12 mei 2015

Logeren

Maandag 11 mei 2015

Door een klein maar niet al te ernstig ongelukje zag ik mijn papa sneller dan verwacht. Hij kwam mij en mijn broer Gianny en mama in de loop van de middag in het centrum van Almere Stad ophalen met de auto. Daar kreeg ik een kusje van mijn neef Yari, een knuffel van Mamoe en deed een high five met Opa IJsbeer, die samen met Yari en Mamoe met de bus naar Buiten gingen.
Het was ook het einde van een logeerpartij. Ik heb wel vaker bij Mamoe en Opa IJsbeer geslapen, maar nooit eerder drie nachtjes achter elkaar en dat is toch wel erg lang. Niet dat ze niet lief voor me zijn, maar het liefste slaap ik toch in mijn eigen bedje in mijn eigen huis.
Omdat mijn mama mij met de bus brengt ben ik al vroeg vrijdagavond in Buiten en kan ik nog een tijdje doktertje spelen. Dat is hartstikke leuk. Opa heeft au in zijn teen en dan ga ik luisteren en hem beter maken met een spuit. Daar ben ik heel goed in. Net zo goed als Mamoe toen die jong was en mensen beter maakte.
Zaterdag is het heel mooi weer en kan ik buiten spelen in de zandbak. Met opa ga ik boodschappen doen en ik mag de toetjes uitzoeken. Voor mezelf en voor mijn broer, die morgen ook komt. We eten soep met balletjes. En na het eten neemt Opa IJsbeer mij nog even mee voor een rondje langs het water. Een zwaan stopt steeds weer zijn kop in het water. Niet omdat de zwaan verstoppertje speelt, maar hij is aan het eten.
Als we terug zijn brengt opa mij naar bed. Maar eerst wordt er een klein verhaaltje vertelt. Dat wordt al snel lachen, gieren en brullen. Over dierentuinbeesten die worden veranderd door een tovenaarsprinsesje. En weten jullie wie dat is? Dat prinsesje, dat ben ik? En ik verander jullie in een kikker! 
Zondagmorgen slaap ik een uurtje uit, omdat het gisteren heel laat is geworden. Opa gaat eerst een uurtje werken op de computer en gaat daarna in de tuin een bankje lakken. Ik mag ook de tuin in en ga met zand spelen. Dat is nog een beetje vochtig en daar krijg ik dan vieze vingers van. Van opa mag ik niet bij het bankje komen, omdat er anders misschien wel zand op het lak komt. Flauw hè. Maar goed, ik moet luisteren en zal daarom maar doen wat opa zegt en op de tegels blijven.
Aan het eind van de middag komt Gianny ook, met Mamoe mee. Die zijn bij Ajax geweest. Daar ga ik ook voetballen. Als ik groot ben. En zeg niet dat meisjes niet kunnen voetballen, want dat is niet zo. Mijn mama kon ook héééél goed voetballen. Bijna net zo goed als Mamoe. En dat zijn ook meisjes. Opa IJsbeer is geen meisje en een jongen en kan niet voetballen. Die kon goed door een hoepel duiken.
Vanavond eten we patat en na het eten mag ik nog even spelen voor ik ga slapen. Gianny en ik slapen op dezelfde kamer en als  we vandaag wakker zijn geworden, spelen wij heel zachtjes even op onze kamer. Niet zachtjes genoeg want Opa IJsbeer hoort ons. Hij is al wakker en haalt ons naar beneden en maakt een boterhammetje voor ons.

