30 augustus 2018

Gianny en Opa IJsbeer zoeken Mondriaan en rijden een rondje


Woensdag 29 augustus 2018



Lang leve het onderwijs. Nog een schooljaar op De Ark. Daar ben ik wel blij mee dat het nog maar een jaar is, want daarna ga ik naar het voorgezet onderwijs en verlaat de basisschool. Daarop zitten alleen maar kleine kinderen. 
Of ik iets op De Ark heb geleerd? Ja wel wat. Van juffrouw Hellen heb ik bijvoorbeeld geleerd dat Piet Mondriaan heeft geleefd en vandaag ga ik met Opa IJsbeer op zoek of ik daar nog iets van terug kan vinden, in Winterswijk.

We staan daar niet te lang bij stil, want die oude man vergeet zoveel dat het zonde van mijn tijd is om er lang over uit te weiden. Ja echt waar, dat schrijf je zo en niet als uitwijden, want dat betekent wijder maken. Een taallesje tussendoor kan nooit kwaad. Niet dat ik zo’n betweter of kei ben in taal, maar met die flauwe grapjes van mijn opa moet ik wel goed opletten.

Goed vandaag gaan we dus, in de laatste week van mijn zomervakantie, een dagje op pad met de trein. Omdat Opa IJsbeer een dag gratis kan reizen maar dan niet in de spits mag vertrekken, nemen we de trein van 9.01 uur naar Zwolle. Dat is een stoptrein, dus het duurt wel even voor we daar zijn. Omdat het een lange dag belooft te worden heb ik een boek over de voetbalkampioen meegenomen, want dat wil ik later ook worden.

In Zwolle moeten we overstappen op de trein richting Nijmegen. Die gaat pas over 25 minuten. Ik vraag mij ondertussen af waarom er grind tussen de rails ligt. Weten jullie het antwoord? Nou ik inmiddels wel. Gevraagd aan een machinist. De rails van de trein moeten recht blijven liggen. Omdat een trein zwaar is en de rails iets trilt als de trein erover rijdt, zakt de rails weg in de aarde en ligt niet meer recht maar golft. Daarom wordt er grind op de aarde gestort. Grind is los en daardoor veert de rails iets mee. Wel kan het grind wegschuiven en daar hebben ze dan speciale locomotieven voor met een grijper aan de zijkant, die het grind weer onder de rails schuift. Dat gebeurt ook wel eens met de hand, nou ja schop. Vooral bij stations waar het met zo’n locomotief wat lastiger is om het grind te verschuiven.

Tijdens onze tweede etappe raakt de trein al snel voller en voller. Zelfs in de eerste klasse is er geen plekje meer vrij en in Zutphen, waar wij uitstappen, kunnen we slechts met moeite de trein uit. Daar staat ook een massa mensen te wachten en niet iedereen kan met deze trein mee. Sommigen moeten wachten op de volgende trein. Dat er zoveel mensen met deze trein mee willen, komt omdat er een baanvak naar Apeldoorn is uitgevallen en bijna iedereen probeert om te rijden.

In Zutphen nemen we de streekterrein naar Winterswijk. Wie denkt dat de eerste klasse altijd aangenaam zitten is, heeft het mis. De stoelen hier zijn veel harder dan in de tweede klasse waar je duidelijk veel lekkerder zit. Ook zit er geen deur in en het afstapje, als je eruit wil, is gevaarlijk. Ik waarschuw maar een keer opa.

We lunchen bij Hertog Karel van Gelre, echt chique hoor; een kroketje en een frikadel eten bij een hertog. O ja opa neemt een uitsmijter op bruin brood. Zelf vind ik dat eigeel vies, dus nee voor mij geen broodje ei.

De ouders van Mondriaan wonen lange tijd in Winterswijk en als de kunstschilder Piet Mondriaan in Winterswijk is, dan doet hij inspiratie op voor zijn schilderijen. En denk maar niet dat hij alleen schilderijen met zwarte lijnen en ingekleurde vlakken maakt, dat zie je in zijn museum wel. Daar gaan wij niet kijken maar in sommige straatjes hangen reproducties van zijn landschapschilderijen.

Bij de voormalige textielfabriek staat een monument voor hem. Wel apart, een stoel die aan een muur is vastgeplakt en waarop hij dan ligt. Gek hoor.

