28 augustus 2012

Korinthos


Zaterdag 19 mei 2012
Van de Franse pubers is weinig terug te vinden in de ontbijtzaal. Of ze zijn al geweest en weer op pad, of ze zijn er gewoon niet. Er zitten sowieso weinig mensen aan het ontbijt. Veel broodbeleg is er niet. Geen plakjes kaas bijvoorbeeld en slechts een worstsoort.
Ons ontbijt duurt meestal niet lang. We gaan naar boven. De was van Tineke is bijna droog. De lucht is in tegenstelling tot gisteren nu wel blauw. Natuurlijk zwemmen er wel enkele witte wolken tussen.
We besluiten op tijd te vertrekken. Eerst naar het kanaal, dat we via een hefbrug willen overstekken. Tineke raakt in paniek als we richting Athene aanhouden en door een tunnel moeten. Die tunnel is niet zo gek lang en even later staan we bij de hefbrug. Die benaming is eigenlijk fout, want de brug gaat niet omhoog, maar daalt in het water als er een boot door het kanaal komt.
We blijven daar niet op wachten en gaan op zoek naar het oude Istmea. Ik zie onderweg wel een keer een bord staan, maar de plek waar vroeger de Istmische Spelen werden gehouden niet vinden. We komen bordjes tegen met verwijzingen naar Agia Marina en Agia Demetriou. Daarvoor stonden we wel bij een opgravingssite, maar daar was weer geen toegangshek te vinden. Dat was het dus beslis niet. We zitten dan in een prachtig tuinbouwgebied en akkerbouw. Aan de voet van de berg Onia en met Examilia als belangrijkste plaats. Dat vinden we wel en ik heb hoop dat het oude Korinthe wel gevonden kan worden. Dat moet aan de overzijde van de snelweg liggen. En inderdaad vanuit Examilia is het geen enkel punt om het oude Korinthe te bereiken.
Net zoals bij andere belangrijke vindplaatsen is hier een kleine toeristische industrie ontstaan. Die bestaat uit eettentjes en souvenirzaken. We arriveren bij de uitgang en moeten iets verderop zijn voor de entree. Daar staat een massa mensen te wachten. Meer dan de helft is kinderen, met rode shawls. En die zijn ook al binnen geweest. De rest zijn senioren en die horen ook bij elkaar. Daardoor kunnen we snel naar binnen. Centraal zijn de zeven zuilen van de tempel van Apollo, die vanuit diverse plaatsen te zien zijn.
De klassieke stad lag aan de voet van de Akrokorinthos, de akropolis van Korinthe. Vanwege de ligging kende de stad een grote welvaart. De stad beheerste de handelsroutes tussen het noorden van Griekenland en de Peloponnesos en dankzij de havens Lechaion (Golf van Korinthe) en Kenchreai (Saronische golf) ook de zeevaart tussen het westen en de Oriënt.
De stad werd gesticht door Sisyphus, die het waagde om het geheim van Zeus te onthullen en als straf een enorme kei naar de top van de heuvel moest duwen. Iedere keer dat die kei bovenaan kwam, rolde hij naar beneden. Zo moet de gemiddelde Griek zich momenteel ook voelen. Als Sisphus. Als ze denken dat er een oplossing komt voor de grote schuldenlast van het land, moet er van Europa weer een nieuwe maatregel worden genomen.
De stad is omstreeks duizend voor Christus gesticht, maar de streek was toen al duizend jaar bewoond. Nadat Korinthe zich had bevrijd van Argos breidde de stad zich snel uit en voegde zich bij de Peloponnische bond en was de bondgenoot van Sparta in de Peloponnische oorlog van 431-404 voor christus. Later zocht het echter de steun van Athenem Argos en Thebe tegen diezelfde voormalige bondgenoot. Ik ben niet van plan om hier geschiedenis te geven, dus laat ik het hierbij.