Vandaag gaan we naar Artis. Gianny, ik en mijn neef Yari, die vanmorgen ook komt. Eerst gaan we met de bus. Domme opa vergeet zijn buspasje, die zit in zijn jas. Omdat het lekker weer is heeft hij zijn jas niet aangetrokken en niet meer aan de kaart gedacht. Samen met Mamoe wachten we in het bushokje tot Opa IJsbeer terug is. Daarna mogen we met de bus en de trein en de tram naar de dierentuin.
Daar is het al heel druk. Omdat wij pasjes hebben, nou ja ik krijg een pasje als ik drie jaar ben, mogen wij zo doorlopen. Ook Yari ondanks dat die zijn pasje kwijt is. Mamoe regelt dat als we Artis uitgaan. Maar dat kost wel weer centjes. 
Meestal gaan we in de dierentuin eerst naar links, net zoals de meeste mensen doen, maar nu wandelen we de andere kant op. Omdat het daar iets rustiger is. En daardoor hebben we ook tijd om andere dieren te zien. Maar eerst zie ik de grote watoessirunderen met hun grote hoorns. Ze liggen lui te kauwen in het zonnetje.
Via de apenrots komen we bij het gibboneiland. Dat zijn apen. En die klauteren via een touw over het water. Een mooie gouden en een zwarte en ook een kleine gibbon. De baby kan ook al heel goed klimmen en wordt soms door de mama geholpen. Die neemt de kleine gibbon dan op de heup, net zoals Opa IJsbeer mij soms op zijn heup draagt. Als de afstand tussen twee takken te groot is, helpt mamagibbon een handje. Het zijn net mensen.
We wandelen verder langs de ibissen, de lama’s en de tapirs, die ook al lui zijn net als de runderen. De miereneter is er niet omdat er kleine mierenetertjes zijn geboren. Opa vindt dat de capybara’s wel een beetje op muskusratten lijken. Nou ik denk er heel anders over. Ze zien er gewoon dolletjes uit. Het zijn waterzwijntjes en houden van een krop sla.
Natuurlijk 'gaan we naar de haaien'. Net als Yari en Gianny vind ik dat enig om te zien. Opa bekijkt alles van een afstandje. Mijn broer en neef mogen in de hoofdgang van het aquarium vrij rond lopen en hij let op dat ze niet de gang uitgaan. Ik blijf bij mamoe.
Als laatste vissen zien we de roodbuik piranha’s. Die hebben heel scherpe tanden. Ze zijn erg gevaarlijk als ze honger hebben en kunnen ook een mens dan in stukken scheuren.
Voor Mamoe gaan we naar de pinguïns. Daar drinken we een sapje en eten een krentenbol, die opa in zijn rugtas heeft meegesjouwd. Ook krijgen we een hartje. Yari heeft liever een tumtummetje, maar die hebben we niet bij ons. Daarom neemt hij ook maar een hartje.
Een grote gorilla zit met een takje heel stoer te zijn, maar de show wordt toch weer eens gestolen door de stokstaartjes. Die recht overeind zitten, of is het toch staan, en vragen of je hen wel goed zien.
En besteed je geen aandacht aan ze dan draaien ze hun rug naar je toe. Of is dat hun spel? 
In de vlindertuin is het altijd heel warm, benauwd. Maar omdat het buiten ook lekker warm is vandaag, is het verschil niet zo heel groot. Opa laat mij zien dat een vlinder op een stuk banaan zit. Daar eet-ie van. Er zijn heel veel vlinders in de tuin. Hele grote, ja halve vlinders zie je alleen in een reclame, hier zie je alleen hele vlinders. Ze hebben mooie kleuren, blauw en geel en oranje en zwart.
Na de zeeleeuwen, die we beneden bekijken als ze 'onder water' zwemmen, gaan we naar de waterval. In de buurt zitten jonge eendjes. Dat ze die hier ook in Artis hebben wist ik niet. Zouden die eenden verdwaald zijn in de dierentuin?
We mogen nog even spelen in de grote speeltuin. De touwladder is voor mij nog te moeilijk en terwijl mijn broer en neefje klimmen neemt opa mij mee naar de kleine glijbaan.
Daar staat ook een wip, waar ik samen met een ander meisje op mag wippen, terwijl opa voor het verstoren van het evenwicht zorgt.

Uiteindelijk komt aan alles een einde. De giraffen zitten op een afstandje op een kluitje. De gieren zitten in hun kooien. En dat is het einde van dit bezoek aan de dierentuin van Amsterdam.
Mamoe ververst haar Artispas en zorgt ook dat Yari een nieuwe pas krijgt, dan gaan we met de tram en de trein terug naar Almere, moeten in Weesp overstappen. 
En dat ongelukje? Nou laten we het daar maar niet meer over hebben.

