27 november 2010

Mala Strana – Kleine Zijde

Donderdag 4 november 2011
Na het ontbijt vraag ik om de code van het internet bij de receptie, omdat de verbinding die ik heb gebruikt wordt weggedrukt, misschien ook wel te langzaam is.
Nog even snel de mail bekijken, voor Tineke een mailtje opstellen en dan op pad naar opnieuw gindse zijde van de rivier: de Kleine Zijde, Mala Strana.
We lopen weer over de Karelsbrug en dan zijn we dus eigenlijk al aan onze bedoelde wandeling door dit deel van Praag begonnen. Deze wijk ligt aan de voet van de burcht. In de wijk staan talloze paleizen, die in sommige gevallen door andere landen worden gebruikt als ambassade. Die van Nederland is in deze wijk niet te vinden.
Via de Mostecka waar aan het herstel van het wegdek wordt gewerkt – zware hoekige stenen worden geplaatst – slaan we af naar de Karmelitska. Hier bevindt zich de St.Maria-de- Victoriakerk.
Zeker een bezoekje waard en niet alleen vanwege het (wassen) beeld van het Praagse Christuskind. Aan de zijkant richting sacristie bevinden zich de herinneringen van missiebezoeken naar en uit verre, vreemde oorden. De tijden dat de kerk de mensen nog echt wilde bekeren en priesters en nonnen missionarissen werden genoemd. Aan de muren in een gang tref ik een hele rits Afrikaanse maskers, die zouden niet hebben misstaan in het Cobramuseum, waar Tineke en ik eerder dit jaar een tentoonstelling over maskers hebben bezocht.
Ik beland in de kerk achter de schermen en dat wordt ook allemaal toegestaan. Een non poetst nog wat op, zorgt dat de bloemen er fris bijstaan en geeft de bloemen water. In de sacristie zit een oudere geestelijke te studeren, geestelijke lectuur, zoals dat al eeuwen gebeurt. Een jongere geestelijke geeft in de kerk uitleg en gaat desgewenst met je op de foto.
Wat een verschil is er toch tussen de ene kerk en de andere. Tussen de ene mens en de andere.
De wandeling gaat verder. Bij het muziekmuseum slaan we af. Laten de drukte van de stad achter ons en komen uit op het Maltezerplein.
Ik ontdek op een binnenplaats enkele beelden en nadat we aan de andere kant van de Maltezska namesti teruggelopen zijn duik ik een parkje in, dat zich verder uitstrekt langs de rivier – of beter gezegd ingeklemd is tussen de rivier Vltava en de beek Cirtovka.
Aan deze beek ligt ook het voormalige lustslot Michna, dat wordt gerestaureerd. Op deze plek stond vroeger een klooster voor de Dominicanen. Het Michnapaleis werd in 1580 gebouwd door Ottavio Aostalli voor de familie Kinsky, die het als zomerpaleis inrichtte. Pavel Michna, uit Vacinov kocht het in 1623 en liet het verbouwen. Hij stak daarmee zijn vroegere meerdere Wallenstein naar de kroon. In 1767 werd het paleis aan het leger verkocht en langzaam trad het verval in. In 1921 kocht de gymnastiekvereniging Sokol het op en maakte er een sportcentrum van en kreeg het paleis weer iets van de oude glorie terug.
Het Kampamuseum voor moderne kunst – gelegen aan de rivier - is niet echt aan mij besteed. Hoewel de aparte tentoonstelling –verdeeld over enkele zalen en verdiepingen - gewijd aan de Tsjechische schilder Frantisek Kukpa mij nog wel kan bekoren. Er hangen veel studies van hem, studies van werken die in de National Gallerie in Praag hangen. Deze permanente tentoonstelling is gecombineerd met beelden van Otto Guttfreund.
Maar eerst worden we geconfronteerd met modern werk, de naam van die tentoonstelling: We doubted, hated and dispaired van Ladislav Novak.
Maar goed blijven hangen in een museum is niet alles dus keren we terug naar de rivier en hebben een mooi uitzicht op de Karelsbrug, terwijl in het park de wind de gele bladeren over de paden en het gras jaagt.
