21 juli 2018

Waaghalzen Yari en Opa IJsbeer bibberen in het Dino-bos


Vrijdag 21 juli 2018



Beloof mij een ding, lach Opa IJsbeer niet uit, want dat heeft hij niet verdiend. Echt waar, het is zo nu en dan om bang van te worden en zelf vind ik het ook wel een beetje eng. Wat er zo eng is? Nou al die verschillende dino’s, die we vandaag hebben gezien in Utrecht.

Donderdagavond ben ik al bij mijn opa en oma gaan logeren. Lekker even dollen buiten voor het slapen gaan.

Het is vandaag mijn eerste vakantiedag en om mijn Opa IJsbeer een plezier te doen heb ik hem meegenomen naar World of Dino’s. Over dinosaurussen heeft hij al eerder een verhaaltje geschreven en dat ook in mijn klas voorgedragen. Maar dat is iets voor later.

Vandaag rijden we met de trein naar Utrecht. Omdat de rechtstreekse Sprinter al weg is nemen we de Intercity naar Amsterdam Zuid en daar stappen we over op de Intercity naar Utrecht. Zo ben je er bijna net zo snel als met de Sprinter. Ik wil op een stoel alleen gaan zitten, maar dat vindt opa niet goed en ik moet ergens anders zitten, naast of tegenover hem. Een oude mevrouw vindt dat ik maar in een andere coupé moet plaatsnemen. Opa vraagt nog waarom. ‘Omdat dit de eerste klas is’, zegt die mevrouw vinnig. Opa kijkt die mevrouw verbaasd aan en zegt alleen maar: ‘En?’ Nou daar heeft zij niet van terug. Achter mij zit een vriendelijke man en wij praten honderduit en hij wenst mij veel plezier bij de dino’s als ik uitstap.

In Utrecht lopen we een klein stukje naar de Jaarbeurshal waar opa kaartjes voor ons koopt. En hij krijgt een boekje met een speurtocht die we kunnen doen.
In een museum en bij een tentoonstelling mag je normaal nergens aan komen. Ook aan de staart van de dino in de Almere Jungle mag je niet trekken. Maar deze dinosaurussen mag je wel aaien.

Ik vind dat de eerste keer eng. Dat mogen jullie best weten en Opa IJsbeer ook, die heeft zelfs geen enkele dinosaurus geaaid. Ook de Dimetrodon niet, terwijl die heel eenzaam is. En de Brachiosaurus met zijn lange nek heeft wel iets weg van een giraffe, zo lang. Eigenlijk zijn ze veel groter dan de giraffe en zwaarder. De Brachiosaurus kan net zo zwaar worden als acht olifanten samen.

Er zijn heel veel verschillende dinosaurussen. Sommige leven in Europa, andere in Amerika of Australië, zelfs op de Zuidpool leven ze.

Er zijn er met vier poten die even lang zijn, zoals de Stegosaurus of de Kosmoceratops, die wel vijftien hoorns op zijn kop heeft. De Dynonychtus heeft veel kleinere voorpoten en vecht alleen in een groep. Alleen durft hij niet: bangebroek. Dat durft opa niet tegen hem te zeggen trouwens. Maar ik wel.

In de Dino-wereld wordt ook nog een filmpje gedraaid waar je veel van dinosaurussen kunt leren. Maar die film duurt mij te lang. Daar heb ik vandaag echt geen tijd voor. Liever zit ik op de rug van zo’n dier; het lijkt wel op paardje rijden.

De eieren van de dinosaurussen zijn heel groot. In Artis liggen ook een paar en mijn broer heeft die proberen uit te broeden. Is niet gelukt hoor. Maar wat er hier uit dat ene ei komt? Dat geloven jullie echt niet. Ga het ook niet verklappen. En Opa IJsbeer moet ook zijn mond houden.

We komen bij de Confuciusornis met zijn scherpe snavel. Nee tanden heeft hij niet. Dat heeft opa nog voor mij uitgezocht. Deze dino kan echt vliegen. Op zijn rug vlieg je zomaar de wereld rond. Dat heb ik vandaag niet uitgeprobeerd hoor. Want dan ben je nog wel een tijdje onderweg en ik kan mijn opa toch niet zo lang alleen laten.