We staan ook nog even stil bij het oorlogsmonument, met daarachter zuilen met de namen van Joodse inwoners van Winterswijk. Die zijn in de Tweede Wereldoorlog weggevoerd en omgebracht. De meesten in Auschwitz, van een enkeling is niet bekend wat ermee is gebeurd. Vlakbij staat ook nog het monument van Tante Riek, die is opgepakt omdat zij een heel netwerk van onderduikers heeft opgezet.

Dat is wel voldoende aan geschiedenisles over Winterswijk voor vandaag. Nu weer tijd voor iets serieus. Weten jullie waarom een koe niet in een voetbalstadion mag komen? Niet? Nou omdat hij alleen maar boe roept!

Oké, oké we gaan wel weer op pad. Nu met de streektrein naar Arnhem. Een boemeltje dat op heel veel kleine stations stopt. In plaatsen waar ik nog nooit van heb gehoord zoals Terborg en Wehl. Ja Doetinchem, daar komt De Graafschap vandaan. Het stadion zie ik niet liggen.

In Arnhem stappen we over op de intercity naar Roosendaal. Het begint te regenen, dus kun je beter in de trein zitten dan buiten wandelen.

Omdat we net voor de spits zijn ingestapt mogen we lekker gratis blijven reizen. Zelf heb ik overigens wel moeten betalen voor mijn reis. Maar de railrunner van mij is wel een hele dag geldig. Dus dat valt ook weer mee. Onderweg zie ik een groepje buffels staan op de rails. Denk nou niet meteen dat er koeien zijn losgebroken, maar dit zijn treinen. Vandaag maakt de NS-buffel zijn laatste treinreisje. De buffel is een dieseltrein die niet meer nodig is omdat het gehele treinnetwerk van NS op elektriciteit is overgezet.

Roosendaal is het eindstation van onze trein. Wij kunnen wel overstappen naar Vlissingen, maar zelfs voor mij is dat te gek. Dus daarom neem ik Opa IJsbeer maar mee uit eten. Zelf ben ik gek op McDonald’s, maar daar wil opa niet eten. Daarom gaan wij naar een pizzeria, want op een luxe restaurant zijn wij niet echt gekleed.
De ober leert ons hoe wij de pizza het beste kunnen snijden. Ik ben al een paar keer in Italië op vakantie geweest, maar dit hebben ze mij nog nooit zo geleerd. Na de pizza nog een ijsje en dan moeten we rennen, want anders halen we onze trein niet meer naar huis.

Die vertrekt als we net zitten. Dat is weer een lange rit naar Amsterdam. Daar komen we om vijf voor negen aan en moeten dan nog naar Almere. Maar natuurlijk zijn wij slim. We stappen in Leiden over op de intercity naar Leeuwarden en die stapt, inderdaad, in Almere. Tijd genoeg dus om mijn boek uit te lezen.

Om 21.01 uur komen we in Almere Stad aan. En dat is dus precies twaalf uur later dan we met de trein uit Almere Buiten zijn vertrokken. Nog een kort ritje met de bus en dan zijn we thuis. Een lange en leuke dag, vind je ook niet opa? Jawel Gianny. Dank je wel dat ik mee mocht!

4 augustus 2018

Yari en Opa IJsbeer krijgen natte voeten


Vrijdag 3 augustus 2018


Het is vandaag weer zo’n bijzondere vrijdag. Eentje om te onthouden. Vandaag maak ik een aquarium voor krokodillen en die gaten aan de zijkant van de muren zijn om door te kijken. Ze zijn niet zo heel groot, dan kan de krokodil er niet uit. En Opa IJsbeer vertelt me hoe ik beter kan bouwen. Niet allemaal blokjes van dezelfde grote boven elkaar, want dan duwt de krokodil ze zo om. Nee meer half op elkaar, zodat ze elkaar beter steunen. Nou en als het klaar is mogen er ook haaien in. Maar dat is iets voor maandag. Vandaag krijg ik het aquarium niet af, want ik neem opa mee op de scooter voor een rondje Gooimeer.

Eerst gaan we naar de Stichtse Brug. Die brug is over het Gooimeer gebouwd. We kijken naar Huizen en opa wijst mij aan waar de pier van Huizen is en dat hoge gebouw daar aan de rechterkant dat is in Almere Haven, naast de haven. Daar komt Sinterklaas altijd aan. In die haven bedoel ik. En daar wonen ook de andere opa en oma van Fayen en Gianny vlakbij, de opa en oma van de bootjes.