Ik geniet van de overblijfselen van de tempel.van Apollo, geposteerd naast een grote steenbrok, de Glauke bron. Op het terrein staan nog meer kleine tempels, er was ruimte voor winkels, een fonrtein en talloze winkeltjes. Kom echter niet met dit soort informatie bij Tineke aan, want dan lacht ze je in je gezicht uit. Een badhuis, waar waterleidingen heen lopen kan zij nog billijken, maar winkels? Nee, dus meld ik die ook niet. Bij deze dus.
Het verschil tussen Dorische, Ionische en Korintische zuilen wordt uitgelegd. Maar ik zie nog een groep, dat moeten kennelijk Romeinse zuilen zijn gezien de Romeinse figuren die de plaats hebben ingenomen van de Korentische aren. Een mooie uitleg.
Het museum is zeker ook de moeite waard. Tot een horde zeventig-plussers met een gids ons de toegang tot de laatste zaal verspert. We hebben dan echter al prachtige mozaïekstukken gezien, delen van beelden, vazen en kleine kunstwerken. Geen sieraden ditmaal. Buiten in een open ruimte staan nog meer beelden, op een rijtje en allemaal onthoofd.
Het Odeon en het theater liggen net buiten het hekwerk. Het Romeinse Odeon is zeker de moeite waard, maar het theater is als zodanig niet herkenbaar. En zal dat vermoedelijk voorlopig ook niet worden.
In het dorpje rond het oude Korinthe eten we een broodje gyros en plakjes gebakken courgette, voor elf euro. Daarna gaat de weg naar de kust, via een omweg dat weer wel. Zo bereiken we een industriegebied voor we Korinthos binnenrijden. Een drukke stad, dat wel. Toch valt de route er doorheen ook wel mee. Gewoon op de doorgaande weg blijven rijden. Ja, tot je op de snelweg richting Argos uitkomt natuurlijk. Maar zelfs daar is een oplossing voor, zeker als er op die weg ook wordt gefietst. Dan kun de via een brede strook voor een industriebedrijf omdraaien, oversteken en de andere kant op gaan. Richting Athene. Dat is wel weer het andere uiterste, maar wat doe je als je zo de brug over het kanaal over kan rijden, dan neem je die weg en kom je vanzelf in Loutraki terecht. Bijna vanzelf dan Nog wel afslaan en gas blijven geven.
In het hotel was ik, scheur de schroef waarmee de waslijn is vastgezet stuk en laat mijn shirts op de rand drogen. Het kleine spul krijgt een plekje op een stoel. Ook de giebelende pubers zijn er nog, naast ons.
Het vaste ritueel van tikken, lezen en wat slapen krijgt een vervolg, waarna we de kust weer op zoeken voor een wandeling over een pad en een straat die je als boulevard van Loutraki kunt beschouwen. Het is een wandelgebied, maar Grieken houden zich nu eenmaal niet aan alle regeltjes, zodat er hier en daar ook auto’s staan geparkeerd. Enkele late straatgangers zitten te wachten op de zonsondergang. Het is zaterdag en dat betekent ook flaneren en dat doen ze jong en oud, families tegelijk soms. De ondergaande zon geeft opnieuw een prachtig beeld. Dat blijft altijd fascineren.
Bij Paulos en Nikos is het in tegenstelling tot een dag eerder wel druk. Niet alle gerechten zijn er. Uiteindelijk komt ereen xoriatiki, souttsoukakia gehaktvalletjes) en voor mij rundvlees met bambies (okra) op tafel. We krijgen fruit toe voor het bedrag van iets meer dan 32 euro.
In het hotel duik ik onder en gaat Tineke de tweede helft van de Champions League-finale kijken. Ik zie de laatste twee gemiste penalty’s van Bayern en de slotstrafschop, die Chelsea de beker met de grote oren bezorgt. Het geld heeft gezegevierd over het voetbal.

