Vrijdag 28 maart 2025
Geschreven voor de maartuitdaging in 2025 van Schrijvelarij
met als steekwoorden: kaarsendover,
afstandsbediening, bank, kleintje, benen, verjaardagskaart,
rijbewijs, wereld, panty, bergbeklimmer.
In mijn hoofd klinken haar voetstappen door. Ik wacht tot de deur opengaat. Maar dat gebeurt niet. In de tuin fluit de merel zijn lied. De zon stijgt en de geur van gebrande koffie bereikt mijn neus. Ik sla de volgende bladzijde om van het boek De Bergbeklimmer. Een aangrijpend relaas over een vergeten liefde.
Wie heeft dat nu kunnen bedenken, dat ik geniet van een roman en ook nog eens een uit de zoetsappige Boeketreeks waar alles altijd op zijn pootjes terechtkomt. Ditmaal lijken er toch wat haarscheurtjes aanwezig, trekt een wereld voorbij die ik absoluut niet ken. Voorzichtig trek ik mijn benen onder mij en lees aandachtig verder.
Een half uur later leg ik het boek weg, verlang eindelijk naar die koffie die vermoedelijk aan de oude kant is geworden en vertrek naar de keuken waar de koffiepot op het middelste pitje staat en nagenoeg is verdampt. ‘Verdomme, dat is net op tijd’, mopper ik in mezelf. ‘Dat is niet meer te zuipen.’ Snel haal ik de pot van het vuur en ga op zoek naar koffiebonen om een nieuwe bak te zetten. ‘Ook dat nog’, mopper ik door bij het zien van de lege bus.
Normaal ben ik niet voor een kleintje vervaard en stap ik meteen op mijn bromfietsscooter, maar die heb ik toevallig gisteren van de hand gedaan omdat mijn rijbewijs is verlopen en ook wel wist dat ik nooit en te nimmer door een gezondheidskeuring zou komen. In een forse wandeling heb ik echter geen zin en daarom laat ik alles maar bij het oude.
Behalve die voetstappen natuurlijk. Die ben ik nog niet vergeten. En weer klinken die stappen, nu richting zitkamer. Daarom snel ik terug maar ook daar is niemand te zien. Even gaat mijn blik naar de bank en prompt komt zij in beeld. Terwijl ik bijna amechtig terugval naar dat kortstondige moment dat zij voorzichtig haar panty afstroopt. Het is het begin van het einde. Tussen ons dan.
Hoe die breuk tot stand is gekomen? Daar zal ik niemand mee vermoeien maar van het ene op het andere moment is het over, net zoals een kaarsendover een einde maakt aan een flikkerend vlammetje is het voorbij. Het enige wat achterblijft is de walm van verdriet. Bij mij. En bij haar? Aan dat antwoord kan ik niemand helpen dus vragen aan mij heeft geen enkele zin, want zij is volledig in rook op gegaan.
Even heb ik nog gezinspeeld met de gedachte om haar een Valentijnskaart en een verjaardagskaart te sturen, maar haar adres heeft zij niet achtergelaten. Daarom heb ik mijn luxe pen maar onaangeroerd in het doosje, dat oogt als een afstandsbediening, laten liggen.
Ik keer terug naar mijn leestafel. De boekenlegger steekt iets uit het boek en moeiteloos lees ik verder waar ik ben gebleven. De gedachten aan haar zijn weg tot ik opnieuw voetstappen hoor. Ditmaal op de gang. Met een klap valt de buitendeur in het slot!
Opa IJsbeer