We stuiteren in Blaricum over die rotte verkeersdrempels naar Huizen. Daar rijden we langs drie Huizen waar Opa IJsbeer heeft gewoond. Eerst komen we in de Slootweg, dat is een grappig straatje net een stoep. Daar heeft Opa IJsbeer maar een paar jaar gewoond. Hij laat mij zien waar zijn kamer is. Groot joh. 
Het volgende huis is op de Wagenweg, daar heeft hij met oma gewoond. Is daar gaan wonen nadat ze in 1974 zijn getrouwd en tot ze zijn verhuisd naar Almere, in 1977. En het laatste huis dat hij mij laat zien is op de Kerkstraat. Dat is het huis van zijn opa Hein, Hendrik. Naar hem is hij vernoemd. En in dat huis is hij geboren. Beneden zit nu een winkel en boven is een appartement gemaakt. De slaapkamer van Opa IJsbeer zit aan de zijkant, die kan ik nu niet zien.

Tussendoor rijden we naar de haven. Dat ken ik nog van vorig jaar. Daar zijn we gaan zeilen op opa’s verjaardag. In twee botters. Dat gaan wij nu niet doen. Wij wandelen over de pier en daar zijn in het water allerlei watervogels te zien. Maar er zijn ook andere dieren hoor, zoals ringslangen. Brrr laat mij oma het maar niet horen, want dan gaat zij nooit meer naar Huizen. En ik wil eigenlijk best nog wel een keertje varen met zo’n oude vissersschuit.

Opa heeft een verrekijker meegenomen, zodat we al die zwanen, meerkoetjes en aalscholvers goed kunnen bekijken. Hij vertelt ook dat toen hij zo oud is als ik nu, deze pier er nog niet ligt. Deze is later aangelegd. Het uiteinde van de oude pier is nu aan de andere kant van het havenkanaal. Daar kun je ook wel komen, maar alleen via een andere kant.

Op de kop van de pier kijken we naar de overkant, naar Almere. Daar wonen wij. Zo dichtbij is het. Helemaal als ik door de verrekijker kijk. Dan wil ik de toren bij de haven wel aanraken. Maar dat mag niet van de politie, die net als ik dat wil doen, uit de haven komt varen. Met een echte politieboot.

Tijd om verder te gaan. Naar Naarden. Dat is een vestingstadje, met vestingmuren. En een poort, waardoor de mensen Naarden in komen. Nu kun je er nog wel door lopen, maar voor de auto’s en de bromfiets hebben ze een bredere ingang gemaakt.

In de vesting is een museum en daar gaan wij op zoek naar vleermuizen. Die kunnen zich goed verstoppen, in vitrines en die moet ik dan opzoeken en dan krijg ik als ik ze allemaal heb geteld een tattooplaatje. Ook een voor mijn broertje Daeley. Die mag niet mee op de bromfiets, want hij is te klein en kan nog niet bij de stepjes met zijn voeten. Pas als hij dat kan, mag hij ook achterop de scooter bij Opa IJsbeer.

Eén vleermuis zit verstopt achter een stoel en een ander op de schouder van een soldaat. Die zie je hier overal. Soldaten, zij verdedigen de vesting. Tegen Spanjaarden, maar ook een tijdje tegen het leger van de prins van Oranje, want de mensen uit Naarden, de Poorters, zijn niet gecharmeerd van Geuzen.

Ik help mee om de velden rond de stad onder water te zetten, zodat de tanks van de latere vijand niet bij de muren kunnen komen. Of dat helpt? Niet echt, want de Duitsers vliegen er gewoon overheen. Dat vind ik best een beetje eng. Ik hoor hier in de gangen de kanonnen bulderen en de bommen vallen. En het water druppelt hier soms langs de muren. Echt heb ik zelf gehoord en gevoeld.

In een van de gangen van een kazemat, zo heten de verschillende ruimtes, staat nog een oude brandweerspuit. Daarmee pomp ik het water op. Misschien heet het ook wel een pompwagen. Maar dat weet ik niet. Ik ben ook pas zes, hoewel Opa IJsbeer maar blijft zeggen dat ik vijf ben. Die man is soms zo vergeetachtig.