27 augustus 2012

Verkassen


Vrijdag 18 mei 2012
Vandaag voor het laatst last van de Amerikaanse kinderen tijdens het ontbijt. Ditmaal gedragen zij zich iets beter, laten minder achter op hun bord. Maar voor de rest blijven het voor mij een stel klieren. De hero van de dag moet meteen zijn shirt weer inleveren, want die hebben ze (de leiding) vandaag voor iets anders nodig.
Wij weten nog net het laatste beetje jus uit de bak te persen en brood is er ook nog voor ons. Gebakken eieren niet en aan de gekookte (koud en hard groen) eieren begin ik niet. Na het ontbijt nog even de tanden poetsen en de laatste dingen inpakken voordat we weer gaan verkassen. Vandaag verlaten we Nafplio en gaan naar Loutraki, aan de noordzijde van het Kanaal van Korinthe.
We hebben inmiddels ervaring gekregen hoe we het beste de stad kunnen uitrijden. Voor we echt de stad uit zijn, wil Tineke eerst nog even tanken. Het station waar 1,668 moet worden betaald voor een liter zien we te laat. Iets verderop moet 1,71 worden neergelegd. Dat station blijkt echter gesloten, zoals er in Griekenland wel meer dicht gaat en blijft. Onze literprijs wordt uiteindelijk 1,669 en daar kunnen we wel weer een tijdje mee vooruit. Elders op de Peloponnesos zullen ongetwijfeld wel weer andere prijzen gaan gelden. Kalamata ligt bijvoorbeeld toch verder van de raffinaderijen af dan Nafplio.
Onze route is voor een deel bekend. De eerste ruim 25 kilometer sowieso, want die gaan richting Paleio Epidravos. Daarna rijden we naar het noorden. Op de borden moeten we Korinthe en Athene aanhouden. Tineke zit er niet op te wachten om met de auto naar Athene te rijden en dat meldt ze me overduidelijk. Maar met de kaart in de hand weet ik haar feilloos richting het beroemde Kanaal van Korinthe te loodsen.
Weer of geen weer. Dat laatste dus, want echt lekker is het niet. Fris, dat allereerst en nat. Veel wolken en regen. Tineke stopt even voorbij het kanaal zodat we nog snel enkele foto’s kunnen maken. Een klein vrachtschip wordt door een sleper door het kanaal getrokken. In de verte davert een trein van Athene naar de Peloponnesos. Eindbestemming? Patras? Kalamata? Geen idee. De trein rijdt.
Wij gaan snel weer door naar Loutraki, waar we ook al snel Hotel Mantras vinden. De bewegwijzering die we van Ine hebben meegekregen klopt als een bus en Patty, misschien zien we die nog in Kalamata of op het vliegveld. Voorlopig hebben we haar niet nodig.
Het inchecken gaat vlot. Dat doe ik terwijl Tineke haar auto iets verderop op een parkeerplaats neerzet. Het hotel heeft een zusje Mantras Sea Side, iets verder op in de straat. Wij zitten hier op de vierde etage. Beetje lastig om wifi te krijgen, maar ook dat lukt wel. Soms moeten we daarvoor richting gang.
Tijdens onze eerste wandeling langs het water maken we een stop bij La Coralle voor een tosti en een club sandwich en als het droog is gaan we weer verder. Op het eerste oog is Loutraki geen echt interessante stad. Een badplaats, ja dat zeker. Met heel veel hotels en barretjes, cafés en ouzoriën. Vooral bij Grieken is het een favoriete badplaats. Het had vroeger de naam Thermae, waarmee wordt verwezen naar de heilzame bronnen.
De treinverbinding die Loutraki aandeed is verleden tijd. De rails liggen er nog steeds en worden gebruikt om auto’s te parkeren, want aan parkeerplekken lijkt het toch wel een gebrek te hebben. Zeker als de Grieken hier ook arriveren. Misschien maar goed ook dat het weer het een beetje laat afweten, dan hebben de Grieken geen zin in een verpozing aan het strand.
De middag gebruiken we voor internet, tikwerk en wassen, want dat hebben we in Nafplio niet gedaan. Tineke heeft in Nafplio gisteren nog wel een lijntje gekocht en die bind ik naast een bestaand draadje, zodat zij morgen weer voldoende schoon spul heeft. Ik was morgen mijn spullen wel uit.
Het is mogelijk om in dit hotel te dineren. Tineke gaat liever ergens uit eten en dat doen we ook. We gaan toch maar naar de kust, omdat we elders niet zo snel een taveerne hebben kunnen vinden. We nestelen ons bij Paulo-Nikos. De zon doet zijn best ondertussen om door de wolken heen te prikken. Als een goedmakertje voor een toch wel grauwe ietwat verregende dag. En dat lukt ook. Ineens zakt de zon er doorheen en nadert in hoog tempo het water. Je kunt het sissen bijna horen als de rode vuurbal in het zwarte water wegzakt. Een mooi gezicht. Eerlijk is eerlijk.
Terug naar de maaltijd. Ik heb patatasalata besteld. Nee het wordt geen aardappelsalade zoals wij die kennen, maar mooie stukjes aardappel gecombineerd met tomaat en stukjes uit. Tineke heeft een souflaki xirino en ik neem gemista. Natuurlijk komt er ook ouzo en bier op tafel. We krijgen fruit toe en dat voor nog geen 27 euro.

