12 oktober 2010

De sleutel

Deel 4 Zaterdag 18 september 2010
We ontbijten weer heel rustig. Het fruit blijkt bikkelhard, zodat Tineke haar kiwi maar teruglegt, maar ook de kant en klaar gesneden stukjes kiwi zijn nauwelijks weg te happen. Vanaf vandaag hebben we een auto tot onze beschikking en zullen drie dagen hier op het eiland rondtoeren. Een Jeep van Mike Bike’s, getekend EMZ 9734. Niet in al te beste staat. Met een klapperend zeil, en de voorwielaandrijf doet het niet. Ook niet schoongemaakt. De afspraak is dat-ie om negen uur wordt gebracht. Dan staat er inderdaad een Jeep, maar geen eigenaar te bekennen, die komt op zijn Grieks een half uurtje later.
We hebben al een tochtje uitgezet. En maken vandaag een ritje naar de zuidwestkust van de stad. Even uitzoeken welke richting we opmoeten. Dat lukt en dan door naar Sagri. Daar hebben ze er hier op het eiland ook weer twee van, dus dat is even uitzoeken waar een oud klooster staat. In Kato Sagri of in Ano Sagri. Het klooster van Elevtherios. We zien het niet, maar wel het oude kerkje van agia Nikolaos.
En dat bezoeken we wel, al is het alleen maar om de zoon van Sigrid een eer te bewijzen. Het pad er heen is smal en gelukkig hebben we geen tegenliggers. Wel een hele rits auto’s achter ons, kan nog leuk worden met terugrijden, bovendien een aantal quads die je hier op het eiland in grote aantallen ziet. Het pad eindigt bij een veldje. Wat nu? Keren is niet mogelijk, passeren ook niet. Naast ons ligt de kerk. Ik verwijder het stalen hekwerk aan het eind van het pad en creëer zo een parkeerplaats op het land waar de oogst af is. De een na de andere auto volgt. Ik sluit het hek ook weer. Zoals het hoort. Via een muurtje bereiken we het kerkje, dat zijn schatten zorgvuldig voor ons verbergt. Een sleutel is er ook niet te vinden in een van de nissen, zodat we het kaarsje branden tot later orde moeten uitstellen.
De meute vertrekt en ik hoop alleen maar voor de eigenaar, dat de laatste het hek heeft gesloten. Een paar van de deelnemers komen we iets verder – na wat heen en weer gerij – tegen bij de tempel van Demeter, een complex met prachtige pilaren, gebouwd in de zesde eeuw voor Christus. Een deel van deze tempel is weer opgebouwd. In een bijbehorend museum is te zien hoe de tempel er in vroegere dagen daadwerkelijk uit heeft gezien.
Dat hier de godin van de vruchtbaarheid werd vereerd is niet zo gek. Want het binnenland van Naxos behoort tot de groenste plekken van de Cycladen.
We zakken nu verder af naar het zuiden en Tineke stopt nog even voor de kerk van Ioannis Theologos, die ook al weer via de restanten van muren (ditmaal van een gebouwtje) te bereiken is. Maar evenals bij het voorgaande kerkje blijft de toegang voor ons gesloten. Dan maar door naar het zuiden, naar Agiassos. Dat was immers ons streven. Hier ligt een mooi strand, waar je zo met je auto op kunt rijden. Nog iets zuidelijker staat het kerkje van Agia Sozon, de weg wordt slechter en slechter.
We stoppen onder ons ligt een baai, een kleine baai waar al twee koppels zich hebben neergevlijd, laat ze maar, geen zwempartij voor ona. Wel zet ik de prachtige kuststrook op de foto. Tineke overweegt nog even om met kleren en al een duik te nemen om wat fris water te halen, maar ik kan haar daar van afhouden. Zout water is geen drinkwater.
We rijden terug naar Agiassos. Het is tijd om iets te eten, desnoods alleen een stokbroodje. Bij Aliko beach verorberen we nog wel een heerlijke maaltijd onder de bomen. Bij Kopakis mogen we eerst even een kijkje in de keuken nemen om onze keuze te maken. Veel is er niet. Een groot gezelschap heeft het meeste al weggekaapt. De keuze; twee mogelijkheden. Wij kiezen voor een vegetarische maaltijd met onder andere artisjokken, courgette en ui. Dan slaat de schrik toe. Tineke is haar mobieltje kwijt. Zoekt in de auto, ik bellen. Wel gehoor, maar geen mobiel. Dan moeten we toch maar even terug, want haar hele agenda heeft ze in dat apparaat staan.