In het Dinobos, waar alleen echte waaghalzen mogen komen, verstopt opa zich achter mij als een Tyrannosaurus Rex onverwacht gaat brullen. Dat vind ik ook wel een beetje eng, dat gebrul. Ik sleur mijn Opa IJsbeer maar snel door het bos, zodat de T-Rex hem niet kan verscheuren en opeten.

Eten hebben we ook nog gedaan. Een croissantje en omdat al die dinosaurussen hongerig maken, heb ik die van Opa IJsbeer ook opgegeten. Hij hoeft toch niet meer te groeien.

Onderweg hebben we alle antwoorden goed ingevuld en toen heb ik een stickervel gekregen en een Triceratops. Gaaf joh.

Gelukkig weet ik de weg naar het station nog en we nemen nu wel de rechtstreekse trein naar Almere. Kan ik alvast met mijn nieuwe vriendje spelen.

Bij Opa IJsbeer thuis krijg ik nog drinken en een ijsje en ga op de iPad filmpjes kijken, want het is toch wel een drukke dag geworden. En als jullie soms denken dat ik alles verzin. Echt niet. Het is allemaal waar Net zoals onderstaand verhaaltje, dat opa in mijn klas heeft verteld.




Yari en de tijdklok



Opa IJsbeer en zijn kleinzoon Yari
vliegen samen door de tijd
van het nu naar het verleden
en ze zijn de weg een beetje kwijt


Zij zoeken naar oude Romeinen
zijn zojuist de Grieken gepasseerd
want de tijdklok heeft te veel snelheid
Opa heeft de remmen al geprobeerd


Ze vliegen over puntige bergtoppen
en onder hen ligt overal sneeuw
de tijd begint nu wel te dringen
Yari is moe en onderdrukt een geeuw


Dan eindelijk begint de daling
gelukkig maar dat valt weer mee
Opa ziet een dinosaurus
nou kijk eens goed het zijn er twee


Als ze staan moeten ze nog wachten
tot de tijdklok is uitgestoomd
dan schudt Mamoe Yari wakker
Jongen waarover heb jij gedroomd


7 juli 2018

Yari en Opa IJsbeer gaan op zoek naar grote grazers


Vrijdag 6 juli 2018



Er zijn van die dagen dat je van tevoren weet dit is een bijzondere dag. Nou dat is vandaag dus. En eigenlijk kijk ik er ook niet eens van op. Want, gisteren heeft mijn mama Raema al aan mij gevraagd of Opa IJsbeer mij op de fiets of op de bromfiets uit school moet halen. Voor mij is die keuze niet moeilijk. En ik denk dat iedereen dezelfde keuze zal maken.

Vanmiddag staat opa al vroeg klaar bij mijn school Het Drieluik in de Stripheldenbuurt. Als wij uit school komen, zie ik hem bijna meteen staan, trek de juf aan haar mouw dat mijn opa er is en mag dan naar hem toe lopen. Helm op en rijden maar. Alleen heb ik geen idee waarheen wij gaan.

We rijden in de richting van ons huis dus denk ik dat wij daarheen gaan. Dat is dus niet zo. Dierenpark Amersfoort dan? Ook niet. Nee, Opa IJsbeer zegt dat we ergens heen waar ik nog nooit ben geweest. We rijden onder de Buitenring door langs de Lage Vaart die ook vlakbij het huis van opa en oma stroomt. Alleen is dat de andere kant op. En we blijven maar rijden. Over wegen en fietspaden. Een stukje langs het spoor. En nog steeds weet ik niet waar we heen gaan.

Dan in Lelystad, slaan we af en rijden een stukje over de Knardijk tot het bezoekerscentrum van de Oostvaardersplassen. Zowel op Almeers als het grondgebied van Lelystad heb je zo’n centrum. Opa wil met mij op zoek naar de grote grazers, die in dit natuurgebied leven. Afgelopen winter is daar weel veel gedoe over geweest, omdat sommige mensen zeggen dat die grazers bijgevoerd moeten worden.