In de Duivelsbeek draait het rad zijn rondjes door het modderige water. Naast de Malthezerkerk staat de Lennon-Imaginemuur, vol met graffiti. Ook in deze kerk, klooster is –net als in het Clementinum - tegenwoordig een universiteit gevestigd.
Het einde van dit deel van de wandeling is genaderd. Er zit nog een tweede deel Kleine Zijde aan vast en die begint zo bij het plein van de Kleine Zijde. Althans voor ons, waarbij we als snel een lunchpauze inlassen. In J.J. Humphreys Bar in de Trziste nemen we een kop soep met een sandwich ham/kaas. Ik drink er een Staropramen bij.
En dan maar weer op weg. In de Vlasska worden de auto’s gecontroleerd op explosieven voor ze verder mogen rijden. Met een spiegel wordt de onderkant bekeken. Voor en achterklep worden gecontroleerd. Bestuurders gefouilleerd. En dit alles vanwege de aanwezigheid van de Amerikaanse ambassade, gevestigd in het Schönbornpaleis. Wij mogen echter met onze rugzakken gewoon doorlopen. Natuurlijk worden we bekeken. En steekt er heel nonchalant een politieagent over om ons nader te bekijken. Maar al fotograferend kom je een heel eind, zeker met een westers uiterlijk. En mijn baard? Ach zo ontzagwekkend is die toch ook weer niet.
Via de trappen op de Jannsky Versek belanden we op de drukke Nerudova, die we al kennen van onze wandeling naar de burcht. We gaan nog wel even op zoek naar de twee Moren aan de gevel van het voormalige Morzinpaleis waar tegenwoordig de Roemeense ambassade is gevestigd.
En op zoek naar de beeltenis van de drie violen. Hier heeft ooit een vioolbouwer gewoond. Tegenwoordig zit er een restaurant in. Het laatste stukje geloven we wel, omdat we opnieuw geen zin hebben in de bezichtiging van de St.Nicolaaskerk op het Malostranske namesti. Toch een opmerkelijk plein. Het heeft meer weg van een heel blok. Dit plein was in vroegere dagen de markt van de burcht. Door de bebouwing is het in twee stukken gedeeld. Behalve de al genoemde kerk staan er onder andere ook het stadhuis van Mala Strana, het Liechtensteinpaleis, Sternbergpaleis, Smirickypaleis en Kaisersteinpaleis.
Wij willen nog graag de Wallenstein-tuinen bij het Wallensteinpaleis bezoeken. Maar dat wordt ons verhinderd. De toegang - aan de Letenska - is weliswaar open, maar de tuinen zelf blijven voor ons gesloten. Er wordt in gewerkt en de bezichtiging is slechts van 1 april tot 31 oktober. Ja het seizoen is voorbij, dat krijg je als je in november naar Praag gaat.
Via de Manesuv most steken we de Vltava over en hebben nu vanaf de andere kant zich op de Karelsbrug. We belanden nu in Josefov. Het eerste wat opvalt in de Joodse wijk is het Rudolfinum, de concertzaal. Gelegen aan het Namesti Jana Palacha, inderdaad het Jan Palachplein.
We lopen door de Siroka naar de Vezenska, waar de Spaanse synagoge is gevestigd. Hier wordt vanavond een concert afgewerkt met onder andere werken van Gershwin. Door een sextet van het Tsjechisch Symfonie-orkest. Bekende stukken in een klassiek jasje gestoken. Tineke koopt voor dit concert twee kaarten. Op talloze plekken in Praag, in kerken en concertzalen, vinden dit soort bijeenkomsten plaats. Omdat Tineke nog wat wil drinken voor we naar ons hotel gaan stap ik Gambrinus in. Daar moet het lukken. Het blijkt een eetzaal te zijn, waar je bij diverse balies goedkoop eten kunt halen. Tineke drinkt een Gambrinus, ik doe het met een Birell van 0,6 procent alcohol. We drinken het staande op.
Tegen vijven gaan we terug naar de Spaanse synagoge. Daarbij komen we door Pariszka met winkels van de modehuizen Dior, Cartier, Hugo Boss, Lacoste. Niet onze prijsklasse, zal ik maar zeggen. Bij de synagoge moeten we nog even wachten voor we naar binnen mogen en hebben een plekje op de eerste rij. Het Czech Collegium bestaat uit drie violisten, een cellist, een bassist en als solist de trompetspeler Vladislav Kozderka.
