24 februari 2015

Verantwoordelijk

Maandag 23 februari 2015
Het is krokusvakantie, sommigen noemen het ook wel voorjaarsvakantie. Vreemd, want het is nog helemaal geen voorjaar. Van mij mag je het daarom ook best wintersportvakantie noemen. Maar ja sneeuw ligt er niet, hier in Almere. Wel steken de crocussen de kopjes omhoog. Van Opa IJsbeer moet ik dat zo schrijven crocussen, want dat heeft hij op school zo geleerd. Maar ik leer dat het krokussen zijn en dat is echt iets anders dan KRO-kussen. Dit is gewoon weer zo’n flauw grapje van opa. Die maakt hij voortdurend.
Vandaag ga ik naar Artis. Mamoe hoeft jarengeleden voor mij al een abonnement gekocht en ik ben er al heel vaak geweest. Samen met opa, of met oma, maar ook wel met Yari, mijn neefje, of met mijn zusje Fayèn. Die zijn ook wel eens samen in Artis geweest. Maar nooit zijn wij met zijn drieën naar de dierentuin geweest. En Opa IJsbeer en Mamoe mogen ook mee.
’s Morgens haalt oma Fayèn en mij uit bed. Samen hebben we een nachtje in de Python geslapen. Opa maakt voor ons een toverbroodje. Als wij klaar zijn met eten en hebben gedoucht, wordt Yari gebracht door zijn papa. We gaan eerst met de bus en dan met de trein en tenslotte ook nog met de tram. Opa doet net alsof hij niet weet met welke tram wij moeten rijden. ,,Met tramlijn negen, opa. Weet je dat nou nog niet. Hoe vaak moet ik je dat nu nog zeggen.’’ En dan heeft hij het grootste plezier. Dat doe ik hem graag.
Mamoe heeft verteld dat ik vandaag niet op de kleintjes hoef te passen. Dat is niet mijn verantwoordelijkheid. Ik moet gewoon mijn eigen ding doen, genieten. In Artis kunnen we bij de ingang zo doorlopen, omdat we allemaal een abonnement hebben. Bijna allemaal dan. Yari nog niet, maar die wordt door opa naar binnengesmokkeld en ook Fayèn mag gratis naar binnen. Die is nog maar twee en dan hoef je niet te betalen. Yari wel, maar opa dendert soms gewoon door. Zeker als hij naar het toilet moet. Net zoals Yari, die is in korte tijd zindelijk geworden en geeft netjes aan dat hij moet plassen. In de tram kan dat niet. Maar bij Artis hebben ze diverse toiletten dus opa is meteen met hem naar de wc gegaan.
Er is een speurtocht in Artis uitgezet, maar eigenlijk vind ik dat helemaal niet leuk. De eerste opdracht heb ik nog wel gedaan, in het vogelhuis, waar ik de overeenkomst moet zoeken tussen een manenduif en de dodo. Nou toevallig kan ik het verschil tussen een manenduif en een zonnenduif al niet zien, laat staat met een dodo. Een vogel die niet meer bestaat, terwijl de manenduif bijna verscholen tussen het groen staat.
Na het Vogelhuis moet ik naar de Savanne voor een alagazelle. Gezellig is het al wel, dus waarom ik dan ook nog met vertellen waarom dit dier in de buurt van de woestijn kan overleven. Ik snap dat niet, want hij kan dat niet eens; hij is immers uitgestorven, in het wild en leeft alleen nog door een aantal fokprogramma’s.
Ik vind het veel leuker andere dieren te bekijken dan die speurtocht te doen. En er zijn echt heel veel dieren. We zien de leeuwin vorstelijk liggen, en opa ziet ook nog een lynx. Tegen Yari zegt hij dat dit een grote poes is. Maar pas op, je kunt deze poes beter niet aaien. Net zoals de hyena’s, die wel een beetje op wilde honden lijken. Mamoe waarschuwt dat ze scherpe tanden hebben. En als zij dat zegt, kun je het beter maar meteen geloven. 