Maar er moet eerst worden gegeten. In het bezoekerscentrum kun je niet alleen terecht voor informatie over het gebied, maar ook een boterham met kaas, een salade, soep en zelfs patat en kroketten kun je er kopen. Ook schenken ze koffie en verse appelsap of sinaasappelsap. En als hongerige scholier lust ik uiteraard wel een broodje. Zoetigheid hebben ze niet. Dat is misschien een minpuntje, en voor mijn broertje Daeley zijn er ook geen aardbeien. Daar is hij echt gek op, lust hij wel pap van. Maar ja Daeley is er niet. Nee dit uitje is speciaal voor mij. Noem het maar een zomeruitje.

Na de boterham en de patatjes gaan we wandelen. Naar de driehoek. Dat gebied is in de winter afgesloten. Om meerdere redenen. Een groot gedeelte van het gebied is vrij toegankelijk, maar sommige stukjes mogen alleen worden bezocht onder begeleiding. En in sommige tijden dus niet, bijvoorbeeld in de broedtijd.

We zien een fuut op een nest zitten. Er zijn in de Oostvaardersplassen heel veel soorten watervogels, van eenden tot ganzen en dus ook de fuut. Dat vind ik zelf ook wel een mooie vogel. Een die heel lang onder water kan blijven. Lekker handig bij het vissen, want de fuut is gek op een maaltje vis en dan is het maar wat makkelijk als je lang onder water kan blijven om erop te jagen.

Als je van die lange poten hebt en een lange snavel zoals de reiger, er zijn hier ook veel witte reigers, dan is duiken uiteraard niet nodig. Opa heeft voor mij een verrekijker meegenomen, zodat ik die futen en andere vogels goed kan zien. Er zijn ook zeearenden. En ik zie een zeearend vliegen, zeg ik tegen opa. Niet verder verklappen is een aalscholver, maar die is zo gewoontjes. En Opa IJsbeer die ziet toch het verschil niet. Wel ontdekt hij een bruine kiekendief. Op een informatiebord en dan ziet hij er ook meteen een vliegen.

Een van de kijkhutten, observatiehutten met een duur woord, heet de zeearend. Daar gaan we een tijdje zitten kijken of we bijzondere dieren zien. De edelherten, heckrunderen en de konikpaarden, de grazers, lijken zich wel allemaal verstopt te hebben. Tot ik in een keer, ja ik kijk nog eens goed, paarden ontdek. ‘Opa kijk, daar, daar zijn de paarden.’ In de richting van een kanaaltje heeft een groepje paarden zich teruggetrokken. Op een groen veld zie ik ook nog wat edelherten staan. Maar allemaal te ver weg om te fotograferen.

De Oostvaardersplassen zijn bij toeval ontstaan. Na de drooglegging van de polder, is dit stuk land niet meteen nodig voor de bouw van woningen en industrie. En in dit natte moerasachtige land ontstond een mooi stukje natuur met plassen, grassen en wilgenbosjes, waar vooral de watervogels plezier aan beleven.

Onderweg zie ik veel vlinders, die niet stil willen zitten. Die koolwitjes vlinderen maar wat aan. Een groot gedeelte van het gebied is helemaal geel, van het zaad. In de beginjaren van de polder waren veel akkers geel. Van het koolzaad. Maar dat is bijna overal weg in de polder.

Overal in dit gebied zijn paden waar wij vrij op mogen wandelen. Er zijn ook speciale routes uitgezet. Dichterbij ons huis heb je het Kotterbos. Dat hoort er ook bij en daar wil Opa IJsbeer ook nog een keer met mij heen gaan. En dan ook wandelen. Vind ik goed, maar dan moet wel de verrekijker weer mee.

Na ruim een uur vind ik het genoeg en wil naar huis. Bij ons vertrek komt een boswachter aan lopen met een arm vol geweien. Ik mag er eentje vasthouden. Tof hoor.