Het concert begint met de West Side Story van Bernstein, waarna Gershwin aan bod komt met Rhapsody in blue en An American in Paris, Na nog enkele Gershwin werken komen we bij Summertime. Ik moet de nijging onderdrukken om mee te zingen. Na I got rhythm en Somebody love me verlaten we het Gershwin-repertoire en belanden bij Loewe (My fair lady), Rubinstein (Melody), Anderson (Plink, plank, plonk) om met Jerome Kern (Smoke gets in your eyes en Ol’ man river) af te sluiten. Een toegift zit er niet in.
Die vinden we in de avondwandeling. We lopen de wijk uit door dure straten, waar jonge dames hun haar laten modelleren door de duurste Praagse kappers. Op goed geluk kom ik uit op de Ovocny Trh, waar het Tylttheater is gevestigd. Op dit plein gaan we eten bij Libor. Ons eten wisselen we om, ons drankje niet. Ik drink een Gambrinus en Tineke witte wijn. Na afloop nog een dessert en dan terug naar het hotel.
Vroeg onder de wol, want het was toch weer een drukke dag.

26 november 2010

De Burcht

Woensdag 2 november 2010
Ontbijten in hotel Melantrich doe je met slappe koffie en in een ongezellige ruimte, meer een gang die vanaf de receptie richting de kamers loopt. Het ontbijt zelf is verder prima, met lekkere jus, eventueel melk, diverse soorten broodjes en boterhammen, wit en bruin, ruim gesorteerde vleeswaren, diverse kaassoorten, fruit, yoghurt, gekookte en kruimelei. Keuze genoeg dus.
Voor dat ontbijt heb ik al een tijdje zitten tikken op de kamer en erna gaan we op pad, richting Mala Strana (Kleine Zijde) en de Praagse burcht. Het eerste gedeelte is na gistere al bekend terrein. Op de Karelsbrug begint men ook wakker te worden. Er speelt bijvoorbeeld al een Dixielandbandje. De zelfbenoemde kunstenaars zetten hun ezels neer en hopen op veel klandizie. Een jongedame heeft zich al laten strikken en wordt getekend. Maar een gelijkenis? Ik heb het niet kunnen ontdekken.
We lopen nu de wijk Kleine Zijde in en komen langs de Parlementsgebouwen. Via folders wordt de democratie van het huidige Tsjechië uitgelegd. Ook hangt er een lange lijst met namen van voormalige regeringsleiders.
Op het plein van de Kleine Zijde (Malostranske namesti) staat de St. Nikolaaskerk. Bezoeken of niet. Die vraag stellen wij onszelf. Nog maar niet, want ons einddoel is vandaag de Praagse burcht, zoals al gememoreerd. En wil je daar echt alles bekijken, dan ben je wel een dag - en zelfs meer dan dat - zoet.
Schuin voor de kerk staat de Drievuldigheidszuil, een eerbetoon uit 1713 omdat de pest is bedwongen. Op het plein wacht een klassieke auto op toeristen, die via deze vorm van vervoer de stad willen bekijken.
Wij lopen door en klimmen trappen omhoog naar de wijk Hradcany, waarin de burcht staat.
Dit is het begin van Praag, dat in de negende eeuw gesticht werd door prins Borivoj. We denken het paleis al snel gevonden te hebben, maar komen toch echt bedrogen uit. Het is wel een paleis, het Czerninpaleis. Dit paleis is in 1668 gebouwd voor de keizerlijke ambassadeur van Venetië, graaf Czernin van Chudenice. Tegenwoordig is het ministerie van Buitenlandse Zaken er gevestigd. In 1948 vlak na de communistische staatsgreep viel de populaire minister Jan Masaryk hier uit een raam van de bovenste verdieping. Viel of gebeurde er toch iets anders? Die vraag is nooit opgelost.