12 april 2015

De zeeleeuwen worden nat

Zaterdag 11 april 2015

Natuurlijk houd ik veel van Mamoe en Opa IJsbeer en vind ik het leuk om daar zo nu en dan te zijn, maar het liefste ben ik toch bij mijn papa en mama. En dat laat ik ook merken als mijn papa en mama mij vrijdagavond bij opa en oma achterlaten. Mamoe troost mij en uiteindelijk ga ik slapen. Waarom ik niet thuisslaap? Omdat mama vandaag moet werken en papa een goede daad verricht bij de Hoogvliegers. En ik ben daar nog te jong voor, om ook mee te helpen. Maar reken maar, over tien jaar dan sta ik ook te helpen.
Goed ik logeer dus in de Faunabuurt en opa haalt mij vroeg uit bed. Wij gaan samen naar Artis. Dan gaat de dag ook lekker snel voorbij. Over Artis weet ik al heel veel, maar er is natuurlijk nog veel meer te zien. We gaan eerst met de bus en dan een stukje met de trein. Omdat er werkzaamheden ‘op het spoor’ zijn, rijden niet alle treinen. Wij hebben eerst een trein richting Hoofddorp, die niet verder gaat dan Diemen-Zuid. Die kant moeten wij niet op en daarom stappen wij over in Weesp. Onderweg heb ik schaapjes gezien, in de wei. Maar nog geen koeien. Waarom dat die nog niet in de wei mogen lopen, weet ik ook niet.
Als we in Weesp komen, staat de trein naar Amsterdam Centrum er al en die rijdt even later ook weg. Voor we het weten zijn we op het eindpunt. De tram is er nog niet, maar dat is niet erg. We wachten rustig en kunnen in een lege tram instappen. Bij Artis is het heel rustig en omdat ik al over een eigen pasje beschik, mogen wij zo doorlopen.
De kamelen zijn de eerste dieren die ik zie en een paar ezels. De herten met hun grote geweien kan ik niet vinden. In eerste instantie althans. Opa zegt dat ze er vandaag misschien niet zijn, maar ze hebben zich verstopt achter de ruggen van de dromedarissen. En dan ineens springen ze overeind en zie ik ze lekker toch.
Opa IJsbeer laat mij een ooievaar zien. Die komt over enkele maanden mijn broertje brengen, zegt hij. Nou hij vertelt wel vaker verhaaltjes. Ik geloof hem niet. Mijn broertje zit in mama’s buik en wordt echt niet in een theedoek – door de lucht – bij ons thuisgebracht door de ooievaar.
Bij de leeuwen gaan we op een bankje zitten en eten een krentenbol. De leeuwen zijn lui vandaag. Mamaleeuw en die andere vrouwtjesleeuw liggen aan de ene kant en papaleeuw aan de andere kant. Ze geeuwen eens, vooral voor de fotografen, en besluiten om verder geen aandacht aan de mensen te besteden.
Wij wandelen nu naar de krokodillen. Die hebben scherpe tanden en als je niet oppast, bijten ze zo in je bil. Niet dat ik daar bang voor ben, want tussen de krokodillen en mij zit glas. En daar kunnen ze niet overheen springen. Ook de krokodillen zijn lui en liggen bijna bewegingloos in het water. Achter glas liggen ook de slangen. Daar hebben ze er veel van in Artis, boa’s en een python, maar ook andere slangen, waar ik echt niet alle namen van ken. Als ik vaker naar de dierentuin ga, leer ik ze misschien wel vanzelf kennen, zoals deze roodstaart rattenslang.
De olifanten staan een beetje dik te zijn en een van die dieren wijst met zijn grote slagtanden naar mij. Gelukkig heeft hij die nog en is hij niet in Afrika, want daar wordt op ze gejaagd, vanwege die tanden. Die zijn van ivoor en daar wordt in China heel veel geld voor betaald.
Ik neem opa mee naar de Californische zeeleeuwen. Die doen kunstjes en krijgen daarvoor een visje. We moeten nog wel even wachten voor de oppasser met zijn emmertje vis komt. Een reiger staat ook al te wachten, maar die krijgt helemaal niets.
Wel zielig. En de pinguïns, twee zitten er eerst nog in een hok, krijgen ook geen vis. Als de oppasser komt, begint het te regenen. Hij heeft daarom een regenpak aangetrokken. Maar voor de zeeleeuwen heeft hij geen jasje meegenomen en die worden daarom nat. En als ze zwemmen, vraagt opa, worden ze dan niet nat? Nou dat is anders…
Omdat het regent laten wij de tweede demonstratie maar zitten en gaan naar binnen, naar de vlinders. Het is daar heel warm en opa ziet niets meer door zijn bril. Ook moet hij voortdurend de lens van de camera poetsen, omdat die ook beslaat. We zien hele grote vlinders.
Natuurlijk zijn ze heel en niet half, zoals op die reclame. Ze fladderen en zitten op eten, een meneer sproeit de bladeren. Over een paar jaar zal mamoe mij wel leren wat de namen van al die vlinders zijn. Nu zijn ze nog gewoon mooi.
Het aquarium vind ik in Artis altijd heel leuk. Daarom gaan we daar ook heen. Maar eerst komen we nog langs stokstaartjes en de wolven. Die zijn bijna net zo lui als de leeuwen en vertikken het om te huilen. Zelfs niet als ik begin te huilen als een wolf. Omdat het nog steeds regent lopen we ook bij de insecten binnen. De meeste zijn heel klein en daarom vind ik ze niet echt leuk. Behalve die grote spin natuurlijk, die is wel zo groot als een vogel. Daarom noemen ze hem ook zo.
Maar uiteindelijk komen we toch bij de vissen en vooral de haaien. Daar kan ik naar blijven kijken. Opa IJsbeer vindt dat goed en die gaat op een bankje zitten, terwijl ik met mijn neus tegen de ramen geplakt zit. Ik zie ook wel andere vissen, maar de haaien vind ik het leukst.
Wie ook leuk zijn? De paardjes, de zeepaardjes. Er zijn babyzeepaardjes, in een buisje. Die komen uit de buidel van papa zeepaard. Raar is dat, want bij de meeste dieren zorgt vooral mama voor de kleintjes en draagt ze in haar buik. Bij de zeepaardjes is dat niet het geval.
Het wordt langzaam tijd om weer te gaan, maar eerst nog even bij de kleine zoogdieren langs. De fennek blijft mooi, evenals de kleine aapjes en de marmotten, maar ik heb al zoveel gezien, dat ik daar eigenlijk niet meer naar wil kijken.
Zelfs de apenrots vind ik niet interessant. Opa koopt in de kiosk nog een boekje met verhaaltjes en liedjes voor mij en dan gaan we naar Almere terug.
Mamoe staat al te wachten en leest mij voor van Dikkertje Dap. Dat wil ik ook wel, van de nek van de giraf glijden. Dat doen we de volgende keer weer, belooft Opa IJsbeer. Door de regen is de giraffennek nu te nat geworden.