We verlaten ietwat gehaast de taveerne. Ik reken af. Nog geen twintig euro en bel nog eenmaal. En ja hoor, daar ligt de gsm. Onder een pet verstopt. Ja de eerste keer bellen ging ook al zo vreemd. Nou ja, het geeft niet, het mobieltje is terug.
We tuffen nu noordwaarts langs de kust. En rijden langs Kastraki. We zien steeds meer stranden, komen door Mikri Vigla, en rijden langs Paralia Orkos en Paralya Plaka. Het lijkt wel een lang gerekt strand via Maragas naar Agia Anna. Hier vind je de echte strandliefhebbers, die op loopafstand hun drankje en een hapje vinden bij een van de vele taveernes.
Onze reis gaat door naar Irea waar we te laat arriveren voor een bezoek aan de sanctuary of Dionysos. Om drie uur gaat het hek dicht, trouwens op maandag is het gesloten, zoals zoveel in Griekenland. Tineke stelt voor om zondag even terug te gaan. Dat is goed.
We keren terug naar de stad en doen nog snel enkele inkopen, waaronder brood. Nee, niet voor het ontbijt, maar voor het avondmaal, want uit eten gaan zal er vandaag niet inzitten, tenzij we er een heel late maaltijd van maken. Bij het brood nog wat vleeswaren en klaar zijn Henk en Tineke.
Dat denken we, maar bij ons huisje is de sleutel nergens meer te vinden. Het zal toch niet. Tineke gaat naar de balie en de deur wordt opengemaakt. Een sleutelmaker wordt gevraagd om het slot te vervangen, want een reservesleutel is niet zo snel te vinden. Maar die sleutelmaker blijft ook weg. De baas - bazin in dit geval – wordt er bij gehaald en die weet wel een reservesleutel uit haar mouw te schudden. Ik bedank haar vriendelijk en ga terug voor ons avondeten.
Zo rond half acht wandelen we naar de kastro voor een concert op een bijzondere plek. Aan de voet van de oude kastromuur. Ik schiet daar snel nog wat foto’s. Een jong stel laat hun tasje achter en ook dat red ik. Althans ik weet hen te achterhalen en hun kleinood terug te geven. Die kunnen vanavond in ieder geval hun huisje weer in.
Voor de uitvoeringsruimte verzamelen de bezoekers zich al vroeg. Er kunnen er ongeveer zestig in, er zijn er iets meer dan dertig. Die komen allemaal af op het domus-festival dat al voor het elfde seizoen draait. Veel klassiek werk, met zo nu en iedere week wel een Sunset concert met traditionele muziek en drankjes, dat eindigt in dansen. Verantwoordelijk voor het programma is art-director Elena Kiseliova.
Ons avondje uit bestaat uit een concert van piano en zang. Met Matina Velimachiti als zangeres, die als soliste optrad bij het Saxafoonorkest tis Nomarxias Piraeus in onder andere Parijs, Rome en St. Petersburg. Maar ook als operazangeres optrad in Italié. Maar ook onder andere rollen vervulde in de opera’s Candid (Bernstein) Falstaff (Verdi).
Caterina Karabatsa studeerde behalve fysica aan de universiteit van Athene ook piano aan het conservatorium in Athene. Zij gaf recitals en kamerconcerten door Griekenland, maar trad ook op in Engeland en Japan.
Het concert bevat voor de pauze onder andere werken van Ravel, Ioannis Konstantinides en Gershwin. Het prachtige Summertime is daarbij de afsluiting. Na de pauze wordt er werk van Sakelarides, Mitsakis uitgevoerd en wordt er afgesloten met H Mytria van Theodorakis. Er volgt nog een toegift, waarna het concert als beëindigd wordt beschouwd. Er wordt nog wat nagepraat en gedronken. Het einde van een bijzondere avond.
Wij wandelen naar de boulevard en ondergaan daar de gezellige drukte voor we terug naar 155 wandelen. Tineke heeft de sleutel veilig opgeborgen in haar portemonnee. Veilig inderdaad. We kunnen naar bed.