De routetekening van de Capitoolgids klopt niet helemaal. Via Loretansak en Kanovnicka en dwars door een parkje - over het gras – bereiken wij de eigenlijke burcht. Op naar het koninklijk paleis, achter een groepje musici aan. Musici in uniform, die bij het paleis om twaalf uur muzikaal de wisseling van de wacht begeleiden.
De aflossing biedt weinig spektakel. Geen superaflossing door de Tsjechen, die weinig maat kunnen houden. Wel met een vaandel, verder weinig toeters en bellen. Nou ja op de blazers, de trommelaar en de sirene na. De sirene, die gilt vlak voordat de wisseling begint. Het dixielandbandje buiten de paleismuren houdt het in ieder geval maar voor gezien. Vreemd, want na zoveel gegil klinkt toch iedere toon als muziek in de oren?
We kopen kaartjes voor de bezichtiging van gebouwen en exposities in de burcht. De grote Tour. Twee dagen geldig en tevens geldig voor meerdere ruimtes binnen een gebouw. Toch is niet iedere expositieruimte binnen de burcht hiermee bereikbaar voor ons, want voor de Golden Lanen-expositie of de tentoonstelling in het Toy-musuem met als ondertoon 50 jaar Barbie – moet de volle mep worden betaald. En ook voor een familietentoonstelling in het Lobkowitzpaleis wordt entree geheven.
Dat Paleis laten we maar even voor wat het is, maar dan loop ik wel vooruit op de feiten. In een van de vele shops kopen we een boekje over de burcht, alsof we nog niet genoeg lectuur over de stad hebben.
We starten met onze echte tour in de St.Vituskathedraal. Een imposant gebouw dat in 1344 werd neergezet, althans toen werd er mee begonnen. Met de bouw. De voorloper stamt al uit 925. Toen St. Wenceslas de Vitusrtonde neerzette. In 1060 gaf prins Spitihnev opdracht tot de bouw van een drieschepige basiliek. Pas veel later – tussen 1872 en 1929 – werd de kerk ook daadwerkelijk afgebouwd in de huidige vorm. Het Gouden Portaal is in eerste instantie de hoofdingang, tegenwoordig ligt die aan de westzijde. Via een luchtbrug moet het mogelijk zijn om van het Koninklijk paleis in de kerk te komen. Ik kan de brug niet ontdekken. Afgebroken? Inschuifbaar? Dat is iets waar ik nog niet achter ben.
In de kerk vallen mij allereerst de prachtige glas-in-loodramen op en de Gotische gewelven. Verder de rijkdom die hier ook weer door de kerk is verzameld. Betaald door vaak ijdele edelen en kerkheren die de arme bevolking uitkleden in plaats van aankleden.
Er is prachtig houtsnijwerk te zien. Kunstwerkjes met een geschiedenisachtergrond soms, zoals hoe Frederiks van de Paltz na de Verloren slag bij de Witte Berg het hazenpad kiest.
Zelf ben ik bijzonder onder de indruk van het massieve grafmonument van Jozef Nepomuk, gemaakt in 1735. Nepomuk staat symbool voor de Contrarevolutie. Op de Karelsbrug zijn overigens diverse beelden aan hem gewijd.
In de kerk liggen in het Koninklijk graf Ferdinand I, zijn vrouw Anna en hun zoon Maximiliaan II opgebaard. Niet alles staat open voor publiek. De crypte waarin Karel IV en zijn vier vrouwen hun laatste rustplaats hebben gevonden kan bijvoorbeeld niet worden bezocht. Eigenlijk is het te veel om op te noemen en daar begin ik dus ook maar niet aan.
We gaan nu naar het Koningspaleis, waar in de kelders – speciaal voor ons - een oude tentoonstelling staat opgesteld, met lijkwaden en botjes en al. De grote Vladislavzaal staat in schril contrast met vroegere tijden. Toen leek het wel een soort markt, vonden er zelfs ridderspelen te paard plaats. Daar zie je nu weinig meer van terug. Kaal en leeg. Niets koninklijks.
In de Landrechtkamer kwam het parlement bijeen. Dit deel werd in 1541 door brand verwoest en in 1563 door Bonifaz Wohlmut herbouwd.