24 februari 2015

Verantwoordelijk

Maandag 23 februari 2015
Het is krokusvakantie, sommigen noemen het ook wel voorjaarsvakantie. Vreemd, want het is nog helemaal geen voorjaar. Van mij mag je het daarom ook best wintersportvakantie noemen. Maar ja sneeuw ligt er niet, hier in Almere. Wel steken de crocussen de kopjes omhoog. Van Opa IJsbeer moet ik dat zo schrijven crocussen, want dat heeft hij op school zo geleerd. Maar ik leer dat het krokussen zijn en dat is echt iets anders dan KRO-kussen. Dit is gewoon weer zo’n flauw grapje van opa. Die maakt hij voortdurend.
Vandaag ga ik naar Artis. Mamoe hoeft jarengeleden voor mij al een abonnement gekocht en ik ben er al heel vaak geweest. Samen met opa, of met oma, maar ook wel met Yari, mijn neefje, of met mijn zusje Fayèn. Die zijn ook wel eens samen in Artis geweest. Maar nooit zijn wij met zijn drieën naar de dierentuin geweest. En Opa IJsbeer en Mamoe mogen ook mee.
’s Morgens haalt oma Fayèn en mij uit bed. Samen hebben we een nachtje in de Python geslapen. Opa maakt voor ons een toverbroodje. Als wij klaar zijn met eten en hebben gedoucht, wordt Yari gebracht door zijn papa. We gaan eerst met de bus en dan met de trein en tenslotte ook nog met de tram. Opa doet net alsof hij niet weet met welke tram wij moeten rijden. ,,Met tramlijn negen, opa. Weet je dat nou nog niet. Hoe vaak moet ik je dat nu nog zeggen.’’ En dan heeft hij het grootste plezier. Dat doe ik hem graag.
Mamoe heeft verteld dat ik vandaag niet op de kleintjes hoef te passen. Dat is niet mijn verantwoordelijkheid. Ik moet gewoon mijn eigen ding doen, genieten. In Artis kunnen we bij de ingang zo doorlopen, omdat we allemaal een abonnement hebben. Bijna allemaal dan. Yari nog niet, maar die wordt door opa naar binnengesmokkeld en ook Fayèn mag gratis naar binnen. Die is nog maar twee en dan hoef je niet te betalen. Yari wel, maar opa dendert soms gewoon door. Zeker als hij naar het toilet moet. Net zoals Yari, die is in korte tijd zindelijk geworden en geeft netjes aan dat hij moet plassen. In de tram kan dat niet. Maar bij Artis hebben ze diverse toiletten dus opa is meteen met hem naar de wc gegaan.
Er is een speurtocht in Artis uitgezet, maar eigenlijk vind ik dat helemaal niet leuk. De eerste opdracht heb ik nog wel gedaan, in het vogelhuis, waar ik de overeenkomst moet zoeken tussen een manenduif en de dodo. Nou toevallig kan ik het verschil tussen een manenduif en een zonnenduif al niet zien, laat staat met een dodo. Een vogel die niet meer bestaat, terwijl de manenduif bijna verscholen tussen het groen staat.
Na het Vogelhuis moet ik naar de Savanne voor een alagazelle. Gezellig is het al wel, dus waarom ik dan ook nog met vertellen waarom dit dier in de buurt van de woestijn kan overleven. Ik snap dat niet, want hij kan dat niet eens; hij is immers uitgestorven, in het wild en leeft alleen nog door een aantal fokprogramma’s.
Ik vind het veel leuker andere dieren te bekijken dan die speurtocht te doen. En er zijn echt heel veel dieren. We zien de leeuwin vorstelijk liggen, en opa ziet ook nog een lynx. Tegen Yari zegt hij dat dit een grote poes is. Maar pas op, je kunt deze poes beter niet aaien. Net zoals de hyena’s, die wel een beetje op wilde honden lijken. Mamoe waarschuwt dat ze scherpe tanden hebben. En als zij dat zegt, kun je het beter maar meteen geloven. 