11 oktober 2010

Kastro

Tweede dag Vrijdag 17 september 2010
Naxos zien en ontdekken is ons plan voor vandaag. Met Naxos bedoel ik de stad. Maar eerst naar de bakker. Stop. Hier stop ik, want dat is normaal wel mijn eerste gang. Ditmaal zit het ontbijt inbegrepen bij onze reis. Een voordeel of een nadeel. Het is maar hoe je daar naar wil kijken. Meestal draait Tineke zich nog een keer om als ik vertrek en dat zit er nu niet in. Nu gaan we samen naar de ontbijtzaal.
Het aanbod valt ietwat tegen, maar daar moet ik niet over zeuren. Wel jus geen melk en het brood is ook niet helemaal je dat. Ik drink een kopje koffie in plaats van de gebruikelijke twee.
Na het ontbijt terug naar 155 en daar staan al snel twee jongedames klaar om onze kamer te vegen en het bed recht te trekken. No problem, ik tik mijn verhaal en Tineke gaat om half elf naar de hostess, die dat ook schijnt te zijn voor Engelse en Italianen en misschien ook wel voor Fransen, want die zijn hier eveneens goed vertegenwoordigd op het eiland.
Ze is de enige hostess op het eiland, vertelt ze. Tineke krijgt wat tips mee, huurt voor drie dagen een Jeep en scoort een excursie voor onze laatste dag op dit eiland, een tripje naar Paros.
Zo dan kan nu onze ontdekkingsreis door de Chora beginnen. Chora is ook hier de naam van de hoofdstad. Het ligt aan de kust, aan de westzijde van het eiland. We wandelen naar de boulevard waar het gezellig druk is en schaffen ons eerst een paar boekjes en een goede kaart van het eiland aan. Het boekje dat ik heb gezien was een Engelse versie, maar ik blijf de Griekse meegenomen te hebben. Niet zo slim, want mijn Grieks wordt steeds slechter aangezien ik geen lessen meer neem.
We lopen langs de verschillende havens, of eigenlijk is het er maar één. Het betreft in feite een aantal afzonderlijke pieren, voor particulieren, de kleine commerciële vaart en een voor de grote veerboten. Voorbij de haven, noordwaarts, ligt een schiereiland met daarop de restanten van een tempelcomplex.. Vermoedelijk van Apollo. Aan de toegangsweg staat ook een beeld gewijd aan Delos Apollo. De tempel wordt ook wel aan Bacchus toegeschreven.
Het complex is gebouwd, maar nooit afgemaakt door Lygdamis, een tiran die vanaf 550 voor Christus 26 jaar heerste over het eiland en onder wiens leiding Naxos zijn hoogtijdagen vierde. Het was ook de tijd dat Naxos in staat was om grote giften bijeen te schrapen voor het bouwen van bijvoorbeeld de sfinx van Delphi en de kolossos van Apollo op Delos. Het huidige complex ziet er indrukwekkend uit, vooral door haar poort van marmer, die goed bewaard is gebleven.
Het staat zoals gezegd op een schiereiland, waar de zee vrijelijk tegenaan klotst. Een kleine steen geeft aan dat hier ooit een tragedie heeft plaatsgevonden. Een man staat er nadenkend bij stil. Er zijn verse bloemen, misschien wel door hem gelegd. Ik ervaar de stilte en de kracht van de zee in dit gebied, een zee die zich nu nog kalm houdt, maar op een lager stuk zie ik ook het zout terug, achtergelaten door een zee die wel tekeer kan gaan en waarbij de golven over de rotsen heen slaan en een zilte plas achterlaten.