Yari wil naar de neushoorns en naar de ijsberen. Maar die zijn niet meer in Artis. Dat weet ik wel. Maar daar is hij nog te klein voor om dat al te weten. We wandelen langs de olifanten en de vale gieren, die heel brede vleugels hebben en we kijken bij de giraffen met hun lange nek. Door die lange nek kunnen ze bij de malse blaadjes hoog in de boom.
Hierna is het tijd om bij de zeeleeuwen te gaan kijken. Die worden altijd aan het eind van de morgen gevoerd. Dat is echt een spektakel. Ze kunnen zo hoog uit het water springen. Bovenop een rots, waar de verzorger ze een visje geeft. Ook doet hij een high five met de neus van een zeeleeuw,
Californische zeeleeuwen zijn het, maar dat weten jullie natuurlijk al lang. Want dat heeft opa al eens verteld, nadat hij het heeft gehoord van de verzorger. In het bad zwemmen ineens ook een paar pinguïns rond. Dat is nieuw. Die heb ik hier nog niet eerder zien zwemmen.
Beneden gaan we een krentenbol eten en we wandelen door de vlindertuin, nadat Mamoe een karretje voor Fayèn heeft gehaald. Een van de vlinders zit eerst op de vinger van een mevrouw en daarna op de vinger van Opa IJsbeer. Opa vraagt of ik hem op mijn vinger wil hebben, maar dat durf ik niet en ook mijn zusje en neefje bedanken voor de eer. Daarom zet opa de tere vlinder maar op een tafeltje, waar ook eten voor vlinders is te vinden.
We komen langs de stokstaartjes. De vorige keer dat opa hier is geweest zat er ook nog een gorilla in het hok, maar die zit er nu niet in. En we belanden bij de pinguïns en vervolgens gaan we naar het aquarium.
Yari wil altijd even bij de haaien kijken en we zien ook karpers en kabeljauw en zeesterren. Mamoe laat mijn zusje de vissen zien en Opa tilt Fayèn een paar keer op, omdat zij anders bijna niets ziet. Hij laat haar ook kwallen zien. Nee, dat zijn geen vervelende papa’s en mama’s of grote jongens die niet kunnen luisteren, maar zijn neteldieren die in het water leven. Ze hebben kleine harpoentjes en kunnen daarmee gif afschieten. Van dat gif kun je heel ziek worden of veel pijn krijgen, dus je kunt maar beter niet het water ingaan als er veel kwallen in de buurt zijn.
Omdat het gisteren flink heeft geregend mogen we buiten bij het aquarium niet bij de dinosaurussen spelen. Want alles is nat. En modderig. Wel mag Yari in plassen stampen, omdat hij zijn laarsjes aan heeft. Mamoe wil nog naar de kleine zoogdieren. Voor we daar zijn, zien we eerst nog aapjes met rode billen. Ik weet hoe die heten: bavianen.
En we horen huilen. Dat doet niet alleen mijn zusje als ze verdriet heeft, maar ook opa soms. Als hij iets naars hoort, dan moet hij zomaar huilen. En de wolven, die huilen ook. Opa doet ze heel goed na.
De kleine zoogdieren zitten in een huisje. Ik zie een dwergoeistiti, dat is een klauwaapje. En ik zie een eekhoorn. Ach er zijn zoveel dieren, die ga ik hier vandaag echt niet allemaal ga opnoemen. Opa vraagt in de trein nog wel aan mij wat ik allemaal heb gezien. Nou dat is echt heel veel. En natuurlijk heb ik ook geholpen met het trekken van het karretje met Fayèn erin, want ik voel me toch wel een beetje verantwoordelijk voor mijn zusje.