Yari wil naar de neushoorns en naar de ijsberen. Maar die zijn niet meer in Artis. Dat weet ik wel. Maar daar is hij nog te klein voor om dat al te weten. We wandelen langs de olifanten en de vale gieren, die heel brede vleugels hebben en we kijken bij de giraffen met hun lange nek. Door die lange nek kunnen ze bij de malse blaadjes hoog in de boom.
Hierna is het tijd om bij de zeeleeuwen te gaan kijken. Die worden altijd aan het eind van de morgen gevoerd. Dat is echt een spektakel. Ze kunnen zo hoog uit het water springen. Bovenop een rots, waar de verzorger ze een visje geeft. Ook doet hij een high five met de neus van een zeeleeuw,
Californische zeeleeuwen zijn het, maar dat weten jullie natuurlijk al lang. Want dat heeft opa al eens verteld, nadat hij het heeft gehoord van de verzorger. In het bad zwemmen ineens ook een paar pinguïns rond. Dat is nieuw. Die heb ik hier nog niet eerder zien zwemmen.
Beneden gaan we een krentenbol eten en we wandelen door de vlindertuin, nadat Mamoe een karretje voor Fayèn heeft gehaald. Een van de vlinders zit eerst op de vinger van een mevrouw en daarna op de vinger van Opa IJsbeer. Opa vraagt of ik hem op mijn vinger wil hebben, maar dat durf ik niet en ook mijn zusje en neefje bedanken voor de eer. Daarom zet opa de tere vlinder maar op een tafeltje, waar ook eten voor vlinders is te vinden.
We komen langs de stokstaartjes. De vorige keer dat opa hier is geweest zat er ook nog een gorilla in het hok, maar die zit er nu niet in. En we belanden bij de pinguïns en vervolgens gaan we naar het aquarium.
Yari wil altijd even bij de haaien kijken en we zien ook karpers en kabeljauw en zeesterren. Mamoe laat mijn zusje de vissen zien en Opa tilt Fayèn een paar keer op, omdat zij anders bijna niets ziet. Hij laat haar ook kwallen zien. Nee, dat zijn geen vervelende papa’s en mama’s of grote jongens die niet kunnen luisteren, maar zijn neteldieren die in het water leven. Ze hebben kleine harpoentjes en kunnen daarmee gif afschieten. Van dat gif kun je heel ziek worden of veel pijn krijgen, dus je kunt maar beter niet het water ingaan als er veel kwallen in de buurt zijn.
Omdat het gisteren flink heeft geregend mogen we buiten bij het aquarium niet bij de dinosaurussen spelen. Want alles is nat. En modderig. Wel mag Yari in plassen stampen, omdat hij zijn laarsjes aan heeft. Mamoe wil nog naar de kleine zoogdieren. Voor we daar zijn, zien we eerst nog aapjes met rode billen. Ik weet hoe die heten: bavianen.
En we horen huilen. Dat doet niet alleen mijn zusje als ze verdriet heeft, maar ook opa soms. Als hij iets naars hoort, dan moet hij zomaar huilen. En de wolven, die huilen ook. Opa doet ze heel goed na.
De kleine zoogdieren zitten in een huisje. Ik zie een dwergoeistiti, dat is een klauwaapje. En ik zie een eekhoorn. Ach er zijn zoveel dieren, die ga ik hier vandaag echt niet allemaal ga opnoemen. Opa vraagt in de trein nog wel aan mij wat ik allemaal heb gezien. Nou dat is echt heel veel. En natuurlijk heb ik ook geholpen met het trekken van het karretje met Fayèn erin, want ik voel me toch wel een beetje verantwoordelijk voor mijn zusje.