We rijden nog even langs de praambult. Daar krijg ik een laatste pakje drinken, want met dit warme weer moet je nu eenmaal veel drinken. Heel in de verte, natuurlijk te ver om ze op de foto te zetten, staan heckrunderen. Heb ik vandaag toch mooi drie soorten grote grazers gezien. Als we thuis zijn moet ik van opa nog even in mijn rugtas kijken. In een bruine zak zit een knuffel. Nou die knuffel krijgt opa niet, die is voor mij, maar hij kan wel een dikke knuffel van mij krijgen. Een echte Yari-knuffel.





3 juli 2018

Hoe Opa IJsbeer Daeley natspat en het zelf niet droog houdt


Maandag 2 juli 2018



De buschauffeurs hebben van hun bazen wat meer rusttijd gekregen, zodat er ook nog tijd voor hen overblijft om naar het toilet te gaan. Daarom stoppen zij met staken en rijden weer alle bussen in Almere. En ik vier dat door mijn Opa IJsbeer mee te nemen naar Artis. Dan hoeft die oude man tenminste niet de hele dag binnen te zitten puffen met dit mooie weer. En hoef ik niet in de brandende zon op een kleedje buiten te zitten spelen.

Zo’n uitje is voor opa altijd weer een belevenis. Wachten op de bus, wachten op de trein, wachten op de tram en eenmaal onderweg overal naar buiten kijken. Naar de koeien in de wei, naar schapen, mensen op de perrons. Of naar een molen. En meestal moet ik daar dan iets over vertellen. Of opa daar iets over laten vertellen. Want dat doet hij zo graag.

Vandaag is het ijsberendruk bij Artis. Veel groepen van de kinderopvang, scholen en opa’s en oma’s. Het lijkt wel of heel Nederland juist vandaag naar de dierentuin wil. Gelukkig heb ik mijn eigen Artis-pasje, zodat ik niet te lang in de rij hoef te wachten.

Mensen die mijn avonturen vaker lezen weten ondertussen wel dat opa soms dingen vergeet en daar moet ik hem dan weer aan helpen herinneren. Maar zelf zie ik ook iedere keer wel iets nieuws. Neem nu het boomstekelvarken. In de tuin bij Opa IJsbeer heb ik wel een egeltje zien scharrelen, maar dat is een veel kleiner stekelvarken dan deze twee die we hier zien. Ze doen zich te goed aan takjes en lusten ook graag wortels. Die stekels van dit varken zijn zijn wapen tegen aanvallers. Als hij wordt aangevallen door een poema of een beer dan zwaait hij met zijn staart en laten de stekels los. Die dringen dan in de huid van de aanvaller, die daar ziek van wordt. Zelf hoeft het stekelvarken daar niet bang voor te zijn, want hij maakt zijn eigen antibiotica aan, waardoor hij beschermd wordt voor infecties.

Opa zegt dat we nu wel naar huis kunnen. Maar denk maar niet dat hij zijn zin krijgt want er is nog veel meer te zien. Hier vlakbij hangt bijvoorbeeld een tweevingerige luiaard in een tak. Lui dat die beesten zijn. Ze slapen wel vijftien uur per dag. Dat is toch zonde van je tijd, want dan is de dag al bijna om.

En uiteraard mis ik heel veel dieren, kan ik niet alles zien. Maar nu zie ik tenminste nog wel een leguaan en een krokodil, die eigenlijk geen krokodil is maar een onechte gaviaal. Hoe verzint opa dat nou weer. Nou omdat hij een lange snuit heeft met meer dan zeventig tanden. Door die smalle bek kan hij geen grote prooien vangen en opeten en beperkt hij zich vooral tot vissen.

De leeuwen liggen vandaag niet op hun vaste terras te luieren, maar zijn naar binnen gegaan. Een van de vrouwtjes is dat luieren zat en vermaakt ons. Geeft een high five en strekt zich helemaal uit in de lengte. Wow, zo dichtbij en toch ben ik niet bang dat zij mij wil opeten.