In de trein is zij trouwens heel erg moe. Ze valt bijna in slaap. En ik ben een beetje druk. Het valt ook niet mee om het oudste kleinkind te zijn. Yari zit rustig bij oma en denkt er het zijne van. Bij het station in Almere staat mama Naomi al op ons te wachten.
Mijn neefje gaat nog met Opa IJsbeer en Mamoe mee naar huis en wordt daar later opgehaald. Morgen beleef ik een nieuw avontuur. Dan ga ik voetballen bij Ajax. Nee opa is er niet bij, dus dat avontuur vinden jullie hier niet terug.

13 februari 2015

Oma ijsbeer


 Donderdag 12 februari 2015

Mijn mama Raema moet heel hard werken, soms wel tot heel erg laat. En dan kan ze mij niet ineens meer lekker instoppen, omdat zij nog aan het werk is als ik naar bed moet. Mijn papa Daniël is ook lief en brengt mij dan naar mijn hoogslaper, die hij zelf in elkaar heeft gezet. Als mama vrij is, gaat ze soms leuke dingen met mij doen. Naar het bos of een kinderboerderij een speelpaleis met mijn vriendje Jens, of…
Ja, inderdaad soms weet ze het gewoon eventjes niet. Dan is ze zo moe. En dan weet Opa IJsbeer wel raad, die zegt dan gewoon: Waar wil je heen. Naar het strand of een dierentuin. En dan gaat hij met ons mee. Mama moet wel autorijden, want dat kan opa niet. Maar dat vindt hij helemaal niet erg en ik ook niet, want ik ben bang dat we dan nergens meer komen. En nu lekker wel.
Vandaag zijn we naar Ouwehands Dierenpark, in Rhenen. Daar is op 22 november een ijsbeerdrieling geboren. Een van de kindjes is helaas overleden, maar met de andere twee gaat het goed. Misschien kunnen we ze wel even zien, samen met moeder Freedom. Naar buiten mogen ze nog niet, daarvoor zijn ze te klein. Oma Huggies loopt wel buiten en die kunnen we wel zien.
Voor mensen die denken dat Rhenen ver weg is, dat is helemaal niet zo! Nog geen uur rijden met de auto. Bij ons vandaan. Als je naar Artis wil ben je met het openbaar vervoer langer onderweg. En de Tomtom wijst ons de weg, als-ie het doet. Gelukkig weet opa ook goed de weg en staan er ook overal borden.
We zijn lekker vroeg en opa is een beetje stout. Hij betaalt niet voor mij. Misschien heeft hij de borden ook niet gelezen en denkt hij dat kindjes onder de vier jaar gratis naar binnen mogen. Het Dierenpark is heel ruim opgezet en bestaat al sinds 1832. Ooit was het een kippenboerderij, met diverse raskippen. Door de crisis in de vorige eeuw was er minder belangstelling voor kippen. Op het grote terrein waren ook enkele andere dieren en die trokken wel aandacht. Daarom werd besloten er een dierentuin van te maken.
Wij volgen de wandelroute. Het is nog winter en daarom zijn niet alle beesten buiten. De leeuw ligt ver weg half verborgen. Zijn kop met volle baard en lange manen kan ik wel goed zijn. Hij is heel mooi en ik wil hem best aaien, maar daar ben ik wel een beetje bang voor. Ik ben ook nog maar net drie.
De giraffen en de struisvogels staan nog binnen. De giraffen staan erg ver weg. Wij moeten achter een touw staan, zodat de giraffen ons niet kunnen bijten. Want ze hebben heel lange nekken en daarmee kunnen ze heel ver reiken. Door die lange nekken kunnen ze ook blaadjes hoog in de bomen eten.