Buiten wandelen we over die oude vestingmuren. Door de zon is het gras helemaal geel geworden. Ik zie de kerktoren van Naarden. Het is hier echt prachtig. Hier kan ik uren spelen. Met de kanonnen en zo. Wel moet ik goed oppassen van Opa IJsbeer, want anders val ik zo in de gracht. Lief hè van hem, dat hij zo bezorgd is voor mij. Terwijl ik mijn zwemdiploma heb en hij niet, maar ja die zijn er ook niet voor ijsberen.

Ik eet een stuk appelgebak en opa krijgt een tosti. Ook sta ik nog op wacht en hoor trompetten schetteren als ik naar het toilet ga.

De hele dag hier blijven gaat niet, want ik ga vandaag ook nog met mijn papa, mama en broertje naar de camping. Daarom rijden we maar weer terug. Ditmaal via de Hollandse Brug. Die ligt vlak langs de spoorbaan, waar net een trein naar Almere rijdt. Wij scooteren nog een tijdje langs het Gooimeer en zien nog een paar keer die hoge flat bij de haven van Almere Haven. Eerst in de verte en dan ook nog van dichtbij.

Bij mij thuis zit papa al op het bankje voor het huis op mij te wachten. En ik? Ik vertel honderduit. Nee, niet over de brand op de wallen. Dat leest opa ’s avonds als hij thuis is. Dat er ’s middags brand is geweest op de vestingwallen. Gelukkig heb ik dat niet gezien. En anders... dan help ik met pompen.

28 juli 2018

Waarom Daeley Opa IJsbeer billenkoek geeft


Vrijdag 27 juli 2018


Heb ik al eens verteld dat ik het zwaar heb. Waarom? Nou het is echt een grote verantwoordelijkheid om op Opa IJsbeer te passen. Zeker omdat ik het jongste kleinkind ben van hem. Mijn broer heeft vandaag geluk en ontkomt eraan. Hij heeft zijn zwemdiploma en mag daarom met oma gaan zwemmen. Maar ik…

Bedenk maar eens iets leuks voor die man. Vooral nu het zo warm is. Hardlopen kan hij niet. Fietsen? Ja, maar ik kan niet bij hem achterop en ben nog te klein om op de fietsstang mee te mogen. En de hele dag binnenblijven dat is ook niets. Dus neem ik hem maar mee voor een wandeling langs de Lage Vaart. Dat vindt hij meestal leuk.

Bij de voormalige vissersplaats zit een blauwe reiger op een boomtak. Net boven het water. Hij rust wat. Duidelijk niet op zoek naar visjes. Dan is hij ook veel alerter. Als we verder lopen komen er allerlei eenden uit het riet zwemmen. Nieuwsgierig, ze willen graag weten wie daar nu weer vlak langs het water loopt.

We lopen heel ver. Eerst onder de spoorbrug door waar diverse treinen overheen rijden. Gewone sprinters, dubbeldekkers. Maar allemaal zijn het kleine treinen. Over de volgende brug rijden bussen, blauwe bussen. Daar rijden wij in altijd naar het treinstation als we naar Artis gaan.

Net voorbij de brug liggen twee boten aan een vlonder. Ik ben al een beetje moe en ga bij de grootste boot op de aanlegsteiger zitten.

De eigenaar van de boot komt om het hoekje kijken, wil weten van wie die stemmen zijn. Ik mag even in de boot zitten en zelfs aan het roer. De boot heeft zelfs drie roeren. Een gebruikt de kapitein speciaal voor het aanleggen.

De eigenaar vertelt dat deze boot, die uit Amsterdam komt, eigenlijk een proviandboot is. Daarmee brengen ze voedsel en andere goederen naar de rijnaken, de binnenvaartschepen. De mensen die dat doen noemen ze parlevinkers.

De Jabou, zo heet de boot, blijft een paar dagen aan de Lage Vaart liggen en gaat maandag weer verder, naar het noorden. De kapitein is van plan om helemaal door te varen naar Friesland. Maar alleen maar over binnenwateren. ‘Op het IJsselmeer kom ik niet meer, daar heb ik vaak genoeg gevaren. Nu maar hopen dat de bruggen overal open zijn, want met dat warme weer weet je het nooit. Sommige bruggen kunnen niet meer open. Mijn boot kan ook niet tegen deze hitte. De motor raakt er oververhit door.’