26 augustus 2012

Opgravingen


Donderdag 17 mei 2012
Ik ben vroeg wakker en stap het balkon op en zie dat er ook bij de kinderopvang al vroeg bedrijvigheid is. Dat begint met het schoonvegen van het straatje. En daar is men nog mee bezig als de eerste vader arriveert om zijn dochter te brengen. Ook de poort van het stadion, dat iets verderop ligt, is al open. De binnenkant van de baan is gereserveerd voor de snelle lopers, de buitenzijde voor de langzame joggers en de wandelaars, die het kennelijk toch veiliger vinden om hier te lopen dan buiten op straat, waar zij fungeren als vrij wild voor jagende chauffeurs.
Als we beiden opgefrist zijn, gaan we naar beneden waar de schoolkinderen hun maaltijd er weer op hebben en de laatste instructies krijgen voor zij op pad gaan. Opnieuw blijft er veel achter op tafel, brood, beleg, drinken. Ik noem het een gebrek aan opvoeding, iets wat ik in Nederland helaas ook wel tegenkom.
Voor vandaag staat in ieder geval een bezoek aan Mycene op het programma. Maar eerst naar Nemea. Vanaf Nafplio kom je langs Mycene, maar het is geen reden om daar eerst heen te gaan. Maar waarom wil ik eigenlijk naar Nemea. Nou onder andere vanwege de Nemeïsche Spelen, die iedere twee jaar werden gehouden in het oude Griekenland. Het jaar voor en het jaar na de Olympische Spelen. De historie gaat terug tot 573 voor Christus, maar wanneer de Spelen precies zijn ingesteld is niet bekend.
Over het ontstaan gaan ook twee verhalen. Het zou begonnen zijn als begrafenisspelen voor de koningszoon Opheltes, die was doodgebeten door een slang. Het andere verhaal gaat over Heracles en de Nemeïsche leeuw, een gigantisch beest die de vallei van Nemea onveilig maakte en onschendbaar leek. Ook Heracles slaagde er niet in om hem met pijlen en zwaard te vellen. Pas nadat de held het hol van de leeuw was binnengedrongen, versloeg hij het beest met zijn knots, een uitgetrokken olijfboom. Door de klauwen van het dier te gebruiken als mes, wist hij het dier open te snijden. De kop van het dier werd zijn helm en de huid zijn harnas.
De arena van Nemea is niet zo indrukwekkend als die van Olympia. De toegangspoort is nog steeds aanwezig en wordt gerenoveerd waardoor wij er niet doorheen kunnen. Er vlak voor ligt het Apodyteria en op een kleine kilometer de opgravingen van het oude Nemea.
Deze opgravingen worden gedomineerd door de aanwezigheid van een aantal Dorische zuilen afkomstig van de vroegere Zeus-tempel. En zoals gewoonlijk weet ik weer ergens badhuis te ontdekken. En daar zet Tineke haar vraagtekens bij. En dat is in dit geval niet terecht.
Het wordt tijd om naar Mycene te gaan. Het door velen vervloekte Mycene, een van de beroemdste plaatsen van de Peloponnesos. Een bezoek aan deze opgraving haalde Tineke over de streep toen het maken van de rondrit ten sprake kwam.
Zelf verbind ik Mycene aan Agamemnon, de koning van deze stad en aanvoerder van de Grieken tijdens Trojaanse oorlog waarbij Helena moet worden teruggehaald nadat zij is met haar eigen toestemming is geschaakt door Paris. Veel schrijvers hebben de stad gebuikt in hun verhalen. De geschiedenis van de stad gaat terug tot 2100 voor Christus.
De macht van Mycene wordt omstreeks 1150 voor Christus gebroken door de Doriërs, die alle centra van de Dorische cultuur verwoestten. Daarna was de invloed van de stad duidelijk minder.
Het burchtpaleis met zijn cyclopische muren is gebouwd op de akropolis. Wij komen binnen door de beroemde leeuwenpoort. Een stukje architectuur, dat niet ongeschonden is gebleven, want de ‘leeuwinnen’ zijn hun hoofd kwijtgeraakt.
In het complex zijn enkele paleizen gevonden. Binnen de muren woonden de hoogwaardigheidsbekleders en is ook een grafcirkel aangetroffen. Later werden de koningen buiten de muren begraven. Diverse schatten zijn er in Mycene gevonden. Het beroemdste is ongetwijfeld het gouden masker van Agamemnon.
Ook is er een gangenstelsel aangetroffen, dat onder andere werd gebruikt voor de watervoorziening. En Henk zal Henk niet zijn als hij een stapje verder maakt dan misschien wel goed voor hem is. Zonder zaklantaarn zie ik echter niets en daarom keer ik toch maar weer op mijn schreden terug en ben daardoor in staat om dit verhaal te schrijven. Via een Myceense tombe en het museum komen we terug bij de grote parkeerplaats waar de auto staat.
Ook aan de voet van de akropolis zijn vindplaatsen te bezoeken, maar het moet ook voor Tineke leuk blijven. Bovendien wordt het er niet warmer op en betrekt de hemel. Mede daarom verlaten wij het bovenste gedeelte en gaan naar het dorp, dat geheel afhankelijk is van het toerisme. Bijvoorbeeld van hongerige bezoekers, want boven valt er niets te eten. Met parkeerplaatsen proberen eigenaren van eettentjes de massa te paaien, maar als we dan op een stuk grond uitkomen waar het bras een meter hoog is, hoeft het voor ons ook niet meer. Dan meer terug en naar de overkant waar we de auto wel kwijt kunnen.
Na het eten vertrekken we weer richting Nafplio.
Onderweg zijn nog diverse opgravingen en voor Iraio wil Tineke de grote weg nog wel even verlaten. Hier is nog een oude tempel van Hera te vinden, althans de resten van wat zuilen en muren. We moeten ons uiteindelijk nog haasten en de laatste regendruppels treffen ons.
Nu wordt het echt tijd om terug te gaan en we keren terug naar ons hotel. ’s Avonds eten we weer in het gezellige straatje, Tineke spaghetti of is het op zijn Grieks makaroni. Zelf start ik met saganaki en krijg daarna keftedes en gigantes.
Lekker.