Ik wil eigenlijk alles wel zien. Kan vooral genieten van de visjes, onder water. Weet je de haaien kijken altijd zo gemeen naar me. Maar omdat ze achter glas zitten kunnen ze mij niets doen. De visjes hebben hele mooie kleuren en soms ook gekke vormen. En weet je, ik heb gele zeepaardjes gezien. Opa IJsbeer heeft thuis een gedroogd zeepaardje, gevonden op een strand.
Natuurlijk heb ik ook de krokodillen gezien. Opa vertelt dat het een dwergkaaiman is. Hij tilt mij op, zodat ik de beesten beter kan zien, maar ik geloof hem niet. Ik vind dat het een krokodil is. En het verschil tussen een krokodil en een man is heel groot dus niet. Papa is een man en die heeft geen staart zoals de krokodil, dus…
Een dierentuin zonder apen is geen dierentuin. We hebben er verschillende gezien. Sommige apen wilden slapen en trokken een dekje over zich heen.
Andere waren aan het eten, eentje was een diepe kuil aan het graven en de gorilla had zijn eigen Adventure. Hier kan hij heerlijk klimmen, ook voor kinderen waren er in de gang klimattributen, maar daar ben ik nog te klein voor, vindt opa. Jammer; want ik houd erg van klimmen.
Ook hebben we vogels en pinguins gezien. Mamoe, jammer dat jij er niet bij bent. Want ik weet dat jij dat heel leuke beesten vindt. Nee, niet die uit Huizen. Die leven ook niet meer en dat zijn alleen nog maar verklede vrouwen die uit nostalgie een pinguïnpakje aantrekken.
Maar nog steeds hebben we geen ijsbeer gezien. Een mevrouw van Ouwehand, die het park schoonmaakt, vertelt dat we de kleintjes niet mogen zien, maar dat oma ijsbeer wel buiten loopt. Volgens die mevrouw is oma een beetje chagrijnig, omdat ze niet bij haar kleinkinderen mag komen. Nou dat begrijp ik best; een oma die bij haar kleinkinderen wordt weggehouden. Dat hoort toch niet. Natuurlijk mama’s zijn die liefste en die van mij de allerliefste. Maar daarna komen oma’s en opa’s natuurlijk. Sorry papa dat ik jou nu vergeet. We vinden Huggies uiteindelijk toch, naast de Gorilla Adventure. Daar loopt ze ijsbeert ze eenzaam heen en weer. Ik wil hel haar wel knuffelen, maar ben toch wel een beetje bang.
Het is tijd om een hapje te gaan eten. Het Junglerestaurant is in de winter dicht en daarom gaan we helemaal terug naar de andere kant, naar Ravot Aapia. Wat een rare naam. We lopen aan de buitenkant van het park, door het berenbos, waar een beer zijn winterslaap houdt.
Ook de wolven slapen. Ze lijk wel dood. Als we aan de andere kant zijn, bestelt opa iets te eten en mag ik ravotten zoals de apen. Nou begrijp je misschien ook die gekke naam. Als het eten op is, ga ik verder spelen, klimmen en van de glijbaan af. Ook is er water en daar moet ik natuurlijk doorheen lopen, zodat mijn broekspijpen nat worden. Vindt mama niet erg. De lieverd.
Maar goed aan alles komt een einde. Ook aan het spelen, wel jammer want ik was nog niet uitgespeeld. We moeten echter ook nog naar huis. Van opa krijg ik nog een knuffel, nee geen hug maar een knuffelbeest. En geen ijsbeer, maar ik wil Nemo, de vis. En die koopt hij voor mij, Dan gaan we weer naar huis. In de auto val ik in slaap, want het is toch wel een vermoeiende dag geweest.