Tijd voor een hapje (baguette/ciabatto) en een drankje (thee/Edelweissbier van Heineken) voor we naar het St.Jorisklooster gaan. Dit klooster is door Pirns Boleslav II in 973 gebouwd. Zijn zus Mlada was de eerste abdis. In 1782 werd het een legeronderkomen en na een ingrijpende verbouwing – tussen 1962 en 1974 geldt het als een museum voor Boheemse barokke kunst. Verdeeld in hoofdgroepen. Voor de kenners noem ik vroege romantiek, romantiek (waaronder landschapskunst), realisten en neoromantiek. Een apart deel is aan de familie Manes gewijd. Behalve schilderijen zie je hier ook beelden, zoals de hengst Ardo van Jozef Vaclav Myslbek, een voorstudie voor zijn standbeeld van St. Wenceslas, dat op het Wenceslasplein in de Nieuwe Stad staat.
Nee, ik ben geen kunstkenner, maar kan wel genieten van kunst. Soms gaat het om de prachtige details, kleuren, licht. Met symboliek heb ik iets minder, die zie ik niet. Herken ik niet. In tegenstelling tot Tineke die er met andere ogen naar kijkt en na afloop ook een boekje over de tentoonstelling aanschaft.
Het wordt tijd om verder te gaan. We wandelen naar het einde van de burcht. Boven aan de trappen naar de metrohalte van Malostranska heb je een prachtig uitzicht over de stad met zijn ruim een miljoen inwoners. Wie zegt er dat Praag klein is?
Nadat we de trap zijn afgedaald duiken we nog even de Kleine Zijde in en komen langs de ambassades van België en Polen en opnieuw bij de senaatsgebouwen voor we via de Karelsbrug terugkeren naar de Oude Stad. Het wordt nu snel donker en ook dat beeld – van een verlichte stad – is prachtig om te zien. Die oude gebouwen in de schijnwerpers geplaatst.
Na een stief uurtje rust op de kamer gaan we weer op pad en gaan uit eten bij Mikes. We zitten daar aanvankelijk alleen. Later duikt er nog een septet eters op. Tineke kiest voor goulash, Ik neem een Tsjechische plate met diverse soorten vlees, maar ook een worstje en een stukje kip. Bovendien – oh gruwel – een prik zuurkool. Tineke prikt daar wat van weg. Ik laat het onaangeroerd. Wijn en bier (Kozel) om het er goed in te laten glijden. Als dessert een pannenkoekje gevuld met ijs en fruit. Eigenlijk veel te veel, maar het gaat op.
We vinden het te vroeg om al terug te gaan naar ons hotel en sluiten af met een avondwandeling door de stad. Eerst naar het plein, dan richting Kruittoren, afslaan naar het theater over het Ovocny Trh. Hier was vroeger de voormalige fruitmarkt. En dan staan we toch weer dicht bij ons hotel. Dat was nog niet de bedoeling.
Andere kant op, richting de boulevard, nog een keer afslaan en via het theater terug naar het altijd trekkende plein. Daar pakken we nog een afzakkertje op het verwarmd terras van café Italia.
Nog een ding wil ik noemen. In Praag worden iedere dag concerten gegeven, klassieke concerten, jazzconcerten etc. Soms op echte podia, maar ook in kerken, synagoge of gewoon huiskamerconcerten. Op straat worden folders uitgedeeld, keuze te over.

24 november 2010

Stara Mesto

Dinsdag 2 november 2011
De wekker gaat om ongeveer vier uur. Bed uit, verse jus maken een beker melk inschenken en dan nog even douchen. De spullen staan al in de kamer dus die hoef ik niet meer naar beneden te sjouwen. De koffers zijn gepakt zogezegd.
De stedentrip kan beginnen en begint ook als wij door Daniël worden opgehaald. Dat wilde hij per se. Met de trein reizen was ook een mogelijkheid, maar het was een beetje krapjes geworden. Wat de tijd betreft. Toen Daniël zijn aanbod deed, was hij vermoedelijk niet echt uitgeslapen, had hij nog niet echt door dat hij daarvoor toch wel vroeg moest opstaan. Maar hij komt zijn woord na en pikt ons tegen vijven op, ’s morgens wel te verstaan. Zodat wij om vijf voor half zes bij vertrekhal twee op Schiphol staan.