Ook vandaag hebben we weer heel veel leuke dieren gezien. Te veel om allemaal op te noemen. En omdat het vandaag mooi weer is, drink ik ook extra veel. De eerste rustperiode nemen we voor we bij de olijfanten zijn. Daar krijg ik ook een crunchy. Even verderop eet ik nog een kindertosti en bestel voor opa een broodje met avocado. Denk nou niet dat ik niet weet wat dat is, want bijna iedere maandag doe ik met Opa IJsbeer boodschappen en zoek dan het fruit uit.

Maar goed zo ver zijn we nog niet. Bij de olifanten denkt opa dat hij lollig is en spat mij nat. Allemaal vlekken op mijn shirt. Zal mijn mamma Raema leuk vinden. Die moet dat weer wassen. Ik zal die man wel leren. Want overal zijn mensen aan het sproeien en… Ja jullie raden het vast wil, ik zal zorgen dat opa helemaal nat gesproeid wordt. Zo nat, dat hij denkt dat hij een plantje is. Lekker puh.

Maar eerst ga ik nog even spelen. Via een touwladder omhoog en dan maar glijden. En grote meisjes plagen als die niet willen opschieten, eerst voordringen en dan niet door naar beneden willen. Nou dan kennen ze Daeley nog niet.

Voor een aantal dieren is het vandaag veel te warm. Daar is bijna geen beweging in te krijgen. Het reuzenschildpad probeer ik nog een zetje te geven, zodat die wat sneller bij zijn eten kan komen, maar het lijkt er veel op dat zijn huisje veel te zwaar is voor hem met dit warme weer. Trouwens in dat huisje zou ik ook wel kunnen slapen, want zo groot is dat schild wel.

De Maleise tapir hoort toch wel gewend te zijn aan dit soort temperaturen. Hij zit het liefst bij een moeras of dicht struikgewas en eet vooral planten. Ook kan de tapir goed zwemmen. Dat is handig als hij wordt aangevallen door bijvoorbeeld een tijger. Maar wat nou als daar een grote krokodil is, die hem in zijn bil wil bijten. Wat doet hij dan? Weten jullie het antwoord. Opa IJsbeer weet dat antwoord wel. Maar wil het niet verklappen! Hij heeft het zelfs niet aan mij verteld. Nou dat komt misschien de volgende keer wel.

Bij de wolven gaan we niet al te vaak langs. De Hudson Bay wolf komt uit Canada en leeft in de toendra, die een groot gedeelte van het jaar is bedekt met sneeuw. Dit is overigens niet de wolf die Roodkapje heeft opgegeten. Hij eet eigenlijk geen mensenvlees, maar wel kleinere zoogdieren en als hij een vogeltje kan vangen dan zal hij het niet laten. De wolf huilt  niet omdat hij verdriet heeft, maar daarmee laat hij weten hoe groot zijn gebied is waarin hij leeft en hij laat daarmee aan zijn familie, de groep, weten waar hij is.

Dat hoef ik niet hoor, laten weten waar Opa IJsbeer is, want hij zorgt er wel voor dat hij mij in de gaten houdt. Niet omdat hij bang is dat ik wegloop, maar zodat hij niet alleen achterblijft. Dat is typisch weer iets voor hem. Altijd bang dat hij alleen op de wereld is. Net zoals de allosaurus. Wie? De allosaurus? Wat is dat nou weer voor een dier. Nou die kun je dus in Artis zien en is in 1954 al gemaakt en helaas uitgestorven. Wel zijn er een paar eieren gevonden en die help ik nu uitbroeden.

De eieren liggen vlakbij het aquarium. In dat aquarium gaan we bij de gouden  mantella kijken. Dat is een kleine kikker, die leeft in Madagaskar. Hij wordt ongeveer twee centimeter lang en behoort door de ontbossing tot de bedreigde diersoorten. Ze worden wel eens verward met de giftige pijlgifkikkers. Niet doen dus, maar wel wil ik benadrukken dat ze giftig zijn. Opa, oppassen dus.

