18 september 2007

Limburg 6
Het blok

Wij willen weer op pad, maar eerst moet er nog een band worden geplakt. Tineke is daar zeer bedreven in en vindt het gaatje razendsnel. Ik controleer de buitenband, maar kan niets vinden. Wanneer ik de binnenband in de buitenband stop ontdek ik toch nog een stukje glas.

Tineke heeft niet voor niets naar kastelen geïnformeerd. We besluiten kasteel Hoensbroek te bezichtigen. Het ligt in de buurt van Heerlen, dus kunnen we meteen de sterrenwacht aldaar even meepikken.
Een pittige tocht en daarom wordt het bergklassement meteen weer in ere hersteld. Wij rijden naar Ransdaal en die klim ken ik, dus moet ik als eerste boven kunnen zijn. Denk ik. Naomi is iedereen echter weer eens te slim af. Laat zich lekker trekken en sprint vervolgens gelanceerd als eerste over de top. Goed voor 75 punten. Tineke volgt als laatste. Zij pakt echter 25 punten op een viaduct in de buurt van Hoensbroek. Sprinten op een molshoogte doen de 'echte' klimmers niet, zodat wij haar die lol gunnen.Voordat wij het kasteel binnengaan wordt er nog even iets genuttigd. Naomi vraagt uiteraard om een vlaai, maar die kennen ze daar niet. Zij moet het met een appelpunt doen en ook dat is goed te verteren. Tineke neemt een kop soep. Bij het afrekenen wordt haar consumptie vergeten. Niet erg, want goedkoop zijn ze niet.

Het kasteel is eigendom geweest van de familie Van Hoensbroek. Het onderhouden van een dergelijk optrekje kost handen vol geld en nadat de centjes op waren, is het gebouw flink verwaarloosd.
De vereniging Ave Rex Christie ontfermt zich over het bouwval en de restauratie wordt in de crisisjaren dertig letterlijk ter hand genomen. Vanaf de grond wordt het kasteel weer opgebouwd. Aan de inrichting wordt nog gewerkt.
Er moet geld terugverdiend worden. Daarom is het gebouw al opengesteld voor publiek. Bovendien komen een Rotary- en Lionsclub in het kasteel bijeen.
Talloze oudheden zijn door de vereniging verzameld en tentoongesteld. Een bezoek is zeker de moeite waard, maar het kasteel haalt het toch niet bij het Muiderslot.
Het hemelbed heeft grote indruk gemaakt op Raema.
,,Zo'n bed wil ik later ook'', geeft zij aan.
Naomi ontdekt twee schilderijen over de Servaasbrug in Maastricht. De verscheidenheid aan zaken bevalt Tineke uitstekend, terwijl ik mij verdiep in de geschiedenis.
Nadat de kinderen nog even in 'het blok' zijn geslagen stappen we weer op. Ik vind dat ik in Hoensbroek 25 punten heeft verdiend bij een mierenhoop, die hij als eerste overwint. Maar ik krijg mijn zin niet.

Bovenaan ontdek ik de vroegere mijn Emma. Talloze mijnen zijn er nog steeds gedrapeerd in het landschap. Gebruikt wordt er geen enkele meer.
We rijden er langs en komen uit in Brunssum. Hier vraagt Naomi de weg naar de schaapskooi. Een goede uitleg blijft uit. Op goed geluk gaan we verder. Mijn richtingsgevoel laat mij ditmaal - in Valkenburg ging het faliekant mis - niet in de steek. We ontdekken een restaurant en ploffen neer op het terras. Tijd voor een boterham.
Op het terras heeft tevens een bruidspaar plaatsgenomen. De bruidsfoto's worden geschoten en gelijk met ons vertrekken zij weer. Aan de serveerster heeft Tineke dan al de weg gevraagd. Wij blijken in de buurt te zitten en kunnen dezelfde afslag als naar de sterrenwacht nemen.
In de sterrenwacht Schrieversheide is een tentoonstelling voor satelliet-tv. Dat trekt ons geen van allen, zodat wij niet naar binnen gaan. Sterren kijken is er bovendien vanavond niet bij. Dat doen ze hier alleen op dinsdag- en vrijdagavond. Naomi - onze sterrendeskundige - is teleurgesteld en komt even verderop bij de schaapskooi evenmin aan haar trekken.
De schapen zijn op de heide. Niet getreurd. Dan rijden we daarheen. Aanvankelijk is er nog iets van een bewegwijzering te vinden, maar al vlug - paddenstoelen en ANWB-borden kennen ze in deze omgeving niet - zijn we op ons gevoel aangewezen.
Een vriendelijke Limburger vertelt dat wij kunnen kiezen uit twee routes. Naar Katert of Nieuwenhagen. Beide onderdeel van Landgraaf. Achter ons ligt de Heksenberg.Een overblijfsel van de mijnbouw. We kiezen voor Katert, maar komen onderweg geen schaap tegen.

In Katert steken we de Slotweg in. Een naam, die wel past na het bezoek aan het kasteel Hoensbroek. We rijden langs de ruïne van Schaesberg en belanden onverwacht in het centrum van dit dorp.
We willen de kortste weg naar Voerendaal, maar dat is aan ons niet besteed. Voerendaal komt op de borden slechts eenmaal voor. En dan zitten we ineens op een industrieterrein.
Ik vraag de weg en krijg te horen, dat we terug moeten naar het centrum. Daar vertelt iemand, dat wij rechtdoor kunnen rijden en vervolgens bij het verkeerslicht linksaf moeten slaan. Dat licht zien we echter nergens. Toch belanden we in Voerendaal. Tineke ontdekt hier een slijterij en schaft een kruik Voerendaalse kruidenbitter aan.Aan het eind van Voerendaal begint de weg naar Ubachsberg. Tineke schrikt van de helling, die voor ons opdoemt. Ik stel haar gerust. ‘Die nemen we niet. We gaan naar Klimmen.' En dat moeten we ook tijdens het laatste stukje naar dit dorpje. Tineke wil ook wel eens in haar eigen tempo omhoog rijden en verdient de 75 punten, doordat zij simpel bij Naomi wegrijdt.
Ons turbomarietje begint meteen te zeuren. ‘Ik heb pijn in mijn rug.' En verdient daarmee meteen een pets om haar oren. Ik laat haar achter en rijd naar Tineke toe. We laten Naomi vervolgens aansluiten en die denkt nog even op een helling vijftig punten bijeen te sprokkelen. Daar steek ik echter een stokje voor.
In de afdaling behaal ik met Raema nog steeds achterop een snelheid van vijftig kilometer. Raema kraait het uit van plezier, terwijl de rest toch wel enigszins angstig wordt van het hoge tempo, dat wij realiseren. Ruim voor de anderen bereiken wij het huisje.