Daar moeten we inchecken bij de KLM-balie. Zelf inchecken. Via van die pilaren. Paspoort invoeren, eerste drie letters van de bestemming aangeven en dan even wachten. De naam van de medepassagier aanklikken en steeds een stapje verder, zo het vliegtuig in. Twee stoelen – 15a en 15c – toegewezen krijgen voor vlucht OK 0618. Daarna de bagage afgeven en door de douane.
Bij Tineke slaat het poortje op tilt en zij moet haar laarzen uit voor ze wordt goedgekeurd. Ik krijg in een keer toestemming, zet mijn meest onschuldige blik op en hoef ook niet gefouilleerd te worden. Dat scheelt weer. Nog even een boek kopen – Trip – en een (Volks)krantje, een flesje water van 33cl (kosten 2,35 euro) en door naar Gate B6. Daar nog even een half uurtje wachten voor we verder mogen. Door een draaideur. Een bus in. Nee we gaan echt vliegen en niet met de bus. Die bus brengt ons – heel ouderwets - maar naar het vliegtuig. Een Cityhopper – Fokker70 – van KLM. Van KLM? Inderdaad en niet van Czech Airlines.
Eigenlijk had ik dat ook al kunnen zien aan de papieren, want dat stond er ook op vermeld.
Het vliegtuig vertrekt netjes op tijd, met nog geen vijftig passagiers aan boord naar Praag. Het is een rustige vlucht. We krijgen een gratis broodje en een glaasje water om het weg te spoelen. Voor Tineke hoeft dat broodje niet en slikt het water met haar angst weg. Na wat lichte hobbels bereiken we na zeventig minuten Ruzyne Airport. Dat is 25 minuten sneller dan we hadden verwacht, zodat we al om tien over half negen – voor het eerst in ons leven - op Tsjechisch grondgebied staan. Het duurt even voor de koffers van de band rollen en daarna kunnen we op weg naar ons Hotel. In de binnenstad. Met een taxi voor een vast bedrag van 600 kronen.
We zijn nog maar net op pad of onze Taxi-Skoda wordt op een afslag van de snelweg bijna in de vangrail gedrukt door een juf in een 4WD-SUV, zo’n wagen waar ik onlangs een column in de krant aan heb gewijd. Met een dame aan het stuur – nee geen Gooise vrouw – maar wel een voor wie de status belangrijker is dan het kunnen betalen, want handsfree bellen is er niet bij. Nou die vrouw wilde ook de afslag hebben, maar was wel een beetje laat. Kon met een hand aan het stuur ook geen richting aangeven. Onze chauffeur zag haar komen en via een ferme trap op de rem en draaien aan het stuur kon hij een botsing met de vrouw en de rail naast ons voorkomen. Zo dat avontuur hebben we er ook weer opzitten.
Wie nu meteen denkt dat het levensgevaarlijk is om je in het Tsjechische verkeer te begeven, heeft het mis. Weliswaar ben ik geen ervaringsdeskundige, maar het blijft bij dit ene incident. De chauffeur loodst ons veilig de binnenstad binnen en daar begint het inchecken opnieuw. Een oude baas geeft ons een klein briefje dat we moeten invullen en vertelt dat we pas om twee uur terechtkunnen op onze kamer. Tineke voorkomt dat we drie trappen op moeten en we krijgen een kamer op de eerste verdieping van het hotel, de tweede etage van het gebouw. Nummer 23 is voor enkele dagen ons verblijf. De koffers mogen we wel even laten staan, vlakbij de balie tot we onze kamer kunnen betrekken. Wij gaan de stad in.