Dat doe ik ook bij haaien, hoewel die soms om te aaien zijn, net zoals de roggen die in dezelfde bak van het aquarium zwemmen en even bij mij komen buurten. Dat doen ze omdat ze weten dat we zo naar huis gaan. 
Voor de pinguïns is er vandaag geen tijd meer. Oma daarom heb ik voor jou maar een pinguïn-knuffel uitgezocht en ik zal daar onderweg in de tram, de trein en de bus heel zuinig op zijn. En oma, als je het niet erg vindt, neem ik hem vanavond wel mee naar huis.
O ja nog een ding. Het waterijsje smaakte, terug bij oma, naar meer.

10 mei 2018

De kleinkinderen van Opa IJsbeer


Maandag 30 april – woensdag 2 mei 2018

De kinderen van Opa IJsbeer hebben al een paar keer gevraagd wanneer hij zijn verhalen nu eens gaat bundelen. Zijn antwoord is steevast: ‘Dat doe ik niet, dat doen jullie later zelf maar als ik er niet meer ben, want ik hoop dat er nog veel meer verhalen komen. Bovendien zijn het niet mijn verhalen, maar die van mijn kleinkinderen en daarmee mag ik toch niet aan de haal gaan. En nog één ding, ze zijn toch al gebundeld in dit blog? O ja, vergeet ik bijna nog iets, zonder de rol van Mamoe is dit allemaal niet mogelijk.’

En inderdaad daar zijn wij de kleinkinderen het helemaal mee eens. Nou ja dat lezen dat kan alleen Gianny. ‘Ja, dat is waar en mijn zusje en Yari zijn het aan het leren. Voor Daeley komt dat pas over een paar jaar, dus die nog heeft nog heel wat verhalen in te halen.’

‘Vorige week maandag, het begin van de meivakantie waren we met ons vieren bij Opa IJsbeer. Zelf ben ik daar bijna iedere maandag en wordt dan meestal door mijn mama Raema gebracht en door mijn papa Daniël weer opgehaald. Opa IJsbeer gaat dan ’s middags mijn grote broer uit school halen, op de fiets. En heel soms gaat Mamoe ook mee en zit ik achterop.
Vorige week waren we dus met ons vieren en omdat het geen mooi weer was, konden we niet buiten spelen. Voor Opa IJsbeer is het dan wel heel erg druk in zijn hoofd en toen heeft Mamoe ons meegenomen naar de Kids Playground waar wij ons heerlijk hebben vermaakt. Opa heeft in die tijd nog wat kunnen slapen. Dus ik, wij, hebben ook een Super Oma.’

‘Dat heb je goed gezegd Daeley. Zelf heb ik nog een Super Oma waar ik vaak ben. Bij Oma van de bootjes kan ik niet alleen spelen, maar daar help ik ook vaak mee in de keuken. Misschien word ik later wel kok, net zoals mijn papa Martin ooit is geweest.
Omdat ik nu naar school ga, ben ik niet meer iedere maandag bij Opa IJsbeer en Mamoe omdat die te ver van mijn huis wonen. Maar dat wordt dus door mijn andere opa en oma opgevangen. Mooi toch dat zoiets kan. Maar als ik dan in Buiten ben dan gebeurt er altijd wel iets leuks. Bovendien heeft Opa IJsbeer pas geleden nog in mijn klas verhaaltjes vertelt.’

‘Ja, dat heeft Opa in mijn klas ook al twee keer gedaan. En dat vind ik hartstikke leuk. Vaak vertelt hij als hij mij uit school haalt op de fiets onderweg iets over zwanen op een nest of over de bloesem aan bomen. Het is nooit saai. En ik kan ook al heel goed tegen bruggen op fietsen. Veel beter dan Opa, want ik ben altijd de eerste die boven is.
Samen met Gianny en Fayèn ben ik blijven slapen bij Mamoe en Opa IJsbeer. Mamoe is dinsdag gaan werken en wij zijn toen bij Opa gebleven om op hem te passen. Samen met mijn nichtje en mijn grote neef heb ik Opa IJsbeer geholpen met boodschappen doen. Dat is soms wel nodig, want anders vergeet hij van alles mee te nemen. Nu hebben we allemaal ons eigen toetje mogen uitzoeken.’