Na het avondeten gaan we op zoek naar het zwembad op de camping. We lopen het doodlopende straatje uit en moeten een stukje door een weiland. Raema is bang en weigert te lopen. Ik zet haar op mijn schouders. Tineke doet alsof zij ook bang is en begint het laatste stukje te rennen.
We komen nog een paar keer door een weiland, waarin koeien lopen. Raema bemerkt dat zij niets te vrezen heeft van de melkproducenten en loopt heel dapper zelfstandig door de laatste weide.
Het zwembad op de camping ligt vlakbij de uitgang. Het is zeker mooi, maar meer dan zwemmen is niet mogelijk. En eigenlijk was het de bedoeling van de kinderen om te gaan spelen in en rond het water. ‘Dat doen we dan nog wel een andere keer', brom ik.We lopen terug naar het huisje en beginnen aan een spelletje rummikub. Naomi kan uit, maar ziet de oplossing niet. Ik mag haar niet helpen van Tineke en doe dat volgens haar wel. Ik kort prompt Tinekes bedenktijd in. Naomi komt er niet uit en even later leg ik zelf mijn laatste steen weg, waarna ik Naomi aan de oplossing help.

De tijd gaat verder.
Ik ben absoluut niet bijgelovig. Zelfs niet op de dertiende dag van de vakantie van Naomi en mij. Dat het de dertiende dag was, zag ik toen ik ben gaan schrijven. Volgens vertelsels kan er op vrijdag de dertiende van alles mis gaan, maar die dag hebben wij al achter de rug.
Dat een dertiende vakantiedag ook nog voor verrassingen kan zorgen, dat heb ik - en niet alleen ik - ondervonden.

Ontbijten doen we net zoals de laatste dagen buiten. De spullen voor het zwemmen worden ingepakt. Het zwembad waar wij heen willen gaan ligt net even buiten Gulpen. De fietstocht kent weinig problemen. Naomi wordt door het vele klimmen met de dag sterker. Er steekt misschien nog wel een wielrenstertje in haar. Alleen mentaal zal zij sterker moeten worden.Even buiten Gulpen moeten we de weg naar Margraten oversteken. Daar is het een drukte van belang. We zijn duidelijk niet de enige, die het plan hebben opgevat om ons in het water te storten.
Bij het zwembad staat een rij van tientallen meters lang. Met lede ogen kijken wij daar naar. Opschieten doet het niet. Zeer langzaam gaan de mensen naar binnen. Talloze zwemliefhebbers arriveren nog. Moeten wij ons daar ook tussen mengen. Dat wordt straks weinig zwemmen. Baantjes trekken is niet mogelijk. Daar is absoluut geen ruimte voor.
Tineke en ik kijken elkaar aan. We hoeven niets te zeggen. Hier hebben wij absoluut geen zin in. Raema kan snel worden overtuigd van het feit, dat dit geen doen is. Naomi is het daar niet mee eens en legt zich mopperend bij ons besluit neer. Het badpak van Tineke moet nog maar even wachten op het inwijden.

We fietsen terug naar de verkeerslichten en overleggen wat te doen. Tineke oppert om naar het nog niet zo lang geleden geopende Foreldorado te gaan. Dit ligt op de weg naar Slenaken.Er is echter wel een maar. We hebben niet al te veel geld meegenomen en moeten derhalve zuinig aandoen. De entree is geen probleem. Enkele activiteiten kunnen er eigenlijk ook nog wel af, maar ik houd de vinger op de knip. Wel krijgen de kinderen alle ruimte en tijd om te spelen in de gratis speeltuin.

Eten bij Foreldorado is een verhaal apart. In de ruimte waar drankjes en ijs wordt verkocht is geen voedsel te vinden. In het restaurant wordt ons gevraagd wat wij willen eten. Een kaart is in geen velden of wegen te bekennen.
‘Kunt u mij aan een kaart helpen', vraag ik beleefd.
Met enig gegrom krijg ik deze ruw in de handen gedrukt. Op de menukaart staan dure diners. Dat gaat mijn budget te boven. Wij hebben meer het nuttigen van broodje voor ogen. Bij het nemen van een kop soep en een huzarensalade zijn we al volledig door ons geld heen.
‘Misschien kunnen we bij de snacks een broodje kopen', stel ik voor, terwijl ik naar een bordje wijs. Wij stappen op, maar de afdeling met de snacks is gesloten.
De laatste mogelijkheid om toch nog iets te eten is in het pannenkoekenhuis. Naomi en Raema zoeken buiten een tafeltje uit. Tineke en ik bestellen binnen pannenkoeken en nemen al vast iets te drinken mee. Wanneer wij bij het tafeltje komen, is daar een stelletje met een baby neergestreken. Het is overal ontzettend druk en nergens is er verder plaats. Geen probleem. Zij plaatsen hun bestelling en nu is het wachten geblazen.
Binnen is de organisatie volledig zoek. Onze pannenkoeken blijken aan anderen geserveerd te zijn. Hetzelfde overkomt ook onze tafelgenoten. En niet alleen aan onze tafel zitten mensen te wachten op hun bestelling. Overal wachten mensen of krijgen het verkeerde aangeleverd. Nieuwigheid moet ik maar denken. Een oplossing heb ik wel voorhanden. Gewoon met nummertjes werken. Dan is er niets aan de hand.‘Onze gasten’ krijgen uiteindelijk toch wat zij hebben gevraagd. De pannenkoeken voor ons laten nog even op zich wachten. Tineke gaat met de meiden voor de tweede keer de broedvijvers bekijken, terwijl ik geduldig wacht. Het duurt nog even, maar dan zijn ze er toch eindelijk. Eet smakelijk. Nou ja. ‘Jouw pannenkoeken thuis zijn toch echt veel lekkerder', zeg ik tegen Tineke, nadat ik de helft van mijn portie heb verorberd.

Voor ons is de pret eraf en na de maaltijd breken we op. Maar weer een stukje fietsen. Naar Margraten. Een flinke klim volgt. Naomi schakelt verkeerd terug in een bocht en belandt naast de weg. Ik wacht haar op, terwijl Tineke naar boven snelt om wat puntjes te verzamelen. Naomi en ik volgen. Op de langste helling krijgt Naomi de 75 punten van Tineke cadeau.
Even voorbij Margraten ligt het beroemde kerkhof van Amerikaanse oorlogsslachtoffers. Tineke wil dat graag bezoeken en we maken van de gelegenhuid - we zijn immers toch in de buurt - om de Cemetry te bekijken.Zeer indrukwekkend. Een groot monument voor wat nooit meer mag gebeuren. Talloze namen van Amerikanen, die in het Limburgse land zijn gesneuveld voor onze vrijheid, staan in een muur gegrift. Velen zijn begraven zonder dat echt bekend is wie daar zijn laatste rustplaats heeft gevonden.Het duurt Raema veel te lang. Al die witte kruisen. Zij loopt vooruit en belandt bij een vijver met prachtige waterlelies en gaat daar zitten. Ik loop naar haar toe. Naomi en Tineke bekijken ondertussen de kapel.
‘Wanneer ik nu mijn badpak aantrek, dan kan ik alsnog zwemmen', stelt zij voor.
Uiteraard kan dat niet. Wel mogen onze namen in het bezoekersregister worden geschreven. Tineke doet dat, zodat onze namen voor het nageslacht bewaard blijven.
Hierna is het tijd om terug te rijden. Via Sibbe duiken we naar beneden naar Valkenburg. Een kwestie van in de remmen knijpen en afstand bewaren. Vooral dat laatste is geen overbodige luxe.
Vooral Tineke is zeer oplettend. En maar goed ook. Naomi verliest haar pet en stopt abrupt. Tineke schrikt en kan haar nog net ontwijken. Zij wordt boos op de bergkoningin en bijt haar het een en ander toe. Naomi begrijpt gelukkig dat die woorden niet zijn gemeend, maar dat het van de schrik komt.