We besluiten op zoek te gaan naar het archeologisch museum en komen uit bij een ander museum, eveneens met archeologische achtergronden, waarin een deel van de vroegere wereld is nagebouwd. Het ligt aan de voet van de Griekse kathedraal, op een plein waar je meerdere kerken treft.
We wandelen verder door de smalle straatjes, met boogpoortjes, waarboven vaak nog woningen zijn gevestigd. Dit is Griekenland zoals we het kennen uit de plaatjes, de boekjes. Stil, wit en veel blauwe deuren en luiken. Een deel van de kastro is ingepakt. Wordt gerestaureerd. Vermoedelijk zit er een ook een kerk achter de grauwe doeken verscholen. Eens zullen hier wel weer mensen komen te wonen. Nu wordt er vooral veel met cement gewerkt. We wandelen door en gaan de kastro weer uit om ergens aan de boulevard te gaan eten. De baguette Arabia pie van mij heeft veel weg van een crèpe, Tineke had een groot uitgevallen baguette met ham kaas en mosterd. Daarbij nog verse jus en lemonjuice. Overheerlijk en het vult de maag.
Tineke koopt nog snel twee boekjes over Naxos, maar dan wel in de Engelse taal, waar we duidelijk beter mee uit de voeten kunnen. Hierna zetten we onze speurtocht weer voort. Naar het echte kasteel. Gevonden? Ho maar, wel een Venetiaans museum waar ze kaartjes verkopen voor het zogenoemde Domus Festival, vanavond bazouki, morgen staan Ravel en Gershwin op het programma. Met Summertime, nou dan weet je het wel. Vooraan zitten, ook dat nog. Kan het beter?
De Rooms katholieke kerk is op Naxos ook vertegenwoordigd en dat is ons volgende station. Wandelen en nog eens wandelen. De kerk is dicht. Steeds vaker ook voor mensen, die niet alleen naar de pracht en praal komen kijken, maar ook voor hen die behoefte hebben aan een rustig moment. Het zaad is gelegd, maar daarna moeten de gelovigen zich zelf maar bedruipen. We lopen nu een rondje door de binnenkant van de kastro. Tineke ontdekt talloze tegels met oude afbeeldingen op de gebouwen. We sluiten ons rondje helemaal en gaan hierna de kastro uit en terug naar ons Village.
Om wat baantjes te zwemmen. Ik doe dapper mee, maar leg het wel af tegen Tineke, die tweemaal sneller dan mij de 22 meters aflegt, ondertussen ook van de duikplank springt en oefent voor duikboot. Nee de overkant – onder water – haalt ze niet. Ik begin daar niet aan. Ben al blij dat wonderboy – de badjongen – mij niet van de bodem van het bad hoeft te halen na mijn tien baantjes.
Morgen nog maar eens oefenen. Aan de rand van het bad nog even wegdutten voor we teruggaan naar room 155 voor de verhalen en nog even slapen voor we uit eten gaan. Bij Oniri, al weer een roofgarden, in de Kastro, ontdekt tijdens onze wandeling eerder die dag. Een familiebedrijf met op het dak zelfs twee terrassen. Gezellig en goed eten. Voor ons een meiltsanasalata en een aardappelsalade, verder twee stoofpotjes, ik neem een vegetarische en Tineke een runderstoofpot. Uiteraard hoort er bier bij. En hier kan ik eveneens weer een Alfa nemen.
Vanaf mijn zitplaats kijk ik uit op een als windmolen opgetuigde schoorsteen. Daarboven hangt heel toepassend de wassende maan. Dat zal deze maan ook doen als hij niet oppast. Gebouwen worden in schaduwen gezet. Achter mij in de Kastromuur brandt het licht in een woning. Een tweede gaat aan, maar daar blijft het bij. Ons licht dooft langzaam en wij keren terug naar ons complex voor een rustige nacht.