23 augustus 2012

Theater

Woensdag 16 mei 2012

Het wordt tijd om de omgeving maar eens te gaan verkennen. Na het ontbijt. De zaal delen we vooral met kinderen. Jonge kinderen ergens tussen tien en twaalf. Amerikaanse kinderen die hier onder begeleiding van drie juffen en een leraar zijn neergestreken. Een wel erg witte klas, met een meisje met Pakistaans uiterlijk, dat er alles aan doet om de braafste te zijn, de ‘hero’ van de dag. Want er worden twee shirts uitgereikt, een voor de persoon die het meeste doet voor anderen, dus schuift zij braaf na het eten de stoelen aan die anderen schots en scheef hebben achtergelaten. Als de hoofdleidster spreekt is het stil, maar daarna maken ze een kabaal voor honderd.
In de zaal ook nog wat groepjes oudere jongeren, die hier met een opdracht zijn. Zal ook wel iets met cultuur te maken hebben, want waarom ga je anders naar Griekenland. Je hebt hier veel van dit soort stagegroepjes. Ook uit Nederland, hoewel die niet in Hotel Nafplio zitten. Er zijn echter voldoende van dit soort hotels, dus dat is ook niet zo gek.
Vandaag staat een bezoek aan Epidavros op het programma. Even wat moeite om de stad uit te komen, maar daarna gaat het rap. De wegen zijn goed en de afstand – nog geen dertig kilometer – is niet bezwaarlijk.