In de tuin gaan we voor het eten - dat grotendeels al is voorbereid - eerst nog zonnen. De vaat doe ik met de kinderen, terwijl Tineke de borden weer opruimt.
Na de maaltijd scheiden onze wegen. De drie vrouwen gaan naar de Vinkenhof en eten op het terras een ijsje. De bediening duurt sommige mensen te lang. Zij stappen op.
Zelf stap ik weer op de fiets voor het rondje via Ransdaal en Simpelveld. Klimmen gaat me nog steeds niet goed af. Verscholen achter de rug van een man op een racefiets klauter ik moeizaam omhoog. Naar beneden is een fluitje van een cent en gaat de kilometerteller simpel naar 54.
De weg naar Ubachsberg kent geen geheimen meer voor me en is gewoon zwaar. In Simpelveld kan ik naar beneden niet lekker vaart maken. Zowel voor als achter mij rijdt een auto. Oppassen geblazen dus.
Ik besluit het rondje iets uit te breiden naar Bocholtz. Daar wijk ik echter van mijn verdere plan af. Ik wil naar Bocholtzerheide en kom daar vermoedelijk automatisch terecht, wanneer ik de weg volg. Tot deze conclusie kom ik bij het bekijken van de kaart.
Ik kom bij Bahnerheide uit en moet daar doorheen rijden naar Overeijs. Ik sla echter af richting Vaals en kom vervolgens via Nijswiller, Wahlwiller en Wittem over veel vlakker terrein te rijden, dan mijn bedoeling is. Toch ben ik uiteindelijk blij weer terug te zijn. Het begint flink fris aan de benen te worden.
De vakantie vordert. We hebben besloten om weer een zwempoging in Gulpen te wagen. De dag begint fris. Ik maak het ontbijt en ben bang dat het zwemmen erbij zal inschieten. De kinderen willen samen de krant halen, maar treuzelen ontzettend. Daarom wordt er eerst gegeten en vervolgens gaat Naomi alleen De Volkskrant halen.
De drie meiden gaan samen een spelletje rummikub spelen. Raema wint. Ik pak mijn puzzelboekje en werk de laatste opgave af.
Raema krijgt een buggy om mee te spelen en Naomi doet vrolijk mee. Tegen het eind van de ochtend breekt de zon door de bewolking heen en langzaam wordt het iets warmer.
Ik stel voor om het mooie Gulpen met een bezoek te vereren. Tineke gaat akkoord en we stappen met z'n allen op de fiets. Bovendien nemen we onze zwemspullen mee voor het geval het weer ook nog aangenaam wordt.
In Gulpen gaan we eerst naar de AMRO-bank. We nemen geld op en wisselen onze overtollige D-marken. We lopen langs een fraai waterwerk en besluiten de Gulpenerberg te beklimmen. Vanaf deze kant is het panorama over Gulpen prachtig.
Ik zie onder andere het zandpad liggen, waarover ik naar beneden ben gereden na mijn tochtje over de Keutenberg. Van Valkenberg valt niets te ontdekken. We lopen nog enkele trappen op en bereiken de top. Wittem en Partij liggen nu ook aan onze voeten.Twee mannen komen vanaf Partij de berg op. Een hele toer en wij moedigen het dappere duo flink aan. Staand op de pedalen halen zij de top. Draaien naar rechts om bij het grote Mariabeeld te eindigen.
We willen niet de gehele dag in hogere sferen blijven en dalen, grotendeels over de asfaltweg, af. Een bordje, waarop staat dat fietsers beter kunnen afstappen, roept de verbazing van Naomi op. De weg is stijl en voor onervaren fietsers is het inderdaad verstandiger om te lopen. Een toerfietser negeert het gebod en rijdt rustig naar beneden. Hij vormt duidelijk geen gevaar voor de overige medeweggebruikers en neemt beheerst de T-afslag.

Wij keren terug naar onze fietsen en gaan toch alsnog naar het zwembad. Dat hebben meer mensen zich voorgenomen. Toch is het niet zo druk als afgelopen zondag. Voor de kassa vormt zich een kleine rij.
Een plekje vinden bij een van de buitenbaden is niet moeilijk. We gaan tussen het diepe en het middenbad zitten. Naomi en Raema willen meteen het water in.
Naomi mag van ons bovendien alleen van de glijbaan af. Er zijn drie grote banen naast elkaar en zij werkt ze alle drie achter elkaar af. Ik peins er niet over om van die helling af te glijden, heb ook geen behoefte aan het onveilig maken van het spartelbad of rond te stampen in het pierebad. Het diepe met Raema in vind ik prima.
Raema is er wel voor te porren en springt er pardoes in. Ik houd mijn bril op. ‘Anders zie ik niets'.Het duurt lang voordat ik door ben, want echt warm is het water niet. Uiterst langzaam steek ik mijn grote teen in het water. ‘Brr, dat valt tegen. Toch doorzetten, want ik heb het Raema beloofd.' Na mijn teen volgt een voet en langzaam daal ik langs een trapje naar beneden. Tineke bekijkt het schouwspel lachend en legt het vast op de foto voor het nageslacht.
Naomi is Raema gevolgd en de meiden spatten mij doornat. Voor mij het sein om volledig te water te gaan. Het hoofd - met bril - houd ik boven water. De kinderen houden het niet zolang vol en kruipen na wat rond gespetterd te hebben weer op het droge. Ik trek een paar baantjes langs de kant. ‘Zie je wel dat ik kan zwemmen. Ik houd er echter niet van dat mensen om me heen spelen. En ik wil graag de kant vast kunnen pakken of kunnen staan.'

Nadat ik het bad heb verlaten neemt Tineke Raema mee naar de gezinsglijbaan. Dat bekomt haar slecht. Op de glijbaan komen is geen probleem, maar daarna begint het gedonder. Een stel opgeschoten klieren houden zich aan de bovenkant vast en voorkomen zo dat anderen naar beneden kunnen glijden. Na enige tijd gaan zij toch naar beneden.
Onderaan houden zij zich opnieuw vast. Tineke heeft dat niet meteen in de gaten en laat zich gaan. Met enige moeite trekt zij Raema nog net langs de vervelende obstakels, maar zelf komt zij met het opgeschoten grut in aanraking. De pubers lachen daarom, maar Tineke is flink geraakt en zo voelt zij zich ook.
Zij is laaiend en strompelt terug naar onze handdoeken. In eerste instantie is er op haar been weinig zichtbaar van de botsing. De pijn is er echter niet minder om.
Zij wil verhaal halen bij de eikels, nadat zij met Henk enkele broodjes heeft gekocht. De meeste jongens reageren stupide op haar aanklacht. Slechts één jongeling begrijpt haar: ‘Sorry mevrouw. Het was niet mijn bedoeling u pijn te doen.'