In de trein is zij trouwens heel erg moe. Ze valt bijna in slaap. En ik ben een beetje druk. Het valt ook niet mee om het oudste kleinkind te zijn. Yari zit rustig bij oma en denkt er het zijne van. Bij het station in Almere staat mama Naomi al op ons te wachten.
Mijn neefje gaat nog met Opa IJsbeer en Mamoe mee naar huis en wordt daar later opgehaald. Morgen beleef ik een nieuw avontuur. Dan ga ik voetballen bij Ajax. Nee opa is er niet bij, dus dat avontuur vinden jullie hier niet terug.

13 februari 2015

Oma ijsbeer


 Donderdag 12 februari 2015

Mijn mama Raema moet heel hard werken, soms wel tot heel erg laat. En dan kan ze mij niet ineens meer lekker instoppen, omdat zij nog aan het werk is als ik naar bed moet. Mijn papa Daniël is ook lief en brengt mij dan naar mijn hoogslaper, die hij zelf in elkaar heeft gezet. Als mama vrij is, gaat ze soms leuke dingen met mij doen. Naar het bos of een kinderboerderij een speelpaleis met mijn vriendje Jens, of…
Ja, inderdaad soms weet ze het gewoon eventjes niet. Dan is ze zo moe. En dan weet Opa IJsbeer wel raad, die zegt dan gewoon: Waar wil je heen. Naar het strand of een dierentuin. En dan gaat hij met ons mee. Mama moet wel autorijden, want dat kan opa niet. Maar dat vindt hij helemaal niet erg en ik ook niet, want ik ben bang dat we dan nergens meer komen. En nu lekker wel.
Vandaag zijn we naar Ouwehands Dierenpark, in Rhenen. Daar is op 22 november een ijsbeerdrieling geboren. Een van de kindjes is helaas overleden, maar met de andere twee gaat het goed. Misschien kunnen we ze wel even zien, samen met moeder Freedom. Naar buiten mogen ze nog niet, daarvoor zijn ze te klein. Oma Huggies loopt wel buiten en die kunnen we wel zien.
Voor mensen die denken dat Rhenen ver weg is, dat is helemaal niet zo! Nog geen uur rijden met de auto. Bij ons vandaan. Als je naar Artis wil ben je met het openbaar vervoer langer onderweg. En de Tomtom wijst ons de weg, als-ie het doet. Gelukkig weet opa ook goed de weg en staan er ook overal borden.
We zijn lekker vroeg en opa is een beetje stout. Hij betaalt niet voor mij. Misschien heeft hij de borden ook niet gelezen en denkt hij dat kindjes onder de vier jaar gratis naar binnen mogen. Het Dierenpark is heel ruim opgezet en bestaat al sinds 1832. Ooit was het een kippenboerderij, met diverse raskippen. Door de crisis in de vorige eeuw was er minder belangstelling voor kippen. Op het grote terrein waren ook enkele andere dieren en die trokken wel aandacht. Daarom werd besloten er een dierentuin van te maken.
Wij volgen de wandelroute. Het is nog winter en daarom zijn niet alle beesten buiten. De leeuw ligt ver weg half verborgen. Zijn kop met volle baard en lange manen kan ik wel goed zijn. Hij is heel mooi en ik wil hem best aaien, maar daar ben ik wel een beetje bang voor. Ik ben ook nog maar net drie.
De giraffen en de struisvogels staan nog binnen. De giraffen staan erg ver weg. Wij moeten achter een touw staan, zodat de giraffen ons niet kunnen bijten. Want ze hebben heel lange nekken en daarmee kunnen ze heel ver reiken. Door die lange nekken kunnen ze ook blaadjes hoog in de bomen eten.