1 december 2014

Sinterklaas wordt oud

Deel twee

Op tijd ben ik met papa Daniël en Opa IJsbeer vanuit Enkhuizen terug in Almere voor het volgende sinterklaasfeestje. Mamoe en mama Raema hebben alles klaargezet en versierd. Zelfs het stoepje en het straatje zijn geveegd. Ik heb net een dutje gedaan in de auto, omdat ik nog wel een beetje moe ben van de ontmoeting met alle Pieten op het Rochefeestje. 


 Robin arriveert als eerste met Francisca en Victor.  Mijn vriendje Jens komt met Daniëlle,  Cedric en Caithlyn met Renate en Constantijn zijn er vanuit Brabant en uiteraard verschijnen mijn neef Gianny en nichtje Fayèn met Naomi en Martin ook nog voor Sinterklaas in gezelschap van drie lieve Pieten een roffel op de deur geeft. Of was het toch een van de Pieten.

Sinterklaas wordt er ook niet jonger op en net als Opa IJsbeer kan hij niet alles onthouden. Sinterklaas denkt dat opa vorig jaar nog bij hem op schoot heeft gezeten. Dat is lekker niet waar. Opa IJsbeer heeft nog nooit bij hem op schoot gezeten. Vroeger misschien, toen opa zelf nog een klein, heel klein jongetje was. Want dat is opa ook geweest. Maar ik denk dat Sinterklaas dat niet eens meer weet. Hij is gewoon vergeetachtig, net als opa.
Sinterklaas heeft de cadeautjes voor ons niet vergeten. Gelukkig maar zou ik zeggen en ik niet alleen. Ook Jens vindt dat, als hij op schoot mag bij de oude kindervriend. Een cadeautje krijgt hij en echt niet omdat hij erom vraagt of mijn vriendje is. Maar eerst moet er een liedje worden gezongen en dan wordt een schoentje van Jens gevuld met snoepgoed, want behalve ingepakte cadeautjes hebben Sinterklaas en de Zwarte Pieten ook heel veel snoepgoed meegenomen; pepernoten en andere lekkernijen.
Dat Sinterklaas niet alleen soms dingen vergeet maar ook echt oud wordt, merk ik wanneer Cedric op schoot wordt geroepen. Sinterklaas denkt dat hij in het buitenland woont. Nou dat is mooi niet zo. Wel ver weg, want Cedric is samen met zijn zusje, papa en mama helemaal uit Bergen op Zoom naar Almere gekomen.  En Sinterklaas denkt dat die plaats in België ligt. Naar België heeft hij een Hulpsint gestuurd, want hij kan uiteraard niet op twee plaatsen tegelijk zijn. 
Maar ik dwaal af en vergeet bijna te zeggen dat Sinterklaas ook aan Caithlyn vraagt of ze in het buitenland woont, terwijl hij weet dat zij een zusje is van Cedric.
Dit lijkt allemaal aan de aandacht van Robin voorbij te gaan. Hij zegt niets en zit bijna onverstoorbaar op de bank te spelen met zijn tablet. Dat doen steeds meer kindjes, spelen op een tablet. Daar kun je niet vroeg genoeg mee beginnen. Maar buitenspelen is ook een moeten hoor. Kinderen horen te spelen en echt niet alleen maar te leren. Als Robin bij Sinterklaas mag komen dan treuzelt hij geen moment. Ondanks dat hij aan het spelen is ontgaat hem dus weinig.
Net zoals Sinterklaas weinig ontgaat. Want hij vraagt of Gianny wel lief is geweest op school. Mijn neefje heeft onlangs strafregels moeten schrijven, omdat hij op school een tafelblad heeft losgeschroefd, terwijl hij niet anders deed dan de schroefjes weer vastdraaien. Of toch niet? 
Fayèn die bijna het hele feestje op schoot van een van de Pieten heeft gezeten, mag ook bij Sinterklaas komen. En ze hebben mij ook echt niet vergeten, ondanks dat ik ’s morgens al in het Pietendorp ben geweest en van Zwarte Piet een cadeautje heb gekregen.
Ook Mamoe en de papa’s en mama’s mogen bij Sinterklaas komen. En dan is Sinterklaas wel een beetje ondeugend. Zeggen de papa’s. Opa IJsbeer hoeft niet.
Jammer dat Sinterklaas niet kan blijven. Hij had graag wat willen mee-eten, maar heeft daar geen tijd voor. Ik had dat wel leuk gevonden. 
De grote kinderen gaan nog even boven spelen op zolder, met de trein, nadat we hem en de Pieten hebben uitgezwaaid en toe gezongen. Robin en Jens eten niet mee en gaan naar hun eigen huis. Maar pas nadat Jens en ik met Opa IJsbeer Piet Piraat hebben gespeeld.
Na het eten schrik ik wel, want dan wordt er onverwacht hard op de deur gebonsd. Door een Piet. Die komt nog een zak met cadeautjes brengen. Gianny doet vlug de deur open met Cedric en aan de overkant van het veldje zien we Zwarte Piet nog staan. Opa IJsbeer neemt de zak mee naar binnen. Mamoe deelt hierna de overige cadeautjes uit. Wat krijgen we allemaal veel. Wij kinderen dan, want voor de papa’s en de mama’s is er nu niets. Zal wel met de crisis te maken hebben. Denk ik. Of zouden ze gewoon stout zijn geweest.


Als alle cadeautjes zijn uitgepakt, wordt het tijd dat ook de laatsten vertrekken. Cedric en Caithlyn moeten nog heel lang rijden. Mamoe wordt uitgebreid bedankt voor het leuke feestje. Papa helpt met het naar boven brengen van de spullen. Opa IJsbeer ligt dan al te slapen. Die is moe. Dat komt omdat hij ook al oud is. Bijna net zo oud als Sinterklaas en ik denk dat hij nu al is vergeten dat Sinterklaas bij hem thuis is geweest.