De kinderen gaan ondertussen verder met hun spel en willen weer het water in. Raema laat zien absoluut niet bang te zijn voor water en springt van de duikplank in het diepe zonder dat ik in de buurt ben en zwemt terug naar de kant.
Zij heeft nu de smaak te pakken en het ritueel herhaalt zich enkele malen zonder dat een van ons aan de rand van het bassin op wacht staat. Haar zelfstandigheid wordt nog verder opgevoerd door haar alleen een ijsje te laten kopen.
Tineke en ik vinden het welletjes. Wij gaan het water niet meer in. Ik omdat het te koud is en Tineke omdat haar been aardig geblutst is.

Om ongeveer half vijf verlaten we het zwembad. In het dorp ziet Tineke een fietsenzaak en kijkt wat rond bij de wielrenspullen.
We fietsen naar Etenaken om bij Smeets boodschappen te doen. Ik stel voor om bij kasteel Oud te gaan eten en dat wordt door iedereen aangenomen. De boodschappen worden de boodschappen gelaten.
Na het diner verdwijnen de kinderen naar de speeltuin. Wij - de oudjes - kletsen onder het genot van een kop koffie nog even na. Voor een avondrit is het mij te laat geworden en we brengen de rest van de avond in ledigheid door.
Het dijbeen van Tineke is inmiddels bont en blauw gekleurd en begint aardig te zwellen. Met een koud bierblikje probeert zij de zwelling te bezweren.

16 september 2007

Limburg 5
Pijnigen

Vakantievieren is bijkomen van alle stress van de afgelopen maanden. Vakantievieren is ontspannen. Vakantievieren is lol hebben met elkaar.
Wat doe ik mezelf aan. Ik moet wel een zeer verwrongen geest bezitten om mezelf zo te pijnigen. Vanaf het eerste moment, dat ik de bult gezien heb, weet ik: 'hier moet en zal ik tegenop'.

Ik kan de beelden van vervlogen tijden nog zo voor de geest halen. De Keutenberg is tijdens menige wielerwedstrijd al scherprechter geweest. Het is geen lange klim, maar wel venijnig. Mensenmassa's, die coureurs langs de kant aanmoedigen, maken het er allemaal niet gemakkelijker op. Zwalkende fietsers, die van links naar rechts over de steentjes slingeren in de hoop niet te hoeven afstappen. Want dat doe je niet als professionele wielrenner.
Bij iedere wedstrijd zijn er echter weer ongelukkigen, die de top niet weten te halen. Niet omdat ze niet sterk genoeg zijn, want iedere wielrenner moet dit bergje kunnen bedwingen. Neen, ze moeten afstappen, omdat ze gehinderd worden door medecoureurs, die op hun beurt weer worden opgehouden.
Ik heb de Keutenberg al beklommen. Wandelend. Geen pretje met dat kapotte rechterbeen van me. In mijn hoofd duizelt het. Hier wil ik tegenop stampen. Maar hoe moet ik ooit die berg beklimmen? De schande om halverwege terug te keren is te groot. De mensen zullen mij uitlachen als ze mij zien zwoegen. Toch wil ik er tegenop.
Al dagen ben ik vroeg wakker. Een echt ochtendmens. Meestal blijf ik nog enige tijd liggen. Lees of schrijf wat. Maar vandaag, dinsdag 17 juli 1990, dwing ik mezelf op te staan. In mijn notitieboekje schrijf ik met grote letters Keutenberg en leg het boekje open in een stoel, zodat Tineke - ik heb haar niets over mijn hersenspinsels vertelt - het boekje vindt wanneer zij wakker wordt en op zoek gaat naar mij. Zij zal onmiddellijk begrijpen waar ik mee bezig ben.

Om even over zes stap ik op mijn citybike. Het is fris. De Keutenberg licht bijna om de hoek. Op weg naar de hel kom ik een krantenbezorger tegen op zijn fiets. Hij groet mij en kijkt mij deerniswekkend aan. Ik zie hem denken: 'Weer zo'n stakker, die zo nodig moet'.
Zou hij stiekem om de hoek gluren, wanneer ik met mijn martelgang bezig ben, gaat er door mij heen. Ik schakel nerveus om de juiste versnelling te vinden. Pak het verkeerde voorblad.
De eerste meters in de bocht zijn steil en te overbruggen. Het gaat goed. Daarna komt het zware rechte gedeelte. Ik probeer terug te schakelen naar het kleine blad. Maar dat lukt niet. Ik begin van rechts naar links te zwabberen en ga weer terug naar de rechterkant van de weg. De spieren in mijn rechterbeen spelen op. Ik val bijna stil.Moeizaam - staand op mijn pedalen - kom ik vooruit. Nogmaals proberen naar een kleiner blad te schakelen. Het lukt nadat ik het steilste stuk heb overbrugd. De rest is een peulenschilletje.
Ik hijg wel, maar niet zo erg als bij de beklimming naar Ransdaal, dan lijk ik net een oude stoomlocomotief. Het tempo is bedroevend, maar daar gaat het niet om. Ik wil boven komen en dat lukt me.
Ik sla de weg nar Gulpen in en neem - dom - een onverhard pad met grint en grote stenen. Mijn dikke brede banden kunnen daar wel tegen. Het pad voert naar beneden en met flink wat doorzettingsvermogen en via de nodige stuurmanskunst kom ik heelhuids beneden.
De weg naar Margraten ligt nu open voor mij. Het werkverkeer begint op gang te komen. De automobilisten zijn onwetend betreffende mijn prestatie. Niemand steekt zijn duim op, zo van goed gedaan jochie.
Fietsers zijn op de vingers van een hand te tellen. Gegroet wordt er niet. Iedereen gaat stil zijn eigen weg. Via Margraten fiets ik naar Sibbe en Vilt.De weg gaat licht omhoog en daarna steil naar beneden.
Ik kom eindelijk tot leven. Dit gaat lekker. Met een vaartje van boven de zestig dender ik door. Via Valkenburg bereik ik mijn vakantieadres in Schin op Geul. Iets meer dan een uur ben ik weg geweest. Het gemiddelde ligt net boven de twintig kilometer. Niet gek voor iemand, die nog moet leren (toer)fietsen en absoluut niet kan klimmen.
Ik maak de rest van de familie wakker.
‘Krijg ik nu de bolletjestrui', vraag ik aan mijn gezin.
‘Je kan wel zeggen, dat je daar tegenop bent gereden, maar eerst zien', antwoordt mijn eega.
Weg is mijn feeststemming. Nogmaals die verschrikking doormaken en dan ook nog met publiek. Nee, daar begin ik (voorlopig) maar niet aan.