Ik wil eigenlijk alles wel zien. Kan vooral genieten van de visjes, onder water. Weet je de haaien kijken altijd zo gemeen naar me. Maar omdat ze achter glas zitten kunnen ze mij niets doen. De visjes hebben hele mooie kleuren en soms ook gekke vormen. En weet je, ik heb gele zeepaardjes gezien. Opa IJsbeer heeft thuis een gedroogd zeepaardje, gevonden op een strand.
Natuurlijk heb ik ook de krokodillen gezien. Opa vertelt dat het een dwergkaaiman is. Hij tilt mij op, zodat ik de beesten beter kan zien, maar ik geloof hem niet. Ik vind dat het een krokodil is. En het verschil tussen een krokodil en een man is heel groot dus niet. Papa is een man en die heeft geen staart zoals de krokodil, dus…
Een dierentuin zonder apen is geen dierentuin. We hebben er verschillende gezien. Sommige apen wilden slapen en trokken een dekje over zich heen.
Andere waren aan het eten, eentje was een diepe kuil aan het graven en de gorilla had zijn eigen Adventure. Hier kan hij heerlijk klimmen, ook voor kinderen waren er in de gang klimattributen, maar daar ben ik nog te klein voor, vindt opa. Jammer; want ik houd erg van klimmen.
Ook hebben we vogels en pinguins gezien. Mamoe, jammer dat jij er niet bij bent. Want ik weet dat jij dat heel leuke beesten vindt. Nee, niet die uit Huizen. Die leven ook niet meer en dat zijn alleen nog maar verklede vrouwen die uit nostalgie een pinguïnpakje aantrekken.
Maar nog steeds hebben we geen ijsbeer gezien. Een mevrouw van Ouwehand, die het park schoonmaakt, vertelt dat we de kleintjes niet mogen zien, maar dat oma ijsbeer wel buiten loopt. Volgens die mevrouw is oma een beetje chagrijnig, omdat ze niet bij haar kleinkinderen mag komen. Nou dat begrijp ik best; een oma die bij haar kleinkinderen wordt weggehouden. Dat hoort toch niet. Natuurlijk mama’s zijn die liefste en die van mij de allerliefste. Maar daarna komen oma’s en opa’s natuurlijk. Sorry papa dat ik jou nu vergeet. We vinden Huggies uiteindelijk toch, naast de Gorilla Adventure. Daar loopt ze ijsbeert ze eenzaam heen en weer. Ik wil hel haar wel knuffelen, maar ben toch wel een beetje bang.
Het is tijd om een hapje te gaan eten. Het Junglerestaurant is in de winter dicht en daarom gaan we helemaal terug naar de andere kant, naar Ravot Aapia. Wat een rare naam. We lopen aan de buitenkant van het park, door het berenbos, waar een beer zijn winterslaap houdt.
Ook de wolven slapen. Ze lijk wel dood. Als we aan de andere kant zijn, bestelt opa iets te eten en mag ik ravotten zoals de apen. Nou begrijp je misschien ook die gekke naam. Als het eten op is, ga ik verder spelen, klimmen en van de glijbaan af. Ook is er water en daar moet ik natuurlijk doorheen lopen, zodat mijn broekspijpen nat worden. Vindt mama niet erg. De lieverd.
Maar goed aan alles komt een einde. Ook aan het spelen, wel jammer want ik was nog niet uitgespeeld. We moeten echter ook nog naar huis. Van opa krijg ik nog een knuffel, nee geen hug maar een knuffelbeest. En geen ijsbeer, maar ik wil Nemo, de vis. En die koopt hij voor mij, Dan gaan we weer naar huis. In de auto val ik in slaap, want het is toch wel een vermoeiende dag geweest.