‘Ja, ik pas dan ook een beetje op de kleintjes, maar speel ook wel met hen. Zo heb ik de leiding tijdens het spelen van Monopoly. Verder hoef ik niet zoveel, mag vooral mijn eigen gang gaan. Kijk veel naar filmpjes op mijn laptop die ik van Oom Daniël heb gekregen of op de oude iPad van Oma. Van Opa IJsbeer moet ik wel altijd een stukje lezen. Hij heeft mij een aantal van zijn oude Biggles boekjes gegeven, maar ik ben niet zo’n leesverslaafde, dus… Veel liever zit ik met hem in de trein en luister naar zijn verhaaltjes. En dan zegt Opa: weet je wie mooie verhaaltjes kon vertellen? Meester Meindert!

En dan vertelt Opa’

Meester Meindert

De berenpootjes die gaan rond
want meester Meindert komt eraan
het is een komen en een gaan
de mare gaat van mond tot mond

Die meester die komt vertellen
over bijtjes honing en de torren
over spinnen en harige snorren
dat je kikkers niet mag kwellen

Grote mensen mogen er niet bij
die zitten te klieren en zijn dom
kinderen en dieren zitten op 1 rij

en meester Meindert die glom
want alles is vrede en hij is blij
en weet je waarom nou daarom

‘Die meester dat was me er een, zegt Opa IJsbeer. Toen hij werkte op mijn school De Ark toen bestonden er nog schoolborden waarop met krijtjes werd geschreven en Meester Meindert wist wel wat hij met die krijtjes moest doen. Als de kinderen niet luisterden dan gooide hij met een krijtje, volgens Opa IJsbeer, en die maakte ervan.’

Schateren

De meester
heeft geen krijtjes
meer

hij heeft ze ons
gegeven
nou ja gegeven

wij hebben ze
zorgvuldig bewaard
tot dit moment

en hem toen
met rente
terugbetaald

‘Ja als wij gaan slapen dan leest Opa IJsbeer ook altijd voor. Vroeger uit zijn Pinkeltje-boeken, maar tegenwoordig ook vaak eigen verhaaltjes.’
‘Dat klopt Fayèn. En dan mogen wij soms kiezen wat we willen horen. Opa IJsbeer schrijft een verhaal over Mevrouw Pinguïn en Mijnheer Kraai, die samen een wereldreis maken. En  de eerste paar delen heeft hij mij voorgelezen.’
‘Op school was ik pas een kuikentje en Opa IJsbeer heeft daar ook een verhaaltje over geschreven. Dat is mijn lievelingsverhaal, dat wil ik iedere dag wel horen. Dat verhaaltje heeft hij ook in mijn klas vertelt.’

Het slimme kuikentje

De kuikens van boer Mees
rennen allemaal naar links
de kuikens hebben vrees
dat er geen eten komt

Dan staan ze eventjes te dralen
en rennen allemaal naar rechts
misschien is daar nog wat te halen

De kippen lachen kakelend
wat aan de zijkant rond
wat maken al die kuikens
het vandaag toch weer bont

Een kuiken is verstandig
doet aan ’t geren niet mee
Fayèn blijft in het midden staan
al lijkt dat wat onhandig

En alle kuikens rennen maar
van links naar rechts en weer terug
en piepen met veel misbaar

Dan komt eindelijk boerin Mees
strooit het voer heel zacht
op de plek in het midden
waar Fayèn al uren wacht

‘Misschien begrijpen de grote mensen nu waarom wij zo dol zijn op onze oma’s en opa’s zijn. Natuurlijk vind ik het ook leuk om met Mama en Papa op de camping te zijn. Maar die tijd met Opa IJsbeer en Mamoe kunnen ze mij , mijn broer, neef en nichtje niet afnemen.’