Hotel Melantrich is gevestigd in Melantrichova en die straat komt uit bij het Stadhuis van Stare Mesto, de Oude Stad. Het oude stadhuis, waar nog steeds huwelijken worden gesloten, ligt naast Starometske Namesti. Op het midden van dit plein staat het monument van Jan Hus, die symbool staat voor integriteit en verwijst naar enkele mooie en zwarte bladzijden van de Tsjechische geschiedenis. Hus, afkomstig uit een arme familie, was een echte studiebol en was op zijn 29ste al rector magnificus aan de universiteit van Praag. Maar ook had hij forse kritiek op de katholieke kerk en was zo een voorloper van de Hervormingen. In 1412 werd Hus in de ban gedaan en hij vluchtte Praag uit. Keizer Sigismund beloofde hem een vrijgeleide als hij wilde getuigen in het concilie van Konstanz. Hus werd daar echter gevangengezet. Edelen uit Bohemen en Polen kwamen voor hem op. Tevergeefs, hij kwam niet vrij en werd door het concilie tot de dood op de brandstapel veroordeeld. Bij het naar de brandstapel lopen herinnerde Hus de Duitse keizer fijntjes aan diens belofte voor een vrijgeleide, maar het vonnis werd wel voltrokken.
Genoeg Hus. Achter het stadhuis staat de prachtige Nikolaaskerk. Een oase van rust in de drukke binnenstad van Praag. Vanuit de Oude Stad wandel je in no time naar de Joodse wijk. Daar wil Tineke heen, dus moet er een plan worden gemaakt voor wat we nu gaan doen. Ik bekijk nog even de Csechov Most (brug) die in het verlengde van de Pariszka ligt. Tineke stelt voor om een wandeling uit de capitool reisgids te maken. Die wandeling begint bij het Obecni dum – het Representatiehuis. Via het Oude Stadplein kun je daar gemakkelijk komen. Onder de Kruittoren door. Een toren die al heel vaak is verbouwd.
Vanaf hier lopen we weer terug naar het Starometske Nemesti. Waar om twaalf uur de apostelen naar buiten komen uit de klokkentoren van het stadhuis, om in twintig seconden terug te kijken naar de toeristen die hier staan te loeren.
Iets verderop stilt Tineke haar eerste trek, waarna we de galeriestraat Karlova inlopen. Vlak voor de brug ligt het klooster Clementium. We zijn dan al het barokke huis met de bron in geweest en hebben daar een kleine tentoonstelling bezocht.
Met alleen al het bezoeken van tentoonstellingen kun je je een maand bezighouden in Praag. In dat klooster Clementium heeft men zich vroeger - en eigenlijk nog steeds - met klimaatsbeheersing beziggehouden. Er wordt nu nog steeds les gegeven,op universitair niveau zelfs. Want het is al zo lang een universiteit, dat we de term klooster maar voor zoete koek aannemen. Maar ook hier kun je een expositie bezoeken.

Wij wandelen echter naar de Karelsbrug. En op de Karluv most zijn we zeker niet alleen. Ik heb het dan niet over de talloze beelden die hier aan weerszijden staan opgesteld. En ook niet over de vele tekenaars die een boterham proberen te verdienen. Zo in de eerste week van november kun je bijna over de hoofden van de toeristen heen lopen. Kun je nagaan hoe het is in het hoogseizoen. Dan is het echt filewandelen.
Aan de andere kant van de rivier Vltava liggen Mala Strana, de Kleine Zijde, en de Praagse burcht. Dat bewaren we voor morgen. Voor we teruglopen naar het hotel eten we eerst nog een baguette. Maar ook lopen we langs het huis met de beren en over een markt die dagelijks – om de hoek van het hotel - op Havelska wordt gehouden. Behalve veel kitsch wordt hier ook veel fruit aangeboden.
In het hotel kunnen we onze kamer in. We rusten daar even uit, want het is toch wel een pittige dag geweest. Ik maak een begin met dit verhaal en ontdek dat ik een gratis internetverbinding heb.
Zo rond een uur of zes gaan we de stad in. De winkels zijn ’s avonds open. Bata, zeven verdiepingen schoenen, C&A, New Yorker. Zo maar wat namen. Veel juwelierszaken ook en restaurantjes. Het is echt een gezellige drukte. Wij komen uit op de Jungmanova Namesti bij Cesky Raj gevestigd in een kelder en eten daar een steak (Tineke) en een pasta met stukjes bacon en een kaassaus. Als toetje aardbeien met vanille-ijs en muntblaadjes.