Een paar dagen eerder.
Het ontbijt wordt buiten genuttigd, nadat Naomi de krant heeft gehaald. De wind is enigszins aangewakkerd en maakt het er zo 's morgens vroeg niet echt lekker op. Daarom heb ik er geen trek in om uitgebreid de krant te lezen.
Na het eten verkas ik naar binnen en neem de stofzuiger ter hand. Tineke komt achter mij aan. ‘Wat is er', vraagt zij.
‘Niets.'
‘Jawel, je bent zo stil. En je gaat ineens naar binnen. Ik ken je er zit je weer iets dwars.'
‘Nou, ik vind het gewoon nog te fris om buiten te zitten. Kan dat ook. Jij bent lekker aan het lezen en doet meestal het huishouden. Ik vind dat ik ook weleens kan poetsen.'

Het huisje krijgt een grote beurt van mij en daarna gaan we boodschappen doen. Raema zoekt kaarten uit om te versturen. Naomi heeft de pech dat een wesp haar bloed erg lekker vindt en steekt haar in haar keel. Ze heeft pijn. Laat dat ook weten en zorgt derhalve voor een hoop kabaal.
In de winkel dept een meisje een servet met wat azijn. Dat druk ik op haar keel. Tineke en Raema gaan vervolgens door met hun bezigheden en ik ga met Naomi naar buiten. Op de trap van het 'Ljubljana-Schin op Geul vriendschap monument' wordt het servet nog een paar keer nat gemaakt en knoei daarbij azijn. Dat bijt meteen lekker uit op de traptreden.
Raema heeft zin in een luie dag. Geen wonder want zij heeft het wel enorm druk gehad. Iedere dag weer achterop zitten, daar word je wel flink moe van.
Wij hebben wel zin om er op uit te trekken. Voor een wandeling. De meerderheid telt, zodat we kiezen voor een tocht van ongeveer vijf kilometer. Het pad voert aanvankelijk enige tijd door de weilanden, waarna we de provinciale weg tussen Valkenburg en Wijlre bereiken. Deze steken we over in de buurt van Etenaken en kuieren omhoog tussen talloze akkers.
Raema baalt en voert een act op. Zij volgt op meters achterstand en wil gedragen worden. Ze krijgt haar zin niet en blijft mokken. De weg gaat uiteindelijk weer omlaag en dat is voor haar het sein om zich verder maar stil te houden. De tocht eindigt officieel schuin tegenover de Eikenderweg. Wij bouwen echter nog een extraatje in en wandelen door naar 'Ons Koffiehoes' van Limburgiaster Frits de Graaf. Hij herkent Naomi nog van ons eerdere bezoek. Zij zat toen enige tijd te puzzelen. ‘Is de puzzel al af', vraagt de ex-international.
‘Ja', zegt onze meid dapper.
Tineke wil graag een coupe ijs. Het ijs is bijna op, maar met flink schrapen komt de oude baas een heel eind. Voor de kinderen is er de traditionele Limburgse vlaai.
In het huisje kijken we televisie. We zijn alle vier moe en vallen pardoes in slaap. Een hazenslaapje zo vlak voor het eten is zo verkwikkend. Het broodje gezond (met knakworstje) geeft mij weer energie. De vaat doen we met zijn allen en na het werk staat de koffie al te pruttelen.
Ik wil nog een rondje fietsen. Wil weten hoe de weg naar Meersen eruit ziet. Die route wil ik gaan rijden, wanneer we naar huis gaan.
‘Ga je mee Naomi?', vraag ik. ‘Dan gaan we de weg naar huis verkennen.'
Ze heeft geen zin, maar vlak voordat ik vertrek, komt zij alsnog aanrennen. Overgehaald door Tineke. De weg naar Meerssen nemen we probleemloos. Met een gemiddelde van boven de twintig. We rijden via Rothem door naar Maastricht. Naomi ziet daar tegenop, maar voor zij het beseft is de gemeentegrens van de provinciehoofdstad gepasseerd. We komen langs het stadion van MVV en ik vraag de weg. Het valt mij iedere keer weer op hoeveel mensen hun eigen omgeving niet kennen. We worden verkeerd gestuurd en belanden op een doodlopende weg.
Terwijl wij terugrijden ontdek ik een herkenningspunt. Ik volg de route naar het pension, waar wij enige tijd hebben verbleven. Op de Keerderstraat weet ook Naomi waar we zijn. De rest van de weg naar Valkenburg zoeken is een peulenschilletje. Het afleggen is echter totaal iets anders. Er staat flink veel tegenwind en dat breekt Naomi naar Berg op. Zij stelt zich vervolgens op de molshoopjes naar Valkenburg aan en kijkt vooral op tegen de Cauberg. Dat is echter weer een fluitje van een cent. Net als een week eerder is het een kwestie van dalen. Er is wel een verschil. Ditmaal hebben we geen bagage bij ons. Met ingeknepen remmen halen we de 45 kilometer per uur.

Beneden in het dorp is het razenddruk. De vakantietijd is inmiddels goed op gang gekomen en de vakantiegangers nemen bezit van Limburgs vakantieoord nummer één.
We laveren tussen de toeristen door. Hier en daar ontvangen we een kwade blik, wanneer we luid bellend ons door de menigte wringen. We bereiken heelhuids het andere eind van Valkenburg en rijden linea recta door naar ons verblijf.
Raema ligt al op één oor. Ik heb Naomi nog een ijsje beloofd, mar eerst wil zij nog wat water drinken. Zij durft niet alleen naar de Vinkenoog te gaan en daarom wandel ik met haar mee.
Buiten drijft een hete luchtballon (Limburgs Dagblad) over het fraaie landschap. Ik vind dat altijd weer een magistraal gezicht en blijf enige tijd staan kijken.
In het restaurant kiest Naomi voor een Cornetto.
‘Weet je dat zeker', vraag ik enigszins teleurgesteld. Ik hoop dat zij toch een coupe zal nemen, zodat ik op het terrasje kan plaatsnemen en een bak koffie kan nemen. Zij blijft bij haar beslissing. Ik laat de koffie nu maar voor wat hij is en samen gaan we terug. Thuis duikt Naomi snel onder de wol. Samen met Tineke maak ik de kruik kruidenbitter soldaat.

Tijdens een luierdag kan je nog heel wat aan de weet komen. Ik kom in gesprek met de eigenaar van het vakantiehuisje aan de Eilanderweg.
Ik bewonder zijn tuin en hij begint met mij uit te leggen hoe en wanneer er gesnoeid dient te worden. Ik luister aandachtig, maar ben het meeste al snel vergeten. Ik kan genieten van een fraai aangelegde tuin met mooie bijzondere bloemen en planten, maar ook gewone bloemen en de kleurenpracht kunnen mij bekoren.
Zelf een snoeischaar ter hand nemen, zal niet snel gebeuren. Dat laat ik toch echt aan Tineke over, die daar niet alleen meer plezier aan beleeft, maar bovendien ook meer verstand van heeft. Ook zie ik vaak het verschil tussen gewone gewassen en onkruid niet. Laat mij daarom maar genieten.