10 oktober 2010

Reizen

Deel 2 Woensdag 15 september, donderdag 16 september 2010
Geen reis zonder pakken en afspraken maken. Zelfs ik ben al vroeg begonnen met mijn tas te pakken. Nieuw ondergoed en nieuwe sokken hebben hun weg naar de ingewanden van de slokop gevonden. Nieuwe T-shirts, nieuwe polo’s volgen. Lekker makkelijk, nog nooit gedragen en ze blijven tijdens de reis netjes, in het plastic. Bij mij is niet alle kleding nieuw, want de zwembroeken heb ik vorig jaar al aangeschaft en de lange broeken zijn eveneens van een eerdere datum. Wel weer nieuwe wandelschoenen.
Genoeg opgesomd. Over naar de afspraken. Dinsdagmorgen eerst ingecheckt in het vliegtuig, stoelen 11E en 11F, lekker voor de vleugels En taxi Salders besteld voor ongeveer half drie. We vliegen om kwart voor zes en dus wil ik om een uur of drie op het vliegveld zijn.
Naomi belt nog even, Raema en Daniël komen ’s avonds nog even langs, Ajax verliest kansloos van Real Madrid. Zo verloopt onze laatste avond thuis.
De tassen worden verder ingepakt en (taxi) Salders belt of ze eerder kunnen komen. Ruim eerder. Nou daar ben ik niet gelukkig mee, maar het moet maar. Voor tweeën staat het busje al in de straat geparkeerd. De chauffeur sjouwt met Tinekes tas, dat weer wel en we gaan op pad. Sprakeloos, geen uitgebreide kletsverhalen, alleen dat er een vlucht is vertraagd van mensen die hij moet oppikken en dat daardoor zijn schema hopeloos in de knoop komt.
Om half drie zijn we op de luchthaven, leveren onze tassen in bij het drop-off-punt zonder dat we in een rij hoeven te staan. Dat is wel weer het voordeel van vroeg op Schiphol te zijn. Tiineke koopt nog twee boeken, want ze had er slechts een paar bij zich en we drinken en eten (samen een broodje) voor we aan onze wandeling naar gate D87 beginnen.
En daar zijn we niet eens als eerste. Er zit al een echtpaar te wachten en langzaam stroomt het vol. Vlucht HV565 is een kwartiertje vertraagd, maar daarna gaat het rustig richting Griekenland. Het vliegtuig zit bommetjevol, onder andere met Engelsen. Zelf heb ik een Engelse dame naast me, die bijna de hele vlucht met een zwart ooglapje voor zit, vermoed ik. Want een groot deel van de reis slaap ik. Tineke is dankzij haar pillen redelijk ontspannen en heeft ook een rustige vlucht, die via Arnhem, München en Zagreb naar Thessaloniki en Athene gaat. Daarna landen we op Mykonis, onze eerste kennismaking met de Cycladen. Ik zet er geen voet op de bodem, dus nog streepje in het boek met eilanden. De tussenstop is kort en met nieuw volk aan boord vertrekken we naar Santorini ons voorlopige einddoel, of toch niet. Want eigenlijk weten we weinig van onze reis en onze bestemming.
Onze tassen komen laat op de band, die van Tineke zelfs als allerlaatste. Van een Engelse hostess krijgen we onze papieren en we weten nu dat we eerst naar Kamari gaan, daar onze tassen bij Kamari Tours kunnen laten staan en vervolgens naar Naxos vertrekken. We worden met de bus naar Kamari gebracht en dan gaat er bij mij een lichtje branden. Kleding, de korte broeken vergeten. Nadat we bij het reisbureau zijn afgezet is dat het eerste wat we doen, korte broeken zoeken. Ik schaf er twee aan en kan daar weer even mee vooruit.
Daarna eten en drinken we iets bij Mango aan de kust. Een prijzig iets, een frappé voor 3,50 euro is toch te gek voor woorden. In het voorjaar heb ik er in Pilion nog een euro voor betaald. Dat is wel andere koek, nee voor verse (?) jus, frappé en twee tosti’s , waarvan één een club, waren we 21 euro kwijt. Dat is te gek. Geen geweldige kennismaking met Santorini.
Om twee uur moeten we terug zijn bij het reiskantoor van Kamari Tours en worden we naar de haven van Santorini gebracht. Krijg ik meteen een eerste indruk van dit eiland. En die indruk is weer niet verkeerd.
Bij de haven is het wachten op de Blue Star Paros, de boot die ons naar Naxos brengt.
De eerste indruk van Santorini wordt nog eens bevestigd. De steile rotsen met bovenop de witte huizen. Er is een tijd geweest dat er delfstoffen werden gewonnen en die werden rechtstreeks in de ruimen van vrachtschepen geladen.
Voor Fira liggen cruiseschepen, dagelijks. Zeilboten kruisen over het blauwe water.
We varen langs de Cycladen Ios, Ikari en Paros voor we in de hoofdstad van Naxos belanden. Daar staat weer een Engels sprekende juf, die ons een envelop geeft en zegt dat we moeten wachten. Vergeet om te zeggen dat we in de bus kunnen stappen naar Mathiassos. Daar krijgen we de sleutel van onze studio. Klein maar wel heel rustiek, met een eigen zitje, een koelkast (heel belangrijk), douche en toilet, maar geen keukentje. Dat wordt ook niet van de bezoekers verwacht, dat ze zelf koken. Want op het terrein kun je kleine hapjes krijgen vanaf twaalf uur en er is een ontbijtschuur.
Ik fris me snel wat op en we besluiten om in het dorp iets te gaan eten. Maar waar? Met haar inzicht wijst Tineke de juiste weg en we wippen zo naar de boventuin van Evia om te gaan eten.
Zelfs voor ons aan de vroege kant, maar dat mag ook wel na zo’n lange dag. Henk kiest voor gebakken courgette vooraf, er komt een xoriatiki op tafel, de giouvetsi van Tineke wordt een spaghetti, waar veel minder smaak aan zit. Henk neemt een lournou (Imam). Al met al nog geen dertig euro, inclusief bier, water, ouzo. Dat is heel wat anders dan die prijzige lunch. We lopen terug richting Mathiassos, slaan nog wat vocht in bij de supermarkt en ik val al snel als een blok in slaap.