Een bezoek aan het oude Epidavros is eigenlijk een must, Vooral het bezoek aan het theater maakt een diepe indruk. Voor ons zwermen Italiaanse jongeren uit over de tribune, of moet ik zeggen trappen van het theater. En daarop zijn ze vervolgens bijna niet terug te vinden. Zo immens groot is het hier.
Een begeleider geeft een demonstratie en legt de akoestiek uit. In het midden van het toneel ligt een steen en dat middelpunt is ook het centrale punt waarop je mensen het beste verstaat. Hij loopt enkele diagonalen en dat maakt eigenlijk geen verschil. Het verscheuren van een programmablaadje en het ineenfrommelen van het papier is vanaf de bovenste rang te horen. Een speld horen vallen? Die demonstratie wordt niet gedaan, maar een muntje wel. Vanwege de Griekse crisis neemt hij geen eurocent maar een munt van twee euro. Die pingt door het theater. Echt verbazingwekkend. Een terecht applaus valt hem ten deel.
Een aantal jongeren gaat zingen, spreken. En voor iedereen is er een welverdiend applaus. Niet alleen door de jongeren, maar ook door de volwassenen die de diverse rangen zijn opgeklommen.
Het theater is in de vierde eeuw gebouwd door Polykleithos de jongere. Er kunnen zo’n 12.000 toeschouwers in. Natuurlijk wordt er voortdurend gewerkt, want je moet geen ongelukken krijgen, maar het ook authentiek blijven, dus echt veel mag er niet worden veranderd. Ja er zijn moderne lichtmasten gekomen. En het wordt ook nog steeds gebruikt voor festivals. Die zijn er vanaf juni, dus een bezoek aan een theater- of muziekstuk is voor ons niet weggelegd.

Het theater is ook het hoogtepunt van Epidavros. De tholos is overigens ook van de hand van Polykleithos.
In het terrein liggen uiteraard een badhuis, een arena en enkele tempels, zoals van Artemis, Apollo en Asklepios. De verering van Asklepios ontstond in Thessalië. Hij was de zoon van Apollo en de nimf Coronis, die door Apollo werd gedood omdat zij hem ontrouw was. Voor Coronis werd gecremeerd werd Asklepios uit het lichaam van zijn moeder verlost en toevertrouwd aan Cherion, die hem de fijne kneepjes van de geneeskunde bijbracht. Asklepion was zelfs in staat om doden tot leven te wekken. Zeus vond dat maar niets, werd boos en doodde Asklepion met een bliksemschicht, zodat hij op de Olympus terechtkwam.
De verering van Asklepios ontstond aan het eind van de zesde eeuw voor Christus. Toch was hij al zo’n veertienhonderd jaar bekend. Uit die tijd dateren de eerste berichten over hem. Volgens velen heeft de pestepidimie tijdens de Peloponnische Oorlog – 429 voor Christus – meegeholpen aan de cultvorming van Asklepios.
Maar genoeg over hem en het oude Epidavros, dat in de valei van het schiereiland Nisi – het vroegere Akté – is gebouwd. Wij verhuizen naar de kust, naar Paleio Epidavros, waar we aan de waterkant bij Poseidon een maaltijd nuttigen en wat drinken. Niet verkeerd, hoewel Tineke mijn keuze om onder een parasol te gaan zitten minder kan appreciëren. We lopen nog een stukje verder en lopen door het dorp terug naar de auto en vertrekken.
Mijn route strandt al meteen in de wirwar van smalle wegen die naar vooral campings ten zuiden van Paleio Epidavros leiden. Dan toch maar terug. Tineke wil graag naar het strand, maar als we in Tolo voor een uitgebreid zandstrand staan, is de vraag: ‘waar moeten we nu heen?’ Daar hoef ik niet lang over na te denken. Voor mij lever geen strandbezoek. Dus door naar de haven. Daar maken twee mannen zich gereed voor een duik. De kustwacht bemoeit zich er ook nog even. Voor ze voor ons echt onder water verdwijnen duurt wel een stief half uurtje, of was het toch nog langer. De tijd gaat soms zo snel.
Terug in het hotel vallen we in slaap en er wordt ’s avonds niet meer gegeten.