De Awacs, die wij regelmatig zien vliegen in de buurt van Valkenburg, maken in deze omgeving gebruik van de warmere lucht om al cirkelend op te stijgen.
In de hogere sferen bewaken zij vervolgens tot ver in Europa het luchtruim. De koude oorlog is inmiddels zo'n beetje voorbij. Toch komt het nog weleens voor, dat er ingegrepen dient te worden. Een enkele keer probeert een Rus onze westerse verdediging uit. Laag invliegend weet het rode gevaar talloze radarsystemen te omzeilen. Pas ver in Frankrijk wordt hij door een Awacs ontdekt en vervolgens weggejaagd.
Geen prettig idee, dat de 'commies' zover kunnen komen. Nu is het nog vredestijd, maar in oorlogstijd kunnen ze al toegeslagen hebben, voordat wijk er erg in hebben. Wat te denken ook van de talloze raketsystemen. Erg veilig voel ik me ineens niet meer.
Ik weet al van mijn diensttijd, dat een leger tegenhouden - of beter gesteld enige tijd ophouden - geen gemakkelijke opgave is. Kanonnenvoer zijn de soldaten tegenwoordig. Het gevaar komt vooral uit de lucht en in de toekomst zal de luchtmacht een steeds grotere rol gaan vervullen.

Het Limburgse land is niet zo schoon als wij wel eens denken. De Geul heeft bijvoorbeeld veel weg van een open riool en is eigenlijk absoluut niet geschikt om in te zwemmen of te pootjebaden.De camping Schoonbron - even verderop gelegen - is niet aangesloten op het riool. Er zijn putten geslagen om de drek in te bewaren, maar het komt regelmatig voor dat deze putten overstromen en dan verdwijnt de viezigheid in het riviertje.
De woningen aan de Eilanderweg en nog enkele straten in de buurt zijn evenmin aangesloten op het rioleringssysteem. ‘Maar we moeten er wel voor betalen. Deze situatie zal nog wel enige tijd duren', laat de appartementeigenaar weten.
Aan de vervuiling van het milieu werken we dus allemaal mee. Velen doen dat ongemerkt, maar tallozen ook bewust. Ondanks dat er zoveel over milieuvervuiling gepraat en geschreven wordt.

Weer een paar dagen later
Een ezel stoot zich in het gemeen geen tweemaal aan dezelfde steen. Mensen zijn soms dommer dan ezels en maken dezelfde fout vaker dan een keer.
Neem Naomi. Zij is al eens bij het inrijden van de tuin onderuit gegaan, doordat zij in het losse grint te hard remt. Vandaag doet zij dat opnieuw en prompt slipt Naomi.
Een bloedbad - ter grootte van een speldenknop aan de vinger - is het gevolg. De schrik is er uiteraard veel groter.
‘Kijk. Bloed', laat zij aan Tineke zien.
Tineke speelt het spel mee en doet de arm in een zelf gefabriceerde mitella. Naomi is daar zo verguld van, dat zij met haar arm in de theedoek op stap wil naar De Kluis.
Op de aangeschafte wandelkaart hebben we zelf een route uitgestippeld, die wij willen afleggen. Het traject begint bij kasteel Schaloen. We dollen even wie zich over de kaart moet ontfermen. Tineke is geen licht in het kaartlezen. Zelf neem is sommige punten te letterlijk en ga daarom nogal eens de mist in. Toch word ik tot opperkaartlezer gebombardeerd.
Tineke is veel slimmer dan ik en volgt de paaltjes, die in het landschap zijn neergezet om een vaste route te volgen. Zo komt zij toch op haar bestemming.
Zo bereiken we de drie beeldjes. Volgens de overlevering zijn deze bij de brug neergezet, omdat de Heer van Schaloen niet met zijn paarden over de brug kan rijden. Alleen al bij het idee weigeren de beesten. Na plaatsing van de heiligenbeelden zijn de dieren echter zo mak als een lammetje.
Bovenop de Schaelsberg staat De Kluis, zoals de hermitage vaak wordt genoemd. Het gebouwtje is vanaf ver in de zeventiende eeuw tot 1930 bewoond geweest door een of meer kluizenaars. Tegenwoordig doet het dienst als een klein museum. Het leven van de kluizenaars wordt uitvoerig uitgelegd.
Zowel binnen als buiten is de kruisweg van Jezus uitgebeeld. Buiten ontdekt Tineke bij de laatste beeltenis een aantal mijnwerkersattributen. Een vreemde gewaarwording. Ik geef er een andere betekenis aan: de doornenkrans, de gesel en de spies.

We wandelen verder door het bos en langs akkers. Ondereg hebben we een fraai uitzicht op het gehucht Euveren, maar ook Valkenburg zien we liggen.
Bij kasteel Oost - opgetrokken uit mergelsteen - vermaken de kinderen zich in de speeltijd, terwijl Tineke en ik iets drinken.
In het gebouw is tevens een goedkoop restaurant gevestigd. Daarnaast dient het als vakantieoord voor de jeugd.
Onze weg voert verder langs de Geul. We ontdekken enkele kleine stroomversnellingen. Tevens komen we bij de uitmonding van een bron: de St. Jansbron. In de Geul komen talloze van deze bronnen uit. Het water uit deze bronnen is voor het merendeel zeer schoon. Dat komt ook omdat de boeren in de omgeving hun landerijen niet zomaar mogen bemesten. Er is namelijk sprake van een waterwingebied. Toch is het water van de Geul zelf niet overal schoon.

Voordat we via 'de beeldjes' naar onze fietsen teruglopen ontdekken we - net als in het eerste gedeelte van onze wandeling - een zeldzaam plantje in de berm.
Dit plantje intrigeert ons. Het is ons al eerder opgevallen in de buurt van de steenkolenmijnen. Later op de dag ontdekt Naomi de naam van het plantje.
Voordat het zover is, vervult Raema nog een komische hoofdrol. Zij scheert met een steen langs het hoofd van Tineke.
‘Hoe vaak heb ik je nu al gewaarschuwd om niet met stenen te gooien', vraagt Tineke.
Raema denkt nadrukkelijk na en telt op haar vingers tot drie.
Tineke kan vanaf dat moment niet langer kwaad zijn.
We fietsen hierna naar de orchideeëntuin. Het is te laat voor een bezoek, maar dat kunnen we op een andere dag nog doen. Wel wordt er nog even gekeken van hoe laat tot hoe laat we in de tuin terechtkunnen. We maken daarvoor een kleine omweg. Vanaf 1 juli is de tuin niet meer open voor het publiek ontdekken we tot ons verdriet.
We bezichtigen enkele borden, die buiten op de muren zijn opgehangen. Op deze borden wordt de groei van de orchidee uitgebeeld. Tevens zijn er enkele voorbeelden van deze bloem geportretteerd. Naomi ziet ineens een afbeelding van onze mysterieuze plant: de Aronskelk.

15 september 2007

Limburg 4
Eigenwijs

Televisie beheerst een deel van ons leven. Volwassenen kijken naar het journaal, sport, films en series gekeken. De kinderen hebben hun eigen programma's.
Het lijkt bijna of we niet zonder het scherm kunnen. Op diverse hotelkamers kom je de afgod van de mensheid tegen. In pensions en appartementen staat ook bijna overal wel zo’n apparaat. Handig om de ledige uurtjes door te komen, maar soms ook nadrukkelijk aanwezig.
Op zondagmorgen - wij liggen nog op bed - wil Raema naar telekids kijken. Tineke vindt dat niet goed. Ook zonder de tv moeten kinderen zich kunnen vermaken. En dat doen ze dan vervolgens in hun kamertje.

