nadat ik het hoogste punt ben gepasseerd is de kwelling voorbij. Via Sibbe en langs het steenkolenmijnmuseum bij Valkenburg fiets ik naar beneden. Dat brengt rust en het laatste gedeelte kan ik op souplesse uitrijden.
Op zo'n avond als vandaag zijn wielrenhandschoentjes - zoals Naomi eerder op de dag bij Jean Habets heeft gekocht geen overbodige luxe, maar een noodzakelijk kwaad. Een wielrenbroekje moet er eigenlijk ook komen. Het slipje in mijn korte broek knelt en bezorgt mij pijn. Geen wonder ik heb bijna honderd kilometer weggetrapt vandaag.

De kinderen gaan naar bed, wanneer ik in het huisje arriveer. Ik stop ze onder en douche het vieze zweet weg. Met Tineke speel ik - vanwege de inmiddels aangename temperatuur - buiten rummikub en pak daarna mijn fietstassen in. Morgen begint de reis terug naar Almere-Haven.

12 september 2007

Limburg 2
Dieven

Op weg naar Schin op Geul verblijven Naomi en ik een dag in Maastricht, omdat we pas een dag later in ons vakantiehuisje terecht kunnen.
Maastricht is een van de mooiste steden van ons land en op dat moment voor mij zeer zeker de gezelligste stad van Nederland. Gastvrij en ongedwongen. Op het Vrijthof kan je uren op een terras zitten. Goedkoop is het er zeker niet, maar de Limburgse vlaai is authentiek en behoort tot de vaste kost van mijn oudste dochter. Dus wordt ook daar genuttigd.
‘Een dag zonder vlaai, is een dag niet geleefd', zou haar motto bijna kunnen zijn. De terrassen stromen al snel vol, ook terwijl wij er zijn. Zeker nu de regen is verdwenen en de zon voor een behaaglijke temperatuur zorgt. Overal zie je mensen hun jassen uittrekken. De korte mouwen komen tevoorschijn.

Langs de Maas zijn diverse kleine eettentjes. Niet overal heb je zicht op de rivier, die vanuit België ons land binnenstroomt. In de stad zelf ontdekken we een put of beter gezegd een berenkuil. Bewoond met enkele bruine beren.Onze eerste wandeling gaat onder langs de stadswallen. In deze wal heeft Pierre Zenden zijn sportschool. Zenden op dat moment nog een naam bekend van het judocommentaar op televisie. Een naam, waaraan tien jaar later toch echt een andere voornaam wordt gekoppeld. Boudewijn: voetballer bij PSV, Barcelona, Liverpool en het Nederlands elftal.
Een dag na onze aankomst zette we bij de Servatiuskerk onze fietsen in een openbare bewaakte fietsstalling. De termen openbaar en bewaakt krijgen bij mij een iets andere lading. Mijn driehoekige fietstasje krijg ik niet los en laat ik daarom maar zitten. Een verkeerde afweging, ontdek ik later op de dag. Wanneer wij onze fietsen komen ophalen, is het tasje verdwenen. ‘Flink bewaakt jongens', denk ik. Zelfs verdenk ik de bewakers ervan mijn goed gestolen te hebben. De wijze waarop gereageerd wordt wanneer ik mijn fiets meeneem, brengt mij tot de gedachte: dieven. Het voorval bederft voor mij een plezierige dag.
Een dag later zwerven we toch weer door de stad. Slenteren door het oude gedeelte, de universiteitsbuurt en ditmaal over de stadswallen. Terwijl ik op een bankje in het park mij verdiep over de kaart van Maastricht, gaat Naomi alleen op pad. Zij zoekt de berenkuil, weet deze te vinden, maar de beren zijn deze dag opgesloten.
's Avonds gaan we op zoek naar een pizzeria. Naomi zit te modderen met haar mes en vork en zal haar pizza niet helemaal opeten. Geen wonder zij heeft die dag al twee vlaaien naar binnengewerkt.
Een paar dagen later gaan we met de hele familie naar Maastricht.