9 oktober 2010

De keuze
Deel 1

De keuze waar we op vakantie heen willen is snel gemaakt. We willen naar Pilion. Maar we zijn in de gelukkige omstandigheid dat we twee vakanties in een jaar kunnen boeken en het tweede vakantiedoel zal meer hoofdbrekens kosten. Of toch niet? Ik ga terug naar het najaar van 2009. Pilion wordt door Ross aangeboden, maar gaan er ook andere touroperators heen. Die vraag houdt mij, ons bezig. En dat betekent een beetje speuren op internet. Uit baldadigheid klik ik opeen zeker moment een link eilandhoppen open en kom ik een aanbieding tegen waar ik geen nee tegen kan zeggen. Een aanbieding voor een combinatievakantie op de Cycladen.
Een eilandengroep waar we nog nooit eerder zijn geweest. Twee weken, twee eilanden, in september 2010 – met ontbijt – voor heel weinig geld. In hotels met drie sterren. Hier hoeven we niet lang over na te denken. Boeken en de rest komt later wel. De bevestiging via de mail volgt automatisch.
Het besef dat we echt hebben geboekt komt eigenlijk al een dag later. Is dit wel goed? Klopt dit allemaal wel? Tineke waagt er een telefoontje aan. Ja mevrouw, dit is echt allemaal in orde. Het is een vroegboekaanbieding, slechts een week gelding. En daarna? Komt de prijs een stuk hoger uit, is bijna het dubbele van wat wij hebben betaald. Aardig van mijnheer/mevrouw Sudtours, het bedrijf waar wij deze reis bij hebben geboekt. Toch zit er een addertje onder het gras. Het was ook te mooi om waar te zijn. De touroperator wil ons niet verklappen in welke accommodatie we worden ondergebracht, zelfs niet in welk dorp we zitten. Ook over de rest van de reis laten ze ons/mij in het ongewisse. Dat hoort allemaal bij het grote avontuur. Ook het bekendmaken in welke volgorde wij de eilanden gaan bezoeken.
Nou prima, maar over de twee eilanden waar we zullen belanden kunnen we toch wel iets meer te weten komen. Hopen we. In Nederland kunnen we een klein gidsje van Santorini aanschaffen, maar over Naxos vind ik weinig terug. Ik moet het doen met wat ik op internet kan vinden en wat algemene informatie in boekjes over Griekse eilanden. Verder vind ik een (Belgische) site met wandelingen en print daar het een en ander van uit.
De Cycladen dus. Santorini – ook wel als Thira omschreven – en Naxos, het eilandwaar Dionysos is geboren. De god die zich laaft aan wijn.dat klinkt toch goed.
Maar toch... Iedereen waarschuwt mij. Die eilanden zijn veel te toeristisch, vooral Santorini. Niets voor jullie. Eigenlijk wil ik dat zelf uitmaken, zelf ook ondervinden. Niet opgelegd krijgen. Bij mijn speurtocht naar de Cycladen kom ik tot de ontdekking dat het om een interessant gebied gaat. Een eilandengroep in midden van de Egeïsche Zee. Ruim tweeduizend eilanden, waarvan sommige eigenlijk niet veel meer zijn dan een forse rotsklomp in de blauwe zee. Slechts 33 eilanden zijn er bewoond. De twee bekendste namen: Mykonos en Santorini. In het centrum is Delos te vinden, de thuisbasis van Apollo. Het eiland waarop de overspelige Zeus voor de jaloerse Hera de zwangere Leto verborg om haarte laten bevallen. Er was geen land of eiland te vinden die haar op wilde vangen, omdat ze allemaal bang waren voor de wraak van Hera. Uiteindelijk belandde Leto op het kale, rotsachtige Delos. Dat wilde haar ontvangen op voorwaarde dat haar kind zijn geboortegrond nimmer zou minachten. Leto bevieldaarvan een tweeling: Apolloen Artemis. Als eerbewijs schikte Zeus een krans van eilanden om Delos.
Ondanks overheersing van Kretenzers, Doriërs, Macedoniërs, Romeinen, Venetië en Turkije hebben de Cycladen altijd hun eigen cultuur weten te behouden. Maar ook de architectuur, al dan niet met ronde (gebogen) daken geven de eilanden hun eigen gezicht. Witte woningen en blauwe koepels.
Niet voor niets worden voor foto’s van Griekenland vaak foto’s van Santorini gebruikt. En dan heb ik het nog niet eens gehad over de mythe, het verhaal van Atlantis; de verdronken wereld. Volgens overleveringen is die te vinden in de baai van Santorini. Eigenlijk een grote krater ontstaan toen het eiland vanwege aardbevingen en spuwende vulkanen uiteen spatten meerdere delen. Veel later ontstaan er in die krater enkele nieuwe eilanden, waaronder het vulkaaneiland Nea Kameni.
Mijn interesse is gewekt. Daar wil ik op staan. Op dat eiland.