Na het eten wandelen we nog een stukje over de boulevard Vaclavske Namesti. Aan het eind ligt het nationaal musuem. Maar iets eerder is een teer stukje geschiedenis terug te vinden. Hier stak in 1969 de Tsjechische student Jan Palach zich in brand als protest tegen de overheersing van de Warschaupactlanden. Jan Zajic volgde zijn voorbeeld en overleed ongeveer een maand later. Bij een kruis liggen nog steeds bloemen. Verse bloemen, oude bloemen. Men is hen niet vergeten.
We wandelen terug langs ons hotel en gaan nog een keer naar het centrale plein in de Oude Stad om daar een paar avondfoto’s te schieten.
Tineke duikt om ongeveer tien uur onder de wol. Ze is het zat, terwijl ik dit verhaal aftik.

21 november 2010

Praag

Deel 1
Dit wordt de tweede van onze serie stedenreizen. En ere wie ere toekomt. Niet alleen het idee voor Stedentrips, maar ook de wens om naar Berlijn – onze eerste reis – en naar Praag te gaan, is afkomstig van Tineke. Zij plant de data en stippelt ook nog eens de reis uit. En ik; zeg ja en amen.
Heb ik dan helemaal geen inbreng? Nou dat is ook weer te kort door de bocht. Ik plak er bijvoorbeeld een extra dag aan vast. En misschien daardoor wel ingegeven houdt Tineke haar poot, kun je daar bij mensen/vrouwen wel van spreken, stijf. Wat is er aan de hand. Dat zal ik jullie uitleggen.
Tineke heeft onze trip geboekt via De Jong Intra. Niet alleen het hotel, maar ook de vlucht. Het idee om met de trein te gaan hebben wij – lezen jullie het verschil – al snel laten varen vanwege de reistijd. Vanwege dezelfde reden is het ook geen busreis of een ritje met de auto geworden. Een vliegreis dus; ’s morgens lekker vroeg van Schiphol vertrekken zodat we nog iets aan onze eerste dag hebben. Voor de terugvlucht biedt De Jong ons ook een ochtendvlucht aan. Ho even, een vroege vlucht? Ja, ergens midden in de nacht opstaan, zodat we ’s morgens ook weer vroeg in Nederland zijn. ‘Dacht het niet, er gaan ook later op de dag nog vliegtuigen.’ En dus gaat er een mailtje van Tineke naar De Jong: We hebben het recht om binnen acht dagen te annuleren en willen dat ook doen tenzij wij op een latere dag- of avondvlucht worden overgeboekt. En uiteraard zonder bijkomende kosten.
En omdat De Jong niet meteen reageert, gaat er een dag later nog een mailtje overheen. Zoiets neem je tenminste serieus en laat je niet zomaar zitten. Dus… reageert De Jong een dag later met de mededeling dat onze terugreis aan het eind van de middag zal zijn. Hoera, dat hebben we tenminste al lekker gewonnen.
En dan kunnen de voorbereidingen van start gaan. Want wat weten we nu eigenlijk van Praag, behalve dat het de hoofdstad van het huidige Tsjechië, voorheen Tsjecho-Slowakije, is. Ja, van de Praagse Lente hebben we uiteraard gehoord en ook dat dit niets, maar dan ook niets met het voorjaar van doen heeft.
De Karelsbrug daar hebben we ook wel eens van gehoord en dat er in Praag fantastische woningen staan, paleizen, kerken of beter gezegd: Praag is een echte cultuurstad. En de Joodse wijk natuurlijk, daar kunnen we niet omheen.
Ter voorbereiding kopen we enkele boekjes over de stad, waaronder een boek met wandelingen, van dezelfde uitgeverij waarbij we in Berlijn zoveel plezier hebben gehad. Tineke begint al vroeg met inlezen en ik? Ik laat het bijna allemaal over me heen komen. Luister – soms half – naar de enthousiaste verhalen van Tineke en ga zelf dan eindelijk ook nog maar een stukje geschiedenis lezen. Dat het in de tiende eeuw al een bloeiende stad was, dat er al snel twee burchten waren, dat het op gebied van geloofshervormingen een belangrijke plaats heeft ingenomen. Maar echt doordringen wil het niet wat ik lees.
Dus waarop wachten?
Op het vliegtuig; tot die vertrekt.