De kinderen hebben die dag moeite met opstaan. Tineke en ik willen echter vroeg op pad, zodat de dochters zonder pardon hun bed uitgekieperd worden. Aankleden, ontbijten. Het lukt allemaal op tijd. Om negen uur zitten we in de trein naar Maastricht, waar we de hele dag zullen verblijven.Aan de treinreis - een speciaal arrangement - zit een bootreis op de Maas en een bezoek aan de grotten in de St. Pietersberg begrepen. We halen de eerste afvaart van de 'Ville de Liège'. Om tien uur steekt deze boot van wal. We varen tot vlakbij de ENCI-fabriek en dienen daar weer aan land te gaan. Een kwartier te vroeg voor de rondleiding arriveren we op het terras van het naast de ingang van de grot gelegen restaurant.
Terwijl ik de mensen observeer doden de kinderen de tijd in een speeltijd.Onder leiding van een werkstudent bezoeken we een deel van het gangenstelsel. Ooit tweehonderd kilometer lang. Door afgravingen (de ENCI gebruikt de mergel voor metselspecie) is daar driekwart van verloren gegaan.
De mergel is vele eeuwen geleden al ontstaan. De Romeinen ontdekken tijdens hun bezetting van ons land - in het begin van onze jaartelling - dat het mergel zacht is en na droging uitermate geschikt als bouwmateriaal. In latere tijden wordt de mergel gebruikt voor het bouwen van hele vestingwerken, maar ook voor de bouw van huizen.
In de Tweede Wereldoorlog stelt het gemeentebestuur van Maastricht een evacuatieplan op. Maar liefst dertigduizend mensen moeten eventueel onder de grond - in het gangenstelsel - worden opgevangen. Het plan wordt niet ten uitvoer gebracht. Wel worden er enkele mensen - voor enige weken - in de grot verborgen. De sporen - de kapel, toiletten etc. - zijn nog steeds te bezichtigen.

Om kwart over twaalf zien we de 'Ville de Liège' uit de richting Maastricht aan komen varen. De boot braakt een nieuwe lading bezoekers voor de grot uit, waarna de mensen, die al onder de grond zijn geweest, aan de terugvaart kunnen beginnen.
We varen eerst nog een stukje richting grens. Net nadat de sluizen in de Maas in zicht zijn gekomen, keren we. De stad komt al snel weer in zicht. In Maastricht nemen we de kuierlatten. Via de Markt met het Stadhuis komen we op de Vrijthof. Daar bezoeken we de Servaaskerk met zijn beroemde schatkamer.Voor de zoveelste keer in mijn leven moet ik constateren dat de RK-kerk bijzonder rijk is. De schatten zijn allemaal bekostigd door gelovigen. Daar zitten mensen tussen, die zo arm zijn dat zij nauwelijks te eten hebben. De kerk bekommert zich daar niet over en gaat gewoon door met vergaren van rijkdommen. De commercie tiert er welig en ik neem me voor op in de toekomst geen enkele kerk meer te bezoeken. Natuurlijk houd ik me daar niet aan.
Het Vrijthof bezoeken en niet plaatsnemen op een van de terrassen kan niet. Het is bovendien etenstijd en dus wordt het een met het ander gecombineerd. Preisoep voor Tineke. Vlaai voor Naomi en Raema. Een stokbroodje met brie voor mij.
In het centrum laten we het eerste volle fotorolletje afdrukken bij een dependance van de HEMA, tegenover de VVV. Het zoeken naar de kazematten wordt gestaakt, wanneer we vernemen dat er slechts tweemaal per dag een rondleiding wordt gegeven.
Naomi wil naar de beren. Zij vindt de weg naar de kuil blindelings, maar heeft opnieuw pech. De beren zitten opgesloten. We slenteren verder door de stad en halen aan het eind van de middag de foto's, waarna het diner volgt.
Een wandeling door oud-Maastricht is hierna goed voor de spijsvertering. Tineke is helemaal verrukt van de fraaie, verborgen, idyllische plekjes. De rust op de stadswallen is bijzonder. Tussen het lover ontdekken we vogels, die genieten in de avondzon.
Nog maar een bezoek aan de berenkuil. De situatie is niet veranderd. We besluiten daarop Maastricht te verlaten. Dwars door de stad gaan we op weg naar het station. Raema is doodop en laat zich door mij over de brug dragen. Zij is echter niet de enige, die ‘moei’ is.Na de treinreis klaag ik - toch al geen beste loper - over spierpijn. Tineke is er niet veel beter aan toe, maar zwijgt - zoals meestal - over pijntjes. Ze is wel blij weer terug te zijn op ons vakantieadres. De kinderen zijn razendsnel in dromenland.