22 augustus 2010

Zand of Sail

Zaterdag 21 augustus 2010
Veel dezelfde schepen op Sail 2010. Maar dat is iets dat ik ook wel weet. Toch is de keuze niet moeilijk. Zand of Sail. Ik kies voor Amsterdam. Ondanks de drukte daar. Wat moet ik namelijk bij Nick & Simon? Dat is iets als The Cats, BZN, Jan Smit. Dat anderen wel op dat zandstrand van Almere Poort zich vermaken, daar kan ik best begrip voor opbrengen. Maar voor mij geldt: laat maar!
De muzikale smaak van onze oudste en die van mij liggen mijlenver uiteen. Een raakpuntje: The Stones. Zij kiest bovendien wel voor de zanderige sfeer en vraagt of wij willen oppassen op haar zoon, onze kleinzoon en die nemen we mee naar Amsterdam. Daar horen Piraten thuis. Jaren geleden trouwens ook wel op de Noordzee en op de Veronica te vinden. Daar zijn de voorgangers van Nick & Simon groot geworden. Die tijd ligt echter al weer ver achter ons. Tegenwoordig varen de piraten weer gewoon op zee (Somalië) en zwermen ver uit.
Onze Piraat gaat terug naar de zee en reist met ons (Tineke, Raema, Daniël en mij) mee met de bus en de trein naar het Amsterdamse IJ, waar een aantal Tallships ligt afgemeerd. Maar eerst nog even langs de KNRM, voor het geval er iets te redden valt. Op zee of gewoon – in dit geval – een Amsterdams binnenwater.
De eerste echte grote boot, die we tegenkomen is de Krusenstern, een naam die op diverse manieren wordt gespeld. De bark is in 1926 gebouwd en als vrachtschip de Padua gebruikt. Vooral voor vervoer naar Chili en Australië. In 1946 wordt de viermaster aan de Sovjet-Unie geschonken als herstelbetaling voor de schade door Duitsland aangericht in Rusland.
Vanaf dat moment krijgt de viermaster haar huidige naam en wordt voor diverse doeleinden gebruikt, onder voor oceanografisch onderzoek en als opleiding voor de visserij. Het schip is ook – al vanaf de jaren dertig eigenlijk – te zien in films. Nog steeds leren jonge Russische matrozen hier de fijne kneepjes van het vak, doet de Krusenstern mee aan regatta’s en is vaak een van de hoofdattracties bij internationale zeilmeetings.
De Russische Sedov, die ernaast ligt, is ook al van Duitse afkomst. Haar eerste naam is de Magalena Vinnen II. In 1936 krijgt dit vrachtschip de naam Kommodore Johnson en wordt vervolgens na de Tweede Wereldoorlog – eveneens als herstelbetaling – aan de Russen geschonken. Die noemen de viermaster naar de poolonderzoeker Georgie Sedov. Sinds 1991 is het eigendom van de Technische Universiteit in Moermansk. Vanwege de winterse kou ligt de boot echter vaak afgemeerd in Warnemünde.
En dan komen we bij de MIR. Dat betekent Vrede. Op dit schip hebben Tineke en ik al eerder gestaan en opnieuw gaan we aan dek. Het verhaal van de Mir is niet zo spectaculair als de vorige twee boten. Het is gebouwd in de jaren tachtig van de vorige eeuw in Gdansk en maakt deel uit van een serie schepen waartoe ook de Dar Mlodziezy behoort. Het is eigendom van de Maritieme Academie van St. Petersburg en word gebruikt als navigatie-opleidingsschip en doet regelmatig mee aan grote zeilwedstrijden.