Nou dankjewel meneer de kapitein voor uw bijdrage. En dag, wij gaan weer verder. Langs de voetbalvelden van Buitenboys en via een wandelroute, nee Yari niet het kabouterpad maar een biggetjesroute, naar de Kinderboerderij.

Die is op vrijdag altijd open. Maar vandaag dus niet, zo staat er op een papier op het hek te lezen. Vanwege de hitte blijft de kinderboerderij dicht. Jammer, maar ik kan mij er wel iets bij voorstellen.
Aan de overkant van de Beestenbende maakt een paard een koprol. Het helpt niet tegen de jeuk en daarom schoekt hij tegen een boom.

De varkens liggen loom tegen het hek. Ze vinden het zo warm dat zij niet eens door de modder rollen. En dat doen ze heel graag. Net als ik trouwens. En Opa IJsbeer? Die ligt liever in een bak ijs.

De kippen en de haan hebben het ook warm, de haan laat dat luidkeels horen. Hij kraait dat de zon best een graadje lager gedraaid mag worden. En dat vind ik ook. Gelukkig heb ik een pet op, maar de haan niet, die moet het doen met zijn kuif en dat helpt niets. Dat kan ik jullie wel vertellen.

Omdat de kinderboerderij echt dicht is, lopen we maar weer naar huis. Over de stoep, want dat hoort zo. En daar is ook wat schaduw. Ik moet Opa IJsbeer steeds corrigeren, omdat hij met een voet op het voetpad en een voet op de weg loopt. Dat mag niet Opa IJsbeer en als je niet wil luisteren, dan geef ik je wel billenkoek.

Onder het spoorviaduct nemen we even rust. En luidkeels vraagt opa: ‘Wie is de koning van Wezel?’ Nou daar weet ik het antwoord wel op. ‘Ezel, ezel, ezel.’ Als we zijn uitgeroepen gaan we verder. De Faunabuurt in. Nu is het nog maar een klein stukje naar het huis van opa en oma.
Opa IJsbeer gedraagt zich de rest van de weg gelukkig wel, zodat ik hem niet meer hoef te corrigeren. Zelf heb ik van deze wandeling wel dorst gekregen en drink mijn beker in een keer leeg en geniet daarna nog van een ijsje. Jawel, ondanks dat het zo warm is dat het ijs bijna mijn onder vingers weg smelt.

21 juli 2018

Waaghalzen Yari en Opa IJsbeer bibberen in het Dino-bos


Vrijdag 21 juli 2018



Beloof mij een ding, lach Opa IJsbeer niet uit, want dat heeft hij niet verdiend. Echt waar, het is zo nu en dan om bang van te worden en zelf vind ik het ook wel een beetje eng. Wat er zo eng is? Nou al die verschillende dino’s, die we vandaag hebben gezien in Utrecht.

Donderdagavond ben ik al bij mijn opa en oma gaan logeren. Lekker even dollen buiten voor het slapen gaan.

Het is vandaag mijn eerste vakantiedag en om mijn Opa IJsbeer een plezier te doen heb ik hem meegenomen naar World of Dino’s. Over dinosaurussen heeft hij al eerder een verhaaltje geschreven en dat ook in mijn klas voorgedragen. Maar dat is iets voor later.

Vandaag rijden we met de trein naar Utrecht. Omdat de rechtstreekse Sprinter al weg is nemen we de Intercity naar Amsterdam Zuid en daar stappen we over op de Intercity naar Utrecht. Zo ben je er bijna net zo snel als met de Sprinter. Ik wil op een stoel alleen gaan zitten, maar dat vindt opa niet goed en ik moet ergens anders zitten, naast of tegenover hem. Een oude mevrouw vindt dat ik maar in een andere coupé moet plaatsnemen. Opa vraagt nog waarom. ‘Omdat dit de eerste klas is’, zegt die mevrouw vinnig. Opa kijkt die mevrouw verbaasd aan en zegt alleen maar: ‘En?’ Nou daar heeft zij niet van terug. Achter mij zit een vriendelijke man en wij praten honderduit en hij wenst mij veel plezier bij de dino’s als ik uitstap.

In Utrecht lopen we een klein stukje naar de Jaarbeurshal waar opa kaartjes voor ons koopt. En hij krijgt een boekje met een speurtocht die we kunnen doen.
In een museum en bij een tentoonstelling mag je normaal nergens aan komen. Ook aan de staart van de dino in de Almere Jungle mag je niet trekken. Maar deze dinosaurussen mag je wel aaien.