Van uitslapen komt niets meer terecht. Dan maar plannen maken. Valkenburg bezichtigen. Daar zijn we toch vlakbij. Op het programma staan: de Gemeentegrot, de kabelbaan, sprookjesbos, de ruïne en de VVV.
Het eerste punt gaat al meteen de mist in. Ik rijd voorop en neem in Valkenburg de verkeerde afslag. De Daehlheimerweg. Gaat richting Margraten.
We komen langs de steenkolenmijn en besluiten daar naar binnen te gaan. Van een echte mijn is absoluut geen sprake. Het is eigenlijk een museum. De gangen zijn apart aangelegd, want Valkenburg heeft zelf nooit een steenkolenmijn bezeten. Een voormalige kompel leidt ons rond. En zien een paard in een mijn. Maf he?
Aansluitend lopen we het fossielenmuseum binnen. Aan de kinderen is dit niet besteed. Vooral Raema loopt zich stierlijk te vervelen.

Het tweede doel is de Wilhelminatoren. Deze toren kan vanaf de Steenkolenmijn lopend worden bereikt of vanuit een grot met een kabelbaan. We kiezen voor de laatste optie. Zittend in ons wiebelende stoeltje zien we onder ons enkele herten lopen. Geen echte bezienswaardigheid. Op talloze plaatsen in Limburg komen hertenkampen voor.
Het bezoek aan de toren zelf laten wij aan ons voorbij gaan. Om het dertig meter hoogteverschil lopend te overbruggen moet flink veel geld worden uitgetrokken en daar hebben wij geen zin in. Het panorama over Nederland, België en Duitsland laten wij maar aan ons voorbij gaan.

Op het terras van het restaurant aan de voet van de toren wordt er gegeten en gedronken. Ontspannen kijken we rond. Even verderop zitten enkele motorrijders. Flink aan het bier.
‘Drenten', zegt Tineke resoluut. Ze herkent het dialect uit duizenden.
‘Kijk daar zit m'n neef. Henk Vriend. Krijg nou wat. Ben je in Limburg en dan kom je nog familie tegen ook'.
Ze spreekt hem aan. Hij kijkt enigszins glazig. Tineke wordt aanvankelijk niet herkend en ze moet zich voorstellen.
‘Wat doe jij hier', vraagt ze.
‘Ach ik ben met een paar maten een paar dagen Valkenburg onveilig aan het maken', antwoordt de neef. ,,Vanavond gaan we weer terug.'
Geen prettig vooruitzicht met al dat bier achter de kiezen, denk ik nadat we afscheid hebben genomen.

In het sprookjesbos - op de helling van de berg - stappen we eerst in de wildwaterbaan. Echt wild is de baan niet. Beneden spat het flink, maar doornat worden is er niet bij. Het bos doen we in omgekeerde volgorde. En in razendsnel tempo. Wie eenmaal De Efteling heeft bezocht, kan dit geen echt sprookjesbos noemen.Vooral Naomi heeft het laatste gedeelte geen rust meer in haar gat. Zij verheugt zich op nog een tochtje in de wildwaterbaan. Ik stap niet meer in het bootje en zet de dames op de gevoelige plaat.

Hierna dalen we af. Naar de stad op zoek naar de VVV. Dat gaat niet zomaar. De bewegwijzering is niet best. Op een huis staat dat daar de VVV is gevestigd. Mis dus. In een zaak voor sportkleding worden wij uit de droom geholpen. De weg naar de enige echte VVV van Valkenburg wordt ons uitgelegd. Het bureau voor vreemdelingenverkeer is om drie uur dichtgegaan. We zijn een uur te laat.
Niet getreurd. We hebben nog een agendapunt af te werken: de plaatselijke ruïne. De bezichtiging kan worden gekoppeld aan de fluwelengrot. Maar niet vandaag. We willen er meer tijd voor nemen en laten daarom ook het bouwval links liggen.
Ik ben - zoals wel vaker - eigenwijs. Ik weet een kortere weg naar de fietsen. We maken dus een omweg. In het centrum van Valkenburg bied ik als compensatie ijs aan. Excuses aanvaard.
In het huisje gaat 's avonds de televisie wel aan. Voetbal. De finale van het WK. Duitsland is sterker, maar heeft een versierde penalty nodig om de cup ook daadwerkelijk toe te eigenen. Naomi geniet van de prijsuitreiking en de slotceremonie.

Een dag later.
Terwijl Henk het ontbijt - brood uit het vuistje - verzorgt, haalt Naomi de krant. Voor het eten wil Tineke weten hoe het met het weer staat.
‘Tineke heeft het weer', zeg ik plagend.
De lucht is blauw. Slechts een paar schapenwolkjes zijn waarneembaar. De ochtend wordt door iedereen op een andere manier besteed. Tineke begint met de was. De kinderen tennissen in het gras en spelen vervolgens in de zandbak hun eigen spel.
Henk stapt op de fiets om even flink de spieren los te trappen. Naar Ransdaal is het flink klauteren geblazen. De kuiten stribbelen tegen. De wil om echt door te pezen ontbreekt al snel. Afdalen is meer aan mij besteed. Over de vijftig kilometer gaat het naar beneden.
De volgende beklimming laat het lang op zich wachten en weer is het mis. Bij Voerendaal overweeg ik even een stuk af te snijden. ‘Doe niet zo slap. Gewoon doorgaan', bijt ik mezelf toe.
Ubachsberg breekt me op.Ik moet even van de fiets. ‘Mijn rondje toch maar inkorten, want zo gaat het niet langer', spreek ik mezelf toe. Ik ga rechtdoor en rijd derhalve niet meer naar Simpelveld, wat eigenlijk wel de bedoeling is. Ik trap de trappers moeizaam rond. Behalve tijdens het laatste stuk. Met de wind licht in de rug en heel flauw dalend kan ik het tempo opschroeven. Toch wel lekker gefietst.
Ik ben nog niet terug of Tineke gaat weg. Hardlopen. Zij rent langs de Geul via Stokkem naar Wijlre en draaft over de Provincialenweg weer terug.

In de tussentijd douche ik het zweet weg en ga daarna langs bij Jean Habets. De voormalige profwielrenner heeft tegenwoordig een fietsenzaak. Dennis Huenders heeft mij op hem attent gemaakt. Dennis heeft onlangs nog in deze buurt getraind met de Giantploeg en is bij hem in de zaak geweest. We maken een praatje over de Tour de France en het wielrennen in het algemeen. Bijna vergeet ik waarom ik eigenlijk naar zijn zaak ben gegaan. Ik schaf een bidonhouder met bidon aan. Noodzakelijk tijdens mijn fietstochten, want ik verlies in het inmiddels warme weer toch heel wat vocht en dat moet al rijdend worden aangevuld. Tevens koop ik een reparatiedoosje. Mijn materiaaltasje met plakkers, lijm en bandenwippers is immers gejat. Geen overbodige luxe om zoiets bij de hand te hebben blijkt al eerder dan mij lief is.