Wie aan boord iets verder kijkt dan de neus lang is, ziet Nederlandse communicatieapparatuur staan. De kapiteinshut is voorzien van een ligbad. De tijd van wassen door een emmertje zout water uit zee te halen, dat is er niet bij.
Bijna gedragen door de massa laveren we over de kade, langs de Dhow Theyab, eigendom van de Kroonprins van Abu Dhabi. Wat heeft de Koninklijke Marechaussee, overigens op deze boot te zoeken?
Van een ander genre is uiteraard de Kamper Kogge. We wandelen en wandelen. Aan de stadkant profiteren eet- en dranktentjes van het evenement. Op de brug is van een Belgische fotograaf een fototentoonstelling te zien, met prachtige koppen. En via die brug gaan wij uiteindelijk naar de overkant. Een tochtje met een botter maken? Voor veertig euro de man/vrouw is het mogelijk. Een half uur varen. Er gaat veel geld om bij Sail.
Aan de noordzijde van het IJ wandelen we richting de pont. Daar ligt een echt piratenschip volgens ons Piraatje. Om aan boord te komen heb je engelengeduld nodig. En dat heeft de IJsbeer niet. En het Piraatje ook niet. Ach het is eigenlijk ook maar een replica van een oude Zweedse Oost-Indiëvaarder. Het schip zonk in 1745 en werd in 1984 gevonden, waarna het herbouwd is.
Het ligt naast het ING Piraten Eiland en dat is de plek waar een piraat thuishoort. Door zijn verrekijker tuurt, op zoek naar Mammoe.
Die is op de kade achtergebleven met Raema en Daniël. Wij gaan ook maar terug en wandelen nog langs een boot uit Oman en onder andere de Amerigo Vespucci een Italiaanse driemaster uit 1931.
Onze heenwandeling sluiten we af bij de Hollandse marine, die behalve met een onderzeeër ook vertegenwoordigd is met de Tromp. Nee, wij gaan niet aan boord van een van deze schepen. Niet alleen de belangstelling voor een bezoek is bijzonder groot, maar ook de controle van de marine. Je kunt immers iets aan boord willen smokkelen. Eigenlijk zijn we het allemaal een beetje zat.
Samengeperst op de pont over het IJ, ook daar hebben we geen zin in en daarom laten wij ons maar met het Piratenpontje overzetten.
Een ritje met de tram zit er daarna niet in. Overvol en al weer samengeperst als haringen in een ton gaan de reizigers naar het hoofdstedelijke CS. Ons manneke houdt zich prima. Ook niet zo gek, op de nek van de IJsbeer.
Wandelen naar het station kan ook, terwijl er nog een hele massa richting de verzamelde boten gaat, zoeken wij Almere weer op. We hoeven gelukkig niet lang te wachten op de trein en zien nog een laatste glimp van de boten. Daarmee zit Sail 2010 er voor ons op.

Sail 2010

Over de hoofden van de mensen
Langs het water van het IJ
Zijn de zeilen strak opgebonden
Touwen als kabels op een rij

Houten schepen, ijzeren boten
Meerdere masten staan aan boord
Opgetuigd klaar om te zeilen
Langs de kade hangt een koord.

Bemanning loopt gewapend
Met camera’s door de stad
Kijkt rond op de rode wallen
Dat hebben zij ook weer gehad

Ons piraatje draait aan ’t roer
Matrozen lachen naar de knul
Woorden blijven ongesproken
Zeiltaal is toch flauwekul

Alleen of met zijn allen
Langs al die schepen glijden
Jachten, klompen en wat botters
Geen poging de file te vermijden

Een half miljoen mensen slentert
Voort van schip tot schip
Viermaster, kogge en een dhow
Sail 2010 stijgt met stip.