Ik vind dat de eerste keer eng. Dat mogen jullie best weten en Opa IJsbeer ook, die heeft zelfs geen enkele dinosaurus geaaid. Ook de Dimetrodon niet, terwijl die heel eenzaam is. En de Brachiosaurus met zijn lange nek heeft wel iets weg van een giraffe, zo lang. Eigenlijk zijn ze veel groter dan de giraffe en zwaarder. De Brachiosaurus kan net zo zwaar worden als acht olifanten samen.

Er zijn heel veel verschillende dinosaurussen. Sommige leven in Europa, andere in Amerika of Australië, zelfs op de Zuidpool leven ze.

Er zijn er met vier poten die even lang zijn, zoals de Stegosaurus of de Kosmoceratops, die wel vijftien hoorns op zijn kop heeft. De Dynonychtus heeft veel kleinere voorpoten en vecht alleen in een groep. Alleen durft hij niet: bangebroek. Dat durft opa niet tegen hem te zeggen trouwens. Maar ik wel.

In de Dino-wereld wordt ook nog een filmpje gedraaid waar je veel van dinosaurussen kunt leren. Maar die film duurt mij te lang. Daar heb ik vandaag echt geen tijd voor. Liever zit ik op de rug van zo’n dier; het lijkt wel op paardje rijden.

De eieren van de dinosaurussen zijn heel groot. In Artis liggen ook een paar en mijn broer heeft die proberen uit te broeden. Is niet gelukt hoor. Maar wat er hier uit dat ene ei komt? Dat geloven jullie echt niet. Ga het ook niet verklappen. En Opa IJsbeer moet ook zijn mond houden.

We komen bij de Confuciusornis met zijn scherpe snavel. Nee tanden heeft hij niet. Dat heeft opa nog voor mij uitgezocht. Deze dino kan echt vliegen. Op zijn rug vlieg je zomaar de wereld rond. Dat heb ik vandaag niet uitgeprobeerd hoor. Want dan ben je nog wel een tijdje onderweg en ik kan mijn opa toch niet zo lang alleen laten.

In het Dinobos, waar alleen echte waaghalzen mogen komen, verstopt opa zich achter mij als een Tyrannosaurus Rex onverwacht gaat brullen. Dat vind ik ook wel een beetje eng, dat gebrul. Ik sleur mijn Opa IJsbeer maar snel door het bos, zodat de T-Rex hem niet kan verscheuren en opeten.

Eten hebben we ook nog gedaan. Een croissantje en omdat al die dinosaurussen hongerig maken, heb ik die van Opa IJsbeer ook opgegeten. Hij hoeft toch niet meer te groeien.

Onderweg hebben we alle antwoorden goed ingevuld en toen heb ik een stickervel gekregen en een Triceratops. Gaaf joh.

Gelukkig weet ik de weg naar het station nog en we nemen nu wel de rechtstreekse trein naar Almere. Kan ik alvast met mijn nieuwe vriendje spelen.

Bij Opa IJsbeer thuis krijg ik nog drinken en een ijsje en ga op de iPad filmpjes kijken, want het is toch wel een drukke dag geworden. En als jullie soms denken dat ik alles verzin. Echt niet. Het is allemaal waar Net zoals onderstaand verhaaltje, dat opa in mijn klas heeft verteld.




Yari en de tijdklok



Opa IJsbeer en zijn kleinzoon Yari
vliegen samen door de tijd
van het nu naar het verleden
en ze zijn de weg een beetje kwijt


Zij zoeken naar oude Romeinen
zijn zojuist de Grieken gepasseerd
want de tijdklok heeft te veel snelheid
Opa heeft de remmen al geprobeerd


Ze vliegen over puntige bergtoppen
en onder hen ligt overal sneeuw
de tijd begint nu wel te dringen
Yari is moe en onderdrukt een geeuw


Dan eindelijk begint de daling
gelukkig maar dat valt weer mee
Opa ziet een dinosaurus
nou kijk eens goed het zijn er twee


Als ze staan moeten ze nog wachten
tot de tijdklok is uitgestoomd
dan schudt Mamoe Yari wakker
Jongen waarover heb jij gedroomd