15 augustus 2012

Nafplio

Dinsdag 15 mei 2012

De nachtrust in Apollon heeft me goed gedaan. Het ontbijt wordt ons hier bezorgd. In de eetzaal, dat nog wel. Het is geen roomservice. Wel koffie en slappe jus, maar geen melk. Verder is alles aan de taks. Ach wat mag je verwachten voor veertig euro. Ik check uit en breng onze tassen naar de auto, die popelt om Nafplio te bekijken.
Maar eerst moet ik nog even uitzoeken hoe de ruitenwissers werken. Want Tineke komt er niet uit. Ja, zoiets moet je mij helemaal niet laten doen, want ik heb geen verstand van auto’s.  En maak meer stuk dan heel. Of toch. Ik raak de hendel aan en die komt iets naar me toe en dan… gaan die dingen, die daar op het raam zitten, spontaan heen en weer, heen en weer. Ja, beginnersgeluk. Maar wel handig bij regen.
Ik heb de route bestudeerd en het beste lijkt mij om niet helemaal naar Tripoli door te rijden, maar iets eerder af te slaan naar Stadio en Steno. De bedoeling is goed, de uitvoering iets minder, maar pakt toch ook weer goed uit. Zo zie je opnieuw dat improvisatie het kan winnen van alles van minuut tot minuut vastleggen.
Stadio bereiken we en de weg naar Astros volgen is evenmin een slecht idee, en zo komen wij bij Tefga uit. Met een prachtig park een mooie kerk en oude muren, monumenten en een borstbeeld dat van zijn sokkel is gevallen.
Het enige minpuntje hier is de wind. We hebben dan onderweg al wat regen gehad. Gelukkig dat de ruitenwissers het deden, zullen we maar zeggen. Vanaf Astros volgen we de baai en rijden moeiteloos naar Nafplio. Daar vinden we ook het hotel Nafplio, maar het zoeken naar een parkeerplaats heeft wat meer voeten in aarde.
Het huidige Nafplio is een havenplaats aan de Golf van Argolis, aan de voet van de berg Palamedes. Volgens de overlevering is de stad gesticht door Nauplion, zoon van Posidon en Amimone, toen hij van Euboa (Evvia) naar Argolis kwam. Hij versterkte Nauplion met cyclopische muren. Zijn nazaat is Palamedes, een uitvinder, die het volk vermaakt met zelfbedachte spelen, bijvoorbeeld tijdens de belegering van Troje.
In de derde eeuw voor Christus werd de top van AkroNauplion versterkt. In de romeinse tijd was de stad verlaten. De Byzantijnen bezetten Nauplion en herbouwden in de vijfde eeuw de versterkingen bovenop de funderingen van de hellenistische constructies. Ernaast stond het Frankische fort (1210-1377) en daar weer naast het Venetiaanse fort Castel Toro. In 1450 bouwden de Venetianen de benedenstad voor de vluchtelingen uit Chalsis, dat door de turken was veroever. In 1540 werd Nauplion aan de Turken afgestaan. De Venetiaan Francesco Morosini heroverde het in 1686, waarna het de naam Napoli di Romania kreeg.De Venetianen bouwden toen ook de rechthoekige borstwering om de Akro Naplion te verbinden met de stadsmuren en een indrukweekend fort van acht met elkaar verbonden bolwerken op de berg Palamides. Het bleek niet voldoende om de Turken te werken, want die namen de stad in 1715 weer in. Na de bevrijding werd in 1822 Nauplion de eerste hoofdstad van de onafhankelijke staat Griekenland en vervulde die rol tot 1833.
Dat fort bekijken we vanaf het balkon van ons hotel en vanuit de stad. We maken een middagwandeling door de smalle straatjes om ons te oriënteren in onze nieuwe verblijfplaats en eten op een winderig terras een pita gyros.
Langs de haven zijn slechts enkele horecagelegenheden. Een enkele modern, maar ook weer niet super. Je kan er eten, maar echt authentiek is het allemaal niet.
Aan de kade ligt een cruiseschip dat aan het begin van de avond vertrekt en langzaam wegglijdt langs het Venetiaanse fort op het eiland Bourtzi dat aan de mond van de haven ligt.
Voor ons eten, niet te gek laat, gaan we de stad weer in. Moeiteloos vind ik het winkelstraatje waar we overdag ook zijn geweest. Daar heb je enkele gezellige eettentjes. Zo aan de straat. En dat doen we dus gewoon op een terrasje half op de straat, waar wandelaars en fietsers vlak langs komen. Evenals die ene taxi, die zijn vrachtje voor de deur afzet.