30 november 2014

Sinterklaas en het geluk

Vandaag heb ik een drukke dag. Eerst ga ik met papa Daniël en mama Raema mee naar Mamoe en Opa IJsbeer en dan met papa en opa naar Enkhuizen, daar is een Sinterklaasfeestje voor kinderen van papa’s werk. Dat werk is niet in Enkhuizen, maar dat feestje wel. We moeten daarvoor wel vroeg weg, met de auto. Over de dijk en dan zie ik links en rechts water. Gelukkig is de dijk sterk, zodat we niet snel in een bootje hoeven te stappen.
Dat heeft Sinterklaas wel gedaan, die is met de Pakjesboot naar Enkhuizen gevaren, waar hij een Pietendorp heeft ingericht. En in de buurt van dat dorp staat een museum waarin de Rochepieten ons ontvangen. Maar eerst moeten we er wel zien te komen, want de weg is opgebroken en daarom rijden we heen en weer door de smalle straatjes. Ook tegen het eenrichtingsverkeer in. Wel een beetje dom hè, maar papa vertelt dat lekker niet tegen Sinterklaas als hij op schoot moet komen zitten. Maar dat is pas veel later.
Eerst rijden we terug en dan wijzen meneren in gele kleding ons de weg en zeggen waar we onze auto in de modder kunnen zetten. Ik mag van papa er niet eens in spelen. In die modder. En mag ook niet lekker tegen de herfstbladeren schoppen. Van opa mag dat wel, maar van hem mag ik niet in de plassen stampen, omdat ik mijn laarsjes niet aan heb. Nou dan maar niet, maar vraag dan ook niet aan mij of ik binnen wil luisteren, want als ik toch niets mag, dan mag ik dat ook niet.
Onderweg krijgen papa en ik een zoen van een Piet. Opa niet. Die is al oud en krijgt geen zoen meer.
Binnen in het museum is het wel gezellig. Ik zie meteen al Pieten en die zijn vriendelijk en ze lachen en geven mij pepernoten. Dan mag ik kleuren, maar er is zo veel te doen, dat ik daar gewoon geen tijd voor heb.  
We krijgen drinken en nog meer zoetigheid, omdat ik een heel lief kindje ben. Natuurlijk ben ik ook wel eens ondeugend, maar dat zijn alle lieve kindjes. Zo nu en dan een beetje stout. Ook Opa IJsbeer is ook wel eens stout. En dat moet hij van Mamoe en mij op de trap zitten.
Als alle kinderen binnen zijn, gaat het feest beginnen en worden er liedjes gezongen en is er een filmpje te zien met Sinterklaas. Die is zelf niet gekomen, omdat hij een beetje boos is. Niet op ons Rochekinderen, maar op de gekke mensen die vinden dat Zwarte Piet niet meer mag meekomen met Sinterklaas. 
Nou gelukkig zijn de Pieten er wel en die zingen ook en dansen en maken pret. En een van de Pieten leest uit het grote boek. Een paar kinderen mogen bij hem komen en dan vertelt hij wat en gaan de grote mensen klappen. En als iedereen uitgeklapt is krijgen de kindjes, ik dus ook, een cadeautje. Opa pakt die voor mij uit en in het cadeautje zit een minisinterklaas en een minipiet en een minipaard.
Hartstikke tof. Daar kan ik uren zelf sinterklaasje mee spelen.
Nadat we een broodje met worst hebben gegeten gaan we nog even het Pietendorp in. Ook daar kon ik Sinterklaas niet vinden. Maar wel heel, echt heel veel Pieten. Welkomstpieten en Bootjespieten en Pakjespieten en Winkelpieten en zelfs Draaimolenpieten. 
In de draaimolen mocht ik ook zitten. Samen met papa en ik heb het schoentje van een paard vast mogen houden. Zwaar joh. Moest het met mijn beide knuistjes vasthouden, want anders had het ijzer op mijn tegen gevallen. Een hoefijzer noemen ze het schoentje van het paard. Het zijn wel rare schoentjes want je kunt er niet eens een wortel voor het paard instoppen.
Er waren ook pieten aan het werk, in de smederij, maar ook allerlei andere oude ambachten waren te zien. Er was bijvoorbeeld een Rietpiet en die maakte een ouderwetse roe. Maar die roe mag niet meer van de grote mensen, dus papa vond dat ook niet op zijn plaats en we zijn weer snel weggegaan. Maar ik heb het lekker wel gezien. Ook zijn we nog in een oud snoepwinkeltje geweest. Ziet er heel anders uit dan de supermarkt. Eigenlijk veel leuker. Maar in de supermarkt kun je wel veel meer kopen. Als je voldoende centjes hebt.
In een sloot was ook Hippepiet, met zo’n kekke zonnebril op zijn neus. En in het water dreven ballonnen. En toen heeft Hippepiet een van die ballonnen uit het water gevist en aan mij gegeven. Lief van die Piet, vind je ook niet.
Toen de ballon van het stokje sprong heeft de Vlagpiet de ballon weer op het stokje gedaan. En kreeg ik ook nog een vlaggetje, waarmee ik kon zwaaien. Ook al aan een stokje. Dat is lastig hoor, zwaaien met twee stokjes tegelijk… Toen heb ik mij in een oog geprikt en dat was wel schrikken en moest ik huilen. Niet van de au, maar vooral van de schrik. Gelukkig duurde dat niet zo heel erg lang en kon ik ook alles nog zien. Ook de bladeren en de modder. Nee, ik mocht daar nog steeds niet in de plassen stampen.

Het werd tijd om naar het huis van Opa IJsbeer en Mamoe te gaan. Want ook daar was een feestje. Maar dat is weer een ander verhaal.