Halverwege de middag gaan we naar kasteel Sjaloen. Het kasteel zelf is niet te bezichtigen. De heemtuinen wel, maar daar beginnen we nu niet aan. Die bewaren we voor later.
We fietsen door naar Valkenburg en Tineke informeert bij de VVV welke kastelen in de buurt te bezichtigen zijn. Hoensbroek is het dichtstbijzijnde.
We besluiten nog even in Valkenburg te blijven. Tineke wil een andere korte broek kopen en gaat op pad. Ik nestel mij bij Michiel de Ruyter op het terras. De kinderen zijn het snel zat en taaien na het nuttigen van een beker chocola af naar de midgetgolfbaan. Tineke is geslaagd en komt ook nog iets drinken.
Het boodschappen doen gaat in etappes. De basismarkt heeft niet alles op voorraad, zodat wij ook nog enkele andere winkels in moeten. De voorband van Tineke is ondertussen bijna leeg en wordt opgepompt voordat wij terugfietsen naar Schin op Geul.

Na het eten maken wij nog een avondwandeling. Over de Sousberg. Een fraai panorama ontrolt zich voor onze ogen. Een heerlijke rust maakt zich van mij meester. Onderweg komen we niemand tegen, zodat wij kunnen genieten van de rijkdom van het Limburgse land.
Tineke krijgt onderweg een visioen.
‘Wat is het', wil ik weten.
‘Dat vertel ik niet', is het antwoord.
Bij Vinkenhof wordt haar visioen werkelijkheid: een sorbet. De meiden krijgen een kindercoupe voorgeschoteld, terwijl ik mij beperk tot een kop zwarte koffie.

Een paar dagen later
Naomi en Raema kunnen het zo vroeg op de morgen niet echt met elkaar vinden. Ze hebben mot over niets. Naomi - drie jaar ouder - is de sterkste en zorgt dat haar zus tussen de rozen belandt. Geen rozen zonder doornen, maar toch komt de jongste er zonder kleerscheuren weer uit.
Om de lieve vrede te bewaren wordt Naomi op pad gestuurd. ‘Ga jij maar de krant halen en doe meteen een paar kleine boodschappen', krijgt zij te horen.
Het lijstje is zo opgesteld en Naomi doet haar werk. Ondertussen wordt de ontbijttafel in gereedheid gebracht. Eten. Krantje lezen en dan is het tijd voor andere bezigheden.
De kinderen hebben hun ruzie bijgelegd en gaan spelen. Tineke doet haar dagelijkse was en ik stap op de fiets. Ik wil het rondje via Ransdaal en Simpelveld nu wel uitrijden.
Ik heb altijd moeite om op gang te komen. Naar Ransdaal puf ik als een oude stoomlocomotief. Maar allengs komt de diesel op gang. Het gaat steeds beter. Volgens plan laat ik de top bij Huls - 214 meter hoog - links liggen. Door Simpelveld gaat het naar beneden. Dalen vind ik heerlijk. Ondanks het verkeer op de weg heb ik er flink de sokken in en passeer zelfs een paar auto's.
In mijn haast om de juiste richting te kiezen, sla ik een weg te vroeg naar rechts in en kom door de gehuchten Bosschenhuizen en Trintelen.Niet bedoelt, maar ook niet getreurd. Wel afzien, want het gaat omhoog. De fraaie omgeving bekijk ik nu met andere ogen.
Omhoog betekent ook weer omlaag en dan geniet ik. Naar Wittem moet ik uiteindelijk inhouden voor een Mercedes, die 55 kilometer per uur rijdt. De weg is niet geschikt om te passeren, zodat ik achter de dikke slee blijf hangen.

Wanneer ik terugkom, is het tijd voor Tineke om aan een sportieve uitspatting te beginnen. Zij heeft het plan opgevat om nu wel de Keutenberg hollend te bedwingen. De loopschoenen worden aangetrokken en vol moed gaat zij op weg.
Het zonnetje begint al aardig te branden. Voor de voet van het bergje draait zij om. Het is haar te warm en dan ook nog eens die extra inspanning verrichten lukt niet. Toch legt zij nog zo'n vier kilometer af.

's Middags willen we gaan midgetgolfen in Valkenburg. We rijden rond, maar kunnen de baan waar we al eens hebben gekeken niet terugvinden. Dan maar naar de fluwelengrot en de ruïne. In de grot is het heerlijk fris. Zo denk ik er tenminste over. Tineke heeft een andere mening. Voor haar is het al snel te koud. Veel nieuws leren we niet. Dat komt ook door de gids, die zeer gemaakt doet en absoluut niet geschikt is voor dit werk. Een groot verschil met de werkstudent, die ons heeft rondgeleid door het stelsel bij Maastricht.
De meeste zaken, die ons worden uitgelegd, zijn al bekend. In de grot mogen de kinderen de tanden van de Raiosaurus aanraken. Onze angsthazen beginnen daar pas aan, wanneer niemand meer kijkt. Dat denken ze. Ik houd ze in de gaten en zie ze heel langzaam in de richting van het wezen schuifelen. Aarzelend worden twee handjes uitgestoken. ‘Ik heb het gedurfd', zegt Raema, nadat zij de tanden van het monster heeft getoucheerd.
De ruïne wordt hierna niet met veel aandacht bekeken. De routebeschrijving belandt meteen in de tas. De muren zijn op zich al indrukwekkend genoeg en wij hoeven echt niet precies te weten, waar nu de eetkamer en alle andere zalen en ruimtes precies hebben gelegen. Het panorama over de stad en de omgeving heeft meer onze aandacht. Daar kunnen wij nu van genieten.

Tijd om te shoppen. Het is zoeken naar een speld in een hooiberg. Bij de HEMA zijn ze wel voorradig, maar niet fraai genoeg. Zeeman verkoopt ze ook. Hoog opgesneden, dus sexy. Een paskamer is niet voorhanden. Tineke laat ze daarom maar hangen en gelooft niet meer in succes. Ik weet niet van ophouden en ga door. In een boetiek slaagt Tineke toch. Ze heeft nu een badpak en kan in het weekend fatsoenlijk zwemmen.
De prijs is wel een tegenvaller, maar daarvoor hebben we al mazzel gehad met de aanschaf van petten voor Raema en Tineke. Ondanks dat we driemaal hebben aangegeven dat we twee petten meenemen, wordt er slechts een afgerekend.

Er staan nu nog twee zaken op het programma: boodschappen doen en een bezoek aan de midgetgolfbaan of een avondwandeling maken. Zowel Tineke als ik hebben geen zin in koken en daarom laten we het eerste onderdeel zitten en gaan uit eten.
Bij de plaatselijke Bistro is het goed toeven. Voor het geld hoeven we het bovendien niet te laten. We zijn net zoveel kwijt als voor het badpak.
Na het eten stappen we op de fiets. Ditmaal vinden we de baan wel. Raema sjoemelt met het aantal slagen. Tineke verdient een sorbet met een hole-in-one.